CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB-96 - Deeluitvoeringsprogramma jeugd 2026-2028

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Van het college van burgemeester en wethouders (excl. bijlagen)7.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van Aanpak

ten behoeve van

Uitvoeringsprogramma Jeugd 2026 - 2028

1.

Inhoudsopgave

1.

PROGRAMMADEFINITIE ...................................................................3

1.1.

ACHTERGROND PROGRAMMA ..............................................................3

1.2.

DOEL VAN HET PROGRAMMA ...............................................................4

1.3.

RESULTATEN ......................................................................................4

1.4.

DOELGROEP .......................................................................................6

2.

INHOUDELIJKE KOERS......................................................................7

2.1.

ACTIELIJNEN ......................................................................................7

2.2.

VERDIEPING ACTIELIJNEN ..................................................................9

3.

PROJECTSPECIFICATIES ............................................................... 12

3.1.

SCOPE VAN HET PROGRAMMA .......................................................... 12

3.2.

BUITEN DE SCOPE VAN HET PROGRAMMA ......................................... 12

3.3.

RANDVOORWAARDEN ...................................................................... 13

4.

PROGRAMMA ORGANISATIE EN BEHEER ............................... 15

4.1.

OPDRACHTGEVER ............................................................................ 15

4.2.

PROGRAMMA ORGANISATIE ............................................................. 16

4.3

UITGANGSPUNTEN WERKGROEPEN .................................................. 19

5.

PROJECTAANPAK .............................................................................. 22

5.1

AANPAK .......................................................................................... 22

5.2

VERANTWOORDING EN LEREND EVALUEREN ..................................... 30

5.3

COMMUNICATIE .............................................................................. 31

6.

RISICO EN BEHEERSMAATREGELEN ......................................... 34

7.

PLANNING ........................................................................................... 35

8.

BEGROTING ........................................................................................ 36

2.

1.

Programmadefinitie 1.1.

Achtergrond programma

Voor jeugdigen en hun ouders willen we toegankelijke, kwalitatieve én betaalbare jeugdhulp realiseren. Dit streven vindt plaats in een complexe context. Veel gemeenten staan onder financiële druk, terwijl de noodzaak om te vernieuwen en samen te werken onverminderd groot is. De opgaven in het sociaal domein zijn omvangrijk en vragen om een gezamenlijke en doelgerichte aanpak. Binnen de regio hebben acht gemeenten (Buren, Culemborg, NederBetuwe, Maasdriel, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel) daarom de handen ineengeslagen. Door samenwerking vergroten we onze slagkracht, beperken we de kwetsbaarheid van afzonderlijke gemeenten en creëren we een stevig fundament voor duurzame jeugdhulp. Deze koers sluit aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) van de VNG, waarin het belang van robuuste jeugdregio’s en gezamenlijke regiovisies wordt onderstreept. Een belangrijk instrument om onze ambities waar te maken, is de gezamenlijke inkoopstrategie die we in de basis al hebben ingericht op samenwerking tussen gemeenten, verwijzers, ketenpartners en zorgaanbieders. Deze strategie ondersteunt een integrale en samenhangende uitvoering van jeugdhulp, waarbij we gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor passende hulp op de juiste plek en het juiste moment.

Om de ambities uit onze visie verder uit te werken en te realiseren, zijn we daarnaast een samenwerking aangegaan met het Team Aanpak Wachttijden. Deze samenwerking helpt ons om doelgericht knelpunten aan te pakken en de toegang tot passende jeugdhulp te verbeteren. De regiovisie die we met elkaar hebben opgesteld, vormt het strategisch kader waarin we onze gezamenlijke ambities beschrijven. Maar visie alleen is niet voldoende. De uitvoering daarvan vraagt om concrete stappen, 3.

duidelijke afspraken en een tijdpad. Daarom werken we onze visie uit in dit Uitvoeringsprogramma Jeugd 2026-2028. In dit Uitvoeringsprogramma concretiseren we de ambities uit de visie en geven we richting aan hoe we deze gaan realiseren. Hierbij betrekken we actief onze partners: zorgaanbieders, gecertificeerde instellingen, onderwijs, huisartsen, GGD en niet in de laatste plaats jeugdigen en hun ouders. Want alleen samen kunnen we zorgen voor een toekomstbestendige jeugdhulp, die recht doet aan de behoeften van jeugdigen én die haalbaar en betaalbaar blijft voor gemeenten. Om onze ambities daadwerkelijk te realiseren, maken we tot eind 2025 gebruik van de ondersteuning van het landelijke Team Aanpak Wachttijden. Dit team brengt aanvullende expertise in op het gebied van systemisch ontwerp, data-analyse en projectleiding. Zij begeleiden werkgroepen, ondersteunen bij verdiepende analyses en helpen ons om tot werkbare en gedragen oplossingsrichtingen te komen. De samenwerking met Team Aanpak is tijdelijk en aanvullend, met behoud van regie binnen de regio zelf. Deze ondersteuning draagt wezenlijk bij aan het tempo, de samenhang en het lerend vermogen binnen dit uitvoeringsprogramma. 1.2.

Doel van het programma

Een toekomstbestendig, bereikbaar en betaalbaar jeugdhulpsysteem in Rivierenland, waarin kinderen en gezinnen zoveel mogelijk zelfstandig, veilig en veerkrachtig kunnen opgroeien en ontwikkelen, met passende hulp als dat nodig is. 1.3.

Resultaten

Minder instroom in gespecialiseerde jeugdhulp In 2028 worden minder kinderen en jongeren verwezen naar gespecialiseerde jeugdhulp, omdat alledaagse opvoed- en ontwikkelingsvragen eerder en effectiever worden opgevangen binnen de sociale basis. Stevige lokale teams bieden passende ondersteuning dichtbij huis, waardoor normaliseren en preventie beter tot hun recht komen.

4.

Sterkere lokale teams met integrale aanpak Uiterlijk in 2028 hebben alle lokale teams in de regio hun werkwijze versterkt. Ze werken met een brede blik en verklarende analyse, en zijn integraal ingericht door nauwe samenwerking en gedeelde werkafspraken met regionale partners zoals onderwijs, jeugdgezondheidszorg en verwijzers. Hierdoor krijgen gezinnen sneller en beter passende ondersteuning. Minder uithuisplaatsingen, meer ondersteuning thuis In 2028 zijn er minder (dreigende) uithuisplaatsingen doordat gezinnen tijdig intensieve, passende ondersteuning krijgen binnen hun eigen leefomgeving. Lokale teams zetten eerder in op netwerkgerichte interventies en informele hulp zoals steunouders, buurtgezinnen en de JIMaanpak, zodat jeugdigen zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. Betere datakwaliteit, minder administratieve lasten In 2028 werken gemeenten en aanbieders met uniforme en beter afgestemde administratieve processen. Door verbeterde registratie, duidelijke definities en gezamenlijke datasprints is de datakwaliteit toegenomen en zijn fouten in berichtenverkeer verminderd. Tegelijkertijd is de administratieve druk bij backoffices afgenomen, wat zorgt voor meer tijd en ruimte voor inhoud.

Meer duurzame en gelijkwaardige samenwerking In 2028 is er sprake van een stevig, duurzaam samenwerkingsklimaat tussen gemeenten, aanbieders, verwijzers, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en ouders. Er is meer duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden, informatie wordt open gedeeld, en samenwerking is gebaseerd op vertrouwen, gezamenlijke doelen en structurele reflectie en verbetering.

5.

