CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-174 Rvs. Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief.pdf

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel instemmen met de zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief4.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021-174 Gemeenteraad

Onderwerp

Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief

Datum

Raadsvoorstel

8 april 2021

Afdeling

Ruimtelijk Domein

E-mailadr es opst eller

l.barrance@nieuwegein.nl

Portefeuilleh ouder

Hans Adriani

Onderwerp Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief

Gevraagd besluit 1. In te stemmen met de bijgevoegde zienswijze op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief: a. De hoofdlijnen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief, de redeneerlijnen, de opgaven en de ruimtelijke vertaling daarvan zijn in basis een goede uitwerking van de Contour REP en het perspectief geeft daarmee invulling aan belangrijke doelstellingen als vastgelegd in het beoordelingskader. b. Een integrale afweging voor energie, waarbij voldoende in beeld is hoe dit zich verhoudt tot andere functies, ontbreekt in het perspectief. c. Er is in het perspectief nog onvoldoende zicht op de financiering van groen en landschap en hoe in de regio landschapsontwikkeling met verstedelijking gelijk met elkaar op kunnen lopen. d. We onderschrijven de benoemde noodzaak in het perspectief van een benodigde schaalsprong van mobiliteit en vervoer in de regio en zetten ons daar gezamenlijk voor in richting het rijk. e. We ondersteunen de in het perspectief benoemde ontwikkeling van de A12 zone als grootste regionale ontwikkellocatie met gezond stedelijk leven als uitgangspunt, en vragen daarbij commitment en steun van de regiogemeenten. f. Een regionale bypass, welke in het perspectief opgenomen staat als uiterste keuze, staat op gespannen voet met de kwaliteit van leven in Nieuwegein en de verstedelijken A12 zone. We vragen steun van de regio in het vervolgproces. g.

We werken gezamenlijk met de provincie toe naar programmeren om de integraliteit en snelheid te borgen. h. We vragen voor de volgende fase aandacht om te komen tot afspraken met diverse partners over de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van verstedelijkingsopgaven, mobiliteitsmaatregelen en landschapsinvesteringen. i. In het Concept Integraal Ruimtelijke Perspectief zijn de door de raad van Nieuwegein ingediende moties op de uitgangspunten en het beoordelingskader en de Contour REP voldoende verwerkt.

Inleiding De regio Utrecht onderscheidt zich als ontmoetingsplaats voor gezond, stedelijk leven. De regio staat voor grote opgaven op het gebied van wonen, werken,

Bladnummer 2/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

mobiliteit, energie en landschap. Om deze opgaven op een gezonde, duurzame manier te accommoderen én op een wijze dat de regio zich verder versterkt en onderscheidt, moeten weloverwogen, integrale ruimtelijke keuzes worden gemaakt. Om deze keuzes zo goed mogelijk in samenhang te bezien en af te wegen werkt de regio: samen met de provincie in het Ruimtelijk Economische Programma (REP) en Regionale Energie Strategie (RES): samen met provincie en Rijk in het programma U Ned; Ieder met een eigen verantwoordelijkheid en abstractieniveau. De U10 werkt via het REP (Ruimtelijk en Economisch programma) samen aan een Integraal Ruimtelijk Perspectief, waarin de opgaven voor groen & landschap, wonen, werken, mobiliteit en duurzaamheid in samenhang worden beschouwd. Met vaststelling van de Ruimtelijke Economische Koers in 2017 en de Contour REP en het beoordelingskader in 2020 heeft de regio de afgelopen jaren diverse stappen gezet om te komen tot dit punt. Via de U10 raadsinformatiebijeenkomsten en informatieve brieven en bijeenkomsten in eigen gemeente zijn raden tussentijds geïnformeerd. Besluitvorming Met dit raadsvoorstel sluiten we aan op de vernieuwde governance zoals beschreven in de U10 Governance 2020-2025 en positief besloten door de colleges.

