CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-006 Bijlage 2 Verkennend perspectief en presentatie warmtebuffer.pdf

Raadsvergadering 4 maart 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over Principebesluit warmtebuffer Symfonielaan/A.C. Verhoefweg8.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2020-299

Verkennend perspectief warmtebuffer voor verduurzaming warmtenet

Symfonielaan/A.C. Verhoefweg

Initiatiefnemer

Eneco

Accounthouder

Daniëlle Melman

Versie

3

Inleiding

De gemeente Utrecht en Nieuwegein willen zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat er energie bespaard wordt en energie opgewekt wordt met duurzame energiebronnen. Op den duur wordt, net als in de rest van Nederland, gestopt met het gebruik van aardgas. Eneco wil op haar beurt duurzame energie van iedereen realiseren en heel Nederland helpen omschakelen. Nu Nederland overstapt van aardgas naar andere bronnen voor het verwarmen van huizen en andere gebouwen, gaan we op zoek naar alternatieven. Het bestaande warmtenet in Utrecht en Nieuwegein is zo’n alternatief. Hierbij is het wel belangrijk dat de geleverde warmte verder verduurzaamd wordt en dat de duurzame bronnen op een efficiënte manier ingezet kunnen worden. Om hier invulling aan te geven heeft Eneco de Routekaart Verduurzaming warmtenet Utrecht en Nieuwegein ontwikkeld (zie figuur 1).

Figuur 1: mogelijkheden verduurzaming warmtenet

Deze routekaart geeft richting hoe Eneco de stadswarmte wil verduurzamen. Een van de stappen uit deze routekaart is de inzet van warmtebuffers (vier stuks in Utrecht en één in Nieuwegein) om zo de verduurzaming te realiseren. Deze verduurzaming is in lijn met de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 en het uitvoeringsplan, waarin verduurzaming stadswarmte als opgave staat beschreven Eneco is in de gemeente Nieuwegein op zoek naar een geschikte locatie voor het realiseren van een warmtebuffer voor het verduurzamen van hun warmtenetwerk. Voorwaarde voor het realiseren van een warmtebuffer is dat deze binnen een straal van 30 m van een warmteoverdrachtstation (WOS) geplaatst moet worden. Vanuit het college zijn vragen gesteld over hoe Eneco tot de keuze van de WOS Zuilenstein is gekomen en of er ook nog alternatieve locaties mogelijk zijn door middel van het verplaatsen van een WOS of een nieuwe WOS te realiseren. De vraag vanuit de gemeente Nieuwegein is om dit

keuzetraject inzichtelijk te maken in een rapportage, in een verkennend perspectief. Om zo voor zowel bestuur als bewoners duidelijkheid te geven wat de redenatie achter de uiteindelijke keuze is geweest voor Eneco en over welke onderwerpen er nog meegedacht kan worden. Dit geeft het college van B&W en de raadsleden tevens meer houvast ten tijde van hun besluitvorming aangaande de huur-/koopovereenkomst voor de uiteindelijke locatie.

Wat is een warmtebuffer en hoe werkt het?

Een warmtebuffer is een vat met een constante hoeveelheid water en maakt het mogelijk om de warmtevraag constant te houden. Een buffer slaat ’s nachts warmte op wanneer de warmtevraag laag is en levert overdag de opgeslagen warmte wanneer de warmtevraag hoog is.

Figuur 2: werking warmtebuffer

Waarom is een warmtebuffer belangrijk voor verduurzaming van het warmtenet?

1) Afvlakken van de piekvraag: We zien dat de warmtevraag gedurende de dag niet gelijk is. De warmtevraag in de ochtend is tot wel twee keer zo groot als de warmtevraag in de nacht. Dat is ook logisch omdat ‘s ochtends iedereen de verwarming aan zet, gaat douchen etc. Deze pieken over de dag worden nu met name ingevuld met gasketels. Om de piek in de warmtevraag af te vlakken is het plaatsen van warmtebuffers belangrijk. Door een warmtebuffer is er minder inzet van de gasketels nodig op pieken tijdens de ochtend. Op die piekmomenten wordt de buffer (gevuld met heet water) ontladen en wordt er warmte geleverd vanuit de buffer. Hierdoor besparen we gas en wordt de duurzaamheid van het net verbeterd met circa 20%.

Figuur 3: ongelijke warmtevraag

2) Buffer randvoorwaardelijk voor groei en verduurzaming: de gemeente Nieuwegein en Eneco voorzien bovendien een verdubbeling van het aantal warmteaansluitingen in Nieuwegein in aanloop naar 2030. De gemeente Nieuwgein groeit immers en ook bestaande huizen gaan van het gas af. Voor deze nieuwe warmteaansluitingen is voldoende vermogen nodig. 1 De beperking voor de groei en verduurzaming van het warmtenet in Nieuwegein zit in de transportleiding (vanuit Utrecht naar WOS Zuilenstein). De vermogensbeperking (bottleneck) zit dus in de transportleiding vanuit Utrecht, dat is een gegeven. Het warmteoverdrachtstation (WOS) zelf heeft voldoende vermogen, de aanvoer vanuit Utrecht is de beperkende factor. Noodzakelijk voor verduurzaming en groei warmtenet Nieuwegein is daarom: 

Het ontwikkelen van een nieuwe duurzame lokale bron te Nieuwegein, bijvoorbeeld aquathermie en/of geothermie.

Het bouwen van een warmtebuffer, zodat het piekvermogen wordt afgevlakt en het net duurzamer wordt vanwege minder gasverbruik tijdens de piekvraag.

Figuur 4: productie loskoppelen van de warmtevraag

1

Het is overigens niet reeds een uitgemaakte zaak dat Eneco automatisch alle nieuwe

warmtenetaansluitingen krijgt. Volgens de nieuwe Warmtewet moet namelijk de gemeente via een open inschrijving een concessie uitgeven. Technisch-economisch gezien is het wel waarschijnlijk dat er voor de nieuwe aansluitingen geheel of ten dele gebruik wordt gemaakt van de huidige warmte-infrastructuur. De nieuwe Warmtewet geeft ruimte voor diverse organisatievormen voor eigendom en dienstverlening.

3) Buffer belangrijk voor duurzame bronnen: een warmtebuffer is een randvoorwaarde voor het toevoegen van duurzame bronnen voor warmtelevering. Deze nieuwe bronnen produceren continue dezelfde hoeveelheid warmte en zijn minder te sturen op basis van de warmtevraag. Om de duurzame warmte efficiënt en volledig in te zetten en de vraag in de pieken op te vangen is een buffer noodzakelijk. Hiermee wordt voorkomen dat we deze pieken met gaswarmte invullen. Voor optimale inzet van duurzame bronnen zijn warmtebuffers in het systeem noodzakelijk. In Europa maakt dan ook bijna elk warmtenet gebruik van warmtebuffers. Ook Eneco en de Gemeente Nieuwegein zien de warmtebuffers als essentiële stap in de verdere verduurzaming van het warmtenet in Utrecht en Nieuwegein. Waarom zijn warmtebuffers niet eerder ontwikkeld?

Sinds 2015 is Eneco eigenaar van de gehele warmteketen in Utrecht. Dat betekent van productie van duurzame warmte tot levering/klantenservice bij de klanten thuis, en alles wat daartussen zit. Alleen als één bedrijf de gehele keten organiseert, is het mogelijk om dergelijke maatregelen rendabel te ontwikkelen. Tot 2015 lag dat binnen scope van Nuon en vroeg Eneco wel om duurzame warmte, maar kwam dat onvoldoende van de grond. Nu Eneco verantwoordelijk is voor de hele keten – dus van bron tot klant – kan dat wel.

