REG-3 - Bijlage - Evaluatie 2022-2024
Tekst van het document
Bijlage 1 Evaluatie Regionaal Stimuleringsfonds Managementsamenvatting Het Regionaal Stimuleringsfonds (RSF) is een bewezen en onderscheidend instrument om de economische ambities van Regio Rivierenland kracht bij te zetten. In 2024 is het signaal binnen gekomen dat enkele deelnemende gemeenten van het Regionaal Stimuleringsfonds (RSF) vanaf 2026 niet meer willen of kunnen deelnemen. Naar aanleiding van dit signaal heeft het AB (d.d. 11 december 2024) verzocht om de evaluatie van het RSF naar voren te trekken. Aanvankelijk zou de evaluatie van het RSF onderdeel zijn van de algehele evaluatie van het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 Echter, dat proces sluit niet goed aan op de P&C-cyclus van de gemeenten die een nieuwe gemeentelijke bijdrage voor het RSF willen opnemen in de meerjarenbegroting. De evaluatie is uitgevoerd en treft u in de bijlage aan. De hoofdconclusies van deze evaluatie zijn: - Kennis te nemen van het multiplier effect: In totaal is het investeringsbedrag van de initiatiefnemers € 4.762.704,-. Het RSF heeft een bedrag van € 976.490,- bijgedragen aan haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten. Dit is een multiplier van 4,9 voor elke euro. - Het RSF kan worden ingezet als cofinancieringsmiddel en opent deuren.
- Het RSF zorgt voor extra investeringen binnen onze regio en een multiplier effect - Het RSF draagt bij aan het realiseren van de regionale economische ambities. - Er zijn in de periode 2022 - 2024 35 projecten gehonoreerd, waarvan 11 haalbaarheidsstudies en 24 uitvoeringsprojecten. - Er zijn minder projecten ingediend, maar de multiplier is ten opzichte van het RIF van 4,4 gestegen naar 4,9 - Het RSF is efficiënt en onafhankelijk. Naast de cijfermatige analyse is er voor deze evaluatie gesproken met penvoerders van projecten, de Economic Board en het Stimuleringsfonds van Metropoolregio Eindhoven. Op basis van deze gesprekken, aangevuld met de opmerkingen tijdens de collegedag op 22 november 2024 zijn de aanbevelingen voor het RSF: 1. De bijdrage van 2 euro per inwoner vanaf 2026 tot en met 2031 te blijven continueren; 2. In het proces van totstandkoming van het nieuwe Regionale Economisch Ambitiedocument 2026 - 2031 de ontwerpprincipes van het RSF te heroverwegen. Aanleiding en aanpak van de evaluatie Deze evaluatie van het Regionaal Stimuleringsfonds komt voort uit de opdracht van het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland (d.d. 11 december 2024). Het RSF is een belangrijk financieel stimuleringsinstrument voor het aanjagen en realiseren van initiatieven voor de realisatie van de regionale economische ambities.
Aanvankelijk zou de evaluatie van het RSF onderdeel zijn van de algehele evaluatie van het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 Echter, dat proces sluit niet goed aan op de P&C-cyclus van de gemeenten die een nieuwe gemeentelijke bijdrage voor het RSF willen opnemen in de meerjarenbegroting. De evaluatie van het RSF bestaat uit een kwantitatieve analyse van de ontvangen aanvragen uit de jaren 2022 t/m 2024, aangevuld met een analyse van de toegekende- en uitbetaalde middelen uit het fonds tot en met 3112-2024. In aanvulling op de cijfermatige analyse van de projecten en financiën, zijn er diverse inhoudelijke gesprekken gevoerd met betrokkenen bij het RSF. Zo zijn er onder andere gesprekken gevoerd met penvoerders van projecten aangaande de werkwijze & dienstverlening vanuit het fonds. Ook heeft er een extra bijeenkomst van de Economic Board (adviseert inhoudelijk over toekenning van ingediende projecten) plaatsgevonden op 17 oktober met betrekking tot de strategische positionering en toegevoegde waarde van het fonds. Tot slot heeft er in augustus 2024 een kennisuitwisseling plaatsgevonden tussen de regio’s Rivierenland en het ‘Stimuleringsfonds’ van Metropoolregio Eindhoven (MRE), dat voornamelijk in het teken stond van het reflecteren op de gehanteerde werkwijze van het fonds, subsidievoorwaarden en de verankering in de regionale governance.
