RIB-68 - Bijlage 2 - Verwachting 2021 en meerjarenperspectief 2022-2025 Wmo en Jeugd
Tekst van het document
Bijlage 2 - Verwachting 2021 en meerjarenperspectief 2022-2025 Wmo en Jeugd Het sociaal domein is een complex systeem dat vraagt om een aanpak van monitoren en bijstellen De afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat het sociaal domein een complex systeem is. Complexe systemen kenmerken zich door een hoge mate van onvoorspelbaarheid1. Er zijn veel verschillende factoren die invloed hebben op het verloop en de uitkomsten binnen complexe systemen. Immers, in het sociaal domein heeft niet alleen de gemeente een rol, maar ook de inwoner zelf, de omgeving van deze inwoner (zoals het gezin, sociaal netwerk, school en werk), de rijksoverheid, zorgorganisaties, de economie, etc. Al deze verschillende (f)actoren beïnvloeden elkaar en daarmee uiteindelijk ook de uitkomst. Waardoor een geleverde inspanning, zoals een bepaalde vorm van ondersteuning, bij verschillende inwoners tot verschillend resultaat kan leiden. Oftewel: wat je erin stopt, leidt niet standaard tot dezelfde uitkomst (input vs. output en outcome). Dit werkt zo op het niveau van het individu, maar ook op het geaggregeerde niveau van de gemeente. Deze complexiteit maakt dat voorspellen en controleren of beheersen dan ook heel lastig zo niet onmogelijk zijn voor veel onderdelen van het sociaal domein; met name die onderdelen waar de open einde-regelingen van toepassing zijn.
En dat het veel meer gaat om monitoren en bijstellen, ook als het gaat om de financiën binnen het sociaal domein. Met deze blik is ook naar de financiële verwachting 2021 en het meerjarenperspectief 2022-2025 op de Wmo en Jeugd gekeken. De ontwikkeling van de budgetten na de Kadernota 2020 In de Kadernota 2020 heeft uw raad besloten de zogenaamde ‘strik’ van programma 5 te halen. Daarmee worden rijksmiddelen ten behoeve van zorg die geen doeluitkering zijn vanaf het begrotingsjaar 2020 niet meer automatisch toebedeeld aan programma 5 Sociaal Domein van de begroting. Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling 2020 hebben wij u per brief (94i) geïnformeerd dat wij de lasten voor Wmo en de Jeugdwet structureel zien toenemen en op basis van de Jaarstukken 2019 heeft u in de Eerste Bestuursrapportage 2020 structureel € 500.000 bijgeraamd op Wmo en € 2.000.000 op Jeugd. In de Kadernota 2021 is een aantal (onderzoeksrichtingen voor) ombuigingen op langere termijn vastgesteld, waaronder het terugdringen van de uitgaven voor Wmo en Jeugd. In de Begroting 2021 en Meerjarenbegroting 2022-2024 is dit vertaald in een verlaging van de budgetten voor Wmo (€ 75.000 in 2021, tot € 250.000 in 2024) en Jeugd (€ 150.000 in 2021, tot € 1.000.000 in 2024).
Ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling 2022 wordt u in deze RIB geïnformeerd over de lasten die wij in 2021 en meerjarig vanaf 2022 verwachten en of wij verwachten met de verlaagde budgetten uit te komen. Wij hebben een inschatting gemaakt welke budgetten voor 2021 en volgende jaren nodig zijn. Hiervoor hebben wij onder meer gebruik gemaakt van de forecast. Op basis van de informatie die wij op 1 oktober 2021 hebben, en ons cliëntenbestand op die datum, hebben wij in kaart gebracht welke middelen wij verwachten nodig te hebben. Deze middelen hebben wij vanaf 1 januari 2022 in een constante lijn meerjarig doorgetrokken. De meerjarenverwachting laat een oplopend tekort zien voor zowel Jeugd als Wmo vanaf 2022 In onderstaande tabel wordt de verwachting voor 2021 weergegeven en wordt een doorkijk gegeven in de vorm van een meerjarenverwachting 2022-2025. Deze verwachting is vervolgens afgezet tegen de middelen die in de begroting en meerjarenraming zijn opgenomen. In het meerjarenperspectief is rekening gehouden met de heroverwegingen die in de Kadernota 2022 zijn vastgesteld en met incidentele middelen die wij als compensatie corona hebben ontvangen. In het meerjarenperspectief is geen rekening gehouden met jaarlijkse prijsstijgingen. Deze worden jaarlijks gedekt vanuit een stelpost prijsstijgingen.
