RKC-4 - Rekenkamerbrief nr. 35
Tekst van het document
REKENKAMERBRIEF Neder-Betuwe, nr. 35 Juni 2021
Aan: CC:
De leden van de gemeenteraad Neder-Betuwe Het college van B&W Het management Overige belangstellenden (via de website)
Geachte raadsleden, Hierbij ontvangt u de RekenkamerBrief van de Rekenkamercommissie Neder-Betuwe. In deze brief geven wij u informatie over de volgende onderwerpen: 1. Start nieuw onderzoek ‘Laaggeletterdheid in Neder-Betuwe Mocht deze brief aanleiding geven tot vragen en/of opmerkingen, dan horen wij dat graag via griffie@nederbetuwe.nl. Met vriendelijke groet, Rekenkamercommissie Neder-Betuwe, Marijke van de Plasse Iroy Konings Rick Hubers
1. Start nieuw onderzoek ‘Laaggeletterdheid in Neder-Betuwe’ In mei stuurden we met rekenkamerbrief nr. 34 informatie over het nieuwe onderzoeksonderwerp en stuurden we de onderzoeksopzet mee. Na de ontvangst van diverse offertes en vervolgens een toelichting hierop is de rekenkamercommissie in zee gegaan met het onderzoeksbureau Lost Lemon, dat gespecialiseerd is in onderzoek naar kwetsbare doelgroepen en laaggeletterdheid. Op 9 juni jl. heeft de rekenkamercommissie samen met de onderzoekers van Lost Lemon een kick-off bijeenkomst georganiseerd met de portefeuillehouder en verschillende relevante ambtelijke medewerkers. In deze bijeenkomst is het onderzoek toegelicht en doorgesproken. Wij kijken terug op een goed gesprek. Het startdocument, waarin de onderzoeksvragen en het normenkader verder zijn aangescherpt, is als bijlage bij deze rekenkamerbrief gevoegd. Het onderzoek is dus van start gegaan en naar verwachting wordt het rapport in januari 2022 opgeleverd. Dit betekent dat nog voor de verkiezingen die plaatsvinden op 16 maart 2022 het onderzoeksrapport door de raad kan worden behandeld.
Startdocument rekenkameronderzoek: Laaggeletterdheid in de NederBetuwe 16 juni 2021
Het onderzoek wordt uitgevoerd door Lost Lemon. Lost Lemon is een innovatief advies- en onderzoeksbureau dat warm loopt voor maatschappelijke vraagstukken. Met onze combinatie van deskundigheid op het gebied van informatietechnologie, kennis van het sociaal-maatschappelijk speelveld en onderzoekservaring, helpen we overheden hun ambities te bereiken. Onze expertise op het gebied van laaggeletterdheid komt voort uit verschillende onderzoeken voor gemeenten en ministeries. 1. Achtergrond In Nederland hebben 2,5 miljoen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat heeft grote impact op hun persoonlijke leven. Inwoners die niet goed kunnen schrijven en/of rekenen vinden minder snel een baan, leven minder gezond en hebben minder grip op geldzaken. Wanneer het landelijk aantal laaggeletterden één-op-één wordt omgerekend naar de gemeente Neder-Betuwe, betekent dit dat er anno 2021 in de gemeente Neder-Betuwe 2.880 mensen laaggeletterd zijn. Van de inwoners tussen de 16 tot en met 64 jaar zou 1.344 inwoners laaggeletterd zijn. In april 2016 stelde het Neder-Betuwse college het plan van aanpak laaggeletterdheid vast. In juli 2018 sloten de VNG en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) een bestuursakkoord over de aanpak laaggeletterdheid 2020-2024.
