2023-158 Bijlage 1 Kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
Postbus 1 3430 AA
Bezoekad res
Stadsplein 1 3431 LZ www.nieuwegein.nl
2023-158 Bijlage 1
Kadernota 2024
Raadsnummer
2023-158
Datum
31 mei 2023
Auteur
Ronnie Hunting
Versie
Definitief
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Inhoudsopgave
....................................................................................................................... 1 1
Bestuurlijk perspectief .................................................................................. 3
2
Financieel perspectief ................................................................................... 4
3
2.1
Meerjarenperspectief ............................................................................ 4
2.2
Ontwikkelingen vanuit het Rijk ............................................................... 4
2.3
Groei van de stad (financieel) ................................................................ 5
2.4
Overige financiële uitgangspunten .......................................................... 6
Ontwikkelingen ............................................................................................ 7 3.1
Bestuur en Dienstverlening .................................................................... 7
3.2
Wonen en Economie ............................................................................. 8
3.2.1
Ontwikkelingen bestaand ................................................................... 8
3.2.2
Ontwikkelingen nieuw....................................................................... 10
3.3 3.3.1
Ontwikkelingen bestaand .................................................................. 12
3.3.2
Ontwikkelingen nieuw....................................................................... 13
3.4
Ontwikkelingen bestaand .................................................................. 15
3.4.2
Ontwikkelingen nieuw....................................................................... 15 Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming ........................ 16
3.5.1
Ontwikkelingen bestaand .................................................................. 16
3.5.2
Ontwikkelingen nieuw....................................................................... 17
3.6
5
Vrije Tijd ............................................................................................ 15
3.4.1
3.5
4
Leefomgeving en Veiligheid .................................................................. 12
Bedrijfsvoering.................................................................................... 19
3.6.1
Ontwikkelingen bestaand .................................................................. 19
3.6.2
Ontwikkelingen nieuw....................................................................... 20
3.7
Algemene dekkingsmiddelen ................................................................. 21
3.8
Verbonden partijen .............................................................................. 21
Financieel perspectief geactualiseerd ............................................................. 22 4.1
Voorlopig begrotingssaldo 2024 – 2027.................................................. 22
4.2
Ontwikkeling begrotingssaldo op de langere termijn ................................ 23
4.3
Vervolg .............................................................................................. 27
Doorontwikkeling P&C cyclus ........................................................................ 28
2 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
1
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Bestuurlijk perspectief
Er is al langer sprake van turbulente tijden voor gemeenten. Dat heeft ook zijn uitwerking op de gemeentelijke financiën. Ontwikkelingen rondom het Gemeentefonds, de coronapandemie, de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en niet in de laatste plaats de (financiële) gevolgen van het regeerakkoord Rutte IV hebben grote impact (gehad) op de financiën van gemeenten. In de inleiding op de jaarstukken 2022 constateerden wij dat Nieuwegein er weliswaar in financiële zin goed voor staat, maar tegelijkertijd zien wij twee ontwikkelingen die ons zorgen baren. In de eerste plaats zien wij dat we onvoldoende structurele middelen ontvangen van het Rijk en dat er in toenemende mate incidentele middelen ter beschikking worden gesteld. In de tweede plaats constateren we dat de arbeidsmarkt maakt dat we op sommige terreinen in onvoldoende mate deskundig personeel kunnen vinden. Dit maakt dat we het tempo waarmee we ambities willen realiseren minder dan voorheen kunnen waarmaken. We blijven op zoek naar balans en blijven koersen op realisatie van ambities binnen een ingewikkelde arbeidsmarkt. In de voorliggende Kadernota vertaalt dit zich in een financieel meerjarenperspectief dat voor 2024 en 2025 sluitend (te maken) is, maar daarna verslechtert. Terwijl de opgaven zeker niet kleiner worden.
Wij vertrouwen erop dat het rijk met voldoende middelen komt, maar vinden het, als het rijk niet of te laat met aanvullende middelen komt, niet meer verantwoord om (ingrijpende) keuzes langer uit te stellen. Daarom komen wij bij de begroting 2024 met een voorstel voor een plan van aanpak voor het sluitend maken van het meerjarenperspectief. Belangrijke criteria die we daarbij als kaders meenemen zijn in ieder geval het op orde houden van de bestaande stad en de drie pijlers uit de omgevingsvisie, te weten gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. In de Kadernota 2025 moet duidelijk zijn welke keuzes we moeten maken te maken, zodat ze in de meerjarenbegroting 2025 verwerkt kunnen worden.
3 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
2
Financieel perspectief
2.1
Meerjarenperspectief
4 (29)
Het financieel perspectief voor de Kadernota 2024 is gebaseerd op de meerjarenbegroting 2023 – 2026 (2022-343), aangevuld met de nota 1e technische wijziging 2023 (2023-078). Het jaar 2027 is nieuw in het meerjarenperspectief ten opzichte van de begroting 2023. Vanuit de 1e technische wijziging 2023 ontstaat het navolgende: (bedragen x € 1.000) Beginstand kadernota 2024
2025
2026
2027
Stand meerjarenbegroting 2023
1.219
4.246
-1.835
Stand eerste technische wijziging 2023
-238
-248
-255
-255
981
3.998
-2.090
-2.090
Saldo na 1e technische wijziging
2.2
Meerjarenbegroting 2024-2027 2024
-1.835
Ontwikkelingen vanuit het Rijk
Uit het saldo na 1e technische wijziging 2023 blijkt dat het “ravijnjaar 2026” is doorgetrokken naar het daaropvolgende jaar. Daar moet nog een aantal ontwikkelingen aan worden toegevoegd om ook voor dat jaar een solide vertrekpunt te verkrijgen. Allereerst zijn er ontwikkelingen vanuit het rijk die van invloed zijn op de hoogte van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. Het rijk heeft toegezegd om, in aanvulling op de systematiek voor loon- en prijsontwikkeling, aanvullende compensatie voor de effecten van de hogere inflatie in 2022 te bieden. Uit de voorjaarsnota blijkt dat dit voor een flink lager bedrag is, dan eerder genoemd. Verder wordt in de voorjaarsnota duidelijk dat het kabinet de incidentele oplossing voor het “ravijnjaar” 2026 structureel wil maken. Tot slot heeft het rijk het voornemen om vanaf 2027 een deel van het accres van het Gemeentefonds te koppelen aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP). Dit komt dan in de plaats van de “trap op, trap af” systematiek. Op deze wijze zou het gemeentefonds weer meebewegen met conjuncturele ontwikkelingen en ontwikkelingen als groei van de bevolking. Een definitief besluit over de financiële verhouding in de toekomst is er nog niet.
