1-10 Bijlage 2 Reactie naar-gemeente-en-raadsleden 2.pdf
Tekst van het document
1-10 Bijlage 2 25 oktober 2020 We informeren hierbij het College van B&W en de Gemeenteraadsfracties wat de inwoners van Nieuwegein 'veilig en maatschappelijk aanvaardbaar' vinden bij het boren en winnen van aardwarmte. We hebben dit samengesteld met de 40 bewoners van het Bewonerscollectief Aardwarmte Nieuwegein (BAN) en hebben hierin de reacties van meer dan 1100 huishoudens in Nieuwegein verwerkt. 1. VEILIGHEID: Absoluut geen gevaarlijke industriële activiteit (zoals aardwarmteboringen) in en nabij de bewoonde omgeving zoals in 2007 door de gemeente is bepaald in de Nieuwegeinse “Beleidsvisie externe veiligheid”). De veiligheid in de woonwijken moet op basis van het voorzorgbeginsel voor altijd en met alle mogelijke middelen gewaarborgd blijven, en daar mogen geen uitzonderingen op worden gemaakt. Dat het voor een bedrijf goedkoper en minder omslachtig zou zijn als zij hun activiteiten in woonwijken zouden kunnen opzetten, zijn voor bewoners onacceptabele redenen om onnodige risico's in hun woonwijken toe te laten. Toestemming verlenen op deze gronden schept een precedentwerking waarmee het veiligheidsbeleid voor de woonwijken in gevaar komt. Het is bovendien goed mogelijk en zeker niet onhaalbaar om de aardwarmteboringen op een veilige afstand van de bewoonde omgeving uit te voeren.
Geen boringen in de bodem onder de bewoonde omgeving om onomkeerbare bodemvervuiling in de bodem die eigendom is van bewoners, bedrijven en gemeente te voorkomen. Met de beoogde boortechniek en gebruikte boorpijpen worden alleen (nog niet bewezen) voorzieningen getroffen om vervuiling tot 200 meter diepte te voorkomen. Dit betekent dat alleen de door Warmtebron aangewezen voorkeurslocatie R1 in de Rijnenburgpolder voor bewoners acceptabel is. Daarbij zien we nog steeds liever dat er verderop in de polder naar een geschikte boorlocatie wordt gezocht. Gelet op de nabijheid van een bekende grote breuklijn en de onbekendheid van breuken in het beoogde boor- en wingebied is nader lokaal seismisch onderzoek noodzakelijk om nauwkeurig de ondergrond op basis van feitelijke metingen in kaart te brengen om aardbevingen als gevolg van het onverwachts doorboren van breuken (zoals in Grubbenvorst) te voorkomen. Bij onvoldoende doorlaatbaarheid in het winnings- en injectiegebied kunnen in de bodem grote drukverschillen en spanningen ontstaan die eveneens tot aardbevingen kunnen leiden. Zie BAN-website www.ban-groep.nl. De doorlaatbaarheid moet daarom gewoon goed zijn (dat is volgens Panterra WARM-rapport een doorlaatbaarheid die >100 mD is) om dit risico te vermijden. Fracking of enige andere vorm van putstimulatie om de doorlaatbaarheid te vergroten wordt uitgesloten.
Zodra een aardbeving is waargenomen wordt het project stilgelegd en definitief gestaakt. 2. SCHADEREGELING, SCHADEGARANTIEFONDS, SCHADEPROTOCOL Voordat de gemeente instemt met een locatie om naar aardwarmte te boren moet er
(1) een wettelijke schaderegeling zijn op basis van een omgekeerde bewijslast voor de gehele duur van het aardwarmteproject inclusief de nazorg-perode voor alle schade (materiele, immateriële en planschade) die bewoners, bedrijven of gemeente wijten aan de aardwarmte-activiteiten, (2) een schadegarantiefonds zijn om de schade te dekken en (3) een schadeprotocol zijn vastgesteld voor een snelle schadeafhandeling voor bewoners, bedrijven en gemeente (4) vastgesteld zijn dat bewoners en bedrijven die hun vastgoed binnen 10 jaar na de eerste geïnduceerde aardbeving verkopen uit het schadefonds een netto planschadevergoeding krijgen toegewezen gelijk aan 15% van de verkoopprijs.
3. KOSTEN: Voor de komende 30 jaar moeten de kosten voor het gebruik van het warmtenet gelijk of lager zijn en blijven dan de kosten bij gebruik van andere warmtevoorzieningen. De temperatuur van de warmtelevering zal niet lager zijn dan bij de huidige warmtelevering met restwarmte van de STEG-centrale als bron, zodat de hoge temperatuur warmtesystemen bij bewoners en bedrijven kunnen blijven voldoen en zij niet op extra kosten worden gejaagd om aanpassingen te moeten plegen. Als aardwarmtewinning een lagere temperatuur oplevert, zal de warmteleverancier zorgdragen dat de temperatuur verhoogd wordt tot het niveau van de huidige levering. 4. DUURZAAMHEID: Voor de komende 30 jaar moet de warmtevoorziening met aardwarmte duurzamer zijn en blijven dan bij gebruik van andere warmtevoorzieningen 5. KEUZEVRIJHEID: Bewoners moet vrij en kosteloos kunnen overschakelen van een warmtenet naar een andere warmtevoorziening als die duurzamer of goedkoper is. 6. BEHOUD GROENGEBIEDEN In groengebieden volgens bestemmingsplannen mogen geen industriële of andere verstorende activiteiten (dus ook geen aardwarmteboringen) worden toegelaten.