1.4. Doelgroep De primaire doelgroep van het programma betreft jeugdigen en hun gezinnen binnen de regio Rivierenland die ondersteuning nodig hebben bij opgroeien en opvoeden. Hierbij ligt het accent op jeugdigen met complexe hulpvragen, maar ook op gezinnen die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben vanuit het informele en professionele netwerk. Daarnaast zijn lokale teams, scholen, zorgaanbieders, huisartsen en andere maatschappelijke partners belangrijke stakeholders en secundaire doelgroepen binnen het programma, vanwege hun cruciale rol in de signalering, ondersteuning en samenwerking.

6.

2.

Inhoudelijke koers 2.1. Actielijnen De inhoudelijke koers van dit programma bouwt voort op de regiovisie jeugdhulp Rivierenland, die eerder is vastgesteld door de acht betrokken gemeenten. In deze visie staat het belang van normaliseren, het versterken van de pedagogische basis, en betere samenwerking centraal. De visie geeft richting, maar is bewust breed en ruimtegevend geformuleerd. Om deze visie te vertalen naar concrete verandering, zijn vijf actielijnen benoemd. Vier daarvan zijn direct ontleend aan de uitgangspunten uit de regiovisie. De vijfde actielijn – robuuste samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid – is daaraan toegevoegd naar aanleiding van terugkerende signalen uit werksessies, beleidsnetwerken en gesprekken met professionals. Deze actielijn bleek onmisbaar om de gewenste samenhang in uitvoering en besluitvorming daadwerkelijk te realiseren. De actielijnen vormen samen het inhoudelijke fundament van het programma en zijn direct verbonden aan de vijf resultaatdoelen uit hoofdstuk 1.3. Ze geven richting aan de thematische werkgroepen, helpen scherpte aanbrengen in keuzes, en bieden houvast bij het formuleren van acties en pilots. Daarbij sluiten ze inhoudelijk aan op zowel regionale praktijkvraagstukken als de ambities van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd.

Normaliseren en versterken van de pedagogische basis De afgelopen jaren is het gebruik van jeugdhulp sterk toegenomen, vooral bij lichte vormen van hulp. Deze actielijn draait om het besef dat niet elk probleem een diagnose of traject vraagt. Door te investeren in opvoedondersteuning, psycho-educatie en het versterken van alledaagse netwerken (zoals school en buurt), zorgen we ervoor dat ouders en jongeren zich gesteund voelen en kleine problemen niet uitgroeien tot zorgvragen. Dit past bij de visie dat normaliseren méér is dan preventie: het gaat om het creëren van veerkrachtige omgevingen waarin verschillen en tegenslagen bespreekbaar en dragelijk zijn.

7.

Sterke lokale teams als integrale voordeur De lokale teams zijn essentieel in het vroegtijdig en passend ondersteunen van gezinnen. In de regiovisie is benoemd dat deze teams vaak beperkt worden bereikt (slechts 2% van de ouders meldt zich direct bij de gemeente). Daarom investeren we in de zichtbaarheid, deskundigheid en positionering van lokale teams. Zij moeten integraal kunnen werken, samen met scholen, huisartsen en andere partners, met ruimte voor een verklarende analyse, casusregie en gezamenlijke besluitvorming. Zo organiseren we een sterke, laagdrempelige toegang die voorkomt dat gezinnen verdwalen in het systeem. Zo thuis mogelijk – investeren in het netwerk Elke jeugdige verdient het om op te groeien in een veilige, vertrouwde omgeving. Als het thuis even niet lukt, moet de zorg ‘zo thuis mogelijk’ zijn – denk aan pleegzorg of kleinschalige woonvormen. Daarbij richt deze actielijn zich op het voorkomen van uithuisplaatsingen door vroeg en intensief in te zetten op ondersteuning in de thuissituatie. Met behulp van netwerkgerichte methoden zoals JIM, steunouders en familie-interventies willen we een duurzame oplossing bieden. De regiovisie benadrukt dat het vaak niet het kind is dat faalt, maar de omgeving die onder druk staat – die moet dus centraal staan in onze aanpak.

Datagedreven en eenvoudig organiseren Om beter te kunnen sturen op inhoud én kosten van jeugdhulp, zetten we in op datagedreven werken. We benutten (lokale) trends in zorgbehoeften en richten ons op het terugdringen van administratieve lasten. In het uitvoeringsprogramma investeren we daarom in datasprints, de doorontwikkeling van een regionaal dashboard en het standaardiseren van administratieve processen. Het doel is om te komen tot heldere, gedeelde informatie die direct toepasbaar is voor sturing en verantwoording. Hoge datakwaliteit is hierbij cruciaal: alleen met uniforme definities en betrouwbare gegevens kunnen beleidsadviseurs scherp analyseren, tijdig bijsturen en onderbouwde keuzes

8.

maken. Dit leidt tot minder fouten in het berichtenverkeer, minder dubbele registraties en meer ruimte voor de professional. Deze actielijn vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor effectieve samenwerking, beleidsbijsturing en de financiële houdbaarheid van het stelsel. Duurzame samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid Een duurzame samenwerking is essentieel om de overige ambities te realiseren én om voorbereid te zijn op toekomstige uitdagingen in het jeugdzorgveld. Deze actielijn richt zich op het versterken van de onderlinge samenhang tussen gemeenten, aanbieders, verwijzers en andere partners. Gezamenlijke sturing, gedeelde besluitvorming en voorspelbare samenwerking zijn nodig om tot integrale, effectieve hulp te komen. In de regiovisie beschreven we al dat deze actielijn onmisbaar is om de gewenste samenhang in uitvoering en besluitvorming daadwerkelijk te realiseren. Daarom bouwen we aan een gedeelde opdracht, duidelijke afspraken over rollen en transparante informatie-uitwisseling – zodat we als regio één lijn trekken in beleid én praktijk. 2.2. Verdieping actielijnen Om de actielijnen concreet te maken, zijn drie thematische werkgroepen gestart. Elke werkgroep richt zich op een belangrijke fase in de route die gezinnen afleggen binnen de jeugdhulp: van het eerste contact tot de afronding van hulp.

Samen met professionals, gemeenten, aanbieders en gezinnen onderzoeken de werkgroepen wat goed gaat, waar het schuurt, en welke (waar mogelijk evidence based) oplossingsrichtingen kansrijk zijn. Op basis van deze inzichten worden voorstellen gedaan voor gerichte acties, pilots of projecten. De drie werkgroepen zijn: 1. Werkgroep Gecoördineerde Instroom Deze werkgroep richt zich op de voorkant van de jeugdhulp. Doel is om signalen vroegtijdig op te vangen en gezinnen sneller toegang te geven tot passende ondersteuning vanuit de sociale basis. De werkgroep onderzoekt hoe de samenwerking tussen lokale teams, scholen, wijkvoorzieningen en verwijzers versterkt kan worden, zodat gezinnen niet tussen wal en schip vallen of onnodig worden doorverwezen.

9.

2. Werkgroep Gezamenlijke Instap Deze werkgroep kijkt naar de manier waarop hulp start. De centrale vraag is hoe we samen kunnen zorgen dat gezinnen direct goed geholpen worden, met gedeelde analyse en afgestemde inzet. Er is aandacht voor onder andere ‘first time right’, het organiseren van een vaste contactpersoon, en het versterken van relationele en contextuele factoren die bijdragen aan effectievere hulp. 3. Werkgroep Duurzame Uitstroom Deze werkgroep buigt zich over de afronding van hulp. Het doel is om terugval te voorkomen, ondersteuning stapsgewijs af te bouwen, en gezinnen of jongeren te begeleiden richting zelfstandigheid. Daarbij wordt gekeken naar de rol van het netwerk, het borgen van nazorg, en het verbeteren van overgangen – bijvoorbeeld de leeftijdsgrens van 18 jaar. De werkgroepen bevinden zich nu in de fase van verdieping en verkenning. Op basis van praktijkervaringen, data en landelijke inzichten worden oplossingsrichtingen uitgewerkt. Deze worden waar mogelijk kleinschalig getest. Wat werkt, wordt verder ontwikkeld richting concrete pilots. Naar welke opbrengsten werken we toe? De werkgroepen en de bredere inspanningen binnen dit programma zijn erop gericht om merkbare verbeteringen te realiseren in de praktijk van gezinnen en in de samenwerking tussen gemeenten, professionals en aanbieders.

