CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Kesteren, Uitbreiding Plus supermarkt'23.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.1740.bpKEplussupermarkt-ont1

Bestemmingsplan Kesteren, Uitbreiding Plus supermarkt

21 juli 2022

2

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

5 Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

7 7 7 8 8 9 9 10 13 13 15 15 16 21 22 22 24 25 26 28 30 31 33 36 38 39 40 41 41 41 41 42 43 44 44 44 45 45 45 45 45

3

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15

49 51 53 55 57 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77

Inrichtingsplan Schetsontwerp bebouwing Architectonische impressies Architectonisch ontwerp met zichtlijnen Ladderonderbouwing Bodemonderzoek Stationsstraat 5 Bodemonderzoek Stationsstraat 5a Bodemonderzoek woning Hoofdstraat ong. Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek bedrijfsgeluid Watertoets Oppervlaktes en waterberekening Quickscan flora en fauna Aanvullend ecologisch onderzoek Archeologisch onderzoek

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

4

79 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Centrum Verkeer - Verblijfsgebied Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

81 81 85 86 86 88 88 91 94 94 94 94 95 97 97 97

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Toelichting

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

5

6

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

De initiatiefnemer heeft het voornemen om de huidige Plus supermarkt op de hoek van de HoofdstraatStationsstraat in Kesteren uit breiden en op de verdiepingen 8 appartementen te realiseren. Deze ontwikkeling is strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'. Omdat het initiatief gewenst is en passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Kesteren, op de hoek van de Hoofdstraat en de Stationsstraat. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

7

1.3

Geldende plannen

Ter plaatse van het plangebied vigeert thans het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', vastgesteld door de gemeenteraad op 14 mei 2020. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen 'Centrum' en 'Wonen'. Binnen de woonbestemming ligt een bouwrecht voor een woning. Het zuidelijk deel van de locatie heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Voor het noordelijk deel geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'.

Uitsnede bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe'

Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De uitbreiding van de supermarkt en het realiseren van 8 appartementen op de verdieping is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

8

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied ligt in het centrum van Kesteren, bij de Plus supermarkt op de hoek van de Hoofdstraat en de Stationsstraat. Op de verdieping bevinden zich 5 appartementen. De supermarkt draait goed, maar sinds de opening is al duidelijk dat de winkel capaciteitsgebrek heeft. Na realisatie van de supermarkt zijn de kavels ten noorden en oosten van de huidige winkel aangekocht. Op de oostelijke kavel staat een winkel met bovenwoning en een bijgebouw achterop het perceel. Voor het opslaan van goederen van de supermarkt is tijdelijk een opslagunit geplaatst ten noorden van het terrein. Deze gronden worden soms tevens gebruikt voor parkeren. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van de huidige situatie.

Luchtfoto huidige situatie (bron: PDOK)

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

9

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt de supermarkt uitgebreid en worden er op de verdieping 8 appartementen gerealiseerd. De bouwtitel van een woning ten noorden van de supermarkt en de winkel met bovenwoning ten oosten komen te vervallen. Hiervoor in de plaats wordt de supermarkt uitgebreid naar het westen en wordt er magazijnruimte en kantine aan de noordzijde gerealiseerd. Bovenop deze uitbreiding worden overeenkomstig de huidige situatie appartementen met een daktuin gerealiseerd. Hiermee wordt de uitbreiding onlosmakelijk met de huidige bebouwing verbonden en wordt dezelfde uitstraling nagestreefd. De onderstaande afbeelding geeft een impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied. Het volledige inrichtingsplan is opgenomen als bijlage 1.

Inrichtingsplan toekomstige situatie In het inrichtingsplan is gekozen om bij de entree van Kesteren delen te vergroenen waar het nu verhard is. Zo worden parallel aan de weg groenstroken met bloemrijke vaste planten toegevoegd. Dit is tevens iets lager gelegen zodat het hemelwater deze kant op kan. Het parkeerterrein aan de noordzijde is voorzien van hagen rondom en leibomen aan de oostzijde. Hier wordt tevens een wadi met een bloemenmengsel en ruige onderbegroeiing en enkele klimaatbomen gerealiseerd. De buitenste parkeervakken zijn tevens uitgevoerd in halfverharding. In totaal worden er in het plangebied 61 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Doordat het laden

10

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

en lossen nu niet meer door het hele centrum van Kesteren hoeft, leidt dit tot minder hinder en een veiligere situatie. De vrachtwagens kunnen via het gebogen parkeerterrein achteruit aan de noordkant parkeren zonder dat ze vervolgens het andere verkeer blokkeren. De situatie wordt hiermee flink verbeterd. In bijlage 1 zijn een aantal tekeningen en doorsnedes uitgewerkt. Het parkeren is nader beschreven in paragraaf 4.1.

