1-3 Bijlage Uitspraak rechter.pdf
Tekst van het document
1
.de Re,chtspraak Rechtbank Limburg
•..
~I \A:-;TŒENE:\' I I PER POST I I E:\IAIL De heet I § I Z... _ Onafhankelijke vakbond voor raadsleden VPPÒ
Bestuursrecht
Maasbrachterweg 81 6101 XV Echt · bezoekadres Willem II Singei 67 6041 HR Roermond
contactpersoon
20 oktober 2022 Ziningsadministratie mevr . W--
doorkresnurnmer
088-361 16 55
datum onderdeel
ons kenmerk
;· -U>:m•W't•~~l-ol..C.ic' • .u•~.,,
t 088~361 22 2.2
www rechtspraak.nl
zaaknummer
uw kenmerk b1jlage(n) onderwerp
·
correspondenlleadres Postbus 950 ç;., .1!1:$,IP~~lt,c.ft,¡.,~•nar,a..1; · ~ Roermond
het beroep van ,._. P
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen
Geachte heer. Over het beroep met zaaknurnrner
deel ik LI het volgende mee.
De rechtbank heeft uitspraak gedaan. lk stL1L1r u een kopie van de uiispraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLl-nLlmmer. is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat numrncr gepubliceerd op ''" ".rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzcnding van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de A fdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Postbus 20019. 2500 EA Den Haag. In LI\\ beroepschrift moet u vermelden waarom li het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. K ijk op ,, ",,.raad, ansiate.ni voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze briefvragen hebt. kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op her hierboven vermelde doorkiesnumrner. A Is li de rechtbank belt of schrij ft. verzoek ik li het zaaknurnrner te vermelden. Hoogachtend.
BE021
Uw persoonsgegevens en 1nd1en van toepass,ng dre van uw cuënt worden voor zover nod1g voor een goede procesvoenng verwerkt 1n de reg1strat1esystemen van de Rechtspraak
,:
..
uitspraak R~CHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roennond Bestuursrecht zaaknumrner:
uitspraak van de enkelvoudige kamer van .
2 O OKT 7022
in de zaak tussen
p
en .€"~.,Jr.,..~-- ...... ,.
de raad van de gemeente Echt-Susteren (de raad), (gernachtigden:
1 1 1 •••••-•llll-•E C ) . ~~C~'"",..:i-.
e{,;..,;.
lnleiding I. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser dat gericht is tegen het besluit van de raad op zijn verzoek om vergoeding van de contributie voor het lidmaatschap over heù~1.ae;..~f.Çì 1
•
1.1. Met het bestreden besluit van 4 novernber 2020 op het bezwaar van eiser is de raad bij <lat besluit gebleven, 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben als partij deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de raad.
Totstandkoming van het besluit 2.
Eiser is gemeenteraadslid in de gerneente Echt-Susteren en hij is lid van de VPPG.
2.1. Bij e-mailbericht van 16 december 2019 heeft eiser het college' verzocht om vergoeding van de contributie voor het lidmaatschap over het jaar 2019 van de VPPG. 2.2. Bij besluit van 26 februari 2020 (het primaire besluit), verzonden op 27 februari 2020, heeft de raad het verzoek van eiser afgewezen. 2.3. Bij het bestreden besluit heeft de raad het het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1
Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen : Hel college van Burgemeesrer en Wethouders
zaaknurrimer: ROE 20/3262
2
Beoordehag door de r.echtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de raad zieh terecht op het stand punt heeft geste Id dat zij · bevoegd is om op het verzoek van eiser om vergoeding van de contributie voor het . , lidmaatschap over het jaar 1019-van de VPP(i. te beslissen. De rechtbank doer-dit aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beròepsgronden.
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiser gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot ditoordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3.2. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraaL . . Is de ruad bevoegd om op eisers verzoek om vergoeding van de contributie te beslissen? 4. Eiser betwist dat de raad bevoegd is om op zijn verzoek om vergoeding van de contrìbutie voor de VPPG te beslissen. Volgens eiser is het college hìertoe bevoegd. Hij ziet zieh in zijn standpunt gesteund door de opinie van A.C.Q. Tak' van 3 mei 2016. Ook de comm issie voor de bezwaarschriften heeft al in 2016 aangegeven dat de raad niet bevoegd is. Eiser wijst verder op artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluir' en de toelichting daarop. 5. Door de raad wordt niet bestreden dat het college op grond van artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluít bevoegd zou zijn om op eisers verzoek te beslissen, maar dit verdraagt zieh naar de mening van de raad niet met het duale stelsel zoals dat met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentehestuur in de Gemeentewet is verankerd. Volgens de raad is de ministeriële Rechtspositieregeling op dit punt in strijd met een wet in formele zin waardoor deze regeling toepassing mist. Geiet hierop is de raad en niet het college bevoegd om op de aanvraag van eiser te bes!issen. De raad baseert zijn bevoegdheid op artikel 95 van de gemeentewet. 5.1.
Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de raad gaat over geldelijke voorzieningen en over de rechtspositie van de raadsleden. Deze worden bekostigd uit het raadseigen budget. Zowel de raad als het college beschikt over een aparte begroting. Het betreft in dit geval een aanspraak op vergoeding van de contributie voor een beroepsvereniging. Geiet op het dualistische stelsel zou het vreemd zijn als het college hierop - in weerwil van de raad - zou beslissen, aldus de raad. 6.
