1-7 Advies ASD over Koers sociaal domein jul2023
Tekst van het document
1-7
Adviesraad Sociaal Domein Nieuwegein
Betreft: Advies over koers sociaal domein Datum: 7 juli 2023 Contact: p.selten@xs4all.nl
Geacht college, Hierbij ontvangt u een (ongevraagd) advies van de Adviesraad Sociaal Domein Nieuwegein met betrekking tot de koers sociaal domein. De Adviesraad is vanaf 2016 betrokken geweest bij de Transformatieagenda Sociaal Domein 2017-2021. Wij hebben daar enkele malen advies over uitgebracht. In april 2022 hebben wij in een brief aan de gemeenteraad beknopt aangegeven wat voor ons de belangrijkste taken zijn voor de gemeente de komende vier jaar. In een paar steekwoorden samengevat: een goede brede toegang, een betrouwbare overheid, integraal werken en participatie van inwoners. Bovenal constateerden wij dat het transformatieprogramma op een aantal punten succesvol is geweest, maar zeker niet is afgerond. Deze punten zijn nog steeds actueel; vandaar dat we de brief als bijlage bij sluiten. Dit alles vormde de basis voor onze gedachtewisselingen – binnen en buiten de adviesraad – over wat nu heet ‘de nieuwe koers sociaal domein’. Aanvankelijk leek het erop dat deze koersnota vooraf zou gaan aan meer uitgewerkte beleidsvoornemens op verschillende deelterreinen. Wij constateren echter dat dat niet langer het geval is, maar dat meerdere van die deelprogramma’s, zoals het omgevingsprogramma gezondheid en het beleidskader jeugd, inmiddels ook al worden voorbereid.
In de maand juni hebben wij daarenboven adviezen uitgebracht over plannen van aanpak laaggeletterdheid, armoede en inclusie en aanpassingen van de beleidsregels Wmo en Jeugdzorg. Daarmee is ook onze eigen gedachtewisseling in een stroomversnelling geraakt. Wij zien namelijk dat er veel samenhang bestaat tussen deze nota’s. Ook komen in onze adviezen over deze onderwerpen nogal eens dezelfde thema’s terug, zoals de vindbaarheid van de voorzieningen, de bereikbaarheid van de inwoners, de ingewikkelde procedures, het leveren van maatwerk en het inschakelen van ervaringsdeskundigen. Kort samengevat komen ze er allemaal op neer dat wij vinden dat ‘het uitgaan van de leefwereld van inwoners’ nog te veel met de mond beleden wordt en te weinig echt in praktijk gebracht. Hoewel er nog geen formele adviesaanvrage ligt over een afgeronde concepttekst van de koersnota, denken wij daarom dat onze standpunten inmiddels voldoende zijn uitgekristalliseerd. Deze willen wij graag nu al met u delen, in de verwachting dat zij meegenomen kunnen worden in de definitieve tekst van de koersnota. Ons advies valt uiteen in twee delen. Het eerste punt is gewijd aan de realisering van goede voorzieningen voor ALLE inwoners. Het tweede gaat vooral over DIE inwoners die in hun bestaanszekerheid bedreigd zijn en daarom extra risico’s lopen.
We sluiten daarbij naadloos aan bij de twee belangrijkste doelstellingen van het Transformatieprogramma 2017-2021:
-
Het bieden van passende ondersteuning voor inwoners, jong en oud, die ondersteuning nodig hebben; Een hoog niveau van participatie van alle inwoners, met en zonder beperking
Passende ondersteuning De adviesraad vindt het belangrijk dat alle inwoners die in aanmerking komen voor voorzieningen vanuit de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet deze voorzieningen op een goed kwalitatief niveau krijgen. Dit veronderstelt een toegankelijke toegang, maatwerk, samenwerking tussen instanties en schrappen van overbodige en onnodige formele procedures. Over al deze onderwerpen hebben wij al eerder aan u geadviseerd, onder meer in onze adviezen uit 2021 over de inkoopstrategieën Wmo-individuele begeleiding en Jeugdzorg en ook in die over armoede uit 2022, resp. 2023. We willen daar nu niet te lang stil bij staan, maar wel enkele suggesties meegeven: 1) Verbeter bekendheid van de brede toegang met aanbieders en gebruikers/inwoners Het blijkt dat nog steeds (te) veel inwoners de weg naar de beschikbare voorzieningen niet kunnen vinden. Wij stellen u voor om samen met de maatschappelijke partners, zoals Geynwijs, Wil, MOvactor (buurtverbinders, Sociaal juridisch Steunpunt), Santepartners (Vrijwilligershuis, Sociaal Raadslieden), de Tweede verdieping, en eventueel ook informele partners, loketten op te zetten in de buurtpleinen en/of gezondheidscentra, waar inwoners gemakkelijk informatie kunnen krijgen en snel afspraken kunnen maken met instanties die hen verder kunnen helpen.