De acht gemeenten in de regio Rivierenland, waaronder de gemeente Neder-Betuwe, moeten deze bestuurlijke afspraken nu verder uitwerken. Deze uitwerking moet plaatsvinden via een verplicht op te stellen regionaal plan ‘Vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024’. Er moet aan dit regionaal plan ook lokaal uitvoering aan worden geven. Binnen deze aanpak is er speciale aandacht voor vier thema’s, namelijk: werk, geld, gezinsaanpak en gezondheid. Elk jaar staat er één van deze vier thema’s centraal waarvoor een jaarplan wordt gemaakt. Er vindt een koppeling plaats tussen het gekozen thema en het Taalakkoord. Met behulp van het Taalakkoord, een samenwerking om verbinding tussen gemeenten en maatschappelijke organisaties te leggen, proberen 44 organisaties elkaar te versterken door het uitwisselen van kennis en ervaringen. In Rivierenland sluit men aan bij de landelijke doelen, waarbij er extra aandacht is voor mensen met Nederlanders als moedertaal. 2. Vraagstelling, scope, onderzoeksvragen en het normenkader De doelstelling van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering van laaggeletterdheid in Neder-Betuwe sinds 2016 en aangrijpingspunten voor de toekomst te formuleren. Vraagstelling Wat zijn de resultaten van het Neder-Betuwse beleid en inspanningen om basisvaardigheden (taal,
rekenen en digitale vaardigheid) van inwoners te vergroten om op die manier laaggeletterdheid te voorkomen en te verminderen en welke aanbevelingen kunnen er voor de toekomst worden gedaan? Scope In overleg met de rekenkamercommissie is de volgende scope voor het rekenkameronderzoek: Laaggeletterdheid in de Neder-Betuwe, vastgesteld: ■ Formeel/informeel/camouflage aanbod: Het betrekken van het formele, informele en het camouflageaanbod (zover dit er is). Dit betekent dat de bibliotheken in Kesteren en Dodewaard en de welzijnsorganisatie Rivierstroom worden meegenomen in het onderzoek. ■ NT1/NT2: Het NT1 aanbod (NT2 valt buiten de scope). ■ Preventie: Preventie wordt meegenomen binnen de documentenstudie. Normenkader Voorop staat dat we op zoek gaan naar wat de gemeenteraad nodig heeft om haar werk optimaal te kunnen doen. We kijken daarbij naar kwantitatieve en kwalitatieve normen. Het normenkader geeft richting aan (de beantwoording van) de onderzoeksvragen en draagt bij aan de transparantie en objectiviteit van het onderzoek. Gedurende het onderzoek zullen we de resultaten aan de hand van deze nomen wegen en de onderzoeksvragen langs deze normen zo concreet mogelijk beantwoorden. Onderzoeksvraag
Norm
1. Wat zijn de gemeentelijke doelen en beleidsuitgangspunten voor de educatie van basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden)?
De doelen van het gemeentelijk beleid voor de educatie van basisvaardigheden zijn SMART geformuleerd.
2. Hoe verhouden de gemeentelijke doelen zich tot de doelen in relatie tot het regionaal plan ‘Vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020 2024’?
Er is een goede aansluiting van de gemeentelijke doelen op de doelen in het regionaal plan ‘Vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020 - 2024’.
3. Welk budget is beschikbaar voor welke organisatie waarmee de gemeente een inkoop predatie heeft om de gemeentelijke doelen te realiseren en hoe wordt dat budget besteed?
-
De rijksuitkering op grond van de WEB wordt geheel uitgegeven aan het doel waarvoor deze bestemd is, namelijk de educatie van basisvaardigheden.
-
De uitgaven zijn duidelijk gekoppeld aan de doelen van het beleid. Hierbij is er een goede verdeling tussen verschillende types aanbod (o.a. taal, rekenen en digitale vaardigheden, maar ook camouflage aanbod).
-
De gemeenteraad krijgt inzicht in de besteding van de beschikbare middelen voor de educatie van basisvaardigheden.
-
De informatie over subsidies voor basiseducatie is transparant, toegankelijk, compleet en correct.
-
De criteria voor de verdeling van het
budget zijn vastgelegd in (beleids)regels. 4. Is het educatiebeleid van basisvaardigheden voldoende ingebed in het beleid en de bijbehorende voorzieningen?
Er is een goede aansluiting van het educatiebeleid van basisvaardigheden op het beleid in het regionaal plan ‘Vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020 - 2024’.
5. Welke inspanningen verricht de gemeente om de doelen te bereiken?
Het college en de gemeenteraad ondersteunen actief het werkveld om de doelen op het gebied van educatie van basisvaardigheden te bereiken. Het college monitort en evalueert tussentijds de behaalde resultaten om te zorgen dat de gestelde doelen gehaald worden. Indien nodig stuurt het college tussentijds bij.
6. In hoeverre worden de doelen van het beleid bereikt met de ingezette middelen?
De doelen gesteld in 2016 voor de educatie van basisvaardigheden zijn bereikt.
