CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-297 Rvs. Vaststellen van de Regionale Energie Strategie (RES).pdf

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het vaststellen van de Regionale Energie Strategie (RES)4.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

Onderwerp

Regionale Energie Strategie U16 1.0 (2021)

Datum

22 juni 2021

Raadsvoorstel

Afdeling

Ruimtelijk Domein

E-mailadres opsteller

ar.debree@nieuwegein.nl

Portefeuilleho uder

Marieke Schouten

Onderwerp Regionale Energie Strategie U16 1.0 (2021)

Gevraagd besluit 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de RES-bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband. 2. De ambitie vast te stellen dat Nieuwegein minimaal 14 ha zonneveld wil realiseren tot 2030 en het college de opdracht geven hiervoor een Afwegingskader zonnevelden Nieuwegein voor te bereiden.

Inleiding De Regio U16 is één van de dertig Regionale Energie Strategieën (RES) regio’s die in de afgelopen jaren in Nederland gewerkt heeft aan het opstellen van de RES 1.0. Aanleiding is het Nationaal Klimaatakkoord dat op 28 juni 2019 is gepresenteerd. Het akkoord is tot stand gekomen in samenwerking met veel overheden; de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen. De RES is een uitwerking van de landelijke opgave voor de ruimtelijke inpassing van 35 TWh duurzame elektriciteits-opwek op land in 2030. In de RES 1.0 brengen de deelnemende overheden in beeld hoeveel en ook waar zij duurzame elektriciteit denken op te kunnen wekken in 2030 met zonne- en windenergie. Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte, waarin de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen centraal staat, een onderdeel van de RES 1.0.

Bladnummer 2/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

Proces In het RES-proces zijn drie hoofdproducten benoemd waarover de raad een besluit neemt: 1)

een startnotitie (2019-191)

2)

een ontwerp-RES (2020-156)

3)

een RES 1.0 met het definitieve regiobod.

In dit voorstel wordt de RES 1.0 met het definitieve regiobod voorgelegd voor besluitvorming. Volgens de planning uit het Klimaatakkoord zouden de raden vóór 1 juli 2021 een besluit moeten nemen over de RES 1.0. Vanuit RES-U16 verband is richting het Nationaal Programma RES (NP RES) aangegeven dat het streven is vóór 1 oktober 2021 een besluit over de RES 1.0 te nemen, om zo ook voldoende tijd te nemen voor goede afstemming en te komen tot een gedragen bod (raadsbrief 2021-104). De RES 1.0 zal onder voorbehoud van besluitvorming in de 21 overheden (dit zijn de 16 deelnemende gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Utrecht) van de RES U16 ter informatie aan de NP RES gestuurd worden (1 juli). De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd om voldoende flexibel te zijn en in te kunnen spelen op nieuwe technieken en andere ontwikkelingen. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. Over twee jaar wordt u de RES 2.0 ter besluitvorming voorgelegd. Het pad tot 2050 ziet er als volgt uit:

Bladnummer 3/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

Nieuwegein heeft in de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 vastgelegd dat de gemeente in 2040 energieneutraal wil zijn. In het uitvoeringsprogramma worden vijf routes uitgewerkt die bijdragen aan de doelstelling een energieneutrale stad te worden. De RES 1.0 geeft inzicht in grootschalige duurzame opwek van elektriciteit in de regio, de benodigde netwerkcapaciteit van het regionale elektriciteitsnet en inzicht in de potentie van bovengemeentelijke duurzame warmtebronnen in de regio, onze routekaart werkt specifiek de vijf routes voor de stad uit. Deze RES 1.0 is opgesteld en voorbereid in afstemming tussen 21 overheden: 16 gemeenten, de provincie en vier waterschappen. Samen vormen zij de U16 RES regio, gezamenlijk dragen zij bij aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek. De basis voor deze RES 1.0 is de ontwerp RES die door de overheden in 2020 is vastgesteld. De eerder vastgestelde Startnotitie RES U16 en het ontwerp-RES vormen de eerder vastgestelde kaders. Nu ligt een definitief RES 1.0 ter besluitvorming voor.

