REG-12 - Nieuwe conceptversie regio-arrangement FruitDelta
Tekst van het document
Regio FruitDelta Rivierenland zet in op meer aanbod (verblijfs- en dagrecreatie) binnen de verhaallijnen van de rivieren, kwalitatief versterkte verblijfsvoorzieningen en dagattracties langs de rivieren en nieuwe vaarroutes op rivieren en fiets- en wandelroutes langs de rivieren. b. Gastvrije Binnensteden De cultuurhistorische waarden van de binnensteden en dorpen in FruitDelta Rivierenland worden ingezet om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten. Er wordt ingezet op meer dagrecreatief aanbod in binnensteden (een transformatie van place to buy naar place to be), meer overnachtingsmogelijkheden in binnensteden en het behouden en ontwikkelen van fiets- en wandelroutes door cultuurhistorische binnensteden. Hierdoor blijven de binnensteden vitaal en uitnodigend voor een bezoek en blijven voorzieningen voor inwoners op pijl. c.
Agrotoerisme
54 Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 Regio FruitDelta Rivierenland
We werken aan het vitaliseren van het platteland door koppeling van agribusiness met recreatie & toerisme en het versterken van agro toeristisch imago en bekendheid van de regio. Dit door gezamenlijke focus op verhaallijnen en inpassing van streekproducten. We zetten in op meer kwalitatief aanbod verblijfs- en dagrecreatie in agrotoerisme en meer beleving van streekproducten. d. Cultuurhistorische Landmarks De aanwezige cultuurhistorische landmarks vertellen het verhaal uit het verleden. Door het verbinden en beleefbaar maken van de cultuurhistorische landmarks middels verhaallijnen door het landschap komt de geschiedenis tot leven. Door meer ontwikkelingsmogelijkheden toe te laten, worden de landmarks beleefbaar en ontstaat aanvullend toeristisch aanbod (verblijfs- en dagrecreatie) en behouden we de waardevolle beeldbepalende landmarks in het landschap. Dit wordt versterkt door meer promotie van deze landmarks en het realiseren vanieuwe wandel-, fiets- en vaarroutes langs cultuurhistorische landmarks. e. Regiopromotie FruitDelta Rivierenland zet in op een sterke marketing en promotie van de drie streken binnen de regio: Betuwe, Bommelerwaard en Land van Maas en Waal. Doel is de naamsbekendheid van alle streken te vergroten en spreiding van doelgroepen over seizoenen en streken plaatsvindt.
De regio zet in op het gericht jaarrond aanbod promoten, de naamsbekendheid van de streken laten stijgen en meer bezoekers uit andere streken trekken door de streken in de promotie met elkaar te verbinden. Hierdoor wordt FruitDelta Rivierenland meer gevonden door toeristen en recreanten, hetgeen bijdraagt aan de optimale balans.
4.3.5
Cultuur voor een leefbaar en inspirerend FruitDelta Rivierenland
Kunst, cultuur en erfgoed dragen bij aan een leefbare en inspirerende regio. De regio kent een krachtig en gevarieerd theateraanbod, bekende evenementen en musea. Wel staat het culturele aanbod in de regio onder druk. In de Cultuurmonitor Gelderland 202255 geven inwoners aan dat er te weinig culturele voorzieningen zijn, zij zijn relatief minder tevreden over de bereikbaarheid ervan. De gemeenten in de regio werken daarom intensief samen aan een toekomstbestendige culturele infrastructuur. In het regioplan Inspirerend Rivierenland ziet de regio kansen voor samenwerking op het gebied van cultureel erfgoed en podiumkunsten. Door kennisdeling, innovatie en gezamenlijke promotie is er een rijk en gevarieerd aanbod in de regio. De gemeenten werken verder via de landelijke programma’s op het vlak van cultuureducatie en de provinciale cultuuren erfgoedpacten samen aan cultuureducatie en -participatie in de regio. Daarbij wordt ingezet op historische parels en is de ambitie om cultuurhistorie in de breedte te behouden én te versterken.
