CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-499 Bijlage conclusies en aanbevelingen Onderzoek jeugdbeleid Nieuwegein.pdf

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over rekenkameronderzoek Jeugdbeleid3.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

2021-499

Conclusies en aanbevelingen rekenkameronderzoek jeugdbeleid Nieuwegein

Colofon Projectnummer: 252 Auteurs: Gerard Nieuwe Weme Rosa Duijvendak Yorick van den Berg B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, 8 november 2021

© Copyright B&A B.V. 2021. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. 23-12-2021 15:33:00

Inhoudsopgave 1

1. Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Vraagstelling

5

1.3

Bevindingen op hoofdlijnen

7

2. Conclusies en aanbevelingen

10

2.1

Inleiding

10

2.2

Conclusies

10

2.3

Aanbevelingen

11

Inhoudsopgave

3

Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

1 INLEIDING

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

De jeugdhulp is in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. Dit onder andere om de hulp dichter bij de bewoners te brengen, om meer maatwerk en integrale hulp mogelijk te maken. Effectievere hulp voor minder geld is het streven. Ondertussen zijn er veel zorgen, ook vanuit de verschillende fracties in de gemeenteraad over onder andere de toegankelijkheid en bereikbaarheid van noodzakelijke en/of gewenste jeugdzorg. De huidige coronacrisis heeft dit versterkt, omdat vooral de jeugd extra hard wordt getroffen. Verschillende wethouders jeugd hebben daarom onlangs, in februari 2021, een oproep gedaan aan het demissionair kabinet om de handen ineen te slaan en samen, binnen vier maanden, een actiegericht deltaplan jeugd te presenteren, om de jeugd weer perspectief te kunnen bieden. Gezien de ontwikkelingen wil de rekenkamercommissie Nieuwegein evalueren of de jeugdhulp in de gemeente Nieuwegein vindbaar en beschikbaar is voor de doelgroep. Waarbij meegewogen wordt of het dialoog gericht inkoopmodel werkt om ook de specialistische hulp beter beschikbaar te stellen.

1.2

Vraagstelling

Voor dit onderzoek is de volgende centrale vraagstelling geformuleerd: “Wat is effectief jeugdbeleid, wat is de rol van de gemeente en de raad in het jeugdbeleid en hoe verloopt de samenwerking tussen wijkteams, aanbieders van jeugdhulp en de gemeente”. Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn vragen geformuleerd onder de volgende vier thema’s: • Doelen • Beoogde uitvoering • Uitvoeringspraktijk • Resultaten In de onderstaande tabel zijn voor de vier thema’s de onderzoeksvragen gepresenteerd en per onderzoeksvraag de betreffende norm. De bevindingen voortkomend uit het onderzoek zijn getoetst aan deze normen. Onderzoeksvraag Doelen 1.

Norm

Zijn de doelen en beoogde maatschappelijke effecten ▪

De doelen en beoogde effecten van de Jeugdwet zijn

in de Jeugdwet opgenomen in het beleid van de

opgenomen in het beleid van de gemeente Nieuwegein

gemeente Nieuwegein? 2.

Welke ambitie, doelen en beoogde maatschappelijke ▪

De beleidsdoelen zijn voorzien van indicatoren en prestaties

effecten heeft de gemeente Nieuwegein voor het

waarmee het doelbereik kan worden bepaald.

jeugdbeleid vastgelegd? 3. 4.

Wat is het financieel kader van de gemeente

▪

Er zijn financiële kaders vastgesteld voorzien van indicatoren

Nieuwegein voor de uitvoering van haar jeugdbeleid?

waarmee gestuurd kan worden.

Wat is de rol van de gemeente en de gemeenteraad in ▪

De raad:

het stellen van kaders en doelen jeugdbeleid?

o

Is betrokken geweest bij proces van ontwerpen van de inhoudelijk en financiële kaders

o

Heeft de kaders vastgesteld

o

Past de kaders aan op basis van stuurinformatie die zij ontvangt.

Onderzoeksvraag

Norm De uitvoeringspartners en hulpvragers zijn betrokken

▪

geweest bij het opstellen van het beleid.

Beoogde uitvoering 5.