Uitgaand van een indexering van gemiddeld 2%, moet per jaar rekening worden gehouden met een indexering van circa € 85.000 op Wmo en € 145.000 op Jeugd.
1 Dit in tegenstelling tot “ingewikkelde systemen”: systemen die weliswaar uit veel elementen bestaan, maar waar
de onderlinge relaties logisch en daarmee voorspelbaar zijn. Vergelijk het met een vliegtuigmotor: het bestaat uit ontzettend veel onderdelen en zonder handleiding valt deze niet te monteren. Maar monteer je de onderdelen in de juiste (en dus logische) volgorde, dan is de uitkomst voorspelbaar en beheersbaar: een werkende vliegtuigmotor.
1
2021
2022
2023
2024
2025
€ 6.529.312 € 9.725.395 € 16.254.707
€ 6.395.522 € 9.730.903 € 16.126.425
€ 6.395.522 € 9.688.180 € 16.083.702
€ 6.395.522 € 9.662.360 € 16.057.882
€ 6.395.522 € 9.662.360 € 16.057.882
€ 5.696.749 € 9.646.142 € 15.342.891
€ 5.637.645 € 9.336.251 € 14.973.896
€ 5.587.495 € 9.044.490 € 14.631.985
€ 5.587.345 € 9.044.546 € 14.631.891
€ 757.877 € 351.929 € 1.109.806
€ 808.027 € 617.870 € 1.425.897
€ 808.177 € 617.814 € 1.425.991
Verwachte lasten Wmo Jeugd Totaal
Budget in de begroting Wmo Jeugd Totaal
€ 6.281.776 € 10.043.525 € 16.325.300
Verschil tussen verwachting en begroting Wmo € 247.536 Jeugd1 -/- € 318.130 Totaal -/€ 70.593 1 Inclusief Inkoopstrategie Wmo en Jeugd
€ 698.773 € 84.761 € 783.534
Risico’s en onzekerheden In de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 zijn de risico’s ten aanzien van Wmo, Jeugd en Participatie in kaart gebracht (paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicomanagement). Deze zijn uiteraard ook van toepassing op de informatie in deze RIB. Wij benadrukken dat wij een meerjarenverwachting hebben gemaakt op basis van de informatie die wij op 1 oktober 2021 hebben. Wij blijven de verwachte lasten op Wmo en Jeugd monitoren. Via de reguliere P&C-documenten houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen en zullen wij, indien nodig, voorstellen doen om de budgetten bij te stellen.
Herijking Wmo De uitgaven voor de uitvoering van de Wmo worden in grote mate bepaald door niet-beïnvloedbare factoren. Dit gaat bijvoorbeeld om de ontwikkeling van het aantal cliënten en de complexiteit van de aanvragen. Het aantal ouderen stijgt en inwoners met verschillende ondersteuningsbehoeften blijven langer zelfstandig (thuis) wonen; waarbij er een toenemend beroep op de Wmo wordt gedaan. Maar de rode draad is de invoering van het abonnementstarief. Daarbij zorgt een toename van het aantal en de complexiteit van de ondersteuningsvragen tot een stijging van de werkdruk van het Kernpunt. Vanaf 2019 zien wij de lasten voor Wmo structureel toenemen. Ondanks het treffen van maatregelen (onder meer in de vorm van nieuwe beleidsregels op huishoudelijke ondersteuning en voorzieningen, afspraken met Thius rondom woningen en Wmo-voorzieningen en het aanscherpen van kaders) zet deze trend zich door en verwachten wij dat de lasten in de toekomst nog verder zullen toenemen. Dit is een landelijke trend. Tot nu toe zijn er geen aanvullende middelen vanuit het rijk beschikbaar gesteld om deze stijgende kosten op te vangen. Via de VNG zijn wij hierover in gesprek met het rijk. Wij hopen dat er met de vorming van een nieuw kabinet structureel aanvullende middelen voor de Wmo aan het gemeentefonds worden toegevoegd.
