2023-044 Rvs. Wijziging GR Werk en Inkomen Lekstroom (WIL).pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Wijziging Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL)
Datum
Raadsvoorstel
31 januari 2023
Afdeling Maatschappelijke
2023-044
Ontwikkeling E-mailadr es opst eller o.koops@nieuwegein.nl Portefeuilleh ouder
Ellie Eggengoor
Onderwerp Wijziging Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL).
Gevraagd besluit 1. Het uitvoeren van taken re-integratie en participatieondersteuning door lokale werkteams van de gemeente Nieuwegein, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein rechtstreeks sturing en focus geven aan de werkzaamheden van het lokaal werkteam, te formaliseren in de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom. 2. Hiervoor de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom te wijzigen overeenkomstig bijgaand Wijzigingsbesluit. 3. Aan het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein en burgemeester toestemming te verlenen tot wijziging van Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom. Inleiding Eind 2021 heeft u ingestemd met de evaluatie van de Innovatieagenda WIL/Gemeenten 2019/2021. Op basis van de bereikte positieve resultaten besloot u het werken met de lokale werkteam definitief te maken. De lokale werkteams worden voor de uitvoering van re-integratie en participatieondersteuning aangestuurd door de gemeente zelf. Alle overige taken rond de uitvoering van de Participatiewet blijft de gemeenten uitvoeren in het verband van de Gemeenschappelijke regeling Werk Inkomen Lekstroom. Om dit genomen besluit te formaliseren ligt nu een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling voor ter besluitvorming. De Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom is in 2013 van start gegaan.
Alle taken rondom re-integratie en participatie werden regionaal vormgegeven, waarbij beleidsmatig de focus werd gelegd op het ondersteunen van het werkfitte en kansrijke deel van inwoners met bijstand, gericht op uitstroom uit de bijstand. De beleidskeuze van de deelnemende gemeenten is
Bladnummer 2/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
nadien gewijzigd. De gemeenten willen de re-integratie en participatie dichter bij huis organiseren. Dit is vormgegeven in lokale werkteams en hier is sinds 2019 ervaring mee opgedaan. De nieuwe werkwijze is in 2021 geëvalueerd en de gemeenten hebben besloten deze werkwijze te formaliseren en op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Daarbij is gekozen voor een hoofdscenario waarbij de gemeenten rechtstreeks – via de door hen aan te wijzen teamleiding – sturing en focus geven aan de werkzaamheden van hun eigen lokaal werkteam. In de voorbereiding voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling zijn vier varianten bekeken voor de toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de bij de Participatiewet uit te voeren re-integratietaken. In bijlage 5 worden deze toegelicht, met de hierbij gemaakte afweging voor het nu voorliggende voorstel. In de wijziging van de gemeenschappelijke regeling is verder opgenomen dat de GR WIL een rechtspersoon kan oprichten t.b.v. het inrichten van een detacheringsfaciliteit. Ook is een wijziging aangebracht voor de besluitvorming bij het staken van stemmen. Tevens wordt in de wijziging van de regeling een aantal juridisch technische onderdelen geactualiseerd.
Gewenst effect Aanpassing van de gemeenschappelijke regeling zodat iedere deelnemende gemeente een deel van de re-integratie- en participatiedienstverlening in de eigen gemeente kan vormgeven en daarin zelf sturing en focus kan aanbrengen.
Argumenten 1.1 De voorgestelde wijziging doet het meest recht aan het besluit dat de raden in het najaar van 2021 genomen hebben. In het najaar van 2021 heeft u kennisgenomen van de Eindrapportage evaluatie Innovatieagenda van 7 september 2021. U hebt daarbij besloten het werken met lokale werkteams te formaliseren en op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Daarbij is gekozen voor een hoofdscenario waarbij de gemeenten rechtstreeks – via de door hen aan te wijzen teamleiding – sturing en focus geven aan de werkzaamheden van hun eigen lokaal werkteam. Dit is de keuze voor hoofdscenario D, zoals uitgewerkt in genoemde eindrapportage. In dit scenario is er een goede aansluiting bij de gemeentelijke besluitvorming over de evaluatie van de innovatieagenda en het implementatiebesluit.
