2021-184 STV Rvs. Wijziging Algemene plaatselijke verordening (APV).pdf
Tekst van het document
2021-184 STREKT TER VERVANING Gemeenteraad
Onderwerp
Wijziging Algemene plaatselijke verordening (o.a. OMG-verbod, messenverbod, lachgasverbod)
Datum
Raadsvoorstel
6 april 2021
Afdeling
Communicatie & Juridische Zaken
E-mailadr es opst eller
m.murray@nieuwegein.nl
Portefeuilleh ouder
Frans Backhuijs
Onderwerp Wijziging Algemene plaatselijke verordening (o.a. OMG-verbod, messenverbod, lachgasverbod)
Gevraagd besluit 1. Aan het college de bevoegdheid over te dragen om nadere regels te stellen over bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie bij de uitvoering van bouwprojecten in door het college aan te wijzen gebieden. 2. Een vergunning voor een vechtsportevenement te weigeren als de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3. De volgende verboden en bevoegdheden te verordenen: a.
Verbod Outlaw (Motorcycle) Gangs (OMG/OG 1): dat het verboden is om bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde;
b. Verbod OMG/OG 2: dat het verboden is op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde; c.
Messenverbod: dat het verboden is op door het college aangewezen openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben;
d. Verbod op geluidhinder door vrachtauto’s: dat het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 te laden of te lossen in het door het college bepaalde gebieden en op het door het college vastgestelde venstertijden;
Strekt ter vervanging 2021-184 e.
Geluidhinder in openlucht: dat het verboden is buiten een inrichting in de openlucht bij bouwprojecten als bedoeld in beslispunt 1 een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt;
f.
Openlijk drugsgebruik: dat het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken (bijvoorbeeld lachgas), toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
g. Aan het college de bevoegdheid over te dragen om terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod in beslispunt 3f niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. h. Aan het college de bevoegdheid over te dragen om nadere regels te stellen voor de aangewezen terreinen of wateren onder beslispunt 3e over:
i.
-
Het maximale geluidsniveau;
-
De situering van geluidsbronnen;
-
De frequentie en tijden van gebruik;
Aan het college de bevoegdheid over te dragen om op een aanvraag voor ontheffing van het verbod in beslispunt 3d en het verbod in beslispunt 3e te beslissen.
4. De strafbaarstelling voor de verboden onder de beslispunten 3a tot en met 3f vast te stellen op: hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de 2e categorie (€ 4.150,=). 5. Technische aanpassingen door te voeren. 6. Hiervoor de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening vast te stellen.
Inleiding De Algemene plaatselijke verordening wordt periodiek aangepast indien er onderwerpen zijn die vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak, wetswijzigingen of als er vanuit (beleids)afdelingen of politie signalen zijn die aanpassingen nodig maken. In dit geval vormen de volgende onderwerpen aanleiding voor de aanpassing van de Apv:
Invoering van nieuwe verboden (waaronder het messenverbod).
Doorvoeren van technische aanpassingen.
Uw raad wordt geadviseerd om een aantal bevoegdheden aan het college over te dragen in verband met het invoeren van nieuwe verboden. Voor deze nieuwe verboden is het nodig dat het college gebieden aanwijst waar deze verboden wel of niet van toepassing zijn. Daarnaast wordt in een aantal verboden voorgesteld om een ontheffingsmogelijkheid te regelen waar het college bevoegd wordt om op te beslissen.
Strekt ter vervanging 2021-184 In dit voorstel worden beiden aspecten nader uitgewerkt en geregeld. In het vierde kwartaal zullen voorbereidingen (o.a. afstemming met Omgevingswet/Omgevingsplan, nalopen op wenselijkheid/noodzakelijkheid van alle verboden) worden getroffen om de APV integraal te herzien met de bedoeling om in het eerste kwartaal van 2022 een nieuwe APV aan uw raad voor te leggen.
Gewenst effect Het gewenst effect is om de risico’s voor de openbare orde en veiligheid alsook de openbare volksgezondheid beheersbaar te houden doordat beter gehandhaafd kan worden. Het actueel houden van regelgeving is tevens een gewenst effect.
