RIB-33 - Bijlage - Uitvoeringsprogramma
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Uitvoeringsprogramma niet-vergunning gebonden toezicht en handhaving 2021 - 2022 Taakvelden Wabo/RO v.1.0 (november 2020)
Pagina | 1
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving
Gemeente Neder-Betuwe Afdeling Fysieke Pijler Ambtelijk opdrachtgever Auteur
: R. van Mil (Manager Fysiek) : K. van der Velden
Versiebeheer
: versie 1.0, november 2020
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders: 15 december 2020
Pagina | 2
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Inhoud 1. Inleiding 2.
Taken en prioriteiten.......................................................................................................................4 2.1
Taken .......................................................................................................................................4
2.2 Vaststellen van prioriteiten ...........................................................................................................4 2.3 Overzicht taken en prioriteiten .....................................................................................................5 3.
Programma 2020/2021 .................................................................................................................10 3.1 Inzet van capaciteit en middelen.................................................................................................10 3.2 Monitoring en evaluatie ..............................................................................................................10
Pagina | 3
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
1. Inleiding In 2018 is er een uitvoeringskader opgesteld voor toezicht en handhaving van niet vergunning gebonden activiteiten (het “vrije veld toezicht”). Op basis hiervan werd Interconcept aanbesteed om in een pilotperiode hiermee aan de slag te gaan en een advies op te leveren voor een duurzame organisatiewijze. Aan de hand van dit advies besloot uw college in augustus 2020 om deze toezicht en handhaving via een meewerkopdracht uit te besteden aan de ODR, dit omdat het niet vergunning gebonden toezicht & handhaving niet in het werkplan van ODR is opgenomen. ODR is daarom verzocht hiervoor een offerte uit te brengen. Om tot een goed offertevoorstel kunnen te komen, is het noodzakelijk te bekijken of het gemeentelijk uitvoeringskader van 2018 aanpassing behoeft. In een ambtelijke werkgroep is daarom onderzocht of het uitvoeringsprogramma 2019/2020 nog actueel is. Geconstateerd is dat het merendeel van het uitvoeringsprogramma 2019-2020 nog actueel is. We bouwen daarom voort op de in het huidige uitvoeringsprogramma aangegeven prioritering. Deze werd destijds opgesteld aan de hand van een risico-analyse. Per activiteit is de actuele stand van zaken aangegeven. ODR kan op basis van dit geactualiseerde uitvoeringsprogramma een toegepaste aanpak opstellen voor de periode 2020 t/m 2022.
Evenals het uitvoeringsprogramma 2019/2020 betreft dit uitvoeringsprogramma een aanvulling op het bestaande Regionale beleidskader VTH-taken Regio Rivierenland. Het uitvoeringsprogramma wordt na de aanbestede periode geëvalueerd en geactualiseerd. Eind 2022 wordt daarom een nieuw uitvoeringsprogramma aan het college voorgelegd en afgestemd op de dan beschikbare middelen.
2Taken en prioriteiten 2.1 Taken De niet-vergunning gebonden Wabo-gerelateerde taken zijn samen te vatten als taken op het gebied van illegale bouw, sloop en aanlegactiviteiten en illegale gebruiksactiviteiten (strijdig gebruik met de regels van het bestemmingsplan). Binnen deze hoofdthema’s is een grote variëteit aan onderwerpen te onderscheiden. Om prioriteiten aan te kunnen brengen is het daarom van belang om de hoofdthema’s nader te specificeren in (lokale) onderwerpen.
2.2 Vastgestelde prioriteiten uit 2019 gelden nog steeds Per taak is de prioriteit bepaald. Dit is gebeurd aan de hand van een risicoanalyse die is uitgevoerd in het voorgaand uitvoeringsprogramma 2019-2020. Bij de risicoanalyse werd gebruik gemaakt van een risicomatrix. Deze risicomatrix beoordeelt de risico’s van niet naleving van gedragsvoorschriften die zien op de betreffende taken (risico (r) is negatief effect (ne) maal de kans (k) dat het effect zich voordoet (r = ne x k). Er worden zes soorten negatieve effecten die de overheid met gedragsvoorschriften tracht te voorkomen onderscheiden: 1. Aantasting van de fysieke veiligheid: voorkomen van (fysiek) letsel, al dan niet dodelijk; 2. Aantasting van de sociale kwaliteit: voorkomen van teruggang van de kwaliteit van het maatschappelijk leven en de omgeving; Pagina | 4
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
3. 4. 5. 6.