In samenspraak met de VNG wil het rijk kijken welke mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het belastinggebied, waarbij op basis van de uitkomsten een eventueel wetgevingstraject in gang wordt gezet. De verwachting is dat dit in de komende jaren nog geen effect zal hebben. Het rijk heeft met de VNG overeenstemming bereikt over uitstel van de korting hervormingsagenda Jeugd met twee jaar. Dit betekent dat gemeenten in 2024 en 2025 niet gekort worden op de middelen voor Jeugdzorg. Na 2025 zal een deskundigencommissie een zwaarwegend oordeel geven over de vraag wie verantwoordelijk is voor tekorten. De overeenstemming van VNG-zijde is onder voorbehoud van instemming van de leden tijdens de algemene ledenvergadering op 14
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
5 (29)
juni aanstaande. Belangrijke voorwaarde voor de VNG is dat het Rijk gemeenten duurzaam in staat stelt al hun taken goed uit te voeren. In onze ogen betekent dit dat er compensatie plaats zal vinden, of in de vorm van lagere lasten, dan wel via aanvullende middelen vanuit het rijk. Daarom ramen wij in deze Kadernota de middelen voor Jeugdzorg op het niveau dat eerdere arbitrage heeft uitgewezen. Dat betekent dat wij niet langer uitgaan van een korting van 25% op deze middelen die voor 2026 en 2027 voorzichtigheidshalve nog in onze ramingen was verwerkt. Voor de jaren 2026 en 2027 en verder betekent dit een voordeel van om en nabij € 750.000 en € 700.000. In de voorliggende Kadernota hebben wij een eerste inschatting op basis van de kabinetsvoornemens verwerkt. Ook hebben we daarin de effecten van de verwachte loon- en prijsontwikkelingen op de gemeentebegroting opgenomen. Dat leidt tot het onderstaande verwachte begrotingsbeeld: Algemene ontwikkelingen
Saldo na 1e technische wijziging
2024
2025
2026
2027
981
3.998
-2.090
-2.090
Ontwikkeling algemene uitkering
1.900
3.200
3.400
6.800
Ontwikkeling rijksbijdrage hervormingsagenda jeugd
1.480
1.760
750
700
Loon- en prijsontwikkelingen
-3.200
-3.800
-4.200
-7.500
Vrijval stelpost indexeringen
1.200
1.800
2.400
2.400
Saldo algemene ontwikkelingen
1.380
2.960
2.350
2.400
Saldo na algemene ontwikkelingen
2.361
6.958
260
310
De cijfers zijn gebaseerd op een eigen inschatting van de doorwerking voor onze gemeente. Definitieve cijfers kunnen wij op basis van de meicirculaire presenteren. Deze sturen wij via een aanvullende brief voor de behandeling van de Kadernota in de raad aan u toe. 2.3
Groei van de stad (financieel)
In de nota Duurzaam Financieel Evenwicht (DFE) die eind 2020 is vastgesteld (2020402) is vastgelegd dat de inkomsten die wij vanuit het Rijk ontvangen als gevolg de hogere groei van het aantal inwoners en woningen ten opzichte van de landelijke maatstaven afzonderlijk inzichtelijk wordt gemaakt en als volgt verdeeld wordt: •
20% wordt beschikbaar gesteld voor het inlopen van achterstanden/schaalsprong. Dit wordt ingezet voor investeringen in nieuwe voorzieningen en mobiliteitsaanpassingen die als gevolg van de groei noodzakelijk zijn.
•
80% wordt verdeeld over de begrotingsprogramma’s o.b.v. de relatieve omvang van de begrotingsprogramma’s.
Op basis van de huidige inzichten voorzien wij voor de komende jaren de volgende extra middelen als gevolg van groei van de stad:
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
(bedragen x € 1.000)
Huidige begroting
Omschrijving
2023
6 (29)
Meerjarenbegroting 2024-2027 2024
2025
2026
2027
Financiële Groei van de Stad: Algemene uitkering Extra inkomsten algemene uitkering
314
403
953
1.255
1.563
Waarvan: Beschikbaar voor extra voorzieningen (80%) Inzet voor extra voorzieningen
251 0
322 0
762 0
1.004 0
1.250 0
Nog beschikbaar in meerjarenperspectief
251
322
762
1.004
1.250
Waarvan: Beschikbaar voor schaalsprong/inlopen achterstanden (20%) Inzet voor mobiliteitsbeleid
63
81
191
251
313
0
-81
-191
-251
-313
63
0
0
0
0
OZB-inkomsten nieuwe woonruimten Inzet voor extra voorzieningen
0 0
121 0
173 0
229 0
266 0
Nog beschikbaar in meerjarenperspectief
0
121
173
229
266
Totaal beschikbaar
0
443
935
1.233
1.516
Nog beschikbaar in meerjarenperspectief Financiële Groei van de Stad: OZB-inkomsten
In de programmabegroting zal voor de jaarschijf 2024 worden aangegeven op welke onderdelen de beschikbare middelen, totaal € 443.000, worden ingezet. 2.4
Overige financiële uitgangspunten
Ramingen lonen en prijzen Het CPB verwacht dat de hoge inflatie vanaf 2024 duidelijk afzwakt. De stijging van de lonen neemt in de verwachtingen iets af, maar blijft hoger dan in de afgelopen jaren. In de begroting 2024 wordt rekening gehouden met aanpassing van de salarislasten en de prijsgevoelige budgetten conform de percentages van het CPB. Concreet zijn dat de onderstaande percentages: Uitgangspunten begroting 2024
2024
2025
2026
2027
Loonvoet sector overheid CEP 2023
5,20%
5,80%
4,80%
4,20%
Gemiddelde prijsstijging CEP 2023
2,75%
1,75%
1,75%
1,75%
Ontwikkeling tarieven
4,00%
3,80%
3,30%
3,00%
De budgetten in de meerjarenbegroting 2023-2026 passen we aan om op deze percentages uit te komen. Voor de tarieven stellen wij voor deze te laten stijgen met 4,0% in 2024. Het jaar 2027 is conform deze uitgangspunten toegevoegd aan de begroting. De bedragen daarvan zijn verwerkt in het financieel perspectief, dat hierboven is aangegeven. De stelpost indexering, die in de meerjarenbegroting 2023 was opgevoerd, zetten wij in om de loon- en prijsstijgingen in de meerjarenbegroting 2024 – 2027 op te vangen. Rentestand Vooralsnog gaan wij voor de berekening van de kapitaallasten uit van een rentepercentage van 1,0%. De gemeente Nieuwegein heeft in de afgelopen periode een aantal grote leningen aangetrokken. Daardoor hebben we op dit moment nog geen last van de sterk oplopende rente op de kapitaalmarkt.
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
3
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
7 (29)
Ontwikkelingen
In dit hoofdstuk gaan wij in op de ontwikkeling die wij voor 2024 en verder voorzien. We maken daarbij onderscheid tussen ontwikkelingen op de beleidsvoornemens die al in de meerjarenbegroting 2023 waren verwerkt en nieuwe ontwikkelingen die in de komende periode worden opgepakt. Onderwerpen die plaatsvinden op activiteiten waartoe al eerder is besloten, en onderwerpen die onontkoombaar zijn, worden in de Kadernota 2024 verwerkt. We presenteren deze, in overeenstemming met de opzet van de begroting, per begrotingsprogramma. Wij hopen dat dit bijdraagt aan het herkennen van de wijzigingen uit deze kadernota in de begroting 2024. 3.1
Bestuur en Dienstverlening
3.1.1. Ontwikkelingen bestaand Uitgifte reisdocumenten Onder het programma Bestuur en Dienstverlening vallen de taken van onze Stadswinkel. 2024 is het eerste piekjaar na de invoering van de 10-jarige geldigheid van reisdocumenten. Hierdoor verwachten wij een ruime verdubbeling van het aantal aanvragen in de jaren 2024 -2028 ten opzichte van de 5 jaar ervoor. De extra legesinkomsten en materiële uitgaven, die hiermee gepaard gaan, zijn in de meerjaren begroting geraamd. De extra inzet van personeel is niet geraamd. Het gaat om ongeveer 3 fte en een extra budget van € 200.000. Een andere ontwikkeling is een toename binnen de taak adresonderzoek/adresfraude. Over dit onderwerp is een toelichting opgenomen onder het programma Leefomgeving en Veiligheid. Programma Bestuur en dienstverlening
Uitgifte reisdocumenten Saldo programma Bestuur en dienstverlening
2024
2025
2026
2027
-200
-200
-200
-200
-200
-200
-200
-200
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
3.2
Wonen en Economie
3.2.1
Ontwikkelingen bestaand
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Omgevingswet De start van de Omgevingswet is 1 januari 2024. We zien 2024 als het jaar waarin we de werkwijze van de omgevingswet verfijnen en in de organisatie verder borgen. De gemeente ontvangt voor invoering van de omgevingswet ongeveer € 250.000 per jaar vanuit het Rijk de komende jaren (2023-2025). Deze middelen gebruiken wij om de aanpassingen in onze systemen en werkwijzen door te voeren. Denk hierbij aan de omzetting van de bestemmingsplannen in regels (‘de bruidsschat’) voor het omgevingsplan en extra ontwikkelkosten voor omgevingsprogramma’s. Het gaat om projectmatige en tijdelijke opdrachten (omzetting moet in 2029 gereed zijn) , die we voornamelijk met externen vormgeven en extern laten toetsen. De omgevingsvisie Nieuwegein (2021-066) kent geen financiële paragraaf. Ambities en keuzes uit de omgevingsvisie kunnen niet worden verwezenlijkt zonder budget, dus de financiën nemen we op in de uitwerkingen van de visie: de omgevingsprogramma’s. Er worden meerdere omgevingsprogramma’s in 2024 aan u voorgelegd. Dat betreft in eerste instantie en met voorrang het onderdeel Wonen en het onderdeel Gezondheid. Verder werken wij in 2024 aan het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit en leggen wij de startnotities van het omgevingsprogramma Duurzaamheid en energie en van het omgevingsprogramma Bodem in het 1e kwartaal 2024 aan u voor.
