1-7 Bijlage 3 Zienswijze provincie Utrecht ontwerpbestemmingsplan Overeindseweg 34b en c gemeente Nieuwegein
Tekst van het document
1-7 Bijlage 3 Gemeente Nieuwegein Postbus 1 3430 AA NIEUWEGEIN
DATUM ZAAKKENMERK NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE(N)
26 januari 2024 Z-PU-2023-002680 D-PU-2024-00000944 19 december 2023 n.v.t. n.v.t.
TEAM REFERENTIE DOORKIESNUMMER Fax E-MAILADRES ONDERWERP
GRO C.J.F.M. van den Tillaar 06-18539440 030-2589112 corjan.van.den.tillaar@provincie-utrecht.nl GRO Advies Wro Overeindseweg 34b en c
Geachte raad, Uw college van Burgemeester en wethouders heeft met ingang van 19 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan Overeindseweg 34b en c ter inzage gelegd. Het college heeft ons hierover conform artikel 3.8, lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geïnformeerd. Wij brengen op grond van het hierna omschreven ruimtelijk beleid onze zienswijzen en opvattingen over dit plan naar voren. Het provinciaal beleid Het provinciale ruimtelijk beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (IOV). In de IOV, die op 1 april 2021 in werking is getreden, zijn algemene regels opgenomen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van onder meer bestemmingsplannen. Hiermee willen we de provinciale belangen laten doorwerken naar het gemeentelijke niveau. Om deze belangen te borgen kunnen wij zo nodig het instrumentarium uit de Wro inzetten. Zienswijzen Het bestemmingsplan maakt de realisatie van twee woningen in het landelijk gebied mogelijk, aan de Overeindseweg nabij nummer 34 in Nieuwegein. Wij herhalen hieronder eerst een passage uit onze vooroverlegreactie op dit plan, die gericht was aan het college van Burgemeester en Wethouders van Nieuwegein (d.d. 21 juli 2023, zaakkenmerk: Z2023-00001137).
Die passage gaat over de belangrijke verandering van de status van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die sinds 2013 heeft plaatsgevonden. Daarna beschrijven wij ten aanzien van welke onderdelen van het plan wij een zienswijze indienen. In de toelichting van het plan wordt melding gemaakt van een onderliggende afspraak met initiatiefnemer waarbij ter compensatie van het afstand doen van gronden voor de fietsbrug is ingestemd met de realisatie van deze twee woningen. In onze archieven hebben we hierover geen stukken kunnen vinden en bij het plan zijn hierover ook geen documenten bijgevoegd. Mochten deze documenten alsnog boven water komen, dan kan hierdoor ook niet voorbij worden gegaan aan het huidige provinciale beleid en de regels, zeker gezien de sinds deze vermeende toezegging verstreken periode. Sinds 2013 is er wat dat betreft met name op het punt van de status
Domein Stedelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
van de Nieuwe Hollandse Waterlinie iets belangrijks veranderd. Inmiddels hebben de Hollandse Waterlinies de status van UNESCO Werelderfgoed, en daarmee hangt samen dat inmiddels strikte regels van toepassing zijn ten behoeve van de bescherming van het Werelderfgoed. Dat komt niet alleen tot uiting in de instructieregels in artikel 7.2 van de IOV, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van de voorbeschermingsregel in artikel 10.6f van de IOV: Verbod aantasting uitzonderlijke universele waarde van de (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Beide zijn mede een verplichte implementatie van rijksregels. Het ontwerpbestemmingsplan geeft ons aanleiding tot het indienen van zienswijzen ten aanzien van de volgende onderdelen van het plan: Verstedelijkingsverbod landelijk gebied Het provinciaal beleid is erop gericht de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden. Om dat te bereiken moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen voorkomen worden. Daarom is het uitgangspunt voor de provincie dat nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden zijn. Op dat verbod zijn uitzonderingen mogelijk. In de toelichting van het plan wordt betoogd dat de voorgestelde ontwikkeling van twee woningen geschaard kan worden onder de uitzonderingen zoals die opgenomen zijn in artikel 7.8, artikel 9.8 en artikel 9.13 van de IOV.
In onze vooroverlegreactie hebben wij reeds aangegeven waarom de ontwikkeling van twee woningen op deze plek niet voldoet aan de voorwaarden van de genoemde artikelen uit de IOV. In de notitie beantwoording inspraakreacties en vooroverleg die bij het ontwerp bestemmingsplan gevoegd is, geeft de gemeente aan dat deze artikelen wél gehanteerd kunnen worden, en dat aan de daarbij behorende voorwaarden voldaan zou worden. Met het oog daarop betoogt de gemeente dat deze verstedelijking zowel ruimtelijk als landschappelijk passend is. Die redenering kunnen wij niet onderschrijven, wij beschouwen deze ruimtelijke ontwikkeling als een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij de aantasting van de universele waarde van het Werelderfgoed een belangrijke rol speelt. Voor de volledigheid herhalen we hieronder nog eens onze argumenten waarom de gehanteerde uitzonderingsbepalingen van het verstedelijkingsverbod landelijk gebied niet van toepassing zijn. In het ontwerp bestemmingsplan zijn geen argumenten opgenomen die ons oordeel hierover anders kunnen maken. Artikel 7.8 Uitzondering ten behoeve van Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Dit artikel richt zich op locaties die binnen de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) liggen. Deze uitzondering maakt een beperkte hoeveelheid verstedelijking mogelijk binnen militair erfgoed (en historische buitenplaatsen) binnen de CHS.