7. Welke ervaringen hebben de deelnemers en vrijwilligers met de educatie die de gemeente heeft ingekocht of gesubsidieerd?
Deelnemers zijn tevreden met de ontvangen educatie. Ze hebben aantoonbaar stappen gezet in hun taalniveau. Vrijwilligers zijn tevreden met hun bijdrage aan educatietrajecten. Ze versterken de basisvaardigheden van de deelnemers en hun inzet wordt beloond.
8. Welke informatie hebben college en gemeenteraad over de geleverde prestaties door organisaties waarmee de gemeente Neder-Betuwe een inkooprelatie heeft? En welke informatie is beschikbaar over de klanttevredenheid van hun relaties?
Het college ontvangt de verantwoordingsinformatie van aanbieders waarom zij gevraagd heeft, dan wel die vereist wordt op grond van de subsidieverordening en de subsidiebeschikking. Het college handelt actief mocht dit niet het geval zijn. Het college en de gemeenteraad hebben voldoende inzicht in de geleverde prestaties van organisaties met een inkooprelatie. Het college en de gemeenteraad hebben voldoende inzicht in de geleverde resultaten van gesubsidieerde organisaties. Het college en de gemeenteraad hebben inzicht in de klanttevredenheid van deelnemers van de trajecten die ingekocht worden.
9. Welke mogelijkheden heeft de gemeente om (inzicht in) de resultaten van het beleid te verbeteren?
Het college en de gemeenteraad hebben diverse mogelijkheden in beeld om de resultaten van het beleid te verbeteren, zowel kwalitatief als kwantitatief.
10. Hoe efficiënt zijn de ingezette middelen in relatie tot de behaalde doelen?
De doelen gesteld in 2016 voor de educatie van basisvaardigheden zijn bereikt, binnen het daarvoor toegewezen budget en binnen de gestelde kaders.
11. Op welke manier heeft de gemeenteraad sturing gegeven aan het thema laaggeletterdheid en op welke wijze heeft de controlefunctie vorm gekregen?
De gemeenteraad heeft sturing gegeven aan het thema laaggeletterdheid door het onderwerp met regelmaat bespreekbaar te maken tijdens bijeenkomsten van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft haar controlefunctie vormgegeven door regelmatig te controleren of de ambtelijke organisatie zich inzet om de gestelde beleidsdoelen op het gebied van educatie van basisvaardigheden te behalen. De gemeenteraad heeft haar controlefunctie vormgegeven door regelmatig te controleren of de ambtelijke organisatie zich houdt aan het budget voor de gestelde doelen.
3. Aanpak Onze aanpak Vanuit deze drie kernthema’s gaan we graag aan de slag met de vraagstelling. We delen het onderzoek op in fases. Per fase beantwoorden we een aantal onderzoeksvragen. Vanwege de gegeven doorlooptijd van het onderzoek kiezen we voor een beperkt aantal methodieken: ■ ■ ■ ■
Documentstudie: we analyseren de relevante beleidsdocumenten en raadsinformatie. Hiermee brengen we het beleid, de beleidsdoelen in kaart evenals de inbedding in aanpalend beleid en bijbehorende voorzieningen. Analyse van budget en besteding: we analyseren de gemeentelijke documenten en waar mogelijk de subsidie- en inkoopdossiers. Interviews: we interviewen belangrijke stakeholders: ambtenaren die het taalbeleid vormgeven en uitvoeren en professionals uit het werkveld. Zo maken we inzichtelijk wat er sinds 2016 is gebeurd en wat dat heeft opgeleverd. Rapportage: we schrijven een scherp en inhoudelijk eindrapport, in een visueel aantrekkelijke vorm.
Fases van het onderzoek Fase 1: Kick-off Fase 2: Documentstudie en analyse budget en besteding Fase 3: Interviews en terugkoppeling Fase 4: Aanbevelingen en afronding Fase 1: Voorbereiding & Kick-off Het onderzoek is op 9 juni 2021 gestart met een bijeenkomst met de rekenkamercommissie. Op 16 juni 2021 starten met een kick-off met de belangrijkste stakeholders: medewerkers van de rekenkamercommissie, het college en de ambtelijke organisatie. We halen op wie welke kennis in huis heeft, zodat we goed voorbereid aan de slag kunnen. Samen nemen we de aanpak door en specificeren we de verwachtingen rondom het onderzoek en het resultaat. Fase 2: Documentstudie en analyse budget en besteding We starten met deskresearch, waarbij we het huidige beleid en de bijbehorende doelstellingen in kaart brengen. Hierbij kunt u denken aan onderzoek van de volgende documenten: regionale en gemeentelijke beleidsstukken, relevante notulen van de commissievergadering, relevante onderzoeksrapporten van de rekenkamer, jaarrapporten van taalhuizen en bibliotheken, en de begin- en eindtoets instroom/uitstroom van taalhuizen.