In de raad van 1 juni jongstleden heeft u het omgevingsprogramma klimaatadaptatie 2023-2026 (2023-113) behandeld. Met behulp van het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie willen we de stad zo inrichten dat de effecten van klimaatverandering goed kunnen worden opgevangen om in 2050 een klimaat adaptieve stad te zijn. De daarin opgenomen investeringskredieten voor de jaren 2024 tot en met 2026 (respectievelijk € 375.000, € 615.000 en € 630.000) verwerken wij, uitgaande van positieve besluitvorming op 1 juni, in de programmabegroting 2024. De dekking van de daaruit voortvloeiende kapitaallasten vindt plaats uit de beschikbare middelen voor klimaatadaptatie die reeds in de meerjarenbegroting 2023 zijn opgenomen. Parkeren Op basis van de analyse van de resultaten in het jaar 2022 schatten wij in dat de prognose van de parkeerexploitatie minder rooskleurig uitvalt dan in eerdere ja ren is berekend. De kosten (lasten) stijgen en de aantallen parkeerders blijven achter, terwijl het aantal bezoekers van City inmiddels weer op het niveau van voor corona zit. Ten opzichte van de periode voor corona met zo’n 10% en ondanks het feit dat corona inmiddels achter ons ligt, lijkt deze teruggang structureel. De eerder verwachte voordelen in de parkeerexploitatie verwachten wij de komende 10 jaar niet te realiseren. En de beschikbare reserve Parkeren is bijna uitgeput.
Op dit moment werken wij aan verschillende scenario’s om aan de ene kant de inkomsten te verhogen en anderzijds de uitgaven te verlagen. Daarbij onderzoeken wij ook of de bouw van P15 nog steeds noodzakelijk is. Wij zullen u over de uitkomsten
8 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
hiervan, voorafgaand aan de behandeling van de begroting, tijdens een avond voor de stad informeren. De financiële effecten ramen wij in deze Kadernota vooralsnog pm. Groei van de Stad (woningbouwprogramma) Zomer 2023 besluit de raad over het vervolg van de Pas op de Plaats voor woningbouw initiatieven en onder welke voorwaarden. Uit het onderzoek naar de groei van de stad komen vijf kritische succesfactoren die nodig zijn om verantwoord verder te ontwikkelen. De toepassing van die randvoorwaarden nemen we mee in de omgevingsprogramma’s. Dekking van eventuele kosten die hiermee gepaard gaan willen we zoeken in de inkomsten uit anterieure overeenkomsten, waarbij ook gekeken wordt in hoeverre deze voldoende kostendekkend zijn. Samenwerking regionaal ruimtelijk Op het gebied van regionale samenwerking spelen binnen dit programma drie ontwikkelingen. In twee gevallen bent u begin 2023 bijgepraat tijdens een Avond voor de Stad. 1. Versteviging elektriciteitsnetwerk In verband met de netwetkcongestie elektriciteit wil Stedin het elektriciteitsnetwerk verstevigen. Hiertoe heeft Stedin het verzoek gedaan aan alle overheden die nog geen aandelen in Stedin hebben, deze aan te kopen om met dit extra eigen vermogen goedkoper geld te lenen op de kapitaalmarkt. De keuze voor wel of geen publieke deelneming valt te verwachten na de zomer van 2023.
Op dat moment wordt ook duidelijk welke kosten er voor de gemeente mee gepaard gaan. 2. Publiek rolneming warmtenetwerk Het warmtenet Utrecht – Nieuwegein in bezit van energiebedrijf Eneco verzorgt ongeveer 50% van de Nieuwegeinse huishoudens van stadswarmte. De Wet collectieve warmte is in de maak waarmee minimaal een deel van de warmteinfrastructuur in publieke handen moet komen. De vraag ligt voor of wij daar als gemeente ook in het kader van publieke rolneming een rol in gaan spelen/investeringen in zullen doen. In de eerste plaats is het van belang daar strategisch over na te denken. De capaciteit die daarvoor benodigd is kan worden gedekt uit de Rijkssubsidie voor gemeenten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. De kosten voor eventuele deelname zijn dusdanig hoog dat wij op voorhand van mening zijn dat vanuit andere overheden zoals rijk en provincie hier compensatie voor verstrekt dient te worden. 3. U10 De samenwerking in U10 verband werkt goed en wordt op steeds meer terreinen intensiever. Zeker waar het gaat om het gezamenlijk realiseren van het integraal ruimtelijk perspectief. Ook het gezamenlijk optrekken richting bijvoorbeeld Den Haag werpt zijn vruchten af. Voor de inhuur van gerichte expertise voor de gezamenlijke realisatie van het integraal ruimtelijk perspectief is de deelnemende gemeenten gevraagd hier een bijdrage aan te leveren.
Voor gemeente Nieuwegein betekent dit structureel € 50.000 per jaar.
9 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
4. Opvang vluchtelingen Voor de opvang van vluchtelingen voorzien wij ook in 2024 nog een opgave voor onze stad, samen met de gemeenten in de regio. In de begroting 2024 zullen wij hiervoor de benodigde middelen ramen. Deze komen ten laste van de middelen die wij daarvoor van het rijk ontvangen en de reserve opvang Vluchtelingen waarvan bij de jaarrekening 2022 wordt voorgesteld deze in te stellen. 3.2.2
Ontwikkelingen nieuw
Gebiedsontwikkeling In de loop van 2022 werd bekend dat op termijn op twee plekken in de stad mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling ontstaan. Voor de locaties van Ecolab en Henkel aan de Brugwal werd bekend dat deze partijen stoppen met hun bedrijfsactiviteiten op deze locaties. Het Antoniusziekenhuis Nieuwegein zal in 2035 grotendeels Nieuwegein gaan verlaten. Er is urgentie rondom Ecolab/Henkel en we willen, samen met het Antonius, vroegtijdig verkennen welke opties we zien voor de locatie van het Antoniusziekenhuis. Beide locaties hebben gezien de ligging en omvang een kansrijk ontwikkelpotentieel. Vanaf de tweede helft van 2023 start de planvorming. Deze planvorming loopt door in 2024-2025. Om de planvorming voor beide locaties mogelijk te maken is budget nodig. Zowel ambtelijk/intern, als ook extern. Het gaat voor de jaren 2024 en 2025 om een bedrag van € 200.000 per jaar. Wij stellen voor deze bedragen aan de reserve grondbedrijf te onttrekken. Nieuwe woonwetgeving en implementatie daarvan Zowel op landelijk, provinciaal als lokaal niveau is de aandacht, de urgentie en daarmee de druk op woonvraagstukken groot, zowel kwantitatief als kwalitatief. Nieuwe wetgeving (o.a. Wet regie volkshuisvesting, Wet goed verhuurderschap, Wet betaalbare huur) is in de maak voor 2024. Om dit te implementeren en daarna adequaat uit te voeren is budget/capaciteit nodig.
