2022-315 Bijlage 4 BP Structuurbaan_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
2022-315 Bijlage 4
Bestemmingsplan Nieuwegein - Structuurbaan Gemeente Nieuwegein Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan Nieuwegein - Structuurbaan Gemeente Nieuwegein Bijlagen bij toelichting
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER De Beeckhof BV H.A. Plezier Nieuw Loosdrechtsedijk 105 1230 AA Loosdrecht
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0356.BPPW2022HER001-VA03 K20183 Nieuwegein - Structuurbaan
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 24-02-2022 18-03-2022 18-05-2022
Projectleider:
P. Keizer MSc
Auteur:
I. van Steenbergen MSc, R.M. Hoekstra MA, P. Keizer MSc
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Quickscan Flora en Fauna, Els & Linde B.V., 30-05-2020
5
Bijlage 2
Afdoend onderzoek huismus en gierzwaluw, Els & Linde B.V., 15-07-2020
15
Bijlage 3
Stikstofdepositieberekening, Kubiek Ruimtelijke Plannen, 27-01-2022
25
Bijlage 4 27-01-2022
Stikstofdepositieberekening bijlage 1, Kubiek Ruimtelijke Plannen,
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek, Linge milieu bv, 02-06-2017
43
Bijlage 6
Nulsituatie bodemonderzoek, Linge milieu bv, 16-11-2014
135
Bijlage 7
Bodemonderzoek inclusief asbest, Linge milieu bv, juni/augustus 2020
242
Bijlage 8
BUS-melding, 02-12-2021
379
36
Bijlage 9 Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) , RAAP Archeologisch Adviesbureau, 05-10-2021
391
Bijlage 10
Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)
450
Bijlage 11
Programma van Eisen, RAAP Archeologisch Adviesbureau, augustus 2021
534
Bijlage 12 2021
Archeologisch proefsleuvenonderzoek, VUhbs archeologie, december
Bijlage 13
Parkeer balans, Aalberts ontwikkelingen, 27-09-2021
592
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek, Buro Bouwfysica, 16-11-2021
594
Bijlage 15
Quickscan bedrijven en milieuzonering, Aveco de Bondt, 17-11-2021
729
562
Bijlage 16 Berekening watercapaciteit Wadi's - Cicom & Copier - Kenmerk 21CC58301 - 23 december 2021
782
Bijlage 17
799
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, 24-02-2022
Nieuwegein - Structuurbaan
3
Bijlage 18
Informatiebijeenkomst 1, De Beeckhof, 06-10-2020
802
Bijlage 19
Informatiebijeenkomst 2, De Beeckhof, 14-12-2020
807
Bijlage 20
Nota van beantwoording vooroverlegreacties voorontwerp
813
Bijlage 21
Nota van beantwoording inspraakreacties voorontwerp
818
Bijlage 22
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
827
Nieuwegein - Structuurbaan
4
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1 Quickscan Flora en Fauna, Els & Linde B.V., 30-05-2020
Nieuwegein - Structuurbaan
5
Quick scan ecologie Structuurbaan te Nieuwegein
30 mei 2020
Pagina 1
Samenvatting Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Voor de ruimtelijke plannen wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 4 mei 2020 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik.
Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Onderzocht is of er effecten op beschermde natuurwaarden kunnen ontstaan. Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 4 mei 2020 is gebleken dat de kans op huismussen en gierzwaluwen niet is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. De kans op aanwezigheid van vleermuizen is niet aannemelijk, een afdoend onderzoek is niet nodig. Op de planlocatie zijn twee watergangen te vinden, algemeen voorkomende amfibieën zijn hier niet uit te sluiten.
Ligging van het perceel
Een ontheffing van de Wet Natuurbescherming is mogelijk nodig.
Colofon
De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden is noodzakelijk.
Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Aalberts Ontwikkeling bv 20.199 30 mei 2020 M.J. Josemans P.J.H. van der Linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie ligt aan de Structuurbaan, binnen de bebouwde kom van Nieuwegein. De planlocatie betreft deels een leeg perceel, deels een bedrijventerrein en wordt omsloten door enkele woningen en industrieterreinen. Het perceel bevindt zich naast de doorgaande weg in Plettenburg, met het Amsterdam-Rijnkanaal ten oosten van de planlocatie. Vanaf de planlocatie gemeten ligt het Natura 2000-gebied Uiterwaarden-Lek op ruim 9 Km ten zuidwesten en Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen op ruim 11 Km ten noorden van het gebied. Gebieden die deel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen op ruim 2.5 Km ten noordoosten en ongeveer 3.5 Km ten zuiden van de planlocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor de functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de planlocatie
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd.
