CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-174 Bijlage 14 Aanmeldnotitie vormvrije-m.e.r.pdf

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Bestemmingsplan Buizerdlaan-Kauwenhof5.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023-174 Bijlage 14

Rapport

Aveco de Bondt BV Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling project projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

Bestemmingsplan Buizerdlaan Nieuwegein 214168 Jeroen Hendriks BPD Ontwikkeling B.V. - Amsterdam IJsbaanpad 1 A 1076 CV AMSTERDAM

contactpersoon

T. Manoch

versie

3

auteur

Juul Osinga

gecontroleerd

Jeroen Hendriks

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Toetsingskader Leeswijzer

3 3 3 3

2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.3 2.3.1 2.3.2

Procedurele en inhoudelijke aspecten Wet- en regelgeving Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen Is er sprake van een plan of een besluit? Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Procedure en betrokken partijen Betrokken partijen Procedure

4 4 5 5 5 5 6 6 6 6

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.3

De vormvrije m.e.r.-beoordeling De plaats en kenmerken van het project Kenmerken van het potentiële effect Archeologie en cultuurhistorie Bodem Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Flora en Fauna Verkeer en parkeren Samenvatting milieueffecten

7 7 9 9 10 10 11 12 13 13 14 16

4 4.1 4.2

Beoordeling van de effecten en conclusies Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

17 17 17

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemers (BPD Ontwikkeling B.V. en Lidl) zijn voornemens op de locatie Buizerdlaan 12 in Nieuwegein maximaal 45 woningen en een nieuwe supermarkt met parkeergelegenheden te realiseren. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt een ruimtelijke procedure doorgelopen voor de wijziging van het vigerende bestemmingsplan, daarbij dient onderbouwd te worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en aan geldende wet- en regelgeving. 1.2 Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Deze aanmeldnotitie betreft de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente Baarn) kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. In hoofdstuk 4 worden de conclusies van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P3

2

Procedurele en inhoudelijke aspecten

2.1 Wet- en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er zijn drie onafhankelijke aanvliegroutes die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht, te weten toetsing aan het Besluit m.e.r, uitvoering van een passende beoordeling Wnb en/of toetsing aan de provinciale milieuverordening. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Onderstaande figuur geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn hiervoor.

Figuur 2.1: soorten milieueffectrapportage

Onderstaand zijn de drie vormen van een milieueffectrapportage nader toegelicht: • m.e.r-plicht: voor activiteiten die zijn opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde daarvan overschrijden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. • m.e.r.-beoordelingsplicht of plan-m.e.r.: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde overschrijden geldt de (formele) m.e.r. beoordelingsplicht. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de plan-m.e.r. • vormvrije m.e.r.-beoordeling: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar niet de drempelwaarde overschrijden geldt de (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht.

De procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie is nagenoeg gelijk aan de (formele) m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P4

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit? Onderhavig plan betreft een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit (kolom 4). Om te beoordelen of onderhavig plan m.e.r.(beoordeling)plichtig is volgt eerst een korte omschrijving van het project. 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis daarvan is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Op basis van het onderzoek naar flora en fauna (soortenbescherming en gebiedsbescherming) blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming niet benodigd is (zie hoofdstuk 3.2). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Utrecht heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt derhalve niet tot m.e.r.-plicht.

2.2.3 Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Toetsing aan D-lijst De beoogde ontwikkeling komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 1.1 op de volgende pagina): • Onderdeel D.11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Tabel 1: D-lijst, bijlage, besluit Milieueffectrapportage

D11.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of

In gevallen waarin de activiteit

De structuurvisie,

De vaststelling van het plan,

uitbreiding van een

betrekking heeft op:

bedoeld in de artikelen

bedoeld in artikel 3.6,

stedelijk

1°. een oppervlakte van 100

2.1, 2.2 en 2.3 van de

eerste lid, onderdelen a en

ontwikkelingsproject

hectare of meer,

Wet ruimtelijke ordening,

b, van de Wet ruimtelijke

met inbegrip van de

2°. een aaneengesloten gebied en

en het plan, bedoeld in

ordening dan wel bij het

bouw van winkelcentra

2000 of meer woningen omvat, of

artikel 3.1, eerste lid, van

ontbreken daarvan van het

of parkeerterreinen.

3°. een bedrijfsvloeroppervlakte

die wet.

plan, bedoeld in artikel 3.1,

van 200.000 m2 of meer.

eerste lid, van die wet.