Impressie toekomstige situatie (bron: HZ Bouwadvies)

Impressie toekomstige situatie verdiepingen (bron: H.Z> Bouwadvies)

Het plan is ook al uitgewerkt in een architectonisch ontwerp. In bijlagen 2 en 3 zijn de tekeningen opgenomen. Om de nieuwbouw goed te laten aansluiten op de bestaande bouw is ervoor gekozen om ook een 'kop' toe te voegen aan de noordzijde. Hiermee wordt de dorpsentree benadrukt. De tussen gelegen bouwdelen liggen in de rooilijniets terug zodat er hiërarchie in het gebouw komt en geleding van de gevel. Het materiaal en kleurgebruik sluit ook aan op de bestaande bouw. De uitbreiding van de supermarkt resulteert in ca. 800 m² extra oppervlakte. Hiervan is ca. 460 m² extra winkeloppervlakte, ca. 200 m² extra magazijnruimte, ca. 100 m² kantine en ca, 40 m² voor de nieuwe toegang naar de appartementen boven. De kantine zit momenteel op de verdieping en wordt met het plan naar de

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

11

begane grond verplaatst. De toegang voor de appartementen zit momenteel in de winkel en wordt met het plan verplaatst. De toename van het brutovloeroppervlak (BVO) van de supermarkt is daarmee 660 m² (460 m² winkel en 200 m² magazijn). De 8 appartementen zijn langs de randen van het gebouw gesitueerd waarmee de woningen op de openbare ruimte zijn georiënteerd. Het betreft 6 huurappartementen in het middeldure segment en 2 sociale huurappartementen. De appartementen hebben een omvang van circa 60 tot 100 m². Hiermee ontstaat een gedifferentieerd aanbod van woningen waar binnen Kesteren een grote behoefte is, namelijk levensloopbestendige woningen voor senioren en eventueel starters.

12

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Nationaal beleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.

Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.3. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

13

3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. 3.1.5 Conclusie Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro.

Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend plan voorziet in het mogelijk maken van de uitbreiding van een supermarkt en 8 appartementen op de verdieping (en er worden 2 woningen binnen de huidige situatie onttrokken). Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. De appartementen hoeven daarom niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de uitbreiding van de supermarkt is er sprake van een toename van het brutovloeroppervlak (BVO) van 660 m² (460 m² winkel en 200 m² magazijn). Hiermee is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de uitbreiding van de supermarkt is er een ladderonderbouwing opgesteld om aan te tonen dat er behoefte is aan de ontwikkeling. Deze ladderonderbouwing is opgenomen als bijlage 5. Voorliggend plan past daarmee binnen het rijksbeleid.

14

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. 3.2.3 Omgevingsverordening De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 3.2.4 Conclusie Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een supermarkt en het realiseren van 8 nieuwe appartementen binnen bestaand bebouwd gebied.

De provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening stellen geen specifieke eisen aan onderhavige locatie. Het initiatief is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale detailhandelstructuurvisie Rivierenland In 2014 is deze regionale detailhandelsvisie opgesteld vanuit de gedachte dat een eenduidige gezamenlijke visie op de detailhandelsstructuur de voorwaarde is om een toekomstbestendig aantrekkelijk regionaal winkelvoorzieningenniveau in Rivierenland te waarborgen. De regionale visie moet leiden tot versterking van de koopkrachtbinding binnen Rivierenland en een omgeving waarin marktpartijen en overheid durven en kunnen investeren. De visie is opgesteld vanuit de vraag hoe de optimale toekomstige detailhandelsstructuur van de regio eruit ziet, waarbij ingespeeld wordt op structurele ontwikkelingen in de detailhandel en regio. De visie is op 5 maart 2015 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe vastgesteld.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