Argumenten 1.1 Hiermee kunnen regels opgelegd worden aan projectontwikkelaars die bouwprojecten in de stad uitvoeren Tot op heden worden regels over bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de projectontwikkelaar geregeld. Hierdoor is het lastig om bestuurlijk handhavend op te treden wanneer er incidenten op de bouwplaats gebeuren (bijvoorbeeld het door bouwactiviteiten snijden van elektriciteits- en of kabels waardoor omwonenden daar (lang) last van ondervinden of buitensporig geluidhinder door heien etc.). Door nu aan het college de bevoegdheid over te dragen om hierover regels te stellen kan het gemeentebestuur beter zicht houden op de uitvoering van bouwprojecten. 1.2 Hiermee wordt draagvlak voor het accepteren van hinder door bouwactiviteiten in de stad onder bewoners bevorderd Het college kan actief aan de inwoners communiceren dat de projectontwikkelaars zich aan deze regels moeten houden. Ook kan belicht worden dat de gemeentelijke handhavers hierop zullen toezien en zo nodig handhavend kunnen optreden. 2.1 Deze aanpassing is conform jurisprudentie In rechterlijke uitspraken is bepaald dat het in beginsel voldoende duidelijk en ondubbelzinnig, objectief, transparant en toegankelijk genoeg is om iemand zijn levensgedrag tegen te werpen.
Het is noodzakelijk dat de burgemeester bij het toepassen van de weigeringsgrond beleidsregels vaststelt. In die beleidsregels moet worden opgenomen wat onder slecht levensgedrag wordt verstaan en welke feiten en omstandigheden worden meegewogen. 3a.1/3b.1 Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, worden verbodsbepalingen hierover opgenomen in de APV. Deze bepalingen houden in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te
Strekt ter vervanging 2021-184 dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Zie ook kanttekening 3a.1/3b.1. 3a.2/3b.2 De voorzitter van Landelijk Strategisch Overleg OMG’s heeft bij burgemeesters erop aangedrongen om de bestuurlijke handhaving van de civiele verboden op OMG’s op te pakken De handhaving op grond van de APV heeft hierbij de voorkeur. De voorzitter verwijst naar de modelbepalingen die de VNG hiervoor heeft opgesteld. Deze modelbepalingen heeft het college als uitgangspunt gehanteerd. Zie ook de kanttekening 3a.2/3b.2.
3c.1 Hiermee wordt uitvoering gegeven aan motie 210 (Lokaal messenverbod) Door uw raad is verzocht om een messenverbod op te nemen in de APV. U heeft de suggestie gedaan om het verbod gebiedsgericht of persoonsgericht te verboden. Het college stelt uw raad voor om het verbod in te voeren op door het college aan te wijzen gebieden. Het verordenen van een persoonsgericht messenverbod door middel van een bestuursrechtelijke verblijfsontzegging die opgelegd wordt aan personen is lastig te handhaven. Er zal een dossier moeten worden opgebouwd van de overtreder alvorens een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Het opleggen van een last onder dwangsom zet weinig zoden aan de dijk. Door het karakter van de last onder dwangsom bij dergelijke overtredingen, het voorkomen van herhaling in de toekomst, voelt de overtreder pas bij een tweede geconstateerde overtreding de sanctie. Pas op dat moment verbeurt de dwangsom en kunnen wij invorderen. De kans dat wij dezelfde persoon een tweede keer treffen met een voorwerp die onder het verbod valt zal zeer klein zijn. Handhaving door middel van een bestuursrechtelijke strafbeschikking op basis van het toe te voegen APVartikel voor het messenverbod is het meest geschikt en efficiënt. De overtreder wordt ter plaatse beboet en daarmee bestraft. Zie ook kanttekening 3c.2.
