2023-308 Rvs. Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2024-2027
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 20242027
Datum
31 augustus 2023
Raadsvoorstel
2023-308
Afdeling E-mailadr es opst eller m.tulleken@nieuwegein.nl Portefeuilleh ouder
John van Engelen
Onderwerp Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2024-2027
Gevraagd besluit 1. De Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2024-2027, gebaseerd op onderliggende beheerplannen, vast te stellen. 2. Het Gemeentelijk Rioleringsplan, inclusief Baggerplan, vast te stellen . 3. De financiële effecten hiervan, inclusief de dotatie aan de voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken te verwerken in de begroting 2024-2027. 4. De vereiste investeringskredieten ter beschikking te stellen en de financiële effecten hiervan te verwerken in de begroting 2024-2027.
Inleiding De verschillende beheerdomeinen in de openbare ruimte, zoals wegen, groen en verkeerslichten (VRI’s), worden kapitaalgoederen genoemd. Deze nota behandelt de kapitaalgoederen die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Financiële Beheer Verordening 2021 van de gemeente Nieuwegein moeten worden opgenomen. Per beheerdomein zijn beheerplannen opgesteld en in de nota is een samenvatting opgenomen van ambities, areaal, kwaliteit, beheer- en onderhoudsmaatregelen en financiën die hiervoor beschikbaar en nodig zijn. De volledige beheerplannen zijn als bijlage aan deze nota toegevoegd. Voor de riolering is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), inclusief het Baggerplan als bijzonder beheerplan toegevoegd. In het GRP zijn de gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater geregeld en bepaalt de gemeente Nieuwegein de benodigde middelen voor het verplichte beheer van de riolering. Het GRP biedt ook de juridische grondslag voor de rioolheffing. De beheerplannen van het OD komen tot stand volgens de principes van Asset Management.
Gewenst effect Het in stand houden van de verschillende onderdelen in de openbare ruimte op het afgesproken kwaliteitsniveau en het inzichtelijk maken van wat we nodig hebben om onze stad op orde te houden.
Bladnummer 2/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
Argumenten 1.1 De nota vormt de basis voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Nieuwegein Het beheer en onderhoud wordt planmatig uitgevoerd. De nota geeft richting aan deze uitvoering. De ambities die de stad Nieuwegein heeft op het gebied van de openbare ruimte zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze ambities vragen om een integrale lange termijnstrategie in combinatie met operationele sturing van alle kapitaalgoederen in die openbare ruimte. 1.2 Met het vaststellen van de nota worden de noodzakelijke middelen voor de komende jaren beschikbaar gesteld Met beheer en onderhoud zijn aanzienlijke bedragen gemoeid. Deze zijn vanuit de nota door vertaald naar het meerjarenplan. 1.3 De raad heeft in de motie 2018/M20 ‘Regeren is vooruitzien’ verzocht om elke 4 jaar de nota kapitaalgoederen ter vaststelling voor te leggen Met beslispunt 1 wordt deze motie afgedaan. 1.4 Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording dient de raad de beheerplannen vast te stellen 2.1 Het GRP geldt volgens de wet Milieubeheer artikel 4.22 als verplicht plan dat vastgesteld wordt door de gemeenteraad Het is daarom als apart beslispunt opgenomen in dit voorstel. Met de vaststelling wordt invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP vormt de juridische basis voor de rioolheffing.
2.2 Het GRP is opgesteld in lijn met de Omgevingsvisie, waarin de ambities van Nieuwegein op het gebied van de openbare ruimte zijn vastgesteld. 2.3 Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is betrokken geweest bij het opstellen van het GRP In de Wet Milieubeheer is de provincie aangewezen als verplicht adviseur voor het GRP. Deze heeft deze taak overgedragen aan het waterschap. 3.1 en 4.1. Met de gevraagde middelen kan in de periode 2024-2027 uitvoering worden gegeven aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Nieuwegein 3.2. en 4.2. Met de vaststelling van deze nota leggen we de financiële vertaling vast in de begroting in de vorm van onderhoud (exploitatiebudget), groot onderhoud Civiele kunstwerken (vorming van voorziening) en investeringen (kredieten). De onderligger hiervoor zijn de beheerplannen voor Openbaar Groen, Spelen en Bewegen, Civiele kunstwerken, Wegen, Weg- en straatmeubilair, het GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) inclusief Baggerplan en de Verkeersregelinstallaties (VRI’s).