Gewenst effect Met de RES 1.0 beogen we de CO 2-uitstoot in de RES U16 te beperken door het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. Daarmee leveren we een eerste bijdrage aan de landelijke doelstelling van 95% reductie van CO 2-uitstoot in 2050. Nieuwegein heeft als doel in 2040 energieneutraal te zijn.

Argumenten 1.1 De RES 1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie U16 en de Ontwerp-RES uitgewerkt In 2019 heeft u de ‘Startnotie RES U16’ (2019-191) vastgesteld en bent daarmee deelnemer in de RES U16. In 2020 stelde u de ‘Ontwerp RES inclusief concept bod’ (2020-156) vast, een tussenstand van verkenningen met nadere kaderstelling en een concept bod van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders. 1.2 De RES 1.0 is een tussenstap in een permanente opgave voor het klimaatbeleid tot 2050 De RES U16 is een uitwerking van het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen voor CO2-reductie van 95% in 2050. De RES 1.0 is daarmee een tussenstap in een programma bedoeld om over een lange periode sturing te geven aan de energietransitie. 1.3 Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde De energieopgave houdt zich niet aan gemeente- of waterschapsgrenzen en de oplossingen voor die energieopgave doen dat ook niet. Duurzame opwek van elektriciteit en warmte kunnen zichtbaar zijn vanuit omliggende

Bladnummer 4/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

gemeenten. We maken allemaal gebruik van dezelfde netinfrastructuur, die maar beperkt ruimte biedt. En om te voorzien in de warmtebehoefte helpt regionale samenwerking, zeker bij warmtebronnen met een regionaal potentieel. We werken aan een gezamenlijk resultaat, met ruimte voor lokale verschillen. Tot de RES 1.0 is de RES vooral een beleidsmatig traject geweest, nu gaan we een nieuwe fase in waarin we starten met realisatie. 1.4 De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd zodat de nieuwste inzichten kunnen worden meegenomen De RES is een samenwerking voor de lange termijn. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd. Zo is er voldoende flexibiliteit om nieuwe technieken en innovaties te benutten, af te stemmen met andere ruimtelijke opgaven en bovendien concretiseringen en bijstellingen met regelmaat democratisch vast te stellen. De volgende RES 2.0 moet in 2023 worden vastgesteld. Om de besluitvorming goed voor te bereiden en tijdig bestuurlijk zicht te krijgen op stremmingen in de uitvoering (zoals planuitval) zijn er in de RES 1.0 ook bestuurlijk informele ijkmomenten opgenomen. Op die momenten kunnen bestuurlijk mogelijkheden worden besproken, verkend en uitgewisseld waardoor afstemming tussen de deelnemers soepel verloopt.

Bladnummer 5/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

1.5 Het bod van 1,8 TWh is realistisch en haalbaar en wordt onderbouwd met 4 bouwblokken Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit vier bouwblokken: Onderdeel van ons bod (NOG UPDATEN)

Hoeveelheid totaal in TWh

Waarvan zon in TWh

Waarvan wind in TWh

Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus ‘zeker’

0,438

0,295

0,143

Bouwblok 2: Zon op dak

0,3-0,5 TWh

Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten

1,164

Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling

Hiervoor is nog geen ambitie op te nemen.

(Ambitie in bandbreedte) 0,765

0,399

Voor projecten die we al hebben gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1) kunnen we met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. De bijdrage uit realisatie van zon op dak (bouwblok 2) en lokale zoekprocessen (bouwblok 3) kennen een minder grote zekerheid. Deze bouwblokken moeten we de komende jaren concreter maken door het uitwerken van zoekgebieden naar concrete projecten en het gericht benutten van de potentie van zon op dak. In de praktijk kan deze concretiseringslag betekenen dat plannen anders worden ingevuld of zelfs dat plannen uitvallen. Hier houden we als regio rekening mee. Bouwblok 2 heeft een bandbreedte omdat de realisatie van zon op dak veel afhankelijkheden kent zoals de medewerking van de eigenaar en de beschikbare netcapaciteit. Bouwblok 3 moet als een tussentijds resultaat worden gelezen. Dit bouwblok is namelijk in beweging en bij het concreet maken van de zoekgebieden kunnen de getallen hoger of lager uitvallen. Dit onderstreept het belang van bouwblok 4 waarin de samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken en zorgen voor de continue ontwikkeling en uitvoering naar de RES 2.0 en verder.

