CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB-31 - Uitgangspuntennotitie Programma Buitengebied

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven van het college (excl. bijlagen)4.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie Programma Buitengebied

22-5-2023

UITGANGSPUNTENNOTITIE PROGRAMMA BUITENGEBIED GEMEENTE NEDER-BETUWE

1

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding ................................................................................................................................ 3 1.1

Proces programma buitengebied ....................................................................................................................... 3

1.2

Inhoud uitgangspuntennotitie ............................................................................................................................ 4

Opbrengst ............................................................................................................................. 5 2.1

Samenleving........................................................................................................................................................ 5

2.2

De ambtelijke organisatie en ketenpartners ...................................................................................................... 5

2.3

College ................................................................................................................................................................ 8

2.4

Gemeenteraad .................................................................................................................................................... 8

Conclusies ........................................................................................................................... 10 3.1

Wat ligt vast en staat niet ter discussie? ..........................................................................................................10

3.2

Op welke opgaven moet het Programma Buitengebied ingaan?.....................................................................12

3.3

Vraagstukken ....................................................................................................................................................12

3.3.1

Vraagstuk 1: Wonen en niet-agrarische bedrijven ...................................................................................12

3.3.2

Vraagstuk 2: Natuur (biodiversiteit), landschap en cultuurhistorie/erfgoed ...........................................12

3.3.3

Vraagstuk 3: Gewasbeschermingsmiddelen .............................................................................................13

3.3.4

Vraagstuk 4: In welk gebied uitbreidingsruimte voor de agrarische sector? ...........................................13

3.3.5

Vraagstuk 5: In het buitengebied ruimte voor kleinschalige opwek van energie? ..................................14

3.3.6

Vraagstuk 6: De Linge ...............................................................................................................................14

3.3.7

Vraagstuk 7: Waar uitbreiding van wonen en werken? ...........................................................................14

2

1. Inleiding

De gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de omgevingsvisie vastgesteld. Deze blik op de toekomst geeft op hoofdlijnen weer, wat we in Neder-Betuwe willen bereiken en welke waarden we willen behouden en/of versterken. In het proces om te komen tot de omgevingsvisie was veel ruimte voor participatie met de samenleving (inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere belangstellenden). Eén van de gebieden in de omgevingsvisie is het buitengebied. In het buitengebied zijn veel partijen op zoek naar ruimte, hierbij kan gedacht worden aan wonen, werken, opwekking duurzame energie, laanboomsector. Maar deze ruimte is beperkt, dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. We werken voor het buitengebied de omgevingsvisie daarom verder uit in het Programma Buitengebied. Het instrument programma Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Hiermee kan de omgevingsvisie verder worden uitgewerkt, door verdere invulling of uitvoering te geven aan de ambities van de omgevingsvisie. Binnen de beleidscyclus (zie afbeelding), neemt het programma een plaats in tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Omgevingsvisie Neder-Betuwe

Programma Buitengebied

Omgevingsplan Neder-Betuwe

1.1

Proces programma buitengebied

Het Programma Buitengebied stellen we in 3 fasen op: 1. bepalen van de uitgangspunten; 2. participatietraject; 3. opstellen programma. Bepalen van de uitgangspunten De eerste fase van het planproces om te komen tot een Programma Buitengebied, is het bepalen van de uitgangssituatie. Dit is van belang, omdat het Programma Buitengebied niet vanuit een blanco situatie ontstaat. Er is actueel beleid dat kaders meegeeft en er is een aantal opgaven waar in het programma een antwoord op gegeven moet worden. Denk aan landelijke opgaven als de energietransitie en klimaatadaptatie die lokaal moeten worden vertaald. Maar ook op lokaal niveau moeten we keuzes maken tussen de vele ruimteclaims en stellen we voorwaarden aan nieuwe ontwikkelingen om de kwaliteiten van het buitengebied te beschermen.

3

De voorliggende uitgangspuntennotitie is het eindresultaat van de eerste fase. De opgaven, vraagstukken en keuzes, die hierin worden benoemd vormen de opmaat voor de volgende fase. Participatietraject In deze fase gaan we in gesprek over de opgaven, keuzes en vraagstukken die uit deze uitgangspuntennotitie naar voren komen. Dit gesprek voeren we onder andere met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden, maar ook ambtelijk en bestuurlijk. In welke volgorde en op welke wijze is nog niet bekend. Opstellen programma In de laatste fase stellen we op basis van de uitkomsten van de voorgaande fases het programma op. Ook dat doen we weer samen met de eerder betrokkenen.