Financieel-economische en/of maatschappelijke schade; Verlies van of schade aan natuurschoon; Schade aan de (volks)gezondheid; Schade aan het bestuurlijke imago (schijn van bestuurlijke willekeur)/ bestuurlijk belang.
Aan de hand van de scores die in de risicomatrix zijn toegekend werd de prioriteit per onderdeel bepaald. De prioriteiten zijn: Prioriteit 1: de taak heeft een zeer hoge prioriteit Prioriteit 2: de taak heeft een hoge prioriteit Prioriteit 3: de taak heeft een gemiddelde prioriteit Prioriteit 4: de taak heeft een lage prioriteit.
2.3 Overzicht taken en prioriteiten Taak(onderdeel) Nieuwbouw/uitbreiding van hoofdgebouwen Nieuwbouw/uitbreiding van bijgebouwen zonder omgevingsvergunning Vergunningvrij bouwen Tuinhuisjes, carports en schuttingen voor de voorgevelrooilijn (zonder omgevingsvergunning) Wijzigen van een monument (zonder omgevingsvergunning) Welstandsexcessen vergunningvrije bouwwerken Reclameborden (zonder omgevingsvergunning) Slopen met asbest zonder melding Aanleggen zonder omgevingsvergunning Verwaarlozen van een monument (instandhoudingsplicht) Huisvesting van arbeidsmigranten Permanente bewoning van recreatieverblijven Mantelzorgsituaties Niet-agrarische bedrijfsvestiging op agrarische percelen Bewoning van panden/gebouwen zonder woonbestemming Niet bedrijfsgebonden bewoning van bedrijfswoningen Zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen Illegale activiteiten en opslag in (bedrijfs)gebouwen, bijgebouwen en open erven en terreinen Aan huis gebonden beroepen Detailhandel bij (agrarische) bedrijven Bed&Breakfast bij woning of in bijgebouwen Splitsing van woningen/Kamerverhuur/Overbewoning Fruitstallen/Fruittuinen Oneigenlijk gebruik gemeentegrond Naleving voorwaardelijke verplichting bij nieuwe gebruiks- (en/of bouw) mogelijkheden Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen Bouwtechnische eisen bestaande bouw Brandveilig gebruiken bestaande bouwwerken Riolering; Niet
aangesloten percelen/controle op eigen voorziening Riolering: illegale indirecte lozing op het riool door bedrijven Zelfstandige kantoorhuisvesting
Prioriteit Zeer hoog Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Laag Hoog Laag Gemiddeld Zeer hoog Gemiddeld Gemiddeld Hoog Hoog Gemiddeld Gemiddeld Hoog Gemiddeld Laag Laag Hoog Gemiddeld Gemiddeld Hoog Hoog Laag Hoog Laag Hoog Gemiddeld in 22
Pagina | 5
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Toelichting op de prioriteiten Hierna wordt per taak (behoudens de laag geprioriteerde) een toelichting gegeven op de taakinhoud en gekozen prioriteit en actualiteit. Illegale bouw (zonder omgevingsvergunning) Het gaat hier feitelijk om alle situaties waarin illegaal (derhalve zonder omgevingsvergunning) wordt gebouwd. Er is echter wel onderscheid te maken in de prioriteit van toezicht op illegale bouw, omdat de aard van het bouwwerk mede de aard en omvang bepaald van de effecten die overtredingen met zich mee brengen. Om die reden is onderscheid gemaakt in de categorieën hoofdgebouwen en bijgebouwen. Met name de negatieve effecten op de veiligheid van personen bij illegale (ver)bouw van hoofdgebouwen (bijvoorbeeld een woning of bedrijfsruimte) zijn over het algemeen groter dan bij bijgebouwen. Vergunningvrij bouwen/tuinhuisjes, carports en schuttingen voor de voorgevelrooilijn Voor sommige bouwwerken is geen omgevingsvergunning vereist. Vergunningvrij betekent echter niet regelvrij. Allereerst moeten vergunningvrije bouwwerken voldoen aan de eisen ten aanzien van bijvoorbeeld maatvoering. Ook moet worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. Het toezicht op vergunningvrije bouwwerken krijgt een gemiddelde prioriteit, omdat het veelal kleinere bouwwerken betreft.