Nieuwegein Nieuwegein heeft in verhouding tot de andere deelnemende gemeenten, het grootste percentage grootschalige zon op dak en wel 28% (gemiddelde benuttingspercentage is 13%) (zie RES-bijlage 2). Het gaat daarbij vooral om dakoppervlak van de nieuwere bedrijven. De nog resterende potentie van zon op dak zal ook in beeld worden gebracht om mogelijk te gebruiken voor de opvolgende RES’en. Bij de potentie is nu alleen gekeken naar zoninstraling op de potentiële dakpanelen en niet naar bijvoorbeeld draagvermogen dakconstructie. 1.6 Gemeenten zijn zelf aan zet geweest voor zoekgebieden en ruimtelijke inpassing

Bladnummer 6/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

De regionale ambitie is in eerste instantie op basis van lokale planvorming gevuld. Diverse gemeenten hebben kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het ontwikkelen van zonne- en windenergie en het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Overstijgende samenwerkingsthema's zijn vanuit regionale coördinatie opgezet, ondersteund en gemonitord. 1.7 Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWh bij de Ontwerp RES is rekening gehouden met een stevige besparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit al verwerkt in de hoogte van het bod. De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windmolens. Zon op dak kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie. Bovendien is het streven om invulling te geven aan zon op dak vastgelegd in diverse beleidsstukken zoals de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie. Daarom zetten we maximaal in op zon op dak. Dit vraagt zowel een lokale als een regionale aanpak. Regionaal ontwikkelen we een aanpak voor zon op dak, waarbij we in overleg bepalen welke activiteiten op regionale schaal moeten worden opgepakt en welke zaken door de gemeenten moeten worden uitgevoerd.

Op basis van onderzoeken naar het theoretisch potentieel aan dakoppervlak, de inpasbaarheid op de netinfrastructuur en rekening houdend met technische belemmeringen zoals de draagkracht van dakconstructies en medewerking van de eigenaar verwachten we in de regio een hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige zon-op-dakprojecten van 0,3 tot 0,5 TWh tot 2030 te kunnen realiseren. Door landelijke keuzes tellen alleen installaties vanaf 15 kWp (circa 60 panelen) mee voor het regionale bod (grootschalige zon-opdakprojecten). Kleinere installaties dragen bij aan landelijke CO 2-reductie doelstelling, vallen buiten de RES-opgave, maar zijn uiteraard wel belangrijk voor onze doelstelling als Nieuwegein om in 2040 energieneutraal te zijn. Voor de resterende elektriciteitsbehoefte geven we in de regio invulling met zonnevelden en windmolens. Daarmee wordt een nieuw element toegevoegd aan het landschap. Door voort te bouwen op de ruimtelijke uitgangspunten uit de Ontwerp-RES (maximale inzet op zon op dak, benutten van potentie van windenergie langs infrastructuur, bedrijventerreinen en in agrarische gebieden en toepassing van de zonneladder bij het zoeken naar ruimte voor zonnevelden) hebben we in de U16-regio geprobeerd hier op verantwoorde wijze invulling aan te geven.

De in de RES aangewezen zoekgebieden worden niet ‘automatisch’ ingevuld: in navolgende stappen worden onder andere de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid, gezondheid en aansluitbaar verder onderzocht. Het ruimtelijk beleid waarin de Nieuwegeinse zoekgebieden worden opgenomen alsmede de uiteindelijke vergunningaanvraag voor een concreet project doorlopen participatie en wettelijke inspraakprocedures en worden uiteraard ter vaststelling aan u voorgelegd.