Wat is de beoogde uitvoering van het jeugdbeleid in

▪

De gemeente heeft de doelen vertaald in een

Nieuwegein op de volgende aspecten: voorliggend

uitvoeringstrategie met daarin:

veld, toegang, inkoop en bekostiging/verantwoording,

o

Een keuze in organisatieschaal (lokaal-regionaal)

de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteams-

o

Een keuze in de wijze van contractering, bekostiging

aanbieders?

en verantwoording van uitvoerende partijen o

Een keuze voor de wijze waarop de toegang is georganiseerd

o

Een keuze voor de wijze waarop de verbinding wordt gelegd met aanpalende beleidsterreinen, voorliggende voorzieningen en partners zoals onderwijs en jeugdgezondheidszorg

6.

Wat is de beoogde rol van de gemeente en de

▪

De beoogde inrichting is door het college opgesteld in lijn

gemeenteraad in de inrichting van de uitvoering het

met de inhoudelijke en financiële kaders gesteld door de

jeugdbeleid?

gemeenteraad.

Uitvoeringspraktijk 7.

Hoe vindt de feitelijke uitvoering plaats op de

▪

volgende aspecten: voorliggend veld, toegang, inkoop

De beoogde inrichting komt overeen met de gerealiseerde inrichting

en bekostiging/verantwoording, de rol- en taakverdeling tussen gemeente-wijkteamsaanbieders? 8.

Weten jeugdigen en ouders waar ze zich kunnen

▪

melden voor de hulp en weten ze waar ze recht op hebben 9.

Jeugdigen en ouders weten waar ze zich kunnen melden voor hulp en waar ze recht op hebben

▪

Als jeugdigen en ouders bij de toegang zijn; hoe

Jeugdigen van de gemeente Nieuwegein ontvangen naar eigen oordeel tijdig en volledig de juiste hulp.

verloopt het proces in de praktijk tot het krijgen van een beschikking of verwijzing of een afwijzing? 10. Als de beschikking er is de hulp dan beschikbaar voor jeugdigen en ouders? 11. Zijn jeugdigen en ouders tevreden over de geleverde jeugdzorg, de omgang met hun hulpvraag en mogelijke overdracht naar volwassenzorg? 12. Bereikt de gemeente Nieuwegein de jeugdigen en

▪

gezinnen die dat nodig hebben met

preventieve of curatieve ondersteuning nodig hebben en

preventieve of curatieve ondersteuning? 13. Signaleert de gemeente Nieuwegein risico’s en

bereikt hen met haar aanbod. ▪

problemen in een vroegtijdig stadium en grijpt de

De gemeente is in staat om in een vroegtijdig stadium risico’s en problemen te signaleren en grijpt daar effectief

gemeente daarop effectief in? 14. Op welke wijze is de overdracht van jeugd- naar

De gemeente kent de jeugdigen en gezinnen die

op in. ▪

volwassenenzorg georganiseerd?

De overdracht 18- naar 18+ is naar oordeel van ouders, jongeren en professionals goed geregeld en heeft geen negatieve gevolgen voor de betreffende jongere.

15. Hoe wordt de rol van de gemeente en de

▪

gemeenteraad in de uitvoering van het jeugdbeleid

De beoogde rolinvulling komt overeen met de gerealiseerde rolinvulling.

feitelijk ingevuld?

Resultaten 16. Realiseert de gemeente Nieuwegein de doelen en

▪

De gemeente verzamelt gegevens (vanuit de vier

beoogde maatschappelijke effecten die opgenomen

invalshoeken van sturing), interpreteert deze en verwerkt

zijn in de Jeugdwet?

deze tot verantwoordingsinformatie naar de gemeenteraad op zodanige wijze dat de gemeenteraad hiermee grip en sturing ervaart.

Onderzoeksvraag

Norm

17. Realiseert de gemeente Nieuwegein haar eigen

▪

De gemeente slaagt erin om:

ambitie, doelen en beoogde effecten van het

o

jeugdbeleid?

financieel) te realiseren

18. Zijn de kosten van het jeugdbeleid in lijn met de gestelde financiële kaders?

De eigen doelen en streefwaarden (inhoudelijk en

o

De landelijke doelen van de Jeugdwet te bereiken.