Bouwwerken zoals tuinhuisjes, schuttingen en carports zijn vaak vergunningvrij maar in ieder geval niet voor zover deze voor de voorgevelrooilijn van de woning worden gebouwd. Dit laatste wordt echter lang niet altijd onderkend zodat regelmatig een dergelijk bouwwerk zonder vergunning gerealiseerd wordt. Vanwege de invloed hiervan op het ruimtelijk beeld in een straat heeft toezicht en handhaving van zonder vergunning gerealiseerde bouwwerken voor de voorgevelrooilijn een gemiddelde prioriteit. Reeds uitgevoerde pilot door Interconcept T.a.v. het thema Bouwen/slopen/uitbreiden: In 2019/2020 heeft Interconcept een pilot uitgevoerd. Binnen deze pilot is het gehele buitengebied in kaart gebracht en heeft integraal toezicht plaatsgevonden (“vrije veld”-toezicht). Hiervan is een volledige rapportage beschikbaar en wordt aan ODR opgeleverd. Dit toezicht hoeft ODR dus in de komende periode niet opnieuw voor het buitengebied uit te voeren. Mogelijk dat hier nog wel handhavingszaken uit komen. Het integrale toezicht (en handhaving) moet nog wel worden uitgevoerd in de overige gebieden. Wijzigen van een monument Wijzigingen aan een monument zonder dat daarvoor vergunning is verleend kan van grote invloed zijn op de redengevende beschrijving waarop de monumentale status van het bouwwerk is gebaseerd.
Wijzigingen aan een monument kunnen er zelfs toe leiden dat de monumentale status van het object teniet wordt gedaan. Om die reden is adequaat toezicht op het wijzigen van monumenten zonder dat daarvoor een vergunning is verstrekt gewenst. Welstandsexcessen Bij vergunningvrij bouwen wordt er ook geen welstandtoets uitgevoerd. Dat betekent echter niet dat een vergunningvrij bouwwerk volledig vrijgesteld is van redelijke eisen van welstand. Er is sprake van een exces, als een buitensporigheid in het uiterlijk van een gebouw ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken waaraan een groot deel van de mensen zich ergert. Dit kan Pagina | 6
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
aan de orde zijn bij het onbruikbaar maken van bouwwerken, ernstig verval van bouwwerken, het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk, armoedig materiaalgebruik, toepassing van felle of contrasterende kleuren, te opdringerige reclames of een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. Welstandsexcessen krijgen een gemiddelde prioriteit, met name omdat deze in de praktijk niet veel voorkomend zijn. Slopen met asbest Het slopen van asbesthoudende bouwwerken is gebonden aan een meldingsplicht. Asbest vormt een gevaar voor de veiligheid en gezondheid van personen en is daarom gebonden aan regels voor verwijdering en afvoer van asbesthoudend materiaal (uitgezonderd als het om zeer kleine hoeveelheden gaat). Vanwege de grote risico’s voor de veiligheid en gezondheid krijgt het zonder voorafgaande melding slopen van asbest een hoge prioriteit. Verwaarlozen van een monument Uit de Erfgoedwet en Erfgoedverordening volgt de verplichting voor de eigenaar van een monument deze te onderhouden, zodat de monumentale status van het monument niet wordt aangetast. Indien een monument wordt verwaarloosd kan dit gevolgen hebben voor de monumentale status. Gezien de parallel met het wijzigen van een monument zonder omgevingsvergunning krijgt verwaarlozing van een monument eveneens een gemiddelde prioriteit.
In 2020 heeft hiervoor al een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden en zijn werkzaamheden uitgelijnd. De in het uitvoeringsprogramma 2019-2020 opgenomen aantallen zullen daarmee worden verlaagd en zich beperken tot incidenten en met name waar het gaat om gevaarzetting. Huisvesting van arbeidsmigranten In Neder-Betuwe werken en wonen veel arbeidsmigranten en een behoorlijk aantal seizoensarbeiders. Deze verblijven op recreatieterreinen, in woningen in de kernen maar ook in schuren en andere bouwwerken in de gemeente. De huisvesting is lang niet in alle gevallen voldoende veilig en gezond. Het onderwerp heeft om die reden grote bestuurlijke aandacht. Daarom is in 2019 een plan van aanpak opgesteld, om samen met werkgevers en huisvestingsorganisaties de huisvesting en registratie van arbeidsmigranten op orde te brengen. Ook in regionaal verband worden voor de aanpak goede afspraken gemaakt. De huisvesting van arbeidsmigranten heeft een zeer hoge prioriteit. Gezien de urgentie en de noodzaak tot vlotte aanpak, is reeds in het najaar 2020 een separate meerwerkopdracht aan ODR verstrekt om hiermee aan de slag te gaan. In deze opdracht zijn de kaders, adressen en aantallen aangegeven. Permanente bewoning van recreatieverblijven Permanente bewoning van recreatieverblijven is een veel voorkomend probleem op de recreatieterreinen in Neder-Betuwe.