2) Versimpel de afspraken met de inwoners en maak het samenwerken met partners onderling gemakkelijker. Onderzoek met de partners op welke wijze de dienstverlening aan inwoners efficient, effectief en klantvriendelijk georganiseerd kan worden: schrap overbodige regels en procedures en zorg voor stroomlijning van de samenwerking tussen de instanties, ook binnen het gemeentelijk apparaat. 3) Open en transparante communicatie met de inwoner Lever maatwerk; dat veronderstelt deskundigheid van en ruimte voor de professionals, die het contact met hun cliënten onderhouden. Zorg voor transparantie naar inwoners over de te nemen en genomen beslissingen. 4) Bepaal niet voor maar in overleg met de inwoner Zorg voor casusregie, waarin de inwoners een gelijkwaardige stem hebben. Een hoog niveau van participatie Er loopt een rechte lijn van bestaanszekerheid naar participatie. Mensen die in een situatie van bestaansonzekerheid leven, hebben minder mogelijkheden om volledig en volwaardig te participeren in het maatschappelijk leven. Bestaansonzekerheid is meer dan alleen maar je zorgen hoeven maken over je financiële situatie. Mensen die leven in bestaansonzekerheid hebben een tekort aan persoonlijk, cultureel, economisch en sociaal kapitaal.
Zij hebben een (te) klein informeel ondersteunend netwerk, een instabiele woonsituatie, hebben vaker schulden, een lager opleidingsniveau, slecht betaald en instabiel werk, meer fysieke en psychische gezondheidsproblemen en doen in het algemeen minder mee met de samenleving1. 1
Er zijn talloze publicaties beschikbaar waarin dit verder wordt onderbouwd. Wij noemen er hier twee: 1) Raad Volksgezondheid en Samenleving (2021), Gezichten van een onzeker bestaan. 2) Vereniging Nederlandse Gemeenten (2023), Bestaanszekerheid als belofte. Naar een lokale agenda bestaanszekerheid.
Wij adviseren u daarom: 1) Verbeter de bestaanszekerheid, in het bijzonder voor gezinnen met kinderen De adviesraad is van mening dat de beste manier om deze inwoners te helpen is om hun bestaanszekerheid te verbeteren. In het bijzonder gezinnen met kinderen en jongeren verdienen hier de aandacht, omdat opgroeien in bestaansonzekerheid lang doorwerkt in het latere leven en ook de nieuwe generaties beïnvloedt. Tegelijkertijd zijn wij ons ervan bewust dat structurele oplossingen tijd nodig hebben om effect te bewerkstelligen. 2) Structurele aanpak voor de lange termijn Gun u zelf en de inwoners daarvoor de tijd. Zorg voor een structurele aanpak, die meerdere jaren, liefst tientallen, doorloopt. Neem het initiatief tot maatregelen die tijd kosten om gerealiseerd te worden en misschien pas over enige tijd resultaat opleveren. We denken daarbij bijvoorbeeld aan fysieke en sociale verbeteringen in de woon- en leefomgeving, maar ook aan een goede aanpak om ervoor te zorgen dat kinderen uit zulke gezinnen optimaal deelnemen aan het onderwijs en hun talenten kunnen ontplooien. Goed onderwijs is een sleutel tot betaald werk en ook een belangrijke beschermende factor tegen crimineel of onmaatschappelijke gedrag. De resultaten daarvan zullen niet op korte termijn zichtbaar zijn en uiteindelijk zullen inwoners het ook zelf moeten doen. Maar de basis is gelegd.
