2021-231 Rvs. Vaststellen gemeentelijke bijdrage voor collectieve zorgverzekering (CZM).pdf
Tekst van het document
2021-231 Gemeenteraad
Onderwerp Datum
Raadsvoorstel
20 mei 2021
Afdeling
Maatschappelijke ontwikkeling
E-mailadres opsteller
t.vanasten@nieuwegein.nl
Portefeuillehouder
Ellie Eggengoor
Onderwerp Vernieuwd proces bij bepaling hoogte gemeentelijke bijdrage collectieve zorgverzekering minima.
Gevraagd besluit 1. De bevoegdheid voor het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering (CZM) te beleggen bij het college van B&W binnen de daarvoor geldende kaders en langs het principe ‘t-1'.
Inleiding Sinds 1 januari 2019 biedt de gemeente Nieuwegein inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering van VGZ aan. Inwoners krijgen via deze collectieve zorgverzekering korting op de premie van de basis- en aanvullende verzekering. Verzekerden met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm ontvangen een tegemoetkoming in de premie van de aanvullende verzekering van de gemeente. Sinds 2014 hebben wij u jaarlijks gevraagd de hoogte van deze gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering vast te stellen. In 2019 was dit ook nodig omdat met de overstap van zorgverzekeraar Menzis naar VGZ de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering en de uitbreiding van de zorgpakketten substantieel toenam. Vanaf 2015 hanteren wij voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk het principe van het kalenderjaar ‘t 1’. De korting mag van rechtswege uitsluitend worden toegepast op de aanvullende verzekering. Om te komen tot een efficiëntere procedure hebben wij ons beraden op een proces dat beter aansluit op het bepalen van de gemeentelijke bijdrage en de Gemeentewet. Het vernieuwde proces legt de bevoegdheid voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdrage voor de CZM bij het college van B&W, binnen de geldende kaders en bij het vaststellen van de gemeentelijke bijdrage het principe van ‘t-1’ toe te passen.
Gewenst effect Een efficiënter proces waarbij het jaarlijks vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering via het college van B&W verloopt.
Bladnummer 2/5 Raadsvoorstel 29 april 2021
Argumenten 1.1
De beslissingsbevoegdheid van het college valt te herleiden uit de oorsprong van het ontstaan van de collectieve zorgverzekering en het verstrekken van een gemeentelijke bijdrage voor minima. De oorsprong van het in werking treden van de collectieve zorgverzekering voor minima ligt in de Algemene bijstandswet (1996). Het was destijds een categoriale voorziening die gemeenten – meer in het bijzonder de colleges van B&W – konden inrichten ter voorkoming van hoge kosten in veel aanvragen voor bijzondere bijstand. Dit ter compensatie van de ziektekosten in de periode 1996 -2015. Na onderzoek door het college van B&W in 2001 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van een collectieve zorgverzekering, waarbij de gemeente Nieuwegein per maand een gemeentelijke bijdrage voor de premiebetaling voor de aanvullende polis levert. In eerste instantie werd de verzekering uitgevoerd door Agis, gevolgd door Menzis. Nieuwe kaders voor de uitvoering van de collectieve zorgverzekering zijn conform de Gemeentewet vervolgens vastgesteld bij collegebesluiten van juli 2001, februari 2003, december 2005. In oktober 2019 is vervolgens, op basis van een besluit van het college, een concessieovereenkomst (zie besluit 2014-342), afgesloten om de overstap van Menzis naar VGZ te maken. De reden hiervoor was een last minute opzegging vanuit Menzis en er waren reeds gesprekken met VGZ gaande.
Daarnaast kon meer aansluiting gezocht kon worden met het vergoeden van kosten die eveneens een preventieve werking hebben ten aanzien van het bevorderen van het beleid voor ‘positieve gezondheid’. Wij hebben destijds aan uw raad gevraagd de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering aan de doelgroep te verhogen. Met de overstap naar zorgverzekeraar VGZ kwam een ruimere zorgpakketkeuze en de gemeentelijke bijdrage steeg met een bedrag van € 4,26 euro in 2001 (exclusief inflatiestijging in de jaren erna) naar € 23,00 met ingang van 2015. Met de komst van de Participatiewet in 2015 legt artikel 35, lid 3 vast dat het college van B&W een collectieve aanvullende zorgverzekering of een vorm van een tegemoetkoming in de kosten kan verstrekken. In het Beleidsplan Armoedebeleid 2015-2018 met bijbehorende financieel kader is vervolgens de collectieve zorgverzekering opgenomen als een instrument om de lasten voor minima binnen de gemeente Nieuwegein blijvend te verlichten. In dit beleidsplan wordt verwezen naar de kaders voor de collectieve zorgverkering zoals die zijn vastgesteld bij collegebesluit van oktober 2014 (die op haar beurt weer verwijst naar besluitvorming in 2001). Gelet op bovenstaande historie en gelet op de genoemde artikelen in de Gemeentewet, de Algemene Bijstandswet en de Participatiewet wordt voorgesteld om de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve
Bladnummer 3/5 Raadsvoorstel 29 april 2021
zorgverzekering jaarlijks door het college van B&W te laten vaststellen in plaats van door de gemeenteraad.