Ligging van het perceel ten opzichte van Natura 2000-gebieden (rood) en gebieden die deel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (groen)
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 4 mei 2020 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 4 mei 2020 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden betroffen droog, zonnig weer, 13 °C en 3 Bft. Er was sprake van ongeveer 15% bewolking.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn geen waarnemingen van gierzwaluwen (Apus apus) nabij de planlocatie gemeld. Ter hoogte van de Lekkanaaldijk is één huismus (Passer domesticus) waargenomen en gemeld afgelopen jaren. Waarnemingen van vleermuizen worden alleen gemeld rondom Fort Jutphaas. Er zijn geen waarnemingen van steenuilen (Athene noctua), kerkuilen (Tyto alba) en kikkers gemeld op en rondom de planlocatie (waarnemingen.nl). Vegetatie en planten Het grootste deel van het perceel is onverhard en begroeid met algemene plantensoorten, zoals weegbree (Plantago ssp.), zandkool (Diplotaxis ssp.), hondsdraf (Glechoma hederacea) en grote brandnetel (Urtica dioica). Het bedrijventerrein en het perceel wordt afgeschermd met een heg. Ook staat op het perceel een klein bosje met linde (Tilia spp.) en es (Fraxinus excelsior). Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben.
De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. De planlocatie betreft een begroeid, leeg perceel en een verhard bedrijventerrein met twee loodsen. De loodsen hebben schuine daken met golfplaten en bestaan deels uit metselwerk. Eén loods bevat enkele open stootvoegen die groot genoeg zijn voor vleermuizen. Echter zijn deze stootvoegen alleen aanwezig op de westzijde van de loods, dus de muur ligt voornamelijk in de schaduw en is dus koud. Dit maakt het niet aannemelijk dat vleermuizen zich zouden ophouden in deze stootvoegen. De bomen op de planlocatie zijn gecontroleerd en bevatten geen holtes waar vleermuizen zich kunnen ophouden. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Het perceel valt binnen de bebouwde kom van Nieuwegein. De kans op een jachtgebied langs de Structuurbaan is aanwezig gezien de directe, groene omgeving van de
Pagina 5
planlocatie. Ook potentiële vliegroutes zijn langs de Structuurbaan mogelijk. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk omdat de woningen buiten de invloedssfeer van de bomen langs de Structuurbaan staan. De openbare ruimte wijzigt niet. Laag beschermde zoogdieren Rondom de planlocatie is kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals spitsmuizen en muizen. Met de uitvoering van de werkzaamheden moet hiermee rekening worden gehouden. Voor de soorten is geen ontheffing nodig. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De kopgevel van de eerste loods bevat meerdere openingen onder de dakrand. Dit zijn geschikte mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen om zich op te houden. Tijdens het bezoek van 4 mei 2020 is op deze kopgevel een nest gelokaliseerd van een invliegende huismus. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen in de begroeiing en de bomen op het perceel.
Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden op de planlocatie. Herpetofauna en vissen Er is oppervlaktewater aanwezig aan de west- en zuidkant van het perceel. Bij beide watergangen is riet (Phragmites australis) te vinden op de steile oevers. De watergang aan de zuidkant bevat helder water met waterplanten. De watergang aan de westkant is deels bedekt met kroos. Watergebonden organismen zoals kikkers en salamanders kunnen niet worden uitgesloten binnen de planlocatie. Het betreffen algemeen voorkomende soorten als bastaardkikker (Pelophylax esculentus) of kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris). Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de
Pagina 6
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000-gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 4 mei 2020 is gebleken dat de kans op huismussen en gierzwaluwen niet is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar huismussen en gierzwaluwen is noodzakelijk. De kans op aanwezigheid van vleermuizen is niet aannemelijk, een afdoend onderzoek is niet nodig. Op de planlocatie zijn twee watergangen te vinden, algemeen voorkomende amfibieën zijn hier niet uit te sluiten. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen in tact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ruim 9 Km ten zuidwesten en 11 Km ten noorden van de planlocatie. De werkzaamheden betreffen sloop en nieuwbouw.
Pagina 7
De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is noodzakelijk, gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen eveneens niet worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op grote afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, kan een effect worden verwacht. Het maken van een stikstofberekening is noodzakelijk.
Pagina 8
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 4 mei 2020 beoordeeld of er beschermde plantenen diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 4 mei 2020 is gebleken dat de kans op huismussen en gierzwaluwen niet is uit te sluiten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. De kans op aanwezigheid van vleermuizen is niet aannemelijk, een afdoend onderzoek is niet nodig. Op de planlocatie zijn twee watergangen te vinden, algemeen voorkomende amfibieën zijn hier niet uit te sluiten, maar geeft geen reden tot vervolgonderzoek.
– – – –
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur – Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. – Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. – provincie-utrecht.nl – waarneming.nl
Een ontheffing van de Wet Natuurbescherming is nodig als een effect op huismus of gierzwaluw niet is te vermijden. Gezien de omgeving is de kans op aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen in de begroeiing en de bomen op het perceel. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden op de planlocatie. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is noodzakelijk, gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen eveneens niet worden uitgesloten.