Bladnummer 7/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

1.8 De Regionale Structuur Warmte gaat over bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking en heeft een wisselwerking met de transitie visies warmte van gemeenten De Regionale Structuur Warmte (RSW) 1.0 gaat over de bovengemeentelijke warmtebronnen, dus die de gemeentegrenzen overstijgen. Het richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie. Daartoe bevat het afspraken over monitoring en afstemming, een gespreksleidraad voor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren) en afspraken over thema’s waarop samengewerkt zal worden. De RSW 1.0 bevat ook een eerste inventarisatie van de warmtebronnen in de regio. Deze inventarisatie geeft mede input aan de lokale Transitievisie warmte (TVW) die voor eind 2021 door iedere gemeente moet worden vastgesteld. De TVW’s bieden informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen het meest waarschijnlijke alternatief is. Er is dus een wisselwerking tussen de RSW en de TVW. Daarom is regionaal afgesproken om de TVW’s te monitoren en te gebruiken als input voor de RSW 2.0 die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van aardwarmte in de RES U16.

1.9 Bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 Deze bijlagen zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 en zijn daarom onderdeel van de besluitvorming. Zij zijn een onderbouwing van, verdieping op of geven richting aan het vervolg op de RES 1.0. Bijlage 1 geeft per gemeente inzicht in het lokale proces dat plaatsvond om te komen tot een bijdrage aan de RES. Het beschrijft het lokale zoekproces en de lokale beleidsontwikkeling en realisatie. Bijlage 4 is een verdieping op het warmtehoofdstuk (hoofdstuk 4). Bijlagen 5, 6, 7 en 8 kunnen benut worden bij de realisatie en uitvoering van de RES 1.0. In bijlage 12 staat aangegeven hoe eerdere moties en amendementen zijn verwerkt in de RES 1.0. De overige bijlagen (2, 3, 9, 10, 11 en 13, 14 en 15) zijn extra achtergrondinformatie. Deze bijlagen zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de RES 1.0 en geven inzicht in het totstandkomingsproces zoals de inzet van de bestuurlijke verkenner in het voorjaar 2021.

1.10

De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16

De energietransitie is één van de vijf thematische pijlers in het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Om voor alle pijlers zorgvuldig en in samenhang oplossingen te ontwikkelen, werken de zestien gemeenten in de regio ook samen aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (IRP). Het IRP, fase drie van het Ruimtelijk Economisch Programma, vormt de regionale ontwikkelrichting en het platform voor integrale ruimtelijke samenwerking en afstemming in de uitvoering.

Bladnummer 8/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

De gemeenten hebben gelijktijdig met de RES 1.0 het Integraal Ruimtelijk Perspectief ontwikkeld. De besluitvorming over het IRP volgt kort na de besluitvorming over de RES 1.0. 1.11

Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RES U16 of de Ontwerp RES U16 zijn verwerkt

Bij de besluitvorming over de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de raden, staten en waterschapsbesturen verschillende moties en amendementen aangenomen. In bijlage 12 is opgenomen hoe vorm en inhoud is gegeven aan de moties en amendementen. Ook bij de besluitvorming over de Startnotitie zijn al diverse moties en amendementen aangenomen. Een notitie met de wijze waarop met deze moties en amendementen wordt omgegaan was bijlage bij de Ontwerp RES. Bij een aantal moties werd aangegeven dat dit later in het traject wordt opgepakt. Daarom zijn ook alle eerdere moties en amendementen opgenomen in bijlage 12. Voor Nieuwegein betreft het de volgende aangenomen moties en amendementen Bij Startnotie RES: Motie 117 lnwoners eerder en meer betrekken in het RES proces

Inhoud in-‘t-kort In alle fasen van het RES de inwoners maximaal te betrekken

Bij Startnotie RES: Amendement 51 Breng totale regionale energie vraag & aanbod in kaart om te komen tot een complete RES

In de (concept) RES U16 dienen ook de maatregelen voor duurzame mobiliteit, industrie, alsmede landbouw en landgebruik meegenomen te worden, zodat zo goed mogelijk de impact voor de infrastructuur bepaald kan worden.

