RIB-89 - Betrekken raad bij complexe planvorming
Tekst van het document
Gemeente Neder-Betuwe t.a.v. de raad Postbus 20 4043ZG OPHEUSDEN
uw brief van uw kenmerk ons kenmerk behandeld door bijlage(n)
Z/25/112957/260288
Opheusden
23 oktober 2025
Fysieke Pijler -
Onderwerp Betrekken raad bij complexe planvorming
Geachte raad,
Een van de doelstellingen van participatie onder de Omgevingswet is dat belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken worden bij planvorming voordat een officieel besluit is genomen. Op diverse momenten is door uw gemeenteraad de wens uitgesproken om in een eerder stadium dan nu het geval is betrokken te worden bij ruimtelijke plannen van enige omvang. Daarnaast zijn er de laatste tijd vragen gesteld over de wijze waarop participatie bij ruimtelijke initiatieven wordt vormgegeven en wat de rol van uw raad daarbij is. In dit memo gaan wij nader op deze onderwerpen in en updaten we de laatste stand van zaken met betrekking tot ruimtelijke procedures onder de Omgevingswet en de rol van uw raad daarbij. Ruimtelijke complexe plannen Binnen de werkwijze van de gemeente hanteren we een onderscheid in de mate van complexiteit van initiatieven die worden ingediend. We hanteren daarvoor het zogenaamde “mandjes” principe. Deze categorie indeling hanteren we sinds 2015. 1. Mandje 1 --> dat zijn de vergunningaanvragen die bij de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) worden ingediend. Dit zijn gebonden beschikkingen en hiervoor is geen nader besluit of overweging van de gemeente vereist. De ODR handelt de aanvraag af; 2.
Mandje 2 --> dat zijn (overwegend) aanvragen omgevingsvergunning die bij de ODR worden ingediend en meestal enkelvoudig van aard zijn (functiewijziging, bouwvlakvergroting, dakkapel, uitbouw/aanbouw). Deze categorie is niet direct vergunbaar en er is een besluit nodig om af te wijken van het omgevingsplan (binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De beoordeling om af te wijken ligt bij de gemeente. Na beoordeling van de gemeente handelt de ODR handelt de vergunning af; 3. Mandje 3 --> Ruimtelijke complexe vraagstukken die meestal als een principe verzoek worden ingediend. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om woningbouwlocaties zoals Hoofdstraat 70 in Kesteren of Broedershof in Echteld. Voor deze initiatieven is een complexere afweging noodzakelijk. Deze initiatieven worden in de Intaketafel behandeld alwaar een integrale afweging plaatsvindt over de wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief. Op het moment dat er een GO plaatsvindt wordt een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Een regisseur van de gemeente werkt het initiatief verder met de initiatiefnemer uit; 4. Mandje 4 --> Deze initiatieven vallen onder de noemer gebiedsontwikkeling. Het gaat om een grootschalige ontwikkeling waarvoor een projectorganisatie wordt ingericht. Ook deze initiatieven worden behandeld in de intaketafel en voorzien van kaders en randvoorwaarden
Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
waarna een intentieovereenkomst wordt afgesloten. Mandje 4 initiatieven zijn bijvoorbeeld initiatieven zoals de Hoge Wei in Kesteren, Casterhoven en Herenland (west).
De mandjes 2 initiatieven worden integraal beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid. Bij de beoordeling is ook een vergunningverlener van de ODR aanwezig. De bevoegdheid om af te wijken van het omgevingsplan met een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplan activiteit ligt bij ons college. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit heeft uw raad bij een aantal gevallen van initiatieven bindend adviesrecht. Op 27 januari 2022 heeft u besloten in welke gevallen adviesrecht van toepassing is. De mandjes 3 en 4 initiatieven worden ook integraal beoordeeld op wenselijkheid. Wenselijkheid kan op verschillende manieren worden beoordeeld, kort samengevat kijken we naar wat een initiatief toevoegt aan de (beleids) doelstellingen en ambities van de gemeente, bijvoorbeeld volkshuisvestelijke doelstellingen. Na de beoordeling of een initiatief wenselijk is, volgt een oordeel over de haalbaarheid van een initiatief. Ook haalbaarheid kan op diverse manieren worden getoetst, bijvoorbeeld milieubelemmeringen in de directe omgeving en de maatschappelijke acceptatie van een initiatief. Nadat wenselijkheid en haalbaarheid zijn beoordeeld worden overige kaders en randvoorwaarden in beeld gebracht. De samenvatting van de beoordeling wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer.