Pagina 9
Bijlage 2 Afdoend onderzoek huismus en gierzwaluw, Els & Linde B.V., 15-07-2020
Nieuwegein - Structuurbaan
15
Afdoend onderzoek Huismus & gierzwaluw: Structuurbaan Nieuwegein
15 juli 2020
Pagina 1
Samenvatting Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Onderzocht is of er beschermde soorten voorkomen binnen het perceel.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Beschrijving werkwijze 8 – Waarnemingen 11– Analyse 13– Maartegelen 14– Advies & Bronnen
Uit de resultaten van het afdoend onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie huismussen of gierzwaluw voorkomen. Binnen de planlocatie is een nestplek van de huismus aangetroffen. Voor het tegengaan van effecten zijn mitigerende en compenserende maatregelen in de vorm van het aanbieden van minimaal 2 (geschikte) alternatieve nestplaatsen noodzakelijk. Om zorg te dragen voor een juiste uitvoering wordt geadviseerd te werken met een Ecologisch werkprotocol. Voor de ruimtelijke plannen is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In verband met de aanwezigheid van 1 nestplek van de huismus, is het noodzakelijk om 2 alternatieve nestplaatsen aan te bieden.
Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Onderdeel van de ruimtelijke procedure is een onderzoek naar de effecten op beschermde natuurwaarden. Voor de ruimtelijke plannen is door bureau Els & Linde B.V. op 24 mei 2020, een quick scan ecologie binnen de planlocatie uitgevoerd. Uit de resultaten van de quick scan ecologie is gebleken dat een afdoend onderzoek naar het voorkomen van de huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus) binnen de planlocatie noodzakelijk is, om de effecten van de ruimtelijke plannen te kunnen bepalen. In de voorliggende notitie worden de resultaten van het afdoend onderzoek naar de huismus en gierzwaluw gepresenteerd. Waarnemingen van andere - minder strikt beschermde soorten zijn voor zover relevant eveneens genoteerd. Het onderzoek naar beschermde soorten is gestart en afgerond in het voorjaar van 2020. De inventarisaties naar huismussen zijn conform het kennisdocument huismus c.q. gierzwaluw en andere handleidingen voor goede inventarisaties uitgevoerd.
Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de werkzaamheden, die nodig zijn om te komen tot de gewenste werkzaamheden. Daarbij is naast de planlocatie sec. ook gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving.
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
De Beeckhof b.v. 20.233 15 juli 2020 M.J. Josemans P.J.H. van der Linden concept
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl Ligging van het perceel
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie ligt aan de Structuurbaan, binnen de bebouwde kom van Nieuwegein. De planlocatie betreft deels een leeg perceel, deels een bedrijventerrein en wordt omsloten door enkele woningen en industrieterreinen. Het perceel bevindt zich naast de doorgaande weg in Plettenburg, met het Amsterdam-Rijnkanaal ten oosten van de planlocatie.
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Aalberts ontwikkeling 20.233 15 juli 2020 P.J.H. van der Linden M.J. Josemans concept
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl Ligging van de Natura 2000-gebieden.
Vanaf de planlocatie gemeten ligt het Natura 2000-gebied Uiterwaarden-Lek op ruim 9 Km ten zuidwesten en Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen op ruim 11 Km ten noorden van het gebied. Gebieden die deel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen op ruim 2.5 Km ten noordoosten en ongeveer 3.5 Km ten zuiden van de planlocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor de functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten. Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland.
Pagina 3
H03
Werkwijze: technieken, veldbezoeken & omstandigheden in het veld Afdoende inventarisatie Voor de afdoende inventarisatie van beschermde soorten, is het van belang dat deze worden uitgevoerd volgens enkele regels. Het gaat om voldoende inspanning met geschikte technieken, in het optimale seizoen en door gekwalificeerd personeel. De gebruikte methoden en technieken worden aangepast op de situatie en op de te verwachten soorten. Hierbij wordt een afweging gemaakt welke methoden en technieken het meest geschikt c.q. efficiënt zijn. Voor verschillende soorten zijn protocollen verschenen of kan worden teruggevallen op wetenschappelijke literatuur, gericht op het inventariseren van soorten. Daarnaast zijn er voor een beperkte lijst soorten, zogenoemde kennisdocumenten verschenen. Voor het inventariseren van beschermde soorten gebruikt Els & Linde de verschillende genoemde bronnen, aangevuld met terrein- en soortkennis van de ecoloog. Belangrijk onderdeel van een afdoend onderzoek is dat de gebruikte techniek op een juiste manier wordt vastgelegd, zodat het onderzoek is te reproduceren. Inventarisaties naar de huismus De inventarisatie van de huismus wordt kort na zonsopkomst gestart en geëindigd op het moment dat de aanwezigheid van de huismus en de functies binnen de planlocatie, waren vastgesteld.
