2021-407 Rvs. Eindrapport evaluatie innovatieagenda WIL-gemeenten.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Eindrapport evaluatie innovatieagenda WIL gemeenten
Datum
Raadsvoorstel
2021-407
21 september 2021
Afdeling
Maatschappelijke Ontwikkeling
E-mailadr es opst eller
e.poort@nieuwegein.nl
Portefeuilleh ouder
Ellie Eggengoor
Onderwerp Eindrapport evaluatie innovatieagenda WIL-gemeenten
Gevraagd besluit 1. Door te gaan met het integraal uitvoeren van taken op het gebied van werk en participatie in het lokale werkteam samen met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). 2. Hierbij het uitvoeringsmodel D toe te passen, waarbij de gemeente Nieuwegein direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam. 3. Het uitvoeringsmodel D verder met WIL uit te werken en in te voeren. 4. Voor het uitwerken en het uitvoeren van het uitvoeringsmodel D incidenteel €271.000 beschikbaar te stellen voor regionale en lokale inzet bij de uitvoering van het implementatieplan. 5. Deze incidenteel benodigde middelen voor de uitvoering van het implementatieplan ad €271.000 voor de jaren 2022 en 2023 te verwerken in de meerjarenbegroting 2022-2025. 6. Het college opdracht te geven om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie.
Inleiding In 2019 zijn de gemeenten betrokken bij WIL (Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik) gestart met de innovatieagenda WIL-gemeenten. Een gezamenlijk heroriëntatietraject om te komen tot een nieuwe manier van samenwerken, een nieuwe opdracht aan WIL (WIL 3.0) en aan de gemeenten. Het belangrijkste onderdeel van de innovatieagenda is de transformatie naar een meer lokale uitvoering van de dienstverlening aan inwoners naar werk en participatie. Voor Nieuwegein is dat het werkteam als onderdeel van Geynwijs. De basis hiervoor is gelegen in de eerder vastgestelde uitgangspuntennotitie Lekstroom Werkt 2020. In het voorjaar van 2021 heeft een evaluatie plaatsgevonden van de innovatieagenda (in de tekst verder benoemd als ‘eindrapport’). Op basis hiervan is een advies opgesteld over de toekomstige ondersteuning van inwoners naar werk en participatie en WIL 3.0. Voor het volledige eindrapport verwijzen we u graag naar bijlage 1.
Bladnummer 2/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Gewenst effect We willen dat inwoners zoveel mogelijk naar vermogen deel kunnen nemen aan de samenleving door middel van betaald of onbetaald werk. We gaan daarbij uit van wat iemand kan of kan leren. Ondersteuning bieden we in maatwerk. Hiervoor organiseren we een samenhangende infrastructuur van lokale en regionale dienstverlening die inwoners integraal ondersteunt richting werk of participatie. Deze ondersteuning organiseren we in samenhang met hulp op andere levensgebieden.
Argumenten 1.1
We willen inwoners optimaal ondersteunen met een brede doelstelling richting (betaald) werk én participatie. Dit betekent dat we de doelstelling voor WIL in het werkteam verbreden van alleen betaald werk naar betaald werk én participatie voor inwoners voor wie betaald werk (nog) niet haalbaar is. We hanteren daarbij de participatieladder, van sociale activering, arbeidsmatige activering, vrijwilligerswerk, (leer)werktrajecten, scholing en (gesubsidieerd) betaald werk. Uit het eindrapport blijkt dat nu meer inwoners in beeld zijn en positieve stappen zetten in hun ontwikkeling door participatie en reintegratie. Daarnaast zijn klantdiagnoses actueel gemaakt en zijn er heldere afspraken gemaakt over uit te voeren activiteiten van inwoners. Veel inwoners zijn naar hun werkcoach positief over de ondersteuning in het werkteam. Professionals zelf ervaren dat zo beter hulp en ondersteuning kan worden geboden. Kortom: de gestelde beleidsdoelen zijn herkenbaar en zichtbaar in de uitvoering.
1.2
Uit de evaluatie van het Nieuwegeinse werkteam blijkt dat het werkteam heeft geleid tot een flinke toename van inwoners in onbetaald werk en parttime betaald werk. Verklaring hiervoor is dat de doelstelling van het werkteam is verbreed naar betaald én onbetaald werk, en de keuze om hiervoor extra budget beschikbaar te stellen vanuit het lokale handgeld. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar bijlage 2 (evaluatie werkteam Nieuwegein en maatregelenmix participatie).