In de governance is voor de besluitvorming opgenomen dat voor regionale voorstellen: 1) voor grote strategische opgaven gewerkt wordt met 2-momenten besluitvorming; 2) altijd voorzien worden van lokale vertaling, en; 3) gestimuleerd wordt om de methode van consent toe te passen, en: 4) raden altijd in positie blijven doordat besluitvorming lokaal blijft plaatsvinden In het kader van de 2-momenten besluitvorming is heeft het eerste moment plaatsgevonden bij de vaststelling van de Contour REP en beoordelingskader door de raad op 4 juni 2020. Het tweede moment is de definitieve vaststelling van een Integraal Ruimtelijk Perspectief, naar verwachting in het najaar van 2021. Het besluit dat nu voorligt is om in te stemmen met het indienen van een zienswijze op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief. Voor de lokale vertaling is voor Nieuwegein met name de link met de omgevingsvisie en mobiliteitsvisie (vastgesteld d.d. 1 april 2021) van belang. De Nieuwegeinse ambities, keuzes en uitgangspunten als vastgelegd in de omgevingsvisie en mobiliteitsvisie zijn ingebracht in het IRP en op hoofdlijnen overgenomen. Met deze zienswijze reageren we op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief en de wijze waarop de eerdere moties van de Nieuwegeinse raad zijn verwerkt.

Voor de volgende fase van uitwerking van dit perspectief benoemen we dat het van belang is om aandacht te besteden aan enkele onderwerpen die met deze eerdere moties zijn ingebracht. Deze moties zijn in deze fase namelijk nog onvoldoende ingevuld. Dat past bij de fase waarin we verkeren, maar vraagt voor het vervolg wel aandacht. Met het oog op consent wordt u bij de definitieve besluitvorming op het IRP later dit jaar gevraagd of u beargumenteerde bezwaren heeft om dit niet ‘goed

Bladnummer 3/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

genoeg te vinden’. Op het concept IRP kunt u aangeven welke bezwaren of zorgen u nog heeft die u in de definitieve versie terug wilt zien. Daarbij wordt u ook gevraagd om voor de volgende fase aandachtspunten of aanscherpingen mee te geven. Deze worden meegenomen in de uitwerking van het definitieve Integraal Ruimtelijk Perspectief.

Aangescherpt beoordelingskader en Contour REP Het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief dat nu voorligt, is het resultaat van een aantal voorafgaande besluiten. In het najaar van 2019 zijn, op basis van alle verkregen informatie en inzichten, een uitgangspuntennotitie en een concept beoordelingskader tot stand gekomen en ter besluitvorming voorgelegd aan alle raden. Op basis van de besluitvorming in 2019 en de ontvangen reacties is de uitgangspuntennotitie gebruikt als input voor de ruimtelijke Contour REP. Alle 16 raden hebben het aangescherpte beoordelingskader en de Contour aangenomen met in totaal 21 moties, 4 amendementen en 2 reacties. Op 4 juni 2020 is de Contour REP en het beoordelingskader vastgesteld door onze raad. De reacties van de raden op de Contour REP zijn meegenomen bij het uitwerken van het Integraal Ruimtelijk Perspectief. Bovendien zijn een aantal moties uit de eerdere raadsbehandeling van het beoordelingskader en de uitgangspuntennotitie doorgeschoven naar het Integraal Ruimtelijk Perspectief. In bijlagen 4 en 5 wordt toegelicht hoe de reacties uit de eerste en tweede ronde in het Integraal Ruimtelijk Perspectief zijn verwerkt. Integraal Ruimtelijk Perspectief Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) is nadrukkelijk vanuit de gemeenten vormgegeven en vormt een perspectief van ons allen.

Met het IRP gaan we voor we een toekomstbestendige, gezonde en duurzame ontwikkeling van de Metropool Regio Utrecht. Het IRP kent vier hoofddoelstellingen: 1. Een gezamenlijk toekomstperspectief hoe de regio er tot 2040 uit kan komen te zien; 2. Een integrale afweging tussen de verschillende opgaven op basis van de bouwstenen van de pijlers wonen, economie, mobiliteit, groen en landschap en energie; 3. Keuzes maken over de ruimtelijke ontwikkelingsrichting tot 2040; 4. Het fundament en belangrijke schakel richting de uitvoering (fase 4). In het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt de kwalitatieve uitwerking van wonen en werken uitgewerkt. Ook is in samenwerking met de programmalijnen van U Ned een strategie voor de groeiende mobiliteitsvraag in de regio gemaakt. Per deelgebied zijn kaders en kaartbeelden gemaakt zodat de ruimtelijke keuzes voor groen, landschap, energie, vitaliteit voor alle kernen beeld komen. Regionaal programmeren Gelijktijdig met het traject van het REP loopt het regionaal programmeren, een aanpak van de provincie en de U16 voor het programmeren voor wonen en werken. Het streven is om het regionaal programma voor de korte en middellange termijn tegelijkertijd met het Integraal Ruimtelijk Perspectief af te ronden en dit jaarlijks te herijken.