1.2

Inhoud uitgangspuntennotitie

In deze uitgangspuntennotitie geven we kort de opbrengst van de verschillende overleggen weer. Vervolgens trekken we conclusies: ● Wat staat niet ter discussie? (actueel beleid) ● Welke opgaven hebben we in beeld waar het programma op in moet gaan? ● Welke vraagstukken spelen in het buitengebied, waar we keuzes over moeten maken in de volgende fase?

4

2. Opbrengst In de eerste fase voor het bepalen van de uitgangspunten hebben we de volgende vier doelgroepen benaderd: 1. De samenleving; 2. De ambtelijke organisatie en ketenpartners; 3. Het college; 4. De gemeenteraad. We hebben aan hen gevraagd wat zij belangrijk vinden voor het buitengebied. Per doelgroep geven we een samenvatting van de opbrengst.

2.1

Samenleving

Van 16 november tot 12 december 2022 hebben wij een enquête uitgezet, iedereen kon hieraan deelnemen. In totaal hebben 451 mensen gereageerd. In de enquête zijn vragen gesteld over: ● De achtergrond van de deelnemers (leeftijd, woonplaats, binding met het buitengebied); ● Aan welke functies men ruimte wil bieden in het buitengebied; ● Kwaliteiten, knelpunten en kansen; ● Enkele specifieke vragen over landbouw, wonen en bedrijven. De uitkomsten van de enquête zijn opgenomen in bijlage 1. Enkele zaken die opvallen: ● Meer dan 75% van de deelnemers zijn bewoners en (niet professionele) gebruikers van het buitengebied; ● Ruimtevraag voor natuur, landschap en recreatie komen het vaakst voor; ● Ruimtegebruik voor de agrarisch sector heeft lagere prioriteit; ● Veel kwaliteiten worden toegedicht aan de uiterwaarden en het weidevogelgebied (open landschap); ● Met name de infrastructuur wordt als een probleem ervaren (geluidsoverlast en files); ● Uitbreiding vinden de deelnemers acceptabel voor agrarische bedrijven en woningen. De meest deelnemers vinden dat uitbreiding helemaal niet moet plaats vinden en dat het open landschap niet verder verdicht moet worden; ● Als het om uitbreiding van de boom- en fruitteeltsector gaat, zijn de deelnemers duidelijk: dat kan in de bestaande gebieden waar nu ook al boom- en fruitteelt plaatsvindt.

De animo om daar nieuwe locaties voor beschikbaar te stellen is klein; ● Deelnemers vinden dat arbeidsmigranten bij het (agrarisch) bedrijf zelf gehuisvest moeten worden; ● Uitbreiding voor woningbouw is een issue. De deelnemers zien liever geen woningbouw in het buitengebied, maar bij voorkeur aansluitend aan of binnen de bestaande dorpen; ● De deelnemers zien uitbreiding van (niet-agrarische) bedrijven voornamelijk op bestaande bedrijventerreinen.

2.2

De ambtelijke organisatie en ketenpartners

Met de ambtelijke organisatie van Neder-Betuwe en een aantal ketenpartners hebben we verkend welk beleid actueel is, welke trends en ontwikkelingen op ons pad liggen en welke opgaven dat voor het Programma Buitengebied oplevert. Dat levert een aantal uitgangspunten per beleidsveld op. Daarnaast is kort stilgestaan bij het gewenste detailniveau van het programma, welke functies in het buitengebied passen en welke rol passend is voor de gemeente. Bindende beleidskaders Voor de gemeente is de omgevingsvisie Neder-Betuwe een bindend beleidskader. Hier worden bijvoorbeeld de gebieden voor windenergie, de integrale ensembles (inclusief beschermd dorpsgezicht) en de huidige kernen en bedrijventerreinen benoemd. Daarnaast zijn er richtinggevende- en voorwaarde-stellende beleidskaders voor het buitengebied relevant, zoals het Landschapsontwikkelingsplan (LOP). Met dit beleid en de daarin gestelde voorwaarden moeten we rekening houden in het programma Buitengebied. 5

Tegelijkertijd blijft het beleid voortdurend in ontwikkeling. Zo wordt momenteel het economisch beleid herzien, dit is relevant voor het buitengebied. We bekijken onder andere hoe we met niet-agrarische bedrijven in het buitengebied willen omgaan. Het is zaak het economisch beleid en het Programma Buitengebied goed op elkaar af te stemmen. Uitgangspunten per beleidsveld De belangrijkste uitgangspunten (beleidskaders), opgaven en vraagstukken hebben we in onderstaande tabel samengevat, inclusief hun relevantie voor het Programma Buitengebied. Beleidsveld Water en bodem