De rechtbank overweegt als volgt,
7. Uit artikel 95. tweede lid. van de Gerneentewet volgt dat de raad bij verordening regels kan stellen over de tegemoetkorning in ofvergoeding van bijzondere kosten en over andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidrnaatschap van de raad. Ter zitting heeft de raad erkend dat vaneen dergelijke verordening bij de gemeente Echt-Sustercn geen sprake is.
; Emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht 1 Rechtsposuiebesluit decentrale politieke amotsdragers
zaaknumrner: ROE 20/3162
3
8. . . Öp grond ~an ~rtiket_c)s; ~Ìerd~ lid v~n d.e Gemeentewet hun~~en ve~ordenin~en · worden vastgesteld bij of krachtens atgernene .maatreget van bestuur te ste I len regels. · Tussen parrijen is niet in geschil dat hiervan io dit geval sprake is. en wel in het Rèchrspositiebesluit en rnéer in het bijzonder artikel 3.J ..f In dit artihel is explioiet bepaald dat het-còllege bevoegd is om op hetverzoek. vaneen raadslid tot vergoeding van ele coruributie , oor her Iidrnaarschap ;_ an een beroepsv ereniging te beslissen. Oat artike] 3 .3.4, zoals de raad stelt, in strijd zou zijn met artikel 95 van de Gemeentewet volgt <le rechtbank niet. Geiet op de bewoordingen van _artikel 95 van de Gerneentewet is hierin niet bepaald dai beslissingen over onkostenvergoedingèn aan raadsleden enkel aan de raad zijn voorbehouden. 8.1. Daarbi] overweegr de rechtbank dat nog los van de vraag of de achterliggende gedachte dat de Wet dualisering gerneentebestuur voldoende is om dat deel van de algemene maatregel van bestuur buiten werking te stellen. dit geen strijd oplevert met her dualisme want de aanspraak op vergoeding van de contributie staat vast'. De bevoegde instantie. te weten het college, dat hierop dient te beslissen heeft geen beleidsruimte en kan op dit punt geen belangenafoeging maken. Er moet voldaan zijn aan de in het Rechtspositiebesluit genoemde criteria.
Dat er tussen partijen discussie bestaat over deze criteria betekent niet dat deze criteria geen objectief karakter hebben. Op dit punt bestaat geen ruimte voor politieke afwegingen, Er is sprake vaneen uitvoeringsbeslissing6 van het college en dat is naar het oordeel , an de rechtbank niet in srrijd met het dualisme. Conclusie en ge, olgen 9. Hel beroep '" gegrond. Dc beroepsgronden dre eiser heeft ingediend legen de be, oegdheid van de raad om op het con tributie, erzoek te beslissen, slagen namelijk. De rechtbank zal daarom het bestreden besi u it, ernietigen en het primaire besi u it herroepen. I lei college zal opnieu« (alsnog) op ci sers , erzoek om , ergoeding , an de contribui ie , oor de VPPG dienen te beslissen. Aan een bespreking van de menge beroepsgronden van eiser kumt de rechtbank niet rneer toe. I O.
Om dal het beroep gegrond is. moet de raad het gri ffierecht , ergoeden.
I I. De rechtbank veroordeelt de raad , erder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten steli de rechtbank op grond , an het ßesluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsrnatig , erleende rechtsbijstand , ast op E 1.518.- ( I punt voor het indienen van hct beroepschrift. I punt v oor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van E 759.- en een wegingsfactor I).
'Zie de toelichung bi] arukel 3 3 ➔ van het Rechtspovuiebestun Zre de tuehchung btj arukeí J.3.4 van het K.o::chtspos1t1c::bölu11
... ·
.··;
· zaaknummer: ROE 20/3262
.4
. B~sÌi~~i ~g De rechtbank: . verklaart het beroep gegrond: . ventieti.gt her bestreden bes luit herroept het primaire besluit; . bepaalt dar eropnieuw op de aanvraag van eiser beslist moet worden. met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak; draàgt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178;- aan eiser te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proeeskosten van eiser wegens verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 1.5 18,-'.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Leijten, rechter, in aanwezigheid van mr. D.S.A.W. Raes, griftier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 O OKT 201.?.
. I! I griffi er de griffier is verhinderd de:e uitspraak te ondertekenen
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
2 O OKT 2022
lnformatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens îs met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
zaaknummer: ROE 20/32.6 2
Bijlage: voòr deze tiitspra.ak ·bel~ngriJk~
5
w.~t~ e~- regelge~ing
Gemeentewet Artikel 95 I.
De Ieden van de raad en de leden van de raad aan wie ingevolge artikel X iO van de Kieswet ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte ontvangen een bij verordening van de raad vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.
2.
De raad kan bij verordening regels stellen over de tègemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en overandere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van de raad,
( .. ) 4. De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen rege ls. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Artikel 3.3.4 Indien een raadslid, een wethouder of de burgemeester als zodanig lid is vaneen voor ieder raadslid, iedere wethouder of iedere burgemeester toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of bclangenbchartiging van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester ten doel heefì of mede ten doe! heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van de gemeente vergoed, tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.