CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-406 Rvs. Vaststellen van het Integraal Ruimtelijk perspectief (IRP).pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het vaststellen van het Integraal Ruimtelijk perspectief (IRP)3.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

Integraal Ruimtelijk Perspectief 28 september 2021

Onderwerp Datum

Raadsvoorstel

Ruimtelijk Domein l.barrance@nieuwegein.nl Portefeuilleh ouder Hans Adriani Afdeling

E-mailadr es opst eller

Onderwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP)

Gevraagd besluit 1. Het Integraal Ruimtelijk perspectief (IRP) inclusief uitvoeringsstrategie voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040 vast te stellen; 2. De kosten €72.882 verbonden aan het opbouwen van het integraal programmeren in 2022 te dekken uit reserve Grondbedrijf.

Inleiding De regio Utrecht onderscheidt zich als ontmoetingsplaats voor gezond, stedelijk leven. De regio staat voor grote opgaven op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie en landschap. Het moet een fijne plek blijven om te wonen, werken en recreëren, en waar ruimte is voor groene en duurzame initiatieven. Om deze opgaven op een gezonde, duurzame manier te accommoderen én op een wijze dat de regio zich verder versterkt en onderscheidt, moeten weloverwogen, integrale ruimtelijke keuzes worden gemaakt. Om deze keuzes zo goed mogelijk in samenhang te bezien en af te wegen werkt de regio: samen met de provincie in het Ruimtelijk Economische Programma (REP) en Regionale Energie Strategie (RES): samen met provincie en Rijk in het programma U Ned; Ieder met een eigen verantwoordelijkheid en abstractieniveau. De U10 heeft via het Ruimtelijk en Economisch programma (REP) toegewerkt naar een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), waarin de opgaven voor groen & landschap, wonen, werken, mobiliteit en duurzaamheid in samenhang worden beschouwd. Na vaststelling van de Ruimtelijke Economische Koers in 2017 en de Contour REP en het beoordelingskader in 2020 heeft de regio de afgelopen periode de stap gemaakt van een concept naar nu een definitief Integraal Ruimtelijk perspectief voor de U16.

Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is nadrukkelijk vanuit de gemeenten vormgegeven en vormt een perspectief van ons allen. De Nieuwegeinse ambities, keuzes en uitgangspunten zoals vastgelegd in de omgevingsvisie zijn op hoofdlijnen vertaald in het IRP, daarmee is het IRP in lijn met de omgevingsvisie. Met het IRP gaan we voor we een toekomstbestendige, gezonde en duurzame ontwikkeling van de Metropool Regio Utrecht. In het IRP is de kwalitatieve uitwerking van wonen en werken uitgewerkt. Ook is in samenwerking met de programmalijnen van U Ned een strategie voor de groeiende mobiliteitsvraag in de regio gemaakt. Per deelgebied zijn kaders en

Bladnummer 2/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

kaartbeelden gemaakt zodat de ruimtelijke keuzes voor groen, landschap, energie, vitaliteit voor alle kernen beeld komen. In de vervolgfase na het IRP richting het programmeren is voor Nieuwegein met name het verder uitwerken van de opgaven in de A12 zone van belang. Na de vaststelling van de startnotitie A12 zone wordt er vervolg gegeven aan de komende onderzoeksfase in het MIRT Gebiedsonderzoek en de dialoog met de stad. Zienswijzeprocedure U16 raden In het voorjaar 2021 zijn de raden in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen door een zienswijze in te dienen op het concept IRP. Alle raden hebben hiervan gebruik gemaakt. De zienswijzen hebben het denken versterkt en het IRP verder verrijkt. Met deze zienswijzen is door de raden richting gegeven aan de inhoud van het IRP en aan vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden en ontstaat er ook politiek draagvlak voor de besluitvorming van een gezamenlijk toekomstperspectief voor onze U16 regio. Er is recht gedaan aan de inbreng van de raden en de aanpassingen in het concept IRP als antwoord op hun zienswijzen en hopen dat dit zal worden herkend en erkend. We hechten eraan inzichtelijk te maken hoe de zienswijzen op hoofdlijnen is verwerkt en hoe per gemeente de zienswijzen zijn verwerkt in het definitief IRP of worden meegenomen in de volgende fase.