1.2 De voorgestelde wijziging geeft de grootste mate van duidelijkheid over waar de verantwoordelijkheden liggen. In de voorbereiding voor de wijziging van de GR zijn vier varianten bekeken voor de toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de bij de Participatiewet uit te voeren re-integratietaken. In bijlage 5 worden deze
Bladnummer 3/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
nader toegelicht, met de hierbij gemaakte afweging voor het nu voorliggende voorstel. De re-integratietaken worden benoemd in artikel 7, lid 1 onder a van de Participatiewet. Een deel van de taken die horen bij de uitvoering van dit artikel blijven bij WIL (denk aan Poort, jobcoaching, jongerenloket, WGSP) en een deel verschuift naar de gemeenten (denk aan het voeren van gesprekken door werkcoaches en het verstrekken van re-integratievoorzieningen). De gemeenten werken het deel waar zij de verantwoordelijkheid voor hebben overgenomen uit in jaarplannen. De jaarplannen van de lokale werkteams bevatten de doelen en prioriteiten die de betreffende gemeente met behulp van het lokaal werkteam gaat uitvoeren in dat betreffende jaar. Het plan bevat tevens een begroting van financiële middelen die die gemeente inzet om deze doelen te bereiken. 2.1 Het wijzigen van de besluitvorming. In verband met de uittreding van Vianen is het aantal leden van het algemeen bestuur teruggebracht van 5 naar 4 leden. Hierdoor is de besluitvormingsprocedure aangepast. Bij staking van de stemmen wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot de volgende vergadering. Indien de stemmen opnieuw staken in een nieuw belegde vergadering is het voorstel niet aangenomen. 3.1 Het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling is een bevoegdheid van de raad.
Op grond van artikel 1, lid 4 Wgr dient de gemeenteraad toestemming te geven voor de wijziging van een GR. Omdat er bij de GR WIL ook raadsbevoegdheden worden overgedragen moet de raad zich in dit geval zowel een inhoudelijk oordeel vormen over het wijzigingsbesluit als toestemming geven aan het college en de burgemeester. 3.2 Het recht of het algemeen belang verzet zich niet tegen de wijziging. De raad kan de toestemming op grond van artikel 1, lid 4 Wgr alleen weigeren op grond van strijd met het recht of het algemeen belang. Voor zover het de bevoegdheid van het college en burgemeester betreft. Van geen van beide is sprake.
Kanttekeningen 1. Er moeten nog een aantal uitvoeringsaspecten worden onderzocht Als gevolg van het besluit om scenario D te volgen, waardoor gemeenten op onderdelen ook zeggenschap en verantwoordelijkheid krijgen, vragen ook een aantal uitvoeringsaspecten aandacht. Dit betreft o.a. het vormgeven van de beschikkingen die het lokaal werkteam af moet geven, de afhandeling van klachten, bezwaar en beroep, de regeling voor gegevensbescherming, interne controle, archivering en de communicatie naar inwoners die gebruik maken van de lokale werkteams. Deze punten zijn inmiddels op hoofdlijnen uitgewerkt, zoals hierna wordt toegelicht. Deze punten zijn eerst met het uitwerken van deze juridische wijziging opgekomen. Dit als consequentie van het feit dat de gemeente met deze wijziging de zeggenschap neemt over
Bladnummer 4/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
onderdelen van de uitvoering van de Participatiewet. Na de besluitvorming worden deze punten verder uitgewerkt. De raad heeft de bevoegdheid de gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Het college heeft daarna de bevoegdheid om de uitvoering te
regelen. Deze uitvoeringsaspecten krijgen aandacht in de regionale samenwerkingsafspraken tussen WIL en de gemeenten. Op deze samenwerkingsafspraken zal ook bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden door colleges en het bestuur van de GR WIL. A. Inrichting interne controle besteding participatiegelden Hierover worden uitvoeringsafspraken gemaakt met o.a. de accountant. Deze hebben geen effect op het nu ter besluitvorming voorliggend wijzigingsvoorstel. B. Archivering; Hierover worden uitvoeringsafspraken gemaakt. Deze hebben geen effect op het nu ter besluitvorming voorliggend wijzigingsvoorstel. C. Gegevensbescherming; Bij de uitwerking van het besluit voor wijziging van de GR WIL heeft de gegevensbescherming extra aandacht nodig. Dit vanwege het grote belang dit ook goed te regelen. Dit is immers de basis van vertrouwen dat inwoners, vaak uit de zeer kwetsbare groepen, in de gemeenten en in de GR WIL moeten kunnen hebben als het gaat om de omgang met hun persoonlijke gegevens. Door de wijziging van de GR WIL ontstaat de situatie dat zowel de gemeente als WIL taken uitvoeren voor de Participatiewet en dat zij hierin onderling, ook in het belang van betrokken inwoners, zeer nauw met elkaar moeten samenwerken om de gekozen vorm van lokaal én regionaal werken ook tot een succes te kunnen blijven maken.