De weersomstandigheden tijdens de inventarisaties moeten voldoende gunstig zijn een betrouwbaar resultaat. Tijdens de inventarisatie zijn droog en rustig weer, met een minimale temperatuur van ongeveer 5 °C, van belang.
Tabel: omstandigheden tijdens de inventarisatie.
Technieken onderzoek gierzwaluwen Tijdens de inventarisatie van de gierzwaluw wordt gezocht naar invliegende vogels, nestgeluiden of andere sporen van nesten. Een groep vogels die boven een gebouw of wijk cirkelt, is een goede aanwijzing voor de aanwezigheid van een nest in die omgeving. De inventarisatie van de gierzwaluw wordt tegen zonsondergang uitgevoerd. De weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de resultaten, van belang is dat bij gunstige omstandigheden, droog en niet te koud weer) wordt gezocht naar de gierzwaluw. Veldbezoeken & omstandigheden in het veld Voor de gierzwaluw is een inventarisatie in drie ronden in de periode mei tot en met half juli voldoende, om inzicht te krijgen in het voorkomen van broedende vogels binnen het plangebied. De inventarisaties van de gierzwaluw starten ruim voor zonsondergang en eindigen op het moment dat de aanwezigheid van alle potentieel voorkomende soorten en functies zijn vastgesteld. Voor de huismus zijn twee inventarisaties kort na zonsopkomst voldoende als tussen 1 april en 15 mei wordt geïnventariseerd. Wordt er (deels) buiten deze periode gezocht dan zijn vier inventarisaties noodzakelijk. In de voorliggende situatie is daarom viermaal gezocht naar huismussen binnen het complex. Tijdens de inventarisaties waren de weersomstandigheden voldoende voor een betrouwbaar resultaat.
Wat geschikte weersomstandigheden zijn is beschreven in de soortenstandaard en de verschillende onderzoeksprotocollen.
Pagina 4
H04
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Voor het project is eerder een oriënterend onderzoek uitgevoerd (Josemans 2020). In dat onderzoek is als aannemelijk gesteld dat binnen de bebouwing op het terrein huismussen en gierzwaluw kunnen voorkomen. Om die reden is een aanvullend onderzoek naar deze soorten uitgevoerd. Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn geen waarnemingen van gierzwaluwen (Apus apus) nabij de planlocatie gemeld. Ter hoogte van de Lekkanaaldijk is één huismus (Passer domesticus) waargenomen en gemeld afgelopen jaren. Waarnemingen van vleermuizen worden alleen gemeld rondom Fort Jutphaas. Er zijn geen waarnemingen van steenuilen (Athene noctua), kerkuilen (Tyto alba) en kikkers gemeld op en rondom de planlocatie (waarnemingen.nl). Inventarisatie huismus Op 4 mei 2020, 3 juni 2020, 19 juni 2020 en 7 juli 2020 is een inventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen van huismussen binnen de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein. Tijdens de inventarisatie is gekeken naar geschikt habitat voor de huismus en zijn de begroeiingen binnen de planlocatie geïnspecteerd op aanwezigheid van de huismus.
Aanvullend is gelet op zingende mannetjes en paartjes, die de aanwezigheid van een nestplaats verraden. Waarnemingen – 4 mei 2020 Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De kopgevel van de eerste loods bevat meerdere openingen onder de dakrand. Dit zijn geschikte mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen om zich op te houden. Tijdens het bezoek van 4 mei 2020 is op deze kopgevel een nest gelokaliseerd van een invliegende huismus. Waarnemingen – 3 juni 2020 Tijdens de ochtendinventarisatie zijn geen huismussen waargenomen die met zekerheid in een van de gebouwen zit. Wel is een koppeltje huismussen voedselzoekend in de struiken waargenomen. Waarnemingen – 19 juni 2020 Tijdens de ochtendinventarisatie is een huismus gezien op het dak van de eerste loods. Later zijn huismussen voedselzoekend waargenomen op het terrein. Waarschijnlijk is het nest in de loods uitgevlogen. Waarnemingen – 7 juli 2020 Er zijn in de ochtend geen huismussen aangetroffen binnen het perceel. Ook bij de loods zijn geen huismussen gezien.
