RIB-36 - Regionale inkoopstrategie Wmo en jeugd 2023
Tekst van het document
Bezoekadres:
Gemeenteraad Neder-Betuwe Burgemeester Lodderstraat 20 4043 KM OPHEUSDEN
Burgemeester Lodderstraat 20, Opheusden Postadres: Postbus 20, 4043 ZG Opheusden Telefoon: 14 0488 Telefax: (0488) 44 99 99
uw brief van: uw kenmerk: ons kenmerk: behandeld door: bijlage(n):
Z/21/075357/UIT/21/154246 mevrouw M.C. Seure Regionale inkoopstrategie 2023
Onderwerp:
Vaststelling regionale inkoopstrategie
E-mail:
info@nederbetuwe.nl
Website: www.nederbetuwe.nl BNG IBAN: NL83 BNGH 0285094955 KvK: 30276311 BTW: NL810162593B01
Opheusden, 25 juni 2021 Geachte raad, Op 22 juni is in het college de regionale inkoopstrategie Wmo en jeugd 2023 vastgesteld. Op 22 maart 2021 zijn via een regionale raadsbijeenkomst de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over dit proces. In deze raadsinformatiebrief informeren wij u op hoofdlijnen over de inhoud van deze inkoopstrategie. Mocht u geïnteresseerd zijn, dan kunt u de specifiekere details nalezen in de inkoopstrategie die als bijlage is bijgevoegd. Inkoopstrategie Wmo en jeugd 2023 In het portefeuillehoudersoverleg (pfo) Wmo en jeugd van 9 juli 2020 is besloten om voor 1 januari 2022 tot een nieuwe inkoopstrategie voor Wmo en jeugd te komen. Het vaststellen van een inkoopstrategie is nodig omdat de colleges uiterlijk 1 januari 2023 de zorg en ondersteuning willen vormgeven met nieuwe overeenkomsten. Een nieuwe inkoopstrategie geeft de kans om voor de middellange en lange termijn het totaal aanbod van zorg binnen de Jeugd en Wmo en de wijze van contractering en sturing te herijken. De inkoopstrategie beoogt meer grip te krijgen op de kwaliteit en financiën binnen de Wmo en Jeugd segmenten. Sinds september 2020 zijn er vele projectgroepen, stuurgroepen en bijeenkomsten geweest om met elkaar goed door te spreken wat de gemeenten nu precies willen en hoe zij over verschillende onderwerpen van de inkoopstrategie denken.
Het is hele complexe, technische materie en daarmee van belang dat de gemeenten goed met elkaar bespreken wat de verschillende termen precies betekenen, wat ze eronder verstaan en wat de consequenties zijn als ze iets doorvoeren. Inkoopdoelen In deze inkoopstrategie zijn 2 belangrijke inkoopdoelen geformuleerd in hoofdstuk 4. Deze inkoopdoelen zijn gebaseerd op de uitgangspunten die in ditzelfde hoofdstuk staan vermeld. Inkoopdoel 1: Verbeterde kwaliteit en resultaten van ingekochte zorg Inkoopdoel 2: Financieel houdbare uitvoering van het sociaal domein (meer grip op de financiën)
*ZA8E4103A22*
Hoofdstuk 5: Sturingsinstrumenten In hoofdstuk 5 wordt een keuze gemaakt over de sturingsinstrumenten. Sturingsinstrumenten zijn de knoppen waaraan je kunt draaien om je inkoopdoelen te bereiken. Er zijn 4 sturingsinstrumenten: de inrichting van de toegang, bekostigingsvariant (hoe bekostig je de aanbieder), leveranciersmanagement (de uitvoeringsorganisatie van de inkoop Wmo en jeugd) en contractvorm. Ze hangen met elkaar samen en hebben ook allemaal invloed op elkaar. De toegang en de bekostigingsvariant zijn het meest van belang om keuzes in te maken. Deze hebben de meest verstrekkende gevolgen. De andere 2 sturingsinstrumenten pas je aan op de keuzes die je hierin maakt. Bekostigingsvariant Er zijn 3 bekostigingsvarianten: 1. inspanningsgericht (uurtje factuurtje, P x Q), 2. resultaatgericht (je maakt afspraken over te behalen resultaten, P x Q) 3. taakgericht (populatiebekostiging, lumpsum). Toegang Onze toegang is ingericht op de huidige, inspanningsgerichte bekostigingsvariant. Iedere gemeente heeft zijn eigen lokaal ingerichte toegang, die tot alle vormen van zorg toegang kan verlenen. Als je een andere keuze maakt in de bekostigingsvariant, dan heeft dat gevolgen voor je toegang. Zou je bijvoorbeeld kiezen voor een taakgerichte bekostiging, dan is het niet logisch om de toegang bij je eigen gemeente te beleggen. Die verzorgt de aanbieder dan zelf.
