2022-101 Bijlage Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen Woningbouw 2022 Gemeente Nieuwegein.pdf
Tekst van het document
In de omgevingsvisie zijn de ambities en doelen voor duurzaam bouwen weergegeven en ook de onderliggende duurzaamheidsthema’s, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In het Omgevingsprogramma volgt een specificering van die ambities en komen we tot prestatie-eisen voor duurzame woningbouw. Vervolgens werken we (een deel van) deze prestatie-eisen uit tot juridische planregel – de zogeheten ‘maatwerkregel’ - in het Omgevingsplan. Een deel van de prestatie-eisen wordt dus lokale wetgeving en daarmee juridisch bindend voor alle ontwikkelende partijen in Nieuwegein. Er zal een beleidsregel nodig zijn voor duurzaam bouwen waarin nader wordt toegelicht hoe deze prestatie-eisen precies ingevuld en getoetst zullen worden. Deze beleidsregel zal tegelijkertijd met de juridische planregels van het Omgevingsplan vorm krijgen. Laatste stap in het proces is dat een ontwikkelende partij een omgevingsvergunning
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
35
aanvraagt bij de gemeente en hierin aantoont dat de beoogde bouwontwikkeling voldoet aan de prestatie-eisen uit het Omgevingsplan. De gemeente toetst deze vergunningaanvraag. GPR Gebouw In hoofdstuk 1, paragraaf 1.3, schreven we al dat GPR Gebouw een methode is om de duurzaamheid van een gebouw vast te stellen aan de hand van ontwerpkeuzes op het gebied van energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Er wordt bij GPR Gebouw ook breder gekeken dan duurzaamheid. Zo kunnen er bijvoorbeeld bij het thema gebruikskwaliteit ook punten worden verdient wanneer een woningbouwinitiatief beschikt over het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). GPR staat voor Gemeentelijke Praktijk Richtlijn; het is ontwikkeld sinds 1995 en is inmiddels een veelgebruikt instrument in de bouwwereld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gebruikt GPR Gebouw voor het toekennen van subsidies. Het instrument helpt zowel gemeenten als ontwikkelaars om op een toegankelijke manier duurzaam bouwen meetbaar en bespreekbaar te maken, waarbij per thema een score wordt behaald op een schaal van 1 tot 10. Elk thema heeft een aantal subthema’s. Een GPR van 6,0 komt overeen met het wettelijke nieuwbouwkwaliteitsniveau in referentiejaar 2006. Sindsdien resulteren wettelijke aanscherpingen (zoals de BENG- en MPG-eisen) in steeds hogere GPRscores.
Ter illustratie: een Nul-op-de-meter-woning resulteert in een energiescore van 10. De duurzaamheidsthema’s van dit Omgevingsprogramma die (gedeeltelijk) terugkomen in GPR Gebouw zijn: energietransitie, circulair bouwen (MPG) en gezonde leefomgeving.19 De duurzaamheidsthema’s klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit en biodiversiteit & natuurinclusief bouwen komen nu nog niet terug in GPR Gebouw (2021: versie 4.3.1). In een volgende versie van GPR Gebouw kunnen deze thema’s wel verwerkt zijn. Privaatrechtelijke overeenkomsten: anterieure en posterieure overeenkomst Een anterieure overeenkomst heeft tot doel afspraken vast te leggen tussen de gemeente en een particuliere partij over het ontwikkelen van een bepaald perceel (grondexploitatie). Het is een privaatrechtelijke overeenkomst waarin de ontwikkelende partij zich onder andere verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Dan gaat het bijvoorbeeld over kosten voor de aanleg van wegen of openbare voorzieningen en kosten voor aanpassing van het Omgevingsplan. Bij het sluiten van een anterieure overeenkomst heeft de gemeente een ruime mate van contractvrijheid. De gemeente mag in een anterieure overeenkomst allerlei afspraken maken met ontwikkelende partijen.