De opbrengsten liggen nog niet vast, maar we werken samen toe naar het volgende perspectief: Voor gezinnen Gezinnen worden eerder, beter en dichter bij huis geholpen. De juiste hulp komt sneller op gang, sluit beter aan op hun situatie, en is gericht op het versterken van hun eigen netwerk en veerkracht. Door inzet op een vaste contactpersoon en meer samenhang in ondersteuning ervaren gezinnen minder versnippering en meer overzicht. Ook de afronding van hulp gebeurt met aandacht, begeleiding en waar nodig nazorg, zodat terugval

10.

zoveel mogelijk wordt voorkomen. Voor gemeenten en ketenpartners Door gezamenlijke inzet op betere instroom, effectieve samenwerking en eenvoudiger organiseren ontstaat meer grip op het geheel van jeugdhulp. Gemeenten en ketenpartners krijgen gezamenlijk beter zicht op instroom, duur en zwaarte van trajecten, wat helpt bij sturing op inhoud en kosten. Door meer eenduidigheid in processen en verantwoordelijkheden neemt de administratieve belasting af en komt er meer ruimte voor vakmanschap. Samenwerking in en rond de lokale teams wordt versterkt, wat bijdraagt aan een stevigere sociale basis en minder doorverwijzingen naar zwaardere zorg. Voor de regio als geheel De samenwerking binnen Rivierenland ontwikkelt zich richting een steviger en beter samenhangend jeugdhulpstelsel. De werkgroepen brengen kennis en ervaring uit de praktijk samen, en zetten die om in verbeteringen in beleid, uitvoering en werkwijzen. Door continu te reflecteren, te testen en bij te sturen, ontstaat een werkende aanpak die aansluit bij wat kinderen, jongeren en gezinnen nodig hebben. Zo ontstaat stap voor stap een regionaal stelsel dat beter werkt: overzichtelijker, meer samenhangend en beter voorbereid op de toekomst. Daarbij wordt actief de verbinding gezocht sociaal domein breed waaronder met Wmo, Beschermd Wonen, en IZA.

Aansluiting bij landelijke koers Met deze actielijnen sluiten we aan op de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Thema’s als het versterken van de sociale basis, eenvoudig organiseren en meer ruimte voor professionele afweging staan centraal, zowel landelijk als regionaal. Door deze aansluiting leveren we als regio een bijdrage aan de noodzakelijke systeemvernieuwing en voldoen we aan landelijke uitgangspunten voor transformatie. Dit biedt richting en versterkt de afstemming met landelijke partners.

11.

3.

Projectspecificaties 3.1.

Scope van het programma

Het programma richt zich op de doorontwikkeling van een toekomstbestendig, betaalbaar en toegankelijk jeugdhulpsysteem in Rivierenland, zoals uitgewerkt in de Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026 en de Uitvoeringsagenda Jeugd 2026-2028. De scope omvat het versterken van de pedagogische basis, normaliseren van hulpvragen, het realiseren van integrale samenwerking in de uitvoering, het terugdringen van uithuisplaatsingen en het verbeteren van de data-gedreven sturing. Hierbij is expliciet aandacht voor het lokaal maatwerk in de toegang, en regionale samenwerking op het gebied van inkoop, monitoring en kwaliteitsverbetering. Het programma sluit aan op landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd. 3.2.

Buiten de scope van het programma

Het Uitvoeringsprogramma richt zich op het versterken en vernieuwen van de jeugdhulp in Rivierenland zoals vastgelegd in de Regiovisie Jeugdhulp. Andere maatschappelijke opgaven, zoals ondersteuning via de Wmo (bijvoorbeeld jongvolwassenen 18+), gezondheidsbeleid onder het GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en integrale zorg zoals beoogd in het IZA (Integraal Zorgakkoord), vallen formeel buiten de scope van dit programma. Dat betekent echter niet dat er geen verbinding wordt gelegd. Waar de opgaven elkaar raken, benutten we actief de koppelkansen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aansluiting tussen jeugdhulp en Wmo, gezamenlijke inzet op preventie, of het versterken van regionale samenwerking rond contractering, datakwaliteit en domein overstijgende ondersteuning. Deze verbindingen worden gelegd via afstemming in werkgroepen, informele lijnen en ambtelijke en bestuurlijke tafels. Bijvoorbeeld, via IZA wordt gewerkt aan het versterken van de mentale gezondheidszorg. Dit sluit aan bij onze inzet op normaliseren en preventie. Via GALA kunnen we samenwerken aan wijkgerichte preventieve initiatieven, zoals het versterken van opvoedondersteuning. Deze

12.

raakvlakken benutten we door in pilots ook de verbinding te zoeken met deze programma’s. 3.3.

Randvoorwaarden

Bestuurlijk en ambtelijk commitment Alle deelnemende gemeenten onderschrijven de Regiovisie Jeugdhulp en dragen actief bij aan de uitvoering via deelname aan werkgroepen, besluitvorming en capaciteitsinzet. Inzet van bestaande structuren We maken gebruik van bestaande overleg- en samenwerkingsstructuren binnen de regio (zoals het MO, kernteam en lokale toegang), zodat geen nieuwe lagen ontstaan, maar bestaande verantwoordelijkheden versterkt worden. Capaciteit uit eigen geledingen In lijn met het uitgangspunt van gezamenlijke verantwoordelijkheid leveren gemeenten en ketenpartners capaciteit voor projectleiding, ondersteuning en werkgroepen vanuit eigen organisatie, zoals ook vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. Financiële doelmatigheid Budget wordt doelgericht ingezet, met focus op uitvoering van projecten en pilots. Voorafgaand aan inzet is een expliciet go/no-go moment ingebouwd, waarin gemeenten besluiten over voortzetting. Overgebleven middelen vloeien terug naar de regio. Heldere besluitvorming en taakverdeling Afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden worden vastgelegd via een regionaal samenwerkingsovereenkomst, inclusief escalatielijnen, eigenaarschap en mandaat. Datagedreven sturing We bouwen voort op het in ontwikkeling zijnde regionale dashboard. Daarbij geldt als randvoorwaarde dat datakwaliteit, uniforme definities en

13.

gebruiksvriendelijke ontsluiting geborgd zijn. Ruimte voor participatie Structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en uitvoerende professionals is essentieel. Hun inbreng wordt gefaciliteerd binnen werkgroepen en bijeenkomsten. Goede afstemming met aanpalende domeinen Hoewel het programma zich richt op jeugdhulp, is aansluiting met thema’s uit Wmo, IZA en GALA noodzakelijk om doorlopende lijnen, preventie en contractstandaarden goed op elkaar af te stemmen.

14.

4.