Zoals hierboven omschreven zit de beperking in groei en verduurzaming van het Nieuwegeinse deel van het warmtenet in de transportleiding vanuit Utrecht, waardoor Eneco lokaal in Nieuwegein 1) een warmtebuffer nodig heeft om de piekvraag af te vlakken en 2) één of meer duurzame bronnen wenst te ontwikkelen, zoals geothermie en/of aquathermie. Beide zijn nodig om gezamenlijke strategie en ambities invulling te geven. Tot nu toe kon duurzame warmte worden aangevoerd vanuit Utrecht, maar Eneco ziet dus dat er ook lokaal in Nieuwegein wat moet gebeuren om ook daar de warmtetransitie invulling te geve n.

Eneco heeft niet stil gezeten sinds 2015 om invulling te geven aan haar Routekaart verduurzaming warmtenet Utrecht en Nieuwegein. De biowarmte-installatie (BWI) fase 1 produceert duurzame warmte, en fase 2 is in aanbouw. Hiermee wordt een enorme verduurzamingsslag gemaakt (ca. 60MWth, totaal ca. 40% aandeel in verduurzaming van de warmtelevering). Daarnaast ontwikkelt Eneco de grootste warmtepomp van Nederland in Utrecht (25MWth), zijn ze o.a. bezig met slimme klantsturing van het warmtenet, ontwikkelen ze een elektrodeboiler en is een geothermiebron in ontwikkeling (ca. 5MWth).

Met ontwikkeling van de warmtebuffers (5 stuks in totaal) is ca. 4 jaar geleden een start gemaakt. De eerste haalbaarheidsstudie dateert al van voor overname door Eneco. Vervolgens is in 2015/2016 gekeken naar een centrale buffer, welke niet rendabel bleek. In 2017 is het project voor het realiseren van buffers opnieuw geïnitieerd, met de nieuwe invalshoek van decentrale buffers. Sindsdien is Eneco hierover in contact geweest met de gemeente Nieuwegein. Eneco neemt de tijd voor een gedegen proces, ook met oog op de omgeving.

Het totale bufferproject zorgt voor een EOR-verhoging van ca. 10-20%. Deze duurzaamheidsbijdrage is zo significant omdat voor de piekvoorziening van het warmtenet veel minder gas benodigd is. Bedrijfseconomisch argument is dat dit lagere gasverbruik zorgt voor lagere kosten in productie, die moeten opwegen tegen de benodigde investeringen.

Hieruit blijkt dus dat de plannen voor een buffer te Nieuwegein ‘niet van gisteren zijn’. Het was de wens om degelijk omgevingsmanagement te gaan uitvoeren voor de buffer te Nieuwegein, maar vanwege een ongelukkig samenloop met het aardwarmteproject Lean, met de nodige aandachtspunten vanuit de omgeving, is het omgevingsmanagement nu een half jaar vertraagd. Nog langer uitstellen van verdere communicatie over het project creëert niet het gewenste vertrouwen naar de omgeving en de warmteklanten van Eneco.

Hoeveel duurzamer wordt het netwerk door het plaatsen van warmtebuffers?

De buffers zorgen niet voor het opwekken van duurzame warmte, maar wel voor verminderde inzet van de gasketels. Hierdoor is er een significante verhoging van het equivalent opwek rendement (EOR), namelijk circa 10- 20% verbetering voor het hele warmtenet. Grootte warmtebuffer

In algemene zin: hoe groter hoe beter, maar minimaal zo groot dat duurzame bronnen op een constante manier ingezet kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat de warmtevraag constant wordt gedurende de dag. Dit is ook waarop de buffers ontworpen zijn. In de berekening voor de grootte van de warmtebuffers zijn we uitgegaan van de piek in warmtevraag in 2012, deze lag op 585 MW voor het totale netwerk. De gemiddelde warmtevraag van die dag was 430 MW. Met voldoende grote buffers zou er dus (585 – 430 =) 155 MW minder inzet van gasketels nodig zijn geweest. Het totaal benodigde buffervolume om dat mogelijk te maken ligt rond de 36.000 m³. Een dergelijke piekvraag komt niet zo vaak voor, daarom is de geplande buffer in Nieuwegein 4.000 m³. Echter, onder een bepaald volume wordt het effect van de buffers dermate klein dat de duurzaamheidswinst teniet gedaan wordt. Eneco is in het concept uitgegaan van een totaal buffervolume van 20.000 m³. Iets meer dan de helft van het optimale volume. Het uitgangspunt is dat alle vier deelgebieden in het stadswarmtenet voorzien worden van buffercapaciteit. Het stadscentrum wordt voorzien van twee buffers (Kanaleneiland en Rijnsweerd) omdat de transportcapaciteit tijdens de piekvraag door de stad beperkt is en je wel op een betrouwbare manier warmte wilt leveren. 

Kanaleneiland: 5.000 m³

Lage Weide: 4.000 m³

Rijnsweerd: 3.000 m³

Zuilenstein: 4.000 m³

Overvecht (reeds vergund): 4.000 m³

Figuur 5: grootte warmtebuffer

Figuur 6: warmtenetwerk regio Utrecht

Het formaat van de buffer op Zuilenstein is 18 m x 18 m, een hoogte:diameter verhouding van 1:1. Een warmtebuffer wordt ontworpen met een verhouding tussen 1:1 en 2:1. Door te kiezen voor een brede buffer, wordt de bouwhoogte beperkt. Het vermogen van de buffer wordt bepaald door de diameter van de buffer. Deze breedte (en dus vermogen) is nodig om de pieken in warmtevraag te kunnen opvangen. Een brede buffer is echter iets minder efficiënt. De scheidingslaag tussen warm/koud is een meter hoog. Bij een bredere buffer neemt deze scheidingslaag meer volume in, en kan er dus minder warmte worden opgeslagen. Om die reden is een buffer die breder is dan 1:1 niet efficiënt. Het reduceren van diameter heeft een significant effect. Bedenk dat met slechts 10% reductie in diameter hoogte, het volume en daarmee de functie afneemt met 30%. Om deze reden kunnen de afmetingen daarom niet significant afwijken van de gekozen afmetingen omdat dit van grote invloed is op vermogen buffers. Speelruimte is er eigenlijk niet. Het vermogen van de buffer wordt bepaald door de diameter. Om menging tussen de warme en koude laag te voorkomen, is er een maximale snelheid waarmee het water uit de buffer onttrokken kan worden. Een grotere diameter betekent een groter volume bij een gelijke verticale snelheid van het water in de buffer.

Bij de huidige verwachting van de vermogenspieken van de buffer zit de verticale snelheid al tegen de theoretische max. Een kleinere diameter werkt bovendien kwadratisch door in het maximale vermogen. Bij de uitwerking van het plan wordt bekeken of de benodigde inhoud verdeeld kan worden over twee buffers, zodat de buffers minder hoog worden en daardoor een andere ruimtelijke impact hebben. Twee buffers brengen echter wel hogere kosten met zich mee (onder andere dubbele pompen, extra leidingen) en de vraag is of dit ruimtetechnisch haalbaar is vanwege alle kabels en leidingen die in de grond zitten. Overwegingen locatie buffer

Er zijn twee productielocaties in Nieuwegein; één hulpwarmtecentrale (HWC) bij het Antonius ziekenhuis en één WOS in de wijk Zuilenstein (hoek Symfonielaan/A.C. Verhoefweg). De HWC bij het ziekenhuis wordt gevoed met niet-duurzame bronnen, dit maakt deze locatie ongeschikt voor het realiseren van een warmtebuffer. Om het netwerk duurzamer te maken, moet de warmtebuffer immers geladen worden met duurzame warmte. De WOS Zuilenstein wordt gevoed vanuit onder andere de BWI op Lage Weide en tot nader order de stroom- en gascentrales (STEG). Gezamenlijk hebben deze een voldoende hoge efficiëntie (EOR) en duurzaamheid. Met de tijd wordt het totale warmtenet verder verduurzaamd, volgens de routekaart van Eneco. Recent onderzoek door de gemeente Utrecht toont aan dat er voldoende duurzame bronnen beschikbaar lijken om in de warmtevraag te voorzien. Er wordt door Eneco verder onderzoek gedaan naar de technische en economische haalbaarheid van verschillende opties. Om ’s nachts te kunnen laden moet de buffer dichtbij de transportleiding vanuit Utrecht geplaatst worden en dus bij de WOS, omdat hier immers de transportleiding naar toe gaat. De buffer kan niet verder dan 30 m van de WOS vanwege de zuigdruk van de bufferpompen. De bufferpompen komen in de bestaande WOS.