Die afspraken kunnen verder gaan dan op basis van het publiekrecht afdwingbaar is, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Indien er sprake is van verkoop van gemeentegrond, is het gebruikelijk dat de gemeente vanuit een privaatrechtelijke rol in een tenderdocument randvoorwaarden vastlegt, waarna de afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst met de ontwikkelende partij aan wie is gegund. Behalve de anterieure overeenkomst kunnen partijen ook een posterieure overeenkomst sluiten, die in tegenstelling tot een anterieure overeenkomst wordt
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
36
afgesloten ná vaststelling van het exploitatieplan. De regels in het Omgevingsplan, dus ook de juridische planregels voor duurzaam bouwen, moeten daarbij in acht worden genomen. Er mag immers door een publiekrechtelijke persoon - in dit geval de gemeente - geen contract worden afgesloten dat in strijd is met (lokale) wet- en regelgeving. Het hangt van het Omgevingsplan af hoeveel onderhandelingsruimte er nog is voor de posterieure overeenkomst. BLVC-plan Bij bouwprojecten en gebiedsontwikkelingen wordt het steeds belangrijker om goede afspraken te maken met de omgeving van het project, zodat in die omgeving zo min mogelijk hinder wordt ervaren tijdens de uitvoering van een bouwproject. Het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw bevat geen prestatieeisen voor de bouwwerkzaamheden, daar is het BLVC-plan voor. BLVC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. Met betrekking tot duurzaamheid bevat het BLVC-plan bijvoorbeeld afspraken op het gebied van luchtkwaliteit en geluidsoverlast tijdens de bouwwerkzaamheden.
2. Financiële instrumenten Ook heeft de gemeente een aantal financiële instrumenten tot haar beschikking die ingezet kunnen worden bij woningbouwinitiatieven. We lichten nu de instrumenten subsidie, duurzaamheidsfonds, gebiedsfonds en groene leges toe. Deze financiële instrumenten kunnen worden ingezet vanuit verschillende gemeenterollen, zoals de presterende, de samenwerkende en de uitnodigende overheid. Subsidie De gemeente kan via een subsidie financiële middelen beschikbaar stellen, bijvoorbeeld de Subsidieregeling Duurzaam Nieuwegein. Hierbij kan voor bestaande gebouwen subsidie aangevraagd worden voor een groen (sedum)dak of isolatiemaatregelen aan de woning. Voor nieuwbouw beschikt de gemeente op dit moment niet over een subsidieregeling. Duurzaamheidsfonds Een fonds is in tegenstelling tot een subsidieregeling over het algemeen een minder gereguleerd en minder administratief financieel instrument. Voor City Nieuwegein is het Duurzaamheidsfonds geïntroduceerd. Ontwikkelende partijen kunnen een beroep doen op dit fonds voor duurzaamheidsmaatregelen waarvan het gehele gebied meeprofiteert. Voorbeeld is de realisatie van een waterberging waarin een groot deel van de regen die in het hele gebied valt geborgen kan worden. Een onafhankelijk kwaliteitsteam (het ‘Q-team City’) controleert en toetst de aanvragen. Op dit moment bestaat er in Nieuwegein geen gemeentebreed fonds.
Gebiedsfonds (Mooi Rijnhuizen) Gebiedsfondsen worden ingezet bij wat we noemen ‘concrete gebiedsontwikkelingen’, bijvoorbeeld in de wijk Rijnhuizen, waar de gemeente Nieuwegein in samenwerking met de Provincie Utrecht het Gebiedsfonds ‘Mooi Rijnhuizen’ heeft geïntroduceerd. Ontwikkelende partijen dragen aan dit fonds bij, waarmee gebiedsmaatregelen worden gefinancierd die de kwaliteit van de openbare ruimte en de diverse woongebieden in Rijnhuizen versterken. Dat zijn bijvoorbeeld
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
37
maatregelen op het gebied van duurzaamheid, zoals de aanleg van groen- en watervoorzieningen in de wijk, het aanleggen van straten met waterdoorlatende verhardingen en het realiseren van nieuwe fietsers- en voetgangersverbindingen. Groene leges De gemeente heft leges voor het behandelen van vergunningaanvragen en het toezicht op de uitvoering van activiteiten. We willen dat dit proces volledig kostendekkend is, maar kunnen ervoor kiezen korting op deze leges te geven bij duurzame maatregelen. Die korting wordt ook wel groene leges genoemd.20 Woningbouwprojecten waarbij substantieel beter wordt gepresteerd dan energieneutraal (BENG 3 = 100%) kunnen in aanmerking komen voor groene leges. Bij grote bouwprojecten is de maximale korting 2 à 3% van de totale bouwkosten. Wanneer de legeskorting wordt toegepast, laat de gemeente het principe van volledige kostendekking los. De door de gemeente gemaakte kosten voor het behandelen van een vergunningaanvraag zullen dan geheel of deels op een andere manier gedekt moeten worden. Dat kan onder andere door zelf budget beschikbaar te stellen of door aanvragen die wel voldoen aan de regels maar minder duurzaam zijn, zwaarder te belasten.