55
Cukltuurmonitor Gelderland 2022 Cultuurmonitor Gelderland - wat is de waarde van cultuur
39
4.3.6
Mobiliteit
De regio FruitDelta Rivierenland ligt centraal in Nederland en is daardoor in trek bij bedrijven en (potentiële) inwoners. Spoor-, snel- en vaarwegen verbinden de regio snel met belangrijke economische kernen zoals Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Ede-Wageningen, Arnhem en Nijmegen. De regio heeft verschillende gezichten. Van stedelijke tot uitgestrekte landelijke gebieden en van logistieke bedrijvigheid tot prachtige natuur. De unieke ligging tussen de rivieren geeft de regio haar identiteit, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee op het gebied van mobiliteit. De regio heeft een mobiliteitsagenda56 ontwikkeld. Deze visie is door de meeste gemeenten in de regio vastgesteld, bij de overige gemeenten is de visie in procedure. Mobiliteit stopt niet bij de regio-en gemeentegrenzen. Daarom hebben we partners als provincie en Rijk hard nodig om regio FruitDelta Rivierenland bereikbaar te houden. Met genoeg ruimte voor doorstroming en oog voor de leefbaarheid. Ook de nu al te hoge druk op het onderliggend wegennet is daarbij van belang. Op basis van de uitvoeringsagenda mobiliteit voor de FruitDelta Rivierenland richten we ons op onderstaande onderwerpen: • Betrouwbare regionale autoverbindingen De meerderheid van het autoverkeer op het regionale hoofdwegennet is regio-gebonden. De regio opteert voor capaciteitsvergroting (verbreding) van A2, A15 en Rijnbrug Kesteren-Rheden.
Daarvoor zou ook het onderliggend wegennet op orde gebracht moeten worden. We zetten ons in voor robuuste bovenregionale wegverbindingen met A2, A15 en de Rijnbrug, zoals de westelijke ontsluiting van Tiel en de verbinding met Geldermalsen. Ook de noord-zuidverbinding met Foodvalley verdient aandacht. We zetten in op maatregelen gericht op het verleiden van werknemers, bewoners en logistiek om andere, duurzamere keuzes te maken. Sinds 2017 wordt samen met het Rijk, de provincies Noord-Brabant en Gelderland, en gemeente ’s-Hertogenbosch gewerkt aan een lange termijn oplossing voor de A2 Deil-Vught. 57 Hierbij gaat het zowel om het verbeteren van de doorstroming als aandacht voor leefbaarheid in het gebied, onder andere rondom Waardenburg, waar men veel last heeft van sluipverkeer. Vooruitlopend op een planstudie naar de verbreding van de A2 worden Quick Win maatregelen genomen en een breed mobiliteitspakket opgesteld om de doorstroming, leefbaarheid en veiligheid in het gebied te vergroten. Bij maatregelen moet worden gedacht aan bijvoorbeeld het verbeteren van de stationsomgevingen bij Zaltbommel en Geldermalsen, het realiseren van het snelfietspad Zaltbommel – ’s-Hertogenbosch en het realiseren van carpoolplekken.
• Een veilig en compleet regionaal autonetwerk Om regionale doelen/ambities te bereiken moeten de lokale en regionale verbindingen binnen onze regio ook op orde zijn. Denk aan de bereikbaarheid van werklocaties, toeristische hotspots en parkeren/bereikbaarheid in relatie tot woningbouw. We actualiseren het wegen/bereikbaarheidsplan, met aandacht voor verkeersveiligheid en de belangrijkste knelpunten. • De mobiliteitsketen op orde Gezien de aard van de regio hebben we aandacht voor goede oeververbindingen en behoud van veerponten als cruciale verbindingen in de keten. Deelmobiliteit kan in nieuwe woonwijken een 56 Regio FruitDelta Rivierenland Mobiliteitsagenda 2023-2026 57 Op 23 juni jl. kondigde minister Harbers aan dat de start van de planstudie A2 Deil- 's Hertogenbosch- Vught
voorlopig wordt uitgesteld. Op dit moment is nog niet bekend welke consequenties dit besluit heeft voor opgaven en ambities en hoe het vervolgproces met Rijk en regio eruit ziet.