Leeswijzer Deze evaluatie beschrijft de prestatie en meerwaarde van het Regionaal Investeringsfonds vanuit drie perspectieven. Allereest wordt vanuit strategisch perspectief de meerwaarde – en noodzaak- van een gezamenlijk instrument als het RSF beschreven. Het daarop volgende hoofdstuk analyseert de prestaties van het fonds vanuit een operationeel perspectief. Dit hoofdstuk beschrijft onder andere het aantal ontvangen aanvragen en de verdeling van haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten. Het derde hoofdstuk presenteert op welke wijze investeringen van het RSF op meerdere vlakken een ‘mulitplier’ realiseren. Het vierde hoofdstuk evalueert het RSF aan de hand van een sterkte zwakte analyse. Het voorlaatste hoofdstuk werkt een aantal ontwikkelrichtingen uit en beschrijft een aantal relevante ontwerpprincipes voor doorontwikkeling van het REA en het RSF. Tot slot volgen de conclusies en aanbevelingen met de betrekking tot de positionering en meerwaarde van het stimuleringsfonds.
1
Doel van het RSF Het RSF is als opvolger van het Regionaal Investeringsfonds (RIF) ingesteld om met een financiële bijdrage de realisatie van de economische ambities opgenomen in het REA te stimuleren. Hierbij geldt het motto dat een sterke regio uitstraalt op de aan de regio deelnemende gemeenten en daar op diverse vlakken voordeel van hebben. Naast het feit dat diverse initiatieven al tot mooie resultaten hebben geleid, heeft het RSF ook gezorgd dat er veel in de regio is geïnvesteerd. Daarnaast is er een uniek begeleidings- en beoordelingsproces opgezet waar met een onafhankelijke Economic Board op een transparante en deskundige wijze over de bijdragen wordt geadviseerd aan het bestuur van de regio.
1. Strategische meerwaarde van het RSF
Het RSF kan worden ingezet als cofinancieringsmiddel en opent deuren
Het RSF is al meerdere malen als cofinanciering ingezet, bijvoorbeeld bij de Regiodeal en het subsidieprogramma LEADER om zo geld met geld te maken die bijdragen aan brede welvaart. Gelet op de landelijke ontwikkeling van ‘Elke regio Telt’ wordt het voor gemeenten steeds belangrijker om regionale fondsen en subsidies aan te boren vanuit andere overheden (Europa, Rijk, provincie) en publiek-private investeringsfondsen. De opgaven worden complexer en lokaal-overstijgend en vragen om investeringen die de lokale schaal en mogelijkheden van lokale overheden te boven gaan, zeker gelet op het ‘ravijnjaar’. Bovendien moet er in de komende jaren een Regionale Investerings Agenda (RIA) ontwikkeld worden. Niet alleen gemeenten, maar ook ondernemers, organisaties, fondsen en subsidiebronnen spelen een belangrijke rol in de totstandkoming (en financiële slagkracht) van deze agenda. Immers, Investeringen vanuit een regionaal stimuleringsfonds zoals het RSF verleidt ook andere partijen mee te investeren in de regio. Juist voor de komende periode is het behouden van een bestaand en tastbaar regionaal instrument als RSF een makkelijke onderbouwing van de regionale gezamenlijke investering die gemeenten met elkaar plegen. En dat bewijs is vaak nodig is om andere noodzakelijke geldstromen te genereren.
Op het moment dat er andere, grotere geldstromen gegenereerd moeten worden en er moet snel een onderbouwing aangeleverd worden dat gemeenten op bepaalde thema’s samen al investeren dan kost het ambtelijke, lokale capaciteit en tijd om dit op de feitelijk juiste manier in kaart te brengen en tijdig aan te tonen, leert de ervaring. Tijd en capaciteit die er soms niet is. Met het hebben van een regionaal Stimuleringsfonds wordt dit risico minder groot. De strategische meerwaarde van het hebben en houden van een RSF zit in het aantrekken van grotere subsidies en fondsen van andere overheden (en in de toekomst mogelijk van andere partners). Zonder een regionaal publiek fonds waar alle gemeenten in investeren, was dit de afgelopen periode niet gelukt. Het RSF wordt gezien als een tastbaar bewijs dat acht kleinere gemeenten meer doen dan samen optrekken en afstemmen. Een regionaal publiek fonds laat andere overheden en investeerders zien dat gemeenten bereid zijn om lokale middelen vrij te maken voor het regionaal belang en slagkracht. In de aanloop naar de vorige Regio Deal van 2020 werden er bij het Rijk ambtelijk twijfels geuit in hoeverre een kleinere regio zonder grote centrumgemeente wel voldoende in staat was om een groot traject als een Regio Deal aan te kunnen, zowel strategisch als qua uitvoering.