De kosten daarvan ramen wij op € 100.000 per jaar. Bijdrage Merwedelijn en ontwikkelingen A12-zone Op 13 oktober 2022 is uw raad akkoord gegaan met een Nieuwegeinse bijdrage in een regionaal bod aan het Rijk, ter hoogte van € 15 miljoen ter cofinanciering van de Merwedelijn (2022-326). Onder de voorwaarde dat deze hoogfrequent en sneller rijdt tussen Utrecht CS en Nieuwegein City. U heeft daarbij ons de opdracht gegeven passende financiering voor deze bijdrage te zoeken en dit aan uw raad voor te leggen. Dit bedrag moet naar verwachting beschikbaar zijn rond 2035 en zal dan naar verwachting in tranches worden betaald. In 2023 worden in gesprekken met de regionale partners afspraken gemaakt waaraan de bijdrage vanuit Nieuwegein exact besteed gaat worden en op welke termijn. Wij zijn voornemens in de begroting 2024 een reserve in te stellen die de komende jaren gevoed gaat worden. Dit kan dan bijvoorbeeld uit de (tijdelijke) huurinkomsten uit de pauzelandschap Galecopperzoom (€ 85.000 p/j), extra OZB-opbrengsten uit nieuwbouw van woningen in City en Rijnhuizen en het bestemmen van mogelijke
10 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
11 (29)
positieve rekeningresultaten in de nabije toekomst. In het raadsvoorstel bij de jaarstukken 2022 hebben wij aangegeven ook een deel (50%) van het resultaat over het jaar 2022, dat in de algemene reserve wordt gestort, hiervoor te willen benutten. Het zou dan gaan om zo’n € 1,65 mln. euro. Dit zal dan via de begroting 2024 worden geëffectueerd. Binnen de reserve grondbedrijf labelen wij tegelijkertijd het bedrag dat nog in de nieuwe reserve ontbreekt zodat op elk gewenst moment de bijdrage voldaan kan worden. Naarmate de reserve Merwedelijn stijgt, neemt dan het aandeel dekking uit de reserve grondbedrijf af. De uitvoeringskosten voor de ontwikkelingen in de A12-zone zijn tot en met 2025 in de programmabegroting gedekt. Voor de periode daarna volgt in de loop van 2024 een voorstel. Programma Wonen en Economie
2024
Omgevingswet Bijdrage Rijk Omgevingswet Parkeren
2025
-250 250 pm
Groei van de Stad (woningbouwprogramma)
2026
-250 250 pm
0
2027
-250 0 pm
0
-250 0 pm
0
0
Samenwerking regionaal ruimtelijk: - Versteviging elektriciteitsnetwerk
pm
pm
pm
- Publiek rolneming warmtenetwerk
pm
pm
pm
- U10 - Opvang vluchtelingen
-50 pm
Gebiedsontwikkeling Onttrekking reserve Grondbedrijf
pm -200 200
Nieuwe woonwetgeving en implementatie daarvan Bijdrage Merwedelijn en ontwikkelingen A12-zone Sparen uit voordelige resultaten met reserve grondbedrijf als terugvaloptie Saldo programma Wonen en Economie
-50
pm -50
pm -200 200
-100
pm -50 pm 0 0
-100
0 0
-100
-100
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
-150
-150
-400
-400
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
3.3
Leefomgeving en Veiligheid
3.3.1
Ontwikkelingen bestaand
Woonfraude Woonfraude kent verschillende verschijningsvormen variërend van onrechtmatige inschrijving, onrechtmatige onder- en doorverhuur, tot onrechtmatige bewoning en gebruik. In 2023 werken wij aan een plan van aanpak waarin toezicht op alle woonfraude varianten integraal wordt georganiseerd. Het gaat om toezicht op de BRP, leegstand, op de huisvestingsverordening, opkoopbescherming en nieuwe wetgeving zoals de Wet goed verhuurderschap. Dit plan voeren wij vervolgens in 2024 en 2025 uit. Daarbij kiezen wij voor een pilotmodel waarbij na 2 jaar wordt bezien hoe verder met dit thema. De kosten bedragen € 120.000 per jaar en dekken wij uit de beschikbare gemeentelijke middelen voor leefbaarheid en veiligheid die in de programmabegroting 2023 voor de jaren 2023 t/m 2026 zijn opgenomen. Versterking samenwerking op toezichtstaken Op landelijk niveau wordt gewerkt aan het interbestuurlijk programma versterking vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-stelsel). Hier gaan mogelijk extra kosten mee gepaard. Wij ramen deze in de voorliggende Kadernota vooralsnog pm. Actualisatie beheerplannen openbare ruimte De beheerplannen voor beheer en onderhoud in de openbare ruimte zijn geactualiseerd. Deze actualisatie zal, onder de noemer nota kapitaalgoederen, in het najaar 2023 aan uw raad worden voorgelegd. Wij zien dat de inflatie stevig doorwerkt in alle beheerplannen.
In deze Kadernota houden wij alvast rekening met het beslag op de begroting 2024. Deze meerkosten ad € 390.000 dekken wij uit de reserve nota kapitaalgoederen. Voor de jaren daarna zien wij de kosten oplopen naar ruim € 1,5 mln. extra in 2027. Dit heeft, naast de genoemde inflatie, vooral te maken met de huidige staat van het onderhoud in combinatie met het feit dat een deel van de openbare ruimte/infrastructuur het eind van de levensduur nadert. Dit leidt in de komende jaren tot een forse toename in de investeringen met name bij wegen. Om de risico’s op aansprakelijkheid klein te houden en aan het afgesproken kwaliteitsniveau te blijven voldoen zijn hogere investeringen onontkoombaar. In aanloop naar de meerjarenbegroting 2024 voeren wij nadere analyses uit op deze uitkomsten en zetten wij deze af tegen de bestaande beschikbare middelen in de exploitatie en investeringskredieten. Daarnaast onderzoeken wij of fasering mogelijk is, mede met het oog op de beschikbare capaciteit (intern en extern). Ook wordt bekeken of dit een tijdelijke piek betreft, of dat een structurele verhoging van het investeringsniveau noodzakelijk is. Om die reden leggen wij in het najaar de beheerplannen ook met een doorkijk naar de komende 8 jaar aan u voor.
Tot slot onderzoeken wij welke mogelijkheden er zijn, om het financiële beslag op de begroting in de komende jaren te spreiden, in combinatie met het programma en de reserve Betere Buurten. In hoofdstuk 4 van deze Kadernota presenteren we hiervan al een
12 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
eerste opzet. De uiteindelijke uitkomsten voor 2025 en verder verwerken wij in de meerjarenbegroting 2024. Het is van belang om realistisch te plannen om oplopende vertraging en achterstanden te voorkomen. We constateren echter dat de arbeidsmarkt maakt dat we soms geconfronteerd worden met onverwachte vertragingen. Datzelfde geldt voor niet in beheerplannen opgenomen nieuwe werkzaamheden die met voorrang uitgevoerd moeten worden. Als daardoor planningen in de knel komen zullen we voorrang geven aan het reguliere beheer en onderhoud in de stad en de inzet vanuit het openbaar domein op gebiedsontwikkelingen temporiseren. Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Op 14 oktober 2021 is het Mobiliteitsprogramma Nieuwegein 2030 vastgesteld (2021386) Daarbij is het college opgedragen jaarlijks in de kadernota te komen met maatregelen die voortkomen uit dit programma. Voor de eerstkomende jaren ligt daarbij de focus op het langzame verkeer. Vanuit groei van de stad zijn middelen beschikbaar. Oplopend van € 81.000 in 2024 naar € 313.000 in 2027. Met deze middelen als uitgangspunt zullen uitvoeringsmaatregelen in de begroting 2024 worden verwerkt. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden om het begrotingsoverschot in 2025 voor een deel te benutten voor het mobiliteitsprogramma. Voor jaarlijks onderzoek in het kader van mobiliteit in de bestaande staat is een bedrag van € 50.000 noodzakelijk.
Deze middelen ramen wij via de Kadernota structureel. Openbaar Domein overig Met betrekking tot de werkzaamheden in de openbare ruimte zijn ook nog enkele andere posten in beeld gebracht. Daarbij gaat het o.a. om: •
Meerkosten doorfietsroute IJsselstein – Utrecht in verband met herinrichting beschermd dorpsgezicht Herenstraat. En bijdrage doorfietsroute Houten – Utrecht. Het betreft hier een investering van in totaal € 1.500.000, de jaarlijkse kapitaallasten bedragen € 150.000 vanaf 2025. Wij onderzoeken nog de mogelijkheden om hier vanuit de beschikbare middelen voor duurzaamheid en klimaat gedeeltelijk dekking voor te verkrijgen.
•
De reclameopbrengsten vallen al jaren lager uit dan geraamd en wij zijn voornemens deze op een realistischer niveau te ramen (nadeel € 100.000 structureel).
