RKC-3 - RekenkamerBrief nr. 42
Tekst van het document
REKENKAMERBRIEF Neder-Betuwe, nr. 42 Maart 2023 Aan: CC:
De leden van de gemeenteraad Neder-Betuwe Het college van B&W Het management Overige belangstellenden (via de website)
Geachte raadsleden, Hierbij ontvangt u de RekenkamerBrief van de Rekenkamercommissie Neder-Betuwe. In deze brief geven wij u informatie over de volgende onderwerpen: 1. Jaarverslag 2022 2. Lopend onderzoek Mocht deze brief aanleiding geven tot vragen en/of opmerkingen, dan horen wij dat graag via griffie@nederbetuwe.nl. Met vriendelijke groet, Rekenkamercommissie Neder-Betuwe, Marijke van de Plasse Iroy Konings Rick Hubers
1.
Jaarverslag 2022
Zoals gebruikelijk brengt de rekenkamercommissie een jaarverslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar. Het jaarverslag over 2022 is onlangs vastgesteld en treft u als bijlage bij deze RekenkamerBrief aan. Reacties hierop zijn van harte welkom. 2.
Lopend onderzoek
Tijdens de opiniërende avond van 12 januari is de rekenkamercommissie samen met onderzoeksbureau Lokale Zaken het gesprek met de gemeenteraad aangegaan om de precieze onderzoeksrichting te bepalen. De betrokkenheid van de raad toonde wederom de relevantie van het gekozen onderwerp. Op basis van hetgeen is opgehaald tijdens deze avond is het onderzoeksvoorstel definitief geworden. Het definitieve voorstel is in de bijlage van deze RekenkamerBrief gevoegd. Met een startbijeenkomst met de portefeuillehouder en ambtenaren verantwoordelijk voor het onderwerp ondermijning is het onderzoek officieel van start gegaan. In de startbijeenkomst heeft het onderzoeksbureau de werkwijze en het plan van aanpak toegelicht en zijn afspraken gemaakt over de uitvoering. Wij kijken terug op een goed gesprek. Het onderzoeksbureau is aan de slag. Wij houden u in de komende RekenkamerBrieven op de hoogte van de stand van zaken van het onderzoek. Wij streven er naar het onderzoek voor de zomer gereed te hebben, en in september in de gemeenteraad te kunnen behandelen.
Bijlage 1: Jaarverslag 2022
Jaarverslag 2022 5 januari 2023
Marijke van de Plasse Iroy Konings Rick Hubers
1. Inleiding Conform de verordening voor de rekenkamercommissie biedt de rekenkamercommissie van de gemeente Neder-Betuwe bij deze het jaarverslag over 2022 aan.
2. Rekenkamercommissie Neder-Betuwe De samenstelling van de rekenkamercommissie zag er in 2022 als volgt uit: Voorzitter: o M.C. (Marijke) van de Plasse vanaf 1 juni 2019 Leden: o I.L.J.C. (Iroy) Konings vanaf 1 juli 2018 o R. (Rick ) Hubers vanaf 24 september 2020 Ambtelijk secretaris: o M.E. (Marina) Roelofsen vanaf 20 mei 2019 De voorzitter en de leden hebben momenteel de volgende nevenfuncties: Marijke van de Plasse: manager Necker van Naem (bezoldigd) Iroy Konings: senior raadsadviseur en plaatsvervangend griffier gemeente Vlaardingen (bezoldigd) Rick Hubers: Projectleider Financial Audit Auditdienst Rijk, Ministerie van Financiën (bezoldigd), docent en scriptiebegeleider Nyenrode Business Universiteit (bezoldigd)
3. De activiteiten van de rekenkamercommissie 3.1 Onderzoek “Laaggeletterdheid in Neder-Betuwe” Op 3 februari 2022 kwam het rekenkamerrapport “Laaggeletterdheid in Neder-Betuwe” tijdens een beeldvormende avond aan de orde. Dit onderzoek was gericht het inzicht bieden in de beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering van laaggeletterdheid in Neder-Betuwe sinds 2016 en daarbij aangrijpingspunten voor de toekomst te formuleren . De centrale vraag van het onderzoek was: Wat zijn de resultaten van het Neder-Betuwse beleid en de inspanningen om basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheid) van inwoners te vergroten om op die manier laaggeletterdheid te voorkomen en te verminderen en welke aanbevelingen kunnen er voor de toekomst gedaan worden? De volgende conclusies zijn uit het onderzoek getrokken: Hoofdconclusie: Het beleid en de inspanningen van de gemeente Neder-Betuwe om basisvaardigheden van inwoners te vergroten zijn de afgelopen vijf jaar gering geweest. Er ontbrak een vastgesteld beleidsplan met betrekking tot laaggeletterdheid. Zonder een verankerd beleid over meerdere domeinen heen, bleef de aanpak van laaggeletterdheid beperkt tot hoofdlijnen en losse activiteiten. Er is geen budget voor laaggeletterdheid in de begroting opgenomen. De gemeenteraad krijgt niet altijd inzicht in de besteding van de beschikbare middelen voor de educatie van basisvaardigheden.