Het hebben van een Gemeenschappelijke Regeling en het Regionaal Stimuleringsfonds trok het Rijk ambtelijk over de streep. Daarmee is het RSF een bewezen en onderscheidend regionaal lobbyinstrument voor Rivierenland. Het gaat er uiteindelijk minder om wat alle gemeenten er gezamenlijk middelen instoppen, maar dat alle gemeenten in Rivierenland er middelen instoppen. Het RSF geeft in dit kader een positieve uitstraling en biedt meerwaarde door bij te dragen aan public affairs en lobby, waardoor onze regio een grotere naamsbekendheid en beleidsaandacht krijgt en deuren open gaan.
Het RSF zorgt voor extra investeringen binnen onze regio en een multiplier effect
Zoals hiervoor beschreven, blijkt het hebben van een gezamenlijk investeringsfonds van groot belang om andere subsidiestromen zoals de Regiodeal en LEADER naar de regio te halen.
Multiplier van 4,87
Met het budget van het RSF wordt een multiplier van 4,87 gerealiseerd. In totaal is er een bedrag van € 976.490,- vanuit het RSF bijgedragen. Dit levert uiteindelijk een investeringsbedrag van € 4.762.704,- op.
Van RSF naar Leader
In 2022 en 2023 is het RSF geld niet helemaal besteed. In de AB vergadering van 3 juli 2024 is besloten tot een budgetoverheveling van het RSF naar Leader voor een bedrag van € 275.309. Zo is de cofinanciering vanuit de gemeenten meerjarig geregeld en drukt dit niet op de gemeentelijke begrotingen. Met deze cofinanciering komt er bedrag van € 1.196.997 vrij voor projecten in het subsidieprogramma LEADER. Door deze constructie komt dit
2
neer op een multiplier van 4,3, los van het feit dat projecten in het LEADER programma ook nog moeten cofinancieren wat ook een extra multiplier oplevert.
RSF als cofinanciering voor de Regio Deal
Middelen vanuit het RSF kunnen worden ingezet als lokale of regionale cofinanciering, waardoor mede overheden ook investeren in deze regio. Zo wordt met geld nog meer geld opgehaald. Bijvoorbeeld, in het kader van de Regiodeal 3e tranche werd in totaal één miljoen euro als cofinanciering van de gemeenten ingebracht, waardoor er vanuit de Regiodeal ook 1 miljoen bij is gelegd. Hiermee is het ‘Bonusjaar’ 2021 gefinancierd (zie ook ‘terugblik op 4 jaar RIF’ uit april 2021. Hierdoor heeft het RIF gedurende 5 jaren projecten kunnen subsidiëren, terwijl gemeenten maar voor 4 jaar een gemeentelijke bijdrage hebben gedaan. Ook in het proces van de huidige aanvraagprocedure van de nieuwe Regiodeal is er de mogelijkheid om de middelen uit het RSF in te zetten als cofinanciering voor de Regiodeal, waardoor er vanuit de rijksoverheid een bijdrage wordt verstrekt in de cofinanciering. Met het RSF als cofinanciering kunnen we dit bedrag verdubbelen welke dan ingezet kan worden voor de programma’s uit de regiodeal. Wanneer het RSF vervalt zal vanuit de gemeentelijke begrotingen alsnog cofinanciering gevonden moeten worden.
Het RSF draagt bij aan het realiseren van de regionale economische ambities
De haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten dragen bij aan de doelen en opgaven van het Regionaal Economisch Ambitiedocument. Er zijn in de periode 2022 - 2024 35 projecten gehonoreerd, waarvan 11 haalbaarheidsstudies en 24 uitvoeringsprojecten. Innovatie is een belangrijk criterium voor de honorering. RSF versnelt en versterkt. Door de bijdrage vanuit het RSF kunnen MKB bedrijven sneller tot nieuwe innovaties komen en worden ideeën uitgewerkt. Het innoverend vermogen neemt hierdoor toe. Een ander criterium is de vorm van samenwerking. Bij de haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten dienen aanvragers te melden met wie zij samenwerken, bijvoorbeeld andere ondernemers, onderwijs of anderszins. Dit bevorderd de samenwerking tussen partijen en bevorderd tevens de kennisuitwisseling. Vanuit het RSF zijn via haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten ondersteuning gegeven aan kennisclusters. Voorbeelden hiervan zijn de kenniswerkplaats Bodem TCO en Logistieke Campus.