•
Het beheer van de dierenweides gaat over naar de gemeente en dat kost € 40.000 per jaar.
3.3.2
Ontwikkelingen nieuw
Invoering Wet kwaliteitsborging Bouwen (WKB) Per 1 januari 2024 is de WKB van kracht. Deze wet regelt dat niet voor alle bouwwerkzaamheden een (bouw) vergunning moet worden aangevraagd. Een melding is voldoende. De toezichtstaken worden belegd bij een private, gecertificeerde partij. Hierdoor kunnen bouw gerelateerde taken van de gemeente minder met leges gedekt worden. Deelname aan een pilot in 2023 heeft ons geleerd dat de markt nog niet
13 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
14 (29)
volledig klaar lijkt te zijn en dat het wenselijk is om de toezichthoudende taken vanuit de gemeente nog niet af te schalen. Daarnaast resteren er wel toezichtstaken zoals controle op de bouwmelding, de gereed melding en verschillende informatieplichten waar dus de minder leges tegenover staan. Om die reden wordt voorgesteld middelen beschikbaar te stellen voor behoud van de bestaande capaciteit in 2024 en 2025. Na die periode wordt bezien hoe de nieuwe samenwerking met de private partijen naar de verdere toekomst vorm kan krijgen. Wat betreft de kosten (€ 160.000 in 2024 en in 2025) stellen wij voor deze te dekken uit de reserve WABO aangezien dit WABO gerelateerde kosten zijn. Programma Leefbaaromgeving en veiligheid
2024
Woonfraude Inzet middelen leefbaarheid en veiligheid Omgevingsprogramma VTH-beleid Actualisatie beheerplannen openbaar domein Onttrekking reserve Beheer op orde
2025
-120 120 pm -390 390
2026
-120 120
2027
0 0
0 0
pm
pm
pm
pm pm
pm pm
pm pm
Mobiliteit: - Onderzoek mobiliteit in bestaande staat
-50
-50
-50
-50
- Uitvoeringsprogrammma Mobiliteit
-81
-191
-251
-313
Dekking uit financiële groei van de stad
81
191
251
313
Openbaar Domein overig: - Investeringen doorfietsroutes
0
-150
-150
-150
- Lagere raming reclame-inkomsten
-100
-100
-100
-100
- Beheer dierenweides naar gemeente
-40
-40
-40
-40
Invoering Wet kwaliteitsborging Bouwen (WKB) Onttrekking reserve WABO
-160 160
-160 160
0 0
0 0
-190
-340
-340
-340
Saldo programma Leefbaarheid en Veiligheid
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
3.4
Vrije Tijd
3.4.1
Ontwikkelingen bestaand
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
15 (29)
Verbindion Eerder dit jaar heeft de raad een aantal besluiten genomen met betrekking tot de verbouwing en verduurzaming van het Sport- en Evenementencomplex Merwestein (2023-020). Daarbij werd duidelijk dat dit consequenties heeft voor onze bijdrage aan Verbindion in het kader van de dienstverleningsovereenkomst. De eerste jaren loopt de bijdrage op en in de loop van de jaren `30 wordt dan een verlaging van de bijdrage verwacht. De bijdrage stijgt in 2026 met € 497.000 en in 2027 met € 680.000. Wij stellen voor deze stijging te dekken uit extra OZB-inkomsten groei van de stad en de hogere algemene uitkering die we in die jaren als gevolg van groei van de stad verwachten. 3.4.2
Ontwikkelingen nieuw
Evenemententerrein In november 2020 heeft de raad een motie aangenomen die het college opdraagt met een voorstel te komen voor een goed bereikbaar en geoutilleerd evenemententerrein. We hebben een haalbaarheidsonderzoek uit laten voeren wat inzicht geeft in de mogelijkheden hiervoor. De resultaten hiervan zijn op 6 april 2023 tijdens een avond van de stad aan de gemeenteraad gepresenteerd. De kosten komen op basis van die resultaten op zo’n € 70.000 per jaar. Gelet op het huidige financiële meerjarenperspectief zien wij vooralsnog geen ruimte voor verdere uitvoering van deze plannen. Programma Vrije tijd
2024
2025
2026
2027
Verbindion Dekking uit financiële groei van de stad
0 0
0 0
-497 497
-680 680
Evenemententerrein
0
0
0
0
Saldo programma Vrije tijd
0
0
0
0
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
3.5
Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming
3.5.1
Ontwikkelingen bestaand
Kostenontwikkeling Jeugd en WMO In Nieuwegein hebben we net als vele gemeenten in het land een grote uitdaging in het sociaal domein. De uitdaging kent 2 hoofdlijnen. De eerste uitdaging is om meer grip te krijgen op de stijgende uitgaven en de tweede is minstens zo belangrijk om op de juiste manier hulp en ondersteuning te bieden zodat problemen voorkomen worden of in een vroeg stadium opgelost kunnen worden. Op basis van verschillende ontwikkelingen (toename zorgvraag, invoering nieuw woonplaatsbeginsel en loon- en prijsindexatie) voorzien wij een stijging in de kosten met ruim € 1,5 mln. in 2024, vervolgens licht dalend naar € 1,2 mln. extra in 2027. Gemeente en Rijk zijn het eens geworden over een passend financieel kader dat hoort bij het pakket aan inhoudelijke maatregelen dat wordt neergelegd in de Hervormingsagenda Jeugd. Dit betekent in financiële zin dat de voorgenomen kortingen voor de jaren 2024 en 2025 niet doorgaan en er dekking ontstaat. De Hervormingsagenda beschrijft kansen om te transformeren op basis van onderzoek en ervaring. Vanuit deze transformatie wordt dan verlaging van de kosten voor jeugdzorg verwacht dan wel een stijging van de bijdrage van het rijk. Daarom ramen wij in deze Kadernota, zoals ook in hoofdstuk 2 al aangegeven, de middelen voor Jeugdzorg op het niveau dat eerdere arbitrage heeft uitgewezen.
Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage WMO met een jaar is opgeschoven naar 2026. Het was te kort dag om de gevolgen hiervan nog in de Kadernota 2024 mee te nemen. De financiële gevolgen van deze verschuiving verwerken wij in de begroting 2024. De toenemende zorgvraag is ook van invloed op de werkvoorraad van onze samenwerkingspartners, op hen wordt meer en meer een beroep gedaan vanuit de samenleving. Wij blijven, in lijn met de meerjarenopgave Welzijn, investeren in het voorliggend veld als wij hier kansen zien. Dit doen wij binnen de daarvoor beschikbare middelen voor jeugd en WMO. Mede vanuit de gedachte dat een investering in het voorliggend veld ertoe leidt dat minder gebruik hoeft te worden gemaakt van duurdere zorg. Subsidie buurtplein De Componist In 2022 is het nieuwe buurtplein De Componist geopend. In 2022 is voor de periode april t/m december een aanvullende subsidie verleend voor het faciliteren/begeleiden van de programmering/activiteiten/vrijwilligers (buurtverbinder) en gebruikskosten (energie, abonnementen/licenties, belasting, klein onderhoud en inventaris). Abusievelijk is deze aanvullende subsidie niet doorgevoerd in onze budgetten voor 2023. Wij houden rekening met € 100.000 in deze Kadernota. Per 1 mei 2023 heeft Movactor besloten een aantal maatregelen door te voeren op de buurtpleinen.
Hierover zijn we in gesprek met Movactor. De uitgangspunten vanuit de Meerjarenopgave Welzijn vormen hierbij het kader. We zetten in op maatregelen die ertoe leiden dat de samenleving optimaal gebruik kan maken van de buurtpleinen. We
16 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
verwachten hier in de loop van dit jaar hier meer zicht op te hebben en informeren u daar dan over. Buurtsportcoaches De buurtsportcoaches in Nieuwegein hebben als doel om de deelname aan sport en bewegen te bevorderen van Nieuwegeinse inwoners. We zien dat het behoud en aantrekken van goede buurtsportcoaches een probleem wordt voor SportID. Om voldoende gekwalificeerde buurtsportcoaches te behouden in Nieuwegein, willen we daarom structureel de subsidie van de buurtsportcoaches verhogen met € 60.000. Dekking hiervoor kan gevonden worden in het budget Sportstimulering. 3.5.2
Ontwikkelingen nieuw
Koers Sociaal Domein Met de Koers Sociaal Domein stellen wij in 2023 een kaderstellend document vast waarmee wij de komende jaren vanuit het sociaal domein werken aan de gezamenlijke ambitie voor onze stad. Om invulling te geven aan deze ambitie zien wij de opgaven in de samenleving geclusterd in drie grote opgaven in de stad voor de gemeente in de komende tien jaar: 1.