Het college en de gemeenteraad hebben verschillende mogelijkheden om in de komende jaren een beter beleidsresultaat te realiseren. In verschillende beleidsdocumenten komen mogelijkheden naar voren waarmee het sturing kan geven aan de aanpak van laaggeletterdheid. Hiermee lijkt een andere koers te worden ingeslagen.
Deelconclusies: Beperkte sturing en controle van het onderwerp laaggeletterdheid door de gemeenteraad, dit door het ontbreken van SMART geformuleerde doelstellingen en budget. Beperkt bereik van laaggeletterden. Belemmering van integrale en grondige aanpak door het ontbreken van een beleidsplan omtrent laaggeletterden Beperkte ondersteuning en evaluatie door het college van uitvoerende organisaties inzake laaggeletterden. Weinig aansluiting bij de leefwereld van laaggeletterden. Op basis van de conclusies worden in het onderzoek de volgende aanbevelingen geformuleerd: Aanbeveling voor de coalitiepartijen 2022-2026: 1. Overweeg de aanpak van laaggeletterdheid op te nemen in het nieuwe coalitieakkoord Aanbeveling voor de gemeenteraad: 2. Overweeg laaggeletterdheid frequenter op de politieke agenda te zetten Aanbevelingen voor de gemeenteraad en het college: 3. Zorg voor helder geformuleerde kaders en voor budget 4. Realiseer in integrale aanpak van laaggeletterdheid Aanbevelingen voor het college: 1. Breng de leefwereld van laaggeletterden in kaart en stem het formele en nonformele aanbod hierop af 2. Breid het camouflage-aanbod uit 3.
Train professional in het herkennen van laaggeletterdheid In de raadsvergadering van 24 februari 2022 heeft de raad besloten: • kennis te nemen van de resultaten van het rekenkamercommissieonderzoek ‘Laaggeletterdheid’; • de conclusies uit het onderzoeksrapport over te nemen; • uitvoering te geven aan de in het onderzoeksrapport geformuleerde aanbevelingen voor de raad; • het college opdracht te geven de aanbevelingen voor het college uit te voeren. De rekenkamercommissie is niet op de hoogte (gesteld) van de opvolging van het raadsbesluit van 24 februari 2022 3.2 Opvolgingsonderzoek
In de Rekenkamerbrief van 6 juli 2022 heeft de rekenkamercommissie het opvolgingsonderzoek gedeeld met de raad. Het doel van dit onderzoek is de gemeenteraad in nieuwe samenstelling te informeren in hoeverre de aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de recente onderzoeken zijn uitgevoerd én te zoeken welke patronen er in de opvolging van de aanbevelingen in de afgelopen vijf jaar zijn om daar lering uit te trekken. De afgelopen vijf jaar heeft de rekenkamercommissie de volgende onderzoeken uitgevoerd: 2017: Quick Scan Informatiebeveiligingsbeleid; 2018: Hoort u mij, een onderzoek naar contacten van burgers met AVRI en ODR; 2020: Problemen voorkomen is beter dan genezen, een onderzoek naar schuldhulpverlening; 2021: Structureel in control, een onderzoek naar gemeentelijke uitgaven. Deze vier onderzoeken leverden 26 aanbevelingen op, waarvan er 12 volledig zijn uitgevoerd. De overige 14 aanbevelingen zijn deels uitgevoerd. Bij acht daarvan ging het om een inspanningsverplichting en de overige zes betreffen het leveren van een resultaat. Het is niet duidelijk welke stappen wanneer gezet worden om de aanbevelingen gericht op resultaat volledig uit te voeren. Opvallend is dat in de toelichtingen door het college en de griffie met name procesinformatie is gegeven. Op sommige punten ontbreken concrete stappen of concrete resultaten.