Programma organisatie en beheer 4.1. Opdrachtgever De opdrachtgevers van het Uitvoeringsprogramma Jeugd 2026–2028 zijn de bestuurders van de acht gemeenten in Rivierenland: Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Maasdriel, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Zaltbommel. Zij geven gezamenlijk richting aan het programma en dragen bestuurlijk de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regiovisie Jeugdhulp. De samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst. De bestuurders zijn vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg (BO), dat fungeert als bestuurlijk opdrachtgever van het programma. Binnen het BO vindt, in een op overeenstemming gericht overleg, afstemming plaats op strategische momenten over de voortgang, inhoudelijke keuzes en investeringen binnen het programma. Het Managersoverleg (MO) is ambtelijk opdrachtgever richting de programmamanager sociaal domein. Het MO beslist over de inzet van personele capaciteit, middelen en ambtelijke ondersteuning vanuit de deelnemende gemeenten. Indien nodig wordt een voorgenomen besluit uit het MO ter bevestiging aan het BO voorgelegd. Het Regionaal Beleidsoverleg Jeugd (RBJ) en het Strategisch Overleg (SO) spelen een belangrijke rol in de voorbereiding van de hierboven benoemde afstemming.

In deze gremia worden voorstellen ambtelijk afgestemd en inhoudelijk voorbereid, zodat besluitvorming binnen het MO en BO goed onderbouwd en breed gedragen kan plaatsvinden. De programmamanager sociaal domein is opdrachtnemer van het BO en het MO en treedt op haar beurt op als opdrachtgever richting de projectleiders binnen het programmateam jeugd. Eén van de projectleiders treedt op als eerste aanspreekpunt en opdrachtnemer van de programmamanager. De andere projectleider en de overige leden van het programmateam (zoals een beleidsadviseur of -medewerker) ondersteunen in de uitvoering.

15.

4.2. Programma organisatie Bestuurlijke trekkers

Rol

Mischa Peters

Wethouder Culemborg

Bewaakt voortgang

Dave Verbeek

Wethouder Tiel

Bewaakt voortgang

Programmateam Jochem Huibers

Rol Regionaal beleidsadviseur

Projectleider en eerste aanspreekpunt

Jantien Jongepier

Regionaal beleidsadviseur

Projectleider

Barbara van Beuningen

Leveranciersmanager

Deelnemer

Sophie Holierhoek

Team Aanpak

Systemisch ontwerper

Eva Schweizer

Team Aanpak

Systemisch ontwerper

Tobias van den

Team Aanpak

Projectleider

Muijsenberg

Kernteam

Rol

Edysia Grudzinska

Beleidsadviseur jeugd

Deelnemer

Clara Kooreman

Beleidsadviseur jeugd

Deelnemer

José van Kooten

Beleidsadviseur jeugd

Deelnemer

Irene Hegeman

Regiomanager Karakter

Deelnemer

Gert Jan van Vorst

Contractmanager Entrea-

Deelnemer

Lindenhout Marry van Baren

Beleidsmedewerker

deelnemer

Zorggroep Gelders Rivierenland Frieda de Jonge

Teamleider JBG Rivierenland

Deelnemer

Elise van den Brink

Medewerker Ixta Noa

Deelnemer

Ali Essousi

Strategisch adviseur Deur 8

Deelnemer

Sascha Mulder

Directeur SCIO

Deelnemer

16.

Werkgroep 1

Gecoördineerde Instroom

Clara Kooreman

Beleidsadviseur jeugd,

Rol Trekker werkgroep

Gemeente Culemborg Irene Hegeman

Regiomanager Karakter

Trekker werkgroep

Annette Wilting

Teamleider toegang

Deelnemer

gemeente Culemborg Elise van de Brink

Ervaringsdeskundige, Ixta

Deelnemer

Noa Marije Dirksen

Manager Mozaïek Welzijn

Deelnemer

Eva Schweizer

Systemisch ontwerper Team

Deelnemer

aanpak

Werkgroep 2 Gezamenlijke Instap

Rol

Edysia Grudzinska

Trekker werkgroep

Beleidsadviseur Gemeente Tiel

Ali Essousi

Strategisch Adviseur, Deur8

Trekker werkgroep

Barbara van Beuningen

Leveranciersmanager Wmo

Deelnemer

Jeugd, Regio Rivierenland Sascha Mulder

Praktijkhouder en

Deelnemer

psycholoog, SCIO Mariska Harder

Consulent Jeugd Tiel

Deelnemer

Ronald Eitens

William Schrikker

Deelnemer

Sophie Holierhoek

Systemisch ontwerper Team

Deelnemer

aanpak

17.

Werkgroep 3 Duurzame Uitstroom

Rol

José van Kooten

Trekker werkgroep

beleidsadviseur, Gemeente West-Betuwe

Gert-Jan van Vorst

contractmanager, Entrea

Deelnemer

Lindenhout Niels Naaldenberg

beleid / troubleshooter,

Deelnemer

Jeugdbescherming Gelderland Pierrette de Ruijter

directeur,

Deelnemer

Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Ingrid Huisinga

Coördinator team sociaal

Deelnemer

West Betuwe Sophie Holierhoek

Systemisch ontwerper

Deelnemer

Team aanpak

Werkgroep 4 Datakwaliteit

Rol

Jochem Huibers

Regionaal beleidsadviseur

Trekker werkgroep

Gert-Jan van Vorst

contractmanager, Entrea

Trekker werkgroep

Lindenhout Roelof-jan Dekens

Leveranciersmanager Wmo Jeugd

Deelnemer

Serviceorganisatie Stevianne Groeneveld

Regionaal Data-analist Service

Deelnemer

organisatie Auke Mollema

Adviseur Data en Informatie

Deelnemer

Aanpak Wachttijden Eelco de Winter

Adviseur Data en Informatie

Deelnemer

Aanpak Wachttijden Eva Schweizer

Systemisch ontwerper Team

Deelnemer

aanpak

18.

Werkgroep 5 Duurzame samenwerking

Rol

Jochem Huibers

Regionaal beleidsadviseur

Trekker werkgroep

Systemisch ontwerper Team

Deelnemer

Volgt Volgt Volgt Volgt Volgt Sophie Holierhoek

aanpak

4.3 Uitgangspunten werkgroepen De thematische werkgroepen hebben als doel om de programmadoelen te vertalen naar uitvoerbare oplossingen. Ze vormen een belangrijk onderdeel van de uitvoering van dit programma en zijn erop gericht om de geformuleerde ambities verder te verdiepen en te concretiseren. Binnen de werkgroepen wordt gewerkt aan verdiepende analyses van opgaven en knelpunten, het verkennen en uitwerken van oplossingsrichtingen, het voorbereiden en testen van pilots en projecten voor de periode 2026-2028. We hanteren hierbij een iteratief en lerend werkproces. Dat betekent dat we in stappen werken, reflecteren op ervaringen, en bijsturen waar nodig. Dit doen we volgens een cyclische aanpak van onderzoeken, testen, reflecteren en aanpassen (Plan-Do-Reflect-Act). Zo ontstaat ruimte voor voortschrijdend inzicht, en benutten we opgedane kennis en ervaring direct in het vervolg van het proces. Concretere werkvormen, zoals het werken in datasprints of het uitvoeren van verkennende pilots, worden op een later moment ingezet. Daarbij bouwen we expliciete go/no-go-momenten in om de uitvoerbaarheid en het draagvlak te blijven toetsen. De werkgroepen bouwen voort op de uitgangspunten van het programma: samenwerking, integraliteit en lerend werken.

