2023-308 Bijlage 7A_Baggerplan 2024-2027
Tekst van het document
2023-308 Bijlage 7A
BAGGERPLAN GEMEENTE NIEUWEGEIN BAGGERBELEID- EN BEHEERPLAN 2024-2027 BIJLAGE 7A BIJ DE NOTA KAPITAALGOEDEREN 2024-2027
BAGGERBELEID- EN BEHEERPLAN 2024-2027 GEMEENTE NIEUWEGEIN
Opdrachtgever
Gemeente Nieuwegein Stadsplein 1 3431 LZ Nieuwegein
Colofon
Tijhuis Ingenieurs Softwareweg 4B 3821 BP Amersfoort
Projectnaam
Baggerplan Gemeente Nieuwegein
Onderdeel
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027
Projectnummer
TI22225
Datum
05-09-2023
Aantal pagina’s
26
Versie
1
Status
Definitief
Archiefcode
TI22225.bgp.0101
Opsteller
L. Elijzen P. Bakker
Vrijgave
A.H.M. Coopmans
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
Inhoudsopgave 1
Inleiding ...................................................................................................................................................1
2
Beschrijving gemeente Nieuwegein ....................................................................................................2
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Eisen en randvoorwaarden vanuit het beleid ....................................................................................3 Besluit bodemkwaliteit ...........................................................................................................................3 Handelingskader PFAS ...........................................................................................................................4 Kaderrichtlijn water ................................................................................................................................5 Waterwet, keur en legger .....................................................................................................................6 Waterschapswet ....................................................................................................................................7 Wet natuurbescherming .......................................................................................................................8 Archeologie ............................................................................................................................................9 Ontplofbare Oorlogsresten .................................................................................................................10 Asbest
....................................................................................................................................................10 Omgevingswet .....................................................................................................................................10
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Onderhoudstoestand watersysteem..................................................................................................12 Afspraken met HDSR over waterhuishouding ...................................................................................12 Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem .........................................................................................12 Hoeveelheid baggerspecie................................................................................................................14 Areaalpeilingen en updaten meerjarenplanning ...........................................................................15
5 5.1 5.2
Onderhoudsprogramma baggeren ...................................................................................................17 Uitgangspunten baggerprogramma ................................................................................................17 Kosten per eenheid ..............................................................................................................................18
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Duurzaamheid ......................................................................................................................................21 Omgevingswijzer ..................................................................................................................................21 Reductie schadelijke emissies .............................................................................................................21 Circulaire toepassingen .......................................................................................................................22 Waterkwaliteit en biodiversiteit...........................................................................................................22
7
Meerjarenplanning ..............................................................................................................................24
8
Referenties .............................................................................................................................................26
Tekeningen TI22225-BGP-TK-0101 TI22225-BGP-TK-0201
Overzichtstekening baggerplanning Duurzaam (bagger)beheer
0
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
1
Inleiding Tijhuis Ingenieurs heeft in opdracht van de gemeente Nieuwegein het integraal baggerplan voor de periode 2024 t/m 2027 opgesteld. In het baggerplan zijn alle watergangen opgenomen die moeten worden onderhouden door de gemeente. De gemeente Nieuwegein is verantwoordelijk voor het onderhoud van ongeveer 87,5 kilometer watergang in haar beheergebied. Deze wateren moeten worden gebaggerd, gemaaid en de oevers en waterbouwkundige kunstwerken dienen te worden onderhouden. Voor de watergangen waar de gemeente onderhoudsplichtig is, wenst de gemeente inzicht te krijgen in de baggeropgave: huidige onderhoudstoestand, planning baggerwerkzaamheden en een inschatting van de kosten. Om dit in kaart te brengen heeft Tijhuis Ingenieurs een baggerplan opgesteld. Het baggerplan bestaat uit twee onderdelen: een digitaal waterbodeminformatiesysteem (WIT) en een beschrijvend document: het Baggerbeleid- en beheerplan. Waterbodeminformatiesysteem Tijhuis (WIT) Het te onderhouden areaal is opgenomen in een digitaal waterbodeminformatiesysteem WIT. In het systeem zijn de gegevens van de waterbodem (kwaliteit, en hoeveelheid) online vastgelegd. Hiermee is altijd inzicht in de actuele onderhoudstoestand van het watersysteem. Door ook de methode van uitvoering en verwerking van de baggerspecie te definiëren is een meerjarenplanning opgesteld.
Baggerbeleid- en beheerplan Het baggerbeleid- en beheerplan is een beschrijvend document, waarin de volgende uitgangspunten zijn beschreven: ► Omschrijving areaal; ► Eisen en randvoorwaarden vanuit beleid; ► Overzicht te onderhouden areaal; ► Onderhoudstoestand watersysteem; ► Prioritering en planning werkzaamheden; ► Kosten voor de uitvoering van de baggerwerkzaamheden en verwerking van vrijkomende baggerspecie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt eerst een beschrijving van het beheergebied van de gemeente gegeven en teruggekoppeld op het voorgaand baggerplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de eisen en randvoorwaarden die worden gesteld vanuit het beleid. Aansluitend is in hoofdstuk 4 de onderhoudstoestand van het watersysteem beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de uitgangspunten voor het baggerprogramma geformuleerd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op duurzaam baggerbeheer waarna in hoofdstuk 7 de baggerplanning is opgenomen. Historisch kader Het voorgelegen baggerplan is een update van het baggerplan 2014-2028 van de gemeente Nieuwegein (Y13044.bp.rp.0102, augustus 2014).
De belangrijkste wijzigingen in dit document betreffen: ► Verandering in te onderhouden areaal; ► Update leggers van waterschappen; ► PFAS; ► Gewijzigde visie op de uitgangspunten van het voorgaande baggerplan; ► Gewijzigde visie op de prioritering en planning van (bagger) werkzaamheden; ► Gewijzigde eenheidsprijzen als gevolg van bovenstaande punten. ► Aandacht voor duurzaamheid Het huidige baggerplan vervangt het eerder opgestelde baggerplan.
1
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
2
Beschrijving gemeente Nieuwegein De gemeente Nieuwegein ligt in de provincie Utrecht in het beheergebied van HDSR en bestaat nagenoeg volledig uit het stedelijke gebied van de plaats Nieuwegein. De gemeente wordt ingesloten door de A2, A12 en de A27. Door Nieuwegein stroomt het Amsterdam-Rijnkanaal, het Lekkanaal en het Merwedekanaal. Deze watergangen zijn niet in onderhoud bij de gemeente. In figuur 2.1 is de ligging van de gemeente opgenomen.
Afbeelding 2.1: ligging gemeente Nieuwegein De gemeente Nieuwegein is onderhoudsplichtig voor circa 87,5 km watergang. De watergangen variëren van smalle greppels tot grote vijvers met een breedte tot 40 meter. Op TK01 zijn de te onderhouden watergangen weergegeven. Van de watergangen is de primaire functie waterafvoer en waterberging. Sommige watergangen hebben als functie natuur en recreatie. HDSR heeft de watergangen in haar beheersgebied getypeerd als primaire, secundaire en tertiaire watergangen. De gemeente Nieuwegein heeft alleen tertiaire watergangen in beheer.