Als de buffer te ver weg staat, bestaat het risico dat bij maximale flow de drukval over de leiding te groot wordt en de pomp gaat caviteren (kapot gaat). Alternatief is om de pompen bij de buffer te plaatsen. Dan zou de buffer op een afstand van 100200 m geplaatst kunnen worden ten opzichte van de WOS, maar geen kilometers verder weg.

Hiermee zijn extra kosten gemoeid van ongeveer 3 miljoen euro (kosten voor een nieuw pomphuis ongeveer 1 miljoen euro en kosten voor het aanleggen van ondergrondse leidingen zijn ongeveer 2 miljoen euro). Dit heeft echter een maatschappelijke en ruimtelijke impact door wegopbrekingen, een extra gebouw, en de buffer mogelijk meer in het zicht. Dit is voor Eneco geen realistisch of gewenst alternatief.

Figuur 7: locatie binnen 30 m van de WOS

Centrale buffer versus decentrale buffer

De beperking zit in de capaciteit van de transportleiding vanuit Utrecht. Met een centrale buffer los je deze transportbeperking niet op, waarmee het probleem van piekvermogen niet wordt opgelost. Daarnaast zijn de investeringskosten van een centrale buffer twee keer zo hoog omdat een centrale buffer een drukbuffer moet zijn vanwege de hogere temperaturen bij de Utrechtse centrale. Een decentrale buffer is een atmosferische buffer en die zijn goedkoper. Verder is een buffer noodzakelijk voor de optimale inzet van lokaal opgewekte duurzame Nieuwegeinse warmte.

Figuur 8: centrale buffer

Figuur 9: decentrale warmtebuffers

Ondergrondse buffer

Eneco heeft het plaatsen van een ondergrondse buffer onderzocht. Helaas zijn de investeringen voor het ondergronds plaatsen en onderhouden van de buffer zo hoog dat dit betekent dat het project niet gerealiseerd wordt. Daarbij komt het feit dat dit geen bewezen technologie is, wat de nodige risico’s met zich meebrengt. Er zijn namelijk nog nergens ondergrondse buffers geplaatst van deze omvang. Vanwege dit risico zou Eneco niet investeren in het project, want een project van deze omvang vraagt om bewezen technologie. Buiten deze overwegingen voorziet Eneco ook problemen met het bouwen en het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Voor de bouw moet er een grote bouwput gemaakt worden met damwanden van 20 m, met bemaling en waarbij onderwaterbeton gebruikt wordt . Bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden moet de buffer uitgegraven worden. Dit leidt tot extra kosten en extra overlast. Het enigszins verdiept plaatsen, tot grondwaterniveau (maximaal 2 m diep) van de buffer zou technisch mogelijk zijn, maar vraagt extra investeringen in een betonnen bak rondom de buffer. Deze bak is 3 m breder dan de buffer en creëert 1,5 m onderhoudsruimte aan beide kanten. Deze optie vraagt om extra bemaling en daarmee lopen de kosten en de milieu-impact aanzienlijk op. Het plaatsen van een ondergrondse of verdiepte buffer is voor Eneco daarom geen optie.

Figuur 10: ondergrondse buffer

Verplaatsen warmteoverdrachtstation

De WOS lijkt slechts een gebouw, maar er ligt essentiële infrastructuur in de ondergrond om de aangeleverde warmte geschikt te maken voor ca. 10.000 warmteklanten. Het is een soort aorta dus. Het betreft het gebouw, de warmtewisselaars, de pompen, drukhoudsysteem, verbindend leidingwerk en automatisering. De WOS staat in verbinding met zowel het transportnetwerk als afzonderlijke delen van het distributienetwerk. Het verplaatsen van de WOS betekent het ontvlechten van al deze verbindingen en een nieuwe route vinden in de nu al drukke ondergrond. Je kunt het vergelijken alsof je de motor van je auto van de voorkant naar de achterkant verplaatst in de hoop dat hij dan nog rijdt. De kosten voor het verplaatsen van de WOS bedragen ca. €30-40 miljoen. Het verplaatsen van de WOS is geen optie voor Eneco. Toekomstgericht

Eneco heeft een routekaart en een prognose van de warmtevraag voor het gebied Utrecht en Nieuwegein (Cityplan) opgesteld. Eneco voorziet daarbij een groei van warmteaansluitingen in de gemeente Nieuwegein. De verwachting van Eneco voor Utrecht en Nieuwegein is dat met een verdubbeling van het aantal aansluitingen in 2030, de warmtevraag (slechts) zo’n 20% toeneemt. Dit als gevolg van betere isolatie van woningen en andere gebouwen en bovendien neemt de piekvraag niet evenredig toe met het aantal aansluitingen. De huidige capaciteit van de WOS is ruim voldoende om ook toekomstige klanten van warmte te voorzien. Bij een grote warmtevraag zou de beperking juist zitten in het transportnet, ni et in de capaciteit van de WOS. Met de komst van de buffer wordt de capaciteit naar de stad in feite vergroot. Door de buffer kunnen er grotere pieken worden opgevangen. Het maximale ontwerp voor de huidige warmtevraag zou buffers met 2x zo veel volume vragen. Toch hebben de buffers met het huidige ontwerpvolume ook in de toekomst voldoende effect om de pieken in de warmtevraag op te vangen. Sterker nog, bij grotere pieken, hebben buffers meer effect. Daarmee is ook de buffer toekomstproof. Bovendien zou de werking van buffer bij verlaging van de retourtemperatuur verder vergroot kunnen worden. Dit is iets waar Eneco (ook in gesprek met de gemeente) reeds mee bezig is.

De huidige WOS Zuilenstein heeft een vermogen van 120 MW. Bij een grote warmtevraag zit de beperking in het transportnet. Om klantgroei op te kunnen vangen is daarom lokaal een oplossing nodig om de duurzame warmtelevering te borgen. Een groei in vermogensvraag kan een warmtebuffer juist opvangen. De hoogste warmtevraagpiek in 2012 in Nieuwegein was 115 MW. Daarvan werd bijna 40 MW geleverd door de hulpwarmtecentrale bij het Antoniusziekenhuis, vanwege transportbeperkingen van de Utrechtse centrale naar de WOS Zuilenstein. Met de komst van een buffer op Zuilenstein zou de benodigde transportpiek beperkt worden tot 62 MW. Hierdoor kan de WOS volledig beleverd worden vanuit de duurzame centrale eenheden. In de toekomst is dus geen extra WOS nodig om de warmtevraag op te vangen. Slechts piekafvlakking middels de buffer om de transportbeperking te vermijden. Een buffer in Nieuwegein is daarom randvoorwaardelijk om groei van het aantal huishoudens te kunnen realiseren.

Voor verdere verduurzaming en groei van het warmtenet zijn lokale duurzame bronnen nodig, vanwege de transportbeperking. Eneco denkt aan de volgende mogelijkheden daarvoor in Nieuwegein: 

Aardwarmte (Geothermie). Eneco is als beoogd warmteafnemer partner in Warmtebron Utrecht. Bij aardwarmtewinning is altijd een buffer nodig om optimaal te functioneren. Zonder een buffer kan de geothermie bron niet volledig benut worden op momenten dat de warmtevraag relatief laag is.

Aquathermie, zoals bijvoorbeeld: o

TEA (Thermische Energie uit Afvalwater). Middels een warmtepomp kan wellicht warmte bij de RWZI Nieuwegein worden gewonnen en ingevoed in het warmtenet, net zoals momenteel door Eneco bij RWZI Overvecht in Utrecht wordt ontwikkeld.

o

TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Middels een warmtepomp bij een groot kanaal kan wellicht omgevingswarmte worden gewonnen en ingevoed in het warmtenet.

o

TED (Thermische Energie uit Drinkwater).In het regionale onderzoek voor de U16 RES is een potentiele bron geïdentificeerd op het bedrijventerrein Plettenburg. Vanaf deze locatie wordt drinkwater naar Amsterdam getransporteerd. Nader onderzoek moet uitwijzen of hier door middel van een warmtepomp omgevingswarmte gewonnen worden.