Na wederzijdse ondertekening van de overeenkomst is er sprake van een initiatief waar we daadwerkelijk mee aan de slag gaan en is het initiatief klaar om publiek gemaakt te worden. De initiatieven die we rangschikken onder de mandjes 3 en 4 staan het meest in de publieke belangstelling en zijn de initiatieven waar uw raad van heeft gezegd dat u in een eerder stadium bij deze initiatieven betrokken wil worden. Wij hebben hierover ambtelijk/bestuurlijk en met de griffie over gesproken. Om aan de behoefte van uw raad tegemoet te komen doen wij u volgend voorstel. Voorstel Wij stellen voor om uw raad over elk mandje 3 en 4 initiatief dat de interne beoordeling positief heeft afgerond en waarvoor een anterieure overeenkomst is afgesloten te informeren. Dat willen we doen middels een beknopte beschrijving van het initiatief met beelden die we in memovorm aanbieden aan de raad en geagendeerd wordt tijdens een gespreksavond van uw raad. Uw raad heeft dan de mogelijkheid om vragen over het initiatief te stellen en eventuele opvattingen aan het college mee te geven. Met deze werkwijze wordt uw raad in een vroeg stadium bij mandje 3 en 4 initiatieven betrokken. Participatie onder de Omgevingswet Een van de doelstellingen van participatie onder de Omgevingswet is dat belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken worden bij planvorming voordat een officieel besluit is genomen.
De definitie van een officieel besluit kan arbitrair zijn. Zoals wij ermee omgaan is dat de gemeente een meer actieve faciliterende rol aanneemt bij participatie, nadat er met een initiatiefnemer een anterieure overeenkomst is gesloten. Waarbij we samen met de initiatiefnemer het initiatief toetsen aan maatschappelijk draagvlak. De uitkomst van die toets bepaalt mede of er een vervolgovereenkomst wordt gesloten. De Omgevingswet heeft het principe van de omgevingsdialoog geïntroduceerd, maar werkt in de praktijk niet anders dan onder de oude wetgeving. De Omgevingswet laat de wijze waarop de omgevingsdialoog wordt vormgegeven vrij. Daardoor kan het voorkomen dat een initiatiefnemer een informatiemoment organiseert voordat een initiatief de interne beoordeling heeft doorlopen of voordat er een overeenkomst is gesloten. Door initiatiefnemers worden regelmatig zogenoemde keukentafelgesprekken gevoerd. Daar zijn we als gemeente niet bij, maar het maakt wel onderdeel uit van de omgevingsdialoog. Regelmatig is er dan een opmerking uit uw raad dat uw raad niet hierover geïnformeerd was. We worden niet altijd geïnformeerd over informatiemomenten of we hebben geen rol bij een informatiemoment omdat een initiatief geen status heeft. Initiatieven met een status worden meestal wel met weet van, of in samenwerking met de gemeente georganiseerd.
Vaststaat dat we uw raad informeren over een informatiemoment als een initiatief status heeft en we er weet van hebben. Uiteindelijk doet de initiatiefnemer verslag van de wijze waarop de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden en wat daar de opbrengst van is geweest. Uw raad heeft de rol om het resultaat te beoordelen. Pagina 2 van 3
Rol van de raad bij de Omgevingswet Naast alle verplichte en vormvrije onderdelen van de Omgevingswet is er ook een formeel proces. Hoe dat proces eruitziet en wat daarbij de rol van uw raad is, is afhankelijk van het gekozen instrument onder de Omgevingswet. Uw raad is de afgelopen jaren op meerdere momenten meegenomen in de veranderingen onder de Omgevingswet. We gaan ervanuit dat uw raad voldoende kennis heeft en geïnformeerd is over de verschillende procedures en processtappen die daarin noodzakelijk zijn. Samenvattend De formele rol van uw raad bij complexe ruimtelijke planvorming veronderstellen we als bekend. De voorgestelde werkwijze, waarbij uw raad in een vroegtijdig stadium wordt betrokken, faciliteert uw raad op het moment dat zij nog geen formele rol heeft. Dit memo heeft als doel om: 1. Te bespreken of de voorgestelde werkwijze om uw raad vroegtijdig bij complexe ruimtelijke planvorming te betrekken voorziet in de behoefte van uw raad; 2. De informatie over participatie en rol van uw raad bij de Omgevingswet als achtergrondinformatie te gebruiken. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
Nicolien de Geus Secretaris
Jan Kottelenberg Burgemeester
Pagina 3 van 3