2
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
3
Eisen en randvoorwaarden vanuit het beleid Het baggerbeleid van de gemeente wordt grotendeels gevormd door de bestaande wet- en regelgeving en de daaruit volgende normen en richtlijnen. Dit betreft zowel het actuele landelijke beleid, het beleid van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het door de gemeente vastgestelde beleid. In relatie tot het baggeren van de watergangen in het stedelijke gebied is het volgende beleid relevant: ► Regeling bodemkwaliteit 2021, ► Handelingskader PFAS, ► Kaderrichtlijn water, ► Waterwet, ► Aanvullingswet- en aanvullingsbesluit natuur, ► Archeologie, ► Niet gesprongen explosieven, ► Asbest. De geldende wet- en regelgeving gaat veranderen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen een aantal van de huidige wetten, regels en besluiten onder deze wet komen te vervallen. De ingangsdatum staat gepland op 1 januari 2024. De eisen en voorwaarden die volgen uit bovenstaande beleidsregels zijn in dit hoofdstuk vertaald naar de situatie van de gemeente Nieuwegein. Daarnaast zijn de belangrijkste veranderingen met de invoering van de Omgevingswet uitgelicht.
3.1
Besluit bodemkwaliteit In het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) zijn de normen voor het verspreiden en toepassen van grond en baggerspecie vastgelegd. Vanuit het Bbk zijn een aantal toetsingskaders waarbinnen de baggerspecie kan worden afgezet. Voor de afzet van de baggerspecie uit de gemeente Nieuwegein worden in onderstaande stukken de meest waarschijnlijke toepassingskaders toegelicht.
3.1.1
Verspreiden baggerspecie op aangrenzende percelen In het Bbk wordt de baggerspecie, op basis van toetsing voor verspreiding, ingedeeld in de klassen “vrij verspreidbaar”, “verspreidbaar op aangrenzend perceel”, “niet verspreidbaar” en “nooit verspreidbaar”. Baggerspecie met de klasse (vrij) verspreidbaar kan op het aan de watergang grenzende perceel verwerkt worden, of in een weilanddepot. In het Bbk zijn hierover de volgende voorwaarden opgenomen: De kwaliteit van de baggerspecie moet voldoen aan de maximale waarde van verspreiding over aangrenzende percelen. ► De opslag mag maximaal drie jaar duren. ► De opslag dient met de voorziene duur en eindbestemming vijf dagen vooraf bij het Meldpunt Bodemkwaliteit gemeld te worden. ► De opgeslagen baggerspecie dient nuttig te worden toegepast. ► ‘Het verbeteren of herstellen van aan de watergang grenzende percelen’ wordt als nuttige toepassing gezien, hierdoor is het mogelijk de baggerspecie op de locatie van het weilanddepot te verwerken. ►
Naar verwachting veranderen bovenstaande voorwaarden met de invoering van de nieuwe omgevingswet (zie hoofdstuk 3.10).
3
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein 3.1.2
Toepassen baggerspecie (en grond) in oppervlaktewater In het Bbk wordt baggerspecie, met betrekking tot toetsing voor toepassing in oppervlaktewater, ingedeeld in de klassen “vrij toepasbaar”, “toepasbaar klasse A”, “toepasbaar klasse B” en “niet toepasbaar”.
3.1.3
Toepassen baggerspecie in of op landbodem In het Bbk wordt de baggerspecie, voor toepassing in of op landbodem, ingedeeld in de klassen “vrij toepasbaar”, “wonen”, “industrie” en “niet toepasbaar”. Met behulp van de door de gemeente vastgestelde bodemfunctieklassenkaart en bodemklassenkaart kan baggerspecie worden toegepast.
3.1.4
Toepassen in een grootschalige toepassing In het Bbk wordt de baggerspecie, voor grootschalige toepassingen, getoetst aan emissie(toetswaarden). Indien de emissietoetswaarde overschreden wordt kan getoetst worden aan de emissiewaarden. Het eindoordeel van de toetsingen kan worden ingedeeld in de klassen “altijd toepasbaar”, “toepasbaar in grootschalige toepassingen” en “nooit toepasbaar”. Grootschalige toepassingen kunnen zowel op landbodem als in waterbodem. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld geluidswallen, ophogingen en het verondiepen van diepe plassen met het oog op het verbeteren van natuurwaarden. Situatie gemeente Nieuwegein De gemeente Nieuwegein is alleen onderhoudsplichtig voor de tertiaire watergangen in het stedelijk gebied. Baggerspecie kan, indien niet verontreinigd, op de kant lokaal worden verspreid of in een weilanddepot worden verwerkt. De overige vrijkomende baggerspecie wordt afgevoerd naar een externe verwerker.
3.2
Handelingskader PFAS Sinds de jaren 60 zijn veel nieuwe stoffen ontwikkeld met specifieke en unieke eigenschappen. Een voorbeeld hiervan zijn Poly- en perFluor Alkyl Stoffen, beter bekend als PFAS. De basis van deze stoffen bestaan uit een keten van Koolstof en Fluor samengevoegd met een specifieke stofgroep. In totaal bestaat PFAS uit meer dan 6000 stoffen met onder andere de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS-verbindingen zijn water-, vet- en vuilafstotend en blijven stabiel bij hoge temperaturen. Deze eigenschappen maken PFASverbindingen geschikt voor industriële toepassingen en toepassingen in consumentenproducten. Vanaf 2000 komen verschillende PFAS-stoffen onder de aandacht omdat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat deze stoffen schadelijk zijn voor het bodem- en watersysteem, met uiteindelijk effecten op de mens. Hierdoor zijn een deel van de PFAS-stoffen op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) geplaatst. Het overheidsbeleid is gericht op het weren van deze stoffen uit de leefomgeving en om de stoffen in het milieu aan te pakken met gericht beheer. Hiervoor is in juli 2019 een Tijdelijk Handelingskader van PFAS houdende grond en baggerspecie opgesteld. Hierin is het verplicht gesteld om baggerspecie te onderzoeken op PFAS. Dit handelingskader is nadien verschillende keren herzien.
Ten tijde van het schrijven van deze rapportage wordt gehandeld volgens het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond- en baggerspecie, versie december 2021. Nieuwe ontwikkelingen en kennis rond PFAS kunnen leiden tot nieuwe inzichten en aanpassingen van het handelingskader. De verwachting is echter dat het huidige handelingskader de komende jaren gehandhaafd blijft.
4
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein Situatie gemeente Nieuwegein De gemeente Nieuwegein heeft een Beleidsnotitie PFAS opgesteld. In de notitie is opgenomen dat: ► Bij waterbodemonderzoeken wordt aanvullend op PFAS geanalyseerd. Dit is niet nodig als een waterbeheerder, in afstemming met de gemeente en/of omgevingsdienst, heeft aangetoond dat de PFAS-gehalten in de baggerspecie in zijn beheergebied ruimschoots aan de toepassingswaarden voldoen. ► Maximale waarden voor toepassen binnen de gemeente zijn vastgesteld op 3,8 µg/kg d.s. (PFOA), 1,4 µg/kg (PFOS) en 0,8 µg/kg (PFAS).
3.3
Kaderrichtlijn water Het Europese waterbeleid is verwoord in de Kaderrichtlijn Water (KRW). De richtlijn is sinds eind 2000 van kracht voor het waterbeheer. Onder de KRW vallen het totaal aan activiteiten die het doel hebben om het grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te beheren. Uiterlijk in 2027 moeten alle lidstaten aan strengere normen met betrekking tot de waterkwaliteit en ecologie voldoen. In Nederland is de KRW vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Binnen de KRW zijn in Nederland zogenaamde deelstroomgebieden gedefinieerd (Eems, Schelde, Maas en Rijn). Per deelstroomgebied zijn waterlichamen vastgesteld met het minimale oppervlak van 0,5 km2 of een stroomgebied van 10 tot 100 km2. De KRW maakt onderscheid tussen grotere wateren ook wel waterlichamen genoemd (zoals meren, kanalen en boezemwateren) en kleinere wateren, zoals poldersloten. De KRW richt zich vooral op de grotere waterlichamen en minder op de kleinere wateren. Per waterlichaam zijn doelen ten aanzien van de waterkwaliteit (chemisch, fysisch en ecologisch) vastgesteld. De doelen worden gemonitord en gerapporteerd. Indien nodig worden maatregelen geformuleerd en uitgevoerd om tot de gewenste kwaliteit te komen. Binnen het beheersgebied van HDSR liggen 33 van die waterlichamen, waarvan 3 in Nieuwegein (afbeelding 3.1).