Impact en betrokkenheid omgeving

De energietransitie heeft impact op het ruimtelijke domein. Eneco beseft dat terdege en wil als een goede buurman het bufferproject vorm geven met die omgeving. Samen met de gemeente Nieuwegein heeft Eneco een proces voor ogen om de omgeving te informeren zodat men weet wat de impact van de buffer is en men een reactie kan geven op de plannen. De omgeving kan binnen een aantal randvoorwaarden meedenken hoe de buffer ingepast kan worden in de omgeving. De locatie van de buffer en de afmetingen van de buffer staan vast, maar er kan meegedacht worden op welke manier de buffer vorm krijgt; bijvoorbeeld door het uitvoeren van een buffer in de vorm van een kunstwerk, groen object, speelplek of ontmoetingsplek. Deze uitwerking wordt samen met landschapsarchitecten Okra verder vormgegeven. Er worden een aantal ontwerpen gepresenteerd waarbij de omgeving kan aangeven waarover ze het meest enthousiast zijn. Dit ontwerp voegen we toe aan de aanvraag voor omgevingsvergunning en vormt zo input voor de gemeente bij de besluitvorming.

Figuur 11: suggesties vormgeving warmtebuffer

Milieuaspecten

Flora en fauna: voor de locatie is een quickscan flora en fauna gedaan in het kader van de Wet natuurbescherming (rapport met kenmerk QS2019-155 d.d. 20 november 2019. Hierbij zijn twee planlocaties onderzocht; ten noorden van de WOS en ten zuiden van de WOS. Uit de quickscan blijkt het volgende: 

De onderzochte planlocatie is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.

Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan.

In en direct rond het onderzochte plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.

Alleen in plangebied ten zuiden van de WOS kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Ransuil, Boomvalk of Sperwer. Omdat negatieve effecten door eventuele werkzaamheden niet uitgesloten zijn, is in dit geval en op deze locatie vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoorten noodzakelijk. Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

In het plangebied ten zuiden van de WOS kunnen ook verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door eventuele werkzaamheden hier niet uitgesloten zijn, is in het

geval van bomenkap een vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. 

Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van de planlocaties door vogels met jaarrond beschermde nesten zoals de Sperwer, wordt geen negatief effect verwacht omdat de planlocaties slechts een klein deel uitmaken van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Gelet op de uitkomsten van de quickscan heeft het plaatsen van de buffer ten noorden van de WOS geen negatieve effecten op de flora en fauna, indien rekening wordt gehouden met de gemaakte opmerkingen en de algemene zorgplicht van de Wet natuurbescherming wordt nageleefd.

Figuur 12: onderzochte planlocaties quickscan flora en fauna

Archeologie: de locatie ligt volgens de Beleidskaart archeologie in een gebied waarbij vroegtijdig inventariserend onderzoek uitgevoerd moet worden bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en het plangebied groter is dan 500 m². De buffer heeft een oppervlakte van circa 260 m² en blijft daarmee onder de grenswaarde van 500 m². Indien er naast de buffer nog

bodemingrepen uitgevoerd worden voor de aanleg van kabels en leidingen, infrastructuur of anderszins, dan moet dit oppervlakte meegerekend worden. Indien de totale ingrepen meer dan 500 m² bedragen, dient er een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Ten noorden van de Symfonielaan, in de wijk Blokhoeve is een Romeinse nederzetting aangetroffen. Aangezien bij eventuele archeologische toevalsvondsten bij de aanleg van de buffer, werkzaamheden stilgelegd moeten worden om aangetroffen archeologie alsnog te documenteren wordt geadviseerd om voor de zekerheid archeologisch onderzoek uit te voeren. Doel is dan om zoveel mogelijk proberen uit te sluiten dat archeologische toevalsvondsten tijdens de bouw voor kostbare vertraging zorgen. Dit betreft geen eis, maar een dringend advies.

Figuur 13: archeologische beleidskaart

Verkeer: de WOS en de buffer zijn bereikbaar via de huidige ontsluiting aan de Symfonielaan. Het plaatsen van een buffer heeft geen verkeersaantrekkende werking. Er zal wekelijks een inspectierondje worden gedaan en daarnaast zal bij onderhoud of storing een auto ter plaatse komen (verwachte frequentie circa 1 á 2 keer per jaar). Dit is in de huidige situatie ook al het geval. Tijdens de bouw zullen er meer verkeersbewegingen zijn vanwege het benodigde bouwverkeer. Dit is echter tijdelijk van aard en te zijner tijd zal de bouwduur en overlastmomenten (bijvoorbeeld heien) worden gecommuniceerd met de omgeving.

Figuur 14: toegankelijkheid locatie

Kabels en leidingen: rondom de WOS liggen diverse kabels en leidingen in de grond. Hierdoor is er beperkte ruimte voor het plaatsen van een buffer of de kabels en leidingen moeten worden omgelegd. Dit laatste is niet wenselijk vanwege de hoge kosten. Ten noorden de WOS waar de minste kabels en leidingen liggen is de meeste geschikte plek voor een warmtebuffer.

Figuur 15: ondergrondse infrastructuur

Figuur 16: meeste geschikte locatie binnen 30 m van de WOS

Bodem: van deze locatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. Delen van deze locatie zijn verdacht in verband met enkele gedempte sloten, deze kunnen bodemvreemd materiaal bevatten en/of verontreinigd zijn met zware metalen, PAK en/of asbest. In hoofdstuk ‘Impact omgeving’ op pagina 11 worden diverse opties weergegeven, waarbij de gevoeligheid van het bodemgebruik varieert. Als er een speel- of ontmoetingsplek van wordt gemaakt, is het gebruik van gevoeliger aard dan als er slechts af en toe mensen komen om onderhoud aan de inrichting te plegen. Vooraf is er een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk, zeker als er een gebouw komt met een structureel verblijf van mensen. Kan ook een werkruimte zijn. Ook vooraf aan graafwerk is dit nodig, in verband met de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde slootdempingen. Overige milieu-aspecten: het gaat om een atmosferische opslag van water tegen de 100 0C. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is hierop niet van toepassing en ook de bereikbaarheid/bluswater is niet relevant voor de brandweer. Op dit aspect zijn er geen grote bezwaren. Verder zal een warmtebuffer geen geluidsoverlast veroorzaken, omdat de bufferpompen binnen de bestaande WOS zal worden geplaatst en er vindt geen uitstoot plaats van luchtverontreiniging.

Figuur 17: milieu-impact op omgeving

Planning buffers

Eneco realiseert zich dat warmtebuffers impact hebben. Daarom betrekken we de omgeving bij dit project. Communicatie en omgevingsmanagement is dan ook onderdeel van het kritische pad in de planning, waarvoor een plan van aanpak zal worden opgesteld. De bewonersparticipatie zal na de zomer van 2020 worden opgestart.