Gezond stedelijk leven voor iedereen in Nieuwegein.
2.
Gelijke kansen vragen om ongelijke investeren.
3.
Sociale kracht vraagt om een flexibele uitvoering.
Wij hebben zorg te dragen voor een passend voorzieningenniveau in de stad, en de focus zal de komende jaren liggen op het bevorderen van een gezonde leefstijl en een gezonde leefomgeving in Nieuwegein en om te zorgen dat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) een voor het sociaal domein en de gemeente werkbare invulling krijgt. Normalisering, nabijheid en beschikbaarheid van laagdrempelige ondersteuning, al dan niet in het voorliggend veld, worden komende periode belangrijke elementen in onze stad waar wij in moeten investeren. Om onze (gezamenlijke) ambities en de genoemde opgaven te kunnen realiseren hebben wij de uitvoeringskracht van andere partijen in de stad nodig. Tegelijkertijd zien wij dat ondersteuningsvragen van onze inwoners complexer worden. De vernieuwde koers Sociaal Domein vormt onder meer een kader voor keuzes die de komende jaren gemaakt kunnen worden die van invloed zijn op de genoemde kostenontwikkeling op het terrein van Jeugdhulp en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarbij speelt ook de invoering van de Hervormingsagenda Jeugd door het Rijk. Invoeren maatregelen Hervormingsagenda Jeugd Het Rijk heeft met de VNG overeenstemming bereikt over uitstel van de korting Hervormingsagenda Jeugd met 2 jaar. Dit betekent dat gemeenten in 2024 en 2025 niet gekort worden op de middelen voor Jeugdzorg.
Na 2025 zal een deskundigencommissie een zwaarwegend oordeel geven over de vraag wie verantwoordelijk is voor tekorten. In de hervormingsagenda staan maatregelen omschreven die bijdragen aan het inperken van jeugdhulpuitgaven. De landelijke maatregelen richten zich op kansen die in Nieuwegein grotendeels herkend worden in
17 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
18 (29)
lopende ontwikkelingen vanuit de nieuwe inkoop Jeugdhulp en inzet tijdelijke middelen in 2024 (waaronder Nationaal Programma onderwijs) wat een extra investering in de kadernota voor 2024 niet nodig maakt. Evaluatie van lopende Nieuwegeinse pilots wordt op basis van het nieuwe beleidskader jeugd opgenomen in de kadernota 2025. Beschermd Wonen Op 1 januari 2024 wordt de WMO uitgebreid met de taak Beschermd Wonen (BW). Via het Regioplan, de samenwerkingsovereenkomst, de werkbegroting en een uitvoeringsprogramma hebben we afspraken gemaakt over de verdeling van de financiële middelen en de rollen en taken in de samenwerking. Deze afspraken hebben betrekking op de periode 2023-2028. Elke gemeente ontvangt op basis van het objectieve verdeelmodel het budget om zorg en ondersteuning te realiseren. De gemeente Utrecht blijft het budget voor bestaande cliënten ontvangen. Voor Nieuwegein gaat het om een bedrag van € 1,238 mln. Verwerking in de begroting 2024 van de gemeente Nieuwegein is budgettair neutraal. Meerjaren investeringsprogramma Vitale Scholen De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de benodigde vernieuwing van scholen in Nieuwegein. Inmiddels zijn de bestaande Primair en Voortgezet onderwijsscholen onderzocht en is de strategische analyse afgerond. De analyse resulteert in een voorstel voor fasering en bijbehorende financiële consequenties.
Deze zijn aan u gepresenteerd in de Avond voor de Stad van 16 maart 2023. In oktober staat de besluitvorming over Vitale Scholen op de raadskalender. De kapitaallasten lopen in 2030 op naar een stijging met € 4,6 miljoen. En lopen daarna verder op. In aanloop naar de besluitvorming in oktober onderzoeken wij mogelijkheden om deze stijging kleiner te maken. Op basis van eerste resultaten stellen wij vast dat de lasten substantieel verlaagd kunnen worden met behoud van de eerder vastgestelde ambitie. De verlaging komt voornamelijk voort uit het aanpassen van afschrijvingstermijnen, het hanteren van restwaarde (waar mogelijk) en het ramen van bijdragen in de investeringen (o.a. subsidies). Het effect op de meerjarenbegroting 2024 – 2027 is een stijging met € 255.000 in 2027 en dit bedrag is in de cijfers verwerkt. Programma VEKOB
2024
2025
2026
2027
Kostenontwikkeling Jeugd en WMO
-1.532
-1.481
-1.259
-1.237
Subsidie buurtplein De Componist
-100
-100
-100
-100
Buursportcoaches Dekking budget Sportstimulering
-60 60
-60 60
-60 60
-60 60
Koers sociaal domein
pm
pm
pm
pm
Invoeren maatregelen Hervormingsagenda Jeugd
pm
pm
pm
pm
pm pm
pm pm
pm pm
Beschermd Wonen Inzet middelen beschermd wonen Meerjaren investeringsprogramma Vitale Scholen Saldo programma VEKOB
-1.238 1.238 0
0
0
-255
-1.632
-1.581
-1.359
-1.592
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
3.6
Bedrijfsvoering
3.6.1
Ontwikkelingen bestaand
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Ontwikkelingen ICT-organisatie Omdat in de afgelopen jaren in toenemende mate ICT-middelen niet meer worden aangeschaft, maar steeds vaker als dienst worden afgenomen van leveranciers, is daar ook een andere financieringsvorm voor nodig. Kortweg betekent dat minder kredieten en meer regulier exploitatiebudget. Stapsgewijs is gewerkt aan deze omzetting. Steeds meer systemen staan in ‘the Cloud’ en integraal werken vraagt in toenemende mate dat alle systemen goed op elkaar aansluiten, kunnen communiceren en beheerd worden. Dat noodzaakt tot extra personele capaciteit voor intensivering van de regievoering op de samenhang in het ICT-landschap en de werking daarvan, en ook het in toenemende mate regie voeren op meer leveranciers en zo het maximale uit het contract te halen, maar ook of de ontwikkelingen die een leverancier toepast blijft matchen met onze ICT-behoefte. Daarbij opgeteld dat, de maatschappelijke opgaven complexer worden en deze opgaven in de hedendaagse tijd allemaal om ICTondersteuning vragen, noodzaakt om, ook de komende jaren, te blijven investeren in onze ICT-organisatie. Voor een deel vangen we dat op binnen de beschikbare middelen voor personeel. Aanvullend vragen wij € 160.000 voor de komende 2 jaar, zodat deze bewegingen kunnen worden opgepakt.
Beheer buurtpleinen Als vervolg op de eerdere afspraken met Movactor over het beheer van de buurtpleinen, zijn realistische meerjarenonderhoudprogramma’s voor de buurtpleinen opgesteld met als gevolg hogere exploitatiekosten en dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Dit is het gevolg van een hogere huurindexatie en hogere exploitatiekosten. We verwerken dit in de begroting 2024. Het gaat in totaal om een bedrag van € 100.000. Verder gaan wij de komende periode op zoek naar een geschikte locatie voor vervangende huisvesting voor het buurtplein in de Doorslag. Deze vervanging zal in 2026/2027 noodzakelijk zijn. Kosten voor deze verplaatsing brengen wij via de kadernota 2025 voor u in beeld. Actualisatie beheerplannen Vastgoed In algemene zin geldt dat hoe ouder de accommodatie des te hoger de onderhoudskosten. In dit beheerplan is een verfijning aangebracht in het onderhoud en vervanging van voornamelijk installaties van het maatschappelijk vastgoed. Daarnaast zijn ook alle onderhoudskosten en vervangingen met betrekking tot liften meegenomen. Ten opzichte van het huidige beheerplan zijn er diverse accommodaties toegevoegd zoals de buurtpleinen Nieuwegein, museumwerfterrein/hellingsbaan/kraan en de steunposten Kokkebogaard (De Groote Hond) en Kerkveld. Verder is er financieel rekening gehouden met glasbewassing, kosten vervanging AED’s en per object kosten voor technisch beheer.
