CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

1-7 De brief van De Veluwe Raadgeving d.d. 30-05-24 te betrekken bij behandeling van het voorstel over Overeindseweg

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken3.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1-7 Leusden, 30 mei 2024 Betreft Raadsvoorstel Overeindseweg 34b en c Geachte leden van de Raad, Namens de initiatiefnemer (IJssel & Veldzicht B.V.) van het plan dat staat genoemd onder het raadsvoorstel Overeindseweg 34b en c, wend ik mij tot u met het volgende. In 2012 is er op initiatief van de provincie Utrecht ter hoogte van Overeindseweg 34A in uw gemeente, een fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal gelegd. Deze aanleg vergde de verwerving van gronden van de eigenaar van het perceel Overeindseweg 34a (familie). De gesprekken daarover mondden uit in een overeenkomst met deels een betaling in geld en deels een betaling in het willen meewerken van de gemeente Nieuwegein aan een plan tot het bouwen van een tweetal woningen op een locatie gelegen aan de kop van het zandlichaam dat moest worden aangelegd ten behoeve van de op/afrit naar de fietsbrug. Dit leidde tot uiteindelijk een bestemmingsplan dat door uw Raad in de junivergadering zou worden vastgesteld. Echter, het publiceren van dit voornemen leidde tot een tweetal reacties van de provincie Utrecht (zie bijlagen) met als gevolg het voorstel van het College dat nu bij u voorligt en waarin u wordt gevraagd het betreffende bestemmingsplan niet vast te stellen. Op de consequenties daarvan ga ik in dit schrijven in.

Voorop moet worden gesteld dat het niet-vaststellen van het bestemmingsplan in strijd met het evenredigheidsbeginsel zou zijn. Het is immers onredelijk bezwarend om van een partij te verlangen dat eigendom wordt overgedragen om een ontwikkeling mogelijk maken (de fietsbrug), waarbij een deel van de koopprijs bestaat uit medewerking van de gemeente aan de bouw van 2 woningen en vervolgens de afronding van die medewerking stopt op het moment dat een zienswijze wordt ingediend door de provincie. Dat betekent een ingrijpende aantasting van het eigendomsrecht van IJssel- en Veldzicht B.V. De familie Van Arkel/IJssel- en Veldzicht zou namelijk nooit de gronden ten behoeve van de ontwikkeling van de fietsbrug hebben overgedragen aan de gemeente als men geweten had dat het vertrouwen dat men had in de gemeente Nieuwegein (immers, al heel lang inwoners) zou worden beschaamd na jaren van goede samenwerking om tot een passend plan te komen, door na een zienswijze van de provincie deze medewerking abrupt te beëindigen. Daarmee wordt Van Arkel/IJssel- en Veldzicht B.V. onevenredig hard geraakt doordat hij nu de helft van de aankoopprijs van zijn gronden misloopt. Zeker nu fundamentele rechten van IJssel- en Veldzicht B.V. worden aangetast (namelijk het eigendomsrecht), moet worden geconcludeerd dat het niet-vaststellen van het bestemmingsplan overwegend onevenwichtig is.

Het niet-vaststellen van het bestemmingsplan is dus in strijd met de evenredigheid, omdat Initiatiefnemer de helft van het verkoopbedrag van zijn gronden niet ontvangt, terwijl de verkoop er juist toe diende om een de aanleg van een fietsbrug (met provinciale middelen gefinancierd) door de gemeente mogelijk te maken. Bovendien is aangetoond dat de ruimtelijke gevolgen van het plan verwaarloosbaar zijn gelet op het materiaalgebruik en ontwerp van de woningen alsmede dat de woningen nagenoeg uit het zicht van te beschermen Waterliniewerken worden geplaatst (vanwege de ophoging van de fietsbrug) en dat de bouw slechts incidenteel en kleinschalig van aard is. Er zijn immers geen andere initiatieven in de buurt en het initiatief dient uitsluitend als onderdeel van de verkoopprijs van de gronden die de fietsbrug mogelijk hebben gemaakt. Daarnaast is nog relevant dat de woningen ook goed passen in de