3c.2 Landelijk zien we de tendens dat jongeren steeds vaker met messen rondlopen en dat er steekincidenten zijn waarbij een aantal keren jongeren ernstig gewond raken of zelfs dodelijk slachtoffer worden. De messenproblematiek speelt ook in Nieuwegein en dan met name de problematiek rondom “niet strafbare wapens”. Het aantal steekincidenten in Nieuwegein is beperkt, maar op basis van een analyse is wel vast te stellen dat het messenbezit is toegenomen. De herijking is aanleiding geweest om wat gerichter te kijken op welke wijze messenproblematiek een rol speelt in
Strekt ter vervanging 2021-184 Nieuwegeinse feiten. De afgelopen 3 jaar is er een toename te zien in de processen verbaal van de politie waarbij er sprake is van messen. Daarbij is gekeken naar de zoektermen mes in combinatie met bedreiging, fouillering of aantreffen. Deze analyse is breed uitgezet en niet alleen gericht op jeugd. Uit deze zoekopdracht komen 75 treffers in 2018, 107 in 2019 en 135 in 2020. Zie ook kanttekeningen 3c.1 en 3c.2. 3d.1 Het laden en lossen door vrachtwagens bij winkelcentra/bedrijven in woongebieden is een activiteit die vaak overlast veroorzaakt voor omwonenden Het laden en lossen door vrachtwagens bij winkelcentra/bedrijven in woongebieden is een activiteit die regelmatig overlast veroorzaakt voor omwonenden. Dit is zeker het geval als het laden en lossen in de vroege ochtend en de late avond gebeurt. Daarom is het wenselijk om (ruime) venstertijden voor het laden en lossen te hanteren. Het uitgangspunt hierbij is dat deze venstertijden gelden gedurende de hele week wanneer (supermarkten bij) winkelcentra/overige bedrijven in woongebieden geopend zijn/in bedrijf zijn. Daarbuiten is het in principe niet toegestaan, tenzij een ontheffing hiervoor wordt verleend. Het verbod kan door het college ook van toepassing verklaard worden in de transitiegebieden waar bedrijventerreinen (deels) omgezet worden naar woongebieden.
3e.1/3g.1/3h.1 Dit verbod is bedoeld om geluidshinder door bouwactiviteiten in de openlucht te beperken en waarbij het nodig is om regels te stellen die niet al zijn geregeld in de hogere regelgeving/wetgeving De Wet geluidhinder, de Zondagswet, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013 bevatten regels over geluidhinder. Er kunnen bouwactiviteiten of daaraan gerelateerde onderwerpen zijn die niet door deze regels zijn vastgelegd. Op grond van dit artikel kunnen aanvullende regels worden opgesteld. Daarom wordt aan uw raad geadviseerd om aan het college de bevoegdheid over te dragen om nadere regels te stellen. 3f.1 Het oneigenlijk gebruik van lachgas (als roesmiddel) is toegenomen en dit leidt vaak tot overlastsituaties. Dit signaal hebben we van de politie en BOA’s ontvangen. Er is een toename van registraties over oneigenlijk gebruik lachgas. De BOA’s zien feitelijk ook een toename oneigenlijk lachgasgebruik op straat. Het kabinet is voornemens om dit oneigenlijk gebruik tegen te gaan door lachgas te plaatsen op lijst II van het Opiumbesluit. Er zijn nu nog geen adequate regels om oneigenlijk gebruik van lachgas tegen te gaan. Een specifieke bepaling over lachgas brengt met zich dat moet worden aangetoond dat de hinder of overlast inderdaad is veroorzaakt door het gebruik van lachgas.
In de praktijk kan het lastig zijn om dit concreet aan te tonen. 3f.2 Door dit verbod te regelen kan een waterbedeffect worden voorkomen Jongeren/gebruikers uit de regio zullen minder geneigd zijn om naar Nieuwegein te komen om lachgas te kopen en te gebruiken.
Strekt ter vervanging 2021-184 3f.3 Het oneigenlijk gebruik van lachgas brengt gezondheidsrisico’s (op korte en lange termijn) met zich mee1 De korte termijn risico’s zijn dat lachgas kan leiden tot zuurstoftekort in de hersenen. Ook kan gebrek aan oplettendheid optreden waardoor deelname aan het verkeer na gebruik zeer gevaarlijk is. Een risico voor de lange termijn is dat het oneigenlijk gebruik van lachgas kan leiden tot neurologische storingen. Voorts kan langdurig oneigenlijk gebruik van lachgas leiden tot:
onvruchtbaarheid
impotentie
neurologische schade
dwarslaesies
3f.4 Aanpassing van Opiumwet gaat langer duren waardoor knelpunten in de (strafrechtelijk)e handhavingspraktijk kunnen ontstaan Het wetgevingsproces duurt echter langer dan voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit betekent dat de verwachting vanuit het rijk vooralsnog is dat er geen aangepaste regelgeving zal worden ingevoerd voor het voorjaar van 2022. Dit vormt een knelpunt in de effectieve(re) aanpak van de lachgasproblematiek. Als VNG pleiten wij dan ook nadrukkelijk voor spoedige inwerkingtreding van de aangepaste Opiumwetgeving. Gebleken is ook dat er zich op dit moment knelpunten in de handhaving kunnen voordoen doordat (strafrechtelijke) handhaving veel tijd voor de politie in beslag neemt. Ook is er (nog) geen feitomschrijving met feitcode voorhanden die is gekoppeld aan het specifieke gebruik van lachgas. Een feitcode hebben handhavers nodig om te kunnen verbaliseren. Hierdoor is het vooralsnog niet mogelijk om een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen voor overtreding van een (Model-)APV-artikel dat (onder meer) ziet op verbod van (oneigenlijk) lachgasgebruik.