De drempelwaarden in kolom 2 worden door onderhavig plan niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P5

2.2.4 Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Het onderhavige plan komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden. Het plan heeft namelijk een oppervlakte van 2 hectare, er worden maximaal 45 woningen gerealiseerd, en de bedrijfsvloeroppervlakte is 2.200 m2. Het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Het bestemmingsplan is te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r. Op basis van het vorengaande wordt geconcludeerd dat een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. De (vormvrije) m.e.r. beoordeling wordt aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. 2.3

Procedure en betrokken partijen

2.3.1 Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. BPD Ontwikkeling B.V. en Lidl zijn initiatiefnemer van onderhavig plan. De Gemeente Nieuwegein treedt op als bevoegd gezag. De gemeente moet immers een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken 2.3.2 Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: de vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het bestemmingsplan.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P6

3

De vormvrije m.e.r.-beoordeling

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Nieuwegein) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 3.1 De plaats en kenmerken van het project Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. de omvang van het project Het plangebied is gelegen in de wijk Doorslag in Nieuwegein. Het plangebied heeft een oppervlakte van iets meer dan 2 hectare. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 45 grondgebonden hoek- en rijwoningen en een supermarkt met een bruto vloeroppervlak van ca. 2.200 m2. B. de cumulatie met andere projecten In de omgeving van het projectgebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof.

Naast de reguliere materialen en hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt in het onderhavige plan. Woningen worden bovendien niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en kennen een hoge energieprestatie. Het gebruik van de afvalstoffen draagt niet bij aan belangrijke nadelige milieugevolgen. D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van onderhavig plan, toekomstige huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van woningen en bedrijfsmatig afval van de nieuwe supermarkt. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. E. verontreiniging en hinder Voor verontreiniging en hinder kunnen diverse aspecten relevant zijn, te denken aan bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, geluidhinder, verkeershinder, hinder in de vorm van verstoring van natuurwaarden door bijvoorbeeld stikstof, geluid en licht, etc. Ten aanzien van bovengenoemde aspecten wordt onder paragraaf 3.2, kenmerken van het mogelijke effect, beschreven wat de mogelijk effecten zijn. F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van woningen en een supermarkt betreft geen risicovolle inrichting.

Er liggen wel een aantal risicobronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In paragraaf 3.2. wordt verder ingegaan op het aspect externe veiligheid. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P7

verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. In paragraaf 3.2 wordt daar verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water. G. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling) in de huidige situatie is het plangebied braakliggend. De directe omgeving bestaat vooral uit woonwijken en het Fletcher hotel Nieuwegein. Het plan voorziet niet in realisatie van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting. Met de vestiging van een supermarkt zijn op voorhand geen risico’s voor de menselijke gezondheid te verwachten. In paragraaf 3.2. wordt meer specifiek ingegaan op eventuele risico’s voor de menselijke gezondheid indien effecten van het plan een plangrensoverschrijdend effect hebben. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: H. het bestaande grondgebruik In de huidige situatie is het plangebied braakliggend en heeft het een bestemming voor kantoordoeleinden. I.

relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied is een beperkte aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen. In de omgeving van Nieuwegein liggen verschillende natuurgebieden. Op iets minder dan een kilometer afstand ligt het dichtstbijzijnde NNN gebied. Op 6,3 km afstand zijn ook natura 2000 gebieden gelegen. In paragraaf 3.2. wordt onder ‘flora en fauna’ nader ingegaan op potentiële effecten van het project op de aanwezige natuurlijke hulpbronnen. J.

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: − wetlands, oeverformaties, riviermondingen − kustgebieden − berg- en bosgebieden − natuurreservaten en -parken − gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; − gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen − gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid − landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Het plangebied zelf is niet gelegen in een van bovenstaande gebieden. In de omgeving zijn dergelijke gebieden wel aanwezig. In paragraaf 3.2. wordt meer specifiek ingegaan op het opnamevermogen van het natuurlijke milieu indien effecten van het plan een plangrensoverschrijdend effect hebben.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P8

3.2 Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn onder paragraaf 3.1 (de plaats en kenmerken van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: • de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; • de aard van het effect; • het grensoverschrijdend karakter van het effect; • de intensiteit en de complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; • de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; • de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de veelal geringe aard en omvang van het effect worden niet alle criteria expliciet in overweging genomen. 3.2.1 Archeologie en cultuurhistorie Potentiële effecten ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn met name gerelateerd aan verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden en aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen het plangebied.

Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, Transect B.V., mei 2019, Transect-rapport 2204 • Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase, Transect B.V., november 2021, Transect-rapport 3372 Huidige situatie Uit het uitgevoerde archeologisch onderzoek is naar voren gekomen dat er een lage archeologische waarde aan het plangebied kan worden toegekend. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Toekomstige situatie Gelet op de lage archeologische waarde en de afwezigheid van cultuurhistorische waardevolle elementen is geen Verstoring of aantasting te verwachten. Indien toch archeologische waarden worden aangetroffen geldt de zorgplicht, waarmee eventuele verstoring te ondervangen is. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P9

3.2.2 Bodem Potentiële effecten ten aanzien van bodem zijn op voorhand niet te verwachten. Er wordt geen activiteit mogelijk gemaakt die een mogelijk bodemrisico met zich mee brengt. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Verkennend bodemonderzoek, Lievense CSO, 06-09-2016, Documentcode:16M1170.RAP001 • Aanvullend bodemonderzoek, plangebied Buizerdlaan 12 Nieuwegein, Wareco, 16-04-2021, projectnummer 205830 Huidige situatie Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek blijkt dat in de grond en het grondwater op de locatie maximaal licht tot matig verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Op basis van de resultaten van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek zijn er vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen bouwplannen. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem, er worden namelijk geen activiteiten mogelijk gemaakt die als bodembedreigend gekwalificeerd kunnen worden. De bodemkwaliteit is bovendien geschikt voor het beoogd gebruik. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

3.2.3 Bedrijven en milieuzonering Potentiële effecten ten aanzien van bedrijven en milieuzonering zijn met name gerelateerd aan de realisatie van milieubelastende activiteiten en de hinder die zij veroorzaken op de omgeving en vise versa. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009) Huidige situatie Het plangebied kan worden aangemerkt als een gemengd gebied. In de omgeving komen verschillende functies voor, waaronder wonen, een hotel en kantoordoeleinden. Met de komst van de supermarkt wordt daar nog detailhandel aan toegevoegd. Verder is er een provinciale weg en rijksweg gelegen langs het plangebied. Deze combinatie van factoren maakt het gebied tot een gemengd gebied waar reeds sprake is van een hogere mate van hinder. In een gemengd gebied kunnen de richtafstanden die gehanteerd worden tussen bedrijven en gevoelige functies met één afstandsstap worden verkleind. In de directe omgeving van het plangebied is alleen het ten noorden gesitueerde Fletcher hotel Nieuwegein relevant in het kader van bedrijven en milieuzonering. Hier is eveneens sprake van een conferentieoord. Volgens de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009) vallen dergelijke bedrijven in categorie 1. In een gemengd gebied is bij categorie 1 bedrijven sprake van een richtafstand van 0 meter.

Toekomstige situatie Binnen het plangebied worden woningen en een supermarkt voorzien. De afstand tussen het hotel en de binnen het plangebied geprojecteerde woningen voldoet ruimschoots aan deze geldende richtafstand, ook wanneer wordt uitgegaan van de richtafstand voor een rustige woonwijk . datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 10

De supermarkt betreft een categorie 1 bedrijf. Dit houdt in dat de supermarkt minimaal 10 meter van een zogenoemde rustige woonwijk moet liggen. De afstand tussen de supermarkt, de binnen het plangebied geprojecteerde woningen en bestaande woningen in de omgeving voldoet ruimschoots aan deze afstand. De afstand is namelijk meer dan 30 meter en voldoet dan ook aan de richtafstand voor een rustige woonwijk. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.4 Externe veiligheid Potentiële effecten ten aanzien van externe veiligheid zijn met name gerelateerd aan de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving van het gebied en/of de realisatie van risicovolle inrichtingen binnen het plan. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Omgevingsveiligheid en risicoanalyse externe veiligheid, Adviesgroep Aviv B.v.

12 oktober 2022, Project 204294 Huidige situatie In de huidige situatie zijn de volgende risicobronnen in de buurt van het plangebied aanwezig:  Een hoge druk aardgasleiding van de Gasunie;  Een kerosineleiding van Defensie Pijpleiding Organisatie;  De Rijksweg A2 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt Toekomstige situatie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de huidige risicobronnen in het gebied geen gevaar vormen voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. De invloedsgebieden van de leidingen vallen voor een klein deel in het plangebied, maar de geplande woningen zijn hier buiten gesitueerd. Vanwege het berekende groepsrisico door de aardgasleiding is een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd, dit vormt geen aanleiding voor het uitvoeren van een volwaardige milieueffectrapportage. Het plangebied ligt op een afstand groter dan 200 meter vanaf de rijksweg A2. Dit betekent dat het plangebied op een veilige afstand ligt van de A2. De verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Het plan zelf voorziet in de toekomstige situatie niet in de realisatie van nieuwe risicobronnen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 11

