CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

t en r BP Varakker ong, Opheusden ontwerp

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan Varakker ongenummerd24.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.1740.bpNadertebepalen-con1

Bestemmingsplan Varakker ongenummerd, Opheusden Ontwerp

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Varakker ongenummerd, Opheusden NL.IMRO.1740.BP00000-0001 Ontwerp 1 juni 2021 16.90.40

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Cor Huibers Boomkwekerijen

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. E. Stevens Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Varakker ongenummerd, Opheusden

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

5 Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie beleid Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Spuitzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Trillingen Milieueffectrapportage Explosieven Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase

Varakker ongenummerd, Opheusden

6 6 6 7 8 9 9 10 12 12 13 14 19 20 20 21 22 24 25 26 27 29 32 35 37 38 38 39 40 41 41 41 41 43 43 44 44 44 45 45 45 45 45

3

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

48 49 50 51 52 53 54 55 56

Onderzoek alternatieve locaties Verkennend bodemonderzoek Historisch bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Onderzoek spuitzone Onderzoek externe veiligheid Berekening watercompensatie Quickscan Flora en Fauna Voortoets stikstofdepositie

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

57 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch Leiding - Gas Waarde - Ecologie Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Beheerszone watergang Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

59 59 64 67 67 71 72 72 75 77 77 77 77 78 79 81 81 81

Bijlagen bij de Regels

83

Bijlage 1

84

4

Beplantingsplan Varakker ong.

Varakker ongenummerd, Opheusden

Toelichting

Varakker ongenummerd, Opheusden

5

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Containerteelt Cor Huibers en Zn, hierna, hierna initiatiefnemer, heeft het voornemen om de bedrijfsactiviteiten met betrekking tot de containerteelt te scheiden van de boomkwekerij aan de Varakker 4 in Opheusden. Een aantal jaren terug heeft de initiatiefnemer daartoe enkele percelen aangekocht (D301, D300, D198 en een deel van D199), ten westen van de bestaande bedrijfslocatie. Het plan is nu om op deze percelen een op zich zelf staand containerteelt bedrijf te beginnen. Op de locatie zijn een nieuwe bedrijfsloods, tunnelkassen en mogelijk een nieuwe bedrijfswoning voorzien. Het initiatief past niet in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' uit 2014. Een herziening van het geldend bestemmingsplan is noodzakelijk. Via voorliggend document wordt gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Varakker ongenummerd, ten westen van de boomkwekerij aan de Varakker 1 in het buitengebied van Opheusden, gemeente Neder-Betuwe. De directe omgeving betreft een agrarisch gebied met bomenteelt en diverse woonpercelen aan het lint. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)

6

Varakker ongenummerd, Opheusden

1.3

Geldende plannen

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' uit 2014. Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch'. Ter bescherming van de watergang langs de Varakker en de ecologische waarden van de oevers van deze watergang zijn de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Beheerszone watergang' en 'Waarde - Ecologie' opgenomen. Vanwege de bescherming van een gasleiding die aan de zuidkant door het plangebied heenloopt, is een dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen. Verder gelden binnen het plangebied de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - spoor' (hele plangebied) en 'vrijwaringszone weg' (noordkant). In navolging van het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' gelden voor de gehele gemeente NederBetuwe de parapluplannen 'Parkeren' en 'Archeologie', beide uit 2018. Het meest noordelijke stukje van het plangebied ligt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De overige gronden van het plangebied zijn uitgesloten van een archeologische waardeaanduiding. Het aspect parkeren komt later aan bod, onder 4.1. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren'.

Uitsnede van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren'

(bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch' zonder bouwvlak. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt op folie, worteldoek of goten en het weiden van dieren. Door het ontbreken van een bouwvlak zijn bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen niet toegestaan. Het initiatief is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

Varakker ongenummerd, Opheusden

7

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

8

Varakker ongenummerd, Opheusden

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Cor Huibers boomkwekerijen is een kwekerij met een breed assortiment sier-, vorm-, fruit- en meerstammige bomen. De kwekerij past verschillende vormen van teelt toe, waaronder containerteelt. De containerteelt wordt nu nog, net als de rest van het bedrijf, uitgeoefend aan de Varakker 4 en het daar tegenover gelegen perceel D199. De containerteelt heeft een dusdanig sterke groei doorgemaakt de laatste jaren dat uitbreiding gewenst is. De initiatiefnemer heeft daarom het voornemen om de containerteelt fysiek te scheiden van de overige bedrijfsvoering en elders aan de Varakker, binnen het plangebied, een nieuw containerteeltbedrijf te starten. Het betreft de percelen 'Gemeente Opheusden, sectie D, nummer 148' en 'Gemeente Opheusden, sectie D, nummer 198'. De locatie heeft een totaal oppervlak van circa 1 ha en biedt daarmee voldoende ruimte voor de gewenste bedrijfsmogelijkheden. Het plan komt inhoudelijk verder aan bod in navolgende paragraaf 2.2. Het plangebied aan de Varakker is nu nog in gebruik als landbouwgrond. Bebouwing is er niet aanwezig. Rondom de perceelsgrenzen liggen de voor dit gebied kenmerkende sloten. Ten zuiden van de locatie liggen achtereenvolgend de Betuwelijn en de snelweg A15. Aan de noordkant ligt de Varakker. Aan deze weg liggen, net als in de rest van het westelijk buitengebied van Opheusden, voornamelijk boomkwekerijen.