Pagina 5
Inventarisatie gierzwaluw Op 3 juni 2020, 19 juni 2020 & 7 juli 2020 is een avondinventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen van gierzwaluw. Tijdens de inventarisatie is gekeken naar geschikte verblijfplaatsen voor de gierzwaluw en zijn de gebouwen geïnspecteerd op een invliegende gierzwaluw en ander nestgedrag. Aanvullend is gelet op boven de omgeving vliegende dieren, die de potentiële aanwezigheid van een nestplaats verraden. Daarbij zijn laagvliegende vogels een aanwijzing voor een nest op korte afstand, terwijl hoogvliegende dieren meestal op grotere afstand een nest hebben. Waarnemingen 3 juni 2020 Tijdens de inventarisatie van de gierzwaluw zijn geen dieren aangetroffen; noch hoogvliegend noch laagvliegende dieren zijn gezien. Wel zijn – net als ‘s morgens – voedselzoekende huismussen gezien die telkens in de richting van de eerste loods vlogen. Waarnemingen 19 juni 2020 Tijdens de inventarisatie zijn hoog in de lucht een paar gierzwaluwen gezien. De dieren vlogen in zuidwestelijke richting weg. Er zijn geen aanwijzingen dat op het perceel gierzwaluwen broeden. Waarnemingen 7 juli 2020 In de avonduren zijn geen gierzwaluwen aangetroffen in de omgeving van het plangebied. Conclusie In de loods broedt een huismuspaar, waarvan het nest met succes is uitgevlogen. Er is geen nest van de gierzwaluw aanwezig
Pagina 6
H05
Analyse: effecten op het voorkomen van de huismus Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden, om de veranderingen te kunnen bereiken. Voor zover plangebieden binnen het Natuurnetwerk, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 gebied of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden binnen de analyse getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Uit de quick scan ecologie van 24 mei 2020 is gebleken dat binnen de planlocatie vaste verblijfplaatsen van de huismus en gierzwaluw aanwezig kunnen zijn. Door bureau Els & Linde is in het voorjaar van 2020, een afdoend onderzoek naar de huismus en gierzwaluw binnen de planlocatie uitgevoerd. De analyse van deze notitie beperkt zich tot de effecten op beschermde soorten die tijdens het afdoend onderzoek naar huismus en gierzwaluw zijn aangetroffen. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd.
De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Huismus Tijdens de inventarisaties naar de huismus is binnen de planlocatie een vaste verblijfplaatsen van de huismus aangetroffen. Er zijn geen gierzwaluwen vastgesteld. Tijdens de broedperiode kunnen vogels in de begroeiingen rondom het terrein broeden. Met de planning van de werkzaamheden moet hiermee rekening worden gehouden. Broedende vogels mogen niet worden verstoord. Staat van Instandhouding De Huismus is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. De staat van instandhouding is matig. In de jaren negentig van de vorige eeuw is de populatie gedecimeert. Vanaf het eind van de eeuw is de stand stabiel, maar op een lagere omvang dan voorheen. Landelijk wordt de populatie geschat op 600.000 – 1.000.000 broedparen. Mitigatie en compensatie Om de functionaliteit van de verblijfplaatsen te garanderen, dienen voorafgaande en na uitvoer van de werkzaamheden, voldoende geschikte nest- en verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Volgens de toetsingscriteria van het bevoegd gezag dienen voor elke
Pagina 7
verloren verblijfplaats, twee alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. De overheid stelt namelijk dat hoe meer alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn, hoe groter de kans is dat minimaal één alternatieve verblijfplaats geschikt bevonden wordt. Advies voor het onderzochte perceel Binnen het project is een nest van de huismus aangetroffen. Dat betekend dat er minimaal twee alternatieve verblijfplaatsen voor de huismus nodig zijn. Voor de huismus zijn verschillende oplossingen mogelijk: • een mussenstraat kan als tijdelijke en permanente maatregel functioneren (dat zijn drie nestkastjes die zijn gecombineerd; • een vogelvide biedt ruimte voor verschillende broedvogels, een vogelvide wordt onder de onderste rij dakpannen geplaatst; • er zijn goed functioneren dakpannen beschikbaar die ruimte bieden aan nestelende vogels, en; • een mussentil is een goede oplossing als er veel broedparen zijn aangetroffen. Gewenningstijd Voordat de (tijdelijke) maatregelen als functioneel worden beschouwd door het bevoegd gezag is een zogenoemde gewenningstijd nodig. Deze is afhankelijk van de aangetroffen soorten en deels van de aard van de verblijfplaats of het aantal dieren. Voor de huismus wordt twee maanden aangehouden.
Bij het bevestigen van de verblijfplaatsen en het bepalen van de geschikte plek is het van belang dat vogels een ochtendzon hebben, de nesten mogen in ieder geval niet in de volle zon hangen. De verblijfplaatsen moeten binnen 200 meter geplaatst worden. Bij het zoeken van geschikte locaties en de keuze van de soort voorziening kan een ecoloog van Els & Linde adviseren. Zorgplicht Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten. Bovenwettelijke compensatie Naast de – in veel gevallen – wettelijk voorgeschreven compensatie en mitigatie. Zijn er vaak eenvoudig maatregelen in het bouwproces te integreren die leiden tot een hogere waarden voor de stadsnatuur. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.
