CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB-16 - Uitspraak RvS i.v.m. bestemmingsplan ‘Broedershof’

Raadsvergadering 25 maart 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Van het college van burgemeester en wethouders1.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Neder-Betuwe

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk behandeld door bijlage(n)

--Z/18/058053/148395 Afdeling Fysieke Pijler 2

Opheusden

16 februari 2021

Onderwerp Raadsinformatiebrief n.a.v. uitspraak RvS i.v.m. bestemmingsplan ‘Broedershof’

Geachte leden van de raad, Op 16-12-2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State) uitspraak gedaan op de vier beroepen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Broedershof’ (Echteld). Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over deze uitspraak, de gevolgen daarvan voor het project ‘Broedershof’ en de consequenties daarvoor voor andere lopende en toekomstige gebiedsontwikkelingen, in de directe nabijheid van percelen met (de mogelijkheid tot) laanboom- en/of fruitteelt. Uitspraak in het kort De belangrijkste conclusie van de Raad van State is dat de wetenschappelijke onderzoeken naar de beoordeling van driftblootstelling van omwonenden, niet kunnen worden gebruikt als grondslag voor locatiespecifieke onderzoeken. Hierdoor is volgens de Raad van State onvoldoende onderbouwd dat er een kleinere afstand dan 50 meter kan worden aangehouden tussen de nieuwe woningen en de omliggende (fruit)boomgaarden. Van mindere importantie is het oordeel dat een voorwaarde voor het uitoefenen van een zogenoemde aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, in strijd is met de rechtszekerheid. Een dergelijke rechtsregel kan immers relatief eenvoudig worden aangepast. De overige beroepsgronden (over behoefte aan de woningbouw, alternatieve locaties, geluid, parkeren, vormvrije mer-beoordeling en structuurvisie en bouwhoogte) slagen niet.

De uitspraak is echter van groot belang voor de mogelijkheden van onderbouwing van locatiespecifiek onderzoek (bestaande spuitzones i.r.t. een gevoelige bestemming zoals wonen). Daarom gaan we hierna wat specifieker op het oordeel van de Raad van State in. De (geanonimiseerde) uitspraak is als bijlage toegevoegd. Locatiespecifiek onderzoek Het is vaste rechtspraak van de Raad van State dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Op grond van diezelfde rechtspraak is het mogelijk om deze afstand te verkleinen, indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Zoals u weet werd met het bestemmingsplan ‘Broedershof’ de realisatie van vijftig nieuwe woningen gemaakt. Nabij het plangebied liggen gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ waarop onder andere fruit- en/of boomteelt is toegestaan. Op een deel van de aangrenzende gronden wordt een

Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgermeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl

perenboomgaard geëxploiteerd. Verder is op aangrenzende gronden een hobbymatige hoogstamboomgaard aanwezig. De kortste afstand tussen gevoelige functies (gronden met de bestemming ‘Wonen’) en de bestemming ‘Agrarisch’ bedraagt ca. 12 meter. Door een aantal appellanten is aangevoerd dat onvoldoende afstand wordt aangehouden tussen de fruitboomgaarden en de nieuwe woningen. Daarbij is ingebracht dat ten onrechte het rapport “Driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaard bespuitingen” (PRI-rapport 609, mei 2015), van Wageningen University & Plant Research Institute (hierna ‘PRI 2015’) aan het locatiespecifiek onderzoek ten grondslag is gelegd. Omdat bij het plan ‘Broedershof’ de afstanden tussen gevoelige functies en gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ korter is dan 50 meter heeft de initiatiefnemer van het plan een locatiespecifiek onderzoek laten uitvoeren. Daarnaast is dat onderzoek bij de totstandkoming van het bestemmingsplan en naar aanleiding van de beroepen, aangevuld met een nieuw onderzoek en nog een aanvullend adviesrapport. In deze onderbouwing(en) is rekening gehouden met wintervaste windhagen rondom het plangebied, waarvan de aanleg en instandhouding met voorwaardelijke verplichtingen in de planregels is geborgd, met sloten rondom het plangebied en met de overwegende windrichting.

De locatiespecifieke omstandigheden zijn dus bij het bestemmingsplan ‘Broedershof’ uitdrukkelijk in de beoordeling betrokken. Voor de driftreducerende werking van de maatregelen is in het primaire locatiespecifieke onderzoek verwezen naar PRI 2015. De Raad van State overweegt in de uitspraak, onder verwijzing naar eerdere uitspraken, dat PRI 2015 geen deugdelijke grondslag vormt voor een locatiespecifiek onderzoek. Volgens de Raad van State is PRI 2015 voor een belangrijk deel gebaseerd op een niet gepubliceerd, en daarmee niet verifieerbaar rapport, van PRI uit 2014. Het gaat daarbij vooral om de relatie tussen de verspreidingscurve naar de grond die PRI hanteert en de verspreiding naar de lucht. Verder heeft de Raad van State in eerdere uitspraken geoordeeld dat slechts op één afstand (7,5 meter vanaf de laatste bomenrij) is gemeten en dat er lacunes in de kennis bestaan over de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Zoals aangegeven is er, i.v.m. het beroep, door SPA WNP ingenieurs een aanvullend briefrapport overgelegd. In dat rapport is, op basis van een formule uit eerder onderzoek van PRI uit de periode 2008-2012 (‘PRI 2012’), onder toevoeging van drie correctiefactoren, onderbouwd dat een kortere afstand dan 50 meter aanvaardbaar is.