Navolgende afbeelding toont een luchtfoto van het plangebied.

Luchtfoto van het plangebied (bron foto: omgevingsvisie Gelderland).

Varakker ongenummerd, Opheusden

9

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Programma en ruimtelijke ontwikkeling Het plan is om een containerteeltbedrijf te beginnen binnen het plangebied. Daarvoor zijn onder andere een bedrijfsloods en tunnelkassen voorzien. Ook maakt voorliggend bestemmingsplan de realisatie van één bedrijfswoning mogelijk op het perceel. Ten behoeve van de toekomstige inrichting van het plangebied is een schetsontwerp/beplantingsplan gemaakt. Navolgende afbeelding toont hier een uitsnede van.

Uitsnede van het schetsontwerp van de toekomstige inrichting van het plangebied (bron: SRO)

De toekomstige bebouwing is geclusterd vooraan op het perceel. De bedrijfsloods krijgt een oppervlak van circa 500 m². De loods zal voornamelijk worden gebruikt voor het oppotten van bomen die vanuit de volle grond in de specifiek daarvoor bedoelde boomcontainers worden geplaatst, waarna de bomen verkoopklaar aan klanten kunnen worden verkocht. Direct achter de loods zijn tunnelkassen voorzien. Deze tunnelkassen zorgen ervoor dat zeker de vorstgevoelige boomsoorten kunnen overwinteren. Achter op het perceel is ruimte voor teeltvelden in de buitenlucht. Om voldoende afstand te creëren tussen de bedrijfswoning en de snelweg A15 en de Betuwelijn, is deze vooraan op het perceel voorzien.

10

Varakker ongenummerd, Opheusden

Voorliggend project biedt de initiatiefnemer de ruimte om de gewenste groei van het bedrijf te kunnen realiseren. Ruimtelijk gezien zorgt de bedrijfsverplaatsing ook voor een positief effect. In de bestaande situatie zijn er, zeker in de winter, veel verkeersbewegingen nodig tussen het bedrijf aan de Varakker 4 en de teeltgronden aan de andere kant van het bestaande bedrijf. Door de clustering van de bedrijfsfuncties op één locatie komen deze verkeersbewegingen te vervallen. 2.2.2 Beplantingsplan De toekomstige bedrijfslocatie wordt landschappelijk ingepast door de aanleg van verschillende landschapselementen. Het beplantingsplan is te raadplegen in bijlage 1 van de regels. Het aanleggen van de landschapselementen is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente de ontwikkeling van het landschap voor de komende 10 jaar wil begeleiden. Rekening houdend met de ontwikkeling van de verschillende functies in het landelijke gebied wordt beschreven hoe de landschappelijke waarden behouden en versterkt kunnen worden, onder andere door een samenhangende benadering van verschillende aspecten waaronder laanboomteelt en het landschap. Daarnaast gaat de visie in op de mogelijkheden om het landschap te beleven.

Uitgangspunt van het beplantingsplan is het creëren van een terreininrichting die passend is voor dit gebied. Parallel aan de westelijke perceelsgrens komt een groenzone. Vooraan deze zone komt een bomenrij van de soort 'es', waarna de zone overgaat in een extensief beheerd grasland afgewisseld met knotwilgen. In de tuin van de toekomstige bedrijfswoning is ruimte voor een solitaire boom. Te denken valt aan een treurwilg, linde of walnoot. Verder bakent een haag (beukenhaag, liguster of veldesdoorn) de bedrijfswoning af van de rest van de bedrijfslocatie. Het verbreden van de bestaande sloot aan de oostzijde van het perceel draagt bij aan de waterberging van het gebied. De verbreding biedt kansen voor de aanleg van een ecologische oever. De samenhangende benadering van de laanboomteelt en het landschap uit het Landschapsontwikkelingsplan wordt zichtbaar in het zuidelijke deel van het plan. Daar is gekozen om de landschapsstructuur die gevormd wordt door de Linge ruimtelijk extra te accentueren. Gescheiden door een 15 meter brede strook extensief beheerd grasland volgen de kwekerij velden de contouren van de Linge. Deze strook geeft tegelijkertijd fysiek ruimte aan de Linge waardoor in de toekomst landschappelijke versterkingen uitgevoerd kunnen worden.