Dit betekent dat erover en weer ook gegevens moeten worden uitgewisseld en gedeeld. Hiermee ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze gegevens die nauwkeurig verder moet worden uitgewerkt. Door de functionarissen gegevensbescherming is er aandacht voor de risico’s die daarmee ontstaan. Daarvoor moet ook een zogeheten DPIA (gegevensbeschermingseffectbeoordeling) worden uitgevoerd. Met de functionarissen gegevensbescherming (FG’s) is besproken welke nieuwe risico’s in deze samenwerking worden gezien. Deze risico’s zijn in de kern het effect van de gekozen samenwerkingsvorm en kunnen niet of maar gedeeltelijk worden weggenomen. Aanwezige risico’s kunnen met maatregelen worden weggenomen, beperkt of moeten worden geaccepteerd. Bij de gekozen samenwerkingsvorm moeten deze risico’s grotendeels dus worden geaccepteerd. Veel van deze risico’s zijn dus blijvend en kunnen niet of niet volledig worden weggenomen. Om de risico’s volledig in beeld te hebben en om hierbij passende (risicobeperkende) maatregelen uit te kunnen werken is de uitvoering van een DPIA opgestart, gericht op afronding in de eerste helft van 2023. Een onzekerheid hierbij is dat nog niet bekend is of en in welke omvang er ook voor de gemeenten en/of de GR WIL extra structurele kosten voortvloeien uit de als gevolg van de DPIA te nemen maatregelen voor de bescherming van persoonsgegevens.
Bladnummer 5/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
Nieuwegein heeft er voor gekozen om voor het raadsbesluit lokaal een DPIA op te starten, om hiermee een begin te maken om de privacy risico’s die samenhangen met gegevensuitwisseling in kaart te brengen en beheersmaatregelen te treffen. D. Klachtafhandeling; Het gaat hier om de afspraak door wie klachten over medewerkers van het lokale werkteam worden afgehandeld. Het gaat om klachten over de bejegening in de dienstverlening, die onder verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen. Deze klachten worden daarom per gemeente conform de eigen procedure afgehandeld. In de afgelopen 3 jaar waren er circa 20 klachten betrekking hebbend op de lokale werkteams van de vier gemeenten (Nieuwegein [10], Houten [4], IJsselstein [5] en Lopik [2]). Deze klachten moeten dus door de gemeenten worden behandeld, wat hier een toename van het aantal te behandelen klachten betekent. Er is desgewenst ondersteuning vanuit WIL voor de klachtenbehandeling beschikbaar. In individuele gevallen kan er ook een samenloop zijn tussen klachten en zaken die in bezwaar of beroep moeten worden behandeld. Hierbij is het van belang dat er goede afstemming moet plaatsvinden tussen de gemeente en WIL. Er zal de komende periode gemonitord worden of deze werkwijze passend blijkt. E. Proces van bezwaar en beroep;
Dit betreft bezwaar tegen beslissingen als het gaat om het wel of niet toekennen van re-integratie en participatievoorzieningen, conform artikel 7, lid 1 onder a van de Participatiewet. In de afgelopen drie jaar is er geen bezwaar op dit soort beslissingen ingediend. Tussen de gemeenten en WIL is afgesproken dat bezwaren i.v.m. de vereiste juridische kennis over de Participatiewet door WIL zullen worden behandeld, waarbij de beslissing op het bezwaar voor deze beslissingen bij de gemeente ligt. Hierbij geldt overigens ook dat in de huidige gemeentelijke verordeningen commissie bezwaar voor de Participatiewet is uitgesloten. De commissies bezwaarschriften hebben op grond hiervan ook geen bevoegdheid om bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Participatiewet te behandelen. F. Communicatie richting cliënten. Na de besluitvorming over dit wijzigingsvoorstel wordt er ook extra aandacht besteed aan de communicatie naar cliënten over de rol van het lokale werkteam en de rol van WIL. Er gaat in de communicatie en brieven naar cliënten gewerkt worden met briefpapier met dubbele logo’s. Dit maakt de communicatie naar cliënten eenvoudiger en eenduidiger. Anders zou een deel van de brieven op briefpapier van de gemeente moeten en een ander deel steeds op briefpapier alleen van WIL. Dit is voor cliënten makkelijk verwarrend.