omgeving vanwege op de omstandigheid dat op naastgelegen percelen ook reeds woningen aanwezig zijn, waardoor het straatbeeld nagenoeg ongewijzigd blijft. Gelet op het evenredigheidsbeginsel ligt het dus op de weg van de Raad om het bestemmingsplan alsnog vast te stellen. De omstandigheid dat IOV wordt ingeroepen door de provincie in een zienswijze maakt dit niet anders. Ook de Provincie beschikt namelijk over een hardheidsclausule in artikel 1.6 van de IOV. De Provincie heeft hier in de zienswijze geen rekenschap van gegeven. Zeker gelet op de omstandigheid dat de woningen onderdeel uitmaken van een anterieure overeenkomst ten behoeve van de bouw van de fietsbrug, die op zijn beurt weer mede op initiatief van de provincie is gerealiseerd, moet de provincie rekening houden met het tweetal woningen dat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Voor de goede orde moet ook nog worden opgemerkt dat een zienswijze van de provincie de gemeente niet ontslaat van de inspanningsplicht om medewerking te bieden aan de ontwikkeling van 2 woningen. Voor zover de Provincie haar interbestuurlijk instrumentarium zou toepassen om de ontwikkeling te voorkomen, ligt het logischerwijs op de weg van de gemeente om (samen met initiatiefnemer) beroep in te stellen tegen een dergelijk besluit.

Het niet-vaststellen van het bestemmingsplan en in een eventuele beroepsprocedure tegen initiatiefnemer in rechte op te treden staat daarom haaks op het oogmerk om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van 2 woningen. Ter nadere verduidelijking van het standpunt van initiatiefnemer reageer ik hieronder op het gestelde in zowel de van de provincie op 21 juli 2023 ontvangen reactie op het voorontwerp bestemmingsplan als op de op 26 januari 2024 ontvangen zienswijze (zie bijlagen). De tekst van de Provincie is ter onderscheid in cursief. Provincie: Het bestemmingsplan maakt de realisatie van twee woningen mogelijk aan de Overeindseweg nabij nummer 34 in Nieuwegein. Sinds 2013 is er wat dat betreft met name op het punt van de status van de Nieuwe Hollandse Waterlinie iets belangrijks veranderd. Inmiddels hebben de Hollandse Waterlinies de status van UNESCO Werelderfgoed. Hiermee hangt samen dat inmiddels strikte regels van toepassing zijn ten behoeve van de bescherming van het Werelderfgoed. Dat komt niet alleen tot uiting in de instructieregels in artikel 7.2 van de IOV, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van de voorbeschermingsregel in artikel 10.6f van de IOV: Verbod aantasting uitzonderlijke universele waarde van de (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Beide zijn mede een verplichte implementatie van rijksregels.

In 2013(!) is op initiatief van de Provincie en met Provinciale financiering IN het werelderfgoedgebied een fietsbrug aangelegd. Deze ‘landt’ aan de Overeindsewegzijde precies aanpalend aan de kavel waar de betrokken twee woningen worden gebouwd. Het zandlichaam geeft een enorme footprint in het volgens de Provincie ook al in 2013 bijzondere gebied. Nu is het plan om naast die footprint twee woningen te bouwen die qua ontwerp en materiaalgebruik precies passen in hoe ooit in het gebied werd gebouwd. Als de IOV zoals genoemd door de Provincie in haar bedenking en zienswijze op de fietsbrug van toepassing zouden zijn verklaard, had deze er nooit mogen komen. Maar hij staat er wel. De Provinciale overheid meet hier duidelijk met twee maten waarbij het eigen belang van de provincie wel ruimte krijgt maar het belang van een gewone burger te loor gaat. Provincie: Verstedelijkingsverbod landelijk gebied

