2021-408 Bijlage 3 Wijzigingen bp Binnenstad (City) Nieuwegein - Erfstede.pdf
Tekst van het document
2021-408 Bijlage 3: wijzigingen bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein Erfstede De zienswijzen hebben t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan geleid tot wijzigingen van het bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein voor de locatie Erfstede. Ook zijn er ambtshalve wijzigingen aangebracht. Hieronder zijn alle wijzigingen opgesomd.
Wijzigingen: I.
naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende wijzigingen aangebracht:
A. Toelichting: 1. Enkele passages zijn op ondergeschikte onderdelen aangepast naar aanleiding van de zienswijzen. B. Regels: 1. Artikel 3.2.1 is aangepast voor wat betreft het maximum aantal woningen van 80. 2. Artikel 9.1.2. is toegevoegd. Het afwijken met 10% ten behoeve van een hogere bouwhoogte van gebouwen en gebouwde parkeervoorzieningen is niet mogelijk. C. Verbeelding: 1. De maatvoeringen en begrenzingen ter plaatse van de Erfstede zijn gewijzigd. II.
de volgende ambtshalve wijzigingen zijn aangebracht:
A. Toelichting: 1. Enkele passages zijn op ondergeschikte onderdelen aangepast naar aanleiding van de ambtshalve wijzigingen en de vaststelling van het bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein. B. Regels: 1. Artikelen die niet van toepassing zijn op de Erfstede of anderszins overbodig, zijn geschrapt. 2. Artikel 7.5 is als volgt gewijzigd: ‘a. voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met een hoogte van 15 m of meer verleend kan worden, dient door de aanvrager een windhinderonderzoek te worden overgelegd. Dit onderzoek moet inzicht bieden in de mogelijke gevolgen van windhinder in de omgeving van het gebouw en de eventueel daaruit voortvloeiende te nemen maatregelen en/of aan te leggen voorzieningen; b. het bevoegd gezag kan ter voorkoming van onevenredige windhinder en/of windgevaar nadere eisen stellen met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van gebouwen met een hoogte vanaf 15 m ter voorkoming of beperking van windhinder indien het in het vorige lid bedoelde onderzoek daartoe aanleiding geeft.’ 3. Artikel 7.6 is als volgt gewijzigd: ‘a. voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met een hoogte van 15 m of meer verleend kan worden, dient door de aanvrager een bezonningsstudie te worden overgelegd.
Dit onderzoek moet inzicht bieden in de mogelijke gevolgen van schaduwwerking in de omgeving van het gebouw en de eventueel daaruit voortvloeiende te nemen maatregelen en/of aan te leggen voorzieningen;
b. het bevoegd gezag kan ter voorkoming van onevenredige schaduwwerking nadere eisen stellen met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van gebouwen met een hoogte vanaf 15 m ter voorkoming of beperking van schaduwwerking indien het in het vorige lid bedoelde onderzoek daartoe aanleiding geeft.’ 4. Artikel 1.58 omgevingskwaliteit komt als volgt te luiden: ‘de mate waarin een gebied of een gebiedsdeel qua uitstraling en beleving beantwoordt aan zijn bestemming’; 5. In artikel 3.1 onder b en e komt de koppeling met de algemene oppervlaktebeperking voor detailhandel en kantoren te vervallen. 6. Artikel 3.1. onder f komt als volgt te luiden: ‘behoud en bescherming van een optimale omgevingskwaliteit’; 7. Artikel 3.2.1 onder b komt als volgt te luiden: ‘voor een gebouw, niet zijnde en een gebouwde parkeervoorziening, geldt voor de eerste bouwlaag vanaf maaiveld een minimale hoogte van 4,5 m, voor de eerste 3 m vanaf de voorste gevel’; 8. Artikel 3.2.1 onder e komt als volgt te luiden: ‘de gevel van de eerstelijns bebouwing wordt in de gevellijn ter plaatse van de figuur 'gevellijn' gebouwd’; 9.
Artikel 3.3 is toegevoegd, luidend: ‘Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub e, voor het bouwen van (delen van) de gevel van de eerstelijns bebouwing achter de gevellijn, waarbij de afstand van de voorste gevel tot de gevellijn maximaal 2 m bedraagt, mits: a.
een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing is gewaarborgd;
b. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld zijn gewaarborgd; c.
geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.’
10. Aan artikel 3.5 wordt toegevoegd: ‘ter plaatse van de aanduiding 'centrum'’. 11. In artikel 7.7 wordt het woord ‘aanvaardbare’ vervangen door ‘optimale’. 12. Artikel ‘bestaande maten’, zoals opgenomen in de algemene bouwregels komt te vervallen. 13. Artikel 7.8 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen onder a komt als volgt te luiden: a.
Een bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is slechts toegestaan onder de voorwaarde dat op het bouwperceel of in de omgeving daarvan voldoende parkeergelegenheid voor auto's, overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2011-2015 van de gemeente Nieuwegein, of de opvolger daarvan, is voorzien en in stand wordt gehouden. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake indien deze parkeergelegenheden zijn aangelegd en in stand worden gehouden overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011-2015', of de opvolger daarvan, van de gemeente Nieuwegein
b. In afwijking van sub a en in afwijking van de Nota Parkeernormen 2011-2015, of de opvolger daarvan, geldt voor de functie wonen in de bestemming 'Gemengd - B2', dat volgens de onderstaande normering parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden: a.
0,25 parkeerplaats per woning; en,
b. 0,05 parkeerplaats per woning voor deelauto's; en, c.
0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren;
14. Aan artikel 9.1.1. wordt toegevoegd: ‘het bepaalde in lid 3.2.1. onder c om een lagere eerste bouwlaag toe te staan’.