1.3
We willen meer samenhang in de dienstverlening aan inwoners in het gehele sociaal domein Veel inwoners met een Participatiewet-uitkering en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben problemen op meerdere levensdomeinen. Daar zijn verschillende professionals vanuit verschillende organisaties en verschillende wettelijke kaders bij betrokken. Uit het eindrapport blijkt dat er in het lokale werkteam beter naar integrale oplossingen kan worden gezocht met de inwoner, in samenhang met bijvoorbeeld WMO-ondersteuning, passend bij zijn of haar persoonlijke situatie. Zowel professionals als inwoners waarderen dit positief.
1.4
We willen de sturing op de lokale uitvoering van de Participatiewet versterken.
Bladnummer 3/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Hierdoor zijn we beter in staat mee te bewegen met lokale mogelijkheden en prioriteiten en aan te sluiten op de vraag van inwoners. De uitgangspunten voor ondersteuning bij werk en participatie komen daardoor structureel in lijn met de algemene uitgangspunten in het sociaal domein: meedoen naar vermogen, uitgaan van wat iemand kan (leren) en ondersteuning in maatwerk. In het jaarplan geeft het werkteam jaarlijks aan welke resultaten we willen behalen, wat daar voor nodig is en hoe het lokale handgeld (Participatiebudget) wordt ingezet. 2.1
We willen zowel de kracht van regionaal werken als van lokaal werken benutten. Een regionale algemene uitvoering van de Participatiewet is doelgericht en efficiënt. De regionale arbeidsmarkt blijft goed beschikbaar voor onze inwoners, die immers vaak over de gemeentegrenzen heen werk vinden. De bovenregionale samenwerking op de Utrechtse Werktafel geeft kansen, onder andere voor scholingstrajecten van werkgeversorganisaties, waar ook inwoners van Nieuwegein via het werkteam gebruik van kunnen maken. De ondersteuning in het werkteam naar werk en participatie voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt is doelgericht en geeft de mogelijkheid voor maatwerk en integrale oplossingen in samenhang met andere domeinen. Het werkteam is als onderdeel van Geynwijs goed ingebed in de lokale sociale infrastructuur. Zowel het regionale als lokale werken biedt voordelen die aanvullend op elkaar zijn. De toekomstige uitvoering ziet er in schema als volgt uit:
2.2
Uitvoeringsmodel D geeft hierbij de beste sturingsmogelijkheid. Het werkteam en de teamleider zijn organisatorisch ondergebracht bij Geynwijs. Van hieruit vindt integrale sturing plaats vanuit de verschillende leefgebieden (werk, participatie, WMO, Jeugd, complexe casussen). De werkcoaches zijn in dienst bij WIL en brengen vanuit WIL de expertise in het werkteam rondom werk en
Bladnummer 4/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
arbeidsbemiddeling. Tevens zijn zij de verbinding met de andere taken van WIL: (toegang tot) Participatiewet-uitkering, werkgeversdienstverlening, schuldhulpverlening, bijzondere regelingen. 2.3
Alle 4 de Lekstroomgemeenten kiezen voor hetzelfde uitvoeringsmodel D. Dit is essentieel voor de gemeenschappelijke nieuwe opdracht aan WIL en voor het regelen van juridische, bedrijfsmatige en organisatorische zaken door WIL.