15

De dagelijkse winkelvoorzieningenstructuur in met name de kleine kernen staat onder druk. Het aanbod supermarkten in kernen kleiner dan 2.500 inwoners neemt al jaren af. Er dient rekening te worden gehouden met de verschillen tussen de kleine en grote(re) kernen. Binnen de regio streeft men naar het in stand houden van deze fijnmazige voorzieningenstructuur. Dit betekent dat er beperkte mogelijkheden zijn om substantiële toevoegingen in het dagelijks winkelaanbod te realiseren, mede gelet op de bestaande winkelplannen in de dagelijkse sector. Omdat de dagelijkse winkelvoorzieningen vooral een lokale verzorgingsfunctie hebben, ligt de verantwoordelijkheid hiervoor primair bij de individuele gemeenten. Het winkelaanbod in de regio is zeer verspreid. In 75 van de 81 woonplaatsen zijn detailhandelsvestigingen aanwezig. Er zijn sterke verschillen per gemeente en tevens tussen de woonplaatsen binnen de gemeenten. Er is een duidelijke regionale hiërarchie, waarbij de steden buiten de regio ook een grote aantrekkingskracht hebben. Binnen de gemeente Neder-Betuwe heeft Kesteren de meeste detailhandel, zowel in aantal vestigingen als in oppervlakte.

Als gevolg van een structureel veranderende winkelmarkt dient de periode tot en met 2020 in het teken te staan van:  terughoudendheid ten aanzien van meer winkelmeters,  concentratie van (nu nog verspreide) winkelvoorzieningen,  focus op functionaliteit, bereikbaarheid en kwaliteit van winkelgebieden,  initiatieven primair binnen de bestaande winkelstructuur huisvesten,  samenwerking tissen gemeenten en faciliterende rol van gemeenten in Rivierenland. 3.3.2 Conclusie Uit de regionale detailhandelstructuurvisie blijkt dat Kesteren de belangrijkste winkelkern is binnen de gemeente Neder-Betuwe. In de huidige situatie is in een deel van het plangebied reeds een centrumfunctie mogelijk. Met de uitbreiding van de supermarkt wordt blijvend bijgedragen aan de versterking van de concentratie van de winkelstructuur in Kesteren en wordt duidelijk invulling gegeven aan de markering van het kernwinkelgebied. Uit de ladderonderbouwing in bijlage 5 blijkt ook dat er behoefte is aan de ontwikkeling.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn:  Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken  Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt  Wonen voor iedereen  Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar  Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit  Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren  Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier  Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat  Een gezonde, groene en biodiverse omgeving.

 Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente

16

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Richtgevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe

In de Omgevingsvisie worden voor de kern Kesteren de volgende waarden benoemd:  Mooi dorp, met onder meer karakteristiek station  Veel woningbouw  Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen  Centrale ligging, goede bereikbaarheid (OV, auto en fiets)  Groene omgeving en goede verbindingen hiermee  Saamhorigheid en betrokkenheid Voor de kern Kesteren wil de gemeente rekeningen houden met:  De zichtbaarheid en waarde van karakteristieke gebouwen en elementen zoals het station  Levendigheid in het centrum en rust in de woonwijken  Aanwezigheid en zichtbaarheid van groen in de kern  De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen  Het belang van saamhorigheid en betrokkenheid Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een supermarkt en het realiseren van 8 appartementen op de verdiepingen in de kern Kesteren. Dit past binnen de waarden met betrekking tot woningbouw en de aanwezigheid van alle basisvoorzieningen die in de Omgevingsvisie voor Kesteren worden benoemd. Tevens draagt het plan bij aan de speerpunten uit de Omgevingsvisie met betrekking tot wonen, werken en behoud en ontwikkeling van sterke dorpen. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