Kanttekeningen 1.1 Er is voor gekozen om de Nota Kapitaalgoederen Maatschappelijk Vastgoed apart aan te bieden voor besluitvorming, maar wel in dezelfde raadscyclus. 1.2 Het beheerplan Openbare Verlichting (OV) is nog niet vernieuwd voor 2024-2027
Bladnummer 3/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
Het huidige contract OV met de marktpartij loopt eind 2024 af. Behalve de kabels wordt dan alles eigendom van de gemeente. Er zal daarom eerst een nieuwe aanbesteding plaatsvinden voor beheer en onderhoud. 1.3 Ook na 2027 is beheer en onderhoud noodzakelijk. Daarom is in de nota en de beheerplannen een doorkijk naar de jaren na 2027 opgenomen, zodat ook voor die langere termijn zicht op de benodigde middelen verkregen wordt. 3.1 en 4.1 Wanneer minder middelen beschikbaar worden gesteld dan gevraagd, kunnen niet alle ambities in de openbare ruimte van Nieuwegein gerealiseerd worden De gevraagde middelen zijn berekend op basis van de huidige opgave en ambities met betrekking tot beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
Een deel van de lasten is reeds in de Kadernota 2024 onder de aandacht gebracht. 3.2 en 4.2 De nota en beheerplannen zijn beleidsarm, maar nu en in de komende periode komen er Nieuwegeinse omgevingsprogramma’s bij die hun effect kunnen hebben op beheer en onderhoud van de openbare ruimte en dus ook op de gevraagde budgetten Wanneer in de komende beheerperiode nieuwe omgevingsprogramma’s leiden tot veranderingen in de kosten voor beheer en onderhoud, kunnen deze jaarlijks in de programmabegroting worden meegenomen. 3.3 en 4.3 De nota en beheerplannen zijn gebaseerd op actuele kennis, feiten en ontwikkelingen. We weten niet altijd wat de toekomst brengt en waar de veranderingen komen Van plaatselijk (Groei van de stad) en regionaal (A12-zone) tot landelijk (bijdrage uit Gemeentefonds) en zelfs globaal (klimaat) hebben ontwikkelingen effect op de beheergelden die nodig zijn en de beschikbare budgetten. De genoemde kosten zijn tot stand gekomen op basis van de huidige (2023) prijzen. In de planning- en control cyclus kunnen jaarlijks meerdere keren de ontwikkelingen en effecten daarvan worden gemonitord en bijgestuurd.
Financiële aspecten Het Besluit begroting en verantwoording (hierna BBV) geeft de kaders weer voor jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken voor onder meer gemeenten. Tot 2017 werden alle kosten voor onderhoud en vervanging in exploitatie geboekt. Bij een sterke fluctuatie van deze kosten over de verschillende jaren werd er gebruik gemaakt van een onderhoudsvoorziening met als doel het egaliseren van de kosten over een periode van 10 jaar. Vanaf 2017 is er een wijziging in deze BBV regels doorgevoerd en moeten vanaf dat jaar alle investeringen geactiveerd worden. Het ‘egaliseren’ van de kosten wordt nu bereikt door jaarlijkse afschrijvingslasten. Door langere afschrijvingstermijnen leidt deze stelselwijziging over een veel langere periode tot hogere lasten. Om dit effect zoveel mogelijk op te vangen is er destijds een reserve kapitaalgoederen gevormd. De gevraagde budgetten zijn berekend uit de afzonderlijke opgaven die beschreven zijn in de beheerplannen OD 2024-2027 en samengevoegd in de Nota Kapitaalgoederen.
Bladnummer 4/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
Vervangings- en levensduur verlengende investeringen:
Bij openbaar groen en straatmeubilair is de verwachting dat de benodigde vervangingsinvesteringen min of meer gelijkmatig over de jaren verdeeld zijn. Bij de VRI’s, Civiele Kunstwerken en Wegen is een piek zichtbaar in het jaar 2024. Kapitaallasten (afschrijvings- en rentekosten): In onderstaande tabel is de impact zichtbaar van de jaarlijkse kapitaalkosten van de nieuwe beheerplannen ten opzichte van de aannames in het meerjaren investeringsplan 2023 (MIP 2023).
In onderstaand tabel is bovenstaand effect van de kapitaallasten gespecificeerd per beheerdomein:
Bedragen x € 1.000
De toename van de kapitaallasten als gevolg van hogere vervangings- en levensduur verlengende investeringen hangt samen met een inhaalslag (doorschuiven van investeringen vanuit de vorige beheerplanperiode), een hoger prijspeil en de uitkomsten van de onderhoudsinspecties die aangeven dat vervanging noodzakelijk is om het met de raad afgesproken kwaliteitsniveau te kunnen waarborgen. Dit effect is met name bij Wegen zichtbaar. Daarnaast is bij wegen het onderscheid tussen vervangingsinvesteringen (afschrijvingsduur 40 jaar) en levensduurverlengende investeringen (afschrijvingsduur 20 jaar) consistent
Bladnummer 5/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
doorgevoerd wat een groot effect heeft op de kapitaallasten gezien de kortere afschrijvingsduur van levensduurverlengende investeringen. Door de toevoeging van extra middelen neemt ook de inzet van personeel toe. Er moet immers meer werk in planvorming, voorbereiding en directievoering en toezicht worden verricht (VAT kosten). De financiële consequenties hiervan zijn in het overzicht verwerkt. De regel “verwachte vrijval kapitaallasten 2023” is een grove inschatting van lagere kapitaallasten, omdat bepaalde nu nog openstaande investeringskredieten eind 2023 zullen vrijvallen. Redenen van vrijval van een ‘restant krediet’ kunnen bijvoorbeeld zijn: lagere kosten investering na aanbesteding/uitvoering, vervanging minder omvangrijk dan oorspronkelijk ingeschat, aanpassen planning vanwege capaciteitsgebrek of omdat vervanging uitgesteld kon worden. Vervangingen die gepland stonden in de vorige beheerplanperiode (2020-2023) maar nog niet gestart en wel nodig zijn, zijn opnieuw opgevoerd in de huidige beheerplannen. In onderstaande tabel is het totaalbedrag aan begrote kapitaallasten opgenomen:
Exploitatiekosten (exclusief kapitaallasten en personeel): De exploitatiekosten vallen bij bijna alle beheerdomeinen binnen het huidige beschikbare budget. Alleen bij Openbaar Groen zijn er aanvullende kosten die in de kadernota alleen voor het jaar 2024 waren verwerkt. .