2.4
De adviezen uit het eindrapport geven goed weer wat er nodig is voor een duurzame dienstverlening voor onze inwoners op het terrein van werk en participatie. Het betreft: 1. Zet het lokaal werken met de lokale werkteams door 2. Kies voor het vanuit de gemeenten sturing blijven geven aan lokale werkteams 3. Werk vanuit het domein werk verder aan de samenwerking met partners in het sociaal domein en integrale resultaatgerichte inwonersondersteuning 4. Investeer in innovatie en methodiekontwikkeling 5. Blijf investeren in samenwerking tussen gemeenten en WIL 6. Eenduidige sturing lokale werkteams 7. Regionale taken: aansturing vanuit de GR WIL 8. De gezamenlijke ‘ruggengraat’: aansturing vanuit de GR WIL 9. Werken aan werk en participatie als expertise 10. Inwoners met dienstverlening actueel in beeld houden: basisnormen van dienstverlening. 11. Formatie lokale teams – basisformatie lokale werkteams en opplussen op basis lokale afspraken 12. Budget lokale teams 13. Informatievoorziening: doorzetten ondersteuning resultaatgericht werken 14. Attentie houden voor bedrijfsrisico’s
3.1
Verdere uitwerking van uitvoeringsmodel D is een randvoorwaarde om de ondersteuning aan inwoners door het werkteam te laten slagen. In het eindrapport komt naar voren dat een aantal zaken verder moet worden uitgewerkt door WIL en gemeenten om de potentie van het lokaal werken volledig te benutten. Hiervoor is een implementatieplan nodig. Dit wordt eind 2021 gemaakt en in 2022 uitgevoerd. Het gaat hier met name om juridische aspecten zoals aanpassing van verordeningen/GR, formuleren van de nieuwe opdracht aan WIL naar WIL 3.0 en werkteam, gegevensuitwisseling AVG, en bedrijfsvoering zoals ICT-voorziening, financiële registratie en rapportages.
4.1
Voor de implementatie is incidenteel een bedrag van €271.000 nodig. Dit betreft deels regionale inzet bij WIL (initiatiefnemer, afstemming met de gemeenten vanuit WIL), en deels lokale inzet vanuit het werkteam en beleid (inbedding binnen de gemeente en afstemming in de regio).
Bladnummer 5/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Dit heeft enerzijds te maken met de zaken die moeten worden geregeld om de hybride uitvoering van de Participatiewet door WIL én gemeente goed te kunnen uitvoeren. Anderzijds heeft dit te maken met het beleidsuitgangspunt dat alle inwoners, ook die met een bijstandsuitkering, goede ondersteuning ontvangen. En dat we niet terug willen naar een situatie met wachtbestanden waarin vooral de focus lag op arbeidsfitte inwoners. 4.2
De nieuwe uitvoering levert ook op. Van deze incidentele kostenpost is het de verwachting dat het een besparing in BUIG-lasten zal meebrengen. Dit op basis van de huidige ervaringen in het werkteam, waarin trajecten voor meer inwoners leiden tot meer uitstroom naar werk. Hierdoor dalen de bijstandslasten en worden de incidentele kosten in naar schatting 2 à 3 jaar terugverdiend. Daarnaast is in de afgelopen jaren het saldo van de bijstandslasten en baten positief geweest. Gelet op de inspanningen van het werkteam is de kans aanwezig dat dit positieve BUIG-saldo in stand blijft. Verbetering van de ondersteuning van mensen levert – zo is breder bekend uit maatschappelijke kosten/baten analyses – maatschappelijk gezien veel voordelen op. Maar (helaas) komen deze voordelen niet vanzelf in gemeentelijke budgetten binnen. Meer maatschappelijke participatie en minder sociaal isolement leidt tot een betere kwaliteit van leven en tot lagere zorg- en gezondheidskosten. Soms zijn deze voordelen ook diffuus. Zo leidt overlap, niet op elkaar afgestemd werken binnen het sociaal domein en niet adequaat ondersteunen van mensen tot hogere kosten. Maar het verminderen hiervan is niet altijd 1:1 aanwijsbaar in budgetten die ook om andere redenen al zwaar onder druk staan. Minder mensen in de uitkering heeft wel een direct positief financieel effect.
Voor de lange termijn is het effect afhankelijk van de ontwikkeling van de te ontvangen rijksmiddelen.
5.1
Het betreft de implementatie van nieuw beleid, vormgegeven middels de innovatieagenda Dit was nog niet voorzien bij het opstellen van de kadernota en wordt verwerkt in de meerjarenbegroting 2022-2025.
6.1
De raad heeft het college gevraagd om op de hoogte te worden gehouden van de voortgang van de innovatieagenda. Het college informeert de raad eveneens over de voortgang van het implementatieplan. Onderdelen van het implementatieplan waarvoor de verordenende bevoegdheid van de raad aan de orde is, worden aan de raad voorgelegd ter besluitvorming.