Door deze adaptieve werkwijze kan de programmering goed aan blijven sluiten op regionale trajecten en lokale ambities en mogelijkheden.

Bladnummer 4/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

Gewenst effect De raden worden in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve Integraal Ruimtelijk Perspectief aan hen ter besluitvorming wordt aangeboden. Daarbij geeft dit besluitvormingsmoment de raden de mogelijkheid om aandachtspunten of aanscherpingen mee te geven om te verwerken in het Integraal Ruimtelijk Perspectief.

Argumenten 1.1 Het IRP is een ruimtelijke en uitvoeringsgerichte vertaling van de ambities uit de REK die door alle gemeenten is omarmd tot 2040. Dit is ons eigen, gezamenlijk toekomstperspectief, met als doel om nu en in de toekomst de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Het richt de samenwerking en uitvoering in het ruimtelijk domein voor de komende jaren. Het doel van het IRP is enerzijds het concretiseren van de ambities van de REK in een integrale lange termijnvisie waarop de gemeenten elkaar kunnen vasthouden en anderzijds dat deze visie tot realisatie wordt gebracht: het moet leiden tot uitvoerbare plannen en projecten die in totaal bijdragen aan de visie. Het perspectief kijkt naar hoe de regio er in 2040 uit kan zien en hoe dat voor iedereen een aantrekkelijk perspectief kan zijn. Het is opgebouwd vanuit lokaal beleid. En het integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte. Dat kan alleen samen. Het IRP geeft dan ook de ruimtelijke vertaling en verbeelding aan de ontwikkelrichting van de regio zoals opgesteld in de REK, inclusief bandbreedtes, randvoorwaarden en kansen voor realisatie. De ruimtelijke ontwikkelingen zijn adaptief als gevolg van voortschrijdend inzicht.

Het wordt concreter ingevuld, aangescherpt en indien daar aanleiding toe is kan er afgeweken worden. Wat daarbij wel van belang is, is dat een andere invulling lokaal kan leiden tot effecten in andere gemeenten of op regionaal niveau. 1.2 Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven. Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de 16 gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de U16. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek tegeven aan de regionale opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. Er is dus met het vaststellen van het IRP geen sprake van onderhandeling of meningsverschil tussen gemeenten, wel sprake van uitwerking door de gemeenten in gebiedsuitwerkingen en projecten. Dit betekent ook het borgen van de integraliteit en samenhang van het IRP in de vervolgfase van het programmeren. 1.3 Met dit IRP zijn we een sterke gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders. De gemeenten versterken de samenwerking en onze positie richting andere partijen met dit IRP.

Doordat we een stevig signaal afgeven dat de 16 gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie, de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Voor de uitvoering van het IRP is

Bladnummer 5/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

samenwerking met andere bestuurslagen en stakeholders nodig. Het IRP vormt de basis voor het gesprek met deze andere lagen en belangenhouders. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast, en treden met één gezicht op naar deze andere stakeholders. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de Provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. De U16 kan naar andere lagen (Provincie, Rijk en Europa) scherp en breed optreden namens de 16 gemeenten, waarbij gemeenten optreden vanuit de geest van gezamenlijkheid. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. We zoeken eensgezindheid en daarmee een grotere invloed daarop. 1.4 Met dit IRP spreken we als regio met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. Het integraal ruimtelijk perspectief heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan).

De uiteindelijke planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de 16 samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke bouwsteen voor de gemeentelijke omgevingsvisies, maar ook voor onderhandelingen met provincie, rijk en andere stakeholders. Wanneer we het IRP vaststellen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale opgave. We spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. De Nieuwegeinse ambities, keuzes en uitgangspunten zoals vastgelegd in de omgevingsvisie zijn op hoofdlijnen vertaald in het IRP, daarmee is de omgevingsvisie in lijn met het integrale perspectief voor de regio. 1.5 De beoordeling laat zien dat veel van de vooraf gestelde doelstellingen met dit IRP worden bereikt. We geven in de concept zienswijze op onderdelen nog enkele aandachtspunten mee op die onderdelen waarbij dat minder het geval is of waar in de uitwerking aandacht voor nodig is.