Bladnummer 6/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
Beschikbaar budget = meerjarenbudget vorige begroting, inclusief tussentijds goedgekeurde mutaties, effect kadernota 2024 en indexatie.
Bovenstaande budgetten omvatten alle exploitatiekosten (exclusief personeelskosten) ten laste van het programma, die nodig zijn voor de uitvoering van het beheerplan (dus bijvoorbeeld ook inclusief inspectiekosten, energiekosten, contractkosten, kosten herstellen schades, etc.). Deze budgetten zijn in de meerjarenbegroting 2024 verwerkt. Onderhoudsvoorziening Wegen (doel: egalisatie van kosten): De verwachting is dat de onderhoudskosten voor instandhouding de komende periode over de jaren heen stabiel zullen zijn. Daarmee vervalt de functie van deze onderhoudsvoorziening. Deze zal daarom per 31-12-2023 kunnen komen te vervallen. Verwerking daarvan vindt plaats via de jaarrekening 2023. En daarbij zal worden voorgesteld om het saldo van dat moment toe te voegen aan de reserve kapitaalgoederen. De onderhoudskosten die voorheen rechtstreeks ten laste van de onderhoudsvoorziening werden geboekt, zijn nu opgenomen in de exploitatiebegroting. Onderhoudsvoorziening Civiele kunstwerken (doel: egalisatie van kosten): Deze voorziening blijft wel gehandhaafd. De voorziening is ingesteld voor het gelijkmatig verdelen van de onderhoudskosten over de verschillende boekjaren. Op basis van de doorrekening in het huidige beheerplan 2024-2027 wordt de dotatie € 550.000. Dit is verwerkt in de begroting 2024.
Rioolheffing Uitgangspunt bij de vaststelling van de rioolheffing is dat alle kosten die samenhangen met de uitvoering van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) gedekt worden door de rioolheffing. De eerste berekeningen laten een tariefstijging van ca. 8,2% voor 2024 zien. Hierbij is geen rekening gehouden met inzet van financiële middelen vanuit de egalisatie voorziening. Het huidige saldo van de egalisatievoorziening rioolheffing is € 1,067 miljoen. In de begroting 2024 zal het tarief voor de rioolheffing vastgesteld worden. Op basis van het onderliggende GRP 2024-2027 (inclusief baggerplan) lijken de tarieven de komende jaren jaarlijks met 2-3% geïndexeerd te moeten worden. Totaal lasten o.b.v. GRP 2024-2027:
Bedragen x € 1.000
Totaal investeringen per jaar o.b.v. GRP:
Bedragen x € 1.000, De kapitaallasten gerelateerd aan deze investeringen zijn opgenomen in bovenstaande tabel.
Kadernota 2024 Bij het opstellen van de Kadernota 2024 is er wel gerefereerd aan de actualisatie van de beheerplannen voor de periode 2024-2027, maar waren de doorrekeningen nog niet definitief. Het financiële effect van de nieuwe beheerplannen wordt in de begroting 2024 verwerkt. Bij de begroting zullen
Bladnummer 7/7 Raadsvoorstel 29 augustus 2023
wij u een voorstel voorleggen hoe we de impact van hogere kapitaallasten op de begroting kunnen verzachten door gebruik te maken van het saldo van de reserve kapitaalgoederen.
Communicatie aspecten Omdat nota en onderliggende beheerplannen beleidsarm zijn, heeft hierbij geen communicatie of participatie plaatsgevonden. Voor de uitvoering van de werkzaamheden zoals beschreven in de beheerplannen volgen wij de richtlijnen van de geactualiseerde participatienota Samen met de stad.
Uitvoering Nota en beheerplannen worden -zoals in de plannen omschreven- uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van team Beleid en Ondersteuning van het Openbaar Domein. Monitoring zal via de reguliere planning- en control cyclus plaatsvinden.
Bijlagen 1.
Nota Kapitaalgoederen 2024-2027, inclusief bijlagen
2.
Raadsbesluit
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Marijke van Beukering-Huijbregts
secretaris
burgemeester