Door kennis en ervaring van verschillende partijen samen te brengen, ontstaat een gedeeld beeld en komen gedragen oplossingsrichtingen tot stand. Zo zorgen we ervoor dat het programma niet op hoofdlijnen blijft, maar leidt tot concrete en

19.

uitvoerbare interventies. Samenstelling van werkgroepen Werkgroepen zijn divers samengesteld en sluiten qua expertise aan op het thema. Denk aan beleidsadviseurs, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen, onderwijs, huisartsen en lokale teams. Bij complexe vraagstukken wordt gerichte aanvullende expertise toegevoegd. Ondersteuning vanuit programmateam Het programmateam – bestaande uit beleidsadviseurs, projectleiders en systemisch ontwerpers – begeleidt de werkgroepen, bewaakt de voortgang, ondersteunt bij ontwikkeling van pilots en zorgt voor verbinding met bestuurlijke lijnen. Rol van het kernteam Het kernteam fungeert als strategisch-tactisch overlegplatform. Hierin zitten beleidsadviseurs van de deelnemende gemeenten, aangevuld met aanbieders, ervaringsdeskundigen en andere ketenpartners. Het kernteam bewaakt de voortgang, toetst voorstellen uit de werkgroepen en adviseert richting het Regionaal Beleidsoverleg Jeugd (RBJ), de programmamanager SOK, het Strategisch Overleg (SO) het Managersoverleg (MO) en het Bestuurlijk Overleg (BO). Go/no-go-momenten en toetsing Voor elk deelproject en elke pilot zijn vooraf go/no-go-momenten ingebouwd. Werkgroepen rapporteren over voortgang, knelpunten en leeropbrengsten volgens een vast format. Het kernteam beoordeelt deze rapportages en adviseert over voortzetting, bijstelling of beëindiging.

Ruimte voor experiment en innovatie Binnen de werkgroepen is expliciet ruimte voor kleinschalige tests en experimenten. Wat werkt, wordt opgeschaald; wat niet werkt, wordt herzien of beëindigd. Deze aanpak stimuleert eigenaarschap en vergroot het lerend vermogen in de regio.

20.

Nieuwe initiatieven via DIN-format Nieuwe projecten kunnen ingebracht worden via het DIN-format (Doelen – Inspanningen – Netwerk). Dit biedt structuur en helpt bij het afwegen van nieuwe voorstellen. Het kernteam beoordeelt deze op samenhang, uitvoerbaarheid en toegevoegde waarde. Terugkoppeling en communicatie De resultaten van werkgroepen en pilots worden systematisch teruggekoppeld aan het kernteam en bestuurlijke gremia. Dit waarborgt transparantie en zorgt dat inhoudelijke inzichten hun weg vinden naar besluitvorming en praktijk.

21.

5.

Projectaanpak 5.1 Aanpak Het Uitvoeringsprogramma Jeugd 2026–2028 is een gezamenlijk traject van gemeenten en ketenpartners in Rivierenland. We werken samen aan toekomstbestendige jeugdhulp: uitvoerbaar, bestuurlijk gedragen en gericht op het oplossen van actuele knelpunten. We hanteren daarbij een gefaseerde en iteratieve aanpak: we werken in stappen, toetsen en verbeteren op basis van ervaring, en maken keuzes op basis van gedeeld inzicht. Zoals beschreven in paragraaf 4.3 doen we dit via thematische werkgroepen, waarin wordt verdiept, getest en richting gegeven aan concrete pilots. Deze werkwijze verbindt inhoud, uitvoering en sturing. Praktijkkennis, data-inzichten en bestuurlijke afwegingen worden gecombineerd om tot uitvoerbare oplossingen te komen. Zo bouwen we aan een uitvoeringsprogramma dat meebeweegt met wat werkt, ruimte biedt voor voortschrijdend inzicht en houvast biedt voor de uitvoering in 2026–2028. Fase 1: Voorbereiding (Q1 – juni 2025) Resultaat: gezamenlijk beeld gevormd van de opgave, werkstructuur ingericht, lopende initiatieven geïnventariseerd en actieonderzoek gestart. De voorbereidingsfase begon al in het eerste kwartaal van 2025. Op 3 maart organiseerden we een werkconferentie waar een brede vertegenwoordiging van ketenpartners aanwezig was.

Tijdens deze bijeenkomst is de regiovisie gezamenlijk doorgenomen en hebben we knelpunten opgehaald vanuit de praktijk. Daarnaast is in Q1 het kernteam samengesteld. Dit team is meerdere keren samengekomen om op basis van de regiovisie een gezamenlijke probleemanalyse op te stellen. In de maanden mei en juni hebben we de voorbereidingsfase verder geconcretiseerd en succesvol afgerond. Tijdens een gezamenlijke werksessie met het kernteam zijn de urgente thema’s bepaald en zijn duidelijke interventiegebieden vastgesteld op basis van een

22.

prioriteringsmatrix. Vervolgens hebben we een digitale uitvraag uitgezet onder gemeenten en aanbieders om lopende projecten, pilots en relevante initiatieven in kaart te brengen. De opgehaalde input is gevisualiseerd in een overzichtelijk dashboard dat inmiddels als input dient voor de verdere ontwikkeling binnen de werkgroepen. De thematische werkgroepen zijn samengesteld met een goede spreiding in expertise en achtergrond. Aan deze werkgroepen nemen zorgaanbieders, verwijzers, onderwijsinstellingen, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van sociale wijkteams deel. Waar nodig worden de werkgroepen aangevuld met aanvullende expertise als er specifieke kennis of perspectieven ontbreken voor een bepaald vraagstuk. Iedere werkgroep heeft een duidelijke opdracht ontvangen, met afgesproken doelen, een aanpak en toegang tot ondersteuning vanuit het programmateam. Tot slot is begin juni een gezamenlijke kick-off georganiseerd waarin de aanpak, doelen en spelregels zijn gedeeld. De werkgroepen hebben daar hun samenwerking gestart en onder begeleiding een onderzoeksplan opgesteld. Al deze plannen zijn inmiddels afgestemd en gebundeld door het kernteam en vormen nu de basis voor de verdiepende fase. Elke werkgroep is vervolgens gestart met een actieonderzoek op basis van een eerste startbeeld.

De teams hebben concrete probleemstellingen geformuleerd en gaan in kleine tests aan de slag met oplossingsrichtingen. Het datateam heeft parallel hieraan een quickscan uitgevoerd van bestaande dashboards, rapportages en regiovisie-documenten. Daarbij zijn ook hiaten gesignaleerd, zoals het missen van uniforme procesafspraken die leiden tot o.a. wachttijden of onduidelijke doorlooptijden. Daarnaast hebben we interviews afgenomen met beleidsadviseurs, zorgaanbieders, contractmanagers en medewerkers van gemeentelijke backoffices. Deze gesprekken boden waardevolle inzichten in de knelpunten in datagebruik, administratieve processen en verbeterbehoeften in de

23.

keten. Naast de werkgroepen lopen er in de regio ook al diverse initiatieven, zoals JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) en JoinUs, gericht op respectievelijk netwerkversterking en het voorkomen van eenzaamheid onder jongeren. Deze initiatieven worden los van de werkgroepen verder ontwikkeld, maar maken wel integraal deel uit van de bredere aanpak. Ze bieden waardevolle inzichten en ervaringen die meegenomen worden in de uitwerking van het Uitvoeringsprogramma Jeugd. Fase 2: Verdieping & Conceptontwikkeling (juli – oktober 2025) Doel: verdiepen van probleeminzicht, uitproberen van oplossingen, voorbereiden van keuzes voor pilots. Acties: Uitvoeren mini-tests en praktijkexperimenten In deze fase zetten de werkgroepen eerste kleine praktijkexperimenten op. Denk aan het testen van een aangepaste overlegstructuur tussen zorgaanbieders, een nieuwe registratieprocedure of een alternatieve toewijzingsaanpak binnen de gemeente. De insteek is leren door doen: wat werkt er, wat niet en waarom? Documenteren en bespreken resultaten De resultaten van de mini-tests worden vastgelegd in een gestandaardiseerd format, met daarin het probleem, de hypothese, de testopzet, de uitkomst en de leerpunten. Deze documentatie bespreken we binnen het kernteam en de andere werkgroepen om van elkaar te leren.

