2022-392 Rvs. Tarieven 2023 gemeentelijke heffingen en belastingen.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Tarieven 2023 gemeentelijke heffingen en belastingen
Datum
1 november 2022
Raadsvoorstel
Afdeling OPF Portefeuilleh ouder Ellie Eggengoor
2022-392
Onderwerp Tarieven 2023 gemeentelijke heffingen en belastingen.
Gevraagd besluit 1) De Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2023 en de Verordening Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023 vast te stellen, waarin de tarieven voor 2023 worden vastgesteld op: a) Eigenaren woningen
0,0737%
b) Eigenaren niet-woningen
0,3737%
c)
0,2929%
Gebruikers niet-woningen
2) De Verordening Afvalstoffenheffing 2023, inclusief tarieventabel, vast te stellen, waarin de tarieven afvalstoffenheffing voor 2023 worden gewijzigd conform de bijgevoegde tarieventabel. 3) De Verordening Rioolheffing 2023 vast te stellen, waarin de tarieven voor rioolheffing 2023 ongewijzigd worden vastgesteld op: a) € 129,96 voor een éénpersoonshuishouden b) € 185,96 voor een meerpersoonshuishouden of bedrijf c)
€ 185,96 voor gebruikers met een waterverbruik van jaarlijks meer dan 300 m³ en daarnaast een tarief van € 0,89 per m³ boven de 300 m³
d) € 0,89 per m³ in geval van een incidentele lozing. 4) De Verordening Lijkbezorgingsrechten 2023, inclusief tarieventabel, vast te stellen, waarin de tarieven voor lijkbezorgingsrechten 2023 worden gewijzigd conform de bijgevoegde tarieventabel. 5) De Verordening Leges 2023, inclusief tarieventabel, vast te stellen, waarin enkele WABO wijzigingen zijn verwerkt en de tarieven voor de leges 2023 worden gewijzigd conform de bijgevoegde tarieventabel. 6) De Verordening Toeristenbelasting 2023 vast te stellen, waarbij het tarief voor de toeristenbelasting 2022 wordt vastgesteld op € 1,79 per persoon per overnachting. 7) De Verordening Precariobelasting 2023, inclusief tarieventabel vast te stellen, waarbij de tarieven precariobelasting 2023 worden gewijzigd conform de bijgevoegde tarieventabel precariobelasting.
Bladnummer 2/5 Raadsvoorstel 1 november 2022
Inleiding In de begroting 2023 die u op 3 november jl. heeft vastgesteld is uitgegaan van 5,7% indexering bij de belastingen (OZB, RZB, precariobelasting, toeristenbelasting) en wordt gestreefd naar 100% kostendekkendheid van de rechten (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, begraafrechten). In dit voorstel wordt hieraan uitvoering gegeven.
Gewenst effect Een betaalbaar belastingniveau, met een beperkte stijging van de woonlasten en kostendekkende heffingen, zodat kosten zoveel mogelijk worden verhaald op de gebruiker/vervuiler.
Argumenten 1.1 Met deze tarieven stijgen de OZB-aanslagen gemiddeld met alleen de indexering van 5,7%. Uiteraard zijn er individuele verschillen per belastingplichtige maar de opbrengst van het bestaande areaal dient per saldo met 5,7% te stijgen. 1.2 In deze tarieven wordt de waardestijging verdisconteerd. Elk jaar worden de objecten opnieuw getaxeerd naar de peildatum van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. Voor het belastingjaar 2023 geldt dus de prijspeildatum 1 januari 2022. Op basis van de voorlopige cijfers wordt ten opzichte van 1 januari 2021 een waardestijging voor de woningen verwacht van circa 18,4% en voor de niet-woningen van circa 0,2%. De hertaxatie van het bestaande areaal leidt in principe niet tot een meer- of minderopbrengst, de waardering is slechts een verdeelmiddel. 2.1 Op de tarieven afvalstoffenheffing is een verhoging van 2,5% toegepast. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat we streven naar kostendekkende tarieven. De lasten van de afvalstoffeninzameling nemen toe. Deze stijging kan grotendeels worden opgevangen door de stijging van het areaal (aantal huishoudens) en een onttrekking aan de voorziening. Wat resteert is een benodigde tariefverhoging van 2,5%. Gezien de stand van de voorziening is een grotere tariefstijging niet nodig. 3.1 Op de tarieven rioolheffing is geen verhoging toegepast.
Dit is conform de uitgangspunten bij de begroting. Het tarief is kostendekkend. 4.1 De tarieven voor de begraafplaatsen worden met 4,9% verhoogd. Voor de heffing begraafrechten wordt toegewerkt naar kostendekkende tarieven. De tariefverhoging van 4,9% komt overeen met de uitgangspunten bij de begroting.
Bladnummer 3/5 Raadsvoorstel 1 november 2022
5.1 De voorgestelde legestarieven zijn zoveel mogelijk kostendekkend. Waar nodig en mogelijk zijn de tarieven geactualiseerd. Er is een inflatiepercentage toegepast van 5,7%. Sommige tarieven zijn gemaximaliseerd door het rijk. In de voorgestelde legestarieven zijn enkele WABO wijzigingen verwerkt. Het gaat om het volgende: -
Het verwerken van de resultaten van het onderzoek naar kostendekking van ruimtelijke accounts. In 2021 heeft het college besloten tot het verrichten van onderzoek naar de dekking van het kostenverhaal bij de exploitatie van particuliere locaties via anterieure overeenkomsten (aovk). Het betreft onderzoek als bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. In raadsbrief 2021-516 heeft het college de raad geïnformeerd over de uitkomsten van dat onderzoek. Daaruit kwam ook naar voren dat het wenselijk is wijzigingen door te voeren in de legesverordening. Deze wijzigingen zijn nu verwerkt.