3.3 Kennismakingsbijeenkomst rekenkamercommissie Op 10 oktober 2022 organiseerde de rekenkamercommissie een kennismakingsbijeenkomst voor de (nieuwe) raadsleden en burgerraadsleden. Tijdens deze bijeenkomst werden de aanwezigen aan de hand van een Mentimeter geprikkeld om mee te denken over stellingen. Op basis hiervan kreeg de rekenkamercommissie als het ware rapportcijfers. Tegelijkertijd werd besproken wat de (burger)raadsleden als onderwerp voor een nieuw onderzoek zouden willen zien. ‘
3.4 Workshop “grip op lokale belastingen en heffingen” Naar aanleiding van de bijeenkomst met de rekenkamercommissie op 10 oktober werd er een workshop georganiseerd door de rekenkamercommissie over lokale belastingen en heffingen en welke mogelijkheden de raad daarbij heeft. De rekenkamercommissie hoopt zo de raad te kunnen ondersteunen in de voorbereiding van de besluitvorming over de belastingverordeningen. Deze workshop werd gegeven door dhr. Peter Beumer, interimcontroller en manager bij diverse gemeenten. 3.5 Communicatie door de rekenkamercommissie In 2022 verschenen meerdere rekenkamerbrieven: Nummer 36 op 20 januari 2022 Nummer 37 op 9 maart 2022 Nummer 38 op 6 juli 2022 Nummer 39 op 3 november 2022 Doel van de rekenkamerbrieven is om de raad, het college, de ambtelijke organisatie en andere belangstellenden op de hoogte te houden van de bezigheden van de rekenkamercommissie. 3.6 Vergaderingen van de rekenkamercommissie In 2022 is de rekenkamercommissie meerdere keren bij elkaar geweest; te weten op:
4 januari 2022 1 februari 2022 13 april 2022 22 juni 2022 30 augustus 2022 3 oktober 2022 12 oktober 2022 26 oktober 2022 22 november 2022
4. Financiën van de rekenkamercommissie 4.1 Uitgaven 2022 Kosten Vergoedingen rekenkamercommissie Onderzoeken en overige uitgaven Totaal
Begroot € 10.625 € 13.642 € 24.267
4.2 Begroting 2023 Kosten Vergoedingen rekenkamercommissie Onderzoeken en overige uitgaven Totaal
Begroot € 10.625 € 13.642 € 24.267
Uitgaven € 10.861 € 10.539 € 21.400
5. Tot slot Dit verslagjaar heeft de rekenkamercommissie zich met één inhoudelijk onderzoek en één opvolgingsonderozek, een kennismakingsbijeenkomst en een workshop bezig gehouden. Met dit jaarverslag hopen wij daarvan een goede weergave te hebben gegeven. Vanzelfsprekend is de rekenkamercommissie bereid om over de inhoud van dit verslag van gedachten te wisselen.
Bijlage 2: onderzoeksopzet ‘Ondermijning’
Met het oog op ondermijning Een bestuurskundig-criminologische analyse in Neder-Betuwe
Rekenkamercommissie Neder-Betuwe
Februari 2023
1.