Bij Ontwerp RES: Amendement 74 Participatie noodzakelijk voor ‘Nieuwegeinse inhoudelijk besluit’ ontwerp RES

In te stemmen met het regionale concept bod van 1,8 TWh, de daarbij behorende randvoorwaarden richting het Rijk en disclaimer. het verder in kaart brengen van mogelijkheden om zonne-energie langs rijks- en vaarwegen te

reactie Wij communiceren en bieden uitgebreide participatie mogelijkheden. Zie de communicatie en participatie bijlage 2 bij dit raadsvoorstel. Tijdige betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden bij de totstandkoming van de RES is belangrijk en het is belangrijk dat dit goed wordt georganiseerd. Op regio niveau betrekken we regionaal georganiseerde stakeholders bij de RES. (zie RES-bijlage 12) De aspecten mobiliteit, industrie, en landbouw vallen in het KlimaatAkkoord niet onder de gemeentelijke RESopgave. In het Nationaal Programma RES zijn tools ontwikkeld om schattingen te maken van de impact op het net van de andere ontwikkelingen, als de RES deze niet meeneemt in haar strategie. Daarmee is theoretisch de impact van andere ontwikkelingen geborgd. (zie RES-bijlage 12) Gemeenten zoeken allen gebieden voor duurzame opwek. Het uitgangspunt daarbij is ‘iedereen doet mee en levert een bijdrage’. Keuzes ten aanzien van de energiemix kunnen tussen gemeenten verschillen. Wij onderschrijven het belang van goede proces en projectparticipatie. Gemeenten hebben keuze hoe zij voor haar eigen gebied proces en project reguleren.

Bladnummer 9/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

Voor Nieuwegein betreft het de volgende aangenomen moties en amendementen Inhoud in-‘t-kort realiseren.

Bij Ontwerp RES: Motie 174 Biomassa in RES

1.12

Biomassa alleen tijdelijk als tussen-brandstof, de effecten op luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen en duurzame bronnen te gebruiken

reactie Kernteam RES U16 ondersteunt gemeenten met kennis hoe dit in hun beleid op te nemen. (Ze RES-bijlage 12) Binnen de regio zien we warmte uit bio-grondstoffen puur als transitiebron die we kunnen inzetten tot een meer toekomstbestendige bron beschikbaar is. In de onderzoeken ten behoeve van warmte in de RES 1.0 nemen we de volgende bronnen en technieken al mee als potentiële warmtebron: vaste bio-grondstoffen-massa en biogas,; (ultradiepe) geothermie, en; thermische energie uit oppervlaktewater, en afvalwater en drinkwater (TEO, en TEA en TED). (zie RES-bijlage 12)

RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving

De RES-samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (waarschijnlijk 15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van een beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de Omgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. In de Startnotitie hebben alle deelnemende overheden daarom al afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES.

2.1

De 14 ha is de Nieuwegeinse ambitie aan de nieuw te realiseren elektriciteits-opwek aan de RES U16 1.0 (bouwblok 3 van de RES U16)

De ambitie van de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 (2017-272) is om tot 2040 25 ha zonnevelden te realiseren. Er is reeds 11 ha gerealiseerd; zonnepark Waternet en Galecopperzoom. De ambitie voor de resterende 14 ha wordt naar voren gehaald, van 2040 naar 2030. De oppervlakte van het zoekgebied zonnevelden Nieuwegein in de RES U16 1.0 is voldoende om die 14 ha te kunnen realiseren. Het zoekgebied beslaat namelijk circa 37 ha. De huidige netwerkcapaciteit laat toe dat de opgewekte elektriciteit van een zonneveld van 14 ha in het elektriciteitsnet kan worden ingevoerd. Dit is mede afhankelijk van andere zonnevelden en/of windparken in de omgeving en of het elektriciteitsnet en de netwerkstations het extra opgewekte vermogen aan elektriciteit dan allemaal kunnen verwerken. Hier is

Bladnummer 10/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

afstemming met de regio en Stedin als netbeheerder nadrukkelijk noodzakelijk en zal continu plaatsvinden. Naast zonnevelden op land zijn wij in RES U16 verband bezig om bij het ministerie van Economisch Zaken en Klimaat aan te kaarten dat wij en andere U16-gemeenten zonnevelden langs Rijksinfra als kans zien. Doel is dat gebieden langs Rijksinfra worden opgenomen in het programma Opwek Energie Rijksvastgoed en zo duurzame elektriciteit wordt opgewekt onder andere langs Rijksinfra-wegen.