WARMTEBUFFER NIEUWEGEIN RUI MTELI JK E VI S I E EN IDEEËN BEEL DVOR MING FE BRUA RI 2020

[1] WAAROM - HOE - WAT DUURZAME DOELEN MOGELIJKHEDEN VERDUURZAMING WARMTENET HOE WERKT EEN WARMTEBUFFER ? WARMTEBUFFERS IN REGIO UTRECHT OMGEVINGSASPECTEN VAN EEN WARMTEBUFFER

[2] RUIMTELIJKE VISIE BESTAANDE SITUATIE UITGANGSPUNTEN INPASSING ZICHTLIJNEN

[3] BEELDVORMING BASE CASE VARIANTEN

[1] WAAROM - HOE - WAT

Energieneutraal Nieuwegein 2040 [ WAAROM - HOE - WAT ]

DUURZAME DOELEN

Op weg naar een klimaatneutrale gemeente

Utrecht is een ‘Global Goals City’

+

Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040

4

[ WAAROM - HOE - WAT ]

5

DUURZAME DOELEN : ENERGIE AMBITIE

CO2

UTRECHT & NIEUWEGEIN WILLEN ZO SNEL MOGELIJK VOLLEDIG KLIMAATNEUTRAAL ZIJN

+ $

WILLEN SCHONE EN BETAALBARE ENERGIE LE VEREN

ENECO WIL HET WARMTENET VERDUURZAMEN

[ WAAROM - HOE - WAT ]

6

MOGELIJKHEDEN VERDUURZAMING WARMTENET 2018

2020

2025

2030

% fossi ele energ ie

2040

% her n ieuw bare en ergie

+ BIO

STEG

+

STEG

GEO

BIO

STEG

+ GEO

BIO

BIO GEO

+

STEG (Stroom-en Gascentrale)

+

GEO

Hulpwarmtecentrale

Geothermie

Warmtepomp Rioolwaterzuivering

Power-to-Heat

Industriële restwarmte

Hoge temperatuur opslag

P2H

STEG

+

Biowarmte Installatie HWC

GEO Warmtebuffer

BIO

GEO Biogas Installatie (GOUD) P2H

Z

BUF

[ WAAROM - HOE - WAT ]

7

NAAR EEN EFFICIËNTER WARMTENET DOOR WARMTEBUFFERS ONGELIJK VRAAG

PRODUCTIE LOS TE KOPPELEN VAN DE VRAAG Warmtebuffers maken het mogelijk om deze vraag constant te houden

warmtevraag

> 07:00

11:00

19:00

21:00

De warmtevraag in de ochtend is tot wel 2x zo groot als de warmtevraag in de nacht

125%

EOR 125% minder benodigd piekvermogen

efficiëntere inzet warmtebronnen

minder gebruik van aardgas

EOR

invoeding duurzame bronnen mogelijk

verlaging temperatuur transportnet

minder uitstoot in de stad

[ WAAROM - HOE - WAT ]

8

HOE WERKT EEN WARMTEBUFFER ? WARMTE LADEN

WARMTE ONTLADEN

WANNEER DE WARMTEVRAAG LAAG IS

een warmtebuffer is een vat met een constante hoeveelheid water

WANNEER DE WARMTEVRAAG HOOG IS

De buffers worden geladen door warm water aan de bovenkant toe te voegen, en koud water aan de onderkant te onttrekken

De buffers worden ontladen door warm water uit de bovenkant te onttrekken, en koud water in de onderkant toe te voegen

pomp

pomp

warm water

~ 95o C

koud water

De buffers slaan warmte op

De buffers leveren de opgeslagen warmte

[ WAAROM - HOE - WAT ]

9

WARMTEBUFFERS IN REGIO UTRECHT

• • • •

optie 1

optie 2

Conclusie: optie 3

E E N C E N T RA L E BU F F E R

O NDE RG RONDSE WA RM TE BUFFE RS

DEC E NTRA LE WA RM TE BUFFERS

Een centrale buffer zal op hogere temperatuur geladen moeten worden Hiervoor is een drukbuffer nodig Bij een centrale warmtebuffer zou de temperatuur van de productiemiddelen zelfs hoger liggen dan nu het geval is Als de warmtevraag in de winter te hoog is, is de inzet van decentrale HWC’s (hulpwarmtecentrale) nog steeds nodig

>100 C >100 C >100 C ~50m ~50m ~50m

een centrale buffer moet een drukbuffer zijn

>100 C >100 C >100 C

• •

Dat is qua extra investering en onderhoudskosten zo duur dat het project er niet zou komen. Bij ondergrondse warmtebuffers, is het inspecteren en onderhouden een flinke aangelegenheid

enorme investering en onderhoudskosten van het uitgraven van ondergrondse buffers

•

•

Door decentrale buffers kun je de vraagpiek afvlakken naar het transportnet, waardoor de inzet van decentrale HWC’s in principe niet meer nodig zou zijn Het Utrechtse warmtenet bestaat uit 4 deelnetten (Centrum, Leidsche Rijn, Overvecht, Nieuwegein). Elk deelnet dient te beschikken over minimaal 1 warmtebuffer om het systeem goed te kunnen laten functioneren. Het deelnet Centrum heeft 2 buffers nodig

1 decentrale buffer bij elke deelnet

[ WAAROM - HOE - WAT ]

10

HET WARMTENETWERK NU IN REGIO UTRECHT PRODUCTIE

Overvecht

Centrale Lage Weide

transportnet > 100 oC Centrale Merwedekanaal Rijnsweerd

OVERDRACHTSSTATION & WARMTEBUFFER

Nicolaas Beetsstraat

~ 95 oC

Leidsche Rijn

Kanaleneiland

distributienet > 72 oC

WARMTELEVERING Zuilenstein

Bestaande systeem Centrales WOS & hulpwarmtecentrales Transportleidingnet Stadsverwarming gebied Eneco

Nieuwegein Verduurzaming bronnen WOS of RWZI met voorgestelde buffer Warmtepomp RWZI (in ontwikkeling)

iel aa n sim fo n

eg ew

ni

[ WAAROM - HOE - WAT ]

li er at W

11

LOCATIES VAN DE WARMTEBUFFERS Atoomweg

n Ou

e ste D

1

Over

5

an denla

A.C.

Verh o

efwe

g

Biltse

straatw eg

4

eg ew

sim

2

ni

ijk

sed

out

h ven Loe

inalaan

Kon wilhelm

1 . Ge bi e d Le i dsc he Ri j n [ La ge We i de]

2 . Ge bi e d N i e uwe ge i n [ Zu i l e n ste i n]

ste D

Over

en O

ude

ste D

en O

Over

Atoomweg

uden

A.C.

laan

Verh o

Biltse

efwe

straat

g

weg

Biltse

fo ni el

aa

n

straatw eg

er at W

sim

li er at W

fo n

iel

aa

n

3

eg ew

i

lin

ijk

sed

out

h ven Loe

eg ew

ni

li er at W

inalaan

Kon wilhelm

G ebied O ver vec ht [ WWTP] De buffer voor het gebied Overvecht wordt separaat ontwikkeld als onderdeel van het Warmtepompproject bij de Rioolwaterzuivering Utrecht

3. Ge bi e d Ce nt rum [ Ka na l e ne i l a nd]

Atoomweg

4 . Ge bi e d Ce nt ru m [ R i j n s we e rd ]

[ WAAROM - HOE - WAT ]

12

OMGEVINGSASPECTEN VAN EEN WARMTEBUFFER FORMAAT verhouding van 1:1

LOCATIE binnen 30m van de WOS

IMPACT geen risicocontour/geluid/emissies

Er is geen sprake van een risicocontour tot woningen of andere functies

WOS min. 18m

min. 18m

De gekozen hoogte/diameter verhouding van 1:1 biedt een capaciteit van 4000 m3 en zorgt voor een lagere hoogte en meer vermogen voor de warmtebuffers.

De buffer dient dichtbij de WOS geplaatst te worden. Zo kan de buffer worden geladen met een hoge temperatuur voor de optimale volume efficiëntie.

Omdat de bufferpompen binnen de bestaande WOSsen worden geplaatst, zullen ze vanaf de openbare ruimte niet hoorbaar zijn.

Onder specifieke paar keer per jaar, is kleine waterdamp pluim zichtbaar als gevolg van expansie. Geen emissies!