3.2.5 Geluid Potentiële effecten ten aanzien van geluid zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast dient de geluidsbelasting vanuit de omgeving op de te realiseren woningen in beschouwing te worden genomen. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Akoestisch onderzoek, Aveco de Bondt, 25 oktober 2022 Huidige situatie Het terrein is braakliggend en er zijn geen geluidsgevoelige objecten aanwezig of toegestaan. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Rijksweg A2, N210/Wijkslootweg/Weg naar de Poort en Buizerdlaan. Toekomstige situatie Binnen het plangebied worden geluidsgevoelige objecten (woningen) gerealiseerd. In de Wet geluidhinder is beschreven dat alle wegen een zone hebben. Vanwege de Rijksweg A2 is sprake van een buitenstedelijke situatie en bedraagt de geluidzone 600 meter (buitenstedelijke situatie en meer dan 5 rijstroken). Voor de N210/Weg naar de Poort/Wijkerslootweg is de zonebreedte van 350 meter (stedelijke situatie en meer dan 2 rijstroken). De zonebreedte van de Buizerdlaan is 200 meter (stedelijke situatie en 2 rijstroken). De nieuwe woningen zijn gelegen binnen de wettelijke geluidzone van deze wegen. De geluidbelasting op de woningen zijn berekend en conform de Wgh beoordeeld per weg.

Hieruit blijkt het volgende: • Rijksweg A2: Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 51 dB bedraagt, na aftrek artikel 110g Wgh (2 dB). Op 39 woningen is sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 48 dB, maar blijft de geluidbelasting binnen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. • N210/Wijksloterweg/Weg naar de Poort: Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting niet meer bedraagt dan 51 dB, na aftrek conform artikel 110g Wgh (2 of 5 dB). Hiermee wordt de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet overschreden. • Buizerdlaan: Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Buizerdlaan ten hoogste 57 dB bedraagt, na aftrek artikel 110g Wgh. Op de 18 woningen is sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 58 dB, maar blijft de geluidbelasting binnen de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Uit het onderzoek blijkt dat het treffen van bron- en overdracht maatregelen op bezwaren stuit van financiële en/of stedenbouwkundige aard. Het advies is daarom om een hogere waarde vast te stellen voor een aantal woningen. Elke woning heeft een gevel waarop de geluidbelasting niet meer bedraagt dan de voorkeurswaarde. Ook is de gecumuleerde geluidbelasting ten minste eén gevel van elke woning niet hoger dan 55 dB en is hiermee geluidluw.

Hiermee beschikt elke woning over een buitenruimte die niet aan de hoogst belaste zijde is gesitueerd. Ook kan minste één slaapkamer die niet aan de hoogste geluidbelaste zijde is gesitueerd. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 12

3.2.6 Luchtkwaliteit Potentiële effecten ten aanzien van luchtkwaliteit zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt. Daarnaast dient de luchtkwaliteit in het gebied in beschouwing te worden genomen. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Huidige situatie Op basis van de geraadpleegde bronnen blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof (PM10), fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxide NO2 ter plaatse van het plangebied ver onder de wettelijke norm zit. In 2020 bedraagt de achtergrondbelasting respectievelijk 19,4 µg/m³ (PM10), 11,9 (PM2,5) en 24,1 µg/m³ (NO2). Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke normen. Ook wordt voldaan aan het aantal overschrijdingsdagen dat jaarlijks maximaal toelaatbaar is. Toekomstige situatie Gelet op de ligging van het plangebied langs de Rijksweg A2 en provinciale weg N210 is toetsing aan het besluit gevoelige bestemmingen relevant. Het deel van het plangebied waar woningbouw voorzien is, is niet gelegen binnen de onderzoekszone van de provinciale weg, maar wel deels gelegen binnen de onderzoekszone van de Rijksweg A2. Er is echter geen sprake van een overschrijding of dreigende overschrijding van een grenswaarde.

Bovendien worden er geen gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen het plangebied. Het besluit gevoelige bestemmingen vormt dan ook geen belemmering voor het plan. Gelet op de aard en omvang van de voorliggende ontwikkeling is het aan te merken als een project welke 'niet in betekende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.2.7 Flora en Fauna Potentiële effecten ten aanzien van flora en fauna zijn met name gerelateerd aan soortenbescherming binnen en direct rondom het plangebied en gebiedsbescherming van natuurgebieden. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • QuickScan Natuurtoets Buizerdlaan 12, 24-07-2019, EcoGroen, projectcode 19-241 • AERIUS-calculatie Bestemmingsplkan Buizerdlaan-Kauwenhof, Aveco de Bondt, 25-10-2022 Huidige situatie Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Uiterwaarden Lek, dat is gelegen op 6,3 kilometer afstand, ten zuidwesten van het plangebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het natuurnetwerk is gelegen op 850 meter afstand, ten zuiden van het plangebied.