De geboden ondersteuning is effectief:

▪

19. Is de geboden ondersteuning (preventief en curatief)

o

Beoogde resultaten worden bereikt

effectief? Voorkomt de ondersteuning escalatie van

o

Het voorkomt escalatie van problemen

problemen of leidt het tot beheersing of afname van

o

Het leidt tot beheersing of afname van de problemen

problemen rondom opvoeden en opgroeien? 20. Op welke punten kan de effectiviteit van de jeugdhulp ▪

Geen norm, dit is een uitkomst van het onderzoek

in Nieuwegein verbeterd worden en wat is daarvoor nodig? 21. Op welke punten (toegang, inkoop, hulp en

▪

Geen norm, dit is een uitkomst van het onderzoek

ondersteuning en verantwoording) kan de rolverdeling tussen gemeente en 22. Wat is de rol van de gemeente en de gemeenteraad in ▪

De raad wordt tenminste geïnformeerd over kosten en

het verantwoorden en controleren op resultaten in het

gebruik van jeugdzorg, de realisatie van de beoogde

jeugdbeleid?

transformatie, de ervaringen van inwoners met de jeugdzorg en de effectiviteit van de jeugdzorg. ▪

De raad kan naar eigen opvatting op basis van de beschikbaar gestelde verantwoordingsinformatie voldoende inzicht krijgen in en sturen op de jeugdzorg.

▪

De raad stuurt op basis van de verkregen informatie op verbetering van het doelbereik en stelt waar nodig stelt de kaders bij.

1.3

Bevindingen op hoofdlijnen

Doelen De gemeente Nieuwegein heeft in twee beleidskaders (periode 2013-2017 en periode 2018-2022) op alle doelen en beoogde maatschappelijke effecten zoals opgenomen in de Jeugdwet eigen doelen geformuleerd. In de tweede planperiode (2018-2022) ligt de nadruk het meest op het wettelijke doel ‘het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang’. De doelen in de beleidskaders zijn niet consequent voorzien van concrete streefwaarden. Voor het overgrote deel van de doelen ontbreken daarom de streefwaarden. Een relatie tussen de doelen in de beleidskaders en de gehanteerde indicatoren in de programmabegroting en de verdere planning- en control cyclus is niet expliciet te maken. In de beleidskaders voor de perioden 2013-2017 en 2018-2022 is geen financieel kader opgenomen. In de programmabegrotingen zijn deze kaders wel opgenomen. Vanaf 2018 hebben de gerealiseerde uitgaven stelselmatig de begrote uitgaven fors overschrijden, in 2020 is de overschrijding een stuk lager dan in 2018 en 2019. Beoogde uitvoering De toegang vanuit Geynwijs heeft een ontwikkeling gemaakt sinds 2015. Met name op de regierollen is een grote verandering doorgevoerd in 2018 en de nieuwe Krachtwerk-methodiek die wordt toegepast. Daarnaast kent de toegang een aparte tak die zich op scholen bevindt, zowel basis- als voortgezet onderwijs.

De huidige inkoop is via het klassieke p*q model geregeld. Er wordt beoogd om deels van dit model af te stappen omdat deze niet past bij de regionale en lokale doelen. Beoogd wordt om voor de nieuwe inkoop deels te werken met een taakgerichte of outputgerichte bekostigingssystematiek.

Uitvoeringspraktijk De feitelijke uitvoering van de toegang komt redelijk overeen met hoe deze beoogd is. Uit het casusonderzoek komt naar voren dat het voorliggend veld niet tot nauwelijks bekend is of wordt betrokken bij de respondenten. Bevindingen betreffende de inkoop richten zich voornamelijk op de nieuwe inkoop. Verbeteringen hangen nauw samen met het nieuwe inkoopmodel. De wijkteams blijken voor een groot deel te werken zoals beoogd. Zij blijken flexibeler dan beoogd, omdat de grootte van de stad te klein is om als Geynwijs op wijkniveau te acteren. Ongeveer de helft van de ouders en jeugdigen gaat zelf op zoek naar hulp, de andere helft wordt op hulp gewezen. Weinig ouders wisten zelf van Geynwijs af. Een belangrijke plek waar Geynwijs en de hulp onder de aandacht wordt gebracht is de school. Daarnaast is goed terug te zien in het casusonderzoek dat Geynwijs naast de verwijzing en beschikking ook begeleiding aanbiedt. Het overgrote deel van de respondenten was van mening dat zodra zij om hulp vroegen bij Geynwijs, zij de hulp op tijd kregen. Een enkeling spreekt van een wachtlijst of een langzame verwijzing. Een verbeterpunt dat veel respondenten benoemen is het tijdig krijgen van preventieve hulp, voordat de hulpvraag al te groot was geworden. De tevredenheid over de geleverde jeugdzorg is verdeeld.