Het RSF is efficiënt en onafhankelijk
Zoals aan het begin van dit hoofdstuk gesteld, is het hebben van een gezamenlijk publiek fonds van meerwaarde in het aantrekken van investeringen en subsidies van anderen. Tegelijkertijd is het hebben van een gezamenlijk fonds ook efficiënt, omdat ambtelijke capaciteit en overheadkosten, voor onder andere promotie en administratie van het fonds, kunnen worden gedeeld met de andere gemeenten in de regio. Bovendien worden de ingediende aanvragen bij het RSF beoordeeld door een onafhankelijke adviescommissie – de Economic Board- bestaande uit leden van binnen en buiten de regio, die vanuit een regionaal perspectief de haalbaarheid en bijdrage aan de regionale opgave beoordelen. In haar advies wegen nemen zij ook de mate van innovatie en regionale samenwerking mee. Immers, als het regent in de ene gemeente, dan druppelt het ook in de omliggende gemeenten. 2. Cijfermatige analyse van het RSF Het Regionaal Stimuleringsfonds heeft als doel om middels subsidie te stimuleren dat de ambities uit het Regionaal Economisch Ambitiedocument worden bereikt.
Aanvragen en slagingspercentage
3
Gedurende de looptijd van het RSF zien we een terugkerend patroon waar het gaat om het aantal aanvragen: in de eerste ronde van het jaar worden er meer aanvragen ingediend dan in de tweede ronde van het jaar. Over het algemeen moet worden vastgesteld dat het aantal ingediende aanvragen in de afgelopen 3 jaar (2022 t/m 2024) lager ligt dan de 3 jaren daarvoor. Een verklaring hiervoor ligt in de verwerking van de corona-crisis, waarbij ondernemers meer de focus legde op de lopende bedrijfsactiviteiten en minder aandacht hadden voor innovatieprojecten.
Aanvragen en slagingspercentage RSF 14
80%
12 60%
10 8
40%
6 4
20%
2 0
0% 2022
2023R1
2023R2
2024R1
2024R2
totaal gehonoreerd Over dezelfde periode is het percentage gehonoreerde projecten onverminderd hoog total ingediend gebleven. In de afgelopen 5 rondes lag het % succesvolle aanvragen RSF slagingspercentage van een aanvraag tussen de 60% en 75%. Het organiseren van zogenaamde ‘inloopavonden’, waarop initiatiefnemers tijdens het proces van indienen van de aanvraag in gesprek konden met leden van de Economic Board, heeft de kwaliteit van de projectaanvragen (en daarmee de slagingskans) sterk verbeterd.
Haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten
In de eerste drie jaar van het RSF is er elke ronde van het RSF een constant aantal uitvoeringsprojecten dat een bijdrage ontvangt vanuit het fonds. Van de 35 gehonoreerde projecten ging het in 11 gevallen om een haalbaarheidsstudie (31%) de overige 24 projecten betreffen uitvoeringsprojecten (69%). Het aantal gehonoreerde haalbaarheidsstudies varieerde gedurende de looptijd van het RSF. Het slagingspercentage bij haalbaarheidsstudies (73%) lag hoger dan bij de uitvoeringsprojecten (65%).
7
Haalbaarheidsstudie
6
uitvoeringsproject
5
4 3 2 1 0 2022
2023R1
2023R2
2024R1
2024R2
Verdeling van de projecten over de speerpunten
In het aanmeldformulier van haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten kunnen de aanvragers zelf aangeven op welk van de speerpunten (en meer specifieke de opgaven uit het REA) het project betrekking heeft. Uit de analyse van de verdeling van de projecten over de speerpunten valt op dat ongeveer de helft van de projecten betrekking heeft een combinatie van meerdere (of alle) speerpunten. Voorbeelden van projecten die alle speerpunten raken zijn: MKB-Diensten rondom Verduurzaming/Circulariteit en/of energiebesparing. Ook projecten rondom het FruitCorso en de ‘Toekomsttraining’ van scholieren in het gebied zijn zogenaamde ‘Crossovers’ tussen de economische speerpunten. Tot slot moet worden opgemerkt dat projecten die binnen één van de speerpunten vallen, vaak uit de Agribusiness (innovatie teelttechniek) en Recreatie en Toerisme (Regiopromotie) komen.