Natuur & landschap

Uitgangspunten ● Water en bodem zijn sturend voor ontwikkelingen ● Overlast van water tegengaan ● De waterkwaliteit verbeteren en beschermen (o.a. spuitvrijezones toepassen) ● Inspelen op extreme weersomstandigheden ● Waterbeschikbaarheid borgen ● ●

●

Cultuurhistorie,

Water en bodem zijn sturend bij ontwikkelingen om het ecosysteem te beschermen Ontwikkelingen in het landelijk gebied sluiten aan op de karakteristieken van de verschillende landschappen en/of versterken die Ontwikkelingen die niet aan kunnen sluiten op bestaande landschappelijke karakteristieken (bijvoorbeeld het grootschalig opwekken van duurzame energie) worden ingezet om actief nieuwe kwaliteiten aan het landschap toe te voegen

●

Integrale ensembles (inclusief beschermd dorpsgezicht) behouden en versterken

Water en bodem zijn sturend voor ontwikkelingen/ ontwerpopgaven Centraal bij ontwerpopgaven staat behoud van maat en schaal en identiteit in het landelijk gebied. Grote schaalsprongen moeten worden voorkomen en het karakter van landschap en bebouwing dient bij ontwikkelingen herkend te worden.

archeologie,

Opgaven, vraagstukken en bijzonderheden Opgave: Locaties voor waterberging aanwijzen De visie op De Linge concretiseren Drinkwaterreserveringsgebied (Adaptieve Strategie Drinkwater) Opgave: Het programma moet biodiversiteit stimuleren Verschillende functies van het landschap zullen bij toekomstige ontwikkelingen met elkaar verweven moeten worden Langs delen van het landschap die gemeente zelf in beheer, eigendom en/of onderhoudt heeft liggen kansen voor de gemeente om, voor wat betreft biodiversiteit, het goede voorbeeld te geven.

monumenten Stedenbouwkundig

Bedrijvigheid

● ●

Voldoende ruimte bieden voor uitbreiding van bestaande bedrijven Locaties voor (nieuwe) bedrijventerreinen aanwijzen

6

Vraagstukken: Hoe gaan we om met bedrijven op solitaire locaties in het buitengebied met een groei-behoefte, waarbij verplaatsing naar een bedrijventerrein redelijkerwijs niet mogelijk is? (Wat is daarbij ons afwegingskader) Hoe gaan we om met de autonome groei van de laanbomenteelt in het buitengebied in relatie tot de ontwikkelingen op het gebied van bodem en water? (Zoals de beperkingen van het drinkwater-reserveringsgebied en de wens van Vitens en de Provincie Gelderland om in de toekomst mogelijk

oevergrondwater te winnen in de omgeving van Dodewaard)

Duurzaamheid en

●

klimaat Water, civiel en

●

klimaatadaptatie

●

De zoekgebieden voor duurzame energie (wind- en zonne-energie) zijn vastgesteld Lokale klimaatadaptatie-strategie is met name gericht Opgave: op stedelijk gebied en nieuwe ontwikkelingen. Voor Ruimte bieden voor landelijk gebied relevant: waterbergingsmogelijkheden Per nieuwe woning wordt minimaal 75m groen Droogte tegengaan ontwikkeld Bestaande groenstructuren (indien van kwaliteit aangemerkt als bepalend groen) worden beschermd en ingepast bij nieuwbouwontwikkelingen. Fietsroutes en wandelpaden (hoofdroutes) worden bij ontwikkelingen voorzien en ontworpen met >30% beschaduwing in volgroeide toestand. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt regenwater van woningen wordt niet op het gemengde riool aangesloten, maar afgekoppeld. Op termijn wordt dit bij alle bestaande bouw ook toegepast. Bij nieuwbouw moet minimaal 20 mm van de neerslag op eigen terrein geborgen worden. De berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. Grote daken (>200 m2 en ongedeeld perceel) van nieuwe ontwikkelingen worden groen-blauw vormgegeven met ruimte voor energieopwekking. De netbeheerder wordt hierbij vroegtijdig betrokken. Bij pottenteelt in ons gebied sturen we op waterbuffers op eigen terrein. Bij voorkeur worden waterbuffers landschappelijk ingepast met ecologische meerwaarde om de teloorgang van biodiversiteit te compenseren.

Regionale klimaatadaptatie-strategie: Wateroverlast Waterbeschikbaarheid Droogte

Milieu

●

De wettelijke normen worden gehanteerd.