Door de zuidgrens van de kwekerij niet parellel te laten lopen met de Varakker maar de contouren van de Linge te laten volgen wordt de verbinding van de kwekerij met de Linge en het landschappelijke karakter versterkt. 2.2.3 Ontsluiting en parkeren De toekomstige bedrijfswoning en het containerbedrijf zullen door een gezamenlijke inrit worden ontsloten op de Varakker. Binnen eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van voertuigen. Meer over het aspect verkeer volgt in paragraaf 4.1.

Varakker ongenummerd, Opheusden

11

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Nationaal beleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en biedt lagere overheden, burgers en bedrijven, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.

Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.

Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'acute regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. 3.1.2 Conclusie Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking

12

Varakker ongenummerd, Opheusden

In voorliggend plan wordt een bestaande boomkwekerij verplaats aan de Varakker verplaatst naar een locatie elders aan deze zelfde weg. Het perceel waar het containerteeltbedrijf zal worden gevestigd heeft reeds een agrarische functie. Het plan voorziet in een nieuwe loods en een bedrijfswoning. Dit valt echter niet onder een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef i, van het Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet noodzakelijk.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Algemeen beleid Op 19 december 2018 zijn de geactualiseerde Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Gelderland in werking getreden. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie en partners gaan nieuwe ontwikkelingen bezien in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. 3.2.4 Conclusie De provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening stellen geen specifieke eisen aan voorliggende locatie. De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik is niet aan de orde, omdat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat het initiatief uitvoerbaar is vanuit het provinciale beleid.

Varakker ongenummerd, Opheusden

13

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 Op 5 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 vastgesteld. Doel van deze structuurvisie is het bieden van een actueel en integraal ruimtelijk kader, dat voor de langere termijn als toetsingskader op hoofdlijnen dient voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de structuurvisiekaart ter plaatse van het plangebied.

Uitsnede uit de Structuurvisiekaart Neder-Betuwe 2018, plangebied rood omlijnd (bron: gemeente Neder-Betuwe)

Het plangebied ligt binnen het 'dynamisch middengebied' en 'ontwikkeling laanboomteelt'. Voorliggend initiatief maakt de oprichting van een nieuw laanboomteelt bedrijf mogelijk op een plek die in de bestaande situatie in gebruik is als landbouwgrond. De toekomstige functie past daarmee goed binnen de gebiedsidentiteit en sluit aan op de structuurvisie. Het initiatief past binnen de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018. 3.3.2 Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe (2009) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Neder-Betuwe wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente de ontwikkeling van het landschap voor de komende 10 jaar wil begeleiden. Rekening houdend met de ontwikkeling van de verschillende functies in het landelijke gebied wordt beschreven hoe de landschappelijke waarden behouden en versterkt kunnen worden. Daarnaast gaat de visie in op de mogelijkheden om het landschap te beleven. Planspecifiek Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de visiekaart ter plaatse van de omgeving van het plangebied.

14

Varakker ongenummerd, Opheusden

Uitsnede uit het Landschapsontwikkelingsplan, plangebied rood omlijnd (bron: gemeente Neder-Betuwe)

Het plangebied ligt binnen het dynamisch middengebied waar grootschaligheid van het landschap behouden dient te blijven waar boomteelt zich kan ontwikkelen. Met name bij de inpassing van nieuwe ontwikkelingen is het creëren en behouden van lange doorgaande lijnen van belang. De ontwikkeling van een boomteeltbedrijf waarin de bebouwing zicht voegt naar de verkavelingsrichting, past binnen deze landschappelijke visie. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor het grondgebruik langs de Linge. Het initiatief past binnen het Landschapsontwikkelingsplan. 3.3.3 Intergemeentelijke Strategische Visie Laanboomcentrum Betuwe In juli 2015 is door de Gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe en Buren een intergemeentelijke strategische visie voor de laanboomteelt in de Betuwe opgesteld. Het integrale karakter van de visie wordt primair gezocht in een samenhangende benadering van de aspecten laanboomteelt, infrastructuur, landschap, natuur, recreatie, cultuurhistorie, wonen en werken. De visie dient als input voor de structuurvisie van de deelnemende gemeenten en voor activiteiten gericht op de versterking van de laanboomteelt. De visie doet een uitspraak over waar de sector op ruimtelijke aspecten gefaciliteerd dient te worden en op welke wijze. Daarnaast gaat de visie in op hoe de sector een bijdrage kan leveren aan landschappelijke, ruimtelijke en milieukwaliteiten.