Kanttekeningen 1. De RES 1.0 is een momentopname De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES 1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zon en wind tot 2030. De RES 1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. We weten dat veel zoekgebieden in de RES 1.0 de komende tijd verder worden uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd. Dit betekent dat we rekening moeten houden met planuitval. We hebben daarom afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren als voorbereiding op de RES 2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden. 2.

Indien de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk

Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden zal vanuit het NP RES een landelijke verdeelsystematiek worden ingezet die vanuit de landelijke koepels (VNG, Interprovinciaal overleg en de Unie van Waterschappen) is opgesteld. Uit de appreciatie van het Planbureau voor de Leefomgeving die in februari 2021 verscheen is op basis de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh - 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. 3. De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden Voor een succesvolle realisatie van de RES 1.0 zijn we afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Het Rijk moet de energietransitie beleidsmatig en financieel mogelijk maken en stimuleren. Denk aan de subsidies voor duurzame elektriciteitsopwek maar ook financiering aan de RES-deelnemers om invulling te geven aan de RES-taken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving (zoals veiligheid, gezondheid en biodiversiteit) en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden bestaan en zijn benoemd in de RES 1.0.

Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden (bijvoorbeeld bij de bandbreedte voor zon op dak) of wordt de afhankelijkheid verkleind (denk aan de omvang van het Regionaal Uitvoeringsplan afhankelijk maken van Rijksfinanciering).

Bladnummer 11/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

4. Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk maar het bod is maakbaar Netbeheerder Stedin heeft de in maart 2021 aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en vastgesteld welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RES-opgave te kunnen realiseren. In de netimpactrapportage zijn negentien ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Daarvan zijn er twee urgent. Om de knelpunten te kunnen oplossen, is concreetheid en zekerheid nodig van gemeenten. Stedin roept daarom op om zo spoedig mogelijk het proces in gang te zetten over de ruimtelijke inpassing van de additionele netinfrastructuur. Stedin benadrukt het belang om in het 4e kwartaal 2021 een nieuwe toets uit te voeren als ijkpunt voor de maakbaarheid van het RES-bod en als vertrekpunt voor een uitvoeringsprogramma. De verwachting is dat het RESbod in het 4e kwartaal 2021 verder is uitgewerkt en dat diverse gemeenten meer zekerheid kunnen bieden over hun bijdrage aan het bod.

Financiële aspecten De RES 1.0 heeft geen directe financiële consequenties. De regionale uitvoeringskosten worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan dat kort na besluitvorming over de RES 1.0 aan de dagelijks besturen ter besluitvorming voorgelegd wordt. Naar verwachting gaat het Rijk een financiële ondersteuning leveren voor de volgende fase van de uitvoering van het Klimaatakkoord, waaronder een bijdrage voor de uitvoering van de RES. De omvang van deze bijdrage is nog niet bekend. De RES samenwerking is tot op heden gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een Rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4, waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato van inwonertal, ca € 0,27 per inwoner). Wij verwachten dat deze bedragen indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase. In het budget Routekaart Energieneutraal Nieuwegein is hiermee rekening gehouden.

Communicatie aspecten De energietransitie vraagt intensieve samenwerking en kan alleen slagen met inzet van vele inwoners, energiecoöperaties, grondeigenaren, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en andere bedrijven bij de vraag hoe we de energietransitie in onze regio vormgeven. Daarom hebben we inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers betrokken bij het opstellen van de RES. Zowel regionaal als lokaal heeft participatie over de RES plaatsgevonden. Na het vaststellen van de Ontwerp-RES is vooral op lokaal niveau aan de slag gegaan met het zoeken naar gebieden voor duurzame elektriciteitsopwek. Daarmee sloten we aan bij de lokale context en verschillende fasen waarin gemeenten zich bevonden, is doorgebouwd op bestaande participatiestructuren en konden inwoners en andere belanghebbenden het beste betrokken worden. Meer hierover vindt u in

