2023-307 Bijlage 3 Plan van aanpak sluitend maken begroting 2025
Tekst van het document
2023-307 Bijlage 3
Plan van aanpak sluitende meerjarenbegroting 2025-2028 Inleiding Uit de meerjarenbegroting 2024-2027 blijkt dat de toekomstige financiële situatie van de gemeente Nieuwegein verslechtert. Vanaf de begroting 2026 en in de daaropvolgende jaren ontstaan tekorten die de duurzame financiële gezondheid van de stad onder druk zetten. Dit vraagt om een plan van aanpak, dat het gemeentebestuur in staat stelt keuzes te maken die leiden tot een sluitende meerjarenbegroting in 2025. Wij zien, zoals op eerdere momenten gemeld forse onzekerheden die samenhangen met het rijksbeleid, zoals veranderingen in het gemeentefonds en andere financiële regelingen. Daarnaast krijgt de gemeente te maken met structureel hogere lasten voortvloeiend uit projecten die noodzakelijk zijn om de huidige stad kwalitatief op orde te houden. Denk daarbij aan het programma vitale scholen, het reguliere beheer van de openbare ruimte en het maatschappelijk vastgoed en de jeugdhulp en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Bij het vaststellen van de Kadernota 2024 heeft u ons verzocht om, bij het aanbieden van de programmabegroting voor 2024, een plan van aanpak op te stellen voor het bereiken van een sluitende meerjarenbegroting voor de periode 2025-2028.
Ondanks de bestaande onzekerheden in de rijksmiddelen willen wij na goedkeuring van de begroting 2024 starten met een traject dat zal resulteren in het nemen van beleidsbeslissingen in de Kadernota 2025. Dit stelt ons in staat om de gemaakte keuzes in de meerjarenbegroting voor 2025 te verwerken. Voor de voorliggende begroting betekent dit dat wij een begroting opstellen zonder aanvullende maatregelen. Deze benadering wordt gesteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die voor de meerjarenbegroting 2024-2027 heeft opgeroepen tot het opstellen van een begroting zonder bezuinigingsmaatregelen, waarin de financiële uitdagingen duidelijk naar voren komen. Dit betekent dat wij in de meerjarenbegroting 2024 een verwacht negatief saldo voor de jaren 2026 en 2027 presenteren. Hiermee willen wij het Rijk laten zien dat er oplossingen nodig zijn voor de financiële problemen waar gemeenten de komende jaren mee te maken hebben. Vervolgens geeft dit de kans om enerzijds meer helderheid te verkrijgen over de financiële situatie op de lange termijn en anderzijds om via een zorgvuldig proces de noodzakelijke maatregelen te nemen.
Doel Het doel van dit plan van aanpak is om te komen tot een proces waarmee keuzemogelijkheden worden geïdentificeerd die in de kadernota 2025 kunnen leiden tot besluitvorming zodat het meerjarenperspectief in de begroting 2025 – 2028 sluitend wordt gemaakt.
Aanpak We blijven via de P&C cyclus continu monitoren hoe het meerjarenperspectief zich ontwikkelt op basis van nieuwe inzichten vanuit het rijk en actualisatie van de begrotingscijfers. Daarmee houden we grip op het vraagstuk (zie bijlage). Desalniettemin zullen beleidskeuzes onontkoombaar zijn. Ons voornemen is om langs de lijn van de volgende stappen te werk te gaan.
Allereerst stellen wij een overzicht op, op basis waarvan u kunt bepalen welke ambities cruciaal zijn voor de gemeenschap en het langetermijn perspectief van onze gemeente. In de kadernota hebben wij reeds aangegeven de drie pijlers uit de omgevingsvisie prioriteit te geven. Dat zijn (in willekeurige volgorde) wonen, veiligheid en gezondheid. Daarnaast hebben we aangegeven dat in het geval keuzes gemaakt moeten worden, het beheer van de (bestaande) stad, voorrang krijgt boven nieuwe ontwikkelingen. Vanuit dit vertrekpunt zetten wij dan de volgende stappen: • Onderverdelen van de gemeentelijke taken en diensten in wettelijk verplicht (medebewind) en autonome taken; • Bepalen van daarbij horende beschikbare en noodzakelijke budgetten; • Benoemen waar mogelijkheden bestaan voor kostenbesparende maatregelen; • Beschrijven van de termijn waarop budgetten kunnen worden afgebouwd. Op basis hiervan ontstaat een beeld van het gemeentelijk takenpakket waaruit duidelijk wordt waar welke keuzeruimte bestaat en welk deel feitelijk vastligt. Dit beeld zal medio januari 2024 met u gedeeld worden. Ten aanzien van de keuzeruimte wordt vervolgens in kaart gebracht wat de gevolgen zijn als een taak wordt beëindigd of op een (kwalitatief) mindere manier wordt uitgevoerd.