Varakker ongenummerd, Opheusden

15

De laanboomteeltsector is een belangrijk fundament voor de economie van het gebied en heeft een intensieve samenwerking op regionaal en landelijk niveau. Het Laanboomcentrum Betuwe is een groen, gezond en gerespecteerd cluster. Hierbij heeft het Laanboomcentrum Betuwe een sterke internationale marktpositie en een ketenregiefunctie in de laanboomteelt gekregen. Het gebied herbergt diverse gecertificeerde laanboomteeltbedrijven van de toekomst aangevuld met ondersteunende bedrijven, waardoor een optimalisatie van de hele keten van bedrijven plaatsvindt. Tevens heeft het Laanboomcentrum Betuwe een toonaangevende positie in kennis, innovatie en hoogwaardige arbeid. De gemeente wil dat de sector zich verder kan ontplooien en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien en zich verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Dit betekent dat het gehele buitengebied, met uitzondering van de uiterwaarden en het weidevogel- en ganzengebied, kan worden ingezet om groei van deze sector mogelijk te maken en heeft het de prioriteit ten opzichte van andere functies, zoals recreatie en toerisme en wonen. Als vanzelfsprekend zal rekening moeten worden gehouden met landschappelijke inpassing van de laanboomteeltbedrijven en de groene dooradering met boomteeltproducten.

Indien dit vanuit de kwaliteiten van het landschap nodig en mogelijk is, zullen randvoorwaarden worden gesteld aan de inpassing van nieuwe agrarische bouwpercelen, niet grondgebonden teelten (containerteelt) en teeltondersteunende voorzieningen. De randvoorwaarden zijn afhankelijk van de aard en de locatie van de voorzieningen. In de gemeente Neder-Betuwe is gekozen het accent voor het behoud van de openheid te leggen op het door de provincie aangewezen weidevogelgebied, het Eldikse en Dodewaardse Veld. Het weidevogelgebied in het Eldikse en Dodewaardse Veld vormt het hart van het komgebied langs de A15 in contrast met de beslotenheid en kleinschaligheid van de oeverwal bij Ochten en Eldik in het zuiden en de oeverwal van Kesteren Opheusden in het noorden. Uitbreiding van laanboomteelt, hoog opgaande beplanting of de realisatie van nieuwe erven met bebouwing is vanuit een landschappelijke visie hier niet wenselijk. Planspecifiek Het plangebied is gelegen binnen het boomteeltconcentratiegebied. Dit is het gebied waar de laanboomteeltsector de ruimte krijgt. Realisatie van een nieuw bouwperceel past hiermee binnen de ambitie van de structuurvisie. Het plangebied is niet gelegen binnen weidevogelgebied. Uitbreiding van boomteelt op de planlocatie is vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt passend binnen de structuurvisie.

16

Varakker ongenummerd, Opheusden

Het initiatief past binnen de Intergemeentelijke Strategische Visie Laanboomcentrum Betuwe. 3.3.4 Beleidsnotitie "Criteria nieuwe agrarische bouwpercelen" Voor het toestaan van nieuwe agrarische bedrijven met bedrijfsbebouwing heeft de gemeente Neder-Betuwe de beleidsnotitie 'Criteria nieuwe agrarische bouwpercelen' (2008) opgesteld. In deze beleidsnotitie worden de criteria geconcretiseerd voor de aanwijzing van een nieuw agrarisch bouwperceel op een locatie waar geen bouwvlak aanwezig is. Deze criteria gelden zowel voor een bouwperceel voor een nieuw agrarisch bedrijf, als voor een te verplaatsen bestaand agrarisch bedrijf. De aanwijzing van een agrarisch bouwperceel is alleen mogelijk voor een in hoofdzaak grondgebonden bedrijf, met uitzondering van containerteelt. Er worden geen bouwpercelen in het komgebied aangewezen. Belangrijke voorwaarden zijn dat het moet gaan om volwaardig agrarisch bedrijf dat reeds drie jaar bestaat en dat aantoonbaar geen geschikte hergebruikslocaties aanwezig zijn. Deze criteria zijn de volgende: Beschikbaarheid hergebruikslocatie Criterium a: Er is aantoonbaar geen hergebruikslocatie voorhanden binnen het zoekgebied. Het zoekgebied wordt gedefinieerd als de zone binnen 1 kilometer van alle in eigendom zijnde, en voor de vestiging geschikte, percelen van de aanvrager. Met "geschikt" wordt bedoeld dat de omvang minimaal 1,5 ha dient te bedragen.