Daarom adviseert de VNG om het lachgasverbod onder het algemener verbod openlijk drugsgebruik te laten vallen, want voor het verbod op openlijk drugsgebruik bestaat al een feitcode. 3i.1 Hiermee kan het college voor uitzonderlijke gevallen maatwerkoplossingen faciliteren In sommige situaties kan het nodig zijn om een verboden handeling (tijdelijk) toe te staan ten aanzien het laden en lossen door vrachtauto’s (beslispunt 3 d) of geluidhinder bij bouwactiviteiten als bedoeld in beslispunt 3e. 4.1 Hiermee wordt de strafmaat voor deze verboden bepaald De raad kan overtreding van het bij of krachtens gestelde verboden (en de op grond van artikel 1:4 APV daarbij gegeven voorschriften en beperkingen) straffen met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de 2e categorie (€ 4.150,=) opleggen. Voor lichtere overtredingen kan de raad een geldboete van de 1e categorie opleggen (€ 415,=). De hoogte van een op
1 Bron: Jellinek: https://www.jellinek.nl/familie-en-omgeving/ouders-en-
opvoeders/drugsinfo-voor-ouders-opvoeders/informatie-lachgas-ouders/
Strekt ter vervanging 2021-184 te leggen boete zal in overeenstemming moeten zijn met de aard van de overtreding. Gezien de aard van de bepalingen van de APV kan volgens de VNG als algemene lijn worden gehanteerd dat op overtredingen een straf van de tweede categorie wordt gesteld. 4.2 De raad is op grond van de Gemeentewet bevoegd om de strafbaarstelling op de overtreding van verboden te bepalen Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van zijn verordeningen straf stellen. Door dit beslispunt wordt hier invulling aangegeven. 5.1 Hiermee worden de bepalingen juridisch aangescherpt/gecorrigeerd Het gaat hier om aanpassingen van technische/redactionele aard. 6.1 Hiermee worden de voorgestelde wijzigingen geformaliseerd De voorgestelde wijzigingen zijn verwerkt in de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening. Na vaststelling daarvan worden de wijzigingen opgenomen in de Apv, die via de regelingenbank op overheid.nl is te raadplegen.
Kanttekeningen 3a1./3b.1 Er bestaan juridische twijfels bij het aanpassen van de APV, omdat dit niet zou stroken met de Grondwet en het legaliteitsbeginsel Een colorverbod of anderszins een beperkende maatregel op uiterlijke kenmerken levert mogelijk een inhoudelijke beperking op van grondrechten (de vrijheid van meningsuiting en een beperking van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) en is alleen mogelijk middels een wet in formele zin. Vanuit de landelijke aanpak wordt echter geredeneerd vanuit de civiele verboden. De civiele rechter heeft, door middel van het uitspreken van het verbod, al bepaald dat het recht op vereniging mag worden beperkt. Datzelfde geldt voor de uiterlijke kenmerken/verschijningsvormen. Het dragen van full colors is enkel voorbehouden aan de leden van de club. Het betreft een inmiddels verboden organisatie waarvan de uiterlijke kenmerken niet wenselijk zijn in de openbare ruimte. 3a.2/3b.2 In rechterlijke uitspraken is te lezen dat er onderscheid wordt gemaakt tussen 1. de ontbinding en de verbodenverklaring van een organisatie en 2. of het verbod bij voorraad uitvoerbaar is. 1. Verbod: Er wordt kort samengevat overwogen dat de werkzaamheid van de organisatie in strijd is met de openbare orde en er sprake is van een (dreigende) ontwrichting van de samenleving. 2.