alternatief zijn voor de (tweede) auto. Met verbetering van (stations)hubs zoals Tiel, Geldermalsen, Culemborg en Zaltbommel zorgen we ervoor dat het OV aantrekkelijker wordt als alternatief voor de auto. Deelmobiliteit kan ook bijdragen aan de bereikbaarheid van landelijke gebieden, bijvoorbeeld doordat mensen beschikking hebben over een e-bike of een deelauto. Ook buurtbussen kunnen hieraan bijdragen. Het landelijk gebied in FruitDelta Rivierenland wordt gekenmerkt door veel kleine kernen die relatief ver van elkaar zijn gelegen. Een voorbeeld ter illustratie is dat we met bovengenoemde initiatieven de kleine kernen bereikbaar houden, dit is niet alleen vanuit het oogpunt van mobiliteit van belang maar levert ook een bijdrage aan de brede welvaart in de regio. Verkeer over weg en water heeft invloed op de leefbaarheid in de regio. Zo heeft het ook invloed op de luchtkwaliteit en daarmee op gezondheid. • Meer mensen op de fiets We richten ons met name op de routes waar nu veel korte autoverplaatsingen zijn, want daar kan de fiets (tot 7,5 km) of e-bike (tot 15 km) een prima alternatief zijn. Daarom zetten wij in op een snelle fietsroute langs de A2 en de A15. Wij ondersteunen gemeenten bij het zorg dragen voor kwalitatief goede fietsverbindingen op schoolroutes en recreatieve routes.
Daarbij zoeken we naar een structurele oplossing voor het in de vaart houden van de veerponten. Ze verkorten de reisafstand en vergroten daardoor de potentie van de fiets. Enkele voorbeelden ter illustratie: in Tiel is het lastig om met de fiets de oversteek te maken van het Amsterdam-Rijnkanaal; een fietsbrug over het kanaal zou de reistijd voor fietsers aanzienlijk verkorten en vergemakkelijken. Ook Culemborg heeft behoefte aan een snelle fietsverbinding met Utrecht. Daarvoor is een fietsbrug van Culemborg over de Lek naar Houten gewenst. Vanuit het zuiden van de regio is het een lange weg voor fietsers om naar ’s-Hertogenbosch te komen. Een fietspad langs de nieuwe A2 brug over de Maas bij Hedel zou voor velen de afstand verkorten. • Betere bereikbaarheid van het OV Spoor en openbaar vervoer vormen de ruggengraat van ons mobiliteitssysteem. Voor het faciliteren van de woningbouwopgave is een goede keten van OV, hubs en kleinschalige mobiliteit voorwaardelijk. Op een aantal routes heeft het spoor potentie om te concurreren met de auto. Hoe beter de keten is georganiseerd, hoe hoger de potentie en waarde van het OV in het totaalaanbod. Als regio zijn we geen opdrachtgever van het OV en HaltetaxiRRReis, maar we maken ons richting de provincie wel hard voor het belang van het OV als onderdeel van de mobiliteitsketen in onze regio.
Met betrekking tot het OV in regio Rivierenland is sprake van vervoersarmoede. Daar willen we aandacht voor. Onder andere door versterking van de OV hubs. • Verkeersveiligheid en verkeersdata We werken aan een risico gestuurde aanpak van verkeersveiligheid in de regio. Onze focus ligt op de (boven)regionale verbindingen. De wereld om ons heen waaronder ook onze mobiliteit (auto, OV, fiets) wordt steeds digitaler. Dat vraagt ook iets van onze werkprocessen en de digitale competenties van ons als wegbeheerders/overheden. We werken samen aan deze digitaliseringsopgave. • Schonere automobiliteit Het autobezit in FruitDelta Rivierenland is relatief hoog. Dit komt door de geografie van onze regio: een groot deel is sterk landelijk gebied. Daarom is het niet realistisch om veel mensen uit de auto te krijgen. We zetten in op elektrisch rijden, met als doel CO2-reductie en een prettigere leefomgeving. Het laadnetwerk wordt door gemeenten steeds verder op orde gebracht en regionaal willen we mensen het elektrisch rijden laten ervaren. •
Stimuleren slim en innovatief reisgedrag 41
We stimuleren ander reisgedrag. Onze mobiliteitsmakelaar gaat met bedrijven aan de slag. We richten ons daarbij op: meer thuiswerken (dus minder reizen), minder in de spits reizen en duurzamer reizen. We leggen daarbij nadrukkelijk de link met het aanbod, bijvoorbeeld een fietscampagne gekoppeld aan de realisatie van een nieuwe, snelle fietsroute. Eén van de aspecten waar we in het kader van leefbaarheid wat mee willen is de drukte en geluidshinder op onze mooie dijken. We hebben allerlei interessante bedrijven én ruimte om innovaties uit te proberen. We zetten daarom regio FruitDelta Rivierenland in als proeftuin voor het testen van slimme/ innovatieve oplossingen die duurzame mobiliteit stimuleren.