Het IRP wordt voor een kwalitatieve beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpt Beoordelingskader dat eerder door raden is vastgesteld en geactualiseerd. In de bijlage bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan (bijlage 6). Het doel van deze beoordeling is om inzicht te krijgen in hoeverre het perspectief voldoet aan de kwaliteiten die de samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht die voorstaan. Hiermee helpt het ook om de bestuurlijke reactie en het gesprek te ondersteunen. De beoordeling laat zien dat veel van de doelstellingen die we vooraf gesteld hebben met dit IRP worden bereikt. In de concept zienswijze wordt wel aandacht gevraagd op de onderdelen waar dat minder het geval is of waar in de uitwerking aandacht voor nodig is. Dit is met name van toepassing op energie en klimaatadaptatie, de haalbaarheid en kosten, en het bevorderen van de inclusiviteit van de woningmarkt.

Bladnummer 6/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

1.a.1 De hoofdlijnen van het IRP, de redeneerlijnen, de opgaven en de ruimtelijke vertaling daarvan zijn in basis een goede uitwerking van de Contour REP en het IRP geeft daarmee invulling aan belangrijke doelstellingen als vastgelegd in het beoordelingskader. Het is een spannend traject om met 16 gemeenten te komen tot gezamenlijke visievorming, waarin alle opgaven en ambities bij elkaar worden gebracht in een product dat voor alle gemeenten voldoende aansluit bij de eigen ambities en belangen. Geen enkele andere regio van deze omvang heeft een dergelijke gezamenlijke integrale ruimtelijke visie. Er is een zorgvuldig proces doorlopen waarin gemeenten oog hebben voor elkaars opgaven en belangen. Gemeenten delen ook de inzet op het voor elkaar krijgen van gezond leven in een stedelijke regio, met het landschap als belangrijke basis. Vanuit dat perspectief zijn lokale belangen en ambities en regionale opgaven en afwegingen bij elkaar gebracht. De meeste doelstellingen uit het vastgestelde beoordelingskader kunnen hiermee van een invulling worden voorzien, zoals de opgaven op het gebied van wonen en werken, landschap, gezondheid en mobiliteit. Zorgpunten zijn er nog wel, met name op de invulling van de energieopgave en de uitvoerbaarheid en financiering.

1.b.1 Een integrale afweging voor energie, waarbij voldoende in beeld is hoe dit zich verhoudt tot andere functies, ontbreekt in het perspectief. Parallel aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt in regionaal verband gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES). De uitwerking van de RES om tot zoeklocaties voor zon- en windenergie te komen wordt door de gemeenten gedaan in regionale afstemming. Bij de totstandkoming van het Integraal Ruimtelijk Perspectief waren de zoekgebieden voor zon- en windenergie nog niet bekend. In het IRP heeft daarom een integrale afweging van energie nog niet volwaardig plaatsgevonden, waardoor onvoldoende in beeld is hoe de energieopgave zich verhoudt tot andere opgaven. Wij zouden graag zien dat in het IRP meer inzicht komt over hoe de zoekgebieden voor energie zich verhouden tot, of mogelijk conflicteren met andere functies, bijvoorbeeld zoekgebieden voor bedrijventerreinen en woningbouw. Tegelijkertijd vragen wij ook om de druk niet te hoog op te voeren. Tijd kan soms helpen om samen tot betere resultaten te komen. Wat daarnaast nog onvoldoende in het IRP tot uitdrukking komt is dat het landschap rondom de stedelijke gebieden wel eens flink kan veranderen in een meer nadrukkelijker energielandschap om in de energiebehoefte van de stedelijke gebieden te voorzien.

1.c.1 Er is in het perspectief nog onvoldoende zicht op de financiering van groen en landschap en hoe in de regio landschapsontwikkeling met verstedelijking gelijk met elkaar op kunnen lopen. Het belang van groen en landschap wordt door de hele regio onderschreven. Een grote uitdaging is de schaalsprong die voor groen en landschap nodig is. Voor de stedelijke groei van de regio is de groei van het landschappelijke kwaliteit met het groene en blauwe netwerk voor natuur en recreatie randvoorwaardelijk. Een belangrijke opgave wordt om te borgen dat landschapsontwikkeling en verstedelijking gelijk met elkaar op kunnen lopen. De druk op de woningmarkt is hoog en daarmee ook de druk op bouwen. Een verkenning op de mogelijk in te zetten instrumenten om ook de groenambities te realiseren en een bijbehorende investeringsagenda is nodig.