In de meibrief 2021 is een incidenteel nadeel van € 260.000 op Wmo verwerkt, gebaseerd op de Jaarstukken 2020. Tevens zijn de budgetten bijgesteld ter dekking van prijsstijgingen. Op basis van de informatie die wij op 1 oktober 2021 hebben, verwachten wij op Wmo een nadeel van € 247.536. Daarmee komen wij in 2021 niet uit met het verlaagde budget. Omdat wij de benodigde middelen vanaf 1 januari 2022 in een constante lijn meerjarig doortrekken, en de budgetten in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 geleidelijk zijn verlaagd, betekent dit dat wij verwachten dat wij vanaf 2022 niet zullen uitkomen met het beschikbare budget.
2
W MO Zorg in natura W MO vergoeding Hulp bij Huishouding W MO HIdH-PGB W MO Regiotaxi W MO Voorzieningen W MO eigen bijdragen (CAK) Budget ondersteuning mantelzorgers Overige Totaal WMO
2021 2022 2023 2024 2025 € 162.169 € 235.752 € 284.237 € 334.237 € 334.237 € 165.610 € 250.864 € 250.864 € 250.864 € 250.864 € 4.613 -€ 24.476 -€ 25.629 -€ 25.629 -€ 25.629 € 26.310 € 78.310 € 78.310 € 78.310 € 78.310 -€ 49.165 € 159.773 € 161.932 € 161.932 € 161.932 € 40.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 -€ 71.000 -€ 31.000 -€ 26.450 -€ 16.837 -€ 16.687 -€ 16.537 € 247.536 € 698.773 € 757.877 € 808.027 € 808.177
Bij de Bestuursrapportage najaar 2021 wordt voorgesteld om bovenstaande herijking te verwerken t.l.v. de financiële positie, zodat de budgetten in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 op een constante lijn worden bijgesteld en de verlaging van de budgetten komt te vervallen. Wmo zorg in natura Op zorg in natura verwachten wij in 2021 een structureel nadeel van € 162.169. Er is een toename van aanvragen voor dagbesteding voor ouderen. De coronacrisis wordt daarbij aangegeven als de spreekwoordelijke ‘druppel’ om de zorg thuis vol te kunnen houden. Niet alleen neemt het aantal cliënten toe, maar ook het aantal cliënten dat meer dagen gebruik wil maken van dagbesteding. Ook is er een toename van de duurdere specialistische begeleiding, en een toename in de problematiek rondom de GGZ-doelgroep. Dit is een landelijke trend. Omdat het budget voor Wmo zorg in natura in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 geleidelijk is verlaagd, loopt het verwachte structurele nadeel vanaf 2022 op. Wmo vergoeding Hulp bij Huishouding In de meibrief 2021 is een nadeel van € 70.000 verwerkt op basis van de Jaarstukken 2020. Daarbovenop verwachten wij een nadeel van € 165.610. Sinds 2019 is sprake van een duidelijke toename in het aantal cliënten.
Naast de reeds genoemde factoren (abonnementstarief, het langer zelfstandig thuis blijven wonen, complexiteit van de hulpvraag) speelt hierbij ook de druk op mantelzorgers een rol. De toename in de complexiteit van de hulpvragen heeft tot gevolg dat de basis huishoudelijke ondersteuning niet voldoende is en er meer uren nodig zijn. Omdat het budget voor Hulp bij Huishouding in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 geleidelijk is verlaagd, loopt het verwachte structurele nadeel vanaf 2022 op. Wmo vergoeding Hulp bij Huishouding PGB In de meibrief 2021 is een incidenteel voordeel van € 28.000 verwerkt op basis van de Jaarstukken 2020, omdat wij het aantal aanvragen en beschikkingen op Hulp bij Huishouding via een persoonsgebonden budget (PGB) - in plaats van via zorg in natura- zien teruglopen. In 2021 verwachten wij hierop een klein nadeel. Vanaf 2022 wordt een structureel voordeel verwacht. Wmo Regiotaxi In de meibrief 2021 is een nadeel van € 52.000 verwerkt op basis van de Jaarstukken 2020. Daarbovenop verwachten wij een nadeel van € 26.310. Het verwachte structurele nadeel vanaf 2022 komt daarmee op € 78.310. De werkelijke (verwachte) lasten laten zich echter moeilijk voorspellen, omdat deze vooral worden bepaald door het daadwerkelijk gebruik en dat is de moeilijkst voorspelbare factor.