Het plangebied ligt niet binnen de CHS of de aanduiding militair erfgoed. Het plangebied ligt binnen het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, daar ga ik verderop dieper op in. De uitzondering die dit artikel mogelijk maakt is in dit geval dus niet van toepassing. Artikel 9.8 Kernrandzone De provincie stimuleert gemeenten om beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied binnen de kernrandzone. In de toelichting van het plan wordt gesteld dat er een kwaliteitsverbetering ontstaat ten opzichte van de huidige situatie doordat de nieuwe woningen goed worden ingepast en aansluiten op de bebouwing aan de Overeindseweg. Die conclusie delen wij niet. De realisatie van twee woningen op wat nu nog een agrarische perceel is, is een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, mede omdat het gelegen is binnen het Werelderfgoed gebied Hollandse Waterlinies. De aantasting van de ruimtelijke kwaliteit maakt dat de uitzondering van artikel 9.8 hier niet te gebruiken is. Het voorliggende bestemmingsplan draagt niet bij aan versterking van de kwaliteit van de kernrandzone, maar betekent een aantasting van het buitengebied. Artikel 9.13 Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden Onder een aantal voorwaarden staat de provincie met dit artikel woningbouw toe in het landelijk gebied.
Als voorwaarde geldt onder andere dat de woningbouw aansluitend aan stedelijk gebied plaatsvindt en dat de woningbouw wordt ontwikkeld in samenhang met lokale en regionale groenontwikkeling. Het artikel richt zich op grotere woningbouwlocaties die voorzien in een volkshuisvestelijke behoefte. Die locaties moeten dan ook zijn opgenomen in het provinciale programma wonen en werken. De ontwikkeling van de twee woningen vindt niet plaats in aansluiting op het stedelijk gebied, maakt geen onderdeel uit van het provinciale programma en er is ook geen sprake van lokale of regionale groenontwikkeling in het plan. Om die redenen alleen al kan dit artikel hier niet gebruikt worden.
Z-PU-2023-002680 – D-PU-2024-00000944
2 van 3
Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Het provinciale beleid is gericht op de instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Kort gezegd mag een bestemmingsplan geen bestemmingen en regels bevatten die activiteiten toestaan die de universele waarde aantasten. In plaats daarvan dient een bestemmingsplan de uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies in stand te houden of te versterken. Deze twee woningen zijn beoogd in het open inundatiegebied en liggen in de Eerste Verboden kring van Fort de Batterijen en vormen een directe aantasting ervan. In de notitie beantwoording inspraakreacties en vooroverleg, en in de toelichting van het bestemmingsplan, wordt door de gemeente gesteld dat de universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed niet aangetast wordt. Als argument wordt onder andere genoemd dat de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed hier al volledig verloren zijn en dat de ontwikkeling in samenhang met de aanwezige bomenrij de kwaliteit zou verbeteren. Onmiskenbaar is de unieke universele waarde op en rondom die locatie al aangetast door de realisatie van de wal voor de oprit naar de fietsbrug, maar dat maakt juist dat verdere aantasting voorkomen moet worden. Op dit moment is op de locatie juist nog de relatie tussen het fort en het open inundatiegebied waarneembaar.
Door de bouw van twee woningen gaat deze relatie en de openheid van het inundatiegebied verloren. Wat ons betreft is het duidelijk dat deze ontwikkeling een aantasting van de unieke universele waarde van het UNESCO Werelderfgoed vormt. Daarmee is de ontwikkeling in strijd met artikel 7.2 van de IOV. Landschap Het provinciale beleid beoogt de kernkwaliteiten van het landschap te beschermen en wil voorkomen dat nieuwe activiteiten worden toegestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. In dit geval willen we voor het landschap Rivierengebied de volgende kernkwaliteiten behouden: schaalcontrast van zeer open naar besloten; samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal – rivier; de Kromme Rijn als vesting en vestiging. Binnen die kernkwaliteiten spelen de Hollandse Waterlinies een belangrijke rol. De ontwikkeling van twee woningen op deze plek tast de kernkwaliteiten van het landschap onevenredig aan en daarom is het plan strijdig met artikel 7.9 van de IOV. Vervolg Wij wijzen u er met klem op dat deze stedelijke ontwikkeling in strijd is met de provinciale belangen en dat wij zo nodig het instrumentarium uit de Wro zullen aanwenden.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,
H.P. (Huib) van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie Omgevingsbeleid, Energietransitie, Milieu en Bestuur
Z-PU-2023-002680 – D-PU-2024-00000944
3 van 3