In de beheerplannen is rekening gehouden met BTW en een jaarlijkse (geschatte) indexering van 1,75%.
19 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
20 (29)
Dit alles betekent een verhoging van de dotatie aan de voorzieningen met € 450.000 in 2024 en 2025, aflopend naar € 290.000 per jaar vanaf 2026. Voordeel doorschuiven investeringen Op basis van de jaarrekening 2022 hebben we geconstateerd dat een deel van de voorgenomen investeringen niet op het geraamde moment zijn afgerond. Dat betekent dat de kapitaallasten van die investeringen later in de administratie landen. Voor de korte termijn is dat een incidenteel voordeel. Per saldo betekent dit een voordeel van € 586.000 in 2024 en € 341.000 in 2025. 3.6.2
Ontwikkelingen nieuw
Geen. Programma bedrijfsvoering
2024
2025
2026
2027
Ontwikkelingen ICT-organisatie
-160
-160
0
0
Beheer buurtpleinen
-100
-100
-100
-100
Actualisatie beheerplannen Vastgoed
-450
-450
Voordeel doorschuiven investeringen
586
341
MJIP Beheerplannen Vastgoed Saldo programma Bedrijfsvoering
pm
pm -124
-290 pm pm
-369
-290 pm pm
-390
-390
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
3.7
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
21 (29)
Algemene dekkingsmiddelen
Voor de onderdelen die vallen binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn in deze Kadernota geen ontwikkelingen te melden. Voor een algemene beschouwing op de financiële positie van de gemeente Nieuwegein verwijzen wij naar hoofdstuk 2. 3.8
Verbonden partijen
Op 22 juni 2023 neemt de raad, vooruitlopend dus op deze kadernota en de gemeentelijke begroting de besluiten over het indienen van zienswijzen op de begroting 2024 van de diverse verbonden partijen. De effecten hiervan zijn verwerkt in deze kadernota. Drie ontwikkelingen willen wij ook hier benoemen. Allereerst zien wij op basis van de begroting 2024 van de WIL dat de ontwikkeling van de bedrijfsvoeringskosten bij de Wil zich minder snel ontwikkelt dan wij in onze ramingen hebben aangenomen. Om die reden kan een deel van de ramingen worden teruggedraaid. Dat betekent een voordeel van € 175.000 in 2024, oplopend naar ruim € 820.000 in 2027. Daar staat tegenover dat de kosten voor de GGD in de komende jaren flink oplopen van € 286.000 extra in 2027 tot ruim € 390.000 extra in 2027. Dit, is vooral het gevolg van de combinatie loon- en prijsindexatie, aantrekkelijk werkgeverschap, informatietechnologie- en informatievoorziening (IT/IV strategie) en mentale gezondheid jeugd. Ook de bijdrage aan de BghU stijgt de komende jaren fors. Dit is vooral het gevolg van de uitkomsten van de Cao-onderhandelingen voor gemeenten. Tot slot stellen wij voor de verwachte dividenduitkering vanuit Vitens (€ 52.000) af te ramen. De laatste jaren heeft een dergelijke uitkering niet plaatsgevonden en wij verwachten niet dat deze de komende jaren wel weer zal worden uitgekeerd.
Ontwikkelingen verbonden partijen
2024
2025
2026
2027
Lagere bijdrage WIL
175
527
1.180
827
Hogere bijdrage GGD
-286
-308
-304
-391
Hogere bijdrage BghU Verwerken in tarieven Vervallen dividend Vitens Saldo Verbonden partijen
-79 pm
-55 pm
-49 pm
-85 pm
-52
-52
-52
-52
-242
112
775
299
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
4
Financieel perspectief geactualiseerd
4.1
Voorlopig begrotingssaldo 2024 – 2027
22 (29)
Als we de basis voor de begroting 2024, zoals in hoofdstuk 2 gepresenteerd, aanvullen met de ontwikkelingen die in hoofdstuk 3 zijn genoemd dan ontstaat het navolgende beeld, zoals hieronder gepresenteerd. In deze tabel zijn de effecten van vertraging in investeringsprojecten meegenomen. Wij verwachten de begroting voor 2024 uiteindelijk sluitend te kunnen maken bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2024-2027. Voor de jaren 2026 en 2027 houden wij nauwlettend in het oog in welke mate extra compensatie van het rijk te verwachten is. Mede op basis daarvan komen wij bij de begroting 2024 met een voorstel voor een plan van aanpak voor het sluitend maken van het meerjarenperspectief. De uitkomsten die volgen uit dat plan van aanpak zullen via de Kadernota 2025 worden betrokken bij de opmaak van de meerjarenbegroting 2025. (bedragen x € 1.000)
Meerjarenbegroting 2024-2027 2024
2025
2026
2027
Saldo na algemene ontwikkelingen Saldo programma Bestuur en Dienstverlening
2.361 -200
6.958 -200
260 -200
310 -200
Saldo programma Wonen en Economie
-150
-150
-400
-400
Saldo programma Leefbaarheid en Veiligheid
-190
-340
-340
-340
Saldo programma Vrije tijd
0
0
0
0
Saldo programma VEKOB
-1.632
-1.581
-1.359
-1.592
Saldo programma Bedrijfsvoering
-124
-369
-390
-390
Saldo Verbonden partijen
-242
112
775
299
Verwacht saldo kadernota 2024
-177
4.430
-1.654
-2.313
Een deel van de kosten die met de beschreven ontwikkelingen gepaard gaan dekken wij uit de extra inkomsten uit de groei van de stad. In hoofdstuk 2 hebben wij u laten zien welke financiële ruimte beschikbaar is vanuit de groei van het aantal woningen en inwoners. In de tabel hierna laten wij zien welk deel daarvan is besteed aan mobiliteit en de meerkosten DVO Verbindion en welke ruimte daarna nog resteert. (bedragen x € 1.000) Omschrijving
Meerjarenbegroting 2024-2027 2024
2025
2026
2027
Financiële Groei van de Stad: Algemene uitkering Extra inkomsten algemene uitkering
403
953
1.255
1.563
Waarvan: Beschikbaar voor extra voorzieningen (80%) Inzet voor extra voorzieningen
322 0
762 0
1.004 -268
1.250 -414
Nog beschikbaar in meerjarenperspectief
322
762
736
836
81
191
251
313
-81
-191
-251
-313
0
0
0
0
OZB-inkomsten nieuwe woonruimten Inzet voor extra voorzieningen
121 0
173 0
229 -229
266 -266
Nog beschikbaar in meerjarenperspectief
121
173
0
0
Totaal beschikbaar
443
935
736
836
Waarvan: Beschikbaar voor schaalsprong/inlopen achterstanden (20%) Inzet voor mobiliteitsbeleid Nog beschikbaar in meerjarenperspectief Financiële Groei van de Stad: OZB-inkomsten
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
De ruimte die resteert zal beschikbaar zijn voor het opvangen van de toenemende vraag aan producten en diensten vanuit de stad en de toegenomen werkzaamheden als gevolg van areaaluitbreiding. In de begroting 2024 brengen wij in beeld op welke wijze het resterende bedrag voor het jaar 2024 wordt ingezet. 4.2
Ontwikkeling begrotingssaldo op de langere termijn
Onder de noemer ‘duurzaam financieel evenwicht’ is eind 2020 vooruitgekeken tot 2040, “zodat we kansen kunnen benutten om tijdig maatregelen te treffen en voorstellen kunnen doen om ook voor de langere termijn het financieel evenwicht te behouden en tegelijkertijd ruimte te houden voor noodzakelijke nieuwe ontwikkelingen”. Aanleiding hiervoor was het toenemende zicht op noodzakelijke investeringen om de openbare ruimte en de maatschappelijke voorzieningen kwalitatief gezien minstens op niveau te houden en de zorg dat dit op gespannen voet stond met de daarvoor beschikbare middelen op de lange termijn. Het beeld van het perspectief van de begroting op de lange termijn, dat in de nota van 2020 is gepresenteerd, zag er als volgt uit:
“Toenemende kapitaallasten, als gevolg van investeringen, leiden tot druk op de toekomstige begrotingen. Op basis van de huidige investeringsplanning en de te verwachten lasten en baten is er de komende jaren sprake van een oplopend tekort. Het tekort loopt op tot ruim € 15 mln. in 2039, wat zo’n 8% is van de totale begroting. Het tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door de sterke toename van de kapitaallasten, die voortkomen uit alle investeringen die wij nu voorzien om de stad op orde te houden. Deze toename van de investeringen hing samen met het feit dat veel voorzieningen in de stad het einde van hun levensduur naderden, met de groei van de stad die wordt voorzien en de verandering in de rol van de gemeente in de maatschappij”. In de nota van 2020 zijn vervolgens verschillende bouwstenen toegelicht en uitgewerkt en is het effect daarvan op het begrotingssaldo op de langere termijn in beeld gebracht. Dat leverde het volgende beeld op:
23 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Vooral de uitwerking van de bouwsteen synergie Betere Buurten en Beheer op Orde leidt tot een verbetering van het begrotingssaldo op de langere termijn. Voor de overige bouwstenen was nog meer onderzoek nodig. Inmiddels zijn we ruim tweeëneenhalf jaar verder. Jaren waarin we onderzocht hebben op welke wijze we duurzaam financieel evenwicht kunnen bereiken. Dat heeft, met de kennis van nu, geleid tot verbetering van het perspectief voor op de langere termijn. Die kennis van nu spitst zich dan vooral toe op de inzichten rondom het programma Vitale Scholen en de actualisaties met betrekking tot beheer op orde en betere buurten. Vitale scholen heeft een positief effect op het verloop. Ondanks dat het investeringsvolume is gestegen ten opzichte van de cijfers uit 2020 leiden verschillende besparingsmogelijkheden tot flink lagere kapitaallasten. Daardoor zal het perspectief na 2027 minder snel verslechteren en ook minder laag uitkomen.