Bladnummer 7/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

1.d.1 We onderschrijven de benoemde noodzaak in het perspectief van een benodigde schaalsprong van mobiliteit en vervoer in de regio en zetten ons daar gezamenlijk voor in richting het rijk. Het concept wiel met spaken is duidelijk herkenbaar opgenomen in het IRP en biedt kansen om de verstedelijkingsopgaven waar te maken. Dit past bij de ambities die Nieuwegein heeft opgenomen in de omgevingsvisie en mobiliteitsvisie om de ov-verbindingen van en naar te versterken en versnellen. Deze schaalsprong OV is wel randvoorwaardelijk om de verstedelijkingsambities waar te kunnen maken en dit vergt een gezamenlijke lobby richting het Rijk. 1.e.1 We ondersteunen de in het perspectief benoemde ontwikkeling van de A12 zone als grootste regionale ontwikkellocatie met gezond stedelijk leven als uitgangspunt, en vragen daarbij commitment en steun van de regiogemeenten. De A12 zone heeft potentie om een stedelijke ontwikkellocatie te worden en een grote bijdrage te leveren aan de opgave die de regio heeft op het gebied van wonen en werken. Om hier gezond stedelijk leven te realiseren moeten veel condities op orde worden gebracht, waaronder het terugdringen van milieuhinder van de A12, het versterken van ov- en fietsverbindingen en investeringen in landschap en recreatiemogelijkheden.

Hier zijn echter ook grote investeringen voor nodig die niet door de individuele gemeenten gedragen kunnen worden. Er is daarom commitment en draagvlak nodig om te zorgen dat hier grote investeringen landen. 1.f.1 Een regionale bypass, welke in het perspectief opgenomen staat als uiterste keuze, staat op gespannen voet met de kwaliteit van leven in Nieuwegein en de verstedelijken A12 zone. We vragen steun van de regio in het vervolgproces. Uit het MIRT onderzoek van U Ned blijkt dat de bereikbaarheid van de Utrechtse regio in 2030 onder druk staat, zowel door de autonome groei van mobiliteit als door de verstedelijking. Met name op de Rijksweg A12 komt de doorstroming op het hoofdwegennet in de knel. Uit het MIRT onderzoek komt naar voren dat een mogelijke oplossingsrichting is om regionaal en doorgaand verkeer meer te scheiden door middel van een regionale ontsluitingsweg ten zuiden van de A12, door Rijnenburg, Galecopperzoom, Liesbosch/Laagraven en Houten. Een dergelijke zware regionale ontsluitingsweg past niet bij de transitie die we als regio willen maken, waarbij gezond stedelijk leven centraal staat en waar een modal shift naar meer fiets en OV belangrijk onderdeel van uitmaakt.

Daarnaast maakt dit de gebiedsontwikkeling van de A12 zone moeilijker, leidt dit tot meer verkeer door Nieuwegein heen en veroorzaakt dit een nog sterkere barrièrewerking in een gebied dat reeds zeer gefragmenteerd is door de vele infrastructurele doorkruisingen. Het is voor ons ondenkbaar om in deze tijd nieuwe zware auto-infrastructuur aan te leggen in bestaand en te ontwikkelen stedelijk gebied. In het MIRT Gebiedsonderzoek A12 zone dat deze periode start wordt nader onderzoek gedaan naar nut, noodzaak en inpassingsmogelijkheden van oplossingen voor de problematiek op de A12. 1.g.1 We werken gezamenlijk met de provincie toe naar programmeren om de integraliteit en snelheid te borgen. De volgende fase van het REP betreft het integraal regionaal programmeren. Hierin worden in deelgebieden of per opgave allianties gesloten en toegewerkt naar afspraken over onder meer ruimtelijke invulling van bovenlokale opgaven, fasering, financieringsvraagstukken en bijdrage aan de regionale opgaven. De provincie ziet op basis van de in maart 2021 vastgestelde provinciale omgevingsvisie het instrumentarium van regionaal programmeren als een nieuwe manier om flexibeler en adaptiever invulling te geven aan de ruimtelijke