Verschillende segmenten Op dit moment heeft Neder-Betuwe, net als de andere deelnemende regiogemeenten aan de inkoop Wmo en Jeugd, op alle segmenten (onderdelen van zorg) dezelfde bekostigingsvariant en dus ook dezelfde inrichting van de toegang. Dat is eigenlijk niet logisch. Er zijn heel veel segmenten, voor zowel Wmo als Jeugd, en ze hebben allemaal hun eigen kenmerken en inrichting van het zorglandschap. Zo is er op sommige segmenten een wildgroei aan aanbieders (begeleiding/dagbesteding), terwijl er op andere segmenten juist een tekort is (specialistische JeugdGGz). Het is mogelijk en misschien zelfs wenselijk om voor verschillende segmenten verschillende inkoopdoelen na te streven. En bij verschillende doelen passen verschillende bekostigingsvarianten. 3 Scenario’s Op 11 maart 2021 zijn er 3 keuzemogelijkheden (scenario’s) voorgelegd aan het pfo Wmo en jeugd. Grofweg zijn dat de volgende: 1. Wij houden alles zoals het is. De toegang blijft dus ingericht zoals nu en we kiezen bij alle segmenten voor een inspanningsgerichte bekostigingsvariant. De knoppen waaraan we dan eventueel nog een beetje kunnen draaien zijn leveranciersmanagement (DVO) en contractvorm. 2. Een tussenvorm. We gaan pilots uitvoeren waarin we de taakgerichte bekostigingsvariant kiezen op bepaalde segmenten, waarbij dat logisch is gezien de inkoopdoelen en actuele ontwikkelingen.
Dus bijvoorbeeld een taakgerichte bekostiging van de Jeugd-GGz. 3. We gooien het roer om. We kiezen op alle segmenten voor een taakgerichte bekostigingsvariant en de toegang beleg je dan dus ook bij de aanbieder. Dat betekent dat de toegang niet langer bij de gemeente belegd is en dus de uitvoering voor een nader te bepalen (groot?) deel bij de gemeente verdwijnt. Pagina 2 van 3
Door het pfo Wmo en jeugd is besloten om in deze inkoopstrategie scenario 2 verder uit te werken in hoofdstuk 5. Op deze manier kun je echt toegroeien naar een nieuwe werkwijze, maar tegelijkertijd ook heel goed met elkaar kijken of dit iets is wat bij onze regio past. We willen heel graag transformeren en een taakgerichte bekostigingsvariant past het beste bij onze inkoopdoelen. Maar die overgang is enorm groot en de vraag is of dat voor alle segmenten wenselijk en passend is. Dit kunnen we nu met pilots gaan ondervinden. Van belang daarbij is dat de pilots echt goed worden uitgewerkt met duidelijke doelen, kaders, een planning wat betreft uitvoering en evaluatie, en in kaart gebrachte gevolgen voor de gemeentelijke organisaties. Twee sporen In de inkoopstrategie onderscheiden zich twee sporen. Deze twee sporen starten na het vaststellen van de inkoopstrategie, lopen parallel aan elkaar en kunnen elkaar beïnvloeden: Spoor 1: De aanbesteding van de inkoop voor 1 januari 2023. Hierbij wordt gekozen voor aanbesteding in plaats van open house, waardoor het aantal aanbieders zal verminderen. Dit is het spoor dat ervoor zorgt dat de benodigde zorg geleverd kan worden terwijl ook spoor 2 uitgevoerd wordt.
Spoor 2: Er worden pilots opgezet en uitgevoerd om zo toe te groeien naar een nieuwe werkwijze, maar tegelijkertijd ook heel goed met elkaar te kijken of die werkwijze bij onze regio past. De resultaten van spoor 2 kunnen van invloed zijn op spoor 1. Daarom moeten de contracten die in spoor 1 afgesloten worden flexibel ingericht worden zodat er ruimte is om de resultaten van spoor 2 door te voeren in de lopende afspraken en contracten.
Consequenties Het implementeren van de nieuwe inkoopstrategie zal een aantal belangrijke consequenties hebben. Hieronder noemen wij de belangrijkste: Met het kiezen voor een aanbestedingsprocedure in plaats van een open house inkoopmethode krijgen we als gemeente meer grip op de kwaliteit en het aantal zorgaanbieders op de verschillende segmenten. Minder aanbieders zijn wenselijk om beter te kunnen sturen op de kwaliteit, samenwerking tussen aanbieders onderling en verbinding met onze kernpunten en Sociaal Team. In het aanbestedingsproces borgen we wel dat er voldoende keuzevrijheid blijft voor inwoners (denk aan identiteitsgebonden zorg) en er sprake is van een dekkend zorglandschap voor alle inwoners van de gemeente. De keuze voor minder aanbieders kan betekenen dat aanbieders die nu actief zijn voor inwoners van de gemeente Neder-Betuwe vanaf 2023 geen contract meer hebben. Als dat het geval is, gaan we ervoor zorgen deze cliënten op een zorgvuldig afgestemde manier over gaan naar een nieuw gecontracteerde aanbieder. Continuïteit van zorg is hierbij het uitgangspunt. Een andere manier van werken binnen de toegang kan consequenties hebben voor onze gemeentelijke organisatie. De pilots zullen gaan uitwijzen wat er precies binnen onze eigen toegang en daarmee uitvoeringsorganisatie zal veranderen.
Dat kan alleen in de werkwijze zijn, maar het kan ook betekenen dat er wijzigingen optreden in functies en taken. En daarmee ook de benodigde ambtelijke capaciteit wijzigt. Deze nieuwe inkoopstrategie vraagt daarom ook om een zorgvuldig intern proces. De implementatie van de inkoopstrategie is een grote verandering die vraagt om een programmatische aanpak en daarmee extra inzet (capaciteit) en middelen. Op dit moment wordt er gewerkt aan een implementatieplan waarin de benodigde capaciteit en financiële consequenties worden uitgewerkt.
Pagina 3 van 3
De hierboven benoemde consequenties hebben onze aandacht en wij zullen daar zorgvuldig mee omgaan.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester, Gerrit Stam
Pagina 4 van 2
Jan Kottelenberg