1.2
Het voorgestelde proces is efficiënter. De gemeentelijke bijdrage is afhankelijk van de hoogte van de zorgpremie voor de aanvullende polis. VGZ maakt in november de hoogte van de zorgpremie bekend. Dat is waarom wij op t-1 uitkomen. In diezelfde week dient zij de hoogte van de gemeentelijke bijdrage te weten, omdat zij de nieuwe premies ook bekend maakt aan de verzekerde inwoners. Deze korte tijdsperiode geeft continue druk op een lang besluitvormingsproces. Zodoende hebben wij u de afgelopen twee jaar via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de keuze om de gemeentelijk bijdrage van €23,00 te behouden. De geringe stijging van de premie was de reden voor het niet verhogen van de gemeentelijke bijdrage.
1.3
De bestuursbevoegdheid voor het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage ligt volgens de Gemeentewet bij het college van B&W. De verdeling van bevoegdheden tussen de raad en het college is vastgelegd in de Gemeentewet. Op basis van artikel 108, lid 3 en artikel 147, lid 2 valt op te maken dat de bestuursbevoegdheid van het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij het college ligt. Het vaststellen van de gemeentelijke bijdrage valt onder de overige bevoegdheden (artikel 108 van de Gemeentewet). Deze berusten, mits passend binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders, bij het college, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan de raad of de burgermeester zijn toegekend.
1.4
Andere gemeenten laten ook het college van B&W beslissen. De gemeente Nieuwegein is de enige Lekstroomgemeente die jaarlijks de hoogte van de gemeentelijke bijdrage laat vaststellen door de gemeenteraad. Ook landelijk stellen colleges van B&W de hoogte van de gemeentelijke bijdrage vast.
1.5
De afgelopen twee jaar is de raad geïnformeerd over het gelijk blijven van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Vanuit het perspectief van bestuurlijk draagvlak is tot nu toe de raad jaarlijks gevraagd de hoogte van de gemeentelijke bijdrage vast te stellen. Gezien argument 1.3 en 1.4. blijkt dit strikt genomen niet nodig. Het college wordt geadviseerd om de raad wel op de hoogte te houden over de tarieven die het college vaststelt via een raadsinformatiebrief. Om hiermee te voldoen aan de bestuurlijke verantwoording van het college aan de raad.
Bladnummer 4/5 Raadsvoorstel 29 april 2021
Kanttekeningen 1.1 De collectiviteitskorting gaat vervallen, dan kan de gemeente geen gemeentelijke bijdrage meer vaststellen. Op 22 september 2020 heeft minister van Ark aangekondigd een eind te willen maken aan de collectiviteitskorting van de basiszorgverzekering. Belangrijkste reden is dat de zorgpremie jaarlijks eerst wordt verhoogd voor alle inwoners en vervolgens krijgt een bepaalde doelgroep verzekerden dit terug alsof het een korting is. Voor afschaffing moet de wet worden aangepast. Naar verwachting zal de afschaffing van de collectiviteitskorting op zijn vroegst op 1 januari 2023 effectief worden. Op het moment dat de wet is vastgesteld wordt uw raad geïnformeerd en betrokken indien besluitvorming daarom vraagt. 2. De kosten voor een aanvullende verzekering kunnen heel hoog oplopen in een jaar als VGZ de premie substantieel verhoogt Het college kan er in een dergelijk geval altijd voor kiezen een raadsvoorstel voor te leggen aan de raad. Het is wenselijk om dat alleen in dit soort gevallen te doen, omdat het betekent dat we daar een versnelde procedure voor moeten inzetten en er na een eventueel raadsbesluit door de gemeente met spoed over gecommuniceerd moet worden met de doelgroep.
Financiële aspecten Bovenstaand voorstel heeft geen financiële effecten.
Communicatie aspecten Het college zal de raad altijd per brief informeren over de hoogte van de vergoeding.
Uitvoering Na besluitvorming nemen wij binnen de vastgestelde kaders, een besluit over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering voor minima. Als de premie te veel verhoogd wordt heeft het college binnen de wettelijke kaders de mogelijkheid om de gemeentelijke bijdrage op het moment van premiebepaling extra te compenseren. Wij hanteren daarbij steeds het principe van het kalenderjaar ‘t -1’. Dat is een helder uitgangspunt voor het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Wij informeren u na het zomerreces over de hoogte van de gemeentelijk bijdrage voor het kalenderjaar 2022 in lijn met het zorgpakket dat aangeboden wordt door VGZ voor inwoners binnen onze gemeente.
Bijlagen NVT.
Bladnummer 5/5 Raadsvoorstel 29 april 2021
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Frans Backhuijs
Secretaris
burgemeester