17

3.4.2 Masterplan centrum Kesteren Voor het centrumgebied van Kesteren is het Masterplan centrum Kesteren opgesteld. De gemeenteraad heeft dit plan op 15 december 2011 vastgesteld. Het plan heeft het doel om ruimtelijke en functionele sturing voor toekomstige ontwikkelingen in het centrum van Kesteren te geven. Het is een kader dat marktpartijen moet stimuleren om te werken aan een vernieuwd centrum. Naast een sturingsinstrument en inspiratiebron is het Masterplan een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Het plan geeft een beleids-, historische, ruimtelijke en functionele analyse van het centrum van Kesteren en formuleert uitgangspunten voor de herontwikkeling van het centrum. Op onderstaande afbeelding wordt de visie op de herontwikkeling ter plaatse van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 3.2: Visie Masterplan centrum Kesteren Conform de huidige situatie blijft de Hoofdstraat de slagader van het centrum van Kesteren met een clustering van voorzieningen rondom een plein aan de noordzijde. De begrenzing van het centrum is herkenbaar door een eenduidige inrichting van de Hoofdstraat. De inrichting van het centrum is gericht op een comfortabel verblijf voor bezoekers en goede parkeervoorzieningen. Deze inrichting wijkt af van de aanloopstraten waar de stroomfunctie centraal staat en ook andere functies zijn gevestigd. De overgangen van de aanloopstraten naar het centrumgebied krijgen een markering met centrumvoorzieningen zodat de entrees van het centrum duidelijk herkenbaar zijn. De markeringen bij de entrees zijn functionele trekkers. Buitensporig markante gebouwen als markering van het centrum passen niet in de dorpse context. Globaal zijn drie deelgebieden te onderscheiden in het centrum. Nabij de Rijnbandijk komt een centraal dorpsplein met concentratie van centrumvoorzieningen: het Dorpshart. Dit plein vormt ook meteen de entree van het centrum vanaf de

18

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

noordzijde. Herontwikkeling van de voormalige SPAR-locatie moet de zuidelijke entree van het centrum markeren: Entree Zuid. Als verbindend element vormt de Hoofdstraat het derde deelgebied. Tussen het Dorpshart aan de noordzijde en Entree Zuid blijft de bestaande mix van woningen, met verspreid gelegen voorzieningen, behouden. Planspecifiek Delen van het masterplan zijn inmiddels gerealiseerd, zoals de herinrichting van de Hoofdstraat, het plein en de supermarkt. Andere delen zijn ondertussen ingehaald door de tijd. De gerealiseerde supermarkt is ten opzichte van bovenstaande afbeelding meer naar het zuiden verschoven. Hierdoor ontstaat in de nieuwe situatie meer ruimte om ook aan de noordzijde te parkeren. Ook kan het laden en lossen weer conform het masterplan worden gerealiseerd. Onderhavig initiatief past daarmee binnen het masterplan. 3.4.3 Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie NederBetuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen.

Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2.

Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

19

wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde.

De komende jaren zal de vergrijzing in NederBetuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. Planspecifiek Met voorliggend plan worden 8 nieuwe appartementen gerealiseerd in het centrum van Kesteren. Het betreft 6 huurappartementen in het middeldure segment en 2 sociale huurappartementen. De appartementen kunnen aantrekkelijk zijn voor senioren. Tevens is er vraag naar appartementen in de huursector voor starters die dit zien als een tijdelijke opstap naar een eengezins(koop)woning. Hiermee sluit het plan goed aan op het gestelde in het Programma Wonen 2020-2030. 3.4.4 Detailhandelsstructuurvisie gemeente Neder-Betuwe De detailhandelssector staat, ten gevolge van allerlei landelijke tendensen zoals de toename van internetaankopen, vergrijzing, groei van filialen (‘filialisering’) en schaalvergroting, al jaren onder druk.

Ook in de gemeente Neder-Betuwe is deze druk aanwezig, hoewel er nog nauwelijks sprake is van leegstand. Dat betekent echter niet dat sommige winkeliers geen moeite zouden hebben hun hoofd boven water te houden. De gemeente en ondernemers hebben de handen ineen geslagen. Samen hebben zij in 2015/2016 een nieuwe visie op de detailhandelsontwikkelingen in de gemeente geformuleerd. Dit met het oog op het behoud van toekomstbestendige, vitale dorpskernen. Per kern zijn concrete (verbeter)maatregelen benoemd. De lokale ondernemers zijn betrokken bij de visie. Deze kent daarmee een breed draagvlak. De visie spreekt zich uit over de supermarktontwikkelingen in de gemeente. Na uitvoering van de in de visie aangegeven plannen beschikt elke grote kern over een supermarkt met een moderne maat. Daarna is de marktruimte voor supermarkten volledig benut. Om te voorkomen dat er elders in de kernen nieuwe supermarkten worden gerealiseerd, zijn de bestaande supermarkten voorzien van de functieaanduiding 'supermarkt'. In de regels is bepaald dat supermarkten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de voorgenoemde aanduiding.