Over de jaren heen is deze verbeterd, maar deze heeft nog steeds onvoldoende langetermijnperspectief of nazorg. In het casusonderzoek zijn geen opvallende verschillen gevonden tussen de behandeling van ouders of jeugdigen vanwege geslacht, migratieachtergrond of leeftijd. Als ouders of jeugdige eenmaal aan de bel hebben getrokken, biedt de gemeente en de aanbieder voldoende hulp aan. Echter, preventief bereikt de gemeente jongeren en ouders onvoldoende zo blijkt uit de interviews en het casusonderzoek. De focus van de gemeentelijke inspanning ligt in de praktijk nog veel op de curatieve vormen van hulp. Een beweging naar vroegsignalering is in uitvoering, maar wordt nog weinig herkend door professionals en ouders. De gemeente Nieuwegein signaleert jongeren met problemen niet in een vroegtijdig stadium. Pas als de problemen dermate groot zijn dat ouders en jeugdigen zelf om hulp zoeken, worden deze gezinnen bereikt. In de uitvoering zijn de ambities ten aanzien van een soepele overgang 18-/18+ nog niet uitvoerig terug te zien. Onvoldoende passend aanbod bestaat voor uithuisgeplaatste jongeren als zij een volwassen leeftijd hebben bereikt. De urgentie wordt bij de professionals wel gevoeld. Resultaten Vanuit rapportages , interview en casusonderzoek blijkt dat inrichting en gebruik van de jeugdzorg op het gebied van toegang en inkoop de laatste jaren goede resultaten kent.

Vanuit de verantwoording van de gemeente Nieuwegein kan niet worden aangetoond of de beoogde maatschappelijke effecten van de jeugdwet en de eigen doelen en beoogde effecten van het jeugdbeleid worden gerealiseerd. Uit de interviews en het casusonderzoek blijkt dat er een betere samenwerking is ontstaan tussen Geynwijs en zorgaanbieders en met scholen (primair onderwijs) maar dat verder preventieve interventies nog grotendeels ontbreken. Trajecten richten zich niet op een lange termijn perspectief en het is de vraag of afschaling plaats vindt. Daarmee geeft dit de indicatie dat het merendeel van de samengevatte doelen van de gemeente nog niet gerealiseerd worden. De kosten van het jeugdbeleid zijn niet in lijn met de gestelde financiële kaders. Er is sprake van 50% stijging van kosten tussen 2017 en 2020 en er is een fors verschil tussen begrote en gerealiseerde uitgaven. De geboden ondersteuning is vooral gericht op het stabiliseren en oplossen van problemen en is vooral curatief van aard. Er is nog weinig aandacht voor preventie en voor het lange termijn perspectief: afschaling en nazorg wordt slecht zelden actief toegepast. De effectiviteit van de jeugdhulp is de laatste jaren enorm verbeterd. De effectiviteit kan nog verder verbeterd worden door het vervolgaanbod verder te ontwikkelen en beter op elkaar te laten aansluiten.

In de toegang kan de samenwerking met het voortgezet onderwijs en het voorliggend veld verbeterd worden. Verder zou er meer actief kunnen worden gestuurd op op- en afschaling door bijvoorbeeld altijd een contactpersoon bij Geynwijs te hebben. Met betrekking tot de inkoop van ondersteuning (zowel zorg als voorliggend veld) zou de netwerksamenwerking tussen professionals nog sterk kunnen verbeteren. De gemeente wordt gevraagd om hierin meer de regie te nemen. In de verantwoording is het van belang dat er indicatoren en streefwaarden worden benoemd voor maatschappelijke effecten en de transformatie. De gemeente kan richting de raad verantwoorden op kosten en gebruik van voorzieningen en de ervaringen van inwoners met Geynwijs. Echter de raad ontvangt weinig tot geen informatie over de transformatie en de bereikte maatschappelijke effecten. Mede daardoor ervaren gemeenteraadsleden nog weinig grip en sturing op het jeugdbeleid.

Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

2

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

2. Conclusies en aanbevelingen 2.1

Inleiding

De centrale onderzoeksvraag was: “Wat is effectief jeugdbeleid, wat is de rol van de gemeente en de raad in het jeugdbeleid en hoe verloopt de samenwerking tussen wijkteams, aanbieders van jeugdhulp en de gemeente”. Uit het onderzoek blijkt dat de uitvoering van de curatieve jeugdzorg goed verloopt, maar dat er preventief nog verbeteringen nodig zijn. Beleidsmatig is de preventieve zorg goed verankerd, maar in de uitvoeringspraktijk is dit soms nog lastig uitvoerbaar. In het onderzoek komt naar voren dat streefwaarden en indicatoren van het jeugdbeleid grotendeels ontbreken vooral voor de maatschappelijke effecten en de transformatie. De gemeenteraad ervaart hierdoor op dit moment weinig grip en sturing. Dit laat onverlet dat het college en de ambtelijke organisatie zich in de jaren 2017-2020 heeft ingezet om de raad te informeren en mee te nemen over het beleid en de uitvoering van jeugdhulp. Opvallend is dat is er financieel gezien een explosieve stijging van de kosten van de jeugdzorg te zien is tussen 2017 en 2020 en er een grote overschrijdingen ten opzichte van de begroting is. Voor de jaren 2021 en 2022 lijkt het erop dat kosten meer in lijn komen met de begroting. In de uitvoeringspraktijk van het jeugdbeleid zien we in de samenwerking tussen wijkteams, aanbieders van jeugdhulp en de gemeente een positieve ontwikkeling.

De positionering van Geynwijs in de gemeente heeft hieraan bijgedragen. Echter op een aantal aspecten is verbetering nodig. Dit betreft vooral de afschaling naar lichtere zorg en het gebruik van het voorliggend veld (vrij toegankelijke voorzieningen) intensiveren.

2.2

Conclusies

Conclusie 1. Afschaling naar lichtere zorg gebeurt nog weinig. Afschaling van zwaardere zorg wordt door professionals als lastig ervaren en niet goed uitvoerbaar. Uit het casusonderzoek en de ontwikkelkamer met professionals komt naar voren dat interventies zich nog niet richten op het lange termijn perspectief en dat jongeren vaak langer blijven zitten bij de zwaardere zorg dan nodig is. Er is bij Geynwijs soms geen contactpersoon meer aan het eind van het proces, omdat het dossier bij Geynwijs dan afgesloten is. Daardoor moeten zorgaanbieders meer tussenstappen zetten voordat de indicatie voor lichtere zorg komt. Conclusie 2. Geynwijs doet het beter na de reorganisatie, maar is er nog niet helemaal. De doorgevoerde veranderingen van Geynwijs (onder andere een reorganisatie in combinatie met het onderbrengen van Geynwijs in de gemeentelijke organisatie) beginnen zijn eerste vruchten af te werpen. De verbeteringen zijn: een betere communicatie en verbinding met jongere/ouders, er is meer betrokkenheid en de consulenten zijn echt in gesprek met de jongere/ouders. Er zijn drie punten die nog verbetering behoeven: • de nazorg door Geynwijs ontbreekt meestal, • consulenten blijven onvoldoende betrokken voor afschaling en • de sturing op de samenwerking tussen professionals met het voorliggend veld (vrij toegankelijke voorzieningen) is onvoldoende. Conclusie 3.

Onvoldoende gebruik van en samenwerking met vrij toegankelijke voorzieningen. Samenwerking met het voorliggend veld (vrij toegankelijke voorzieningen) vindt nog onvoldoende plaats. Er is volgens professionals aandacht nodig voor het verder ontwikkelen van het aanbod van het voorliggend veld, in lijn met de behoefte van afschaling door zorgaanbieders. Daarnaast vinden deze