Vraagstukken: Keuzes maken waar de laanboomteelt ruimte krijgt en waar uitbreiding beperkt of niet mogelijk is. Opgave: Aandacht voor spuitzonering (zie ook recente jurisprudentie)

Verkeer en vervoer

● ● ● ● ●

Duurzame mobiliteit stimuleren Verkeersveiligheid verbeteren, m.n. voor fietsverkeer Voorkomen extra vrachtverkeer naar buitengebied Veilige en hele bermen Aanleg rondwegen Opheusden en Ochten

Opgave: Ontwikkelingen afstemmen op aanwezige infrastructuur (bijvoorbeeld het soort weg)

Veiligheid

●

De uitgangspunten van de veiligheidsregio worden ook bij het Programma Buitengebied gehanteerd. Het bepalen van een acceptabel risico voor explosieven Aanpak veilig buitengebied (meldingen signaleren criminaliteit en vermoedens van misstanden)

Opgave: Veilige fysieke leefomgeving

● ●

7

Sociaal domein en gezondheid

Wonen

●

Gezonde leefstijl en vitaliteit stimuleren Een optimale ontwikkeling van jeugd bevorderen Aandacht besteden aan sport en bewegen, ontmoetingsplekken Ongebonden sporten stimuleren

● ● ● ● ●

Inbreiding kernen boven uitbreiding buitengebied Toevoegen 1.400 woningen tot 2030 Betaalbaar voor iedereen Beschikbaar voor iedereen Vindbaar voor iedereen

● ● ●

Vraagstukken: Stapeling opgaven versus beperkte ruimte Betaalbaarheid in combinatie met stijgende prijzen, vraagt om innovatieve woonconcepten

Detailniveau Het programma moet een beleidsmatige uitwerking zijn van de omgevingsvisie met daaraan gekoppeld maatregelen. Voor sommige onderwerpen kan een opmaat gegeven worden voor het omgevingsplan. Passende functies in het buitengebied In het buitengebied van Neder-Betuwe is een breed scala aan functies mogelijk, zolang ze elkaar niet in de weg zitten. Het uitgangspunt is dat er daarom altijd een integrale belangenafweging moet plaats vinden. In fase 2 bij de participatie wordt duidelijk wat de wensen en behoeften zijn en welke belangen zwaarder wegen. Rol voor gemeente De rol voor de gemeente is divers: afhankelijk van de situatie kan die kaderstellend en/of faciliterend zijn tot het nemen van initiatief.

2.3

College

Het college heeft tijdens een college-informatiemiddag haar wensen voor het buitengebied in kaart gebracht. Hieronder in hoofdlijnen de wensen vanuit het college: ● ● ● ● ●

2.4

Woningbouw: uitbreiding alleen in of aan bestaande dorpen Kesteren, Opheusden, Ochten, IJzendoorn, Dodewaard en Echteld; Bedrijventerreinen; uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen heeft de voorkeur. Indien mogelijk het realiseren van een nieuwe bedrijfsterrein; Duurzaamheid: het realiseren van zonnepanelenvelden alleen op incourante gronden, bijvoorbeeld langs de Betuwelijn; Meer (laan)bomen langs de wegen; Aandacht voor ommetjes (wandelroutes) bij de dorpen.

Gemeenteraad

Op 12 januari 2023 hebben we een bijeenkomst (opiniërende avond) met de gemeenteraad georganiseerd. Na een korte presentatie over het instrument ‘programma’ en een schets van het proces, hebben we de gemeenteraad vier vragen voorgelegd en zijn hierover met elkaar in gesprek gegaan. De antwoorden zijn via de Mentimeter in beeld gebracht (zie bijlage 2). Het was een opiniërende avond waar met de aanwezige raadsleden een open gesprek is gevoerd over de vier volgende thema’s. De uitkomst van deze bijeenkomst geeft denkrichtingen mee. 1. Wat is een goed abstractieniveau voor het Programma Buitengebied? In eerste instantie was er een voorkeur voor het verder uitwerken van de omgevingsvisie, het toevoegen van maatregelen en een opstapje bieden voor het omgevingsplan (voor zover dit het buitengebied betreft). Tijdens de discussie werd dit beeld bijgesteld. Het programma moet vooral een verdere uitwerking van de omgevingsvisie zijn.