20

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Tevens wordt in de visie stevig ingezet op het weren van detailhandel buiten de winkelconcentratiegebieden, die per dorpskern zijn aangewezen. Uitzonderingen voor vestiging op de bedrijventerreinen of in het buitengebied zijn slechts onder voorwaarden en in beperkte omvang toegestaan. De panden en percelen in de winkelconcentratiegebieden zijn - overeenkomstig de vigerende bestemmingsplannen - zo veel mogelijk voorzien van de bestemming 'Centrum'. Voor zover in het vigerende nog geen centrumbestemming is opgenomen, voorziet dit bestemmingsplan in een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Centrum'. Daarmee wordt de mogelijkheid geboden om de bestaande voorzieningenstructuur verder te versterken en voorzieningen te clusteren. Omgekeerd is voor niet-woonfuncties buiten het winkelconcentratiegebied juist een wijzigingsbevoegd naar 'Wonen' opgenomen. Op deze manier wil de gemeente het verplaatsen van (winkel)voorzieningen naar het winkelconcentratiegebied stimuleren. De detailhandelsstructuurvisie biedt een toetsingskader voor nieuwe (markt)initiatieven en geeft een duidelijke richting voor de verbetering van de vier kernen waarmee de gemeente samen met ondernemers in de komende periode aan de slag kan gaan. Waar mogelijk zullen hiervoor ook (provinciale) subsidiemogelijkheden worden aangeboord. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt een bestaande supermarkt uitgebreid.

Eerder is deze supermarkt verplaatst en tevens vergroot ten opzichte van de oude supermarktlocatie. Uit de ladderonderbouwing in bijlage 5 blijkt dat er behoefte is aan deze ontwikkeling tot uitbreiding van de huidige supermarktlocatie. Tevens kan zo worden voorkomen dat er elders in de kern nieuwe supermarkten worden gerealiseerd. Uitbreiding van een bestaande supermarkt heeft minder impact dan het realiseren van een nieuwe supermarkt. Het plan past daarmee binnen de doelstellingen m.b.t. winkelconcentratiegebieden uit de detailhandelsstructuurvisie.

3.5

Conclusie

Voorliggend plan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

21

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer & parkeren

4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen:  Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is.  Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking plan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendigparkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). De toe- of afname wordt berekend aan de hand van het toekomstig programma met de bijbehorende verkeersaantrekkende werking minus de huidige verkeersaantrekkende werking van het programma dat verdwijnt.

De omgeving wordt getypeerd als 'niet-stedelijk' en waarbij conform de Nota parkeernormen van de gemeente van 'binnen de bebouwde kom' wordt aangehouden. Dit is vergelijkbaar met de CROW-typering van 'rest bebouwde kom'. Hieronder is gerekend met de maximale kengetallen die in de CROW-publicatie zijn opgenomen. Huidige situatie m²/aantal Winkel/detailhandel 120 m² Wonen koop etage midden 1 Totaal

kengetal 79,4 per 100 m² bvo 6,4

vvb/wd 95,28 6,4 101,68

Toekomstige situatie Fullservice supermarkt Wonen huur etage midden/goedkoop Totaal

kengetal 155,5 4,5

vvb/wd 1.026,3 36

m²/aantal 660 m² 8

1.062,3

Met voorliggend plan neemt het aantal verkeersbewegingen per weekdag maximaal met 960,62 toe. Het plangebied blijft ontsloten via de Hoofdstraat. De Hoofdstraat is de belangrijkste weg van het centrum van Kesteren. De verkeersprognose voor het jaar 2030 is voor de hoofdstraat 4.883 verkeersbewegingen per dag (bron akoestisch onderzoek). De straat is een erftoegangsweg (ETW). Voor erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Daarmee kan de straat de toename aan verkeersbewegingen als gevolg van de voorziene ontwikkeling goed verwerken.