Bladnummer 8/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

vraagstukken, te beginnen met wonen en werken. Wanneer regio en provincie hierin goed kunnen samenwerken en in de programmering de vraagstukken integraal bekeken worden zien we goede kansen om hiermee zowel gemeentelijke als provinciale belangen te behartigen. Richting programmeren blijven we aandacht vragen voor leefbaarheid, klimaatadaptatie en klimaatbestendigheid en voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwontwikkeling, waarbij we speciale aandacht vragen voor de gelijkere in- en uitstroom van hoge en lage inkomens, met als doel dat de toevoeging in de diverse segmenten goed over de gemeenten wordt verdeeld. 1.h.1 We vragen voor de volgende fase aandacht om te komen tot afspraken met diverse partners over de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van verstedelijkingsopgaven, mobiliteitsmaatregelen en landschapsinvesteringen. Hoewel de ambities in het IRP goeddeels aansluiten bij de ambities uit de Nieuwegeinse omgevingsvisie is er nog relatief weinig zicht op uitvoerbaarheid, haalbaarheid en financiering. Het IRP is niet integraal doorgerekend, maar de verwachting is dat een dergelijke doorrekening een miljardentekort zal kennen. Binnenstedelijk bouwen met de daarbij beoogde kwaliteiten, zoals betaalbaarheid duurzaamheid, leidt vaak tot een publiek tekort en biedt daarmee weinig tot geen ruimte om bovenplanse kosten te financieren.

Dit betekent niet dat de ambities losgelaten moeten worden, wel dat in de komende fase veel aandacht nodig is voor mogelijkheden om het gesprek te voeren met partners die een bijdrage kunnen leveren in de realisatie van de ambities, aandacht voor prioritering en fasering in de ambities en een sterke lobby. 1.i.1 In het Concept Integraal Ruimtelijke Perspectief zijn de door de raad van Nieuwegein ingediende moties op de uitgangspunten en het beoordelingskader en de Contour REP voldoende verwerkt. In bijlage 4 wordt toegelicht hoe de moties en amendementen bij het beoordelingskader zijn verwerkt in het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief. In deze ronde heeft de raad van Nieuwegein 6 moties ingediend, waarvan er 3 zijn overgenomen in het geactualiseerde beoordelingskader: 1. Motie Gezonde Leefomgeving 2. Motie Verbonden groen is waardevoller 3. Motie Stimuleer de circulaire maakindustrie Met de verwerking in het geactualiseerde beoordelingskader zijn deze 3 moties afgehandeld. De overige 3 moties zijn gemarkeerd met de aanduiding ‘in U16 te pleiten voor/ aandacht vragen voor / in zetten op / mogelijk maken van.’ Aandacht hiervoor blijft daarmee nodig bij het komen tot een perspectief. 4.

Motie Duurzame mobiliteit in Nieuwegein en de regio De ambities zoals die zijn opgenomen in omgevingsvisie en de mobiliteitsvisie zijn overgenomen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief: bijvoorbeeld het terugbrengen van de OV-reistijd tussen Nieuwegein en Utrecht tot 15 minuten. U leest dit onder meer terug in de opgaven, redeneerlijnen en uitwerking van de centrale as (o.a. belang van kwalitatieve ontwikkeling A12 zone, verbetering van de OV-bereikbaarheid van Nieuwegein en verkorten van de OV-reistijd). Deze motie is verwerkt en is opgenomen in redeneerlijn twee van het Integraal Ruimtelijk Perspectief. 5. Motie Behouden en optimaliseren van de leefbaarheid in Nieuwegein In het IRP is zeer uitgebreide aandacht voor landschap in samenhang met verstedelijking in het kader van gezond stedelijk leven. Er wordt ingezet op regionaal programmeren, daarbij wordt op regioniveau en deelregioniveau de

Bladnummer 9/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

kwantitatieve behoefte en het planaanbod in beeld gebracht. Het provinciale en regionale programma wordt jaarlijks herijkt. 6. Motie OV systeemsprong Het MIRT-onderzoek heeft geresulteerd in de rapportage “Utrecht Nabij”, waarover u per brief bent geïnformeerd op 27 november 2020. Het onderzoek Utrecht Nabij wordt voortgezet binnen U Ned, binnenkort wordt daar het Gebiedsonderzoek A12 zone voor opgestart. In bijlage 5 wordt toegelicht hoe de moties en amendementen bij de Contour REP zijn verwerkt in het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief. In deze ronde heeft de raad van Nieuwegein 1 motie ingediend: 1. Motie Regionaal gelijkere instroom Het gesprek is gestart met een raadsbijeenkomst over dit onderwerp georganiseerd door de raad van Nieuwegein. In het IRP is vooral de noodzaak om de regio betaalbaar te houden voor iedereen en de vraag naar woonmilieus opgenomen. Daarnaast is een kwalitatieve analyse opgenomen in het IRP. De verdere uitwerking daarvan volgt in fase 4 en in het regionaal programmeren.