Bij voorraad uitvoerbaar: Dit houdt in wezen in dat als er een civiele uitspraak of civiel vonnis is gedaan wat bij voorraad uitvoerbaar is verklaard, het vonnis moet worden nagekomen, ook als daartegen hoger beroep mogelijk is en/of in een eventueel hoger beroep nog geen uitspraak is gedaan. Dit betekent dus kort gezegd, alvast uitvoeren/effectueren, totdat later in (hoger) beroep anders is bepaald.
Strekt ter vervanging 2021-184 In veel uitspraken van de rechtbanken (eerste aanleg) is te lezen dat zij het verbod wel bij voorraad uitvoerbaar hebben verklaard, terwijl dit in hoger beroep weer is afgewezen. De ontbinding van de organisatie of vereniging blijft in stand, echter het verzoek om het bij voorraad uitvoerbaar te verklaren is telkens afgewezen. Bij het handhaven op de voorgestelde verboden zal met deze context nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden. Dit kan in het ergste geval betekenen dat handhaving in geval van overtreding van de voorgestelde verboden niet mogelijk is. 3c.1 Met het alleen reguleren van het messenverbod wordt de messenproblematiek onder jongeren/jongvolwassenen niet verholpen Er is een totaalaanpak vereist waarbij meerdere ketenpartners betrokken zijn. In Nieuwegein nemen we dit op in de aanpak jeugd en voorkomen jonge aanwas. Daarbij willen we leren van gemeenten die deelnemen aan het actieplan Wapens en Jeugd. Dit is een samenwerkingsverband tussen 15 gemeenten, Openbaar Ministerie, politie, HALT, Jeugdreclassering, Raad voor de Kinderbescherming, VNG, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In dit samenwerkingsverband staan kwalitatieve (o.a.
het verminderen van wapenincidenten door jongeren met 25% per betrokken gemeente) en kwantitatieve doelen (denk hierbij aan preventieve, proactieve en repressieve maatregelen) om wapenbezit onder jongeren te verminderen. 3c.2/3f.1 Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gedelegeerd om te motiveren in welk(e) gebied(en) het messenverbod en lachgasverbod van kracht moet worden. 3c.3/3f.2 Om effectief te kunnen handhaven op deze verboden is het betrappen op heterdaad nodig In de veiligheidsdriehoek zullen afspraken gemaakt worden over prioriteiten voor toezicht en (strafrechtelijke) handhaving van deze verboden. De BOA’s en politie zullen operationele afspraken gaan maken (zie ook de alinea over de uitvoering). 3d.1 Het invoeren van het verbod op geluidhinder door vrachtauto’s in menggebieden kan de activiteiten van bedrijven beperken Een dergelijk verbod heeft consequenties voor transitiegebieden van kantoren/bedrijven naar wonen.
Het college heeft als uitgangspunt dat de bedrijvigheid in menggebieden niet beperkt mag worden, althans niet zodanig dat er geen sprake kan zijn van normale bedrijfsvoering. Er zal een goede afweging gemaakt moeten worden voor welke gebieden het verbod zal gelden en welke venstertijden daarbij gehanteerd worden. Specifiek zal een afweging gemaakt moeten worden hoe om te gaan met deze
Strekt ter vervanging 2021-184 menggebieden; vooral de vraag wanneer sprake is van het omslagpunt van bedrijvigheid naar wonen.
Financiële aspecten N.v.t.
Communicatie aspecten Nadat de raad de wijzigingsverordening heeft vastgesteld wordt deze gepubliceerd in het Gemeenteblad om de inwerkingtreding daarvan te bewerkstelligen.
Uitvoering Toezicht en handhaving van de voorgestelde verboden worden door de BOA’s van de gemeente uitgevoerd al dan niet in samenspraak met de politie.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Raadsbesluit; Wijzigingsverordening; Overzicht met wijzigingen in het rood (was/wordt APV-artikelen); VNG ledenbrieven juli en oktober 2020; Actieplan Wapens en Jongeren; Brief LSO 16 december 2020; VNG ledenbrief 12 mei 2021 (lachgas).
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Frans Backhuijs
secretaris
burgemeester