2021-174 Bijlage 2 Rbs. Zienswijze Nieuwegein op het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief definitief getekend.pdf
Tekst van het document
Postbus 1 3430 AA
Bezoekadres
IBAN: NL49 BNGH 0285 0043 87
Stadsplein 1 3431 LZ
www.nieuwegein.nl
BIC: BNGHNL2G
2021-174 bijlage 2
Concept zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
Datum
9 June 2021
Kenmerk Onderwerp
Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
Geachte opgavetrekkers van het Ruimtelijk Economisch Programma, De raad van Nieuwegein heeft het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met veel belangstelling gelezen. De raad van Nieuwegein wil in het vervolgproces om te komen tot een definitief Integraal Ruimtelijk Perspectief, enkele onderwerpen onder de aandacht brengen waar deze het Nieuwegeinse belang raken. Met onderstaande punten maken wij onze zienswijze kenbaar. Van Contour naar Perspectief De hoofdlijnen van het IRP, de redeneerlijnen, de opgaven en de ruimtelijke vertaling daarvan zijn in basis een goede uitwerking van de Contour REP en het IRP geeft daarmee invulling aan belangrijke doelstellingen als vastgelegd in het beoordelingskader. Het is een spannend traject om met 16 gemeenten te komen tot gezamenlijke visievorming, waarin alle opgaven en ambities bij elkaar worden gebracht in een product dat voor alle gemeenten voldoende aansluit bij de eigen ambities en belangen. Geen enkele andere regio van deze omvang heeft een dergelijke gezamenlijke integrale ruimtelijke visie. Er is een zorgvuldig proces doorlopen waarin gemeenten oog hebben voor elkaars opgaven en belangen. Gemeenten delen ook de inzet op het voor elkaar krijgen van gezond leven in een stedelijke regio, met het landschap als belangrijke basis.
Vanuit dat perspectief zijn lokale belangen en ambities en regionale opgaven en afwegingen bij elkaar gebracht. We herkennen hierin de boodschappen die vanuit de moties van de Nieuwegeinse raad zijn meegegeven voor zover deze nu in het IRP zijn verwerkt. De meeste doelstellingen uit het vastgestelde beoordelingskader kunnen hiermee van een invulling worden voorzien, zoals de opgaven op het gebied van wonen en werken, landschap, gezondheid en mobiliteit. Zorgpunten zijn er nog wel, met name op de invulling van de energieopgave en de uitvoerbaarheid en financiering. Energie Een integrale afweging voor energie, waarbij voldoende in beeld is hoe dit zich verhoudt tot andere functies, ontbreekt in het perspectief.
Bladnummer Onderwerp
2/6 Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
Parallel aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt in regionaal verband gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES). De uitwerking van de RES om tot zoeklocaties voor zon- en windenergie te komen wordt door de gemeenten gedaan in regionale afstemming. Bij de totstandkoming van het Integraal Ruimtelijk Perspectief waren de zoekgebieden voor zon- en windenergie nog niet bekend. In het IRP heeft daarom een integrale afweging van energie nog niet volwaardig plaatsgevonden, waardoor onvoldoende in beeld is hoe de energieopgave zich verhoudt tot andere opgaven. Wij zouden graag zien dat in het IRP meer inzicht komt over hoe de zoekgebieden voor energie zich verhouden tot, of mogelijk conflicteren met andere functies, bijvoorbeeld zoekgebieden voor bedrijventerreinen en woningbouw. Tegelijkertijd vragen wij ook om de druk niet te hoog op te voeren. Tijd kan soms helpen om samen tot betere resultaten te komen. Wat daarnaast nog onvoldoende in het IRP tot uitdrukking komt is dat het landschap rondom de stedelijke gebieden wel eens flink kan veranderen in een meer nadrukkelijker energielandschap om in de energiebehoefte van de stedelijke gebieden te voorzien. Groen en Landschap Er is in het perspectief nog onvoldoende zicht op de financiering van groen en landschap en hoe in de regio landschapsontwikkeling met verstedelijking gelijk met elkaar op kunnen lopen.
Het belang van groen en landschap wordt door de hele regio onderschreven. Een grote uitdaging is de schaalsprong die voor groen en landschap nodig is. Voor de stedelijke groei van de regio is de groei van het landschappelijke kwaliteit met het groene en blauwe netwerk voor natuur en recreatie randvoorwaardelijk. Een belangrijke opgave wordt om te borgen dat landschapsontwikkeling en verstedelijking gelijk met elkaar op kunnen lopen. De druk op de woningmarkt is hoog en daarmee ook de druk op bouwen. Een verkenning op de mogelijk in te zetten instrumenten om ook de groenambities te realiseren en een bijbehorende investeringsagenda is nodig. Schaalsprong mobiliteit en vervoer We onderschrijven de benoemde noodzaak in het perspectief van een benodigde schaalsprong van mobiliteit en vervoer in de regio en zetten ons daar gezamenlijk voor in richting het rijk. Het concept wiel met spaken is duidelijk herkenbaar opgenomen in het IRP en biedt kansen om de verstedelijkingsopgaven waar te maken. Dit past bij de ambities die Nieuwegein heeft opgenomen in de omgevingsvisie en mobiliteitsvisie om de ov-verbindingen van en naar te versterken en versnellen.