Door een gezamenlijk logo wordt daarbij ook de samenwerking van de gemeenten en WIL benadrukt.
Bladnummer 6/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
Financiële aspecten Er zijn geen consequenties voor de gemeentebegroting. Voor de implementatie van de Innovatieagenda hebben de gemeenten eind 2021 al middelen ter beschikking gesteld. Deze middelen zijn toereikend om de nog te maken implementatiekosten voor 2023 op te vangen. Bij behandeling van de jaarrekening 2022 van WIL zal het voorstel worden gedaan de resterende implementatiemiddelen dan ook naar 2023 over te hevelen. Ook de kosten voor het uitvoeren van een gezamenlijke DPIA en de maatregelen die daaruit voortkomen zullen in 2023 uit dit budget worden betaald. Wel kunnen er (beperkt) extra kosten bij de gemeenten ontstaan, zoals bijvoorbeeld bij het zelf uitvoeren van de klachtenbehandeling. Indien noodzakelijk zal over deze extra kosten dan een voorstel aan de raden worden voorgelegd
Communicatie aspecten Na besluitvorming zal de gewijzigde gemeenschappelijke regeling door de gemeente Nieuwegein bekend worden gemaakt in het door het gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad (artikel 26 Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel II, lid 3 van het hierbij voorliggende wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling Werk en Inkomen Lekstroom) en op overheid.nl.
Uitvoering Het besluitvormingsproces in de gemeenten verloopt in de volgende stappen: • Elk college en elke burgemeester van de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein vormt zich een oordeel over het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling en besluit de raad toestemming te vragen om te mogen instemmen met dit voorstel. • Elke raad van de vier gemeenten vormt zich een oordeel over het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling en neemt ook een besluit over de verzoeken van college en burgemeester om toestemming. • Na verkregen toestemming van de raad besluiten de colleges en burgemeesters tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom. • Na besluitvorming in de vier gemeenten zal het AB van WIL vaststellen of de vereiste unanimiteit (voor de artikelen 5, 7 en 19), dan wel dat een gewone meerderheid (overige artikelen) behaald is. • Daarna verzorgt het college van de gemeente Nieuwegein de bekendmaking van de wijziging in het Gemeenteblad en stelt zij gedeputeerde staten van de wijziging in kennis.
Bladnummer 7/7 Raadsvoorstel 31 januari 2023
Bijlagen Bijlage 1: Voorstel wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (GR WIL) Bijlage 2: Toelichting bij wijzigingsbesluit GR WIL Bijlage 3: Geconsolideerde tekst GR WIL na wijziging Bijlage 4: Was Wordt/overzicht GR wijziging Bijlage 5: Toelichting afweging gekozen variant wijzigingsvoorstel Bijlage 6: Uitwerkingsstappen bij besluit wijziging GR WIL Bijlage 7: Aanbiedingsbrief WIL aan Raad en college Bijlage 8: Raadsbesluit
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Frans Backhuijs
secretaris
burgemeester