De gemeente heeft hiertegen in het (recente) verleden al handhavend opgetreden. Nog altijd doen zich overtredingen voor op recreatieterreinen. Een geïntensiveerde (projectmatige) aanpak is op termijn nodig om overtredingen te beëindigen. Gezien de samenhang met de problematiek rondom de huisvesting van arbeidsmigranten heeft dit onderwerp een gemiddelde prioriteit gekregen. De uitkomsten van het onderzoek naar huisvesting van arbeidsmigranten wordt afgewacht alvorens de aanpak van permanente bewoning verder vorm kan worden gegeven.
Pagina | 7
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Mantelzorgsituaties Een mantelzorgwoning is een woning op het terrein van het huis van iemand die zorg nodig heeft. De woning is bedoeld voor de zorgverlener of voor de persoon die zorg nodig heeft. Een mantelzorgwoning kan als apart bouwwerk worden gebouwd of als aanbouw bij een bestaande woning. Een derde mogelijkheid is om een garage of ander bestaand bouwwerk om te bouwen tot mantelzorgwoning. Het bouwen van een mantelzorgwoning is vergunningvrij. Wel moet worden voldaan aan de regels van het Bouwbesluit. Daarnaast mag een mantelzorgwoning, zodra de mantelzorgsituatie is beëindigd niet langer als woning worden gebruikt. Op met name dat laatste aspect is toezicht noodzakelijk, gezien het feit dat beëindiging van de mantelzorgsituatie lang niet altijd ook betekent dat de bewoningssituatie wordt beëindigd. Soms is verhuur van de voormalige mantelzorgsituatie aantrekkelijk of worden hierin familieleden gehuisvest zonder dat er sprake is van een zorgsituatie. Om deze reden is een gemiddelde prioriteit toegekend aan het toezicht en de handhaving op mantelzorgsituaties. Niet-agrarische bedrijfsvestiging op agrarische percelen In Nederland neemt het aantal agrarische bedrijven al vele decennia gestaag af. Hergebruik of sanering van vrijgekomen agrarische bebouwing en percelen moet bijdragen aan de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied.
Bestaande agrarische bedrijven moeten door ontwikkelingen op vrijgekomen percelen echter niet in hun bedrijfsvoering (onevenredig) worden beperkt. In het beleid ‘Hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing zijn regels gesteld voor hergebruik en sanering van voormalige agrarische bebouwing’. Het zonder toestemming wijzigen van gebruiksfunctie, slopen en nieuw bouwen van bouwwerken is niet mogelijk. Goed toezicht op functiewijzigingen is nodig om de kwaliteit van het buitengebied te beschermen. Om die reden krijgt dit onderdeel een hoge prioriteit. Bewoning van panden in strijd met de bestemming Illegale bewoningssituaties komt in vele soorten bouwwerken voor, zoals in bijgebouwen, loodsen en bedrijfsgebouwen. De bewoning van panden en bouwwerken die geen woonbestemming hebben is om ruimtelijk-planologische redenen niet wenselijk. Daarnaast kan ‘illegale bewoning’ leiden tot (brand)onveilige situaties en overlast. Toezicht op illegale bewoningssituaties krijgt daarom een hoge prioriteit. Niet bedrijfsgebonden bewoning van bedrijfswoningen Bewoning van een als bedrijfswoning bestemde woning door iemand die geen relatie heeft met het bedrijf (waar de woning bij behoort) doet zich met name voor in het buitengebied. Bedrijfswoningen worden – los van het (agrarische) bedrijf – verkocht aan een persoon die geen relatie heeft met het (voormalige) bedrijf.