Bladnummer Onderwerp
3/6 Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
Deze schaalsprong OV is wel randvoorwaardelijk om de verstedelijkingsambities waar te kunnen maken en dit vergt een gezamenlijke lobby richting het Rijk. Vervoer over water Om bij te dragen aan de bereikbaarheid van de regio hebben we ook aandacht voor vervoer over water. In overleg met de regio zoeken we naar mogelijkheden en maken ons hier samen sterk voor richting U10/16 gemeenten, provincie en rijk. In december 2020 hebben wij de motie M232 Vervoer over water aangenomen. De ambitie uit deze motie om vervoer over water te bevorderen heeft daarna een plek gekregen in de Mobiliteitsvisie van Nieuwegein die in het voorjaar van 2021 is vastgesteld: 'Alternatieven over water. Nieuwegein ligt aan het water; de Lek in het zuiden en het Lekkanaal in het oosten (dat aansluit op het AmsterdamRijnkanaal). De oversteekbaarheid van het water is een blijvend aandachtspunt. De openingstijden van bruggen en het pontje naar Vianen bekijken we in samenhang met alle belangen en we kijken naar de noodzaak van nieuwe kruisingen over water. Tegelijkertijd biedt dit water in potentie een alternatief voor verplaatsing over de weg.
In de regio Rotterdam is een goedwerkend systeem van waterbussen en watertaxi’s opgezet en ook in Utrecht wordt gekeken naar mogelijkheden voor vervoer over water (waaronder goederenvervoer) De directe waterwegverbinding met Utrecht, het feit dat Utrecht in haar mobiliteitsvisie aangeeft meer met vervoer over water te willen doen en de grote pendel tussen Nieuwegein en Utrecht bieden op termijn wellicht kansen aan de oostkant van de stad. In overleg met buurgemeenten zoeken we de mogelijkheden uit en maken ons hier sterk voor richting Provincie.’ Wij vragen aandacht voor vervoer over water in het IRP zodat verder wordt bijgedragen aan deze ambitie van Nieuwegein. De A12 zone We ondersteunen de in het perspectief benoemde ontwikkeling van de A12 zone als grootste regionale ontwikkellocatie met gezond stedelijk leven als uitgangspunt, en vragen daarbij commitment en steun van de regiogemeenten. De A12 zone heeft potentie om een stedelijke ontwikkellocatie te worden en een grote bijdrage te leveren aan de opgave die de regio heeft op het gebied van wonen en werken. Wij zien dit ook als grote opgave voor onszelf en de regio. Om hier gezond stedelijk leven te realiseren moeten veel condities op orde worden gebracht, waaronder het terugdringen van milieuhinder van de A12, het versterken van ov- en fietsverbindingen en investeringen in landschap en recreatiemogelijkheden.
Voor ons is dit randvoorwaardelijk om de A12 zone tot ontwikkeling te kunnen brengen. De GGD is voor ons een belangrijke adviespartner in de planvorming van de A12 zone. Voor het realiseren van de
Bladnummer Onderwerp
4/6 Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
gebiedsontwikkeling zijn echter ook grote investeringen nodig die niet door de individuele gemeenten gedragen kunnen worden. Zonder zicht op middelen kunnen we nog geen volledig commitment geven op de realisatie daarvan. De raad van Nieuwegein zal naar aanleiding van het MIRT gebiedsonderzoek nader besluiten over mogelijke functies en inrichting van het Nieuwegeinse deel van de A12-zone. Regionale bypass Een regionale bypass, welke in het perspectief opgenomen staat als uiterste keuze, staat op gespannen voet met de kwaliteit van leven in Nieuwegein en de verstedelijken A12 zone. We vragen steun van de regio in het vervolgproces. Uit het MIRT onderzoek van U Ned blijkt dat de bereikbaarheid van de Utrechtse regio in 2030 onder druk staat, zowel door de autonome groei van mobiliteit als door de verstedelijking, en dat de voorziene verbreding van snelwegen hier onvoldoende oplossing voor biedt. De regio ziet als oplossingsrichting vooral het versterken van het OV-gebruik, en een regionale en lokale modal shift van auto naar meer fiets en OV (onder andere door mobiliteitsbeleid zoals gedragsbeïnvloeding). In het MIRT Gebiedsonderzoek A12 zone dat deze periode start wordt onderzocht of er aanvullende infrastructuur, zoals een regionale ontsluitingsweg door het gebied (ten zuiden van de A12, door Rijnenburg, Galecopperzoom, Liesbosch/Laagraven en Houten), nodig is.
