2021-455 Bijlage 1 Wijzigingen parkeer(belasting) verordening 2022.pdf
Tekst van het document
2021-455 Bijlage 1 Wijzigingen Parkeer(belasting)verordening 2022 In dit document worden de wijziging binnen de parkeerverordening en de parkeerbelastingverordening toegelicht. Het betreft wijziging per 1 januari 2022. Parkeerverordening 2022 Artikel 1 Begripsbepalingen Aanscherping inleidende tekst. Reden: dit is een wijziging in de modelverordening van VNG. Lid i. motorvoertuig: aanscherping conform modelverordening VNG. Lid s. vrachtauto: definitie toegevoegd. Artikel 3, lid 3 soorten parkeervergunningen Lid f. Parkeervergunning Vrachtwagenparkeerterreinen: toegevoegd vanwege uitbreiding parkeervergunningstelsel. Parkeerbelastingverordening 2022 Artikel 1 Begripsbepalingen Aanscherping inleidende tekst. Reden: dit is een wijziging in de modelverordening van VNG. Lid f. motorvoertuig: aanscherping conform modelverordening VNG. Lid m. vrachtauto: definitie toegevoegd. Artikel 10 Aanpassing van de hoogte van het bedrag van de naheffingsaanslag naar € 66,50. Reden: de kostentoerekeningstabel laat zien dat wij meer lasten dan baten hebben voor wat betreft de handhaving van parkeren. Zodoende mag het maximale tarief voor de naheffingsaanslag gerekend worden. Zie bijlage “Staatscourant 2021-40492”.
Onderdeel Dienstverleningsovereenkomst afdeling TVL Invordering naheffingsaanslagen CPS Afhandeling bezwaar- en beroepschriften CPS Afhandeling beroepschriften afdeling JZ Kosten CityControl (hosting, service en onderhoud) Afschrijving handhavingsapparatuur Totale kosten Totale opbrengsten Verschil
2022 € 350.200 € 12.488 € 16.795 € 5.375 € 10.705 € 2.852 € 398.415 € 289.000 -€ 109.415
Tabel 1 - kostentoerekeningstabel parkeerhandhaving per 1 januari 2022
Tarieventabel Artikel 2 Parkeerzone D2 gewijzigd. Reden: hier wordt een mogelijke uitbreiding voorzien. Dit naar aanleiding van de uitkomsten van een parkeerenquête. Een definitieve peiling ond er de bewoners bepaalt of er wel/geen betaald parkeren wordt ingesteld. Dat gebeurt dan middels een collegebesluit. Met het vastleggen van deze uitbreidingsmogelijkheid worden de kaders geschept zodat straks geen extra aanpassing van de parkeerbelastingverordening noodzakelijk is.
Parkeerzonde V1 toegevoegd. Reden: hiermee wordt het instellen van het vergunningstelsel voor Nieuwegeinse vrachtwagenchauffeurs fysiek mogelijk. Artikel 3 Tarieven aangepast. Toelichting aangepast met betrekking tot het vrachtwagenparkeren. De feitelijke uitgifteregels worden vastgelegd in een collegebesluit. Artikel 4 Tarieven aangepast. Tarief voor een parkeervergunning Vrachtwagenparkeerterreinen toegevoegd. Artikel 5 Uitgebreid in verband met het vrachtwagenparkeren.
Bijlage “Staatscourant 2021-40592”
STAATSCOURANT
Nr. 40592 13 september 2021
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 september 2021, nr. 2021-0000391819, tot wijziging van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen in verband met de jaarlijkse aanpassing van het kostentarief dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan de consumentenprijsindex voor 2022 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Besluit:
ARTIKEL I In artikel 3, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen wordt ‘met ingang van 1 januari 1999 ten hoogste € 41’ vervangen door ‘met ingang van 1 januari 2022 ten hoogste € 66,50’. ARTIKEL II Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
1
Staatscourant 2021 nr. 40592
13 september 2021
TOELICHTING 1. Algemeen Artikel 3, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen bevat het maximale bedrag dat gemeenten in rekening mogen brengen voor de kosten die zijn gemoeid met het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Dat bedrag wordt bij ministeriële regeling gewijzigd per 1 januari van elk jaar als de consumentenprijsindex, geldend voor de maand april van het voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft. Het bedrag wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 eurocent en vóór 1 september van het voorafgaande jaar bekend gemaakt.1 Met deze regeling is het maximumbedrag per 1 januari 2022 vastgesteld. Overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is het bedrag vóór 1 september 2021 bekendgemaakt. Ten behoeve van de vindbaarheid wordt het tarief in het Besluit zelf aangepast en niet, zoals bij voorgaande wijzigingen, enkel in de Staatscourant gepubliceerd zonder het Besluit te wijzigen. Artikel 3, tweede lid van het Besluit biedt de grondslag om het bedrag in het Besluit aan te passen.
2. Indexering Consumentenprijsindex De consumentenprijsindex conform de definitie daarvan in artikel 3, derde lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is: Basis: Index april 2020: Index april 2021:
2015 (= 100) 107,34 109,36
In 2021 was het maximumbedrag € 65,30. Gelet op de consumentenprijsindex is het tarief voor 2022 vastgesteld op € 66,50. Berekening: (109,36: 107,34) x € 65,30 = € 66,50 (afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 eurocent). Het verhogen van het maximumbedrag leidt er niet automatisch toe dat gemeenten het bedrag dat zij in rekening brengen verhogen tot het (nieuwe) maximumbedrag. De kosten die zijn verbonden aan het opleggen en innen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting zullen namelijk per gemeente verschillen en kunnen minder bedragen dan het (nieuwe) maximumbedrag.
3. Regeldruk Deze regeling heeft geen administratieve lasten tot gevolg. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
1
2
Artikel 3, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.
Staatscourant 2021 nr. 40592
13 september 2021