22

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

Laden en lossen Het laden en lossen was aan de westzijde van het gebouw gepositioneerd. Met deze routing kruiste de vrachtwagens ook het autoverkeer en deels ook voetgangersgebied. Dit was niet ideaal. Er is gekeken naar de fysieke mogelijkheden om goed te kunnen draaien in relatie tot het hoogteverschil en de logistieke organisatie van de supermarkt zelf. Dit heeft geleid tot een nieuwe routing, waarbij de vrachtwagen eerst de gebogen parkeerplaats op rijdt en dan achteruit insteekt langs de noordgevel van de supermarkt. Het autoverkeer is hiervan gescheiden waardoor er een veilige en logischere routing ontstaat. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen' vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. De gemeente heeft de parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van CROW. 4.1.2.2 Doorwerking plan De uitbreiding van de supermarkt resulteert in ca. 800 m² extra oppervlakte. Hiervan is ca. 460 m² extra winkeloppervlakte, ca. 200 m² extra magazijnruimte, ca. 100 m² kantine en ca, 40 m² voor de nieuwe toegang naar de appartementen boven.

De kantine zit momenteel op de verdieping en wordt met het plan naar de begane grond verplaatst. Hiervoor in de plaats komt wonen op de verdieping (zie hieronder). De toegang voor de appartementen zit momenteel in de winkel en wordt met het plan verplaatst. De toename van het brutovloeroppervlak (BVO) van de supermarkt is daarmee 660 m² (460 m² winkel en 200 m² magazijn). De gemeentelijke parkeernota geeft voor een fullservice supermarkt een parkeernorm van 6,8 pp per 100 m² BVO. Op de verdieping komen 8 extra appartementen. Het betreft 6 huurappartementen in het middeldure segment en 2 sociale huurappartementen. Voor huurappartementen in het middensegment en het goedkope segment (incl. sociale huur) geldt een parkeernorm van 1,8 pp per woning. Parkeerplaatsen nodig

pp per 100 m² bvo / aantal

oppervlakte/aantal aanwezigheids %

totaal pp

Nieuw Supermarkt

6,8

660 m²

100

44,9

Huur, etage midden/goedkoop

1,8

8 woningen

60

8,6

Totaal

53,5

De parkeerbehoefte voor de voorliggende ontwikkeling komt daarmee op 53,5 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 61 parkeerplaatsen gerealiseerd. Zie hiervoor de inrichtingstekening in bijlage 1. Binnen de extra capaciteit parkeerplaatsen is ook rekening gehouden met de benodigde extra parkeerplaatsen van het plan Hoofdstraat-Torenstraat (voormalige Rabobank). Hiervoor waren namelijk nog 5,9 parkeerplaatsen te weinig (zie ontwerpbestemmingsplan). Dit betekent dat er 59,4 parkeerplaatsen nodig zijn. Hiermee voldoet het plan aan de parkeernormen van de gemeente.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

23

In zijn algemeenheid kan worden geconcludeerd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn en dat wordt voldaan aan de parkeernormen uit de Nota parkeernormen. 4.1.3 Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren.

4.2

Bodem

4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een (buitenplanse afwijking van het) bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling plan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd aan de Stationsstraat 5 en Stationsstraat 5a. De volledige onderzoeksrapporten zijn toegevoegd als bijlage 6 en 7. Hierin wordt geconcludeerd dat er lood, zink, kwik en nikkel gehaltes in zeer geringe verhogingen boven de achtergrondwaarde zijn aangetroffen. Hiermee behoeven deze geen verdere aandacht. De kwaliteit van de onderzoekslocatie is dusdanig dat er milieuhygiënisch bodemkundig geen beletselen aanwezig zijn voor de toekomstige nieuwbouw. Voor de bouwtitel van de woning ten noorden van het plangebied aan de Hoofdstraat is eerder een bodemonderzoek uitgevoerd (zie rapport in bijlage 8). Hierin wordt geconcludeerd dat de plaatselijk verhoogd gemeten verontreinigingen de tussenwaarde niet overschrijden en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Er is wel aangegeven dat asbest nog niet onderzocht is en het is niet duidelijk of het hele terrein is meegenomen in het onderzoek. Op dit deel van het terrein wordt in de toekomstige situatie echter het parkeerterrein gerealiseerd en is er geen 'woonkwaliteit' vereist.

4.2.3 Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

24

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

4.3

Geluid

4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.

De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.