[2] RUIMTELIJKE VISIE

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

LOCATIE WARMTEBUFFER NIEUWEGEIN

14

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

BESTAANDE SITUATIE

Images / re nders of t h e site & con text

15

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

OMGEVINGSKAART O P M ERK I NG EN • • • • • •

4 verschillende buurten rond de locatie van de warmtebuffer Voornamelijk residentieel gebruik Commerciële en evenementenruimtes ten noorden van het interventiegebied Plangebied is gelegen op kruispunt van autoinfrastructuur Groen binnen plangebied met beperkte natuurwaarde Weinig pleinen en verblijfplaats voor alle leeftijden

AAN DAC HTS PU N T E N • • •

Zichtbaarheid Grondeigendom Fiets tunnel Plangebied Groenstructuur Stapstenen gebruiksgroen met natuurwaarde Overig gebruiksgroen Dicht groen

Mobiliteit Fietspad Autoweg

Landgebruik Woningen Evenementen Commercieel Sport Gezondheidszorg Gebied in ontwikkeling

16

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

17

UITGANGSPUNTEN B EST EM MI N G / OM GEV I NG Eneco WOS

FORMA AT & LOCATIE

30 m radius

Groen Woningen Water 30 m

Nuts Eigendom Eneco

TO EGA N KEL I JK H E I D

ON D E RG RON D S E IN FRASTRU CTU U R

Auto entree van Symfonielaan Kabels, leidingen, riolering

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

PLANKAART IN PASS I N GSST U DI E

+

De hoogte van de buffer wordt afgeschermd door hoge bomen

+

De perceptie van de buffer door de omliggende woningen is beperkt vanwege de aanwezigheid van bomen

+

De locatie van de buffer in het groen doet geen afbreuk aan de bomen of het gebruik van de ruimte

+

De rol van groen wordt niet aangetast (aankledingsgroen)

+

Mogelijkheid om groen als “screeningelement” rond de buffer te gebruiken en in de context te integreren

-- Hoge zichtbaarheid van de wegen -- Belemmering van het zicht op bomen

Eigendom Eneco 30 m radius

18

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

LOCATIE HEK VA R I A N T 1

VA RIA N T 2

H E K O M BU F FE R

HE K “OV E R” BU FFE R

Hek

Hek

30 m radius

30 m radius

19

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

ZICHTLIJNEN 1

1 zicht vanaf A.C. Verhoefweg richting het zuiden

2

2 zicht vanaf Batauweg richting het oosten

20

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

ZICHTLIJNEN 3

3 zicht vanaf Symfonieweg kijkend richting westen

4

4 zicht vanaf Marimbalaan richting het noorden

21

[ RUIMTELIJKE VISIE ]

ZICHTLIJNEN 5

5 zicht vanuit wijk Batau richtng oosten

22

[3] BEELDVORMING

[ BEELDVORMING ]

24

BASE CASE : DE INDUSTRIËLE BUFFER +10.050

geprofileerde stalen gevelbeplating

Industrieel buffer van geprofileerde stalen gevelbeplating

stalen lekdorpel

+2.400

betonnen plint

*

*

E

D

C

B

A

Definitief tekening nummer: OV-0.32 wijzigingsdatum: 25-01-2019 datum: 09-11-2018

ENECO warmtepompinstallatie RWZI-terrein Overvecht Utrecht onderdeel:

Noordwestgevel (as 1) Zuidoostgevel (as 10) projectnummer: 2981B schaal: 1:100 1:

H

formaat: 594x841 (A1) kenmerk: 2981B ENECO warmtepompinstallatie.pln referte: Marcel Steeghs, Wilco Huppelschoten opdrachtgever: Eneco, Rotterdam

Postbus 465, 3800 AL Amersfoort, 033 470 11 88, www.svp-svp.nl

[ BEELDVORMING ]

25

BASE CASE : DE INDUSTRIËLE BUFFER

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR DE 4 WIJKEN

18 m

18 m

[ BEELDVORMING ]

26

BASE CASE : DE INDUSTRIËLE BUFFER

Industrieel buffer van geprofileerde stalen gevelbeplating

[ BEELDVORMING ]

KANSEN

Hoe kunnen we de omliggende buurten versterken?

Hoe kunnen we de buffer aantrekkelijker maken ?

Hoe kunnen we een nieuw icoon voor duurzaamheid maken ?

27

[ BEELDVORMING ]

28

VARIANT A : DE ‘EYECATCHER’ BUFFER

GALECOP

BLOKHOEVE

BATAUNOORD

um ntr Ce

ZUILENSTEIN

ars

na ste

n Ku

DE WARMTEBUFFER ALS EEN “CANVAS” VOOR LOKALE KUNSTENAARS

[ BEELDVORMING ]

29

VARIANT A : DE ‘EYECATCHER’ BUFFER

+

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ENERGIESYSTEEM

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR

Fence

DE 4 WIJKEN

KUNSTWERK DIRECT OP DE WARMTEBUFFER GESCHILDERD. HET

18 m

‘MURALES’ CONCEPT KUNT WORDEN ONTWIKKELD IN SAMENWERKING MET LOCALE KUNSTSCHOLEN

18 m +

[ BEELDVORMING ]

30

VARIANT A : DE ‘EYECATCHER’ BUFFER

Geschilderde kunstwerk aan de buitenkant van de warmtebuffer

[ BEELDVORMING ]

31

VARIANT B : DE GROENE BUFFER

DE WARMTEBUFFER ALS EEN BELANGRIJK GROEN EN ECOLOGISCH KRUISPUNT

[ BEELDVORMING ]

32

VARIANT B : DE GROENE BUFFER

+

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ENERGIESYSTEEM

Fence

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ECOLOGIE EN DUURZAAMHEID

EEN LATWERK MET KLIMPLANTEN

18 m

EN INSECTENHOTELS DIE DOOR DE LOCALE INWONERS OF SCHOLEN KUNNEN WORDEN VERZORGD

18 m

[ BEELDVORMING ]

33

VARIANT B : DE GROENE BUFFER

Latwerk rondom de buffer voor klimplanten; planten met verschillende hoogtes creëren een dynamiek patron

[ BEELDVORMING ]

34

VARIANT C : DE SPEELBUFFER

DE WARMTEBUFFER ALS EEN “INNOVATIEF SPEELPLEK” VOOR ALLE LEEFTIJDEN

[ BEELDVORMING ]

35

VARIANT C : DE SPEELBUFFER

+

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ENERGIESYSTEEM

Fence

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ONTMOETEN EN SPELEN

EEN DUBBEL TRALIEWERK

18 m

VOOR ACTIEF SPELEN/SPORTEN (KLIMTOUWEN, HELLINGBANEN, SCHOMMELS, NETTEN)

18 m

[ BEELDVORMING ]

36

VARIANT C : DE SPEELBUFFER

Traliewerk rondom de buffer met klimtouwen, schommels en netten

[ BEELDVORMING ]

37

VARIANT D : DE GETRAPTE BUFFER

GALECOP

BLOKHOEVE

BATAUNOORD

DE WARMTEBUFFER ALS EEN “ONTMOETINGSPLEK” ZUILENSTEIN

VOOR DE 4 AANGRENZENDE WIJKEN

[ BEELDVORMING ]

38

VARIANT D : DE GETRAPTE BUFFER

+

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR ENERGIESYSTEEM

Fence

FUNCTIONEEL ELEMENT VOOR DE 4 WIJKEN

EEN “STEIGER” -STRUCTUUR ROND

18 m

DE BUFFER DIE EEN AMFITHEATER CREËERT VOOR DE BEWONERS, BEZOEKERS EN VOORBIJGANGERS OM ELKAAR TE ONTMOETEN

18 m

[ BEELDVORMING ]

39

VARIANT D : DE GETRAPTE BUFFER Hoge deel : geschilderde kunstwerk op de buffer die het beeld van de tribune uitbreidt Lage deel : tribune rondom de buffer

PROCES [1] WANNEER PLAN VAN AANPAK

[2] WIE SAMENWERKING

[ WANNEER ]