In bijlage 3 vindt u een overzicht van de zienswijzen per gemeente met de bijbehorende verwerking en verantwoording. Besluitvorming Regionale Energie Strategie (RES) Besluitvorming over de RES in de U16 raden vindt plaats in september en oktober. Dat is dus nog voordat besluitvorming over het definitieve IRP in de raden plaatsvindt. Met de besluitvorming op het IRP consolideren we de RES 1.0 in het perspectief en de integrale uitwerkingen voor de toekomst. Actualisaties op de RES 1.0. worden meegenomen in de volgende fase van het IRP.

Gewenst effect Het IRP geeft richting in het beantwoorden van de grote ruimtelijke opgaven waar we als regio mee te maken hebben op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie.

Argumenten 1.1 De zienswijze van de raad van Nieuwegein is voldoende verwerkt in dit IRP alsmede de inzichten van de RES en de opgave voor regionale bedrijventerreinen. De zienswijzeprocedure heeft de raden de mogelijkheid gegeven om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het IRP ter besluitvorming aan de 16 raden wordt voorgelegd. De zienswijzen hebben geleid tot aanscherpingen en vormen de basis voor het definitief IRP dat nu voorligt. In bijlage 3 is weergegeven hoe de zienswijzen per gemeente zijn verwerkt in het IRP. De raad van Nieuwegein heeft op 9 juni 2021 enkele aandachtspunten meegegeven in een zienswijze op het concept IRP. Op enkele onderdelen zijn de zienswijzen verwerkt in het definitieve IRP of worden deze meegenomen in de volgende fase.

Bladnummer 3/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

Een zorgpunt van de raad was het ontbreken van een integrale afweging voor energie, waarbij voldoende in beeld is hoe dit zich verhoudt tot andere functies. Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geïntegreerd in het definitieve IRP. Dit is gedaan door het opnemen van de kaart met zoekgebieden, het illustreren van de orde van grootte van de ruimte die binnen de zoekgebieden nodig is, en het aanpassen van teksten in de redeneerlijn en thematische uitwerking over energie. Hiermee is de zienswijze van Nieuwegein overgenomen. In de analyse van de zoekgebieden in de RES blijkt dat er geen harde botsingen plaatsvinden tussen de zoekgebieden en andere thema’s in het IRP. Wel ligt er een grote opgave voor het samen laten oplopen van energieopwekking en groen en landschap. En is het maatschappelijk draagvlak voor energieopwekking een specifiek aandachtspunt. De Nieuwegeinse raad heeft in de zienswijze aandacht gevraagd voor vervoer over water in het IRP zodat verder kan worden bijgedragen aan deze ambitie. Op dit onderdeel is de Nieuwegeinse zienswijze niet overgenomen in het definitieve IRP, er is geen extra paragraaf opgenomen over vervoer over water.

Voor personenvervoer wordt vervoer over water weinig kansrijk geacht, wel is er een trend zichtbaar in fijnmazig goederenvervoer over water voor bevoorrading en de aan- en afvoer van materialen voor binnenstedelijke bouwlocaties. Dit heeft echter geen grote ruimtelijke consequenties, en het IRP staat daarmee de ambitie van Nieuwegein om naar mogelijkheden te zoeken voor vervoer over water niet in de weg. In de zienswijze heeft de raad de benoemde noodzaak in het IRP van een benodigde schaalsprong van mobiliteit en vervoer onderschreven. Het concept wiel met spaken is duidelijk herkenbaar opgenomen in het IRP en dit past bij de ambities die Nieuwegein heeft opgenomen in de omgevingsvisie en mobiliteitsvisie om de ov-verbindingen van en naar te versterken en versnellen. Een schaalsprong in infrastructuur is met name nodig op de spaken en de tangentverbindingen rondom de stad Utrecht (het kleine wiel). Dit netwerk heeft grote vervoersstromen en dit vraagt om nodige infrastructurele investeringen. Het grote wiel heeft minder vervoerswaarde, maar wel veel netwerkwaarde. Dit neemt niet weg dat het belangrijk is om sterkere ovverbindingen tussen de kernen te realiseren. Maatregelen om dit te bereiken liggen met name in het heroverwegen van buslijnen.