5
De afwegingen met elkaar
De toegevoegde waarde van het regioarrangement zit in het identificeren van vraagstukken, kansen (meervoudig ruimtegebruik) en dilemma’s en voorkomen van afwenteling. Dit leidt tot het agenderen en afwegen van vraagstukken en komen tot uitvoeringsgerichte oplossingen via gebiedsprogramma’s.
5.1
Integrale vraagstukken regio FruitDelta Rivierenland
Als we de ambities en opgaven uit de voorgaande hoofdstukken bezien, komen we tot de volgende vraagstukken en opgaven.
5.1.1
Ruimtelijke kwaliteit (gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde)
•
Vanuit water en bodem sturend is het logisch om te verstedelijken op oeverwallen. Is dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke kwaliteit gewenst (verdichting kernen, samengroeien dorpslinten)? Dit betekent veel ruimtedruk op de oeverwallen. Fruitteelt zoekt daar ook zijn plek. Bij fruitteelt is vanuit water en bodem sturend waterbeschikbaarheid een groot zorgpunt. En hoe gaan we om met klimaatadaptatie?
•
Willen we weersterker inzetten op onderscheid oeverwallen en komgebieden? Is er in de komgebieden met name plek voor melkveehouderij en waterberging?
5.1.2
Water en bodem sturend
•
Wat betekent water en bodem sturend voor deze regio? Wat zijn de ruimtelijke sociaaleconomische consequenties voor de diverse functies in het gebied? Bijvoorbeeld voor woningbouwlocaties op lange termijn of doorontwikkeling van fruitteelt. Consequenties voor nattere en drogere gebieden? Komen er nog meer reserveringen ruimte voor de rivier? Dit moet nader worden uitgewerkt in de deelgebieden (Betuwe, Bommelerwaard, Culemborgerwaard, Tielerwaard en Land van Maas en Waal). Hoe ontwikkelen we een toekomstig bestendig bodem- en watersysteem zowel kwantitatief als kwalitatief?
• •
5.1.3
Biodiversiteit
• •
Koppel biodiversiteit aan klimaat en water en bodem sturend. Kunnen we de bestaande hoofdstructuur van buitendijkse (rivier)natuur (Vogel-en Habitatrichtlijn), die voornamelijk oost-west is georiënteerd, versterken met een fijnmazig binnendijks netwerk van groenblauwe dooradering? We sluiten hierbij aan op de uitgangspunten van het VLGG, wellicht gebruikmakend van het agrarisch natuurbeheer.
5.1.4
Klimaatadaptatie
•
Onderzoek is noodzakelijk naar de ruimtelijke effecten van klimaatverandering (bv. klimaatdijken; water&bodem sturend in relatie tot woningbouwbeleid: spreiden of bundelen?) Kunnen we hier een strategie op maken die gedragen is door de verschillende overheden?
43
• •
Hoe kunnen we wateren zoals de Linge benutten als structuurdrager door het gebied voor klimaatbuffers, landschap en recreatie? Wat zijn de gevolgen van Ruimte voor de Rivier voor de meerlaagse veiligheid binnendijks? Kunnen we hier een strategie op maken die gedragen is door de verschillende overheden?
5.1.5
Land- en tuinbouw
•
Hoe faciliteren we de transitie van de land- tuinbouw? (vermindering stikstofuitstoot en CO2 en gezond water- en bodembeheer). Is er voldoende zoet water beschikbaar voor de glastuinbouw, fruitteelt, paddenstoelenteelt en laanbomenteelt op lange termijn? Wat zijn de gevolgen voor de waterhuishouding? Mogelijk heeft klimaatverandering effect op de verschillende vormen van teelten. Teeltondersteunende voorzieningen zijn nodig, maar hoe kan het met ruimtelijke kwaliteit en behoud van een aantrekkelijk buitengebied voor recreanten? In de regio zijn er veel stoppende boeren zonder opvolger: wat doen we met de vrijkomende agrarische bebouwing en gronden? Spuitzones beperken de mogelijkheden voor woningbouw. Kunnen we dit flexibeler toepassen zonder extra gezondheidsrisico’s en met winst voor waterkwaliteit en biodiversiteit?