8

Waar dit passend is, kunnen maatregelen worden toegevoegd of een opmaat gegeven worden voor het omgevingsplan. 2. Voor welke functies is het buitengebied van Neder-Betuwe geschikt? De voorkeur gaat uit naar functies die in het buitengebied thuis horen, die daar aan gerelateerd zijn (denk aan landen tuinbouw, natuur- en landschap, recreatie(f medegebruik). Als er agrarische bedrijven stoppen worden meer kansen gezien voor wonen, niet zozeer voor niet-agrarische bedrijvigheid. Een transitie van het buitengebied met een grotere diversiteit aan nieuwe functies, ook op nieuwe locaties, wordt niet als beeld gezien dat passend is voor Neder-Betuwe. 3. Welke rol is passend voor de gemeente in het buitengebied? Op deze vraag kwam een duidelijk antwoord. De meerderheid ziet een kaderstellende rol voor de gemeente in het buitengebied. De rol van initiatiefnemer ziet niemand voor zich. Een meer proactieve rol of een regierol werd door slechts enkelen gezien als toekomstige rol in het buitengebied. 4. Welke opgaves zie je voor het buitengebied (meerdere antwoorden mogelijk/wenselijk)? Er is een veelomvattende woordenwolk ontstaan (zie hieronder) met veel suggesties. Opvallend waren enkele tegenstellingen, zo bleken er zowel voor- als tegenstanders van meer (agrarische) bedrijvigheid in het buitengebied.

9

3. Conclusies We hebben ambtelijk, bestuurlijk en met de samenleving verkend wat we belangrijk vinden voor het buitengebied van Neder-Betuwe. Ook hebben we, met name ambtelijk, de kaders verkend, waarbinnen we het Programma Buitengebied verder vorm geven. Dit heeft geleid tot de opgaven waar het programma een antwoord op moet gaan bieden. Als je alle opgaven over elkaar heen legt, wordt duidelijk dat niet voor alles plek is. Met andere woorden, er zijn meer ruimteclaims dan er ruimte beschikbaar is. In dit hoofdstuk trekken we conclusies, die we onderverdelen in drie onderdelen: ● Wat ligt vast en staat niet ter discussie (actueel beleid)? ● Welke opgaven moeten beantwoord worden in het Programma Buitengebied? ● Welke vraagstukken hebben we in beeld, waarover we keuzes moeten maken?

3.1

Wat ligt vast en staat niet ter discussie?

De volgende beleidskaders zijn vastgesteld en actueel. Deze kaders geven richting aan ontwikkelingen en staan niet ter discussie. Dit is geen uitputtend overzicht, maar geeft wel een beeld van de beleidskaders die niet ter discussie staan. Omgevingsvisie De omgevingsvisie bevat actuele beleidsuitspraken over thema’s en gebieden. Gebieden die relevant zijn voor het buitengebied zijn: ● Uiterwaarden Natuurontwikkeling/recreatie/grondstoffenwinning ● Landelijk en groen; Weidevogelgebieden Landelijk lint met hoge dynamiek ● Zoekgebied duurzame energie ● Integrale ensembles (inclusief beschermd dorpsgezicht) In de omgevingsvisie is een van de speerpunten ‘Wonen voor iedereen’. Dit speerpunt is uitgewerkt in het Programma Wonen. Aan de hand van 6 speerpunten geven we weer hoe we wonen voor iedereen willen gaan realiseren. Provinciale omgevingsvisie en -verordening De provincie heeft beleid dat bindend is voor de gemeente. Deze verordening doet onder meer uitspraken over algemeen sectoraal beleid en gebiedsgerichte uitspraken die relevant zijn voor Neder-Betuwe.

Zo worden er uitspraken gedaan over onder andere: ● Natuurnetwerk Gelderland en groene ontwikkelingszones, regels voor de instandhouding van het natuurnetwerk en de groene zones met name in de uiterwaarden); ● Weidevogel- en ganzenrustgebieden; ● Regelgeving met betrekking tot grondwaterbescherming met het oog op drinkwaterwinning. ● Veehouderij: o Geen nieuwvestiging niet-grondgebonden veehouderij; o Uitbreiding niet-grondgebonden veehouderij alleen met plus-maatregelen; ● Glastuinbouw ● In stand houden kernkwaliteiten Nationaal landschap ● Bedrijventerreinen (alleen uitbreiden indien passend binnen regionale afspraken); ● Nieuwvestiging solitaire bedrijven (alleen op bedrijventerrein, tenzij andere regionale afspraken) ● Ruimte voor de Rivier / Beleidslijn grote rivieren.

10

Nationaal Programma Landelijk gebied & Vitaal Landelijk gebied Gelderland Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) geeft op Rijksniveau richting aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Belangrijk onderdeel hiervan vormt het stikstofbeleid, maar ook klimaat en water. Het Rijk heeft bij de uitvoering van het NPLG de provincies nodig. Aan de provincies is gevraagd het NPLG verder uit te werken en uit te voeren. Het Rijk stelt voor de uitvoering middelen ter beschikking. De provincie werkt het NPLG uit in een gebiedsprogramma: Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). In dit gebiedsprogramma wordt invulling gegeven aan de doelen en ambities voor natuur, water, klimaat en landbouw, voor een vitaal en leefbaar landelijk gebied. De VLGG wordt met gebiedspartners opgesteld, waaronder de regio Rivierenland (en dus ook de gemeente Neder-Betuwe). De VLGG wordt voor 1 juli 2023 aangeboden aan de minister van Natuur en Stikstof. Het gebiedsprogramma VLGG kan van invloed zijn op het Programma Buitengebied. Beide processen moeten daarom goed op elkaar aangehaakt worden. Regio-arrangement (Gelderse puzzel) Het Rijk pakt meer regie op ruimtelijke ordening. Dit doet ze door bestuurlijke afspraken te maken met de provincies over de ruimtelijke inpassing van opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur.