Pagina 8
H06
Mitigerende Conclusie, advies en compenserende en gebruikte bronnen maatgregelen Voor de planlocatie aan de Structuurbaan te Nieuwegein worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het betreft deels een leeg perceel waarop nieuwbouw zal plaatsvinden. De zuidkant van het perceel is een verhard bedrijventerrein waar twee loodsen staan. Het voornemen is deze loodsen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Onderdeel van de ruimtelijke procedure is een onderzoek naar de effecten op beschermde natuurwaarden. Beschermde soorten Uit de resultaten van het afdoend onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie huismussen voorkomen. Binnen de planlocatie is de aanwezigheid van een nestplek van de huismus aangetoond. Er zijn geen gierzwaluwen binnen het plangebied aangetroffen. Voor het tegengaan van effecten zijn mitigerende en compenserende maatregelen in de vorm van het aanbieden van minimaal 2 (geschikte) alternatieve nestplaatsen noodzakelijk. Om zorg te dragen voor een juiste uitvoering wordt geadviseerd te werken met een Ecologisch werkprotocol. Voorafgaande en tijdens de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezige soorten die vallen onder het zorgbeginsel van de Wet natuurbescherming.
Aangetroffen dieren die niet uit zichzelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet, in vergelijkbaar geschikt habitat in de omgeving. Schuil- en overwinteringsplekken zoals bladhopen, houten steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op overwinterende en of schuilende dieren. Beschermde gebieden De werkzaamheden en de veranderde omgeving zullen geen significant effect veroorzaken op de beschermde natuurgebieden.
– – – – – – – – –
– –
– – –
Anonymus (2018) Huismus Passer domesticus. In: F. Hustings & K. Kofijberg (2018) Vogelatlas van Nederland. Anonymus (2016) Beschrijving, functies & belang van habitat elementen van de huismus. St. Witte mus Anonymus (2017) Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017) Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2018) Factsheet huismus. Vogelbescherming Anonymus (2018) Factsheet gierzwaluw. Vogelbescherming Daalder, R. (2014) De gierzwaluw. Atlas contact De Laet, J., W.J. Peach & J.D. Summers-Smith (2011) Protocol for censuring urban sparrows. Britsh Birds (104): 255-260 Hustings, M.F.H., Kwak, R.G.M., Opdam, P.F.M., Reijnen, M.J.S.M., (1985). Vogelinventarisatie. Achtergronden, Richtlijnen en Verslaglegging. Natuur beheer in Nederland Deel 3. Pudoc Jipping, K. (2013) Huismussen in de stad, hoe behoud je dat? Gemeente Amersfoort. Plas-Haarsma, M. van der (1980) De Huismus. Spectrum.
waarneming.nl vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/huismus sovon.nl/nl/soort/15910
Noodzakelijke ontheffing c.q. vergunning Voor de ruimtelijke plannen is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In verband met de aanwezigheid van 1 nestplek van de huismus, is het noodzakelijk om 2 alternatieve nestplaatsen aan te bieden.
Pagina 9
Bijlage 3 Stikstofdepositieberekening, Kubiek Ruimtelijke Plannen, 27-01-2022
Nieuwegein - Structuurbaan
25
Nieuwegein Structuurbaan Stikstofdepositieberekening Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
Nieuwegein Structuurbaan Stikstofdepositieberekening
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER de Beeckhof B.V. T.a.v. H.A. Pleizier
Kerkewijk 156
Nieuw Loosdrechtsedijk 105
3904 JJ Veenendaal
1230 AA Loosdrecht
T. 0318 – 50 56 37
I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu PLANGEGEVENS Projectnummer:
K20183
Datum:
27 januari 2021
Titel:
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein - Structuurbaan
Projectleider:
I. van Steenbergen MSc
Auteur:
R.M. Hoekstra
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding................................................................................................................................. 4
1.2
Wettelijk kader .......................................................................................................................... 5
2
Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ..................................................................... 6
2.2
Uitgangspunten ........................................................................................................................ 7 2.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 7 2.2.2
3
Gebruikersfase .......................................................................................................... 7
Conclusie ..................................................................................................................... 9
Separate bijlagen: -
Bijlage 1 – Nieuwe gebruikersfase
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1
Aanleiding
Bij de kruising van de Structuurbaan met de De Malapertweg worden 25 grondgebonden woningen en 27 appartementen gerealiseerd. De woningen zullen geen gasaansluiting krijgen.
Figuur: Aanduiding planlocatie (bron: Google Maps)
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
4
1.2
Wettelijk kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019 (en na de update van 15 oktober 2020, versie 2020 & na de update van 13 januari 2022, versie 2021) kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In de Wsn is een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase niet meer worden berekend en verschuift de nadruk naar de structurele uitstoot die een project in de gebruiksfase veroorzaakt. Daarom dient enkel nog de gebruiksfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
5
2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 10.000 meter afstand van de planlocatie ligt.