•
• • •
5.1.6
Energie
•
Zeker tot 2030 is er sprake van netcongestie. Dit vraagt om een risicoanalyse van plannen met betrekking tot onder andere de woon-werklocaties en eventueel is er prioritering nodig. Verder is er tijdig een visie nodig op het gewenste energiesysteem (en dus ook op gewenste verdere verstedelijking) voor de periode na 2030. Bijvoorbeeld: welke warmtebronnen hebben we voor verwarming van gebouwen? Als in de warmtevraag enkel wordt voorzien met all electric-oplossingen (warmtepompen), dan betekent dat een extra elektriciteitsvraag vergelijkbaar met ons huidige RES-bod van 1,2 TWh/jaar! Anderzijds moet er bij de ontwikkeling van geothermie rekening worden gehouden met beperkingen door onder andere grondwaterbescherming- en drinkwaterreserveringsgebieden. De reservelocaties voor windmolens na 2030 (zie bijlage Agenderende integrale opgaven kaart) zijn opgenomen als kansrijke locatie in de RES 1.0, maar vormen geen onderdeel van de RES-ambitie van 1,2 TWh die in 2030 gerealiseerd moet zijn. Deze locaties zijn wel in beeld om, na 2030, de CO2 uitstoot naar nul terug te brengen in 2050.
•
•
5.1.7
Leefbaarheid en verstedelijking
•
Welk profiel van bedrijvigheid past bij de gewenste identiteit? Aantrekkingskracht op logistiek: zijn de grenzen bereikt? Is er voldoende fysieke ruimte? Is er voldoende wegcapaciteit? Draagt het bij aan brede welvaart van inwoners? Is er voldoende ruimte voor lokale ontwikkelingen (MKB) op lange termijn? Voor XXLlocatie Tiel Medel moet een afweging gemaakt worden op verschillend ruimtelijk
•
• • • • •
•
functioneel schaalniveau. Onderdeel daarvan is de belastbaarheid van het onderliggend weggennet bij ontwikkelingen van bedrijventerreinen en daarmee de leefbaarheid. Wonen: afspraken over aantallen, maar vanuit oogpunt water&bodem sturend, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit wordt locatiekeuze belangrijker: inbreiden versus uitbreiden; spreiden of bundelen? Er is stedelijke druk vanuit de Randstad en ’s Hertogenbosch en Utrecht. Moet dit vanuit de principes van water en bodem sturend worden gefaciliteerd? Hoe maken we ruimte voor huisvesting van bijzondere doelgroepen (ouderen, zorgvragers, arbeidsmigranten, statushouders, vluchtelingen etc)? Brede welvaart: voor de leefbaarheid van de kleine kernen moeten voorzieningen op peil worden gehouden. Hoe pakken we dit aan? Is het regionaal wenselijk om na te denken over de ruimtelijke inpassing van sociale voorzieningen? Op basis van de vraag ‘wie moet waar wonen’ en vervolgens ‘wat is hiervoor nodig’. Voorbeelden zijn de steeds langer thuiswonende ouderen, de vergrijzing en het personeelstekort de komende jaren in de zorg. Hoe zorgen we ervoor dat er in de regio voldoende voorzieningen zijn voor ouderen, beschermd wonen, GGZproblematiek etc.? Aandacht voor de verhouding tussen agrarisch gebied en de kwaliteit en leefbaarheid van de steden. Hoe doen we dit?
5.1.8
Cultureel erfgoed en recreatie en toerisme
• •
Zijn er kansen voor recreatie en toerisme door aan te sluiten bij bestaand cultureel erfgoed en andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het groenblauwe raamwerk? Hoe werkt de regio aan een landelijk herkenbaar profiel?
5.1.9
Mobiliteit
•
Doorstroming op het hoofdwegennet moet worden gegarandeerd in verband met bereikbaarheid en leefbaarheid. Grote rivieren en rijksinfrastructuur hebben een barrierewerking . Vraagt dit om een herijking op de infrastructuur van het onderliggend wegennetwerk en hernieuwde visie op het onderliggend wegennetwerk? Denk hierbij aan de leefbaarheid in bijvoorbeeld Waardenburg die onder druk staat door sluipverkeer. Een integrale benadering van dit vraagstuk is gewenst. Dit heeft ook een relatie met de ontsluiting van het bedrijventerrein Hondsgemet en de wijk Passewaaij in Tiel. Ook de bereikbaarheid van voorzieningen en werklocaties vanuit kleine kernen (OV, fietsverbindingen, veerponten) staat onder druk. Hoe pakken we dit aan?