-
Het verhogen van de bouwleges om de geraamde jaarlijkse inzet voor de BLVC regeling op die aanvragen te dekken (€ 266.000 per jaar).
-
Het invoeren van een vergoeding per kwartier voor het opzoeken en verzenden van gegevens uit het (digitale) archief van bouw, ruimtelijke ordening of milieu.
-
Het invoeren van een tarief voor een objectvergunning voor laadpalen in de openbare ruimte (2:11 APV).
Deze wijzigingen zijn nader toegelicht in de Bijlage wijzigingen WABO in de Legesverordening 2023. 6.1 Op het nu voorgestelde tarief toeristenbelasting is een verhoging van 5,7% toegepast. Dit is conform de uitgangspunten bij de begroting. 7.1 Op de nu voorgestelde tarieven precariobelasting is een verhoging van 5,7% toegepast. Dit is conform de uitgangspunten bij de begroting.
Kanttekeningen 1.1 Er wordt gebruik gemaakt van voorlopige cijfers voor de WOZ-waarden. De WOZ-waarden zijn nog niet definitief. Tussen de levering in oktober, die is gebruikt voor het berekenen van de tarieven in deze verordening en ultimo jaar (en in incidentele gevallen nog later) vinden er nog controles en eventuele aanpassingen plaats. Pas in december wordt de uiteindelijke opgaaf van de WOZ-waarden door de BghU aangeleverd bij de Waarderingskamer. Om te voorkomen dat afwijkingen tussen deze cijfers en de voorlopige opgaaf in oktober doorwerken in de tarieven zullen de OZB-tarieven 2023 in december nog worden herberekend op basis van deze meest actuele cijfers. Wij sturen u dan ook vlak voor de vergadering van 15 december nog een brief
Bladnummer 4/5 Raadsvoorstel 1 november 2022
met daarin de aangepaste tarieven. Het betreft hier dan uiteraard slechts een technische herberekening, de uitgangspunten wijzigen niet. 1.2 De omvang van de totale WOZ-waarde kan na december nog wijzigen. Ondanks de levering in december staat nog niet alles vast. Er vinden in beperkte mate nog waarderingen en controles plaats, bijvoorbeeld bij nieuwe objecten. Daarnaast is het mogelijk dat er op basis van bezwaar een waarde wordt aangepast. Daarom zal er altijd een afwijking zijn tussen begrote en werkelijke WOZ-waarde en OZB-opbrengst. De afgelopen twee jaar hebben laten zien dat het daarbij om forse bedragen gaat, zeker bij niet-woningen. 1.3 Tussentijdse wijziging Legesverordening 2023 in verband met de invoering van de Omgevingswet (vooralsnog uitgesteld tot 1 juli 2023). Bij de invoering van de Omgevingswet (vooralsnog per 1 juli 2023) zal er een nieuwe Legesverordening 2023 worden vastgesteld. Het is mogelijk de legesverordening in de loop van het jaar te wijzigen of opnieuw vast te stellen. Leges zijn tijdstipheffingen. Voor de heffing is van belang wanneer het belastbaar feit zich voordoet, zoals het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Het is dus mogelijk om op 1 juli 2023 een nieuwe legesverordening te laten ingaan.
1.4 Tussentijdse wijziging Legesverordening 2023 in verband met de mogelijkheid van verzoeken tot medegebruik van gemeentelijke infrastructuur voor zgn. small cells. Uit Europese regels die sinds maart jl. van kracht zijn via de Telecommunicatiewet volgt dat telecomaanbieders de gemeente toestemming kunnen vragen om kleine antennes (small cells) te plaatsen in haar infrastructuur. Omdat de gevolgen voor de legesverordening op dit moment nog niet duidelijk zijn, zijn hier nog geen tarieven voor opgenomen. De verwachte gevolgen worden in kaart gebracht en kunnen tot een (tussentijdse) wijziging van de legesverordening leiden.
Financiële aspecten De financiële gevolgen van dit voorstel zijn in de begroting 2023 verwerkt.
Communicatie aspecten De verordeningen worden gepubliceerd in het digitaal gemeenteblad; daarnaast zijn in de communicatie rond de begroting ook de belangrijkste belastingtarieven meegenomen.
Bladnummer 5/5 Raadsvoorstel 1 november 2022
Uitvoering De aanslagopleggingen voor OZB, roerende-zaakbelasting, precariobelasting, toeristenbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden zoals gebruikelijk door de BghU uitgevoerd.
Bijlagen 1) Raadsbesluit 2) Bijlage wijzigingen WABO in de Legesverordening 2023 3) Verordeningen: a) De Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2023 b) De Verordening Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023 c)
De Verordening Afvalstoffenheffing 2023, inclusief tarieventabel
d) De Verordening Rioolheffing 2023 e) De Verordening Lijkbezorgingsrechten 2023, inclusief tarieventabel f)
De Verordening Leges 2023, inclusief tarieventabel
g) De Verordening Toeristenbelasting 2023 h) De Verordening Precariobelasting 2023, inclusief tarieventabel
burgemeester en wethouders,
Frans Backhuijs secretaris
burgemeester