Deze afspraken zijn de basis voor een nieuwe Nota Ruimte (2024). De provincies moeten samen met de waterschappen en gemeenten deze opgaven voor de periode tot 2030, en met een doorkijk naar het jaar 2050, ruimtelijk vertalen, inpassen en combineren met decentrale opgaven. Willen we alle opgaven en ambities in de provincie Gelderland realiseren, dan hebben we 1,8 keer de oppervlakte van de provincie nodig. Provincie Gelderland stelt per regio een regioarrangement op. Ze gaan hierover in gesprek met de regio’s, zo ook met regio Rivierenland. Het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG), verstedelijkingsopgave en woningopgave, RES/GEIS Energiestrategie en het Ruimtelijk Perspectief Gelderland (Gelderse Puzzel) zijn de bouwstenen voor het regio-arrangement. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaand beleid en visies. Het regio-arrangement wordt medio 2023 aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Deltaprogramma (IRM) Op Rijksniveau kennen we het Deltaprogramma Grote Rivieren en diens opvolger: het Programma Integraal Riviermanagement (IRM). Deze programma’s richten zich op een vitaal, bevaarbaar, veilig en aantrekkelijk rivierengebied, dat duurzaam te beheren is en voorbereid is op de toekomst. Dit programma is ook van toepassing op het buitendijks gebied van Neder-Betuwe.

Ruimte voor de rivier / Beleidslijn Grote Rivieren De Beleidslijn Grote Rivieren wordt de opvolger van de Beleidslijn voor de Rivier en is er opgericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De beleidslijn heeft als doel de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die rivierverruiming door verbreding en verlaging onmogelijk maken. De beleidslijn is het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed en is aan de orde bij de concrete regulering van afzonderlijke activiteiten via de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving. Barro Op Rijksniveau gelden Rijksregels. Voor Neder-Betuwe relevante Rijksregels zijn onder meer vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Zo zijn er regels, die toezien op het behoud van voldoende ruimte voor de rivier. Voor de buitendijkse gebieden gelden er regels, die toezien op voldoende waterbergingscapaciteit in het stromend deel van de rivier. Ten oosten van Dodewaard is een binnendijks gebied aangewezen als gebiedsreservering voor de lange termijn, hier mogen geen grootschalige kapitaalintensieve ontwikkelingen plaatsvinden.

11

3.2

Op welke opgaven moet het Programma Buitengebied ingaan?

Binnen de opgaven maken we een onderscheid in opgaven die gekoppeld zijn aan buitengebied functies (zoals agrarische-, recreatieve, natuur- en landschapsfuncties) en stedelijke functies met ruimtebeslag in het buitengebied (zoals uitbreiding van kernen en bedrijventerreinen). Opgaven voor buitengebied functies ● Ruimte voor (agrarische) bedrijven (algemeen, maar ook specifiek voor de fruit- en laanboomteelt) ● Ruimte voor waterberging ● Ruimte voor duurzame energieopwekking ● Ruimte voor versterking van de biodiversiteit ● Ruimte voor behoud van de landschappelijke structuur en het erfgoed binnen de gemeente ● Behoud van rust en ruimte voor recreatief medegebruik ● Klimaatadaptatie Opgaven voor stedelijke functies ● Uitbreiding van de kernen: woningbouw en voorzieningen ● Uitbreiding van de bestaande bedrijventerreinen Deze opgaven worden verder toegelicht onder paragraaf 3.3.

3.3

Vraagstukken

Als je alle opgaven ‘over elkaar heen legt’ blijkt dat er meer ruimteclaims zijn, dan dat er beschikbare ruimte is. Daarom moeten we keuzes maken. De keuzes gaan over de belangenconflicten die we uit de verschillende opgaven destilleren. We maken een onderscheid tussen themagerichte en gebiedsgerichte vraagstukken: - Themagerichte vraagstukken zijn niet gebonden aan bepaalde gebieden en gelden voor het hele buitengebied. Het gaat dan vooral over de vraag ‘wat’ we willen bereiken. - Gebiedsgerichte vraagstukken spelen in een specifiek gebied. Ook hier geldt dat we ons afvragen ‘wat’ we willen bereiken, maar daar voegen we de vraag ‘waar’ we dat willen aan toe. Elk vraagstuk is gebiedsgericht en/of themagericht.