Figuur: Ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000-gebied
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
6
2.2
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura2000 gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2020 (beschikbaar sinds 15 oktober 2020). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1
Referentiesituatie
Op de planlocatie bevindt zich nu wel een bron die zorgt voor stikstofemissie. De referentiesituatie is echter niet meegenomen in deze berekening, omdat er geen noodzaak is tot intern salderen. 2.2.2
Gebruikersfase
In de nieuwe situatie worden er een 25 grondgebonden woningen en 27 appartementen gerealiseerd. De nieuwe woningen zullen geen gasaansluiting krijgen. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020 van BIJ12 heeft een gasloze woning een stikstofemissie gelijk aan nul. Wel vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. Hierbij is uitgegaan van de gegevens voor rest bebouwde kom in sterk stedelijk gebied. Type woning
Maximale verkeersgeneratie per woning
Aantal
Totaal
2^1-kap-woningen
8,2
8
65,6
Rijwoningen
7,5
12
90,0
Vrijstaande woningen
8,6
5
43,0
Koop appartement (midden)
6,0
27
162,0
Totaal
360,6
De verkeersgeneratie bestaat dus uit 360,6 mvt/etmaal. Daarnaast is er rekening gehouden met 4 mvt/etmaal ‘middelzwaar vrachtverkeer’. De bronlijn loopt vanaf de planlocatie tot aan de N408. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2021. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1.
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
7
Figuur: Beeld nieuwe situatie (bron: Van Bokhorst Architecten)
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
8
3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
9
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
Stikstofdepositieberekening Nieuwegein – Structuurbaan
10
Bijlage 4 Stikstofdepositieberekening bijlage 1, Kubiek Ruimtelijke Plannen, 27-01-2022
Nieuwegein - Structuurbaan
36
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Kubiek Ruimtelijke Plannen Kerkewijk, 156, 3904 JJ Veenendaal Nieuwegein - Structuurbaan Nieuwe gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RYLJSaGMPi3m 27 januari 2022, 10:50 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Nieuwe gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Nieuwe gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RYLJSaGMPi3m (27 januari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
Nieuwe gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Locatie woningen
Emissie NH3 Emissie NOx -
Verkeersnetwerk
< 0,1 ton/j
RYLJSaGMPi3m (27 januari 2022)
< 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RYLJSaGMPi3m (27 januari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Nieuwe gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RYLJSaGMPi3m (27 januari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Nieuwe gebruiksfase, Rekenjaar 2022 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Locatie woningen Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021_20220120_17ff380b1e Database versie 2021_17ff380b1e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RYLJSaGMPi3m (27 januari 2022)
6/6
Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek, Linge milieu bv, 02-06-2017
Nieuwegein - Structuurbaan
43
MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK STRUCTUURBAAN 30 EO NIEUWEGEIN JUNI 2017
opdrachtgever
J. Scholman Infra BV postbus 1458 3430 BL: Nieuwegein
Projectnummer
17-2091
versie:
1
datum:
2 juni 2017
LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & T 0345 - 570 272
| F 0345 - 570 287 |
ING BANK 6717.49.897
|
ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS INFO@LINGEMILIEU.NL
|
WWW.LINGEMILIEU.NL
|
KVK TIEL 30233558
BTW NL 8188.13.118. B01
opgesteld door: Arjan Vlasblom
controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, John Hol, het veldwerk in Nieuwegein uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001 en 2002, in mei 2017, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar
1. Inleiding
1
2. Vooronderzoek
2
2.1 2.2 2.3 2.4
Historie en actuele situatie Eerder bodemonderzoek conclusies historisch onderzoek Bodemopbouw
3 4 5 5
3. Opzet en invulling van het onderzoek
6
3.1 3.2 3.3
Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2
5
6 7 7
8
Analyseresultaten grond Analyseresultaten grondwater
8 8
Conclusie en aanbevelingen
10
5.1 5.2
Conclusies Betrouwbaarheid
Bijlagen bijlage A: Algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B: Analyseresultaten bijlage C: Boorstaten bijlage D1 Kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 Eerder bodemonderzoek bijlage E: Situatieschets
1 bodemonderzoek Structuurbaan Nieuwegein, juni 2017
10 11
1. Inleiding Op 12 en 18 mei 2017 is in opdracht van aannemingsbedrijf J. Scholman BV te Nieuwegein milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein rond en achter het bedrijfspand aan de Structuurbaan 30 in Nieuwegein.