De overige aandachtspunten uit de zienswijze rond de verschillende ruimtelijke thema’s waren met name gericht op de volgende fase van het REP. De aandachtspunten over de regionale bypass en zicht op middelen voor de A12 zone zullen in het kader van het MIRT Gebiedsonderzoek van U Ned nader worden onderzocht. De overige zorgpunten over de uitvoerbaarheid en financiering van de verstedelijkingsopgaven, mobiliteitsmaatregelen en landschapsinvesteringen zullen worden meegenomen in de vervolgfase van het REP en het Regionaal Programmeren. Verder is zoveel als mogelijk het streven tot een volledig integrale visie te ontwikkelen nagekomen door ook de opgaven in het kader van de energietransitie en regionale bedrijventerreinen op te nemen in het IRP. 1.2 Het IRP is volgens de eerder vastgestelde kaders en de vastgestelde Contour REP uitgewerkt. Kaderstellend hebben de U16-raden eind 2019 ingestemd met de Uitgangspuntennotitie en in het voorjaar 2020 met de Contour REP. De

Bladnummer 4/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

Contour REP bevat rondom alle ruimtelijke thema’s kansrijke zoekrichtingen en onderzoeksvragen voor de regionale ruimtelijke ontwikkeling en is een belangrijke basis geweest voor de uitwerkingen in het IRP. Verder is in het najaar 2020 het (geactualiseerd) beoordelingskader vastgesteld door de raden, waarmee toetsing kon plaatsvinden op de uitwerkingen in het IRP. In onze regio zijn we nog niet eerder zo ver geweest. Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale aanpak. Dit valt ook andere regio’s in het land op en zij zijn geïnteresseerd in hoe wij dit oppakken. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten. Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase. 1.3 De onafhankelijke toets op het IRP laat een positief beeld zien op alle indicatoren van het Beoordelingskader. Het IRP wordt voor een kwalitatieve beoordeling gelegd langs het Beoordelingskader dat eerder door raden is vastgesteld en geactualiseerd. In bijlage 4 treft u dit onafhankelijk oordeel aan. Het doel van deze beoordeling is om inzicht te krijgen in hoeverre het perspectief voldoet aan de kwaliteiten die de samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht voorstaan.

Het beoordelingskader kan niet worden gezien als een meetlat waarlangs het IRP en nadere uitwerking simpelweg langs gelegd kan worden om tot een afgewogen oordeel te komen. Het is een instrument dat helpt om inzichten te verschaffen. Hiermee ondersteunt het het gesprek bij de besluitvorming en geeft het aanknopingspunten en aanbevelingen voor uitwerkingen in de volgende fase, het integraal programmeren. De toets op het concept IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien en vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en concretisering. In fase 4 worden deze onderdelen meegenomen bij een uitwerking op programma, gebieds- en projectniveau. En worden nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad en periodieke actualisatie. 1.4 Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven en zijn we een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders. Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de 16 gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de regio. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen.

We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de Provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. We zoeken eensgezindheid en daarmee een grotere invloed daarop. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor

Bladnummer 5/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast en treden met één gezicht op naar deze overheden en andere stakeholders. 1.5. De uitvoeringsstrategie in het IRP maakt op hoofdlijnen inzichtelijk hoe we van een Integraal ruimtelijk perspectief komen tot Integraal Programmeren en Realisatie. Met het IRP weten we wat we willen, nu moeten we nog scherp krijgen hoe we dat kunnen realiseren. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat. De uitvoeringsstrategie maakt op hoofdlijnen helder hoe het IRP op een samenhangende manier uit te voeren is. Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn in de lead om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen zij voor projecten en programma’s binnen gemeenten en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring. 1.6.