Resultaten RSF projecten
Omdat RSF projecten volgens de subsidieverordening een maximale looptijd hebben van 3 jaar, is een groot deel van de reeds gestarte projecten nog in de uitvoeringsfase. Bovendien wordt bij de toekenning van de RSF bijdrage -indien gewenst- een voorschot van 80% van het toegekende bedrag uitbetaald. In alle gevallen wordt bij vaststelling van de toegekende subsidie beoordeeld of de afgesproken activiteiten zijn uitgevoerd, alvorens de laatste restantbetaling (20%) wordt uitgekeerd. Een aanvraag van tussentijdse wijziging van het ingediende projectvoorstel, of geen/onvoldoende uitwerking van de verplichte rapportages kunnen van invloed zijn op de hoogte van de afsluitende restantbetaling. Vanwege het feit dat de meeste RSF-projecten nog in uitvoering zijn én de uiteindelijke bijdrage vanuit het RSF pas na afronding van het project wordt vastgesteld, maakt dat op dit moment nog niet met zekerheid is vast te stellen wat de financiële prestaties van het stimuleringsfonds zullen zijn. Tot en met het jaar 2024 is 86.8% van het beschikbare RSF budget toegekend aan de (in totaal 35) gehonoreerde projecten. 2. Financiën RSF
4
Algemeen
Het Regionaal Stimuleringsfonds wordt gevoed vanuit een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage van €2 per inwoner. Dit leverde jaarlijks een bedrag op van ongeveer € 500.000, wat evenredig verdeeld wordt over een voorjaarsronde en een najaarsronde. Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland stelt hiervoor een subsidieplafond vast. De niet toegekende middelen uit het fonds in het jaar 2022 worden, samen met de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage, toegevoegd aan het subsidieplafond voor 2023. Ook in 2024* en 2025 wordt op deze wijze het subsidieplafond (en daarmee het maximaal uit te keren bedrag vanuit het RSF) vastgesteld. *op 19 februari 2024 besluit het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland om de niet bestede RSF-middelen uit 2023 niet toe te voegen aan het subsidieplafond voor het jaar 2024, omdat er in het kader van het subsidieprogramma LEADER nog wordt gezocht naar financiële dekking voor het deel gemeentelijke bijdrage voor het LEADER-programma. Op 3 juli 2024 wordt door het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland een besluit genomen om de gemeentelijke bijdrage in het kader van het LEADER-programma te bekostigen vanuit de beschikbare middelen van het RSF. Omdat de gemeente West Maas en Waal wel bijdraagt aan het RSF, maar geen deel uitmaakt van het LEADER gebied Rivierenland, ontvangt de gemeente eenmalig een teruggave vanuit het stimuleringsfonds.
Multiplier van RSF bijdrage in projecten
Volgens de subsidieverordening van het RSF is de bijdrage vanuit het stimuleringsfonds altijd een deel van de totale projectfinanciering. In het geval van een haalbaarheidsstudie kan de maximale bijdrage oplopen tot 50% van het totale bedrag, bij een uitvoeringsproject maximaal 25%. Vaak is er naast de bijdrage van het RSF sprake van investering door de onderneming/stichting zelf én investering door betrokken projectpartners. In een aantal gevallen is er ook sprake van het combineren van landelijke/provinciale subsidies binnen een RSF-project. Kijkend naar het totaal van de begrote projectomvang van alle gehonoreerde RSF-projecten, dan is de gezamenlijke investering van al deze partijen € 4.762.704,-. Het gedeelte dat vanuit het RSF is gefinancierd is in totaal € 976.490,-. In procenten uitgedrukt is de gemiddelde bijdrage vanuit het RSF 21% van het totale project. Ruim onder het maximale aandeel zoals vastgelegd in de subsidieverordening. Dit betekent dat de investeringen vanuit het Regionaal Stimuleringsfonds een financiële multiplier kent van 4.87! dat wil zeggen dat elke euro die vanuit het RSF wordt geïnvesteerd, er € 3.87 door andere partijen wordt geïnvesteerd in deze regio. Daar komt bij dat er tijdens de beoordeling van de projecten door de Economic Board extra gewicht wordt gehangen aan projecten die een regionaal effect, of regionale spin-off hebben.