Kanttekeningen 1.1
Uit het eindrapport komt naar voren dat de potentie van het lokaal werken nog niet volledig is gerealiseerd. Er zijn belangrijke stappen gemaakt, maar het is zeker nog niet klaar. De lastige omstandigheden rond corona spelen hierin een grote rol. Dit
Bladnummer 6/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
speelt met name rondom juridische en bedrijfsmatige zaken en het verder uitbouwen van het integrale werken. Daarnaast is (en wordt) de arbeidsmarkt ingrijpend veranderd. Positief is dat het percentage mensen dat in de periode 2021 tot heden een beroep deed op de bijstand zich in de Lekstroomgemeenten relatief gunstig ontwikkelde. Dit in verhouding tot de eigen arbeidsmarkregio Utrecht-Midden en de landelijke ontwikkeling. De innovatieagenda met het opbouwen van een nieuwe samenwerking heeft hierop dus in ieder geval geen negatieve invloed gehad. 2.1
Met de keuze voor uitvoeringsmodel D ligt de verantwoordelijkheid voor de sturing op de uitvoering van de Participatiewet bij 2 organisaties: WIL en gemeente. De uitvoering is hierdoor minder uniform dan bij uitvoering door één (regionale) organisatie. Verantwoordelijkheden liggen meer gespreid over meerdere organisaties en personen, er is meer overleg nodig. Belangrijk zijn goede afspraken hierover en voortzetten van de goede samenwerking die in de innovatieagenda is opgebouwd tussen de partijen. Het grote voordeel van uitvoeringsmodel D blijkt uit de evaluatie: meer inwoners participeren en inwoners met meervoudige problematiek krijgen betere en integrale dienstverlening met een maatwerkoplossing.
2.2
De keuze kan worden gemaakt om voor een ander sturingsmodel te kiezen. Echter, het college is er van overtuigd dat scenario D het beste sturingsmodel is. Aan de andere modellen hangen belangrijke nadelen. Ofwel minder integrale oplossingen voor inwoners en minder integrale sturing binnen het sociaal domein (model A t/m C). Ofwel een harde knip in de uitvoering van de Participatiewet, gepaard gaand met onduidelijkheid voor inwoners wanneer zij waar moeten zijn (model E).
2.3
De gemeenten kunnen onderling verschillen in het uitvoeringsmodel dat zij kiezen. Echter, dat maakt de samenwerking tussen WIL en gemeenten erg complex. De keuze voor hetzelfde model is belangrijk voor een duurzame, toekomstgerichte uitvoering van taken rondom werk en participatie door WIL en gemeenten gezamenlijk.
3.1
Met de huidige opdracht aan WIL kunnen we uitvoeringsmodel D niet realiseren. De opdracht aan WIL heeft herijking nodig. De innovatieagenda is de opmaat naar uitvoeringsmodel D en WIL 3.0. De adviezen uit het eindrapport bieden een goede basis om dit verder uit te werken middels het implementatieplan.
4.1
De keuze kan worden gemaakt om geen incidenteel budget beschikbaar te stellen. Echter dan worden onder andere verordeningen en de opdracht aan WIL niet aangepast en bedrijfsvoeringskwesties niet opgelost. Het werken in het werkteam in de gemeente wordt dan feitelijk onmogelijk gemaakt.
Bladnummer 7/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Financiële aspecten Voor het lokale werken volgens de basisnormen die zijn beschreven in het eindrapport is structurele capaciteit nodig van medewerkers in het werkteam. Een deel van die capaciteit komt uit de structurele formatie van werkcoaches die WIL nu al via de jaarlijkse begroting beschikbaar stelt aan het werkteam. Maar dit is niet genoeg om te zorgen dat inwoners in de bijstand in beeld blijven en worden ondersteund bij participatie en integrale oplossingen. In 2021 is €350.000,- gereserveerd voor extra werkcoaches binnen het handgeld van de gemeente (dit is Participatiebudget van Nieuwegein op de begroting van WIL). Het college is voornemens om dit bedrag structureel beschikbaar te houden binnen het lokale handgeld van Nieuwegein en jaarlijks bij te stellen indien nodig. Dekking vindt dus plaats binnen de huidige begroting. Voor de implementatie van uitvoeringsscenario D is incidenteel extra budget nodig. Dit betreft deels regionale inzet vanuit WIL voor coördinatie, penvoering en afstemming met de gemeenten. De totale regionale kosten vanuit WIL bedragen €360.000. Nieuwegein draagt hieraan afgerond €177.000 bij, conform de verdeelsleutel. Het andere deel betreft lokale inzet vanuit werkteam en beleid, voor inbedding binnen Nieuwegein en afstemming in de regio. Deze lokale kosten bedragen €94.000.