Een goede waterkwaliteit betekent dat er in het water geen overschot is aan voedings- en of vervuilende stoffen. Een goede ecologische toestand houdt in dat de leefomgeving voor waterdieren en -planten zo optimaal mogelijk is. Ook houdt het in dat er een grote variatie in planten diersoorten (biodiversiteit) is en dat de aantallen in evenwicht zijn.
Afbeelding 3.1: KRW-lichamen binnen het beheergebied van HDSR 5
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein Situatie gemeente Nieuwegein Binnen de gemeente Nieuwegein liggen de volgende KRW-lichamen: ► Ravense Wetering NL14_06 ► Merwedekanaal NL14_07 ► Hollandse IJssel NL14_10 ► Galecop NL14_18 Het initiatief voor het nemen van maatregelen in het kader van de KRW liggen bij de waterkwaliteitsbeheerder, in dit geval HDSR. De gemeente Nieuwegein is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor kleinere watergangen buiten het kader van de KRW (‘overige watergangen’. Beleid ‘overige watergangen’ De gemeente Nieuwegein heeft beleid opgesteld voor de zogenoemde ‘overige wateren’. Dit staat beschreven het Meerjarenplan waterkwaliteit. De ambitie van de gemeente Nieuwegein en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor het overig water is dat al het stedelijk water in 2027 minimaal aan het streefbeeld zichtbaar voldoet. Die termijn is gekoppeld aan de Europese KRW-doelstellingen die in dat jaar behaald moeten zijn. De ambitie is inmiddels ook door de provincie vastgelegd in haar beleid voor het stedelijk water. Een 'streefbeeld' betekent niets anders dan: de gewenste situatie van een watersysteem. Er zijn vier streefbeelden mogelijk: laag, zichtbaar, levendig en natuurlijk. Zie voor meer uitleg hierover het Meerjarenplan Waterkwaliteit van de gemeente. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de waterkwaliteitsknelpunten in de gemeente.
Hierin wordt ook uitgelicht hoe baggeren kan bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit.
3.4
Waterwet, keur en legger De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ingrepen in het watersysteem of lozingen worden via de Waterwet vergund. De Waterwet is de basis voor normen die aan watersystemen worden gesteld en voor de waterbeheerder het instrument om onaanvaardbare wateroverlast te voorkomen. Ook geeft de Waterwet normen voor de bergings- of afvoercapaciteit van regionale watersystemen. HDSR is als waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Waterwet. De Waterwet biedt de volgende voor de gemeente relevante bestuurlijk-juridische instrumenten voor het uitvoeren van het waterbeleid. ► Gedoog- en duldplichten Rechthebbenden (waaronder gemeente en particulieren) moeten een aantal waterbeheeractiviteiten gedogen of dulden. Zo mag op gronden, gelegen aan of in een watersysteem, baggerspecie of maaisel dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden worden achtergelaten, de zogenaamde ontvangstplicht. ► Algemene regels en de integrale watervergunning In de Waterwet vallen zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels. Wat niet in algemene regels is vast te leggen wordt vastgelegd in de integrale watervergunning. Het baggeren van de watergangen en het verwerken van de baggerspecie valt onder de algemene regels.
► Rijkswateren en regionale wateren In de Waterwet worden rijkswateren en regionale wateren gedefinieerd. In het Waterbesluit staat welke wateren, kunstwerken en waterkeringen in beheer zijn bij het Rijk. In de Waterregeling wordt dit beheer verder uitgewerkt. Voor de regionale wateren zijn vrijwel altijd de waterschappen beheerder. De instelling en nadere regeling van de waterschappen wordt geregeld via de Waterschapswet (hoofdstuk 3.6) en de daarop gebaseerde waterschapsreglementen, die door provinciale staten worden vastgesteld De Waterwet wordt vervangen door de Omgevingswet. 6
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
Situatie gemeente Nieuwegein Voor het baggeren van de watergangen moet een Besluit lozen buiten inrichting melding (Blbimelding) uitgevoerd worden. Voor het vervangen of onderhoud aan de oeververdediging dient, afhankelijk van de maatregel, een ‘Melding Waterwet’, of een Watervergunning aangevraagd te worden. Bij het verwijderen van sterk verontreinigde baggerspecie (gehalte boven interventiewaarden) dient hiervoor een werkplan te worden opgesteld.
3.5
Waterschapswet De nadere regeling van de Waterwet door waterschappen wordt geregeld via de Waterschapswet. Hierin zijn de waterschapsreglementen, die door provinciale staten worden vastgesteld, opgenomen. Waterschappen hebben op basis van de Waterschapswet een verordende bevoegdheid, deze beheerverordening wordt ook wel Keur genoemd.
3.5.1
Keur en legger Alle regels en afspraken over het beheer van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen zijn door ieder waterschap vastgelegd in de Keur. De waterschappen leggen de onderhoudsplicht vast in de legger (‘legger oppervlaktewateren’). Hierin is per hydrovak aangegeven hoe de onderhoudsplicht geregeld is en aan welke onderhoudsverplichting moet worden voldaan. Tevens is in de legger opgenomen waar de Keur van toepassing is. Er kunnen ook leggers zijn opgesteld voor waterkeringen, bergingsgebieden en ondersteunende kunstwerken. Typen oppervlaktewater De waterschappen onderscheiden verschillende typen oppervlaktewater. Over het algemeen geldt dat de hoofdverbindingen als primair water worden beschouwd. De andere watergangen met een lokale bergings- en transportfunctie worden als secundair en tertiair water getypeerd. Voor deze watergangen is in het algemeen de aangelande verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon onderhoud. Gewoon en buitengewoon onderhoud De Keur geeft voorschriften over het onderhoud van oppervlaktewaterlichamen.
Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen: ► Gewoon onderhoud Het onderhoud dat zich hoofdzakelijk richt op het verwijderen van voorwerpen en (schadelijke) begroeiing van of uit oppervlaktewateren die de afvoer en of de berging van water verhinderen; ► Buitengewoon onderhoud Instandhouding van wateren overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent richting, vorm, afmeting en constructie. Situatie gemeente Nieuwegein De leggerwaarden van HDSR binnen de gemeente Nieuwegein zijn weergegeven in tabel 3.1. Indien de diepte van de watergang niet meer voldoet aan het leggerprofiel, is het onderhoudsniveau ontoereikend. De watergang dient op dat moment gebaggerd te worden. Tabel 3.1: Leggerwaarden van HDSR binnen de gemeente Nieuwegein Waarden t.o.v. het waterpeil (m) Leggerdiepte
Overdiepte
Onderhoudsdiepte
0,6
0,2
0,8
De gemeente Nieuwegein is verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon onderhoud.
7
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein 3.6
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming zal na intreding van de Omgevingswet als “aanvullingswet natuur” onder de omgevingswet vallen. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes, voor: ► Soorten van de Vogelrichtlijn; ► Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; ► Andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt worden beschermd. Elk beschermingsregime kent eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van verboden. Naast de verbodsbepalingen geldt de zorgplicht.