Een aantal documenten zijn vrij toegankelijk en een aantal vragen we op. Andere relevante documenten stemmen we nader af met inhoudelijk betrokkenen. In deze fase halen we de antwoorden op voor de onderzoeksvragen 1 t/m 6, 8 en 11. Op basis van het normenkader ligt in deze fase de nadruk op het ‘tellen’. Niet alleen financieel, maar ook waar het gaat om het behalen van de beleidsdoelen. Fase 3: Interviews en terugkoppeling In de derde fase verrichten we meer ‘veldwerk’, waarmee we onderzoeksvraag 10 beantwoorden en 5, 6 en 11 vanuit een andere invalshoek behandelen. We willen in gesprek met de afdelingsmanager en de beleidsambtenaar. Daarnaast willen we gebruik makend van het netwerk van de beleidsambtenaar om in kaart te brengen wie wij nog meer kunnen interviewen (ambtenaren die het taalbeleid vormgeven en uitvoeren en met professionals uit het werkveld). We analyseren de gespreksverslagen en de resultaten uit de documentstudie. Daarbij toetsen we ook de ‘telling’ uit fase 2. Door de kwalitatieve inzichten met kwantitatieve cijfers te combineren, kunnen we beoordelen of aan de eisen in het vooraf opgestelde normenkader is voldaan. Uitgelicht onderzoeksvraag 7 Om deze vraag te kunnen beantwoorden voeren we een pilotonderzoek uit. Dat doen we door 10 interviews af te nemen en daarnaast starten we met 1 focusgroep.
In die focusgroep zitten deelnemers van de verschillende educatietrajecten, die de gemeente heeft gesubsidieerd. Ook de betrokken vrijwilligers/begeleiders maken deel uit van die focusgroep. We vragen hen hoe zij het traject hebben ervaren, wat goed ging en wat beter kan. Hoe kan hun inzet bijdragen aan deze trajecten en waar hebben zij extra ondersteuning nodig? Met deze inzichten kan de gemeente gerichter beleid maken dat aansluit op de verschillende doelgroepen. Fase 4: Aanbevelingen en afronding In de vorige fases hebben we inzicht gekregen in de beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering op het gebied van laaggeletterdheid. We analyseren alle opgehaalde kennis en verwerken dit in een conceptrapport. Met dit concept als basis gaan we aan de slag met de aanbevelingen (vraag 9). Hoe kan de gemeente de komende jaren een passend en meetbaar beleid neerzetten, een beleid dat goed aansluit op de behoeften en wensen van de laaggeletterden? 4. Planning en uitvoering We zijn ons bewust van de wens van de rekenkamercommissie om het onderzoek binnen de gestelde tijd af te ronden. Waar het kan laten we verschillende fases in het proces overlappen en proberen wij zoveel mogelijk rekening te houden met de vakantieperiode. Activiteit
Planning
Onderzoek
juni - september 2021
Fase 1: Voorbereiding en kick-off
juni 2021
Fase 2: Documentstudie en budgetanalyse
juli en augustus 2021
Fase 3: Interviews
juli/augustus/september 2021
Fase 4a: Rapport van bevindingen
september/oktober 2021
Ambtelijk wederhoor
november 2021
Fase 4b: Onderzoeksrapport
november/december 2021
Bestuurlijk wederhoor
december 2021
Beeldvormende avond
januari 2022
Het onderzoeksteam bestaat uit: Suzan van Otterdijk: projectleider en onderzoeker (suzanvanotterdijk@lostlemon.nl / 0630036670) Louka van Deursen: onderzoeker (loukavandeursen@lostlemon.nl) Jenny Wildenbos: onderzoeker (jennywildenbos@lostlemon.nl) Eva Piller: teammanager en onderzoeker (evapiller@lostlemon.nl)