Op basis van ervaringen in onder andere de gemeente Den Haag is duidelijk geworden dat de geboden financiële prikkel door ontwikkelende partijen laag wordt bevonden en dat bij grote bouwontwikkelingen niet of nauwelijks een beroep op de legeskorting wordt gedaan.
3. Arrangementen en samenwerkingsinstrumenten Het vooraf helder verwoorden van de gemeentelijke duurzame ambitie richting ontwikkelende partijen, leidt vaak tot een duurzamer bouwproject. In deze paragraaf passeren een aantal arrangementen en samenwerkingsinstrumenten de revue, te weten: de omgevingstafel, het Kwaliteitsteam Duurzaamheid Rijnhuizen, regionale afspraken en prestatieafspraken met woningcorporaties. De arrangementen en samenwerkingsinstrumenten kunnen worden ingezet vanuit de gemeenterol: samenwerkende en uitnodigende overheid. Omgevingstafel In Nieuwegein verkennen we de mogelijkheid tot het (structureel) inzetten van de omgevingstafel bij het vooroverleg. Aan de omgevingstafel wordt een ruimtelijk initiatief, bijvoorbeeld een woningbouwproject, zo goed en zo snel mogelijk uitgewerkt tot een haalbare vergunningaanvraag. Initiatieven worden in het bijzijn van de ontwikkelende partij met de inhoudelijke adviseurs besproken. Hierbij worden de duurzame ambities van de gemeente meegegeven, worden kansen en onmogelijkheden verkend en wordt gezamenlijk toegewerkt naar oplossingen. Doordat adviseurs structureel en gelijktijdig samen naar het beoogde bouwproject kijken, opereren ze in het voortraject van de vergunningverlening slagvaardiger en meer integraal.
Dit instrument kunnen we op termijn mogelijk inzetten om het aspect duurzaamheid af te wegen tegen andere aspecten die van belang zijn bij een bouwontwikkeling. De eerste ervaringen met de omgevingstafel zijn positief.
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
38
Kwaliteitsteam Duurzaamheid Rijnhuizen Voor woningbouwinitiatieven in de wijk Rijnhuizen is het Kwaliteitsteam Duurzaamheid Rijnhuizen in het leven geroepen. Binnen dit team gaan diverse duurzaamheidsadviseurs en de ontwikkelende partij met elkaar in gesprek om samen tot een duurzamer en toekomstbestendiger ontwerp te komen. Regionale afspraken (Klimaatbestendig Bouwen) Het maken van regionale afspraken is een goede manier om aan de voorkant met elkaar te bepalen welke prestatie-eisen voor ontwikkelende partijen haalbaar zijn. Zo heeft de Provincie Utrecht het initiatief genomen om met zoveel mogelijk gemeenten, bouwers, ontwikkelaars, brancheverenigingen en waterschappen regionale afspraken te maken over klimaatbestendig bouwen.4 Tijdens een intensief co-creatietraject met verschillende werksessies en (bestuurlijke) afstemmingsmomenten, zijn de partijen tot breed gedragen afspraken gekomen. Deze regionale afspraken hebben de basis gelegd voor de prestatie-eisen voor dit Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw en de nog volgende juridische planregels in het omgevingsplan. Prestatieafspraken met woningcorporaties In de prestatieafspraken met woningcorporaties wordt de gewenste bijdrage van woningcorporaties vastgelegd op het gebied van onder andere de kwaliteit en duurzaamheid van woningen.
De prestatieafspraken gaan over zowel de bestaande woningvoorraad (circa negenduizend sociale huurwoningen in Nieuwegein) als nieuw te realiseren sociale huurwoningen. Voor het thema duurzaamheid worden de prestatieafspraken met woningcorporaties op dit moment (2021) geactualiseerd. De huidige prestatieafspraken (2020-2023) gaan vooral over de duurzaamheidsthema’s energietransitie en klimaatadaptatie. De geactualiseerde prestatieafspraken bevatten procesafspraken over de implementatie van het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw en de Transitievisie Warmte Nieuwegein (TVW)8 en over het ontwikkelen van een gezamenlijke taal (bijvoorbeeld het hanteren van dezelfde definities) en een gezamenlijke visie.