3.6.1
Verbodsbepalingen en vrijstelling of ontheffing van verboden In tabel 3.2 zijn per beschermingsregime de verbodsbepalingen weergegeven. Tabel 3.2: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Beschermingsregime Vogelrichtlijn
Beschermingsregime Habitatrichtlijn
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen Het is verbodem opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Beschermingsrichtlijn Andere soorten Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden de vaste voorplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Het is verboden plantensoorten in hun Het is verboden eieren van dieren in de natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk natuur opzettelijk te vernielen of te te plukken en te verzamelen, af te snijden, rapen te ontwortelen of te vernielen
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van Het is verboden dieren opzettelijk te wezenlijke invloed is op de staat van verstoren instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Om te bepalen of een ontheffing nodig is voor de werkzaamheden, moeten de volgende vragen beantwoord worden: 1. Komen beschermde soorten voor in het gebied? 2. Worden de verbodsbepalingen overtreden? 3. Vallen de handelingen onder een vrijstelling? Komen beschermde soorten voor? De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als beschermde planten en/of dieren voorkomen in een gebied of als daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen aanwezig zijn. In de voorbereiding van een baggerwerk dient ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden om te bepalen of beschermde soorten aanwezig zijn. Ingrepen zoals baggerwerkzaamheden zal de leefomgeving van beschermde soorten kunnen beïnvloeden. Worden de verbodsbepalingen overtreden? Onder de Wet natuurbescherming is het opzettelijk verstoren van soorten van de Habitatrichtlijn verboden. Voor vogels geldt dat verstoring niet verboden is als dit geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de soort.
8
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein Het overtreden van de verbodsbepalingen kan voorkomen worden. Dit kan op verschillende manieren: ► Maatregelen om overtredingen te voorkomen. Bijvoorbeeld het plannen van de baggerwerkzaamheden buiten de kwetsbare periode (zoals broedseizoen). ► Maatregelen om negatieve effecten te voorkomen. Bijvoorbeeld het aanpassen van de werkvolgorde of het faseren in ruimte en tijd. ► Het treffen van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen die de negatieve effecten voorkomen of verminderen. ► Het treffen van compenserende maatregelen. Dit zijn maatregelen die de effecten voor de populatie opheffen. Bijvoorbeeld door herstel of verbetering op een andere plek. Vallen de handelingen onder een vrijstelling? Handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting kunnen onder een vrijstelling vallen. In dat geval dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Handelingen die uitgevoerd worden in het kader van programmatische aanpak (bijvoorbeeld vormgeving van actieve leefgebiedenbenadering) of een beheerplan voor een Natura 2000-gebied zijn ook vrijgesteld. In dit geval dient de handeling wel getoetst te zijn aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes. Provinciale staten kunnen vrijstelling van verbodsbepalingen verlenen.
Voor activiteiten waarvoor het rijk bevoegd gezag is, kunnen soorten worden vrijgesteld in een ministeriële regeling. Vrijstellingen kunnen gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor de Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Vrijstellingen in het kader van bestaande goedgekeurde gedragscodes blijven geldig voor de periode waarvoor deze zijn goedgekeurd. De gedragscode Wet natuurbescherming voor waterschappen is op 22 januari 2019 goedgekeurd voor een periode van vijf jaar. 3.6.2
Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en hun leefomgeving. De zorgplicht geldt tevens voor planten. Als met het tijdstip en de wijze van werken rekening wordt gehouden met de voortplantingsperiode van amfibieën, de aanwezigheid van vissen en de broedperiode van (water)vogels wordt aan de zorgplicht voldaan. Situatie gemeente Nieuwegein De gemeente Nieuwegein heeft geen eigen gedragscode voor groenonderhoud en baggerwerkzaamheden maar volgt de gedragscode soortenbescherming gemeenten (rvo.nl). Voor aanvang van een werk moeten de effecten van het werk op binnen de gemeente voorkomende soorten, in kaart worden gebracht. Als werkzaamheden volgens de gedragscode worden uitgevoerd, wordt geen negatief effect verwacht op beschermde soorten en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk. De te nemen maatregelen moeten worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.
3.7
Archeologie Het archeologisch beleid van de gemeente Nieuwegein is vastgelegd in de archeologische beleidskaart gemeente Nieuwegein. Het beleid is erop gericht de in de grond aanwezige archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden. Wanneer dat niet mogelijk blijkt, moet de aanwezige archeologie veilig worden gesteld door middel van opgravingen. Bij gebieden waar de waarden niet bekend zijn, maar waar de bodemopbouw de aanwezigheid van archeologische waarden mogelijk maakt, wordt gesproken van een archeologische verwachting. De gebieden met archeologische waarden en/of verwachtingen staan aangegeven op de archeologische 9
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein beleidsadvieskaart. De gebieden met archeologische waarden en/of verwachtingen zijn te raadplegen via de website van de gemeente. Situatie gemeente Nieuwegein Aangenomen wordt dat bijna alle watergangen in dit plan al eens gebaggerd zijn. Daarnaast wordt de vaste bodem niet ontgraven. De kans op het aantreffen van archeologisch waardevolle voorwerpen is hierdoor klein. Indien de vaste bodem uit de watergang wel ontgraven wordt, moet altijd een inschatting worden gemaakt of er archeologisch waardevolle voorwerpen kunnen zitten. Eventueel dient een archeologisch (voor)onderzoek plaats te vinden.
3.8
Ontplofbare Oorlogsresten Op de website BeoBOM.nl staat een kaart waarop de ruimingen door de EODD zijn weergegeven. Daarnaast zijn geregistreerde luchtaanvallen en bekende mijnenvelden weergegeven. Situatie gemeente Nieuwegein Voor elk baggerwerk moet een inschatting worden gemaakt van de kans op het aantreffen van NGE’s (niet gesprongen explosieven). In algemene zin geldt dat de meeste watergangen naoorlogs zijn gegraven en/of gebaggerd. Daarnaast wordt de vaste bodem niet ontgraven. Hierdoor is de kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (OO) erg klein.
3.9
Asbest Asbest is, tot ver in de jaren ’80, veel gebruikt in onder andere bouwwerken en oeververdedigingen. Hoewel het verwerken en bewerken van asbest sinds 1 juli 1993 is verboden, wordt het nog regelmatig langs watergangen aangetroffen als oeververdediging en daken van schuurtjes. Daarnaast zijn locaties met puin vaak asbestverdacht. De interventiewaarde bij bodemsanering voor asbest in grond is als volgt verankerd in de Circulaire Bodemsanering: ► Interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie van 100 mg/kg gewogen asbest; ► Restconcentratienorm voor de toepassing en het gebruik van alle asbest-bevattende materialen (inclusief grond, baggerspecie en puin (granulaat) van 100 mg/kg gewogen asbest). Situatie gemeente Nieuwegein In de voorbereiding van een baggerwerk moet de aanwezigheid van asbest in en rondom de watergangen in kaart worden gebracht conform de NEN5717:2017. Indien de waterbodem als asbestverdacht aangemerkt wordt, dient een verkennend waterbodemonderzoek naar asbest conform NEN5720:2017 uitgevoerd te worden.