42

PLAN VAN AANPAK

ONTWERPSTAPPEN

J ULI - AUG 201 9

AUG - OKT 201 9

O KT - D EC 201 9

20 20

STAP 1

STAP 2

STAP 3

STAP 4

Technische randvoorwaarden

Ruimtelijke analyse van de

Kansen voor medegebruik

Beeldkwaliteit en definitie

voortkomend vanuit het systeem

omgeving

• Ideeën over beeld en gebruik

ruimtelijke criteria voor architect

• Het systeem als geheel voor

• Zichtlijnen, hoogtes, dimensies

• Interessante combinaties

• Beeldkwaliteit document

Utrecht • Specifieke onderdelen voor de diverse locaties

gemaakt • Relatie met omliggende wijken,

die een meerwaarde voor de

• Toetsingscriteria

omgeving betekenen

groen, infrastructuur • Bereikbaarheid en toegankelijkheid van locatie en

DIALOOGSTAPPEN

omgeving

STAP 1

STAP 2

STAP 3

Mapping van stakeholders

Definiëren proces met gemeentelijke partijen & omgeving

Dialoog met Welstand

• Afspraken OKRA-Eneco

• Afstemming dialoogproces met PM’s van Gemeente Utrecht &

• Toetsingssessies met

• Kick-off overleggen met

Gemeente Nieuwegein

Gemeentelijke Partijen per wijk • Voorgespreken met

Gemeente Utrecht & Gemeente

• Toetsingssessies met Gemeentelijke Partijen per wijk

Nieuwegein

• Toetsingssessies met belangenorganisaties per wijk

Stedenbouw Gemeente Utrecht

• Bewonersparticipaties per wijk, als het nodig is

en Nieuwegein • Welstandcommissie

[ WIE ]

43

SAMENWERKING ST U U RG RO E P Eneco

K L A NKBOR D G RO E P Wiet Baggen, Inge van de Klundert, Joop Oude Lohuis, Jeanet Hekhuis, Johan Boterenbrood, Dietje van Eif, Jan van Berkel, Ruben van Brenk, Hans Kraaij

G E M EEN TE UTRECH T

PROJ ECTGROEP

GEMEENTE NIEU WEGEIN

Vera Haaksma, Verantwoordelijke Richard van der Westen, Project manager

Eneco + OKRA Boudewijn Janse de Jonge, Project developer

Daniëlle Melman, Project lead Geurt Schepers, Adviseur Pieter Doesburg, Communicatie

W E TH OUD E R S Lot van Hooijdonk, Kees Diepeveen, Klaas Verschuure, Anke Klein, Linda Voortman

Eneco Sander Tensen, Project engineer Eneco Rick Düking, Vergunningsmanager Eneco Karin de Backer, Communicatie Eneco Martin Knuijt, Project director OKRA Nefeli Kalantzi, Projectleider OKRA

W ET H O UDERS Marieke Schouten, Hans Adriani

W E LSTA N D

W ELSTAND

WIJ K ZUI DW EST [Kanaleneiland]

WIJK OOST [Rijnsweerd]

Ron te Veldhuis, Projectmanager Wilhelminawerf Judith Zuidgeest, Gebiedscoördinator MWKZ dgb 4 Thomas van Elteren, Gebiedscoördinator Zuidwest Loog Landal, Wijkadviseur Dichterswijk

Martine Sluijter, Gebiedsregisseur Marcel Veenendaal, Gebiedssecreataris

• •

• • • •

GEMEENTELIJKE PARTIJEN

Stedenbouw/Landschap [Eric Rossen, Leon Borlée] MWKZ

BELANGHEBBENDEN

Condor Wessels [Robert Goes, Ruud Kersten] BPD [Martijn Schouten] Woonboten Merwedekade Appartementen Rolderdiephof

• •

• • • •

GEMEENTELIJKE PARTIJEN

Stedenbouw/Landschap [Claar Talsma] Ecologie [Mies van Aar]

BELANGHEBBENDEN

Provincie Utrecht [Wietske Dubelaar] Rijksvastgoedbedrijf [Annelien van de Graaf] Stichting Park Bloeyendaal Bewoners Merkesstraat

WIJ K WEST [Lage Weide]

WIJ K NOOR D [Zuilenstein]

Esther van Bladel, Wijkcoördinator Sanne Bischoff, Gebiedssecretaris

Shida Versteeg, Wijkcoördinator

• •

• •

GEMEENTELIJKE PARTIJEN

BELANGHEBBENDEN

•

• • •

GEMEENTELIJKE PARTIJEN Andere wijkcoördinatoren [Bas Meijer, Fransje van Beek]

BELANGHEBBENDEN

De Woon Industrie Mc Donald’s, NBC, Blokhoeve Bewoners Poseidonburg, Mercuriusburg en Frans Halshage

Adviesdocument Warmtebuffer

Aanvraaggegevens Adres/locatie

Symfonielaan/A.C. Verhoefweg

Aanvrager/initiatiefnemer

Eneco

Omschrijving

Haalbaarheidsstudie warmtebuffer

Accounthouder/casemanager

Danielle Melman

Datum

29 april 2020

aanvraag

1. NADERE OMSCHRIJVING ADVIESVERZOEK a) Aanleiding

Haalbaarheidsstudie voor onderbouwing locatievoorstel Principeaanvraag Aanvraag omgevingsvergunning Legalisatieonderzoek De instandhoudingstermijn van het aangevraagde project is: Tijdelijk: Permanent b) Omschrijving project

Eneco is in de gemeente Nieuwegein op zoek naar een geschikte locatie voor het realiseren van een warmtebuffer voor het verduurzamen van hun warmtenetwerk. Voorwaarde voor het realiseren van een warmtebuffer is dat deze binnen een straal van 30 m van een WOS geplaatst moet worden Zo kan de buffer worden geladen met een hoge temperatuur voor de optimale volume efficiëntie. Er zijn twee WOSsen in Nieuwegein; één bij het Antonius ziekenhuis en één in de wijk Zuilenstein (hoek Symfonielaan/A.C. Verhoefweg). De WOS bij het ziekenhuis wordt gevoed met niet -duurzame bronnen, dit maakt deze locatie ongeschikt voor het realiseren van een warmtebuffer. Om het netwerk duurzamer te maken, moet de warmtebuffer immers geladen worden met duurzame warmte. Eneco heeft daarom de wens om een warmtebuffer te realiseren nabij WOS Zuilenstein. Vanuit het college zijn vragen gesteld over hoe Eneco tot de keuze van de WOS Zuilenstein is gekomen en of er ook nog alternatieve locaties mogelijk zijn door middel van het verplaatsen van een WOS of een nieuwe WOS te realiseren. Eneco kan deze keuze beargumenteren, maar deze staat nog niet in een rapportage beschreven. De vraag vanuit de gemeente Nieuwegein is om dit keuze traject inzichtelijk te maken in een rapportage, in een haalbaarheidsstudie.

Om zo voor zowel bestuur als bewoners duidelijkheid te geven wat de redenatie achter de uiteindelijke keuze is geweest voor Eneco.

2. CONCLUSIE ADVIESVERZOEK De gemeente staat positief tegenover het plaatsen van een warmtebuffer gelet op het verduurzamen van het warmtenet. Wel zijn er diverse opmerkingen gemaakt waarmee rekening moeten worden gehouden bij de voorbereiding dan wel uitwerking van het plan, zoals participatie met de omgeving, archeologie, bodem, uiterlijk van de buffer en eventuele windhinder.

3. RUIMTELIJK BELEID a)

Gemeentelijk ruimtelijk beleid

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Beleid De gemeente Nieuwegein heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn en om dit te kunnen bewerkstelligen is de Routekaart Energieneutraal Nieuwegein 2040 hier de leidraad voor. Nieuwegein is grotendeels in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw opgebouwd en toen is ook de energie-infrastructuur aangelegd. Ruim 50% van de huishoudens is momenteel aangesloten op het stadswarmtenet en mogelijk gaat dit toenemen in het kader van de uitvoering van de Transitie Visie Warmte (in ontwikkeling). Dat biedt kansen om de warmtevoorziening in Nieuwegein op grotere schaal te verduurzamen. In 2040 wordt alle benodigde warmte in de gemeente Nieuwegein duurzaam opgewekt via een mix van duurzame technieken.