3) Stimuleer maatschappelijke partners Zo’n structurele aanpak kan de gemeente niet alleen doen. Maar de gemeente kan wel de maatschappelijke partijen bij elkaar brengen en aanjagen. Er zijn van rijkswege al veel middelen beschikbaar gesteld die voor zo’n aanpak ingezet kunnen worden. In de eerste plaats natuurlijk het programma leefbaarheid en veiligheid, dat gelukkig ook een langetermijnperspectief heeft. Daarnaast middelen die beschikbaar zijn of komen voor het tegengaan van armoede, de subsidiëring van duurzaamheid, de aanpak van laaggeletterdheid, en het bevorderen van de preventieve gezondheid (Iza, Gala). Daarbovenop komen middelen uit de eigen begroting, waaronder geld dat gereserveerd is voor de aanpak van laaggeletterdheid, maar ook de middelen die samenhangen met het wonen- en zorgprogramma en de algemene welzijnsvoorzieningen. Wij adviseren u deze middelen niet geïsoleerd aan te wenden, maar ze zoveel als mogelijk samen te voegen voor een effectief en duurzaam lokaal resultaat. 4) Blijf koersvast Die samenhang begint bij de gemeente zelf. We zien nu al, voordat de nieuwe koers is vastgesteld, dat er gewerkt wordt aan plannen van aanpak armoede, laaggeletterdheid, gezondheid, wonen en zorg, en jeugd. Het gevaar dreigt dat die programma’s samenhang en focus ontberen. Dat was toentertijd ook een van onze kritiekpunten op de transformatieagenda.
Zorg daarom dat elk van die afzonderlijke programma’s goed ingebed is in het voorgestelde kader. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door voor elk van die deeldomeinen geen algemeen beleidskader te maken, maar uitsluitend uitvoeringsprogramma’s. Daarin kunnen dan maatregelen opgenomen worden, gericht op de korte, middellange en lange termijn. In onze adviezen op die uitvoeringsprogramma’s kunnen wij dan ook meer concrete suggesties doen, zoals we bijvoorbeeld ten aanzien van het Plan van Aanpak (energie-)armoede onlangs al gedaan hebben. 5) Werk domeinoverstijgend Woningbouw, verkeersmaatregelen en de inrichting van de openbare ruimte hebben een direct effect op een gezonde, veilige en toegankelijke leefomgeving. Zorg daarom voor een goede verbinding tussen die domeinen binnen het gemeentelijk apparaat. Vermijd
tunnelvisie en toets maatregelen die binnen deze domeinen genomen worden op de gevolgen die ze hebben voor het welbevinden van inwoners. Neem de leefwereld van inwoners serieus Ten slotte is nog een waarschuwing op zijn plaats. Het is bekend dat er sprake is van een stapeling van problemen bij individuele inwoners en hun gezinnen. Degenen die in bestaansonzekerheid leven, zijn vaak dezelfde personen die in ‘slechtere’ wijken wonen, meer gezondheidsrisico’s hebben, laaggeletterd zijn, en relatief meer gebruik maken van jeugdzorg- en Wmo-voorzieningen. Dat betekent dat deze inwoners voortdurend het object zijn van allerlei soorten beleidsinterventies en programma’s. We hebben daarom al aangedrongen op het belang van samenhang daartussen. Maar meer nog moeten we oppassen voor de effecten van deze labeling. Veel van deze inwoners zullen de hun toegewezen probleemdefinitie niet herkennen en/of zich negatief beoordeeld voelen. Betrek de inwoners daarom van meet af aan bij het opstellen van het beleid en het bedenken van voorzieningen. Benader hen op wat zij wel doen en kunnen, niet op wat zij nalaten of fout doen. Kortom: houd rekening met HUN leefwereld en HUN interpretatie daarvan.
Als dat niet gebeurt, zullen veel maatregelen en voorzieningen niet op de juiste plaats terecht komen of hun doel voorbijschieten en op de langere termijn alleen maar de kloof tussen inwoners en lokale overheid vergroten. De leden van de adviesraad realiseren zich dat dit een grote opgave is, die tijd, geld en waarschijnlijk ook een cultuuromslag vraagt. Maar wij zijn ervan overtuigd dat het op den duur profijt zal hebben. Uiteraard zijn wij meer dan bereid om u hier over te blijven adviseren.
Met vriendelijke groet, Peter Selten, voorzitter
Bijlage: brief gemeenteraad april 2022