De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg)

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

25

De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. 4.3.3 Doorvertaling plan Doorvertaling plan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van wegverkeerslawaai. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 9 bij de toelichting opgenomen. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Kesteren op 30 meter van het 50 km deel van de Hoofdstraat, op 124 m van de Betuwestraatweg en op 108 m van de Spoorstraat, binnen de zone van de wegen. De locatie ligt op 11 m van de Stationsstraat en op 30 meter van de Hoofdstraat (30 km gedeelte). Dit zijn 30 km wegen zonder geluidzone. De geluidbelasting t.g.v. de Betuwestraatweg bedraagt ten hoogste 39 dB na aftrek, en t.g.v. de Spoorstraat ten hoogste 41 dB na aftrek. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt door deze wegen niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op het gezoneerde deel (50km) van de Hoofdstraat bedraagt ten hoogste 50 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh op de noordgevel en westgevel van vier appartementen. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee op deze gevels overschreden.

De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron stuit op financiële en/of civieltechnische bezwaren. Afscherming is door de ligging binnen een binnenstedelijke setting ruimtelijk ongewenst. Voor de vier appartementen zal daarom een hogere waarde procedure worden doorlopen gelijktijdig met de procedure van dit bestemmingsplan. Gevelmaatregelen in de vorm van extra isolatie kunnen worden getroffen om de benodigde binnenwaarde te halen. 4.3.4 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

4.4.1 Regelgeving Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek.

Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en

26

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2 Doorvertaling plan Met voorliggend plan wordt een supermarkt uitgebreid en worden daarboven 8 nieuwe appartementen gerealiseerd. Onderhavig plangebied ligt in het centrum van Kesteren. Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als een 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat is gelegen nabij hoofdinfrastructuur. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied.

Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur, te weten het centrum van Kesteren met diverse winkels en kantoren in combinatie met woningen, is sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand terug kan worden gebracht met één afstandsstap. Dit betekent concreet dat de gereduceerde richtafstanden – zoals opgenomen in tabel 1 – van toepassing zijn. Effect functies/bedrijven omgeving op nieuwe woningen Hieronder is een overzicht gegeven van omliggende functies en de bijbehorende richtafstanden zoals de VNG die hanteert in een gemengd gebied. Adres

Inrichting

Hoofdstraat 2 Hoofdstraat 5

Apotheek Ijsboetiek

Toelaatbare Maatgevende aspect Gereduceerde Feitelijke milieucat. richtafstand (in afstand (in m) m) 1 Geluid 0 20 1 Geluid 0 25

Overige functies/bedrijven zijn op een nog grotere afstand gelegen. De huidige bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering met het realiseren van onderhavig initiatief.

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

27

Effect supermarkt op gevoelige functies Met betrekking tot het uitbreiden van de supermarkt vormt 'geluid' het bepalende aspect. Voor onderhavig plan is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd in het kader van 'bedrijfsgeluid' van de activiteiten van de supermarkt. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 10. Hierin wordt geconcludeerd dat met het treffen van enkele maatregelen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat bij de bestaande woningen en nieuw te realiseren woningen. Hiervoor worden een aantal opties gegeven. Met voorliggend plan is ervoor gekozen om de noordelijke gevel van de nieuwe appartementen direct boven de laad-/lospositie als dove gevel uit te voeren. In de regels van dit plan is deze dove gevel met een voorwaardelijke verplichting geborgd. Hiermee kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen en dat de supermarkt en overige functies en bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. 4.4.3 Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

28

Kesteren, uitbreiding Plus supermarkt

4.5.2 Onderzoek Met voorliggend plan worden gevoelige functies (appartementen) toegevoegd en een supermarkt uitgebreid. Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO 2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het realiseren van 8 appartementen in dit plan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Een supermarkt is in de Regeling NIBM niet aangewezen als vaste categorie, evenmin zijn er getalsmatige drempelwaarden bepaald (zoals bij woningbouw) waarbij kan worden aangesloten. Daarom is een berekening met de NIBM-tool gemaakt om aan te tonen dat de uitbreiding van de supermarkt 'niet in betekende mate bijdraagt' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In deze berekening is de toename van het aantal verkeersbewegingen voor het gehele plan meegenomen, dus ook voor de 8 appartementen. De bijdrage van het verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit bedraagt:

Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste weg (N233) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Aan de hand van afbeelding 4.2 zijn de jaargemiddelde concentraties voor het peiljaar 2020 bekeken. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015425/1