3.3.1 Vraagstuk 1: Wonen en niet-agrarische bedrijven

Wonen en niet-agrarische bedrijvigheid vraagt ruimte die eigenlijk in het stedelijk gebied thuis hoort. Ontwikkelingen door de jaren heen hebben ertoe geleid dat deze functies voor een deel ook in het buitengebied zijn gekomen. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van niet-agrarische bedrijven en functies, zoals wonen. Vraagstuk: Ruimte voor wonen en niet-agrarische bedrijven ruimte voor o.a. landbouw, landschap en natuur Moeten we ruimte bieden aan wonen en niet-agrarische bedrijven, als dat ten koste gaat van de landbouw, het landschap en de open ruimte? En als we ontwikkelruimte toestaan voor bestaande niet-agrarische bedrijven, willen we dit in het hele buitengebied toestaan, of bepaalde gebieden (met veel natuur-, landschaps- of cultuurhistorische waarden) daarvan uitsluiten? Of stellen we voorwaarden aan de uitbreidingsmogelijkheid zelf (bijvoorbeeld x m2, %)?

3.3.2 Vraagstuk 2: Natuur (biodiversiteit), landschap en cultuurhistorie/erfgoed

Het buitengebied is de laatste decennia sterk veranderd, door dorpsuitbreidingen, verdichting van lintbebouwing, grootschalige infrastructuur (A15, Betuwelijn) en uitbreiding van agrarische- en niet agrarische bedrijven. Dit is ten koste gegaan van ons open landschap, natuurwaarden en rust. In de omgevingsvisie zijn deze waarden juist benoemd. Deze waarden dragen ook bij aan recreatie in het buitengebied, biodiversiteit en aan een goede gezondheid.

12

Vraagstuk: Alle ruimte voor groei behoud waarden: natuur, landschap en cultuurhistorie Hoe zorgen we ervoor dat in het buitengebied enerzijds ontwikkelingen mogelijk blijven en tegelijkertijd de kwaliteiten behouden blijven? Welke voorwaarden stellen wij aan ontwikkelingen, zodat de kwaliteiten van ons buitengebied behouden blijven en versterkt worden?

3.3.3 Vraagstuk 3: Gewasbeschermingsmiddelen

Met name in de laanboomteelt en de fruitteelt worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, die een negatief effect hebben op gezondheid, biodiversiteit en waterkwaliteit. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is aan wettelijke regels gebonden. Als we nadenken over uitbreidingsmogelijkheden voor laanboomteelt en fruitteelt, zou je bepaalde gebieden kunnen uitsluiten. Bijvoorbeeld gebieden waar de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid (nabij woningen, kernen) of op de biodiversiteit (nabij natuurgebieden) relatief groot zijn. Vraagstuk: Ophouden met spuiten spuiten overal toestaan Hoe zorgen we ervoor dat de landbouw voldoende is beschermd tegen ziekte, plagen en ongewenste planten en tegelijktijdig de waterkwaliteit en de buidiversiteit wordt verbeterd? Is een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de enige mogelijkheid of zijn er andere mogelijkheden? Zijn er biologische mogelijkheden? En als we alleen een verbod op het gebruik van gewasbescherming willen, willen we dit in het hele buitengebied of alleen voor bepaalde gebieden? Als er andere mogelijkheden zijn, moet dit dan gelden voor het hele buitengebied of voor bepaalde gebieden. Welke voorwaarden stellen wij aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen?

3.3.4 Vraagstuk 4: In welk gebied uitbreidingsruimte voor de agrarische sector?

De agrarische sector heeft behoefte aan ontwikkelings- en uitbreidingsruimte. Dat geldt in zijn algemeenheid, maar specifiek voor de laanboomteelt en de fruitteelt, die beide kenmerkend zijn voor Neder-Betuwe. Deze ontwikkelingen brengen extra ruimtebeslag met zich mee, een grotere belasting van het wegennet en gevolgen voor bodem en water door schaalvergroting van de agrarische bedrijven. Tegelijkertijd willen velen rust, natuur, de landschappelijke structuur en openheid behouden, deze belangen komen ten goede aan recreatief medegebruik van het buitengebied. Intensivering van de landbouw gaat ten koste van de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het buitengebied en het wegennet. Daarnaast spelen randvoorwaarden een rol vanuit wonen (afstand tot agrarische bedrijven, geur, spuitzones), cultuurhistorie (beschermd dorpsgezicht, integrale ensembles), specifieke natuurgebieden (weidevogels). Vraagstuk: Hoe en waar willen we ruimte geven aan de laanboomteelt en de fruitteelt? Het vraagsstuk wordt geschetst aan de hand van de volgende vragen: ● Vinden we uitbreidingsruimte voor de agrarische sector belangrijk? ● Maken we daarbij onderscheid tussen laanboomteelt, fruitteelt en overige agrarische bedrijven? ● Waar kan uitbreidingsruimte worden gevonden? Maak daarbij een onderscheid per sector.