Het provinciaal beleid is erop gericht de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden. Om dat te bereiken moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen voorkomen worden. Artikel 9.2 schrijft louter voor dat geen verstedelijking is toegestaan in landelijk gebied. Het toevoegen van twee woningen op een locatie waar in de nabijheid reeds vergelijkbare woningen aanwezig zijn en gezien het ontwerp en het materiaalgebruik (zie bijlage) eveneens verwaarloosbare effecten voor de omgeving hebben, kan niet worden gezien als ‘een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen’ zoals volgt uit de toelichting bij de IOV. Het gaat enkel om het eenmalig toevoegen van twee woningen. Bovendien maken de woningen onderdeel uit van de anterieure overeenkomst die de bouw de fietsbrug mogelijk maakt. De benodigde grond om het overheidsplan (bouw fietsbrug) tot uitvoer te brengen is aangekocht van de initiatiefnemer (koopovereenkomst dd. 2 juli 2012, zie bijlage), waarbij het meewerken van de gemeente aan het mogen bouwen van twee woningen op de locatie aan de voet van de kop van het zandlichaam van de oprit naar de fietsbrug onderdeel van de aankoopprijs was. Dit zoals nu voorgesteld.

Daarmee is de ontwikkeling ook incidenteel van aard en is er geen risico voor ‘ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen’ Tot slot is nog noemenswaardig dat de provincie in de IOV ook erkent dat de gronden niet per definitie gevrijwaard moeten blijven van woningbouwontwikkelingen (zie kaart op pagina 247 van de IOV). Provincie: Daarom is het uitgangspunt voor de provincie dat nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden zijn. Dit is – zie boven – niet vol te houden. Provincie: Artikel 9.8 Kernrandzone De provincie stimuleert gemeenten om beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied binnen de Kernrandzone. In de toelichting van het plan wordt gesteld dat er een kwaliteitsverbetering ontstaat ten opzichte van de huidige situatie doordat de nieuwe woningen goed worden ingepast en aansluiten op de bebouwing aan de Overeindseweg. De realisatie van twee woningen op wat nu nog een agrarisch perceel is, is echter een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, mede omdat het gelegen is binnen het Werelderfgoed gebied Hollandse Waterlinies. De aantasting van de ruimtelijke kwaliteit maakt dat de uitzondering van artikel 9.8 hier niet te gebruiken is.

Het voorliggende bestemmingsplan draagt niet bij aan versterking van de kwaliteit van de kernrandzone, maar betekent een aantasting van het buitengebied, en kan alleen toegestaan worden als tegelijkertijd een versterking zou plaatsvinden in de Kernrandzone. Het plan sluit juist wel naadloos aan bij het gestelde onder 9.8. Immers, de kwaliteit van het ontwerp van de woningen alsmede het materiaalgebruik trekken de omliggende woningen (qua ontwerp en materiaalgebruik in het geheel niet bijzonder) als het ware op en versterken juist de omliggende ruimtelijke kwaliteit. Ter onderbouwing hiervan wijs ik u nadrukkelijk op al het gestelde in het door bureau Mooisticht te Bunnik geformuleerde plan (zie bijlage). Het voorliggende bestemmingsplan is hier geheel op gebaseerd. Het feit dat het belang van de landschappelijke waarden niet alleen wordt ondersteund door het bouwen van de twee woningen, maar ook dat door dit plan ze juist worden beschermd/versterkt blijkt uit het plan van Mooisticht. Zie onder meer deze citaten daaruit: Agrarisch cultuurlandschap

De Overeindseweg is de middeleeuwse ontginningsbasis van de cope-ontginning Overeind. Het transparante boerderijenlint met de laanbeplanting en een wetering aan de noordkant van de weg nog steeds een structurerend historisch element in het landschap. De kavelsloten staan onder een niet-haakse hoek op de weg aan. Aan de zuidkant zijn de kavels ter plekke drastisch ingekort door de aanleg van het kanaal. Linie van Laagraven Ondanks dat dit collegebesluit lang voor de toekenning van de UNESCO-status heeft plaatsgevonden, is een zorgvuldige landschappelijke inpassing ten behoeve van de leesbaarheid van het landschap van de Hollandse Waterlinies van groot belang. Het document (Gebiedsanalyse Nieuwe Hollandse Waterlinie Laagraven) vormt mede de basis van de kwaliteitsbeschrijving. De linie van Laagraven is met zijn dubbele fortenring bijzonder in het geheel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze dubbelring kwam voort uit de militair-technische ontwikkelingen en het vanwege de landschappelijke kenmerken gecompliceerde inundatiesysteem. Dit in combinatie met de buitenring van forten en het verschuiven van de hoofd-weerstandslijn. In Laagraven komen beide ringen bij elkaar. Bij deze locatie komen drie belangrijke elementen bijeen: Acces Overeindseweg, de verboden kringen van de Batterijen aan de Overeindseweg en het onregelmatige inundatiegebied.