3.10
Omgevingswet Het Besluit Bodemkwaliteit wordt met het intreden van de Omgevingswet herzien. De nieuwe regeling wordt opgenomen onder het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). In het BAL worden de regels voor toepassen met directe gevolgen voor de fysieke leefomgeving omschreven. Daarin staat onder andere: ► Omschrijving functionele toepassing baggerspecie (Artikel 4.1269); ► Regels en omschrijving melding functionele toepassing baggerspecie. Een melding dient ten minste een week voor de toepassing worden gedaan (Artikel 4.1266); ► Maximale afstand voor verspreiden baggerspecie is vastgesteld op 10 km (Artikel 4.1269). In de regeling Bodemkwaliteit verandert het volgende: 10
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein ►
►
►
►
Kwaliteitsklassen landbodem worden: Landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd en sterk verontreinigd. Kwaliteitsklassen waterbodem worden: Niet verontreinigd, licht verontreinigd, matig verontreinigd en sterk verontreinigd. Verzwaring normen voor verspreidbaarheid. De norm voor msPAF organisch wordt verhoogd van 20% naar 15%. Daarnaast worden de maximale waarden voor verspreiden op aangrenzend perceel voor de volgende stoffen verlaagd: Cadmium, kwik, lood, molybdeen, nikkel, minerale olie en PCB. Toevoeging kwaliteitseisen specifieke toepassingen.
Tot twee jaar na intreding van de omgevingswet is het mogelijk om baggerspecie toe te passen volgens de huidige regeling (Bbk). Eventuele melding voor uitvoering onder het Bbk moeten gedaan zijn voor intreding van de Omgevingswet. De Omgevingswet treedt 1 januari 2024 in werking.
11
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
4
Onderhoudstoestand watersysteem De onderhoudstoestand van het watersysteem wordt bepaald door de kwaliteit van de baggerspecie én de kwantiteit (hoeveelheid) in het systeem. De gemeente Nieuwegein heeft afspraken met HDSR gemaakt om de onderhoudstoestand op orde te houden. In dit hoofdstuk zijn eerst deze afspraken beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de huidige onderhoudstoestand van het watersysteem. Tenslotte is beschreven hoe men de onderhoudstoestand in de toekomst op orde houdt. De onderhoudstoestand is digitaal vastgelegd in WIT.
4.1
Afspraken met HDSR over waterhuishouding De gemeente Nieuwegein en HDSR hebben afspraken gemaakt over de waterhuishouding van de gemeentelijke watergangen. Hoofddoel van deze afspraken is het realiseren van een goed onderhouden gemeentelijk watersysteem dat tenminste voldoet aan de minimumeisen voor de waterhuishouding. Om dit doel te realiseren zijn verschillende eisen gesteld. Vanuit beide partijen zijn de volgende eisen gesteld aan het baggerplan: ► Borging onderhoudstoestand zodat het bergend vermogen, de doorstroomcapaciteit en de waterkwaliteit verbeteren of behouden blijven; ► Er mag geen ecologische verslechtering optreden; ► Geen klachten van inwoners over de kwaliteit ten gevolge van een baggerachterstand. Momenteel wordt de gemeente Nieuwegein jaarlijks nog meegenomen in de schouw van HDSR. Ambtelijk is besproken dat dit niet noodzakelijk is als de gemeente een meerjarenplanning met lerend en bijsturend vermogen heeft (areaalpeilingen). Het waterschap wil er als waterbeheerder wel op toe blijven zien dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. Daarom zijn de volgende afspraken gemaakt: ► De gemeente geeft jaarlijks een terugkoppeling op de voortgang van het baggerplan; ► Het waterschap controleert het uitgevoerde werk van een jaargang steekproefsgewijs; ► Er is jaarlijks een afstemmingsoverleg tussen de beheerders van de gemeente en HDSR.
Eventuele bijstellingen aan het baggerplan kunnen tijdens dit overleg besproken worden; ► Bij problemen met de aan- of afvoer van water, behoudt het waterschap ten allen tijden de bevoegdheid om alsnog handhavend op te treden; ► Het baggerplan moet lerend en bijsturend vermogen laten zien (areaalpeilingen en updaten planning); ► Als blijkt dat het niet mogelijk is om tot en met de onderhoudsdiepte te baggeren (bijv. als gevolg van kabels en leidingen of vaste bodem binnen de legger) kan de gemeente de locaties frequenter baggeren, zodat het doorstroomprofiel gewaarborgd blijft. Dit wordt afgestemd met de beheerders van HDSR; ► De gemeente heeft een aantal gebieden aangewezen voor natuurontwikkeling. De tertiaire watergangen in deze gebieden, waarvoor de gemeente Nieuwegein onderhoudsplichtig is, hebben een zeer beperkte functie voor het watersysteem. In overleg met de beheerders van HDSR wordt een aangepast onderhoudsregime toegepast. Deze zijn weergegeven in tekening TI22225-BP-TK-0101 als natuurontwikkelingsgebieden; ► Het plan moet financieel gewaarborgd zijn (gemeentelijke begroting).
4.2
Milieuhygiënische kwaliteit waterbodem De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodems in de watergangen heeft grote invloed op de wijze van verwijdering en verwerking van de baggerspecie. Daarnaast heeft de waterbodem invloed op de bovenliggende waterkolom en daarmee op de belevingswaarde, waterkwaliteit en biodiversiteit (zie hoofdstuk 6.4). In dit hoofdstuk is een inschatting gemaakt van de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit volgens het Bbk en Handelingskader PFAS. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen watergangen waarvan historische kwaliteitsgegevens bekend zijn en waarvan deze niet aanwezig zijn. 12
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein 4.2.1
Historische kwaliteitsgegevens Als eerste zijn de historische waterbodemonderzoeken gebruikt om een beter beeld van de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit te krijgen. De historische kwaliteit is weergegven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Historische kwaliteitsgegevens Historische kwaliteit
Lengte watergang (km)
Percentage
Verspreidbaar/ Klasse A
32,9
38%
Niet verspreidbaar/ Klasse B
2,0
2%
Geen gegevens
52,6
60%
Totaal
87.5
Uit tabel 4.1 blijkt dat voor 40% van de watergangen historische kwaliteitsgegevens beschikbaar zijn. In dat geval is de historische kwaliteit aangehouden als verwachte kwaliteit. 4.2.2
Ontbrekende kwaliteitsgegevens Indien er geen historische kwaliteitsgegevens aanwezig zijn, is er rekening gehouden met de volgende omgevingsfactoren: ► Relevant landgebruik op aangrenzend perceel; ► Potentiële PFAS-bronnen; ► Aanwezigheid van riooloverstorten. Landgebruik aangrenzend perceel Verwacht wordt dat watergangen rondom bedrijven/industrieterreinen een verhoogde kans hebben op niet verspreidbare baggerspecie. Voor deze watergangen is aangenomen dat de baggerspecie niet verspreidbaar is en wordt geclassificeerd als klasse B. Potentiële PFAS-bronnen Volgens het Handelingskader PFAS, is heel Nederland verdacht op het voorkomen PFASverbindingen. Oorzaken van de diffuse verontreiniging met PFAS-verbindingen zijn de veelvuldige en grootschalige toepassing van PFAS-verbindingen, en atmosferische depositie van PFASverbindingen vanwege de emissie door PFAS producerende en PFAS verwerkende industrie. Secundaire bronnen omvatten (voormalige) stortplaatsen, RWZI’s en afvalverbrandingscentrales, zoals omschreven in het kennisdocument PFAS. Indien een watergang naast een mogelijke PFASbron ligt wordt aangenomen dat de baggerspecie niet verspreidbaar is. Aanwezigheid van riooloverstorten Baggerspecie uit de buurt van riooloverstorten zijn uitgesloten van hergebruik binnen het Besluit bodemkwaliteit.
Hetzelfde geldt voor baggerspecie afkomstig uit watergangen waar een RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) op heeft geloosd. Dit geldt slechts voor een zeer beperkt deel van de complete scope.
4.2.3
Samenvatting inschatting milieuhygiënische kwaliteit In tabel 4.2 staat een samenvatting van de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem gegeven. Dit zijn slechts aannamen. Voordat een baggerwerk wordt uitgevoerd, moet altijd eerst een verkennend waterbodemonderzoek conform NEN 5720 uitgevoerd worden om de definitieve kwaliteit vast te stellen.