Voor deze impactbeoordeling denken wij aan de volgende criteria: Mate van beïnvloedbaarheid Gevolgen voor de stad: o Kwaliteit openbare ruimte o Kwaliteit aanwezige voorzieningen o (Directe) gevolgen voor inwoners De impactbeoordeling stellen we in samenspraak met stakeholders op. Zij worden daarbij nadrukkelijk uitgenodigd aan te geven welke gevolgen zij zien van het afbouwen dan wel stopzetten van gemeentelijke dienstverlening. Ook vragen wij expliciet alternatieve mogelijkheden aan te dragen. Dit gegeven het feit dat we hoe dan ook tot keuzes moeten komen willen we een sluitend meerjarenperspectief bereiken. Van alle bijeenkomsten wordt verslag gelegd en de afdronk daarvan landt in een nota ombuigingsmogelijkheden 2025 – 2028 waarin we beschrijven:
Wat de ombuigingsmaatregel is; Welke besparing (op welk moment) daarvan wordt verwacht; Wie en wat daardoor in de stad wordt geraakt; Welke gevolgen dat dan zijn; Hoe die gevolgen zich verhouden tot de eerdergenoemde prioritering en Of er mogelijke alternatieven zijn.
De nota zal eind maart aan uw raad worden aangeboden. Bespreking van de nota in april geeft vervolgens richting voor de verwerking van de maatregelen in de Kadernota 2025. Vanzelfsprekend is die bespreking openbaar en zijn stakeholders uit de stad daarbij van harte welkom. De Kadernota 2025 wordt vervolgens opgesteld en eind mei aan de raad aangeboden. Daarin leggen wij, gehoord alle gesprekken en input, de te maken keuzes voor het meerjarenperspectief aan u voor. De kadernota 2025 wordt in de raadscyclus van juni behandeld en daarbij bestaat de mogelijkheid voor stakeholder om in te spreken. Wij zijn ons ervan bewust dat een dergelijk traject, en elke daarin te maken keuze, consequenties heeft voor de samenleving. Het is daarom van belang hier zorgvuldig en transparant mee om te gaan.
Dat doen wij door in aanloop naar de begrotingsraad op 2 november aanstaande over dit voorgenomen traject de communicatie te starten en de nadere uitwerking voor te bereiden. Op die manier betrekken wij alle belanghebbenden zo vroeg mogelijk en vergroten wij de kans dat vanuit de stad zelf mooie alternatieven en initiatieven worden aangedragen. Verder voorzien wij de volgende communicatiemomenten: 1. Het op gezette tijden informeren van de gemeenteraad en de stad over de financiële situatie en de onzekerheden die onder andere voortkomen uit de rijksoverheid en structurele effecten op langere termijn. 2. Rondom de te organiseren openbare bijeenkomsten en raadplegingen om input te verzamelen van stakeholders. 3. Het regelmatig informeren van de gemeenteraad over de voortgang, dit zal een specifiek onderdeel zijn van elk P&C product.
Bijlage Om de effecten van ontwikkelingen binnen de rijksoverheid op onze eigen begroting te monitoren en te concretiseren volgen we nauwlettend de berichtgeving en circulaires van zowel het Rijk als de VNG. Tegelijkertijd actualiseren we via de P&C cyclus de ramingen in de begroting 2024. Ons voornaamste doel hierbij is om te beschikken over een actueel financieel beeld, zodat we kunnen vaststellen in welke orde van grootte onze beslissingen moeten worden genomen. Daarom sluiten wij op voorhand geen knoppen uit en zijn voornemens verschillende opties te onderzoeken die ook effect kunnen hebben op het verlagen van de lasten of verhogen van de baten. Deze opties omvatten minimaal het volgende het onderzoeken van mogelijkheden om de inkomsten te verhogen. Dit kan onder andere betekenen dat we subsidies aanvragen bij regionale, nationale en Europese overheden en tarieven voor gemeentelijke diensten herzien. Nastreven van efficiëntieverbeteringen, waaronder procesoptimalisatie, digitalisering en het verkennen van samenwerkingsopties met andere gemeenten, vormen een tweede onderzoeksgebied. Tot slot zijn wij van plan financieel-technische maatregelen te onderzoeken.
Hierbij valt te denken aan het beoordelen of de afschrijvingstermijnen en gehanteerde restwaardes in lijn zijn met de werkelijkheid, en het overwegen van het vormen van reserves om op langere termijn meer financiële stabiliteit te bereiken.