Tussen een vestingwerk van eerste klasse en de kleine kring mocht slechts met toestemming van de minister van Oorlog gebouwd worden, en dan slechts met brandbare materialen, zoals hout en riet. Er golden bovendien beperkende bepalingen voor beplantingen. Historische waarde van de beplanting op de Waterlinie In de hoogtijdagen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie blijkt dat beplantingen op en rondom de forten een belangrijke militaire functie hadden. Boom- en struiksoorten werden in verschillende beplantingsvormen (lanen, hakhout, hagen, opgaande bomen, knotwilgen etc..) aangeplant en beheerd. De functies van de beplanting liepen afhankelijke van de plek en de beplantingsvorm uiteen. De beplanting diende vooral als barrière, camouflage, gezichtsdekking en leverancier van gebruikshout. (Bron: Probos, Quickscan Historische waarde van de beplanting op de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Provincie: Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Het provinciale beleid is gericht op de instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Kort gezegd mag een bestemmingsplan geen bestemmingen en regels bevatten die activiteiten toestaan die de universele waarde aantasten. In plaats daarvan dient een bestemmingsplan de uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies in stand te houden of te versterken.

Deze twee woningen zijn beoogd in het open inundatiegebied en liggen in de Eerste Verboden kring van Fort de Batterijen en vormen een directe aantasting ervan. Daarmee is de ontwikkeling in strijd met artikel 7.2 van de IOV. Hier wreekt zich dat de behandelend provinciaal ambtenaar weigerde om op locatie de situatie te komen bezien want wat is er is niets open aan de locatie (er ligt het enorme zandlichaam van de fietsbrug die elk gezicht ontneemt) waar de woningen worden gesitueerd als alleen van de Overeindseweg bezien. Daarbij, vlak ernaast en er tegenover staan meerdere woningen. De gemeente heeft dit in haar reactie (zie bijlage) aan de Provincie duidelijk weerlegd. Provincie: Landschap Het provinciale beleid beoogt de kernkwaliteiten van het landschap te beschermen en wil voorkomen dat nieuwe activiteiten worden toegestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. In dit geval willen we voor het landschap Rivierengebied de volgende kernkwaliteiten behouden:

- schaalcontrast van zeer open naar besloten; - samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; - samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal – rivier; - de Kromme Rijn als vesting en vestiging. Binnen die kernkwaliteiten spelen de Hollandse Waterlinies een belangrijke rol. De ontwikkeling van twee woningen op deze plek tast de kernkwaliteiten van het landschap onevenredig aan en daarom is het plan strijdig met artikel 7.9 van de IOV. De locatie ligt direct naast de ‘op/afrit’ van de fietsbrug die als een soort al het zicht wegnemende berg in het landschap ligt en grenst aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de vorenstaande waarden. Er is geenszins gemotiveerd dat afbreuk wordt gedaan aan de landschapswaarden. De enkele omstandigheid dat Hollandse Waterlinies een belangrijke rol spelen in het gebied, is daarvoor onvoldoende. Provincie: Andere aandachtspunten Als algemeen advies geef ik u mee om bij ruimtelijke plannen na te gaan wat er voor een goede onderbouwing ervan nodig is met het oog op de direct werkende regels uit de IOV met betrekking tot flora en fauna, de Wet natuurbescherming en een eventuele Aerius berekening. Maar zoals u hierna uit mijn conclusie kunt opmaken, is de bouw van twee woningen op deze plek vanuit het provinciale beleid een grote uitdaging.