13
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein Tabel 4.2: Samenvatting inschatting milieuhygiënische kwaliteit. Historische kwaliteit
Verwachte kwaliteit
Verspreidbaar
Verspreidbaar / Klasse A
Niet verspreidbaar
Niet verspreidbaar / Klasse B
2,0
Verspreidbaar / Klasse A
29,8
Niet verspreidbaar / Klasse B
22,1
Nooit verspreidbaar / Nooit toepasbaar
0,7
Geen gegevens
Lengte watergang (km) 32,9
Totaal
4.3
87,5
Hoeveelheid baggerspecie De hoeveelheid baggerspecie in het jaar van baggeren is afhankelijk van de slibaanwas en het onderhoudsniveau op het moment van meten.
4.3.1
Slibaanwas Door de sedimentatie van nieuw slib (slibaanwas) is de hoeveelheid slib in een watergang over bijvoorbeeld tien jaar groter dan op het moment van meting. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering en kosten van toekomstig baggerwerk. Deze aanwas van slib is van een aantal factoren afhankelijk. Zo kunnen het verteren van organisch materiaal, afspoeling vanaf de oevers en een veetrap zorgen voor het ondieper worden van de watergangen. Slibtransport vanuit aanliggende wateren kan op bepaalde plaatsen ook zorgen voor een toename van slib. Uit de praktijk blijkt dat de slibaanwas kan liggen tussen de 1 en 10 cm per jaar. Het aanwascijfer is sterk afhankelijk van de locatie, bodemtype en van de breedte van de watergang. De watergangen in de gemeente Nieuwegein zijn overwegend smal. Echter zijn er ook brede watergangen aanwezig, verspreid over de baggerclusters. In de onderstaande tabel is inschatting gemaakt voor het aanwascijfer voor watergangen smaller en breder dan 10 meter. In de havens langs de Vaartse Rijn is uitgegaan van een aanwas van 4,0 cm per jaar. Hierbij moet worden aangetekend dat dit uitgangspunt sterk kan afwijken. De havens staan in open verbinding met de Vaartse Rijn en zijn daarom onderdeel van een dynamisch watersysteem, waardoor aanwascijfers lokaal sterk kunnen verschillen.
In tabel 4.4 zijn de uitgangspunten voor de slibaanwascijfers in het baggerplan samengevat. Tabel 4.4: aanwas per jaar (cm)
4.3.2
Breedte watergang
Aanwas (cm/jaar)
Smaller dan 10 meter
2,0
Breder dan 10 meter
1,5
Havens Vaartse Rijn
4,0
Huidig onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau is gebaseerd op de legger voor oppervlaktewateren van HDSR (mei, 2021) en is vastgesteld voor de meeste watergangen (afbeelding 4.1). Indien de diepte van de watergang niet meer voldoet aan het leggerprofiel is het onderhoudsniveau ontoereikend. De watergang dient op dat moment gebaggerd te worden.
14
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
Afbeelding 4.1: Profiel in WIT met onderhoudsdiepte De gemeente Nieuwegein heeft de laatste jaren regelmatig gebaggerd. Ook op het moment van schrijven is er een baggerwerk in uitvoering (baggerwerk 2023). Hierdoor is het onderhoudsniveau voor een groot deel van de watergangen op orde en zijn er veel gegevens beschikbaar. Voor sommige watergangen was de onderhoudstoestand nog niet bekend of niet actueel (voor 2018). Voor het opstellen van dit baggerplan zijn in deze watergangen profielen ingemeten. Op basis van de metingen is per watergang het onderhoudsniveau en het jaar van baggeren voor elke watergang bepaald (hoofdstuk 7). Uit de historische gegevens en metingen blijkt dat de gemeente het onderhoud van haar watergangen over het algemeen goed op orde heeft. In totaal dient er ongeveer 18.5 kilometer watergang gebaggerd te worden tussen 2024 en 2027. Voor een aantal watergangen, zoals rond Fort Jutphaas, is de verwachting dat de watergangen pas na 2032 gebaggerd worden. De rest van de watergangen zijn niet ingedeeld en worden in 2027 opnieuw ingepeild.
4.4
Areaalpeilingen en updaten meerjarenplanning Om beter inzicht te krijgen in de actuele onderhoudstoestand, de slibaanwas en te voldoen aan de eisen van HDSR wil de gemeente iedere vijf jaar areaalpeilingen uitvoeren. De areaalpeilingen worden uitgevoerd volgens de richtlijn baggervolumebepalingen V2.1 (maart 2020). Voor de meetinspanning wordt een raaiafstand aangehouden van 100 meter. Op basis van de areaalpeilingen: ► Wordt een betrouwbaar beeld verkregen van de actuele onderhoudstoestand; ► Kan de actuele baggerplanning waar nodig worden bijgesteld; ► Wordt beter inzicht verkregen in de lokale slibaanwascijfers. Updaten meerjarenplanning In 2027 zullen alle watergangen opnieuw worden ingemeten met uitzondering van: ► De watergangen die in 2023 gebaggerd worden; ► De watergangen die zijn opgenomen in de planning 2024-2027; ► De natuurontwikkelingsgebieden. In totaal wordt in 2027 61.6 kilometer watergang ingepeild. Op basis van de areaalpeilingen wordt het baggerplan geüpdatet voor de periode 2028-2032. Daarnaast wordt de meerjarenplanning in WIT bijgesteld. In dit beheerplan zijn deze watergangen daarom niet ingedeeld. In figuur 4.2 is dit proces schematisch weergegeven.
15
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
Afbeelding 4.2: Schematische weergave areaalpeilingen en updaten baggerplanning
16
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
5
Onderhoudsprogramma baggeren In dit hoofdstuk zijn eerst de uitgangspunten voor het opstellen van het baggerprogramma uitgewerkt en onderbouwd. Vervolgens is ingegaan op de kosten.
5.1
Uitgangspunten baggerprogramma
5.1.1
Gedeelde onderhoudsplicht Voor een groot deel van de watergangen heeft de gemeente een gedeelde onderhoudsplicht. Hierbij is ervan uitgegaan dat de gemeente het baggerwerk volledig uitvoert. Voorlopig is geen rekening gehouden met de verrekening met particulieren.
5.1.2
Onderhoudsniveau Uitgangspunt is dat de watergangen minimaal voldoen aan het leggerprofiel. Om dit te verifiëren en waar nodig bij te sturen worden om de vijf jaar areaalpeilingen uitgevoerd (hoofdstuk 4.2.4).
5.1.3
Indeling baggerclusters Het gemeentelijke areaal is opgedeeld in meerdere baggerclusters. Deze zijn weergegeven in bijlage TK01. De clusters zijn ingedeeld op basis van het onderhoudsniveau en geven het geplande jaar van baggeren of peilen aan. Daarnaast is een apart cluster opgenomen voor Natuur ontwikkelingsgebieden (NOG), de Grienden. Baggerclusters gemeente Nieuwegein ► Cluster 2024 ► Peilen 2027 ► Cluster 2025 ► Peilen 2032 ► Cluster 2026 ► Natuur ontwikkelingsgebied (NOG), grienden ► Cluster 2027
5.1.4
Baggerstrategie Voor het baggeren van de watergangen is de volgende baggerstrategie gehanteerd: Watergangen worden gebaggerd tot legger (beheerdiepte) + overdiepte (onderhoudsdiepte); ► Alle baggerspecie boven de onderhoudsdiepte wordt verwijderd. ►
Het uitgangspunt van dit baggerplan is om de onderhoudstoestand van het watersysteem op orde te houden. 5.1.5
Uitvoeringsmethode baggeren Voor het baggeren van de watergangen binnen de gemeente zijn de volgende uitvoeringsmethoden het meest realistisch: ► Kraan vanaf de kant Goed bereikbare of smalle watergangen in landelijk gebied worden veelal gebaggerd met een kraan vanaf de kant. De kraan verspreid de baggerspecie op de aanliggende oever, of slaat deze over in een vrachtwagen. ► Schuifboot met kraan Brede watergangen worden veelal gebaggerd met een schuifboot en een kraan. Daarnaast wordt ook een schuifboot ingezet waar geen ruimte is om met een kraan te komen. Met een schuifboot wordt de baggerspecie naar een overslagpunt geschoven. Met een kraan wordt de baggerspecie vervolgens overgeslagen in een vrachtwagen (afbeelding 5.1).