Het aantoonbaar betekent dat het op de weg van aanvrager ligt om e.e.a. te onderbouwen, maar in elk geval dient de aanvrager minimaal 1 jaar actief te hebben gezocht naar een bestaande locatie (bijv. via inschrijvingen bij makelaars). Een hergebruikslocatie met uitsluitend een woning en/of totaal ongeschikte bebouwing danwel te weinig grond voor de benodigde bebouwing en/of in al deze gevallen met een aankoopprijs boven de € 400.000; wordt op voorhand beschouwd als ongeschikt. De initiatiefnemer heeft de afgelopen jaren gezocht naar geschikte locaties in de omgeving van zijn teeltgronden om daarop de bedrijfslocatie te kunnen ontwikkelen. Gezocht is naar locaties op een afstand van maximaal 1 kilometer van de percelen waar de teelt plaatsvindt. De zoektocht is in een rapportage verslagen, deze rapportage is als bijlage 1 toegevoegd aan de toelichting. De conclusie is dat er geen geschikte hergebruikslocatie is gevonden. Volwaardig bedrijf Criterium b: Het dient een volwaardig bedrijf te betreffen dat ook reeds minimaal drie jaar als volwaardig bedrijf operationeel is, hetgeen middels accountantsverklaringen hard kan worden gemaakt. De advisering over de volwaardigheid wordt in handen gesteld van de provincie of een andere onafhankelijke agrarische instantie.

De onafhankelijke Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen zal beoordelen of er minimaal drie jaar sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf. Op basis van de aangeleverde gegevens heeft de Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen geoordeeld dat de opbrengsten uit het bedrijf renderend zijn en in een volwaardig inkomen voorzien. Geen vestiging in agrarisch komgebied Criterium: c. Situering in een agrarisch komgebied is niet toegestaan. Er wordt gestreefd naar een locatie in de bestemming "agrarisch gebied", dat wil zeggen de gebieden zonder specifieke landschappelijke en/of natuurlijke waarden. In het agrarisch oeverwalgebied zijn er evenwel mogelijkheden indien dit niet leidt tot aantasting van de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurlijke waarden.

Varakker ongenummerd, Opheusden

17

Vigerend bestemmingsplan De locatie van het gewenste agrarische bouwvlak binnen het plangebied behoort tot het bestemmingsplan Buitengebied Kesteren. De vigerende bestemming is 'Agrarisch'. Op gronden met deze bestemming zijn landschappelijke waarden niet of zeer beperkt aanwezig. Ook zijn er op de locatie geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Het bebouwen van het plangebied en het realiseren van een containerteeltbedrijf past in zijn geheel binnen de landschappelijke context. Voor de inrichting van het plangebied is een beplantingsplan opgesteld (bijlage 1 van de regels). Uitgangspunt van het beplantingsplan is het creëren van een terreininrichting die passend is voor dit gebied, met onder andere een groenzone parallel aan de westelijke perceelsgrens, een bomenrij van de soort 'es' en enkele solitaire bomen binnen het plangebied. Ook wordt in het plan rekening gehouden met de instandhouding van een landschappelijke zone van extensief beheerd grasland parallel aan de Linge, die aan de zuidkant van het plangebied stroomt. Middels een Quickscan flora en fauna is in paragraaf 4.10 nader gemotiveerd dat voorliggend plan niet leidt tot aantasting van aanwezige natuurwaarden. Daarmee wordt aan dit criterium voldaan. Landschapsontwikkelingsplan Volgens het Landschapsontwikkelingsplan ligt de locatie van het gewenste bouwvlak in het Dynamisch Middengebied.

Het beleid is erop gericht de grootschaligheid van het landschap te behouden. Met name bij de inpassing van nieuwe ontwikkelingen is het creëren en behouden van lange doorgaande lijnen van belang. De ontwikkeling van een boomteeltbedrijf waarin de bebouwing zicht voegt naar de verkavelingsrichting, past binnen deze landschappelijke visie. Zoals reeds in voorgaande alinea gemotiveerd voorziet voorliggend plan in een landschappelijke zone van extensief beheerd grasland langs de Linge waarbinnen agrarische bedrijfsactiviteiten niet worden toegestaan. Daarmee wordt aan dit criterium voldaan. Overwegend grondgebonden bedrijf Criterium d: Het dient een overwegend grondgebonden bedrijf te betreffen (geen intensieve veehouderijen). Een uitzondering hierop wordt gevormd door containerteelt, welke formeel gezien niet grondgebonden is, maar wel als een onlosmakelijk onderdeel van de boomteeltsector wordt beschouwd. Een agrarisch bouwperceel wordt alleen toegekend indien het bedrijf zich overwegend richt op teelt/productie. Een overwegend handelsbedrijf (zowel in dieren als in planten) wordt niet beschouwd als een agrarisch bedrijf. Ondergeschikte handelsactiviteiten passen uiteraard wel binnen een agrarische bestemming. Het bedrijf, waarvoor een agrarisch bouwperceel is gewenst, teelt bomen. Het is daarom een bedrijf dat gekenmerkt wordt door een volledig grondgebonden bedrijfsvoering.