Het vraagt een motivatie waarom het werelderfgoed niet aangetast wordt en de ontwikkeling op deze locatie en het omliggende gebied kwaliteitsverbetering oplevert en bijdraagt aan de beleving van de NHW en het landschap. Die motivatie heb ik hierboven al aangegeven. Dit uiteraard met als onderlegger het uitvoerige plan zoals gemaakt door Bureau Mooisticht Provincie: Conclusie Samenvattend is mijn conclusie dat voor de onderbouwing van dit plan onvoldoende gemotiveerd is welke uitzondering van het verstedelijkingsverbod landelijk gebied hier van toepassing zou kunnen zijn, hoe de uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinie in standgehouden - of versterkt - wordt en hoe de kernkwaliteiten van het landschap niet onevenredig aangetast worden. Op voorhand is niet te voorzien hoe op die punten wel een afdoende motivering gegeven kan worden. Op basis van de huidige inzichten lijkt het hier te gaan om een ontwikkeling die niet verenigbaar is met de regels uit de IOV. Ik adviseer u om bij nieuwe plannen in het gebied Laagraven gebruik te maken van de Integrale Landschapsvisie Laagraven-Oost (die in 2011 mede in opdracht van de gemeente Nieuwegein is opgesteld) en van de in de IOV genoemde kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies en van de gebiedsanalyse Nieuwe Hollandse Waterlinie Laagraven uit 2020.

Deze woorden zijn geheel in tegenstelling met hetgeen gesteld wordt in de Integrale Landschapsvisie Laagraven Oost: Voorwoord: ‘ook is er ruimte voor kleinschalig wonen’ Pagina 46 Scenario 2 – ‘Groen wonen: hoogwaardig groen woon- en werklandschap: In dit model is nieuwe woningbouw mogelijk: landschappelijk wonen vormt onderdeel van het nieuwe landschapsbeeld. Pagina 49 Koers. We zien Laagraven Oost als een stedelijk ………. Is echter leidend. Hoe helder kan het zijn? Pagina 55 Deelgebied 2 – inundatielandschap. Uitzondering vormt de in te passen aanlanding van de fietsbrug bij de Plofsluis en eventuele plaatselijke verdichting van het lint van een enkel erf (buiten de open te houden zichtlijnen!). Hier staat u precies de

situatie omschreven van de locatie. Deze ligt in de oksel van de aanlanding van de fietsbrug die het gehele zicht wegneemt. Hoe zo zichtlijnen? Pagina 67 aandachtspunt wonen, In de landschapsvisie is er ruimte voor kleinschalige wonen etc. Kortom, de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt past juist binnen de Integrale Landschapsvisie Laagraven-Oost. Provincie (schrijven 26 januari 2024): Vervolg Wij wijzen u er met klem op dat deze stedelijke ontwikkeling in strijd is met de provinciale belangen en dat wij zo nodig het instrumentarium uit de Wro zullen aanwenden. Dit betekent een zogeheten aanwijzing waarmee de Provincie in één pennenstreek, nadat de Raad het heeft vastgesteld, het plan zou kunnen doorhalen. Tegen deze doorhaling is van de zijde van de initiatiefnemer alleen beroep mogelijk als het bestemmingsplan wél wordt vastgesteld. Immers, er staat beroep open tegen reactieve aanwijzing op grond van artikel 8.2 lid 2 onder de Wro (oud recht) en artikel 2 Bijlage 2 Awb (huidig) waardoor direct beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een reactieve aanwijzing/reactieve interventie.