De mogelijkheden voor legalisatie zijn (zeker in het buitengebied) beperkt gezien het restrictieve rijks- en provinciale beleid voor wonen in het buitengebied. Toezicht op deze vorm van strijdige bewoning krijgt een hoge prioriteit. Zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen Het vestigen van zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen (dat wil zeggen kantoren die niet tot een bedrijfsfunctie behoren) is in de meeste gevallen niet toegestaan. Toezicht hierop spitst zich vooral toe op het gebruik van bestaande bedrijfspanden als zelfstandige kantoorruimte. De prioriteit is gemiddeld met name vanwege de kans op overtreding. In 2020 is een pilot Kantoorhuisvesting op bedrijventerreinen, in het kader van de Omgevingswet uitgevoerd. Hierbij is geïnventariseerd welke (illegale) kantoorhuisvesting aanwezig is en hoe en waar deze huisvesting eventueel kan worden Pagina | 8
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
gefaciliteerd. Vanwege de beperkingen in het provinciale en regionale beleid is de provincie bij deze pilot betrokken. De aanpak wordt verder uitgewerkt en leidt mogelijk, vanaf 2021 tot handhavingsacties. Illegale activiteiten en opslag in (bedrijfs)gebouwen, bijgebouwen en open erven en terreinen (Agrarische) bedrijfsgebouwen, schuren, loodsen en bijgebouwen (bij woningen) en ook erven en terreinen worden regelmatig benut voor activiteiten welke niet passen binnen de bestemming. Het kan daarbij gaan om bedrijfsactiviteiten, opslag maar ook om criminele activiteiten zoals hennepteelt of druglaboratoria. Aan illegale activiteiten kunnen aanmerkelijke risico’s kleven voor de veiligheid en gezondheid van mensen. Daarnaast is er een relatie met de aanpak van ondermijnende activiteiten. Om deze redenen krijgt dit onderwerp een hoge prioriteit. Splitsing van woningen/Kamerverhuur/Overbewoning Het splitsen van een woning in bijvoorbeeld afzonderlijke kamers of appartementen is omgevingsvergunningsplichtig. Toezicht op illegale splitsing is van belang in het kader van brand- en gebruiksveiligheid. Toezicht en handhaving krijgt een hoge prioriteit vanwege de risico’s met betrekking tot brandveiligheid en vanwege het feit dat kamerverhuursituaties regelmatig in verband worden gebracht met ondermijnende activiteiten.
Naleving voorwaardelijke verplichting bij nieuwe gebruiks- (en/of bouw) mogelijkheden Als een ontwikkeling uitsluitend ruimtelijk aanvaardbaar is wanneer tegelijkertijd wordt voorzien in bepaalde maatregelen, dan zullen die maatregelen in het bestemmingsplan moeten worden geborgd. Zo valt te denken aan een groene beplantingshaag of aan een geluidswal. Realisatie van de voorgeschreven verplichtingen vindt vaak achteraf plaats. Toezicht op de naleving van dergelijke voorwaardelijke verplichtingen is echter nodig omdat niet zelden de verplichtingen niet of niet op de juiste wijze worden uitgevoerd. Gelet op de ruimtelijk-planologische belangen van naleving is gekozen voor een hoge prioriteit. Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel 7.21 van het Bouwbesluit 2012 bevat voorschriften omtrent de staat waarin open erven en terreinen zich dienen te bevinden. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer in een woning of op een erf overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Een open erf en terrein behoort dan ook geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid op te leveren door drassigheid, stank, verontreiniging, (on)gedierte, begroeiing of voorwerpen. Het moet gaan om ernstige gevallen.