Sinds maart 2020 heeft de coronapandemie een grote impact op het gebruik van de regiotaxi. Er is onzekerheid over het verdere verloop van de pandemie en de (na)effecten hiervan op het toekomstige gebruik. Vanaf 2022 gaat een aantal besparingsmaatregelen in. Het betreft een aanpassing van de openingstijden, het beperken van de maximale reisafstand, verhogen van het opstaptarief en een wijziging van de ‘begeleider’ in ‘medepassagier Wmo’ (waardoor tweemaal het Wmo-tarief moet worden betaald). In 2022 zal blijken hoe de verwachte lasten zich met deze maatregelen ontwikkelen.
3
Wmo-voorzieningen In de meibrief 2021 is een nadeel van € 166.000 verwerkt op basis van de Jaarstukken 2020. Op dit moment verwachten wij daarop een incidenteel voordeel van € 49.165 in 2021. Meerjarig verwachten wij een structureel nadeel. Voorzieningen zijn vervoersvoorzieningen zoals een scootmobiel, woningaanpassingen zoals een traplift en rolstoelvoorzieningen. Naast de reeds genoemde factoren speelt bij voorzieningen een rol dat de verscherpte jurisprudentie het moeilijker maakt om voorzieningen als algemeen gebruikelijk aan te merken. Daarnaast is verhuizen naar een geschikte(re) woning vaak niet mogelijk door de problemen op de woningmarkt. Geschikte woningen zijn niet beschikbaar, met als gevolg dat dat er aanpassingen aan woningen gedaan moeten worden om deze geschikt te maken. Een andere factor die een rol speelt bij voorzieningen is een toename van de productiekosten, als gevolg van toeleveringsproblemen en hogere vervoerskosten. Na een aanbesteding op de trapliften in januari 2021 zijn de kosten vrijwel gelijk gebleven. Wmo eigen bijdragen (CAK) In 2021 verwachten wij een incidenteel nadeel van € 40.000. Meerjarig verwachten wij een structureel nadeel van € 25.000. De invoering van het abonnementstarief heeft tot gevolg dat de inkomsten uit eigen bijdragen structureel zijn afgenomen en het aantal cliënten toeneemt.
Het abonnementstarief is een rijksmaatregel waarop wij geen invloed kunnen uitoefenen. Wanneer inwoners ook een Wlz-indicatie hebben (Wet langdurige zorg; met een Wlz-indicatie kunnen inwoners, naast plaatsing in een verpleeghuis, ook intensieve zorg thuis krijgen) èn een Wmovoorziening (bijvoorbeeld voor een woningaanpassing, woonvoorziening of vervoersvoorziening) dan gaat de eigen bijdrage op de Wlz (die wij niet ontvangen) voor en ontvangen wij ook het abonnementstarief van die inwoner niet. Dit geldt ook voor de partner. Ook hierop hebben wij geen invloed. In ons minimabeleid is vastgelegd dat mensen met een laag inkomen geen abonnementstarief betalen. Dit is eigen beleid, waarop wij wel invloed hebben. Budget ondersteuning mantelzorgers Met ingang van 2020 zijn structureel middelen in de begroting opgenomen om een impuls te kunnen geven aan mantelzorgbeleid en beleid op het gebied van vrijwillige inzet. In 2021 is hierop een incidenteel voordeel van € 71.000. In de Bestuursrapportage najaar 2021 wordt voorgesteld om de middelen te laten terugvloeien t.g.v. de financiële positie. In 2020 zijn de middelen ingezet voor een onderzoek door Mantelzorg NL naar de wensen en behoeften aan mantelzorgondersteuning in Neder-Betuwe.