Het onderzoeksterrein bestaat uit de bedrijfsgebouwen op nummer 30 - 30C plus de voormalige boomgaard daar ten westen van. De locatie heeft een oppervlak van ongeveer 1.5 hectare. Kadastraal is het perceel bekend bij gemeente Jutphaas sectie D, onder andere nummer 3423, 3425 en 3427. Het bedrijfsterrein is in het verleden meerdere malen onderzocht. Het onderzoek op het bedrijfsterrein heeft bestaan uit het herbemonsteren van enkele peilbuizen. Op het overige terrein zijn drie locaties als potentieel verdacht beschouwd wat betreft eventuele bodemverontreiniging : I. een voormalige tank, II. bestrijdingsmiddelen in de oorspronkelijke toplaag, III. een gedempte sloot. Er zijn voor het onderzoek 13 boringen geplaatst tot maximaal 4.0 m-mv (meter onder het maaiveld). Drie bestaande peilbuizen zijn herbemonsterd. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 2.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket plus bestrijdingsmiddelen. Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in Nieuwegein of anderszins betrokken bij het terrein aan de Structuurbaan via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever.
Een dergelijke relatie tussen J. Scholman BV en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/4. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL-Protocollen 2001 en 2002, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.
2. Vooronderzoek 2.1
Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het terrein aan de Structuurbaan in Nieuwegein, rond en achter het bedrijfspand op nummer 30. Kadastraal is het perceel bekend bij de gemeente Jutphaas sectie D, nummer 3423, 3425 en 3427, postcode is 3439 MB. Een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage D1. Voor het historisch onderzoek is onder andere informatie gebruikt van de Gemeente Nieuwegein. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's en gegevens van de eigenaar gebruikt. De gegevens van de gemeente, oude kaarten en de historische informatie zijn opgenomen in bijlage D1 en D2.
Algemene gegevens bedrijfsterrein Op het terrein aan de Structuurbaan 30 - 30C bevindt zich een aannemingsbedrijf. Het bedrijf bestaat uit enkele bedrijfspanden, kantoor en een woning. Het noordwestelijk deel van het bedrijfspand dateert van 1979. Voor die tijd stond er een ander pand, dat was gebouwd in 1960. In 1986 is het pand aan de zuidkant uitgebreid. De laatst uitbreiding, de zuidelijke aanbouw van het pand, is gebouwd in 2008. In de diverse loodsen ligt een gesloten betonvloer. In het zuidelijk deel van het pand en een deel van het kantoor is sinds medio 2014 Koop Bronbemaling BV gevestigd. Koop BV is huurder van het pand. De noordwestelijke loods wordt gehuurd door een bus-onderneming, die er klein onderhoud pleegt aan stadsbussen. Het buitenterrein aan de kant van de structuurbaan, oostelijk van het bedrijf, is verhard met klinkers. Aan de westkant ligt een betonvloer. Op het bedrijfsterrein bevinden zich de volgende verdachte locaties. I. Onder de klinkers ten oosten van de loods liggen twee ondergrondse dieseltanks met een volume
van 10.000 liter. Het afleverpunt bevindt zich aan de westkant van de loods, op een vloeistofdichte of vloeistofwerende betonvloer. II. In het zuidelijk deel van de loods bevindt zich een wasplaats. Deze bestaat uit een betonnen plaat
met een goot en een afvoer naar de ondergrondse, betonnen olie/water-scheider, die zich ten zuidoosten van de loods bevindt. In het verleden lag de wasplaats buiten de loods. Door de uitbreiding van het pand in 2008 ligt de wasplaats nu in de loods. III. Ten westen van de grote loods heeft in het verleden een bovengrondse dieseltank gestaan. Deze
stond in een lekbak op de betonvloer. Er zijn verder weinig gegevens bekend over de tank. Vermoedelijk is deze aanwezig geweest tussen 1970 en 1985. De locatie is aangegeven in de tekening in bijlage E.
De voormalige boomgaard Ten westen van het bedrijfsterrein bevindt zich een voormalige boomgaard. Deze locatie heeft een oppervlak van circa 9.000 m². Op oude kaarten is boomgaard op de locatie terug te zien in de periode 1935 tot 2008. Het grootste deel van de oorspronkelijke bovengrond is rond 2005 afgevoerd, om een half-verharding van menggranulaat aan te kunnen brengen. De laag heeft een dikte van 0.3 á 0.5 meter. Van het menggranulaat zijn gegevens over de herkomst en samenstelling beschikbaar bij de opdrachtgever. De contour van het menggranulaat is aangegeven in de tekening in bijlage E. Voor de delen waar nog de oorspronkelijke bovengrond aanwezig is, is onderzoek naar bestrijdingsmiddelen uitgevoerd. Dit betreft een oppervlak van circa 500 m². Geschiedenis van de locatie In bijlage D zijn vijf kaarten van het gebied opgenomen: uit 1950, 1960, 1970, 1990 en 2005. Alleen op de oudste kaart is geen bebouwing op het terrein Structuurbaan 30 aangegeven. Verder zijn in bijlage D 2 bodemonderzoek Structuurbaan Nieuwegein, juni 2017