Samenvattend is in Nieuwegein incidenteel een totaalbedrag nodig van €271.000 voor de implementatie. In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt wat de incidentele kosten voor Nieuwegein zijn. Kosten implementatie Nieuwegein
2022
2023
Totaal
Regionaal, aandeel Nieuwegein
162.000
15.000
177.000
Lokaal
94.000
0
94.000
Totaal incidenteel
256.000
15.000
271.000
incidenteel
In onderstaande tabel is het overzicht weergegeven van de incidentele regionale kosten per gemeente (totaal €360.000), inclusief de binnen de GR in 2022 gehanteerde verdeelsleutel voor uitvoeringskosten. Kosten implementatie regionaal
Verdeelsleutel 2022
2023
Totaal
Houten
24,37%
80.421
7.311
87.732
IJsselstein
20,74%
68.442
6.222
74.664
Lopik
5,75%
18.975
1.725
20.700
Nieuwegein
49,14%
162.162
14.742
176.904
Totaal
100,00%
330.000
30.000
360.000
incidenteel
De noodzakelijke regionale kosten voor implementatie door WIL worden meegenomen met de begrotingswijziging van WIL 2022. Deze wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 aan de raad voorgelegd.
Bladnummer 8/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Communicatie aspecten Het eindrapport is een product van de regionale samenwerking tussen WIL en de gemeenten Lopik, IJsselstein, Houten en Nieuwegein. In de vorm van enquêtes en interviews zijn direct betrokken medewerkers, externe partners en werkgevers gehoord en betrokken bij het advies. De uitkomsten hiervan vindt u terug in het eindrapport. Er is geen enquête afgenomen bij inwoners zelf. Reden is dat WIL in dezelfde periode een klanttevredenheidsonderzoek heeft gedaan en we inwoners niet dubbel willen belasten met 2 enquêtes tegelijkertijd. In het komende klanttevredenheidsonderzoek van WIL wordt een aantal vragen over de ervaren dienstverlening door de werkcoaches rechtstreeks aan inwoners gesteld. De uitkomsten konden we niet meer meenemen in dit eindverslag van de evaluatie. Deze komen in het najaar 2021 beschikbaar. De lokale adviesraad sociaal domein is gevraagd om een advies te geven over de evaluatie en het advies in het eindrapport. Dit advies van de ASD is bijgevoegd. De cliëntenraad (CR) van WIL is door het DB van WIL gevraagd om advies te geven aan het bestuur van WIL. Tevens is de CR van WIL gevraagd dit advies te delen met de lokale adviesraden, zodat zij dit kunnen betrekken bij hun advies aan het college. Het DB van WIL is gevraagd om een reactie te geven op het advies in het eindrapport. Deze reactie wordt als bijlage bijgevoegd.
Op 29 september 2021 is een regionale raadsinformatiebijeenkomst geweest voor de raden van alle betrokken gemeenten. Na besluitvorming is geen extra communicatie nodig naar inwoners. Het besluit is een effectuering van de huidige situatie van het werkteam als onderdeel van Geynwijs, zoals dit de afgelopen 2 jaar heeft plaatsgevonden. Inwoners vinden het werkteam ook in de toekomst via WIL, Geynwijs of externe partners.
Uitvoering Na besluitvorming in de raden wordt een implementatieplan gemaakt. Dit bevat juridische, inhoudelijke, organisatorische, bedrijfsmatige en financiële aspecten. In 2022 worden alle onderdelen uitgevoerd, met een kleine uitloop naar 2023. Initiatiefnemer is WIL. Per subthema worden projectgroepen gevormd, waaraan Nieuwegein deelneemt. Uw raad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang van de implementatie.
Bladnummer 9/9 Raadsvoorstel 21 september 2021
Bijlagen 1.
Eindrapport evaluatie innovatieagenda WIL-gemeenten
2.
Evaluatie resultaten werkteam Nieuwegein en maatregelenmix participatie
3.
Advies adviesraad sociaal domein Nieuwegein
4.
Reactie college op advies ASD
5.
Reactie DB WIL op eindrapport (wordt later nagezonden)
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Frans Backhuijs
secretaris
burgemeester