Bouwperceel van maximaal 1 ha Criterium e: De oppervlakte van het nieuwe bouwperceel wordt afgestemd op de benodigde bebouwing (concreet bouwplan) met een max. oppervlakte van 1 ha, via wijziging onder de gebruikelijke voorwaarden te vergroten tot 1,5 ha. Het gewenste bouwperceel aan de Varakker beslaat een oppervlakte van 4500 m². Deze oppervlakte voldoet aan het gestelde criterium van maximaal 1 ha. Bedrijfswoning Criterium f: Indien een bedrijfswoning, met name voor gezinsbedrijven (niet voor het personeel), aantoonbaar noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering (op advies van een onafhankelijk agrarische adviesinstantie), kan deze worden meegenomen in de bestemmingsplanherziening. Op basis van de aangeleverde gegevens zal Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen in het vervolg van de planontwikkeling advies uitbrengen over de noodzaak van een bedrijfswoning.

18

Varakker ongenummerd, Opheusden

Gesitueerd aan verharde openbare weg Criterium g: Een agrarisch bouwperceel wordt uitsluitend gesitueerd aan een verharde openbare weg en is bij voorkeur goed ontsloten. Het gewenste bouwperceel wordt ontsloten op de Varakker. Dit is een verharde openbare weg die van diverse richtingen bereikbaar is. Aan de weg zijn meerdere boomteelt bedrijven gelegen. Om deze locatie vanuit de doorgaande wegen te bereiken is het niet noodzakelijk het landelijke gebied over grote afstanden te doorkruizen. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat aan alle criteria uit de beleidsnotitie "Criteria nieuwe agrarische bouwpercelen" wordt voldaan.

3.4

Conclusie beleid

Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.

Varakker ongenummerd, Opheusden

19

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer & parkeren

4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen:  Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is.  Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorvertaling bestemmingsplan Door voorliggend plan verplaatsen de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf aan de Varakker 4 naar het plangebied. Per saldo treed er geen noemenswaardige verandering op ten aanzien van de bijbehorende verkeersbewegingen van klanten en bezoekers. Omdat alle activiteiten nu op één locatie worden gevestigd verdwijnen de 'interne' verkeersbewegingen van personeel tussen de bestaande bedrijfslocatie en de teeltgronden (personeel rijdt nu 15 tot 20 keer per dag heen en weer tussen de Varakker 4 en de teeltgronden aan de andere kant van de Varakker (afstand van circa 1 km).

Daar staat tegenover dat in de toekomstige situatie klanten en bezoekers vanaf de Parallelweg verder door moeten rijden over de Varakker. Het gaat echter over een afstand die maar zeer beperkt wordt vergroot (ca. 250 m). Gesteld kan worden dat per saldo daarom geen sprake is van een noemenswaardige veranderingen ten aanzien van de verkeersbewegingen en verkeerssituatie behorende bij het containerteeltbedrijf. Het initiatief heeft geen noemenswaardig effect op de verkeerssituatie ter plaatse. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving De Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (11 mei 2017) is van toepassing op nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Neder-Betuwe. Hierin worden onder andere parkeernormen gesteld op basis van de toe te voegen functies. 4.1.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan Op basis van de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (2017), geldt een parkeernorm van 1.3 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. Uit is gegaan van een arbeidsextensief / bezoekers extensief bedrijf, dit is reeds afgestemd met de gemeente. De toekomstige bedrijfsloods krijgt een omvang van 500 m². De som voor het aantal benodigde parkeerplaatsen die hier uit volgt betreft 1.3 * 5 = 6,5, afgerond 7 benodigde parkeerplaatsen. Op het beplantingsplan (bijlage 1 van de regels) is weergegeven dat binnen eigen terrein voldoende ruimte aanwezig is voor de aanleg van 7 parkeerplaatsen.

Ook voor de 3 benodigde parkeerplaatsen voor de bedrijfswoning is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig. 4.1.3 Conclusie De uitvoerbaarheid van het initiatief voor verkeer is hiermee aangetoond.