4. Communicatie- en kennisinstrumenten De laatste categorie instrumenten zijn de communicatie- en kennisinstrumenten. Deze instrumenten kunnen voor verschillende doeleinden worden ingezet, bijvoorbeeld om het kennisniveau te vergroten, om draagvlak te creëren of om mensen met elkaar in contact te brengen. In deze paragraaf lichten we een aantal communicatie- en kennisinstrumenten uit, te weten een kennisportaal, een ‘handreiking’, een inspiratiesessie en een campagne. De communicatie- en kennisinstrumenten kunnen worden ingezet vanuit verschillende rollen voor de gemeente: de samenwerkende, de presterende en de uitnodigende overheid. Kennisportaal Een online kennisportaal kan een ontwikkelende partij helpen om inzicht te krijgen in en kennis op te doen over een bepaald thema of een specifieke situatie op een bouwkavel. Zo kan via de WKO Bodemenergietool21 inzicht worden verkregen in de mogelijkheden voor het gebruik van energie uit de bodem. Voor het duurzaamheidsthema klimaatadaptatie kan een ontwikkelende partij
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
39
via de Klimaateffectatlas inzicht krijgen in de stand van zaken in de omgeving met betrekking tot wateroverlast, droogte, hittestress en de gevolgen van overstromingen. In de Klimaateffectatlas is bijvoorbeeld te zien waar zich zogenoemde ‘hotspots’ bevinden of waar op de betreffende kavel grote kans op wateroverlast is. Ook heeft de gemeente klimaatstresstesten laten uitvoeren en wordt gewerkt aan ‘klimaatlabels’ die op kavelniveau inzicht geven in actuele vraagstukken op het gebied van klimaatadaptatie. Handreiking Een handreiking bevat concrete voorbeelden en tips voor bijvoorbeeld het realiseren van een duurzaam en toekomstbestendig woningbouwproject. Zo ontwikkelde Club Rhijnhuizen een handreiking Klimaatadaptief Ontwikkelen22 waarmee ontwikkelende partijen in de wijk Rijnhuizen meer inzicht kunnen krijgen in toepasbare maatregelen voor een klimaatadaptief woningbouwproject. Voorbeelden hiervan zijn verschillende types groene (sedum)daken of groene gevels. Andere voorbeelden van een handreiking zijn het Podium Duurzame Gebouwen,23 dat tal van praktijkvoorbeelden van duurzame gebouwen biedt, en de Checklist Natuurinclusief Bouwen,24 beiden aangeboden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Inspiratiesessie Tijdens een inspiratiesessie kunnen adviseurs van de gemeente en ontwikkelende partijen kennis uitwisselen.
Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een presentatie door een expert of ervaringsdeskundige, of in de vorm van een brainstormsessie. In Nieuwegein heeft een inspiratiesessie plaatsgevonden met vertegenwoordigers van woningcorporaties en de gemeente, met als thema klimaatadaptatie. Club Rhijnhuizen heeft voor ontwikkelende partijen, overheden en andere betrokkenen een webinar georganiseerd over het thema watergebruik. Campagne Via een campagne kunnen bewoners worden gestimuleerd om bijvoorbeeld hun woning energiezuinig te gebruiken of de tuin zoveel mogelijk onverhard te houden. Op dit moment is het zo dat we dergelijke campagnes inzetten voor alle bestaande woningen in Nieuwegein. Zo is het mogelijk om met een energieambassadeur van stichting Energie-N een ‘energiegesprek’ te voeren over het optimaliseren van het energiegebruik en verdere verduurzamingsmaatregelen in en om de woning. Ook voeren we diverse campagnes voor het ontharden van tuinen, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse Maand van de Watervriendelijke Tuin. Specifiek voor nieuwe bewoners moeten we nog onderzoeken wat haalbaar zou zijn: een mogelijkheid is om advies door een energie- of tuincoach aan te bieden zodra een woning is opgeleverd. De ontwikkelende partij kan ook een handleiding meeleveren met tips over hoe de woning energiezuinig en de tuin klimaatbestendig gebruikt kan worden.
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: woningbouw
40
Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen: Woningbouw 2022