Voorbereiden datasprintstructuur (juli/september) In de zomermaanden ontwikkelen we een concreet format voor datasprints: korte cycli van drie weken waarin we een specifiek communicatie bericht (bijv. Start zorg of Toewijzing) onderzoeken en afstemmen en eventuele verbeteringen vaststellen en waar mogelijk direct

24.

of in de toekomst implementeren. Het voorstel leggen we in september ter besluitvorming voor aan het Managers Overleg (MO). Start sprint met betrekking tot datakwaliteit (vanaf September) Bij vaststelling van het Uitvoeringsprogramma in het BO starten we in september met de eerste sprint. Als aftrap organiseren we een regionale kick-offbijeenkomst voor collega’s die werken in de backoffice van gemeenten en zorgaanbieders. Tijdens deze bijeenkomst inventariseren we met elkaar welke knelpunten in de gegevensuitwisseling worden ervaren en waar verbeterkansen liggen. Deze input vormt de basis voor de prioritering en inrichting van de eerste sprints. Thema’s die we hierin oppakken zijn bijvoorbeeld de onduidelijke registratie van het start-zorgbericht (305), het ontbreken van een uniforme wachttijddefinitie of het onjuist invullen van het verwijzertype in bericht 301. In de sprintaanpak werken we gericht aan verbetering: via korte cycli van analyse, experiment en bijstelling. De opbrengsten koppelen we terug aan het kernteam en gebruiken we als input voor harmonisatie van processen, sturingsinformatie en leerdoelen binnen het programma. Presenteren testresultaten In september organiseren we een werkbijeenkomst waar alle werkgroepen hun voorlopige bevindingen presenteren. Dit biedt inzicht in de gezamenlijke voortgang en helpt bij het herkennen van overlappende oplossingsrichtingen.

Kiezen oplossingsrichtingen Op basis van impact, uitvoerbaarheid en urgentie maken we als kernteam een onderbouwde keuze voor de oplossingsrichtingen die worden uitgewerkt tot pilots. Deze selectie wordt afgestemd met de betrokken partijen. Evalueren en herschikken werkgroepen indien nodig Op basis van de voortgang evalueren we de samenstelling van de werkgroepen. Indien nodig voegen we expertise toe of splitsen we werkgroepen op in subgroepen voor specifieke thema’s.

25.

Fase 3: Uitwerking & Pilotvoorbereiding (oktober – december 2025) Doel: van oplossingsrichting naar uitvoerbare pilots met monitoring en sturingsinformatie. Resultaat: vertaald in concrete pilots, meetstructuren, spelregels en communicatie richting uitvoering. Uitwerken pilotvoorstellen In oktober tot en met december 2025 vertalen we de geselecteerde oplossingsrichtingen naar concrete, uitvoerbare pilots. Iedere werkgroep werkt een volledig pilotvoorstel uit, gebruikmakend van een sjabloon waarin de doelstelling, doelgroep, aanpak, betrokken partijen en beoogde effecten worden vastgelegd. Deze voorstellen zorgen voor consistentie en vergelijkbaarheid tussen de verschillende pilots. Opstellen meet- en testplannen Daarna stellen we per pilot een meet- en testplan op. Hierin beschrijven we welke indicatoren we willen volgen, wie waarvoor verantwoordelijk is, hoe en wanneer we meten, en hoe de voortgang wordt gerapporteerd. Afspraken over rollen en verantwoordelijkheden Voor elke pilot maken we heldere afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is. We leggen vast wie de leiding heeft over de uitvoering, wie besluiten mag nemen, wie inhoudelijk meedenkt of advies geeft, en wie geïnformeerd moet blijven over de voortgang. Deze rolverdeling wordt afgestemd met gemeenten, aanbieders en betrokken beleidsadviseurs.

Zo zorgen we voor duidelijke verwachtingen, eigenaarschap en een soepele samenwerking tijdens de uitvoering. Voortzetten datasprints We zetten ook de datasprints voort. In oktober en november voeren we de tweede en derde sprint uit. In Q1 2026 zullen de overige 3 datasprinten worden uitgevoerd. Hierbij pakken we vervolgvraagstukken op zoals het

26.

standaardiseren van het berichtenverkeer, het verbeteren van foutmarges in administratieve registraties of het correct invullen van het verwijzertype. Iedere sprint wordt afgesloten met een korte evaluatie en directe terugkoppeling naar de werkgroepen en het kernteam. Keuze en fasering pilots Tegen het einde van de fase maken we definitieve keuzes over welke pilots doorgaan naar uitvoering en hoe ze worden gefaseerd in de tijd. Deze afwegingen worden gedeeld met het RBJ, MO en BO. Communicatie richting uitvoering 2026 De communicatie met gemeenten, ketenpartners en uitvoerende professionals wordt in detail beschreven in het communicatieplan (zie hoofdstuk 5.4). Hierin staan de vaste contactmomenten, formats en terugkoppelingen waarmee we de voortgang, leeropbrengsten en besluiten structureel delen. Dynamisch programmaplan als vertrekpunt uitvoering Als afronding worden alle uitgewerkte onderdelen – pilots, monitoringstructuur, spelregels van samenwerking en vervolgstappen – toegevoegd aan dit programmaplan. Dit document vormt daarmee het dynamische uitvoeringskader voor de periode 2026–2028. In fase 4 starten we met de gefaseerde uitvoering van de pilots zoals beschreven in dit plan. Nieuwe inzichten en projecten kunnen gedurende de looptijd worden toegevoegd, waardoor dit document steeds meebeweegt met de voortgang van het programma.

Fase 4: Gefaseerde uitvoering pilots (2026–2028) Doel: gefaseerde uitvoering van projecten en pilots zoals opgenomen in het programmaplan, met ruimte voor nieuwe initiatieven op basis van voortschrijdend inzicht. Vanaf 2026 start de uitvoering van de geselecteerde pilots binnen de vijf actielijnen. Deze worden gefaseerd uitgerold: sommige pilots starten direct, anderen in latere jaren, afhankelijk van de mate van voorbereiding, betrokkenheid van partners en

27.

bestuurlijke prioritering. Per pilot is een go/no-go-moment ingebouwd, waarop gemeenten besluiten over voortzetting, aanpassing of beëindiging. Gedurende deze fase blijft het programmaplan een dynamisch document. Nieuwe initiatieven kunnen worden toegevoegd via het DIN-format en volgen dezelfde cyclus van toetsing, besluitvorming en uitvoering. Elke nieuwe pilot wordt ondergebracht in een projectgroep die werkt volgens de uitgangspunten van dit programma: iteratief, multidisciplinair en lerend. De voortgang wordt gemonitord via het regionale dashboard en geëvalueerd in het kernteam. Kennisdeling vindt plaats via communicatieformats, kennissessies en reflectiebijeenkomsten. Zo bouwen we aan een lerende regio waarin structurele verbetering van de jeugdhulp centraal staat. Evaluatie sprintaanpak en borging We evalueren de datasprintaanpak en bespreken we met de regio of en hoe we deze werkvorm structureel kunnen borgen na 2025. De inzichten uit de datasprints worden niet alleen lokaal toegepast, maar vormen ook input voor de verdere ontwikkeling van het regionale dashboard, beleidsbijstelling en kwaliteitsverbetering van het berichtenverkeer. Versterken van duurzame samenwerking Een centrale ambitie binnen de Aanpak Jeugd Rivierenland 2025 is het opbouwen van duurzame samenwerking.