4. RUIMTELIJKE KWALITEIT a)

Cultuurhistorie

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Positief dat wordt nagedacht over een toegevoegd functie voor de buurt/omgeving aan de buitenzijde/rondom de buffer. Participatie inderdaad vereist. Het ontwerp zal t.z.t. door de Vakgroep Ruimtelijke Kwaliteit moeten worden beoordeeld, waarin de disciplines Stedenbouw, Architectuur, Erfgoed vertegenwoordigd zijn. b) Archeologie

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Het is correct dat er geen archeologisch onderzoek vereist is vanuit het archeologisch beleid, wanneer het plangebied beperkt is tot 260 m². Wat mij niet helemaal duidelijk is, is hoeveel m² aan bodemingrepen uitgevoerd worden voor de aanleg van kabels en leidingen, infrastructuur of anderszins. Deze eventuele m² horen ook bij het plangebied en moeten meegerekend worden. Ik wil verder meegeven dat ten noorden van de Symfonielaan, in de wijk Blokhoeve een Romeinse nederzetting is aangetroffen. Aangezien bij eventuele archeologische toevalsvondsten bij de aanleg van de buffer, werkzaamheden stilgelegd moeten worden om aangetroffen archeologie alsnog te documenteren zou ik adviseren voor de zekerheid archeologisch onderzoek uit te voeren. Doel is dan om zoveel mogelijk proberen uit te sluiten dat archeologische toevalsvondsten tijdens de bouw voor kostbare vertraging zorgen. Geen eis, maar een dringend advies. In relatie tot het vraagstuk rondom Geothermie; wanneer beide op deze locatie gaan plaatsvinden, wordt het plangebied groter, en is een onderzoek waarschijnlijk een verplichting.

c)

Stedenbouw/ Architectuur (Nota Ruimtelijke Kwaliteit)/ Landschap

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

De locatie is conform eerdere advisering. Belangrijk was bij eerdere advisering: maak duurzaamheid zichtbaar op een mooie manier. Maak er een eyecatcher van. Neem hierin goed de buurt in mee. Daar wordt volgens de stukken aan voldaan. d) Bouwen

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

5. MILIEU a)

Geluid

Akkoord b) Bodem

Akkoord

Het nut en de noodzaak van een buffer om pieken en dalen in de vraag op te vangen, nabij de bron en het warmtetransportnet, is duidelijk. Het niet ondergronds plaatsen van de buffer en niet deels ondergronds plaatsen is logisch, gezien de hoge onzekerheid en aanzienlijke toename in de kosten. Een terecht pleidooi voor een bovengronds warmtebufferstation met pomp op locatie Zuilenstein (hoek Symfonielaan en A.C. Verhoefweg), naast locatie N6 voor Geothermie. Van deze locatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. Delen van deze locatie zijn verdacht in verband met enkele gedempte sloten, deze kunnen bodemvreemd materiaal bevatten en/of verontreinigd zijn met zware metalen, PAK en/of asbest. In hoofdstuk ‘Impact omgeving’ op pagina 11 worden diverse opties weergegeven, waarbij de gevoeligheid van het bodemgebruik varieert. Als er een speel- of ontmoetingsplek van wordt gemaakt is het gebruik van gevoeliger aard dan als er slechts af en toe mensen komen om onderhoud aan de inrichting te plegen. Ik zie het aspect bodem als zijnde chemische of milieu-hygiënische bodemkwaliteit nergens meer terugkomen. Dit valt mijns inziens onder “Milieu- en omgevingsaspecten”. Onduidelijk is waar dit wordt ondergebracht. De conclusie voor bodem is in elk geval dat vooraf een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is, zeker als er een gebouw komt met een structureel verblijf van mensen.

Kan ook een werkruimte zijn. Ook vooraf aan graafwerk is dit nodig, in verband met de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde slootdempingen.

c)

Milieueffectrapportage

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

In het Besluit m.e.r. staat in de bijlage onder Activiteit D 8.4 “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor transport van warm water of stoom”. Mijn beeld is dat het hier niet gaat om wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor warm water en dat de realisatie van het buffervat daarmee niet valt onder de m.e.r.-wetgeving en er daarmee ook geen aanmeldingsnotitie nodig is. Nadere onderbouwing lijkt zinvol om mogelijke vertraging later in het traject te voorkomen. d) Windklimaat

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

De bouwhoogte lijkt 18 meter te worden. De NEN 8100 voor windklimaat stelt voor gebouwen met een bouwhoogte hoger dan boven 15 meter : 

Voor beschut liggende gebouwen met een hoogte tussen de 15 m en 30 m en voor onbeschut liggende gebouwen tot een hoogte van 30 m is de hulp van een windhinderdeskundige noodzakelijk om te beoordelen of er wel of niet windtunnel- CFD-onderzoek noodzakelijk is.

6. FLORA EN FAUNA a)

Natuurbescherming

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Niet akkoord

n.v.t.

b) Groenstructuurplan

Akkoord

Aandacht

Maakt geen onderdeel uit van het groenstructuurplan. c)

Bomen

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Indien er bomen moeten verdwijnen, dan geldt de “drietrapsraket” uit he boombeschermingsplan: 1. is er een oplossing waarbij geen bomen gekapt hoeven worden (bv andere locatie) 2. zo niet: volwaardige herplant op eigen terrein (kwaliteit, niet perse kwantiteit) 3. financiële boomwaarde compenseren d) Overig groen

Akkoord e)

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Niet akkoord

n.v.t.

Stikstofdepositie

Akkoord

Aandacht

7. VEILIGHEID a)

Externe veiligheid

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Externe veiligheid niet relevant. Activiteit is geen risicovolle inrichting conform Bevi. b) Brandveiligheid

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Het gaat om een atmosferische opslag van water tegen de 100 0C. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is hierop niet van toepassing en ook de bereikbaarheid/bluswater is niet relevant voor de brandweer. Op dit aspect zijn er geen grote bezwaren. Dat betekent niet dat er helemaal geen veiligheidsrisico’s zijn. Bij instantaan falen komt er immers 4 miljoen liter kokend water vrij en dus absoluut dodelijk voor iemand die daarin terecht komt. Voor de faalkans en het uitstroomgebied dienen er in het vervolgtraject meer gegevens aangeleverd te worden.

8. WATER a)

Oppervlaktewater

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Op 60 m is oppervlaktewater aanwezig. Bij een spil kan er thermische vervuiling optreden en een sterfte van waterorganismen. Echter, de kans hierop is zeer klein indien voldaan wordt aan de voorschriften van de Omgevingswet (BKL, BAL, BBL). Ook zal het evenwicht zich herstellen, omdat het water verder niet verontreinigend is. b) Grondwater

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Water is geen bodemverontreinigende stof, voor de thermische verontreiniging zie hierboven.

9. DUURZAAMHEID a)

Duurzaamheid

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Dit initiatief voor een warmtebuffer naast het warmteoverdrachtstation zorgt ten eerste voor het afvlakken van de dagelijkse piekvraag van de stad Nieuwegein, zodat de efficiency van het warmtenet direct verbetert. Ten tweede zorgt de warmtebuffer ervoor dat hetzelfde beschikbare warmteleveringsvermogen in Nieuwegein meer warmteafnemers kan bedienen zodat groei van het aantal warmteafnemers in Nieuwegein mogelijk is. Daarmee kan de warmtebuffer een bijdrage leveren

aan de transitie naar aardgasvrije verwarming. Ten derde maakt de warmtebuffer het mogelijk om duurzame warmtebronnen aan het warmtenet te koppelen zoals aardwarmte en aquathermie. Samenvattend is de warmtebuffer belangrijk voor een energieneutraal Nieuwegein in 2040.

10.

Cartografie Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

In de verkenning buffer warmtenet staat de WOS Nieuwegein Antonius ziekenhuis te ver naar het zuiden ingetekend.

11. a)

BEHEER EN INRICHTING OPENBARE RUIMTE Kabels en leidingen

Akkoord

Aandacht

Niet akkoord

n.v.t.

Akkoord, mits de buffer niet op een plek komt waar al kabels en leidingen in de grond liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=fc527038-56b8-45ed-86ec-d8417f58f7a2