Gezien de mogelijke effecten op de omgeving (uiterlijk aanzien, overlast) is gekozen voor een hoge prioriteit. Bouwtechnische eisen bestaande bouw/Brandveilig gebruiken bestaande bouwwerken De gemeente houdt toezicht op het voldoen aan de minimum (bouwtechnische) eisen voor de bestaande bouw, alsmede de gebruikseisen uit het Bouwbesluit, met name voor wat betreft de (brand-)veiligheid. Overtredingen vinden veelal plaats omdat aan noodzakelijke maatregelen een prijskaartje hangt en omdat veel eigenaren zich niet bewust zijn van de voorschriften die van toepassing zijn op hun bouwwerk. Indien sprake is van strijd met het Bouwbesluit kunnen burgemeester en wethouders aanschrijven tot het treffen van voorzieningen om de strijdigheid op te heffen. Het toezicht op bestaande bouw in Neder-Betuwe is niet opgenomen in het werkprogramma van de ODR. De controle op de bouwtechnische staat krijgt een lage prioriteit. Het toezicht op de Pagina | 9
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
brandveiligheid is hoog geprioriteerd. Controles op het brandveilig gebruik van bestaande bouwwerken worden uitgevoerd door de brandweer. Riolering; controle op eigen voorziening/illegale indirecte lozing op het riool door bedrijven Percelen die niet zijn aangesloten op het gemeentelijke rioleringssysteem moeten beschikken over een eigen afvalwater(zuivering)systeem. In Neder-Betuwe zijn nog percelen aanwezig met een eigen voorziening. Het toezicht op deze installaties krijgt een lage prioriteit. Geconstateerd is dat door bedrijven in sommige gevallen zonder vergunning (indirect) op het riool wordt geloosd. Dit heeft grote consequenties voor het rioleringssysteem en de afvalzuiveringsinstallaties. Het toezicht op illegale lozingen is inmiddels opgepakt door de ODR; in 2020 werd hiervoor reeds een meerwerkopdracht uitgezet en werd separaat betaald uit het rioleringsbudget. Gezien de grote impact op onder meer het milieu krijgt het toezicht een hoge prioriteit. Het thema blijft dus wel geprioriteerd maar kan dus als taak uit de opdracht aan ODR vervallen.
3.Programma 2020/2022 3.1 Inzet van capaciteit en middelen Het in hoofdstuk 2 opgenomen programma is de basis voor het plan van aanpak van de ODR voor de periode 2020 t/m 2022. ODR bepaalt in deze aanpak per onderdeel de strategie en maakt een inschatting van het benodigde aantal uren voor toezicht en handhaving per onderdeel. Voor de uitvoering door ODR is in de gemeentelijke begroting een budget beschikbaar van jaarlijks 150.000,- in de jaren 2020 t/m 2022. Het thema huisvesting arbeidsmigranten werd zoals hierboven is aangegeven, i.v.m. de urgentie al eerder najaar 2020 separaat aanbesteed. Het toezicht en handhaving van dit thema moet echter uit hetzelfde beschikbare budget betaald worden. Dat betekent dat het beschikbare jaarbudget van 2020 nagenoeg volledig opgaat aan de aanpak van de huisvesting van arbeidsmigranten. In de offerte-vraag aan ODR is verzocht aan te geven welk deelbudget kan doorschuiven naar 2021. Dit betekent ook dat voor de aanpak van de overige thema’s in het uitvoeringsprogramma (m.u.v. de illegale lozingen die uit het budget Riolering wordt betaald), de jaarbudgetten 2021 en 2022 beschikbaar zijn. Zijnde 2x 150.000,-. ODR is gevraagd hiervoor een aanpak op te leveren.
3.2 Monitoring en evaluatie Om te kunnen beoordelen of de beleidsdoelstellingen en de geplande werkzaamheden uit het uitvoeringsprogramma gehaald en uitgevoerd zijn, is het belangrijk dat de activiteiten geregistreerd worden. Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens moeten periodiek opvraagbaar zijn voor zowel managementdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor periodieke verantwoording naar het college en de gemeenteraad. ODR is verzocht deze monitoring te borgen en hierover te rapporteren op de gebruikelijke wijze zoals dat ook plaatsvindt voor uitvoering van het reguliere werkprogramma. Een jaarlijkse evaluatie maakt daarvan ook onderdeel uit. Met een goede verantwoording over de uitvoering van de activiteiten kan zowel de effectiviteit als de efficiëntie van de uitgevoerde taken worden beoordeeld en kan zo nodig tijd worden bijgestuurd. Onderdeel van de jaarlijkse evaluatie is de toetsing van beleid en uitvoering aan de kwaliteitscriteria zoals vastgelegd in de verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Neder-Betuwe. De Pagina | 10
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
verordening vormt het kader voor de kwaliteit van de Wabo-taken bij gemeenten en de provincie en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten. De verordening bindt de gemeenteraden en Provinciale Staten hun colleges van burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten, en de in opdracht daarvan handelende omgevingsdiensten, aan een uniforme ambitie voor kwaliteit. Vertrekpunt zijn de kwaliteitscriteria 2.1.
Pagina | 11
Uitvoeringsprogramma niet vergunning gebonden toezicht en handhaving Concept, v.1.0 november 2020
Pagina | 12