Hiermee wordt gewaarborgd dat de investeringen vanuit het RSF (maar dus ook van de andere partijen) ook daadwerkelijk in deze regio terechtkomen. In vergelijking met het RIF, de voorloper van het RSF, is de financiële multiplier gestegen van 4.4 naar 4.9. Een van de verklaringen hiervoor is het relatief grote aantal uitvoeringsprojecten dat mede mogelijk wordt gemaakt met een bijdrage van het RSF. De stijging van de financiële multiplier laat zien dat het RSF effectiever investeert in innovatie en regionale samenwerking in vergelijking met het RIF. 4. Sterkte-zwakte-analyse van het RSF Een veelgebruikte techniek om de effectiviteit en meerwaarde van een instrument -zoals het RSF- in kaart te brengen, is de zogenaamde SWOT-analyse (ook wel sterkte-zwakteanalyse genoemd). In dit model wordt gekeken naar zowel interne als externe factoren die van invloed zijn op het functioneren van het instrument. Hiervoor worden Bij een SWOT-analyse achtereenvolgens de Strengths (sterktes) Weaknesses (zwaktes) Oportunities en (kansen) Threaths (bedreigingen) in kaart gebracht. Sterktes Het hebben van een regionaal fonds heeft in de afgelopen jaren niet alleen laten zien dat gemeenten in Rivierenland een sterke samenwerking kennen, het heeft er ook voor gezorgd dat er met een gemeentelijke bijdrage ook externe (co-)financiering vanuit het Rijk en vanuit Europa naar deze regio wordt gehaald.
Bovendien levert het RSF een belangrijke bijdrage aan innovatie en economische samenwerking binnen de regio en leveren de investeringen van het RSF een mutiplier op van 4.9. dat wil zeggen dat met een bijdrage van €976.490 vanuit het RSF hebben geleid tot een totale investering van €4.762.704 in onze regio. Tot slot geeft het RSF op een kostenefficiënte wijze invulling aan de lokale en regionale ambitie op het gebied van economische ontwikkeling en innovatie. Door de adviesrol van een onafhankelijke Economic Board die de projecten toetst op de bijdrage aan de economische speerpunten, is transparante en onafhankelijke beoordeling geborgd. Zwaktes Zwakke punten van het Regionaal Stimuleringsfonds zijn dat het fonds onvoldoende in staat is om zijn toegevoegde waarde onder de aandacht te brengen bij de gemeenten die het fonds voeden. Daarnaast leidt het
5
teruglopend aantal projectaanvragen tot een onderbesteding van de beschikbare middelen. Het RSF is in de afgelopen jaren niet volledig in staat geweest om vanuit haar doelgroep (innovatieve bedrijven of stichtingen/verenigingen) voldoende geschikte aanvragen te ontvangen. Bovendien zijn tijdens de evaluatie signalen binnengekomen dat potentiële aanvragers het aanvraagproces (te) complex vinden. De regels van de subsidieverordening, het aanvraagformulier en de administratieve lasten van een RSF project staan volgens enkele ondernemers niet in verhouding tot de bijdrage die vanuit het fonds kan worden verkregen. Om tijdens het proces van het schrijven van de subsidieaanvraag potentiële initiatiefnemers te ondersteunen, worden er vanaf 2023 bij elke ronde zogenaamde ‘inloopavonden’ georganiseerd, waarbij intitiatiefnemers vooraf in gesprek kunnen gaan met de Economic Board over hun mogelijke projectaanvraag. De gesprekken tijdens de inloopavond worden gewaardeerd door zowel de initiatiefnemers als de Economic Board en dragen bij aan de kwaliteit van de ingediende aanvragen. In aanvulling op het voorgaande is het in de afgelopen jaren lastig gebleken om de toegevoegde waarde van de gerealiseerde projecten en het effect op de gestelde doelen te meten.