Hoewel de Raad van State deze werkwijze in een eerdere uitspraak heeft aanvaard, komt de Afdeling nu tot het oordeel dat óók het rapport PRI 2012 ondeugdelijk is en niet aan het effect van driftreducerende maatregelen in het locatiespecifiek onderzoek ten grondslag kan worden gelegd. Gelet hierop wordt het bestemmingsplan vernietigd. Conclusie uitspraak De Raad van State komt niet aan de vaste lijn in de rechtspraak dat als vuistregel een afstand van ten minste 50 meter in acht moet worden genomen, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Evenmin wijzigt het uitgangspunt dat op basis van grondig locatiespecifiek onderzoek deze afstand mag worden verkleind. Voor de praktijk is van belang dat het onderzoek PRI 2015 nog altijd niet als grondslag voor locatiespecifiek onderzoek kan dienen, maar dat óók PRI 2012 niet als deugdelijke grondslag voor locatiespecifiek onderzoek geldt (hoewel dit in het verleden wel het geval is geweest). Het is op dit moment niet duidelijk op welke wijze de effecten van locatiespecifieke maatregelen (zoals een windhaag) wél onderbouwd moeten en/of kunnen worden. Tot deze conclusie komt ook de Omgevingsdienst Rivierenland (zie hiervoor de bijlage). Consequentie voor plan ‘Broedershof’ Het bestemmingsplan is vernietigd. Er is dus geen planologische titel voor de bouw van woningen.

Er vindt momenteel onderzoek plaats naar een stedenbouwkundige wijziging van het plan, waarbij voldoende afstand in acht wordt genomen tot de omliggende agrarische gronden. Hierdoor kunnen uiteraard aanzienlijk minder woningen worden gerealiseerd. Door de initiatiefnemer wordt daarnaast onderzocht of er alternatieven mogelijk zijn, bijvoorbeeld in overleg met omliggende grondeigenaren. Over de aanpassing van het (stedenbouwkundig) plan, zullen wij u op een later moment informeren.

Pagina 2 van 3

Z/18/058053/148395

Consequenties voor andere gebiedsontwikkelingen Aangezien niet duidelijk is op basis van welke (wetenschappelijke) inzichten, locatiespecifieke maatregelen kunnen c.q. moeten worden onderbouwd, heeft dit tot gevolg dat ook voor lopende (en toekomstige) gebiedsontwikkelingen vooralsnog moet worden uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. Het in acht nemen van een afstand van 50 meter tussen de grens van de bestemming Agrarisch en de gevoelige functie (zoals de bestemming Wonen). 2. Daarnaast kunnen ook afspraken worden gemaakt, tussen een initiatiefnemer van een gebiedsontwikkeling en de eigenaar en/of gebruiker van het aangrenzende agrarische perceel waarop fruit- of laanboomteelt is toegestaan. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op verwerving van gronden of op het staken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 50 meter. Eventueel kan een dergelijke afspraak worden ondersteund met een planologische maatregel, zoals het vaststellen van een regeling dat geen gebruik kan worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, binnen een bepaalde zone tot de gevoelige functie. Een dergelijk besluit kan evenwel planschadegevoelig zijn. Ook hierover zullen dan dus afspraken gemaakt moeten worden.

Beleidsmatige heroverweging prioritering functies Ten slotte is het ons inziens ook van belang om de bestaande beleidsmatige keuzes opnieuw tegen het licht te houden. In de structuurvisie Neder-Betuwe 2018, ligt binnen het gehele grondgebied (met uitzondering van de uiterwaarden) het primaat bij de ontwikkeling van de laanboomteelt. Dit heeft consequenties voor de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gewenste functies. De uitspraak dwingt ons om te beoordelen of een meer gebiedsgerichte benadering recht kan doen aan de diverse ruimteclaims. Hierbij kan gedacht worden aan een planologische maatregel om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit te sluiten, bijvoorbeeld op gronden die minder geschikt zijn voor de laanboom- en fruitteelt. Wij geven uw raad in overweging om dit aspect, bij de totstandkoming van de omgevingsvisie, uitdrukkelijk te betrekken.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}

{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}

Gerrit Stam Secretaris

Jan Kottelenberg Burgemeester

Bijlagen 1. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak 16-12-2020 2. Memo ODR

Pagina 3 van 3

Z/18/058053/148395

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9888083/1