Hieruit is voortgekomen dat Welzijn Rivierstroom zich profileert als het centrale knooppunt op het onderwerp mantelzorg voor zowel inwoners als professionals die mantelzorgondersteuning kunnen bieden in Neder-Betuwe. Daarnaast is de wens geuit om ook individuele mantelzorgondersteuning te gaan aanbieden. Dit aanbod is in 2020 in de vorm van een pilot met Welzijn Rivierstroom opgestart. De pilot heeft doorgelopen tot 2021, waardoor de uitgaven in 2021 tot een minimum zijn beperkt. De pilot wordt binnenkort geëvalueerd. Het overige voordeel wordt veroorzaakt door overige kleine herijkingen.
Herijking Jeugd Ook de lasten voor de Jeugdwet zien wij sinds 2019 toenemen. Hoe de lasten zich meerjarig zullen ontwikkelen is moeilijk in te schatten, met name vanwege de complexiteit en de veelheid aan factoren die hierin meespelen en omdat een aantal maatregelen pas recent is gestart. Op basis van de informatie die wij op 1 oktober 2021 hebben, verwachten wij dat wij vanaf 2022 niet meer zullen uitkomen met de verlaagde budgetten.
4
Vanaf 2020 zetten wij (steeds) meer in op preventie en ‘normaliseren’ (zowel via het gezin als via school) en door te verwijzen naar lagere jeugdhulp, zoals laagdrempelige hulpverlening of een groepsaanbod. Maatregelen, die recent zijn gestart zijn: extra schoolmaatschappelijk werk, pilots jeugdhulp in de school en praktijkondersteuning jeugd bij de huisartsen. In september is de Integrale Beleidsnota Sociaal Domein 2021-2024 vastgesteld. Daarin staat de ambitie om meer in te zetten op de omgeving van jeugdigen en ouders met een ondersteuningsvraag. Deze ambitie moet nog worden vertaald naar uitvoeringsplannen. Met de maatregelen hopen wij met name op een gunstig effect door middel van laagdrempelige hulpverlening en betere screening. Echter, wij verwachten dat de vraag naar (met name) zwaardere hulp niet zal afnemen. Door corona is de vraag naar jeugdhulp toegenomen, omdat problemen die er al waren (al dan niet door uitgestelde zorg) verergerden of zich versneld ontwikkelden. Bij kinderen die op een wachtlijst staan, bestaat het risico dat daardoor zwaardere hulp nodig is. In de meibrief 2021 is een incidenteel voordeel van € 77.000 op Jeugd verwerkt, gebaseerd op de Jaarstukken 2020. Tevens zijn de budgetten bijgesteld ter dekking van prijsstijgingen. Op basis van de informatie die wij op 1 oktober 2021 hebben, verwachten wij op Jeugd een voordeel van € 318.130 in 2021.
Vanaf 2022 verwachten wij niet meer uit te komen met het verlaagde budget.
Jeugd - zorg in natura Jeugdbescherming Jeugd Landelijk transitiearrangement Inkoopstrategie Overige Totaal Jeugd
2021 -€ 312.361 € 67.073 -€ 77.000 € 27.377 -€ 23.218 -€ 318.130
2022 2023 2024 2025 -€ 323.352 -€ 33.915 € 266.729 € 266.729 € 432.144 € 432.253 € 432.411 € 432.644 -€ 70.000 -€ 70.000 -€ 70.000 -€ 70.000 € 59.052 € 34.570 €0 €0 -€ 13.083 -€ 10.980 -€ 11.270 -€ 11.559 € 84.761 € 351.928 € 617.869 € 617.813
Bij de Bestuursrapportage najaar 2021 wordt voorgesteld om bovenstaande herijking te verwerken t.l.v. de financiële positie, zodat de verlaging van de budgetten in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 komt te vervallen. Hierbij plaatsen wij wel de kanttekening dat het moeilijk in te schatten is welke budgetten meerjarig nodig zijn. Daarbij speelt een aantal factoren een rol: -
-
Vanwege de complexiteit en de veelheid aan factoren is het niet mogelijk om causale verbanden (oorzaak – gevolg) te leggen en laten maatregelen zich moeilijk vertalen naar cijfers. Een aantal maatregelen is of gaat pas recent van start, waardoor wij nog geen inschatting kunnen maken van het effect hiervan. Er zijn maatregelen waarvan het effect pas op de langere termijn zichtbaar zal worden. Een voorbeeld hiervan is ‘normaliseren’, waarvan een echt effect pas na 7 jaar wordt verwacht. Wij hebben geen volledig zicht op de vraag naar jeugdhulp. In verband met een personeelstekort in de jeugdketen, kan het aanbod niet aan de vraag voldoen en is er sprake van wachtlijsten en opnamestops. Dat betekent dat er wel een kind met een hulpvraag is, maar dat wij deze nu nog niet zien in de (verwachte) lasten. Wanneer zwaardere hulp nodig is, kan de hulpvraag van één kind voor ons een verwachte last van € 100.000 betekenen, waarmee er direct een aanzienlijke financiële afwijking is.