Dit leidt ertoe dat er wel te becijferen is hoeveel projecten er met het RSF mogelijk zijn gemaakt, maar niet aan te tonen is wat de effecten van (een of een combinatie van) projecten zijn op onze regionale opgaven. Een van de weinige resultaten die wel meetbaar zijn, zijn van financiële aard. Bijvoorbeeld de financiële multiplier (zie alinea Sterktes), die de effectiviteit van de ingezette middelen weergeeft. Op de inhoudelijke opgaven zoals beschreven in het REA weten we in beperkte mate DAT een RSF project een bijdrage levert, maar we weten niet precies wat/hoe groot het effect is geweest. Dit leidt er mede toe dat betrokkenen bij het RSF beperkt in staat zijn om de toegevoegde waarde van het RSF bij gemeenten onder de aandacht te brengen. Kansen Kansen voor het beter functioneren van het RSF ligt enerzijds in het beter bekendmaken van het RSF en de projecten die het mede mogelijk heeft gemaakt bij de gemeenten. Dit zou kunnen door zogenaamde ‘ambassadeurs’ (denk aan leden van de Economic Board, bestuurders/ambtenaren van gemeenten, projectleiders van eerdere RSF projecten) beter in stelling te brengen om gemeenten, ondernemers, stichtingen verenigingen te informeren over het bestaan en de werking van het RSF.
Daarnaast zou een aanpassing aan het fonds zelf (bijvoorbeeld in de subsidievoorwaarden) ertoe kunnen leiden dat het indienen van een aanvraag bij het RSF voor een grotere doelgroep aantrekkelijk wordt. Daarbij zou nader uitgewerkt moeten worden of de koppeling met de economische speerpunten en opgaven nog wenselijk is, of dat het aandeel subsidiebijdrage ten opzichte van het totale projectbudget zou moeten stijgen of dalen. Een laatste kans voor een grotere meerwaarde van het RSF zou kunnen zijn om in de doelstellingen van het fonds ook de mogelijkheid op te nemen om met de reeds opgehaalde gemeentelijke bijdrage cofinanciering bij andere partijen aan te vragen. Dit is bijvoorbeeld bij de Regiodeal 3e tranche en LEADER al eerder gelukt, maar kwam toen voort uit aanvullende besluitvorming in het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland. Door de positionering en subsidievoorwaarden van het fonds aan te passen, zou deze aanvullende besluitvorming dan in de toekomst niet meer nodig zijn. Bedreigingen Een van de bedreigingen voor het functioneren van het RSF is dat de bekendheid en meerwaarde van het fonds verder uit beeld van de gemeenten en de doelgroep verdwijnt, waardoor er onvoldoende draagvlak is bij gemeenten om het fonds langer door te zetten.
Een factor die daarbij een rol speelt, is dat het fonds optimaal functioneert als alle gemeenten in dezelfde mate bijdragen aan en profiteren van het fonds. Wanneer deze verhoudingen voor langere tijd uit verhouding zijn, kan dit het voortbestaan van het RSF bedreigen. Een andere ontwikkeling die het voortbestaan van het RSF kan bedreigen is dat de aanvragen die binnenkomen opdrogen en er geen projecten meer ingediend worden bij het RSF. Dit zou enerzijds kunnen omdat de doelgroep andere subsidieregelingen of fondsen benaderen met projecten of dat door de subsidievoorwaarden de ingediende projecten niet (kunnen) worden gehonoreerd. Sterktes RSF als cofinancieringsinstrument opent deuren (zoals LEADER en Regiodeal) RSF zorgt voor innovatie en samenwerking in deze regio RSF kent financiële multiplier → van €900.000 maak je €4.700.000 RSF is efficiënt en onafhankelijk
-
Zwaktes Beschikbare middelen worden niet volledig benut Onbekendheid over toegevoegde waarde RSF bij gemeenten Behoudens financiële multiplier is de bijdrage aan economische opgaven kwalitatief moeilijk meetbaar Doelgroep vindt aanvraagproces complex en is lastig te bereiken
-
Kansen -
Sterkere invulling ambassadeursrol Meetbare prestatie-indicatoren (kan maatschappelijke impact vergroten) Onderzoek naar positionering van het RSF t.o.v. REA Nieuwe doelgroep aanspreken met fonds 6 Meer proactief investeren in regionale opgaven Door RSF meer kans op cofinanciering
Bedreiging -
Onvoldoende bekendheid en kennis van- leidt tot minder draagvlak bij gemeenten Niet elke gemeenten doet in gelijke mate mee RSF wordt minder goed gevonden door bedrijven die willen innoveren (voorwaarden) Lokale belangen wegen zwaarder dan regionaal effect
5. Ontwerpprincipes van REA 2026-2031 & RSF
Advies EB over positionering RSF
Naast het inhoudelijk adviseren van het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland over de toekenning vanuit het RSF, is het evalueren van de aanvraagprocedure en reflecteren op de positionering van het RSF een vast onderdeel van de tweejaarlijkse bijeenkomst van de Economic Board. Ook binnen de Economic Board zijn in het afgelopen jaar een aantal van bovenstaande punten gesignaleerd. Dit heeft ertoe geleid dat er op 17 oktober 2024 een extra bijeenkomst van de Economic Board heeft plaatsgevonden om te reflecteren op de ‘positionering en meerwaarde’ van het fonds. De Economic Board constateert dat in de acht jaar dat het RIF en zijn opvolger RSF bestaan, de omgeving waarin het fonds opereert sterk is veranderd: opgaven zijn complexer geworden en er is sprake van meer regionale samenwerking (met meer/andere O’s). Daarnaast zijn er een aantal regionale kennisclusters voortgekomen uit deze regionale samenwerking door middel van incidentele/projectmatige subsidies, maar het organiserend vermogen van deze kennisclusters is in structurele zin een zorg en ondersteuning lijkt nodig. De Economic Board adviseert gemeenten om als gezamenlijke opdrachtgevers van het RSF opnieuw in gesprek te gaan over de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het fonds.