Een regionale aanpak op de uitvoering helpt om benodigde middelen voor de uitvoering van het IRP naar de regio te halen. Het belangrijkste is het IRP tot realisatie brengen. Het is cruciaal om belemmeringen voor de uitvoering weg te nemen. Het IRP en de uitvoeringsstrategie daarin moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst, waarmee we als U16 de regie houden over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Door een integraal regionaal programma en realisatiestrategie te ontwikkelen, kunnen de gemeenten in de U10 samen en eenduidig optrekken naar rijk, provincie en andere partners, zijn we als regio een betrouwbare en herkenbare partner en zijn we voorbereid, wanneer zich kansen voordoen als groeifonds, woonimpuls, toekomstige geldstromen voor financiering van groen en de mobiliteit. Hier gaan jaarlijks landelijk tientallen of honderden miljoenen en soms miljarden euro’s om.

Kanttekeningen 1.1. De Provincie Utrecht start met regionale programmering op basis van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en dat vereist goede afstemming en samenwerking tussen Provincie en de U10 in de volgende fase. De Provincie werkt aan een regionaal programma voor wonen en werken op basis van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Daar komt ook een zienswijzetraject voor. Het gaat dan weliswaar om een bredere geografische scope, en om een meer sectorale aanpak, maar het vereist goede afstemming en samenwerking tussen regionale en provinciale ruimtelijke keuzes. Met het IRP kunnen we vanuit de regio een stevige en goed doordachte positie innemen ten behoeve van het provinciaal programmeren. 1.2. Het behalen van de ambities van het IRP is mede afhankelijk van investeringen en medewerking van andere partijen.

Bladnummer 6/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

Voor de benodigde investeringen is de regio mede afhankelijk van andere partijen. Dit maakt het behalen van de ambities onzeker. Ondanks het feit dat er nog onvoldoende zicht is op (Rijks)financiën, is er een grote maatschappelijke urgentie om met de richting van dit IRP op gebied van onder andere de woonopgave stappen te blijven zetten in de uitvoering. In de volgende fase van het IRP zal er daarom aandacht moeten zijn voor een integraal regionaal programma, investerings- en lobbystrategie. Om onderdelen, zoals de groenen mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, te kunnen realiseren. In de vervolgfase krijgt dit nadere uitwerking. 1.3 Sommige opgaven in het IRP hebben een verdere concretisering nodig. Op een aantal punten vraagt het IRP om concretisering, zoals het vervolg op de RES 1.0. En de nadere uitwerking van zoeklocaties naar regionale bedrijventerreinen, de omgang en investeringen in de mobiliteitsmaatregelen en de concrete programmering van vitaliteit waarbij ook integrale afwegingen een rol spelen. Het perspectief is adaptief, wat betekent dat het nog concreter wordt ingevuld en aangescherpt op basis van de (lokale) ontwikkelingen en uitwerkingen in de uitvoeringsfase. In de vervolgfase, het programmeren worden deze onderdelen geconcretiseerd, integraal afgewogen en vertaald in een adaptief ontwikkelpad.

De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar. Er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna. 1.4 Participatie heeft gedeeltelijk plaatsgevonden. Participatie met regionale stakeholders heeft plaatsgevonden binnen fase 3 en is deels gekoppeld aan de fase van het programmeren. Dit aangezien in een bijeenkomst met regionale stakeholders is aangegeven dat men behoefte heeft mee te willen denken en werken aan de vervolgstap: de realisatiestrategie en de uitvoering. De participatie met inwoners is gekoppeld aan de participatie op lokale omgevingsvisies met eigenaarschap van gemeenten, waarbij de onderdelen uit het IRP gekoppeld worden aan in de concrete lokale vraagstukken. Dit is deels afgerond of loopt en deels moet het nog worden opgestart. Het gesprek met inwoners en partijen rondom de uitvoering is een continu proces dat ook in de vervolgfase om een passend vervolg vraagt. 1.5. Het IRP is een regionale visie, waarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie zijn. Gemeenten en regionale stakeholders zien financiële risico’s en of onrendabele toppen op het vlak van binnenstedelijk bouwen, verdichten van bedrijventerreinen, verbeteren van de bereikbaarheid en investeringen in groen.

