2021-174 Tabel wijzigingen concept zienswijze concept IRP.pdf
Tekst van het document
2021-174 Tabel met wijzigingen concept zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) Thema zienswijze
Oude versie zienswijze
Nieuwe versie zienswijze
Rijnenburg
-
Regionale bypass
In de oude versie van de zienswijze werd de regionale bypass als volgt opgenomen (onder het kopje ‘regionale bypass’):
Rijnenburg is als volgt opgenomen in zienswijze onder het kopje ‘Regionaal programmeren’: “In het concept IRP is daarnaast te lezen dat Rijnenburg pas vanaf 2035 in beeld is als ontwikkellocatie voor woningbouw. We pleiten ervoor dat het IRP voldoende adaptief blijft om Rijnenburg indien nodig eerder dan 2035 te programmeren als ontwikkellocatie om op die manier in de regionale woningbouwbehoefte te voorzien.” In de nieuwe versie van de zienswijze is een scherpere formulering van de regionale bypass en de gevolgen daarvan voor Nieuwegein aangebracht:
“Uit het MIRT onderzoek van U Ned blijkt dat de bereikbaarheid van de Utrechtse regio in 2030 onder druk staat, zowel door de autonome groei van mobiliteit als door de verstedelijking. Met name op de Rijksweg A12 komt de doorstroming op het hoofdwegennet in de knel. Uit het MIRT onderzoek komt naar voren dat een mogelijke oplossingsrichting is om regionaal en doorgaand verkeer meer te scheiden door middel van een regionale ontsluitingsweg ten zuiden van de A12, door Rijnenburg, Galecopperzoom, Liesbosch/Laagraven en Houten. Een dergelijke zware regionale ontsluitingsweg past niet bij de transitie die we als regio willen maken, waarbij gezond stedelijk leven centraal staat en waar een modal shift naar meer fiets en OV belangrijk onderdeel van uitmaakt. Daarnaast maakt dit de gebiedsontwikkeling van de A12 zone moeilijker, leidt dit tot meer verkeer door Nieuwegein heen en veroorzaakt dit een nog sterkere barrièrewerking in een gebied dat reeds zeer gefragmenteerd is door de vele infrastructurele doorkruisingen. Het is voor ons ondenkbaar om in deze tijd nieuwe zware auto-infrastructuur aan te leggen in bestaand en te ontwikkelen stedelijk gebied. In het MIRT Gebiedsonderzoek A12 zone dat deze periode start wordt nader onderzoek gedaan naar nut, noodzaak en inpassingsmogelijkheden van oplossingen voor de problematiek op de A12.“
“Uit het MIRT onderzoek van U Ned blijkt dat de bereikbaarheid van de Utrechtse regio in 2030 onder druk staat, zowel door de autonome groei van mobiliteit als door de verstedelijking, en dat de voorziene verbreding van snelwegen hier onvoldoende oplossing voor biedt. De regio ziet als oplossingsrichting vooral het versterken van het OV-gebruik, en een regionale en lokale modal shift van auto naar meer fiets en OV (onder andere door mobiliteitsbeleid zoals gedragsbeïnvloeding). In het MIRT Gebiedsonderzoek A12 zone dat deze periode start wordt onderzocht of er aanvullende infrastructuur, zoals een regionale ontsluitingsweg door het gebied (ten zuiden van de A12, door Rijnenburg, Galecopperzoom, Liesbosch/Laagraven en Houten), nodig is. Het toevoegen van extra auto-infrastructuur leidt tot meer sluipverkeer door Nieuwegein heen en een toename van autogebruik, waardoor het realiseren van de regionaal en lokaal gewenste modal shift onder druk komt te staan. Een dergelijke extra regionale ontsluitingsweg zou voor de A12 zone kunnen betekenen dat er een nog sterkere barrièrewerking in het gebied ontstaat dat reeds zeer gefragmenteerd is door vele infrastructurele doorkruisingen. Dit maakt het ontwikkelen van een fijn woon- en werkmilieu in de bestaande stad en de A12 zone moeilijker en beperkt de ontwikkelruimte (zowel fysieke ruimte als beperkingen door hindercontouren).
Het is voor ons ondenkbaar om in deze tijd nieuwe extra auto-infrastructuur aan te leggen in bestaand en te ontwikkelen stedelijk gebied.”
A12 zone – Gezond stedelijk leven en de GGD
Rijksinvesteringen
In de oude versie van de zienswijze werd gezond stedelijk leven in de A12 zone als volgt opgenomen (onder het kopje ‘A12 zone’): “Om hier gezond stedelijk leven te realiseren moeten veel condities op orde worden gebracht, waaronder het terugdringen van milieuhinder van de A12, het versterken van ov- en fietsverbindingen en investeringen in landschap en recreatiemogelijkheden.” In de oude versie van de zienswijze werd het belang van rijksinvesteringen voor het ontwikkelen van de A12 zone als volgt opgenomen (onder het kopje ‘A12 zone’):
“De A12 zone heeft potentie om een stedelijke ontwikkellocatie te worden en een grote bijdrage te leveren aan de opgave die de regio heeft op het gebied van wonen en werken. Om hier gezond stedelijk leven te realiseren moeten veel condities op orde worden gebracht, waaronder het terugdringen van milieuhinder van de A12, het versterken van ov- en fietsverbindingen en investeringen in landschap en recreatiemogelijkheden. Hier zijn echter ook grote investeringen voor nodig die niet door de individuele gemeenten gedragen kunnen worden. Er is daarom commitment en draagvlak nodig om te zorgen dat hier grote investeringen landen.”
In de nieuwe versie van de zienswijze m.b.t. gezond stedelijk leven in de A12 zone wordt het belang van de GGD als adviespartner in de planvorming van de A12 zone onderstreept, en is de tekst als volgt aangevuld: ‘Voor ons is dit randvoorwaardelijk om de A12 zone tot ontwikkeling te kunnen brengen. De GGD is voor ons een belangrijke adviespartner in de planvorming van de A12 zone.’ In de nieuwe versie van de zienswijze is het belang van rijksinvesteringen voor het ontwikkelen van de A12 zone aangescherpt: “De A12 zone heeft potentie om een stedelijke ontwikkellocatie te worden en een grote bijdrage te leveren aan de opgave die de regio heeft op het gebied van wonen en werken. Wij zien dit ook als grote opgave voor onszelf en de regio. Om hier gezond stedelijk leven te realiseren moeten veel condities op orde worden gebracht, waaronder het terugdringen van milieuhinder van de A12, het versterken van ov- en fietsverbindingen en investeringen in landschap en recreatiemogelijkheden. Voor ons is dit randvoorwaardelijk om de A12 zone tot ontwikkeling te kunnen brengen. De GGD is voor ons een belangrijke adviespartner in de planvorming van de A12 zone. Voor het realiseren van de gebiedsontwikkeling zijn echter ook grote investeringen nodig die niet door de individuele gemeenten gedragen kunnen worden.
Zonder zicht op middelen kunnen we nog geen volledig commitment geven op de realisatie daarvan.”