Door het niet vaststellen van het bestemmingsplan wordt door de overheid – op basis van bepaald niet steekhoudende argumenten – het belang van de burger (initiatiefnemer) getreden terwijl op het moment dat het eigen belang van de overheid aan de orde was (aanleg fietsbrug), al deze argumenten opeens niet speelden. Daarnaast zou de merkwaardige situatie ontstaan dat initiatiefnemer in rechte moet optreden tégen de gemeente Nieuwegein. En dat terwijl de gemeente Nieuwgein zich al die jaren (de procedure vergde grote zorgvuldigheid dus was tijdrovend) tót het moment van het laatste Collegebesluit ter zake dat nu bij u voorligt, geheel heeft gehouden aan de toezegging welke gedaan is bij de aankoop van de gronden t.b.v. het realiseren van de fietsbrug. Dit uitmondend in vastleggen van al hetgeen in dit plan van belang was in een zogeheten anterieure – door beide partijen getekende – overeenkomst waardoor er sprake is van een bindende toezegging. Op dat moment ging de inspanningsverlichting daarin over. Daarnaast is er in goed overleg een bestemmingsplan opgesteld dat door de gemeente in procedure is gebracht. Vervolgens heeft de gemeente een heldere aanvullende onderbouwing gegeven (zie bijlage) waarin werd weerlegd het door de Provincie getelde inzake de bouwlocatie. Echter, en nu komt de reden waarom ik mij namens de initiatiefnemer tot u wend als Raad.

Onder dreiging van het ingrijpen door de Provincie heeft het College besloten u voor te stellen het bestemmingsplan niet vast te stellen om een aanwijzing te voorkomen. Terwijl gelet op het bovenstaande én de inspanningsplicht uit de anterieure overeenkomst én het evenredigheidsbeginsel het daarom op de weg van de Raad ligt om het bestemmingsplan vast te stellen. In het geval dat de Provincie een reactieve aanwijzing geeft, ligt het eveneens op de weg van de Raad om daartegen beroep in te stellen. In het Raadsvoorstel (zie bijlage) wordt hierover niets opgemerkt terwijl dit zeer wel mogelijk is (ECLI:NL:RVS:2023:1353, ECLI:NL: RVS:2021:2465, ECLI:NL: RVS:2023:925). Er wordt uitsluitend gesproken over de mogelijkheid van de Initiatiefnemer om beroep in te stellen tegen het niet-vaststellen van het bestemmingsplan. Daarmee wordt echter de verantwoordelijkheid van de gemeente om het bestemmingsplan vast te stellen, wat een onderdeel is van de aankoopprijs van de gronden voor de fietsbrug, gepasseerd. Samenvattend. Er is een plan waarin men zich bij de gemeente zich zowel bestuurlijk als ambtelijk kon vinden. Ondanks dat wordt u als Raad gevraagd dit plan niet vast te stellen omdat anders de Provincie een aanwijzing kan geven waar dan het College tegen in

beroep moet gaan en dat niet wil vanwege de sfeer met de Provincie. Met als gevolg het volstrekt voorbij gaan aan het belang van een gewone burger, de initiatiefnemer. Bovendien brengt het evenredigheidsbeginsel met zich mee dat de Raad het bestemmingsplan met het oog op de omstandigheden dat er geen negatieve ruimtelijke effecten zijn van het plan en een anterieure overeenkomst is getekend die onderdeel is van de door de gemeente betaalde koopprijs van gronden ten behoeve van de aanleg van een fietsbrug zou moeten vaststellen. Het kan niet zo zijn dat enerzijds gronden worden verworven, waar een deel van betaling van de koopprijs de medewerking aan de vaststelling van het bestemmingsplan betreft, en anderzijds bij een enkele zienswijze van de provincie het bestemmingsplan niet langer wordt vastgesteld. Initiatiefnemer had bij het ontbreken van een vastgesteld bestemmingsplan immers nooit zijn gronden tegen het betaalde bedrag verkocht. Alleen al gelet op al het vorenstaande verzoek ik uw Raad namens initiatiefnemer nogmaals met klem om alsnog het bestemmingsplan vast te stellen. Met vriendelijke groet,

De Veluwe Raadgeving -sinds 1980-

J.J. Postbus 77 3830 AB Leusden T: 033 4321224 F: 033 4321236 M: 06 55885707

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=6b507d11-d0d4-433b-bffb-30027a7e54eb