Prioriteit voor ondermijning
De Rekenkamercommissie Neder-Betuwe (verder: RKC) wenst een onderzoek naar (de aanpak van) ondermijning en geeft in de uitvraag de ruimte om daartoe een passende onderzoeksopzet te formuleren. Van die mogelijkheid maken we graag gebruik, temeer omdat de aanpak van ondermijning onomwonden een centrale plaats heeft in het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Zorgzaam, Duurzaam, Koerstvast!. Als tweede programma (na bestuur en burger) staat namelijk ‘Openbare orde en veiligheid’ genoemd. Ondermijning krijgt bestuurlijke prioriteit, waarbij specifiek aandacht wordt gevraagd voor de (versterking van de) politiecapaciteit, mensenhandel (in het bijzonder arbeidsuitbuiting) en het tegengaan van drugsgebruik. Uiteraard is drugsgebruik gekoppeld aan drugshandel. Het coalitieakkoord agendeert een dubbele opdracht, namelijk misdaadbestrijding en use reduction. Deskresearch laat zien dat de politiek-bestuurlijke aandacht voor ondermijning bepaald niet uit de lucht komt vallen. In mei 2011 besteedt het Reformatorisch Dagblad, in een lang artikel, aandacht aan overlast en drugsgebruik bij sporthal de Biezenwei in Opheusden.1 Op een ontmoetingsplaats van ‘tientallen jongeren” wordt drugshandel “vermoed” en drugsgebruik geconstateerd. De SGP-fractievoorzitter toont zich bezorgd over het drugsgebruik en over het tekort aan politie (“blauw”) op straat.
In datzelfde jaar (2011) agenderen bewoners van Dodewaard de drugshandel “aan de rand van het dorp”. Ze zijn bezorgd over het cocaïnegebruik en spreken over “het witte dorp”.2 De uitvraag van de RKC wijst - via een citaat van de burgemeester (“we liggen wel halverwege de route Brabant-Amsterdam”) - op een criminele gelegenheidsstructuur in NederBetuwe, namelijk de fysieke ligging in de omgeving van regio’s en steden met talrijke criminele netwerken, actief in de drugsproductie en drugshandel. Neder-Betuwe ligt vlakbij Brabantse steden (o.a. ’s-Hertogenbosch en Oss) met criminelen die (naast hennepteelt) zijn gespecialiseerd in de productie van synthetische drugs.3 De Utrechtse regio is goed bereikbaar, met o.a. geconcentreerde cocaïnehandel. Ook liggen twee Gelderse steden in de (ruime) omgeving, namelijk Nijmegen en Arnhem. Uit open bronnen blijkt dat goed georganiseerde Nijmeegse drugshandelaren onder meer klanten hebben in Neder-Betuwe.4 De invloed van criminele drugsnetwerken op de misdaad in Neder-Betuwe zullen we in beeld brengen. Mediaberichten laten in elk geval zien dat op casusniveau inwoners van Neder-Betuwe deel uitmaken van bovenlokale criminele netwerken.5 De uitvraag signaleert, tenslotte, dat de gemeentelijke organisatie dient te voorkomen dat onbedoeld criminele activiteiten worden gefaciliteerd.
Bijvoorbeeld bij het verstrekken van een horeca- of Wabo-vergunning, bij het tekenen van een anterieure overeenkomst in het kader van projectontwikkeling of bij het inschrijven van arbeidsmigranten in het BRP. De aandacht voor dergelijke ‘kritische werkprocessen’ staat in ons normenkader en hebben we vanaf 2014 geagendeerd door middel van zogenoemde weerbaarheidsscans, gericht op het beoordelen en versterken van de gemeentelijke aanpak van ondermijning.6 1
Reformatorisch Dagblad, Tijd voor actie tegen drugsoverlast Opheusden, 26 mei 2011. De Gelderlander, Zorgen over drugshandel Dodewaard, 31 maart 2011; Omroep Gelderland, Dodewaard is ‘Colombia aan de Waal’, 26 augustus 2011. 3 Hierover schreef Edward van der Torre (met anderen) een overzichtsstudie, namelijk: Waar een klein land groot in kan zijn. Nederland en synthetische drugs in de afgelopen 50 jaar , Boom Criminologie, Den Haag, 2018. 4 Bron: Politie.nl, Dealernetwerk opgerold, drugsgebruikers krijgen binnenkort bericht, 22 januari 2022. 5 Casus 1 Een 33-jarige inwoner van Opheusden wordt voor zeven jaar veroordeeld vanwege deelname aan een criminele organisatie (o.a. actief in Deventer, Apeldoorn en Haaften) die synthetische drugs produceerde: zie De Gelderlander, Zeven jaar cel voor man (33) uit Opheusden die leiding gaf aan criminele organisatie en meerder drugslabs onderhield, 16 maart 2022; Casus 2 Een man uit Dodewaard werkte bij drugs- en wapensmokkel samen met twee Tielse Broers: zie De Gelderlander, Jarenlange celstraffen geëist tegen Tielse broers vanwege drugs- en wapensmokkel, 10 november 2021. 6 Titia Jongepier is één van de grondleggers hiervan. 2
2.