● Voor verdere verduurzaming van de landbouw kan ook extra ruimte nodig zijn (extensivering). Is het zinvol een onderscheid te maken tussen ruimte voor verduurzaming en ruimte voor overige ontwikkelingen op het agrarisch bedrijf? ● Welke randvoorwaarden willen we aan die uitbreidingsruimte meegeven? ● Is pottenteelt een goede en duurzame innovatie die we moeten stimuleren in Neder-Betuwe of kleven er landschappelijk en qua duurzaam waterbeheer te veel bezwaren aan, dat we dit moeten verbieden?

13

Voorbeeld Een trend in de laanbomenteelt is het telen van laanbomen op pottenvelden in plaats van in de volle grond. Op die manier is de teelt beter te beheersen en efficiënter, bijvoorbeeld omdat zo het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen preciezer te doseren is. Dit draagt bij aan vermindering van grondstoffen en daarmee aan de verduurzaming van de landbouw. Tegelijkertijd vraagt de teelt op pottenvelden om grote verharde oppervlakten. Dat komt niet ten goede aan een duurzaam waterbeheer. Ook landschappelijk kleven aan pottenteelt bezwaren. Willen we pottenvelden sowieso toestaan? Zo ja, welke plekken komen daarvoor in aanmerking?

3.3.5 Vraagstuk 5: In het buitengebied ruimte voor kleinschalige opwek van energie?

Ruimte voor grootschalige opwek van energie staat niet ter discussie. Deze zone is vastgelegd in de omgevingsvisie. Maar er is veel vraag naar kleine windmolens bij onder andere agrarische bedrijven en kleine zonnevelden. Voor waterberging zijn in de omgevingsvisie geen locaties aangewezen. Vraagstuk: Hebben we voldoende gebieden voor kleinschalige duurzame energie opwek en waterberging of niet? Welke gebieden zijn nodig voor waterberging? Zijn er specifieke gebieden nodig voor de kleinschalige opwek van duurzame energie? Willen we kleinere windmolens bij agrarische bedrijven toestaan? De meningen zijn verdeeld over zonnepanelen op goede landbouwgrond. In hoeverre draagt meervoudig ruimtegebruik bij aan de oplossing van dit vraagstuk? Met andere woorden, zijn er koppelkansen (waterberging, opwekken duurzame energie, natuurontwikkeling, recreatie)?

3.3.6 Vraagstuk 6: De Linge

De Linge is de langste rivier van Nederland. De rivier heeft in Neder-Betuwe vooral een waterstaatkundige functie (water aan- en afvoer), maar heeft mogelijk meer potentie. Denk aan de koppeling met waterberging, maar ook het versterken van de verschijningsvorm in het landschap en het beter benutten van de recreatieve potentie van de rivier. Vraagstuk: De Linge heeft alleen een waterbergende functie meervoudig ruimtegebruik langs de Linge Moet het stroomgebied van de Linge vooral voorzien in nieuwe waterbergingsmogelijkheden of kunnen we de potentie van de Linge beter benutten door naast waterberging ons ook te richten op kwaliteitsverbetering van het landschap, biodiversiteit en recreatie?

3.3.7 Vraagstuk 7: Waar uitbreiding van wonen en werken?

De behoefte voor uitbreiding van wonen en werken is al benoemd. Uit de enquête bleek dat de meeste deelnemers voor inbreiding of uitbreiding aansluitend aan de kernen zijn. Voor verspreid woningen bouwen in het buitengebied zijn nauwelijks voorstanders te vinden. Hetzelfde geldt voor niet-agrarische bedrijven, daarvoor ligt uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen voor de hand. Vraagstuk: Waar is uitbreiding van wonen en werken mogelijk waar is geen uitbreiding van wonen en werken mogelijk? Om te komen tot een geschikte uitbreidingsrichting van kernen en bedrijventerreinen, moeten we eerst bedenken welke eisen we willen stellen.

14

Bijlagen Bijlage 1: Samenleving: enquêteresultaten (gesloten vragen & kaarten) Bijlage 2: Gemeenteraad: antwoorden Mentimeter

15

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12933021/1