2022-353 Bijlage 2 Overzicht met wijzigingen.pdf
Tekst van het document
2022-353 Bijlage 2 Bijlage: Overzicht met wijzigingen van de nota investerings- en afschrijvingsbeleid ten opzichte van 2015
Sinds de vorige versie van de nota, die in 2015 is vastgesteld, zijn er belangrijke wijzigingen geweest in het BBV. De nota betreft vooral een aanscherping en vastlegging van bestaand beleid. Onderstaand geven we u de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige versie weer.
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige versie uit 2015 betreffen: -
Wijzigingen onderscheid activeren maatschappelijk nut en economisch nut is komen te vervallen (BBV). Voorheen was het toegestaan om investeringen met maatschappelijk nut niet te activeren maar ineens ten laste van de exploitatie te brengen. In het BBV is vermeld dat alle investeringen dienen te worden geactiveerd, dit is zo opgenomen in de nota.
-
Afschrijving start in het jaar na ingebruikname (was in het jaar van in gebruikname).
-
Een voorbereidingskrediet bedraagt maximaal 10% van de verwachte investering.
-
De MIP (4 jaars termijn) wordt ter kennisname aangeboden aan de raad.
Daarnaast is een aantal artikelen aangepast of toegevoegd ter verduidelijking: -
We hanteren totaalfinanciering.
-
We hanteren de componentenmethode.
-
We rekenen alleen directe salariskosten toe aan de investering.
-
De minimale afschrijvingstermijn van een investering is 3 jaar.
Ongewijzigd zijn gebleven: -
Voorbereidingskredieten worden indien niet gebruikt in een keer afgeboekt ten laste van het resultaat.
-
De looptijd van investeringskredieten bedraagt maximaal 2 boekjaren
-
We schrijven lineair af.
-
We schrijven 100% van de investering af, we hanteren geen restwaarde.
-
Voor het vaststellen van de juiste afschrijvingstermijn, zoals deze in de afschrijvingstabel is weergegeven, is de economische levensduur van een investering bepalend.
-
Zowel de raad als college kunnen kredieten beschikbaar stellen, college alleen als er sprake is van dekking binnen het programma.