Over ondermijning
Ondermijning vatten we op als de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit. Bij de preventieve en repressieve aanpak daarvan heeft de gemeente een belangrijke taak, in aanvulling op misdaadbestrijding door opsporingsinstanties (politie en justitie). De kern van het begrip ondermijning is dat het niet alleen gaat om georganiseerde criminaliteit an sich, maar ook om de maatschappelijke schade daarvan. Deze criminaliteit is bedreigend vanwege onder meer het risico op verslaving, geweld, slachtofferschap (b.v. uitbuiting) of oneerlijke concurrentie. Tegelijkertijd gaat er aantrekkingskracht uit van de criminele wereld (Tops en Tromp, 2017). Met drugshandel, drugsproductie, arbeidsuitbuiting en fraude kan veel geld worden verdiend. Criminelen investeren in bedrijven, zorgen voor illegale en semilegale werkgelegenheid of leveren (te) goedkope arbeidskrachten. Ondermijnende criminaliteit is georganiseerde criminaliteit die dichtbij komt voor burgers, lokale bestuurders en gemeenteambtenaren (Tops en Van der Torre, 2015). Criminelen schermen praktijken af, maar georganiseerde criminelen hebben de legale wereld hard nodig, waaronder het lokaal bestuur. Bijvoorbeeld voor vergunningen (b.v.
een horeca- of een bouwvergunning), voor een wijziging van een bestemmingsplan, om arbeidsmigranten in te schrijven, om BSN-nummers aan te vragen, voor een subsidieaanvraag, om vastgoedprojecten te ontwikkelen of om zorgcontracten af te sluiten. Het is daarom belangrijk dat zaken niet alleen juridisch of economisch worden ingeschat door ambtenaren en bestuurders, maar ook op ondermijningsrisico’s. Het betekent ook dat ‘ondermijning’ niet een kwestie is van alleen de burgemeester of van ambtenaren op het terrein van openbare orde en veiligheid en van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Ondermijning raakt vrijwel het gehele college van burgemeester en wethouders, de ambtelijk top (gemeentesecretaris en afdelingshoofden) en veel afdelingen of teams. Naast klassieke veiligheidsafdelingen gaat het in bijzonder om de ‘harde sector’ (vastgoed, projectontwikkeling, economische zaken), het sociaal domein (o.a. Wmo, Jeugdwet, Participatiewet), ambtenaren met gebiedsgerichte taken, publiekszaken en allerhande ambtenaren of (ingehuurde) professionals die vanwege hun taak op straat komen of op werkbezoek gaan. De consequentie is dat behoefte bestaat een ‘gemeentelijke integraliteit’: ambtelijke afdelingen die samenwerken en informatie delen.
3.
Onderzoeksvragen
We formuleren drie soorten onderzoeksvragen, namelijk criminologisch, bestuurskundig en wat betreft een (voorgesteld) casusonderzoek. Bij de beantwoording en interpretatie hanteren we een normenkader dat we in de afgelopen twaalf jaar – in interactie met professionals – hebben ontwikkeld en toegepast. Zie bijlage. Criminologische vragen 1. Wat zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren in Neder-Betuwe? 2. Welke vormen van ondermijnende criminele praktijken doen zich voor in Neder-Betuwe? Wat kan worden gezegd over de maatschappelijke effecten en over de locaties en branches die het betreft? Bestuurskundige vragen 3. Wat is beleidstheorie bij de integrale en gemeentelijke aanpak van ondermijning? 4. Hoe (doelmatig) wordt door gemeente, politie en partners invulling gegeven aan de uitvoering bij de aanpak van ondermijning?
5. Welke problemen, knelpunten, kansen en effecten7 zien professionals, bewoners, en ondernemers? 6. Hoe is de gemeenteraad betrokken bij de ondermijningsaanpak (kaders stellen en controle), onder meer wat betreft doelen en effecten? In hoeverre is de raad zich bewust van zijn eigen rol bij (het voorkomen van) ondermijning? Casusonderzoek 7. Wat zijn de werkwijzen bij een te kiezen vorm van ondermijning in Neder-Betuwe? 8. Hoe (doeltreffend en doelmatig) wordt dit fenomeen thans (door gemeente e.o. politie) in kaart gebracht en strafrechtelijk en bestuursrechtelijk bestreden?