Uit het uitgevoerde natuuronderzoek blijkt het volgende • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 13

•

In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene, grondgebonden zoogdieren en amfibieën aangetroffen en/of te verwachten. Voor de te verwachten soorten geldt een provinciale vrijstelling. Er zijn in het plangebied geen vogelsoorten aanwezig of te verwachten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten van struwelen en bomen en daken. In het plangebied zijn geen standplaatsen van flora of vaste verblijfplaatsen van reptielen, vissen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten.

Toekomstige situatie Vanwege deze afstand tot de natuurgebieden in de omgeving en de tussengelegen infrastructuur en bebouwing is negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet te verwachten. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging heeft geen negatieve effecten als gevolg van additionele verstoring door geluid en licht op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Emissie van stikstof kan echter over grotere afstand de natuur beïnvloeden, derhalve is een separate AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de Aeriusberekening blijkt dat de totale stikstofemissie tijdens de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden (depositie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar) Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren en verblijfplaatsen van algemene, grondgebonden zoogdieren en amfibieën met een provinciale vrijstelling verloren gaan. Voor deze soorten geldt in voorliggende situatie automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

3.2.8 Verkeer en parkeren Potentiële milieueffecten ten aanzien van verkeer en parkeren zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt en de realisatie van voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. Eventuele gevolgen daarvan ten aanzien van geluid, natuur en luchtkwaliteit zijn reeds in eerdere paragrafen in beschouwing genomen. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Verkeersstudie locatie Buizerdlaan Nieuwegein, HGCA B.V., 18 november 2022 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Buizerdlaan, waar ook het Fletcher Hotel Nieuwegein en de omliggende woonwijk ‘Doorslag’ op ontsluit. Het plangebied is nu verder braakliggend en voorziet niet in parkeervoorzieningen en wegen. Toekomstige situatie Door de ligging van de locatie in Nieuwegein zal het verkeer van en naar de supermarkt zich geleidelijk verdelen over de Buizerdlaan in noordelijke en zuidelijke richting. Verkeer van en naar de woonbuurt is naar verwachting deels lokaal en deels bovenlokaal georiënteerd. Ingeschat wordt dat 2/3e deel van het verkeer via de Buizerdlaan van en naar de nabij gelegen A2 zal rijden. Het overige verkeersdeel zal een herkomst en bestemming hebben in zuidelijke richting.

De wacht tijd zal bij het kruispunt Leeuwerik-Buizerdlaan licht toenemen, maar dit zal niet voor grote problemen zorgen. datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 14

Voor de aansluiting Buizerdlaan-Wijkslootweg is er onderzocht of dit problemen met zich mee gaat dragen door langere wachttijden. Dit zal niet het geval zijn omdat de ingang van het parkeer terrein op 200 meter afstand van de ontsluiting ligt. Op basis van de huidige verkeersdruk is een wachtrij van 200 meter of meer zeer onwaarschijnlijk. Daarbij zijn ook geen klachten bekend met de kwaliteit van de verkeersafwikkeling bij de aansluiting naar het Fletcher hotel. Het stedenbouwkundig plan voorziet in 72 parkeerplekken voor de woningen. Voor de supermarkt biedt het bestemmingsplan planologisch de ruimte om op maaiveld ten minste 90 parkeerplaatsen te realiseren, waarbij tevens de mogelijkheid bestaat voor een parkeergarage met maximaal 59 parkeerplaatsen. Hiermee wordt in ruime mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer en parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 15

3.3 Samenvatting milieueffecten In tabel 3.1 zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Tabel 3.1 Milieueffecten (milieu)Thema

Conclusie beoordeling potentiële

Doorlopen m.e.r.-procedure

effecten

noodzakelijk

Archeologie en cultuurhistorie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van

Nee

archeologie en cultuurhistorie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Bodem

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem Nee geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Bedrijven en milieuzonering

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van

Nee

bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Externe veiligheid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe Nee veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

Geluid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid

Nee

geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Luchtkwaliteit

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van

Nee

luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Flora en Fauna

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van

Nee

soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Verkeer en parkeren

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer Nee en parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 16

4

Beoordeling van de effecten en conclusies

4.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Het voornemen om woningbouw te realiseren binnen het plangebied leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Geadviseerd wordt om het college van B&W van de gemeente Nieuwegein op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum referentie

18 november 2022 214168_R_JOA_1224

P 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=c8d79615-39b2-4365-8570-4c6016020f71