Het IRP en de uitvoeringsstrategie daarin moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst, waarmee we als U16 de regie houden over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen.

1.6. Het IRP heeft geen wettelijke juridische status. Het integraal ruimtelijk perspectief heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan). De planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de 16 samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is

Bladnummer 7/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

daarmee op haar beurt weer een belangrijke basis voor de gemeentelijke omgevingsvisies. Het IRP is geen vrijblijvende afspraak. Het IRP is een regionale visie welke richting geeft met nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. Het IRP moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de samenwerking op inhoud en proces, waarmee we als U16 de regie kunnen houden over de samenwerking met elkaar en met rijk, provincie en andere partners om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Wanneer de raden met het IRP instemmen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale ruimtelijk opgave. We spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. En dat de gemeenten de ambities en doelen van het IRP helpen realiseren en elkaar daarop aanspreken.

Financiële aspecten Het Perspectief vergt het commitment en investering in de samenwerking bij de uitvoering. Aan het IRP is een uitvoeringsstrategie gekoppeld, die nader wordt uitgewerkt in een concreet plan van aanpak voor fase 4. Daarvoor wordt een financiële bijdrage gevraagd aan de 16 gemeenten voor periode tot eind 2022. De financiële verdeelsleutel binnen de U10 wordt gehanteerd. Dit is gelijk aan de begroting en verdeelsleutel in IRP fase 3 om te komen van Contour naar Perspectief. In de kadernota 2022 is een bedrag van €70.000 opgenomen voor Fase 4 van het REP. Na de definitieve berekening is de gevraagde bijdrage van de gemeente Nieuwegein €72.882 op basis van de verdeelsleutel. Dit bedrag bestaat uit de opstart van fase 4 in 2021 en de kosten voor fase 4 in 2022. De kosten worden gedekt uit de reserve Grondbedrijf.

Communicatie aspecten Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. De U10 organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste twee sessies zijn reeds georganiseerd met regionale stakeholders om te kijken naar draagvlak voor de ontwikkelrichting en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst (zie bijlage 5: Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief). Inwonerparticipatie op de regionale vraagstukken, waaronder het Integraal Ruimtelijk Perspectief, vindt plaats door elke gemeente op een wijze die past bij die gemeente. Binnen Nieuwegein is ervoor gekozen de participatie te koppelen aan de processen rond de omgevingsvisie. In het participatietraject van de omgevingsvisie was de regio en de A12 zone een apart onderwerp, de raad heeft hier vervolgens ook richtinggevende uitspraken over gedaan voor de omgevingsvisie.

Uitvoering Het IRP wordt momenteel aan alle U16-raden ter besluitvorming voorgelegd. De bestuurlijke opdrachtgevers van het REP stellen de 16 gemeenteraden graag in de gelegenheid om de gehele besluitvorming van het IRP voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 af te ronden.

Bladnummer 8/8 Raadsvoorstel 28 september 2021

Met de besluitvorming van het IRP eindigt fase 3. Eventuele moties en amendementen op het definitief IRP worden in fase 4 opgepakt en meegenomen bij een nadere uitwerking op programma, gebieds- en projectniveau en nieuwe ontwikkelingen en afwegingen worden onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad.

Bijlagen 1. Raadsbesluit 2. Integraal Ruimtelijk Perspectief 3. Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording 4. Toetsing IRP Aangepast beoordelingskader REP 5. Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief burgemeester en wethouders,

Ellie Liebregts secretaris

Frans Backhuijs burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=d240a0d2-c86e-460e-b6ec-65e8ffd5ef57