4.
Onderzoeksactiviteiten
Bij onderzoek naar ondermijning is cruciaal dat het gaat om een fenomeen dat matig tot slecht geregistreerd staat in (justitiële) systemen. Kennis en informatie van professionals op beleids- en straatniveau, en van burgers, zijn daarom belangrijke bronnen. We benutten onderzoeksactiviteiten die zijn gevormd en beproefd bij een lange reeks studies naar (de aanpak van) ondermijning. We beantwoorden de volgende onderzoeksactiviteiten. 1. Documenten- en media-analyse 2. Startbijeenkomst met de gemeenteraad 3. Startbijeenkomst ambtenaren 4. Interviews, groeps-interviews en werkbezoeken 5. Casusinventarisatie 6. Analyse relevante registraties 7. Casusonderzoek (inclusief straatenquêtes) 8. In dialoog met: ondernemers en bewoners Toelichting bij punt 4: Interviews, groepsinterviews en werkbezoeken Gemeente Binnen de gemeentelijke organisatie stellen we voor om de volgende (groeps-)interviews af te nemen (vast te stellen met RKC): Interviews: bestuur (o.a. burgemeester) en topambtenaren Interview belangrijkste ambtenaar / ambtenaren op terrein van openbare orde en veiligheid Groepsinterview toezicht en handhaving & vergunningen Groepsinterview publiekszaken Groepsinterview of twee groepsinterviews ‘harde sector’ (o.a. ruimtelijke ontwikkeling, vastgoed, bestemmingsplannen) Groepsinterview of twee groepsinterviews sociaal domein (o.a.
Wmo, Jeugdwet, werk en inkomen, leerplicht, jongerenwerk) Overige ‘losse interviews’; aanvullend op groepsinterviews (belangrijke respondenten die ontbraken c.q. buiten genoemde ambtelijke domeinen werken; deelnemers groepsinterview die nog meer willen vertellen; ambtenaren met specialistische kennis). Partners We stellen voor om van de volgende gemeentelijke partners een (groeps-)interview af te nemen (vast te stellen met RKC):
7
RIEC Belangrijkste corporaties en onderwijsinstellingen
Dit gaat dus over de doeltreffendheid.
Politie: basisteam (wijkagenten, specialisten ondermijning) en districtsrecherche. Interview met basisteamchef Gebiedsofficier van justitie Overige interviews met partners die tijdens veldwerk in beeld komen vanwege goede lokale kennis, b.v. over arbeidsuitbuiting (Inspectie SZW), Belastingdienst, omgevingsdienst of onderwijsinstelling. Bij een categorie respondenten is het waardevol om hen niet alleen te spreken, maar om ook – tijdens een werkbezoek - samen de locaties te bezoeken waarover wordt gesproken. Bijvoorbeeld wijkagenten, boa’s of jongerenwerkers.
Toelichting bij punt 8: In dialoog met ondernemers en bewoners Ondermijning is een verschijnsel dat ingebed is geraakt in het maatschappelijke en economische leven (Tops en Tromp, 2017). Om die reden hechten we aan gesprekken met georganiseerde bewoners en ondernemers (in vormen van bewonersoverleg en ondernemersverenigingen). Hiertoe organiseren we op twee aparte avonden een bewonersbijeenkomst en ondernemersbijeenkomst. We hebben in het kader van de gemeentelijke aanpak van ondermijning en bij drugsvraagstukken goede ervaringen opgedaan met het raadplegen van burgers en ondernemers. Het is daarom een standaardmethode geworden bij ons onderzoek.
5.
