Regels ontwerp-bestemmingsplan
Tekst van het document
bij sloop van
toegestane aantal woningen 2
1.000 - 2.500 m bedrijfsgebouwen
1 vrijstaande woning van ten hoogste 750 m3
2.500-5.000 m2 bedrijfsgebouwen
2 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 1 woning van ten hoogste 1.500 m3
>5.000 m2 bedrijfsgebouwen
3 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 1.500 m3
3.500 - 20.000 m2 glasopstallen
1 vrijstaande woning van ten hoogste 750 m3
20.000 - 40.000 m2 glasopstallen
2 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 1 woning van ten hoogste 1.500 m3
>40.000 m2 glasopstallen
3 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 1.500 m3
e.
f.
per woning ten hoogste één bijgebouw wordt toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 75 m2, met dien verstande dat, indien het bij de woning behorende, direct aansluitende perceel een omvang heeft van tenminste 1 ha, het totale oppervlak van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2 per woning; de nieuwbouw dient plaats te vinden in de directe nabijheid van het reeds aanwezige hoofdgebouw, waarvan kan worden afgeweken indien op basis van een advies van een onafhankelijke stedebouwkundige of landschappelijk deskundige is gebleken dat de bouw van (een) woning(en) in de directe nabijheid onevenredige afbreuk doet aan de ruimtelijke en/of landschappelijk waarden ter plaatse en dat nieuwbouw op een andere locatie vanuit het oogpunt van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit de voorkeur verdient;
Bestemmingsplan Dodewaard, Bonegraafseweg ong.
25
g.
h.
i. j. k.
l.
9.8
het gestelde in dit artikellid geldt ook indien sprake is van saldering van mogelijkheden op meerdere percelen, tot een maximum van 2 percelen, met dien verstande dat: 1. per perceel minimaal 250 m2 aan bedrijfsgebouwen danwel minimaal 1.000 m2 glasopstanden moet worden gesloopt; 2. voor elk perceel geldt dat alle aanwezige bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt; 3. de vervangende nieuwbouw dient gebouwd te worden op het perceel waar dat uit ruimtelijk oogpunt het meest wenselijk is; in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de gewenste beeldkwaliteit van de nieuw te realiseren bebouwing, waaruit blijkt op welke wijze voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke en stedebouwkundige inpassing in de omgeving en de daarmee samenhangende gewenste verschijningvorm van de bebouwing en waaruit tevens blijkt, in het geval de nieuw te realiseren bebouwing niet in de directe nabijheid van de te slopen bedrijfsgebouwen tot stand komt, waarom hieraan niet kan worden voldaan; de beoogde woonfunctie geen ontwikkeling tot gevolg heeft waarop de bestaande nutsvoorzieningen, wegen en parkeervoorzieningen niet zijn afgestemd; de bedrijfsontwikkeling van agrarische en/of andere bedrijven in de omgeving niet onevenredig wordt belemmerd; de wijziging geschiedt door het voor zover nodig verwijderen van de bestaande bestemming en door het opnemen van de nieuwe bestemming(en), tenminste
het verwijderde gedeelte volledig betreffende en, voor zover nodig, het geven van regels; in het plan van wijziging inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, archeologische waarden, flora en fauna, geluidhinder ten gevolge van wegverkeer en/of spoorwegverkeer, hemelwaterretentie en financieel-economische uitvoerbaarheid en is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd.
Nieuwe natuurgebieden
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten aanzien van de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - 2 voor het aanwijzen van een nieuw natuurgebied, indien en voor zover: a. b. c. d.
e.
26
de wijziging geschiedt op verzoek van de eigenaar van de desbetreffende gronden; de gronden vrij zijn van pacht; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan belangen van agrarische bedrijven in de directe omgeving; de wijziging geschiedt door het aanwijzen van de gronden voor de bestemming 'Natuur',waarbij de gronden zo nodig worden voorzien van een aanduiding met betrekking tot de in stand te houden, de te herstellen en de te ontwikkelen natuurwaarden en landschappelijke waarden; de natuur- en landschappelijke waarden die nader worden aangeduid een relatie hebben met de waarden die in het plan zijn toegekend aan de agrarische bestemming van het aangrenzende gebied.
Bestemmingsplan Dodewaard, Bonegraafseweg ong.
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
10.1
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning dan wel een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gaan.
10.1.2
Inhoud van een bouwwerk
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen, voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1.1 met maximaal 10%. 10.1.3
Bestaande bouwwerken
Het bepaalde in lid 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1
Bestaande bouwwerken
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3
Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, als bedoeld in lid 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4
Strijdig gebruik bestaande bebouwing
Het bepaalde in lid 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Bestemmingsplan Dodewaard, Bonegraafseweg ong.
27
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Dodewaard, Bonegraafseweg ong.'.
28
Bestemmingsplan Dodewaard, Bonegraafseweg ong.