Het toevoegen van extra auto-infrastructuur leidt tot meer sluipverkeer door Nieuwegein heen en een toename van autogebruik, waardoor het realiseren van de regionaal en lokaal gewenste modal shift onder druk komt te staan. Een dergelijke extra regionale ontsluitingsweg zou voor de A12 zone kunnen betekenen dat er een nog sterkere barrièrewerking in het gebied ontstaat dat reeds zeer gefragmenteerd is door vele infrastructurele doorkruisingen. Dit maakt het ontwikkelen van een fijn woon- en werkmilieu in de bestaande stad en de A12 zone moeilijker en beperkt de ontwikkelruimte (zowel fysieke ruimte als beperkingen door hindercontouren). Het is voor ons ondenkbaar om in deze tijd nieuwe extra auto-infrastructuur aan te leggen in bestaand en te ontwikkelen stedelijk gebied. Regionaal programmeren We werken gezamenlijk met de provincie toe naar programmeren om de integraliteit en snelheid te borgen. De volgende fase van het REP betreft het integraal regionaal programmeren. Hierin worden in deelgebieden of per opgave allianties gesloten en toegewerkt naar afspraken over onder meer ruimtelijke invulling van bovenlokale opgaven, fasering, financieringsvraagstukken en bijdrage aan de regionale opgaven. De provincie ziet op basis van de in maart 2021 vastgestelde provinciale omgevingsvisie het instrumentarium van regionaal programmeren als een nieuwe
Bladnummer Onderwerp
5/6 Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
manier om flexibeler en adaptiever invulling te geven aan de ruimtelijke vraagstukken, te beginnen met wonen en werken. Wanneer regio en provincie hierin goed kunnen samenwerken en in de programmering de vraagstukken integraal bekeken worden zien we goede kansen om hiermee zowel gemeentelijke als provinciale belangen te behartigen. Richting programmeren blijven we aandacht vragen voor leefbaarheid, klimaatadaptatie en klimaatbestendigheid en voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwontwikkeling, waarbij we speciale aandacht vragen voor de gelijkere in- en uitstroom van hoge en lage inkomens, met als doel dat de toevoeging in de diverse segmenten goed over de gemeenten wordt verdeeld. In het concept IRP is daarnaast te lezen dat Rijnenburg pas vanaf 2035 in beeld is als ontwikkellocatie voor woningbouw. We pleiten ervoor dat het IRP voldoende adaptief blijft om Rijnenburg indien nodig eerder dan 2035 te programmeren als ontwikkellocatie om op die manier in de regionale woningbouwbehoefte te voorzien. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid We vragen voor de volgende fase aandacht om te komen tot afspraken met diverse partners over de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van verstedelijkingsopgaven, mobiliteitsmaatregelen en landschapsinvesteringen.
Hoewel de ambities in het IRP goeddeels aansluiten bij de ambities uit de Nieuwegeinse omgevingsvisie is er nog relatief weinig zicht op uitvoerbaarheid, haalbaarheid en financiering. Het IRP is niet integraal doorgerekend, maar de verwachting is dat een dergelijke doorrekening een miljardentekort zal kennen. Binnenstedelijk bouwen met de daarbij beoogde kwaliteiten, zoals betaalbaarheid duurzaamheid, leidt vaak tot een publiek tekort en biedt daarmee weinig tot geen ruimte om bovenplanse kosten te financieren. Dit betekent niet dat de ambities losgelaten moeten worden, wel dat in de komende fase veel aandacht nodig is voor mogelijkheden om het gesprek te voeren met partners die een bijdrage kunnen leveren in de realisatie van de ambities, aandacht voor prioritering en fasering in de ambities en een sterke lobby. Tot slot Wij realiseren ons dat de totstandkoming van het IRP een majeure opgave is en constateren dat er met dit concept een stevige basis ligt, waarin nog wel witte vlekken zijn opgenomen. Het is van belang om in de regio tot goede afspraken te komen hoe we bij de invulling van deze witte vlekken vast blijven houden aan een integrale afweging van het ruimtelijk perspectief.
Bladnummer Onderwerp
6/6 Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief
Hoogachtend, De gemeenteraad van Nieuwegein
Jan Karens
Frans Backhuijs
griffier
voorzitter