We doen dit door bewust te investeren in relaties, gedeeld eigenaarschap en een gezamenlijke leer- en ontwikkelruimte. In november 2025 organiseren we een regionale kickoffbijeenkomst voor het programmaplan. Hier presenteren we de gezamenlijke ambitie en werkwijze aan alle partners. Deze bijeenkomst is bedoeld om samenwerking, belemmeringen en onderlinge afhankelijkheden bespreekbaar te maken. Gezamenlijk formuleren we tijdens deze sessie een eerste set leidende principes en spelregels, die richting geven aan onze manier van samenwerken. Deze leidende principes vormen tevens een gedeeld kader voor het bewust omgaan met verschillen, schuring en onderlinge afhankelijkheden – het zogenoemde werken in de tussenruimte. We nodigen betrokkenen uit om zich hieraan te committeren. Deze leidende principes worden waar nodig getoetst in de praktijk, en bijgesteld

28.

op basis van ervaring. We erkennen dat samenwerking in een regionaal netwerk niet vanzelfsprekend is. Partners brengen verschillende perspectieven, mandaten en kaders mee. Juist daarom willen we ruimte maken voor het zogenoemde werken in de tussenruimte: het bewust omgaan met verschillen, schuring en onderlinge afhankelijkheden. In dit programma creëren we die ruimte door het organiseren van open werksessies, reflectiemomenten en het betrekken van ervaringsdeskundigen op sleutelmomenten. In deze gedeelde leeromgeving kunnen aannames worden bevraagd, spanningen worden benut en gezamenlijke oplossingsrichtingen ontstaan. Niet alles hoeft direct opgelost of afgebakend. We zoeken actief naar gedeelde opgaven waarin we elkaar versterken. Dat vraagt om commitment, reflectie en het lef om te leren van wat (nog) niet werkt. De thematische werkgroepen vormen het hart van deze samenwerking. Hierin participeren zorgaanbieders, verwijzers, onderwijsinstellingen, ervaringsdeskundigen en wijkteammedewerkers. De werkgroepen zijn flexibel samengesteld en worden aangevuld wanneer blijkt dat er expertise ontbreekt. Ze vormen niet alleen de motor voor uitvoering, maar ook voor leerproces en netwerkontwikkeling. Om deze samenwerking duurzaam te borgen, nemen we aanvullende stappen: •

Regelmatig regionaal overleg met vertegenwoordigers van werkgroepen en bestaande initiatieven zoals JIM en JoinUs, om verbinding te maken tussen lopende activiteiten.

•

Leren en reflecteren als vast onderdeel van de cyclus, via sprintreflecties, regionale kennissessies en feedbackmomenten. Zo bouwen we een lerend netwerk op alle niveaus.

•

Transparantie via voortgangsmonitoring en actieve communicatie richting bestuurders, professionals en ketenpartners.

29.

•

Structurele afspraken over samenwerking leggen we vast in het uitvoeringsplan, inclusief rolverdeling, verantwoordelijkheden en waar nodig bestuurlijke verankering.

Met deze aanpak zorgen we ervoor dat de samenwerking niet alleen projectmatig en tijdelijk is, maar dat we samen een netwerk bouwen dat zich aanpast, leert en blijft bestaan. Ruimte voor nieuwe initiatieven en inzichten Binnen een lerend en iteratief programma als dit ontstaan gaandeweg nieuwe inzichten, ideeën en kansen. Daarom houden we in het Uitvoeringsprogramma bewust ruimte voor het toevoegen van nieuwe pilots of projecten die tijdens de looptijd naar voren komen. We doen dit op een gestructureerde manier aan de hand van de DIN-methodiek: Doelen, Inspanningen en Netwerk. Voor elk nieuw voorstel leggen we kort en helder vast: Doelen – Wat willen we bereiken met dit initiatief? Inspanningen – Welke inzet, middelen en acties zijn hiervoor nodig? Netwerk – Welke partijen zijn betrokken en hoe sluit dit aan bij het bestaande programma? Deze aanpak stelt ons in staat om flexibel in te spelen op actuele vraagstukken zonder de integraliteit van het programma te verliezen. Het DIN-format wordt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma als vast afwegingskader voor nieuwe voorstellen. 5.2 Verantwoording en lerend evalueren Wij willen niet alleen uitvoeren, maar ook leren van wat we doen. Daarom bouwen we een vaste structuur in voor verantwoording, reflectie en bijstelling. Zo vergroten we transparantie, eigenaarschap en effectiviteit.

Iedere zes maanden brengen we een programmarapportage uit. Hierin staan de voortgang per actielijn, leerpunten uit pilots en eventuele knelpunten. Deze bespreken we in het kernteam en bestuurlijke overleg.

30.

We organiseren vaste reflectiebijeenkomsten met vertegenwoordigers van beleid, uitvoering, bestuur en ervaringsdeskundigen om resultaten en processen te evalueren. Via werkgroepen en pilots halen we structureel feedback op van jongeren, ouders en professionals. Besluitvorming – zoals go/no-go-momenten – leggen we vast en lichten we toe, zodat gemeenten en ketenpartners zicht houden op voortgang en richting. Lerend evalueren is geen apart traject, maar een rode draad in de uitvoering. Het helpt ons beter te sturen op dat wat echt werkt in de praktijk. 5.3 Communicatie Heldere communicatie en actieve participatie zijn essentieel voor het slagen van onze gezamenlijke aanpak. We richten daarom een doorlopende structuur in voor informatie-uitwisseling en dialoog tussen beleid, uitvoering, bestuur en ketenpartners. Hierbij maken we gebruik van vaste contactmomenten, herkenbare formats en toegankelijke, doelgroepgerichte communicatie. Om complexe vraagstukken inzichtelijk te maken en gesprekken hierover te ondersteunen, zetten we systemische ontwerpers in. Zij ontwikkelen visuele werkvormen en praatplaten die richting geven aan de gezamenlijke aanpak en samenwerking bevorderen. De communicatieaanpak zorgt ervoor dat álle betrokkenen gedurende het hele programma goed aangehaakt blijven – óók als zij niet actief deelnemen aan werkgroepen of projectgroepen.

Doelen van de communicatie Onze communicatie richt zich op vier centrale doelen: Versterken van betrokkenheid en helderheid over ieders rol; Uitwisseling van inzichten en kennis tussen praktijk, beleid en bestuur; Transparant informeren over voortgang, keuzes en resultaten; Stimuleren van vertrouwen en eigenaarschap op alle niveaus. We maken onderscheid tussen interne communicatie (kernteam en werkgroepen) en externe communicatie (richting bestuurders, professionals en netwerkpartners). Dit zorgt voor zowel grip als verbinding.

31.

Middelen en momenten •

Reflectieverslagen na elke sprint: Korte, visuele samenvattingen van de leeropbrengsten worden gedeeld met alle betrokkenen. Dit bevordert kennisdeling en maakt tijdige bijsturing mogelijk.

•

Kwartaalnieuwsbrief: Bevat updates over pilots, besluiten, bijeenkomsten en inzichten. Zo blijft het bredere netwerk goed geïnformeerd.

•

Kennissessies en intervisie (per kwartaal): Beleidsmakers, professionals en andere betrokkenen gaan met elkaar in gesprek over actuele thema’s en praktijkervaringen.

•

Halfjaarlijkse rapportage aan BO en MO: Het Bestuurlijk Overleg (BO), het Strategisch overleg (SO) – waar relevant – het Management Overleg (MO) worden geïnformeerd over voortgang, dilemma’s en voorgenomen keuzes.