Bladnummer 12/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

RES-bijlage 1 en 11. Vanuit de regio zijn de lokale processen ondersteund met onderzoek, kennis en afstemming. Daarnaast zijn er regelmatig zowel brede bijeenkomsten als kleinere tafelgesprekken geweest met regionale stakeholders. Ook zijn een-op-een gesprekken met enkele organisaties uit het maatschappelijke veld met een belang in natuur, milieu, ruimtegebruik, landbouw en energie gevoerd. Ten aanzien van warmte is in warmteateliers gesproken met energiecoöperaties en regionale stakeholders. De resultaten uit de participatie hebben bijgedragen en sturing gegeven aan de totstandkoming van de RES 1.0 en verschillende bijlagen (o.a. rapport LandID en de thematische agenda elektriciteit en warmte). Nieuwegein In vervolg op besluitvorming van de ontwerp RES, heeft Nieuwegein zich gericht op zoekgebieden voor de opwek van zonne-energie. In december 2020 is een startnotitie opgesteld. Met een digitale enquête zijn begin 2021 bij onze inwoners randvoorwaarden voor zonnevelden opgehaald. In 2021 zijn bijeenkomsten georganiseerd met inwoners, landeigenaren, maatschappelijke organisaties. In bijlage 2 bij dit raadsvoorstel is een overzicht van de communicatie en participatiemomenten van dit traject naar zoekgebieden zonnevelden Nieuwegein weergegeven.

Naast het zoekproces naar mogelijkheden tot grootschalige opwek van zonneenergie, vervolgen we de uitvoering van de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein.

Ook bij de vervolgstappen van de RES, worden inwoners en lokale organisaties weer betrokken om mee te praten en mee te denken. Naast het meedenken en meepraten gaat het ook om meedoen, bijvoorbeeld in de vorm van 50% lokaal eigenaarschap of andere vormen van financiële participatie bij duurzame initiatieven. Het streven naar minimaal 50% eigenaarschap is als uitgangspunt in de RES 1.0 opgenomen. Het andere deel van het eigenaarschap is dan van een commerciële partij. De regionale participatie zal worden versterkt met landelijke en regionale organisaties om een continue dialoog te voeren. Het doel hiervan is om belanghebbenden en samenwerkingspartners bij de RES U16 te betrekken, zodat zij een structurele inbreng leveren voor de realisatie van de projecten en initiatieven. Daarbij kunnen hierdoor ook tijdig landelijke of regionale belanghouders worden gekoppeld aan lokale participatietrajecten . Op 23 juni 2021 is de RES U16 1.0 openbaar gemaakt namens alle 21 deelnemende partijen. Hierbij zijn ook de Nieuwegeinse lokale media geïnformeerd. Er is tevens een persgesprek geweest met de bestuurlijk trekker van de RES.

Uitvoering De door raden, staten en waterschappen vastgestelde RES 1.0 wordt uiterlijk op 15 oktober 2021 aan het NP RES verstuurd. De RES 1.0 is een stap in een opgave voor de komende twee decennia. Na vaststelling van de RES 1.0 zijn er verschillende ijkmomenten. Op deze

Bladnummer 13/13 Raadsvoorstel 22 juni 2021

momenten monitoren we in regionaal verband of de gezamenlijke realisatie op koers ligt. Daarnaast zijn er momenten waarop we aanvullende ambities en doelen stellen voor de periode tot 2050. Doelen voor de periode na 2030 moeten we vastleggen en onderbouwen in een van de volgende RES-versies. De ijk-momenten worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan. Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een Regionaal Uitvoeringsplan opgesteld. Dit plan wordt ter besluitvorming aan colleges van B&W toegestuurd, evenals aan Gedeputeerde Staten en de Dagelijks Besturen van de deelnemende waterschappen. Wij zullen u dit Regionaal Uitvoeringsplan na besluitvorming ter informatie toezenden. De omvang en intensiteit van de regionale activiteiten zijn onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit het Rijk.

Bijlagen 1.

Regionale Energiestrategie U16 1.0 (2021)

2.

Communicatie / participatie overzicht zoekgebieden zonnevelden Nieuwegein

3.

Aanbiedingsbrief RES 1.0 (2021) van bestuurlijke trekkers RES U16 voor Dagelijks Bestuur

burgemeester en wethouders,

Ellie Liebregts

Frans Backhuijs

secretaris

burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=0c4378b4-47b9-4e9d-9874-452c43cc9236