17
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
Afbeelding 5.1: Baggeren met schuifboot en kraan op de kant 5.1.6
Afwegingen verwerkingsmogelijkheden Het bestemmen/verwerken van de baggerspecie vindt plaats op basis van het Bbk. De verwerking van baggerspecie dient te voldoen aan de wettelijke bepalingen en milieuhygiënische randvoorwaarden. Onder verwerken wordt in principe verstaan het verspreiden, toepassen, bewerken (scheiden en/of reinigen) en storten van de baggerspecie. Binnen de gemeente is er fysiek weinig ruimte om vrijkomende baggerspecie te verspreiden op aangrenzend perceel. Het gehanteerde uitgangspunt in de meerjarenplanning is daarom dat alle vrijkomende baggerspecie afgevoerd dient te worden naar een erkende verwerker. In de buurt van de gemeente Nieuwegein liggen de volgende depots: ► Van Ooijen in Woerden; ► Alpha grondbank in Wilnis; ► Alpha grondbank in Lopik. Daarnaast kan baggerspecie binnen de kaders van het Bbk worden toegepast in de Ingensche Waarden. Dit is een verontdieping van een voormalige zandwinput (grootschalige toepassing). Deze optie is vooral interessant bij grootschalige baggerwerken.
5.2
Kosten per eenheid Voor de afweging van de verwerkingsmogelijkheden spelen naast de praktische mogelijkheden ook de kosten een belangrijke rol. In deze paragraaf worden de kosten (prijspeil 2022) weergegeven die als uitgangspunt zijn aangehouden voor de berekeningen van de baggerplanning. Op basis van de hoeveelheidgegevens en de lengtes kan een vertaalslag worden gemaakt naar de kosten per watergang.
18
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein 5.2.1
Kosten uitvoering Het beheergebied van de gemeente Nieuwegein omvat enkel stedelijke watergangen. Voor het formuleren van de kosten is ervan uitgegaan dat alle watergangen worden gebaggerd met een schuifboot en afgevoerd naar een erkende verwerker. Hierbij wordt een transportafstand van 20 km aangehouden. Voor het hergebruiken of storten van baggerspecie komen verschillende locaties in aanmerking. Via een marktanalyse zijn de kosten inzichtelijk gemaakt. De tarieven zijn afhankelijk van de kwaliteit, hoeveelheid en de marktwerking. Afhankelijk van het baggerwerk kunnen de tarieven afwijken van de genoemde eenheidsprijzen. In tabel 5.1 zijn de gehanteerde eenheidstarieven voor de uitvoering van een baggerwerk in de gemeente Nieuwegein samengevat. Tabel 5.1 eenheidsprijzen voor uitvoering baggerwerk (prijspeil 2022) Stedelijk gebied Kosten (€/m3)
Onderdeel Baggermethode
Schuifboot met kraan
Transport
20 km
8,00
Klasse A (70%)
11,50
Klasse B (30%)
17,00
Verwerking
10,00
Totaal
5.2.2
31,50
Kosten voorbereiding, begeleiding In de eenheidsprijzen is naast de kosten voor baggeren, transport en verwerking van de baggerspecie, rekening gehouden met kosten voor de voorbereiding en begeleiding: ► Uitvoeren van waterbodemonderzoek (inclusief kwantiteit) en ecologisch onderzoek; ► Aanvragen van vergunningen, opstellen bestek, milieukundige begeleiding, het houden van toezicht en voeren van directie op de uitvoering van de baggerwerkzaamheden; ► Uitpeilen van de watergangen (nieuwe nulsituatie vastleggen). In onderstaande tabel zijn de eenheidsprijzen weergegeven. Deze eenheidsprijzen zijn gebaseerd op een gemiddelde scope van 5 kilometer watergang, zoals opgenomen in de planning tot 2027. Tabel 5.2: eenheidsprijzen voorbereiding en begeleiding per kilometer watergang (prijspeil 2022) Km watergang 1 87,5
5.2.3
Voorbereidings- en aanvullende kosten (€/km) 7.500 656.250
Kosten areaalpeilingen en actualiseren baggerplan In 2027 worden areaalpeilingen uitgevoerd volgens de SIKB-richtlijn ‘Baggervolumebepalingen’, versie 2.1, 26-03-2020’. Voor het berekenen van de kosten is uitgegaan van een profielafstand van gemiddeld 100 meter. Op basis van de areaalpeilingen wordt de planning voor 2028 tot en met 2032 opgesteld. Dit wordt opgenomen in een update van het huidige baggerplan. Een geactualiseerd baggerplan voor Nieuwegein staat op de planning voor 2027. Daarnaast worden de uitgangspunten van dit baggerplan getoetst aan de op dat moment actuele wet- en regelgeving. Ook dit wordt opgenomen in het geactualiseerde baggerplan van 2027. 19
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de te verwachten kosten voor de areaalpeilingen en het in kaart brengen van knelpunten. Tabel 5.3: Kosten areaalpeilingen en actualiseren baggerplan (prijspeil 2022)
Inmeten areaal
5.2.4
Lengte watergang (km)
Aantal profielen
Kosten per profiel
61.6
616
50
Kosten verwerking/ voorbereiding 3.250
Kosten totaal 34.050
Updaten baggerplan
7.500
Totaal
41.550
Onvoorziene kosten In het baggerplan is voor ieder jaar een kostenpost “onvoorzien” opgenomen. Dit zijn kosten voor onverwachte situaties zoals bijvoorbeeld het aantreffen van zware verontreinigingen, asbest of ontplofbare oorlogsresten. Ook kan het gebruikt worden voor het herprofileren van een stukje watergang of het verbeteren van de waterkwaliteit. Hierbij gaat het om uitsluitend lokale of projectmatige maatregelen en niet om grootschalige. Voor elke jaargang is een post onvoorzien van €50.000 gereserveerd.
20
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein
6
Duurzaamheid Baggerwerken zijn noodzakelijk voor het behouden van voldoende afvoercapaciteit en waterberging. Baggeren is een ingrijpende activiteit met een grote impact op de omgeving en het milieu. Daarnaast zijn er kansen om de omgeving te verbeteren en de impact op het milieu te verkleinen. Er zijn dus kansen voor duurzaam (bagger)beheer van de watergangen. Dit hoofdstuk behandelt een aantal van deze kansen.