•

Nieuwe voorstellen via DIN-format (Doelen – Inspanningen – Netwerk): Biedt structuur bij het formuleren, afwegen en prioriteren van nieuwe initiatieven of pilots.

•

Leren van de praktijk Wat we leren in de uitvoering, brengen we systematisch terug naar het beleid. Werkgroepen en projectteams leveren niet alleen resultaten, maar ook waardevolle inzichten op over wat werkt en wat niet. Deze worden besproken in het kernteam en benut bij besluitvorming. Zo sluiten strategische keuzes beter aan op wat nodig én haalbaar is in de praktijk.

Betrokkenheid van jongeren, ouders en verzorgers De inbreng van jongeren, ouders en verzorgers – als ervaringsdeskundigen – is cruciaal voor een mensgerichte en uitvoerbare aanpak. Zij nemen deel aan werkgroepen, pilots en reflectiemomenten, maar zijn niet altijd actief in elk onderdeel van het programma. Daarom zorgen we ook voor passende communicatievormen die hen gedurende het hele traject goed blijven meenemen: over wat er speelt, welke keuzes worden overwogen en wat de

32.

opbrengsten zijn. We maken hun participatie mogelijk én waardevol door het bieden van begeleiding, passende werkvormen en – waar nodig – een vergoeding. Zo maken we structureel ruimte voor hun perspectief, wat plannen realistischer, mensgerichter en uitvoerbaarder maakt.

33.

6.

Risico en beheersmaatregelen Bij een meerjarig programma met brede regionale samenwerking zijn risico’s onvermijdelijk. Door deze vooraf te benoemen en beheersmaatregelen te treffen, vergroten we de kans op succesvolle uitvoering. De belangrijkste risico’s zijn: •

Capaciteitsdruk bij gemeenten en ketenpartners: kan leiden tot vertraging of verminderde betrokkenheid. Beheersing: werkgroepen flexibel inrichten, voortgangsbewaking via kernteam, overleg met programmamanager en MO, prioritering.

•

Onvoldoende datakwaliteit of beschikbare stuurinformatie: belemmert monitoring. Beheersing: datasprints, standaardisatie-werkgroepen, dashboardontwikkeling met feedbackloops, aansluiten bij de regionale data werkgroep.

•

Onvoldoende bestuurlijk of ambtelijk draagvlak: leidt tot afbreukrisico voor implementatie. Beheersing: communicatieplan, vaste reflectiemomenten, terugkoppeling per pilot.

•

Tegenvallende resultaten pilots: kan zorgen voor demotivatie of stopzetten traject. Beheersing: duidelijke doelen, go/no-go-momenten, ruimte voor bijstelling en leren.

•

Borgen van duurzame samenwerking: risico dat samenwerking tijdelijk of projectmatig blijft. We beheersen dit door afspraken te maken over langetermijn commitment, verankering in bestaande structuren en gezamenlijke doorontwikkeling na afloop van het programma.

34.

7.

Planning Planning met Mijlpalen (mei 2025 – december 2028) Maand / Periode

Mijlpaal / Activiteit

Mei 2025

Kick-off werkgroepen · Start interviews · Inventarisatie initiatieven · Verkenning probleemgebieden

Juni 2025

Onderzoeksplan klaar · Dataquickscan · Format werkgroepresultaten vastgesteld

Juli 2025

Start mini-testjes · Voorstel datasprintstructuur · Analyse processen gestart

September 2025

Besluitvorming MO over datasprints · Sprintplanning gemaakt

September 2025

Start eerste datasprint · Tussenbijeenkomst werkgroepen. Keuze oplossingsrichtingen

Oktober 2025

Tweede datasprint · Uitwerken pilots · kennissessie · Spelregels en rolverdeling vastgesteld

November 2025

Derde datasprint · Keuze en fasering definitieve pilots

December 2025

Evaluatie sprintaanpak · Communicatieplan · Oplevering dynamisch programmaplan

Januari 2026

Start uitvoering eerste serie pilots binnen 5 actielijnen

Maart 2026

Eerste reflectie en voortgangsrapportage pilots · Nieuwe voorstellen via DIN-format

Juni 2026

Kennissessies en bijsturing pilots · Eventuele start nieuwe pilots

December 2026

Jaarafsluiting en regionale leerbijeenkomst · Bijstelling programmaplan

2027 (doorlopend)

Vervolg pilots 2e serie · Monitoring voortgang · Evaluaties en aanpassingen

Juni 2027

Halfjaarlijkse reflectie & bestuursrapportage

December 2027

Eindevaluatie tweede reeks pilots · Strategische keuzes richting afronding

2028 (doorlopend)

Verankering werkende onderdelen · Afronding niet-werkende pilots

Maart 2028

Start voorbereiding regiovisie na 2028

December 2028

Eindrapportage Uitvoeringsprogramma

35.

8.

Begroting Deze begroting geeft een overzicht van de jaarlijkse inzet van middelen voor het Uitvoeringsprogramma voor de periode 2026–2028. Een groot deel van de capaciteit wordt geleverd vanuit de eigen organisatie: projectleiding, deelname aan werkgroepen, dataspecialisten en ondersteuning worden in natura geleverd. Hierdoor blijven externe kosten beperkt, wordt eigenaarschap versterkt en bouwen we aan duurzame regionale samenwerking. Door gebruik te maken van bestaande locaties voor bijeenkomsten en een regionaal dashboard in ontwikkeling, is er meer ruimte vrijgemaakt voor directe uitvoering van projecten. Voor de inzet van middelen voor pilots en projecten wordt standaard een go/no-go moment ingebouwd waarin gemeenten besluiten over voortzetting of bijstelling. Hierdoor houden zij grip op de voortgang, inhoud en resultaten. Indien er in enig jaar budget overblijft, vloeit dit terug naar de deelnemende gemeenten.

36.

Post

2026

2027

2028

Toelichting

1. Projectleiding

€0

€0

€0

Wordt geleverd vanuit

(0,8 fte)

samenwerkingsovereenkomst; geen extra kosten.

2. Project-

€0

€0

€0

Wordt geleverd vanuit de

ondersteuning

samenwerkingsovereenkomst;

(0,3 fte)

geen extra kosten

3. Systemisch

€35.000

€35.000

€35.000

ontwerper

Verbindt actielijnen, ondersteunt ontwerp- en leerstructuren.

4. Uitvoering pilots

€80.000

€80.000

€80.000

Gericht op uitvoering pilots binnen de 5 actielijnen (o.a. JIM, lokale teams, wachttijd).

5. Datakwaliteit,

€13.000

€13.000

€13.000

Doorvoering

monitoring &

contractstandaarden en

dashboards

verbeteren datakwaliteit; harmonisatie backofficeprocessen.

6. JoinUs

€28.500

€28.500

€28.500

(regionale inzet)

Kosten contract JoinUs Nederland, inzet regionale coördinator. Loopt al enkele jaren, nu integratie in UP.

6. Communicatie &

€5.000

€5.000

€5.000

kennisdeling 7. Werkbudget

Ondersteunen bij de uitvoering van het communicatieplan.

€7.400

€7.400

€7.400

Inzet voor bijeenkomsten,

werkgroepen &

participatie en samenwerking

bijeenkomsten

met ervaringsdeskundigen en uitvoerende professionals binnen de regio.

Totaal per jaar

€168.900

€168.900

€168.900

Bijdrage

€18.900

€18.900

€18.900

transformatie

Restant transformatiefonds, verspreid over drie jaar.

fonds Totaal voor

€150.000

€150.000

€150.000

gemeenten

37.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16345017/1