Kanttekeningen 1.1 Proces kan mogelijk wijzigen in verband met Coronamaatregelen Het besluitvormingsproces rondom het concept IRP is erop gericht dat alle raden voor het zomerreces een besluit hebben genomen. Dit heeft te maken met het feit dat het REP samenwerkt met andere trajecten, zodat eind 2021 een definitief IRP kan worden vastgesteld waarin alle zienswijzen zijn verwerkt. Tegelijkertijd is dit een onzekere tijd, waarin de Coronamaatregelen van invloed kunnen zijn op de besluitvormingsprocessen. Mocht in één van de trajecten het proces zodanig wijzigen dat de processen niet meer goed op elkaar aansluiten, dan zal gezamenlijk gekeken worden hoe daarmee wordt omgegaan en of zo nodig besluitvormingsprocessen op elkaar aangepast moeten worden. 1.2 De beoordeling van het concept IRP heeft nog niet volledig kunnen plaatsvinden. Het Concept IRP is beoordeeld op basis van wat de beschikbare is aan informatie op het regionale schaalniveau en op dit moment. Dat betekent dat nog niet op alle punten in een volledig beoordeling is voorzien op basis van het beoordelingskader. Op bepaalde punten is de informatie nog niet (volledig) beschikbaar, zoals de invulling van de opwekking van duurzame energie, en beoordeling van de leefkwaliteit op specifieke plekken, zoals verdichtingslocaties.

In fase 4 is hier uitwerking voor op regionale en (boven)lokale schaal, waar deze afwegingen en beoordeling plaatsvindt en wordt aangevuld op het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad. Daarnaast is het onmogelijk om op alle onderdelen van het beoordelingskader een maximale score te halen. De score wordt transparant weergegeven, zodat op basis hiervan kan worden afgewogen of dit voor deze fase toereikend is.

Financiële aspecten De inzet is nu gericht op het afronden van het IRP. Mogelijk zijn in de fase van programmering nieuwe middelen nodig. Indien daar tijdig zicht op is betrekken we dit bij de kadernota.

Bladnummer 10/10 Raadsvoorstel 2 april 2020

Communicatie aspecten Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is gemaakt door de regio met input van het rijk en de provincie. Inwonerparticipatie op de regionale vraagstukken, waaronder het Integraal Ruimtelijk Perspectief, vindt plaats door elke gemeente op een wijze die past bij die gemeente. Binnen Nieuwegein is ervoor gekozen de participatie te koppelen aan de omgevingsvisie. In het participatietraject van de omgevingsvisie was de regio en de A12 zone een apart onderwerp, de raad heeft hier vervolgens ook richtinggevende uitspraken over gedaan voor de omgevingsvisie.

Uitvoering Vervolgstappen Na het aanbieden van het Concept IRP vindt een (digitale) tour van informatiebijeenkomsten plaats langs de gemeenteraden in vijf deelgebieden, waarin het IRP nader wordt toegelicht en raadsleden vragen kunnen stellen ter voorbereiding op de zienswijzeprocedure in de raad. Dit vindt plaats naast de bespreking van het Concept IRP in de Nieuwegeinse raad, waar de Nieuwegeinse zienswijze op het IRP wordt besproken. De zienswijzen van de raden kunnen tot eind juni worden ingediend en worden in juli (tot aan het zomerreces) verwerkt in het definitieve IRP. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt in het derde kwartaal van 2021 opgeleverd en ter besluitvorming aangeboden aan colleges en raden. De bestuurlijke opdrachtgevers van het REP stellen de 16 gemeenteraden graag in de gelegenheid om de gehele besluitvorming van het IRP voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 af te ronden.

Bijlagen 1. Raadsbesluit 2. Concept zienswijze Integraal Ruimtelijk Perspectief 3. Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief 4. Overzicht moties en wijze van verwerking beoordelingskader 5. Overzicht moties en wijze van verwerking contour 6. Beoordeling concept IRP aan de hand van aangepast beoordelingskader REP 7. Stand van zaken en vooruitblik Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief burgemeester en wethouders,

Ellie Liebregts

Frans Backhuijs

secretaris

burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=2b1d7901-b3c9-4137-93e4-f4e6ac274070