6.1
Omgevingswijzer De Omgevingswijzer maakt de duurzaamheid van projecten inzichtelijk. Het invullen van de omgevingswijzer is stap één in de Aanpak Duurzame GWW (grond-, weg- en waterbouw). De aanpak integreert duurzaamheid structureel in GWW projecten, via gezamenlijke discussies, bewustwordingen, probleemstellingen, acties en maatregelen. De Omgevingswijzer geeft inzicht in sociale, ecologische en economische duurzaamheid (people, planet en profit). Duurzaamheid wordt hiervoor opgesplitst in twaalf thema’s. In figuur 6.1 staat de Omgevingswijzer ingevuld voor een generiek stedelijk baggerwerk. Voor elk baggerwerk bevelen wij aan om figuur 6.1 verder in te vullen en een start te maken met de Aanpak Duurzame GWW. Zodoende wordt duurzaamheid in de komende baggerwerken gewaarborgd. De onderstaande paragraven geven een aantal mogelijke kansen, acties en maatregelen.
Groen: positief effect (Licht) rood: negatief effect Zwart: neutrale effecten Grijs: niet-relevante thema’s
Afbeelding 6.1: Omgevingswijzer van een stedelijk baggerwerk
6.2
Reductie schadelijke emissies De volgende maatregelen reduceren het gebruik van energiebronnen en de emissies van CO 2, stikstof en/of fijnstof: ► Bepalen van baggernut en baggernoodzaak; ► Lokaal consolideren van bagger; ► Lokaal nuttig toepassen van geschikte bagger; ► Gebruiken van duurzame brandstoffen of energie; ► Gebruiken van emissie reducerende brandstoftoevoegingen; ► Gebruiken van nieuw brandstofefficiënt of energiezuinig bagger- en transportmaterieel. Verspreiden of lokaal toepassen Verspreiden van baggerspecie, mits de milieuhygiënische kwaliteit dit toelaat, leidt tot de minste schadelijke emissies. Deze optie vervalt echter vaak, vanwege de beperkte ruimte of omdat het niet gewenst is. Toch zijn er ook in stedelijke gebieden vaak mogelijkheden om bagger te
21
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein verspreiden. Wij raden daarom aan de kansen langs de watergangen te inventariseren. De inventarisatie vindt plaats tijdens de voorbereiding van de voorgenomen baggerwerken. Tekening TI22225-BGP-TK-0201 toont graslanden, landbouwgronden en braakliggende terreinen in de gemeente Nieuwegein. Op deze locaties kan mogelijk bagger lokaal nuttig worden toegepast. De korte transportafstanden reduceren de emissies van CO2 (zie tabel 6.1), stikstof en fijnstof. De locaties zijn mogelijk ook geschikt als tijdelijk baggerspeciedepot. Nadat de bagger is ingedikt, kan deze elders worden toegepast. Het transport van ingedikte bagger vereist minder transportbewegingen. Tekening TI22225-BGP-TK-0201 toont alleen mogelijke locaties in de gemeente Nieuwegein. De gemeenten IJsselstein, Houten en Lopik hebben hetzelfde bodembeleid. Geschikte bagger kan waarschijnlijk ook in deze gemeenten nuttig worden toegepast. Bagger footprint Voor baggerwerken worden doorgaans fossiele brandstoffen (eventueel met een emissie reducerende toevoeging) gebruikt. Elektrisch materieel is nog beperkt beschikbaar. In tabel 6.1 staan de CO2-emissies van diesel en biobrandstof, voor verschillende verwerkingslocaties. Tabel 6.1: CO2-emissies per 10.000 m2 bagger voor verschillende verwerkingslocaties en brandstoffen Hoeveelheid slib (m³)
CO2-footprint transport van baggerspecie (ton CO2) Afvoeren naar externe verwerker (50 km) Afvoeren naar projectdepot (10 km) Duurzame Duurzame brandstof Diesel Diesel brandstof HVO100 HVO100
10.000
6.3
50
4,8
10
1,0
Circulaire toepassingen De volgende toepassingen voorkomen waardeverlies van geschikte baggerspecie en mogelijke onnodige grondaanvoer: ► Nuttig toepassen van geschikte baggerspecie in Galecopperzoom; ► Nuttig toepassen van geschikte baggerspecie op landbouwgronden; ► Toepassingen onder wegen en in geluidswallen; ► Toepassingen in ophogingen van bouwlocaties, en landbouw- en natuurgronden, gericht op het verbeteren van de bodemgesteldheid. In het noordoosten van de gemeente Nieuwegein liggen veel landbouwgronden. Tussen de A12 en Nieuwegein liggen ook veel graslanden. Deze graslanden zijn onderdeel van de voorgenomen gebiedsontwikkeling de Galecopperzoom. Hier liggen mogelijk kansen voor het circulair toepassen van bagger.
6.4
Waterkwaliteit en biodiversiteit Baggerwerken verstoren flora en fauna. De verstoring wordt geminimaliseerd via ecologische werkprotocollen en gedragscodes. De volgende maatregelen kunnen de waterkwaliteit en biodiversiteit positief beïnvloeden: ► Volledig verwijderen van ongunstige sliblagen; ► Afgedekt laten van vaste ongunstige vaste bodems; ► Letten op onstabiele ecosysteemtoestanden; ► Schoonmaken van aangrenzende duikers; ► Plaatselijk (on)dieper baggeren; ► Schoonmaken van plas-dras bermen van natuurvriendelijke oevers.
22
Baggerbeleid- en beheerplan 2024-2027 Gemeente Nieuwegein Wij raden aan om tijdens het waterbodemonderzoek ook de fosfornalevering te onderzoeken en afhankelijk daarvan de baggerstrategie te bepalen. Knelpunten Meerjarenplan Waterkwaliteit Nieuwegein In 12,7 km van de watergangen komen botulisme, blauwalg of kroosoverlast voor. Deze drie soorten knelpunten kunnen zijn veroorzaakt door organische resten of voedingsstoffen in het slib. De gemeente verwijdert in principe het slib tot een onderhoudsdiepte. Slib beneden de onderhoudsdiepte blijft liggen. Bij de knelpunten kan de waterkwaliteit mogelijk positief beïnvloed worden als alle bagger verwijderd wordt. Als de vaste bodem echter ook voedingsrijk is, dan kan de waterkwaliteit slecht blijven of verder verslechteren. De blootliggende vaste bodem kan namelijk voedingsstoffen gaan naleveren aan het water. Wij raden daarom aan om tijdens het waterbodemonderzoek de fosfornalevering te bepalen. In tabel 6.2 staat een inschatting van de aanvullende kosten voor het onderzoek en baggeren van de knelpunten die op de planning staan tussen 2024 en 2027. Als uitgangspunt is gehanteerd dat alle baggerspecie verwijderd wordt. De resterende 9 km aan knelpunten heeft onvoldoende baggernoodzaak en wordt pas later gebaggerd. De knelpunten zijn weergeven in tekening TI22225-BGP-TK-0201.
Tabel 6.2: Indicatie aanvullende kosten voor het onderzoeken en baggeren van de knelpunten Waterganglengte knelpunten1 (km)
Niet ingepland Prio 11: 1,6 Prio 2A1: 7,3 Prio 2B1: 0,1
2023
2024
2025
2026
2027
Geen
Prio 2A1: 0,1
Prio 2A1: 1,3 Prio 2B1: 0,3
Prio 2A1: 1,7 Prio 11: 0,3
Geen
€ 2.000
€ 2.500
Geen
-
320
400
Geen
-
€ 10.080
€ 12.600
Geen
-
< 5%
< 5%
Geen
-
Kosten onderzoek Geen € 500 nalevering (€) Kuubs extra Geen 60 bagger (m3) Kosten extra Geen € 1.890 bagger (€) Toename baggerGeen < 1% planning (%) Knelpunten Prio 1: Knelpunten Botulisme en blauwalg Prio 2a: Locaties met kroosbedekking in 2021 Prio 2b: Locaties met kroosbedekking voor 2021