Onderzoeksteam en planning
Het projectteam bestaat uit: Dr. Edward van der Torre (projectleider; bestuurskundige en criminoloog) Dr. Menno van Duin (senior onderzoeker, socioloog en bestuurskundige, vml. lid gemeenteraad en rekenkamercommissie) Mr. Titia Jongepier Msc (senior onderzoeker, juriste en criminoloog) De planning is als volgt: Februari 2023 Uitlijning / overleg RKC Infosheet opstellen Startbijeenkomsten ambtenaren. Uitvraag formuleren voor opvragen politiegegevens (BVH) Verzamelen en analyseren bronnen (documenten, registraties) Lijst met contactgegevens georganiseerde bewoners en ondernemers
Maart Eerste ronde groepsinterviews – gemeente Na bovenstaande; keuze casusonderzoek April 2023 1e helft van de maand Overige interviews, incl. casusonderzoek 3e week Uitvoeren straatenquêtes 4e week Opstellen concept-tekst en aanleveren 1-4 mei > Vanaf hier de planning zoals opgesteld door RKC; fase van ambtelijk wederhoor e.d.
Bijlage 1 Normenkader voor de gemeentelijke aanpak van ondermijning Het gaat om kwalitatieve en kwantitatieve slagkracht van de gemeentelijke (veiligheids)organisatie bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning, afgezet tegen lokale criminele kansen en praktijken. Er gelden geen absolute normen, al is kaderstelling mogelijk. Het is bedoeld als houvast bij de (beoordeling van de) ontwikkeling van maatwerk bij de ondermijningsaanpak; geen gemeente voldoet aan alle normen. Het helpt bij het onderkennen van verbeter- en ontwikkelpunten. Normenkader (Of: ontwikkel-kader) 1. Beleidstheorie Een beleidstheorie t.a.v. de gemeentelijke en integrale aanpak van ondermijning. Met een visie op: de combinatie van repressieve en preventieve interventies; de rol van gemeentelijke afdelingen; kwetsbare interne processen en functies; externe publieke en private partners; en de rol van inwoners. 2. Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse 2a. Een (groeiend) inzicht in (de kansen voor) lokale ondermijning – informatie over daders en slachtoffers 2b. Een werkend meldpunt, plus interpretatie en analyse van signalen 2c. De formatie en kwaliteit voor: a.) Bibob-toetsing; en b.) analyse van een fenomeen of casus en ter voorbereiding van gerichte vormen van toezicht en controle 2d. Een grondslag voor uitwisseling van informatie 3.
Ondermijningsaanpak: de (kern van de) uitvoeringsorganisatie 3a. Formatie, functies en kwaliteit van ondermijnings-specialisten, zoals regisseur ondermijning, handhavingsjuristen, Bibob-Coördinator en/of analisten 3b. Beschikbare formatie handhaving en toezicht: (specialistische) BOA’s, sociaal rechercheurs en bouwinspecteurs 3c. Interne overlegvorm(en)8 t.b.v. aansturen en monitoren van de ondermijningsaanpak 3d. Inzet bestuursrechtelijke instrumenten (o.a. Damocles, Bibob, controlebevoegdheden, Awb en APV) 3e. Persoons- en groepsgerichte aanpak (daders e.o. slachtoffers): preventief, corrigerend of zorg 3f. Interventies - overzicht en analyse van de opbrengsten van bestuursrechtelijke interventies en controles 4. Gemeentelijke integraliteit 4a. Afstemming tussen drie pijlers van lokaal bestuur: harde sector (‘fysiek’), sociaal en veiligheid 4b. Inzicht in en bewustzijn van kwetsbare interne processen en functies, zoals vergunningverlening, grond- en vastgoedtransacties, projectontwikkeling, subsidies, diensten van Burgerzaken (o.a. inschrijvingen en reisdocumenten), en afgeven zorgindicaties 4c. De integrale samenwerking bij toepassing van de Wet Bibob 4d. Overlegvormen (die worden benut) t.b.v. van gemeentelijke integraliteit bij ondermijningsaanpak 5. Externe netwerkvorming: publiek en privaat 5a.
Samenwerking met politie, justitie en RIEC(-partners) en daarbij horende overlegvormen 8
Mogelijk deels met deelname politie en/of RIEC
5b. Vormen van publiek-private samenwerking, met bijzondere aandacht voor de rol van ondernemers 5c. Stimuleren en benutten van betrokkenheid van burgers (o.a. signalen) 6. Politieke verantwoording en sturing 6a. Politieke kaderstelling 6b. Verantwoording aan gemeenteraad over prestaties, mate van doelbereiking en inzicht in ondermijning.