20

Varakker ongenummerd, Opheusden

4.2

Bodem

4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In 2016 is er ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek naar de kwaliteit van de toplaag van de bodem volgens de NEN 5740 strategie uitgevoerd. Het rapport is te raadplegen in bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat de toplaag als schoon wordt gekwalificeerd. De toplaag voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde waarmee de bodemkwaliteit van de toplaag in lijn ligt met het beoogde gebruik van het plangebied. Gezien de goede kwaliteit van de toplaag en het ongestoorde, niet geroerde, bodemprofiel bij de overgang naar de onderlaag op 0,5 m-mv, luidt het vervolg van de conclusie dat mag worden aangenomen dat ook de onderlaag zijn natuurlijke achtergrondwaarde kwaliteit zal bezitten. Om deze laatste conclusie kracht bij te zetten is op een later moment, in 2020, een historisch bodemonderzoek volgens de NEN 5725 strategie uitgevoerd, zie bijlage 3. Daarin is de conclusie opgenomen dat de onderzoeklocatie volledig onverdacht is. Dit geldt voor zowel de toplaag als de onderlaag.

De conclusie luidt dat in verband met de aangetroffen schone toplaag, zie de voorgaande conclusie, dat ook de onderlaag en het grondwater onverdacht en dus niet verontreinigd zullen zijn. Opgemerkt dient te worden dat er na het onderzoek naar de toplaag van de bodem uit 2016 geen activiteiten en bouw- en of/sloopwerkzaamheden binnen het plangebied hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische kwaliteit van de toplaag aan hebben kunnen tasten. De conclusies zijn daardoor nog representatief. Geconcludeerd wordt dat de kwaliteit van de bodem in lijn ligt met het beoogde gebruik. Nader bodemonderzoek is niet aan de orde. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

Varakker ongenummerd, Opheusden

21

4.3

Geluid

4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.

De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.

De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Railverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van spoorwegen (en ook van tram en metro) en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 100 tot maximaal 1300 meter. Binnen deze zone is de Wgh van toepassing. Doorvertaling bestemmingsplan Om de gevolgen vanuit railverkeer (Betuwelijn) op de toekomstige bedrijfswoning te onderzoeken is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. De geluidsbelasting door railverkeer bedraagt ten hoogste 60 dB. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt daar overschreden. De maximale hogere waarde van 66 dB wordt niet overschreden. Omdat het treffen van bronmaatregelen niet mogelijk blijkt, wordt vanuit railverkeer een hogere waarde aangevraagd van ten hoogste 60 dB conform tabel IV.1.

22

Varakker ongenummerd, Opheusden

4.3.3 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. 4.3.4 Doorvertaling bestemmingsplan Om de gevolgen vanuit wegverkeer (Varakker en A15) op de toekomstige bedrijfswoning te onderzoek is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. De geluidsbelasting door wegverkeer over de rijksweg A15 bedraagt op de zuidgevel (zijgevel) ten hoogste 56 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 58 dB voor agrarische bedrijfswoningen buiten de bebouwde kom wordt niet overschreden. Omdat het treffen van maatregelen aan de bron (A15) niet mogelijk blijken, dient voor de gevels van de agrarische bedrijfswoning wel een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 56 dB voor geluid door wegverkeer over de A15 conform tabel III.2. De geluidsbelasting door wegverkeer over de Varakker bedraagt ten hoogste 46 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden.

Op basis van deze uitkomsten zijn hogere waarden voor de geluidsbelasting over de Varakker niet nodig. 4.3.5 Conclusie Voor de bedrijfswoning zal, gelijktijdig met de procedure van voorliggend bestemmingsplan, een hogere waarde procedure worden doorlopen voor zowel wegverkeer als railverkeer. Met het vaststellen van hogere grenswaarden, vormt het aspect 'geluid' geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

Varakker ongenummerd, Opheusden

23

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

4.4.1 Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek.

Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit.

24

Varakker ongenummerd, Opheusden

4.4.2 Doorvertaling bestemmingsplan Een containerteeltbedrijf is in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' aangewezen als een tuinbouwbedrijf met bedrijfsgebouwen. Voor dit type bedrijfsvoering geldt een milieucategorie 2, met een bijbehorende maximale richtafstand van 30 m op basis van geluid. Het dichtstbijzijnde gevoelige object (woning) ligt tegenover het toekomstige bedrijf, aan de Varakker 8. De afstand tussen het woonperceel en het toekomstig bouwvlak bedraagt 60 m. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Gevoelige objecten uit de omgeving ondervinden geen nadelige hinder vanuit milieuzonering. Vanuit omgekeerde werking is het mede van belang te kijken naar het milieueffect van omliggende bedrijven op de toekomstige bedrijfswoning. In de omgeving van de toekomstige bedrijfswoning liggen voornamelijk teeltvelden van bomenkwekerijen. De mogelijke effecten vanuit het aspect spuitzonering komen in navolgende subparagraaf 4.5 aan bod. Andere vormen van bedrijfsactiviteiten ontbreken, waardoor er vanuit milieuzonering sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bedrijfswoning. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.5