10

professionals dat de netwerksamenwerking tussen professionals van zorgaanbieders en het voorliggend veld onvoldoende is. Conclusie 4. Raad en college ervaren onvoldoende grip en sturing op effecten van jeugdzorg. Door de gemeenteraad wordt geen grip en sturing ervaren op het jeugdbeleid. Dit is het “WAT” waarop de gemeenteraad in principe stuurt. Er zijn weliswaar enkele streefwaarden en indicatoren benoemd, maar deze indicatoren met streefwaarden hebben vooral betrekking op het gebruik van voorzieningen en in mindere mate op ervaringen van inwoners. Indicatoren over de bredere maatschappelijke effecten en de transformatie van het jeugdbeleid ontbreken nagenoeg. Daardoor wordt in de verantwoording door het college naar de gemeenteraad niet of nauwelijks gerapporteerd op de transformatie en de maatschappelijke effecten. Conclusie 5. Kostenstijging jeugdzorg is explosief en overschrijding van begroting. Sinds 2017 zijn de kosten van het jeugdbeleid met 50% toegenomen, vergeleken met het landelijk gemiddelde van 47%. Sinds 2017 bestaat elk jaar een groot verschil tussen het begrote budget voor de jeugdzorg en de gerealiseerde uitgaven. De samenwerking met het Regionaal Backoffice Lekstroom is de laatste twee jaar verbeterd en de gemeente en het Regionaal Backoffice Lekstroom zetten nu in op sturing van kosten.

Het ziet ernaar uit dat de realisatie in 2021 en 2022 beter aansluit op de begroting. Conclusie 6. Inkoopmodel biedt onvoldoende prikkels tot samenwerking. De huidige inkoop via het Regionaal Bureau Lekstroom nodigt zorgaanbieders niet uit om af te schalen. Tevens stimuleert dit inkoopbeleid niet de netwerksamenwerking tussen professionals en met het voorliggend veld. Inmiddels is een nieuw inkoopbeleid vastgesteld dat per januari 2022 ingaat waarin voor afschaling en netwerksamenwerking meer ruimte lijkt te zijn. Conclusie 7. Voor een specifiek deel van jongeren is onvoldoende aanbod. Het valt op dat er op een aantal specifieke aspecten onvoldoende aanbod is: • zo is er onvoldoende vervolgaanbod voor jongeren die opgenomen zijn geweest, • is er onvoldoende vervolgaanbod voor de jongeren die 18 worden, • is voor jongere kinderen te weinig aanbod voor specialistische opvang • is onvoldoende aanbod voor respijtzorg of overbruggingszorg voor jongeren die op wachtlijsten staan van de zwaardere zorg.

2.3

Aanbevelingen

Aanbeveling 1. College: Stuur gericht op afschaling en uitstroom. Het wordt nu als lastig ervaren door professionals om af te schalen. Juist op dit punt geven zij aan dat jongeren vaak langer blijven zitten bij een bepaalde aanbieder dan nodig zou zijn. Zorg daarbij voor concrete richtlijnen rondom afschaling en uitstroom en zorg voor voldoende voorliggende voorzieningen die deze afschaling kan opvangen. Aanbeveling 2. College: ontwikkel het zorgaanbod, hef tekorten in zorgaanbod op. Draag zorg voor voldoende vervolgaanbod voor jongeren die opgenomen zijn geweest, voldoende vervolgaanbod voor de jongeren die 18 worden, voldoende aanbod voor specialistische opvang voor jongere kinderen en voldoende aanbod voor respijtzorg of overbruggingszorg voor jongeren die op wachtlijsten staan van de zwaardere zorg. Aanbeveling 3. College: Ontwikkel aanbod voorliggend veld en neem regie op netwerksamenwerking. Neem regie in netwerksamenwerking tussen professionals en met het voorliggend veld en zorg tevens voor een voldoende ontwikkeld voorliggend veld zodat vroegsignalering en op- en afschaling makkelijk plaats kan vinden.

Aanbeveling 4. College: Bestendig doorgevoerde veranderingen en werk verder aan verbetering. Het is gewenst dat Geynwijs de volgende verbeteringspunten invoert: • laat de consulenten actief de samenwerking tussen professionals en met het voorliggend veld ondersteunen om samenwerking te bevorderen voor afschaling • laat consulenten betrokken blijven gedurende het gehele proces zodat zij kunnen sturen op afschaling, • geef de consulent de ruimte om nazorg te geven. Aanbeveling 5. Raad & College: Benoem streefwaarden en draag zorg voor monitoring in de p&c cyclus. Gezien het ontbreken van grip en sturing bevelen wij aan dat de raad samen met het college streefwaarden en indicatoren gaat benoemen voor maatschappelijke effecten en de transformatie. Hierop kan het college dan de benodigde gegevens verzamelen om verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad. College ga zo door met het geregelde informeren en meenemen van de raad bij de jeugdzorg.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=9fb1f20c-62c5-4611-b020-3c07abcc70a9