Jeugd – zorg in natura In de meibrief 2021 is een incidenteel voordeel van € 204.000 verwerkt. Aanvullend verwachten wij in 2021 nog een voordeel van € 312.361. Wij verwachten dat de lasten voor zorg in natura structureel naar beneden kunnen worden bijgesteld, maar ook dat er een grens zit aan wat wij met maatregelen kunnen bereiken. In 2022 verwachten wij nog een voordeel ten opzichte van de begroting. Omdat het budget op zorg in natura in de Begroting 2022 en Meerjarenbegroting 2023-2025 geleidelijk is verlaagd, verwachten wij vanaf 2024 een nadeel.
5
Jeugdbescherming In de meibrief 2021 is een incidenteel nadeel van € 127.00 verwerkt. Aanvullend verwachten wij in 2021 nog een nadeel van € 67.073 en ook meerjarig verwachten wij een structureel nadeel. Vanuit dit budget wordt onder meer de dienstverlening in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering betaald die door de Gecertifieerde Instellingen (GI’s) wordt geleverd. Zoals aangegeven, is er sprake van wachtlijsten en opnamestops en is het mogelijk dat het nadeel nog verder zal oplopen. Landelijk en regionaal starten initiatieven om deze zwaardere zorg die (boven)regionaal wordt georganiseerd te verbeteren. Onze regio wil graag meedoen aan de landelijke toekomsttuinen vanuit het toekomstscenario gezinsbescherming. Wij kunnen nu nog niet inschatten wat de (financiële) impact van deze initiatieven zal zijn. Landelijke transitiearrangement Het landelijk transitiearrangement betreft specialistische zorg voor specifieke doelgroepen, zoals persoonlijkheidsstoornissen en complexe multiproblematiek. Deze zorg wordt niet (in regioverband) door de gemeente ingekocht, maar op landelijk niveau door de VNG. Hierop hebben wij als gemeente geen invloed. Deze uitgaven laten zich lastig voorspellen, vanwege het ontstaan van relatief hoge uitgaven voor slechts enkele jeugdigen. Op dit moment gaan wij uit van een voordeel van € 77.000 in 2021 en een voordeel van € 70.000 vanaf 2022.
Inkoopstrategie Wmo en Jeugd In 2021 is een nieuwe regionale inkoopstrategie vastgesteld. Naast een verbeterde kwaliteit en resultaat van de ingekochte zorg heeft deze strategie als doel om de beheersbaarheid van de uitgaven te vergroten. De huidige inkoop (met enkele aanscherpingen) wordt voortgezet. Daarnaast worden pilots opgezet om te kijken of we een betere inkoopvariant kunnen ontwikkelen in onze regio. Het inkoopproces Wmo en Jeugd heeft een doorlooptijd van ongeveer anderhalf jaar. Vanwege de nieuwe inkoopstrategie is de implementatie van de inkoop Wmo en Jeugd met een jaar verschoven. Dit zal ingaan op 1 januari 2023. In de begroting zijn nog geen middelen opgenomen om de kosten, die met het inkoopproces zijn gemoeid, te dekken. De kosten worden op dit moment ingeschat op € 27.377 in 2021, € 59.052 in 2022 en € 34.570 in 2023. Het overige voordeel wordt veroorzaakt door overige kleine herijkingen.
6