In de basis is rekening gehouden met de (ver)Nieuwbouw in het primair onderwijs en van het Anna van Rijncollege. Alle overige scholen in het voortgezet onderwijs worden voorlopig in stand gehouden en komen dan na 10/15 jaar voor (ver)nieuwbouw in
24 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
25 (29)
aanmerking. Bij de berekening van de nieuwe kapitaallasten is rekening gehouden met een te hanteren restwaarde, bijdragen van derden en mogelijke huurinkomsten. Voor de goede orde melden wij nog dat de lasten na 2041 verder zullen oplopen tot maximaal € 6,0 mln. in 2048. Bij Betere Buurten zien wij dat het tempo van realiseren lager ligt dan in de berekeningen in 2022 aangenomen. Dat lagere tempo heeft een positief financieel effect. Dat uit zich met name in een later moment waarop de reserve is uitgeput.
Ontwikkeling reserve Betere buurten (variant 2 wijken per 3 jaar) 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
mutatie
stand
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
-2.000
2018
-
exploitatie
Beheer op orde geeft daarentegen een verslechtering van het verloop. Zeker voor de langere termijn. In eerste instantie kan door vertragingen in de uitvoering langer gebruik gemaakt worden van de beschikbare reserve, maar zodra deze is uitgeput zal het beslag op de begrotingsruimte snel oplopen. Tegelijkertijd stijgen de kosten in de komende jaren flink, zoals wij ook al in hoofdstuk 3 hebben geschetst. Ook daardoor zal het begrotingssaldo snel verslechteren.
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Om die reden onderzoeken wij welke mogelijkheden er zijn om tot een “zachte landing” te komen. In dat onderzoek combineren wij de inzet van de reserve Betere Buurten en die van Beheer op Orde. Door de reserves samen te voegen, de onttrekkingen voor beide onderdelen eveneens te bundelen en elk jaar (vanaf 2026) een toenemend deel direct ten laste van het begrotingssaldo te brengen ontstaat een verloop waarin nog lange tijd van de inzet van de reserves kan worden geprofiteerd en tegelijkertijd de structurele lasten ook daadwerkelijk ten laste van de begrotingsruimte komen. Mede op basis van de inzichten die wij in hoofdstuk 3 hebben gepresenteerd betekent dit een jaarlijks extra beslag op de begroting van ongeveer € 550.000. Daarbij past de kanttekening dat de analyses die momenteel gaande zijn de hoogte van dit bedrag en het verloop van de reserve(s) nog kunnen beïnvloeden. Gaan we echter van deze cijfers uit dan ontstaat het navolgende beeld.
Op basis van het voorgaande zien wij voor de langere termijn vooralsnog de volgende ontwikkeling van het begrotingssaldo in de jaren na 2027. Hierbij past de kanttekening dat wij voor de beheerplannen openbaar domein nu hebben gerekend met een structurele verhoging van het investeringsniveau. Zoals in hoofdstuk 3 aangegeven onderzoeken wij nog in hoeverre dit gefaseerd kan worden.
26 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
4.3
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Vervolg
Voorgaande vertaalt dit zich in een financieel meerjarenperspectief dat voor 2024 en 2025 sluitend (te maken) is, maar daarna verslechtert. Terwijl de opgaven zeker niet kleiner worden. We vinden het, als het rijk niet of te laat met aanvullende middelen komt, niet meer verantwoord om (ingrijpende) keuzes langer uit te stellen. In de Kadernota 2025 moet helder zijn of en welke keuzes gemaakt moeten worden, zodat ze in de begroting 2025 verwerkt kunnen worden. Om die reden komen wij, zoals al eerder gezegd, bij de begroting 2024 met een plan van aanpak om die keuzes voor te bereiden. Los daarvan zullen wij in opmaat naar de begroting 2024 op blijven zoeken naar maatregelen en mogelijkheden om het perspectief te verbeteren. Onder andere door de planningen en ambities nogmaals kritisch tegen het licht te houden en nog beter aan te sluiten op de beschikbare capaciteit. Maar met in het achterhoofd het bereiken van de doelen, die wij samen in eerdere begrotingen hebben vastgesteld. Wij zullen de resultaten daarvan expliciet in de begroting 2024 aan u presenteren.
27 (29)
Kadernot a 2024 Raadsnummer 2023-158
5
Versie: definitief Datum 30 mei 2023
Doorontwikkeling P&C cyclus
Met de opzet van deze Kadernota zetten wij een volgende stap in de doorontwikkeling van de P&C cyclus met als doel de (financiële) sturing vanuit de raad op de verschillende documenten te versterken. Op 16 februari 2022 is in een Avond voor de Stad met een groot deel van uw raad gesproken over de kaderstellende en controlerende rol van de raad op financiën. Een geanimeerd gesprek waarbij verschillende suggesties zijn gedaan om de kwaliteit van de stukken te verbeteren en de rol van de raad te versterken. Wij zijn voornemens om de volgende aanscherpingen in de programmabegroting 2024 door te voeren. 1. Relatie doelen en activiteiten De wisselwerking tussen de doelen die we als gemeente willen bereiken en de activiteiten die we in de begroting opnemen om dat te realiseren kan verbeterd worden door deze korter en bondiger te formuleren. En door het onderscheid tussen de doelen (wat/waarom) en activiteiten (hoe) scherper te maken. In de voorbereiding van de begroting 2024 zal hier nadrukkelijk op gestuurd worden. Wij benoemen de kengetallen en indicatoren, die nu nog achter in de P&C documenten staan opgenomen, weer in de bijbehorende programma’s. Daarmee wordt het makkelijker om met elkaar vast te stellen waaraan het realiseren van doelen te meten valt. 2. Werken met voorbereidingskredieten We stellen vast dat het aantal investeringen met een meerjarig karakter toeneemt.