Spuitzonering

4.5.1 Regelgeving Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er gelden, behoudens het niet mogen belasten van oppervlaktewater (Afdeling 3.5 van het Activiteitenbesluit), in Nederland geen wettelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstanden tussen de teeltgronden en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. In de bestemmingsplanpraktijk word daarom een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een genoemde teelten en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide indicatieve vuistregel. Sinds 1 januari 2017 is het grond van het artikel 3.78a Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht om bij open teelten te spuiten met een driftreductie van 75%. Uitgaande van deze verplichte spuitmethode is middels de onderzoeksresultaten van de WUR te onderbouwen dat met een minimale afstand van 35 meter van de bebouwing tot de eerste bomenrij er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Aan beide afstanden wordt in het betreffende geval niet voldaan, omdat de afstand tussen het bestemmingsvlak 'Wonen', een gevoelige bestemming, en de agrarische gronden nagenoeg 0 m is.

In de uitspraak in zaak 2015-06413/1/R2 is naar voren gekomen dat locatie specifieke omstandigheden in de overwegingen dienen te worden betrokken. De uitspraak van de Raad van State d.d. 10 september 2014 betekent in dit verband dat de afstand van 50 meter niet overal behoeft te worden toegepast. Er kunnen zich omstandigheden voordoen waar van deze aan te houden afstand (gemotiveerd) kan worden afgeweken. Het gaat om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op/in de gevoelige functies en de borging van de te nemen maatregelen om tot dit klimaat te komen. Om te bepalen of afgeweken kan worden van de vuistregel zijn onder andere de volgende aspecten relevant: 1. 2. 3. 4. 5.

wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en wat zijn de geldende bestemming(en); wat is het huidige gebruik van de gronden / welke teelten vinden plaats; welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en welke spuitmethode wordt gebruikt; wat zijn de effecten van driftreducerende middelen (vaak hagen en bomenrijen); wat is de overheersende windrichting.

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Varakker ongenummerd, Opheusden

25

Voorliggend bestemmingsplan maakt de oprichting van een zogenaamd 'driftgevoelig' object (bedrijfswoning) mogelijk. In de omgeving van de toekomstige bedrijfswoning zijn meerdere agrarische percelen aanwezig. Daarom is een onderzoek naar spuitdrift van gewasbeschermingsmiddelen uitgevoerd, zie bijlag 5. In het onderzoek is uitgegaan van een worst-case scenario met een fictieve boomgaard met laagstamfruitteelt op minder dan 50 m afstand ten opzichte van de locatie voor de geplande driftgevoelige bestemming ( bedrijfswoning). Uit het onderzoek blijkt dat, rekening houdend met een viertal situaties zoals opgenomen op pagina 15 van het onderzoek, dat om gezondheidsrisico's tot een aanvaardbaar niveau te beperken, er ten opzichte van de boomgaard zonder maatregelen een afstand van 30 m aangehouden dient te worden. Doordat de afstand tussen de driftgevoelige bestemming (bedrijfswoning) en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen het agrarisch perceel in de beoogde situatie minimaal 30 m (westelijk en noordelijk) bedraagt, wordt op basis van het voorliggende plan ten opzichte van deze boomgaarden aan het afstandscriterium voldaan. In de regels en de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan is geborgd dat de bedrijfswoning alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Daarmee is planologisch geborgd dat de woning niet dichter dan 30 m tot de omliggende agrarische percelen mag worden opgericht. 4.5.3 Conclusie Het aspect spuitzonering vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de

26

Varakker ongenummerd, Opheusden

luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.6.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO 2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het initiatief betreft slechts het toestaan van één bedrijfswoning binnen het plangebied. De overige gronden van het plangebied zullen in gebruik worden genomen als tuinbouwbedrijf. Een tuinbouwbedrijf is in de Regeling NIBM aangewezen als één van de activiteiten die op voorhand aangemerkt kan worden als een activiteit die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Uit metingen van het rekenpunt 695087 (aan de A15 ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen: NO2 (stikstofdioxide) 25,9 µg/m3

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3) 40 µg/m3

PM10 (Fijn stof) 20,5 µg/m3

PM12,5(Zeer fijn stof) 12,5 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. 4.6.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

4.7

Geur

4.7.1 Regelgeving Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten.

Varakker ongenummerd, Opheusden

27

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel. Concentratiegebied Niet-concentratiegebied Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv max. 3 ouE/m³ max. 2 ouE/m³ andere diercategorieën min. 100 m t.o.v. min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object geurgevoelig object Buiten diercategorieën Rgv max. 14 ouE/m³ max. 8 ouE/m³ bebouwde kom andere diercategorieën min. 50 m t.o.v. min. 50 m t.o.v. geurgevoelig geurgevoelig object object Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10778953/1