2021-313 Rbs. Ontwikkelingen Rijnhuizen getekend.pdf
Tekst van het document
2021-313
Raadsbesluit De raad van de gemeente Nieuwegein; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 juli 2021;
gelet op artikel 4, alsmede de overige van toepassing zijnde bepalingen van de Wet voorkeursrecht gemeenten, de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
besluit: 1. Op grond van artikel 4 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) percelen, gelegen in het gebied “Gemengd cluster maatschappelijke voorzieningen/wonen Rijnhuizen” te Nieuwegein, aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte grondplantekening met nummer 373.21.8022-GPN00 d.d. 17 juni 2021 en op de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen, de grootte en de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van (volledig bijgewerkt t/m) 9 juni 2021; 2. De onder 1 bedoelde percelen aan te wijzen om de realisatie van de toegedachte bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden (Onderwijs, wijkcentrum, gezondheidscentrum, eventueel gecombineerd met wonen)’ zoals (indicatief) aangeduid op de tekening op pagina 62 in de door de raad op 1 november 2020 als structuurvisie vastgestelde Omgevingsvisie Nieuwegein, zeker te stellen; 3. Dit besluit te nemen ter bestendiging van het besluit van 6 juli 2021 van het college van Nieuwegein, welk besluit van rechtswege vervalt, zodra dit raadsbesluit rechtskracht heeft; 4.
Dat dit besluit een maximale werkingsduur heeft van drie jaar, tenzij voordien een bestemmingsplan (of na inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan) is vastgesteld dat kan dienen als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht;
Bladnummer Onderwerp
2/2 raadsbesluit
6. Dit besluit te publiceren in het Gemeenteblad van 24 september 2021, kenbaar te maken conform de eisen welke artikel 7 lid 1 en 2 van de Wvg stelt en te registreren in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, zodat het voorkeursrecht met ingang van 25 september 2021 rechtskracht heeft.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 september 2021
Jan Karens
Frans Backhuijs
griffier
voorzitter