Hierdoor is het fonds zowel van meerwaarde lokale ondernemers die innoveren als aan regionale opgaven die gezamenlijke investeringen vraagt van gemeenten.
Ontwerpprincipes REA 2026 - 2031
Op dit moment lopen de voorbereidingen voor het bredere evaluatietraject van het Regionaal Economisch Ambitiedocument. In dit evaluatietraject zullen meerdere gespreksrondes plaatsvinden. Op dit moment is het RSF via zijn subsidieverordening verbonden aan het Regionaal Economisch ambitiedocument. Dit betekent dat de looptijd en inhoudelijke focus van het RSF wordt bepaald door de ontwerpprincipes zoals deze zijn vastgelegd in het huidige economisch ambitiedocument. Het ligt voor de hand om eventuele inhoudelijke wijzigingen van het RSF mee te nemen het proces van evaluatie en doorontwikkeling van het economisch ambitiedocument. Keuzes die worden gemaakt met betrekking tot de toekomstige inhoudelijke focus komen voort uit gesprekken die zijn gevoerd met diverse stakeholders. Op basis van gesprekken met penvoerders van RSF projecten, de Economic Board en de input van de Collegedag op 22 november 2024 dienen de volgende ontwerpprincipes verder uitgewerkt te worden in het proces van evaluatie en doorontwikkeling van het REA 2026-2031 & RSF: -
Dient het RSF enkel gekoppeld te zijn aan de economische ambities van de regio, of vanuit een breder perspectief (gebiedsagenda/RIA)? Passen de subsidievoorwaarden van het RSF nog wel bij de projecten die we als regio mede mogelijk willen maken of willen we dit verbreden naar regionale opgaven? Is een maximale looptijd van 3 jaar nog wenselijk gezien de steeds complexer wordende opgaven die we middels regionale investeringen willen aanpakken? Is het wenselijk om vanuit de middelen van het RSF regionale kennisclusters op een structurele wijze te ondersteunen?
7
6. Conclusies en aanbevelingen Aan de hand van deze evaluatie kunnen de volgende conclusies worden getrokken: - Kennis te nemen van het multiplier effect: In totaal is het investeringsbedrag van de initiatiefnemers € 4.762.704,-. Het RSF heeft een bedrag van € 976.490,- bijgedragen aan haalbaarheidsstudies en uitvoeringsprojecten. Dit is een multiplier van 4,9 voor elke euro. - Het RSF kan worden ingezet als cofinancieringsmiddel en opent deuren. - Het RSF zorgt voor extra investeringen binnen onze regio en een multiplier effect - Het RSF draagt bij aan het realiseren van de regionale economische ambities. - Er zijn in de periode 2022 - 2024 35 projecten gehonoreerd, waarvan 11 haalbaarheidsstudies en 24 uitvoeringsprojecten. - Er zijn minder projecten ingediend, maar de multiplier is ten opzichte van het RIF van 4,4 gestegen naar 4,9 - Het RSF is efficiënt en onafhankelijk.
Aanbevelingen: 1. 2.
Het RSF als instrument te behouden en de gemeentelijke bijdrage van €2,- aan het fonds te continueren voor de periode 2026-2031. In het proces van totstandkoming van het nieuwe Regionale Economisch Ambitiedocument 2026 - 2031 de ontwerpprincipes van het RSF te heroverwegen.
8