•
5.2 Aanpak Naar aanleiding van dit regioarrangement willen we de stap zetten naar meer uitvoeringskracht en resultaat en afspraken daarover. Dit willen we een plek geven in de toekomstige regioprogramma's. De vele opgaven zullen effect hebben op het Rivierenlandschap. De regio FruitDelta Rivierenland gaat deze uitdaging aan met een ruimtelijke kwaliteit-inclusieve benadering. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient aandacht te zijn voor de kwaliteit van de ruimte, het landschap en het erfgoed. Dit betekent niet dat het bestaande landschap altijd onveranderd moet blijven. Het betekent wel dat ruimtelijke kwaliteit altijd in de afwegingen wordt meegenomen en dat verandering van het landschap gepaard gaat met een kwaliteitsimpuls. Of een project nu een
45
doelstelling heeft voor water, natuur, mobiliteit, bedrijvigheid of verstedelijking; het heeft altijd de dubbele doelstelling om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Op deze manier krijgt ruimtelijke kwaliteit een sturende werking. Om dit te bereiken is integraal, gebiedsgericht werken van belang, waarbij de historisch gegroeide landschappelijke identiteit als onderlegger voor ruimtelijke ordening en inrichting wordt gebruikt. Het bij elkaar brengen van de duurzaamheidsopgave voor het water- en bodemsysteem, de maatschappelijke ambities voor ruimtegebruik (brede welvaart) en de karakteristieken van het landschap is een integrale ontwerpopgave die we als regio gezamenlijk oppakken waar mogelijk. Het landschap verbindt en inspireert. We streven ernaar om deze werkwijze te hanteren in de gebiedsprogramma’s die voortkomen uit het regioarrangement. De projecten binnen de gebiedsprogramma’s worden ruimtelijk kwaliteits-inclusief opgepakt en er wordt een aantal specifieke projecten opgenomen voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls.
6
De regio in 2030 met doorkijk naar 2050
Ook lange termijnontwikkelingen nemen we mee. We wegen af wat deze betekenen voor huidige keuzes. De periode 2030 tot 2050 wordt vooral benut om de door de regio ontwikkelde visies tot uitvoering te brengen. Dit leidt tot: •
•
•
•
Regio Fruitdelta is voorbereid op de klimaatverandering richting 2120 58. De afwegingen in het hier en nu en programmatische afwegingen in het licht van de transitie door klimaatverandering. Het meenemen van de lange termijneffecten tot 2030 in de afweging. No regret keuzes; 2030. De regio is goed doordrongen van lange termijn effecten door afwisseling van natte en droge perioden en zeespiegelstijging. De regio houdt hiermee rekening bij het maken van ruimtelijke keuzes. Ruimte voor transitie naar passende vormen van klimaatbestendige landbouw, gelet op de vruchtbare delta van de regio en ruimte voor grondgebonden bedrijven. Onderzoek naar de wijze waarop samen met de sector de transitie naar klimaatbestendige landbouw kan worden gemaakt. Gebruik makend van de scenario’s voor de inrichting van Nederland 59 van het Planbureau voor de Leefomgeving.
58 Zie ook WUR-rapporten over langjarige klimaateffecten 59
Vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050 Vier scenario's voor de inrichting van Nederland in 2050 | PBL Planbureau voor de Leefomgeving
47
7
7.1
Hoe werken we samen
Hoe worden we deze regio?
We worden deze regio door het oppakken en uitvoeren van de in hoofdstuk 5 geïdentificeerde hoofdopgaven, via gebiedsprogramma’s. In de gebiedsprogramma’s gaan we aan de slag met onder andere de acties, onderzoeken en visies.
7.2
Welke samenwerkingsvorm kiezen we
Het regioarrangement is een gezamenlijk product van alle betrokkenen. De provincie heeft weliswaar de regie genomen, de vaststelling ervan zal binnen de huidige kaders door provincie, en gemeenten moeten plaatsvinden. Het Waterschap wordt hierbij in ieder geval geconsulteerd. In het regioarrangement maken we afspraken over het agenderen van opgaven. Hierbij bouwen we voort op de Gebiedsagenda van regio FruitDelta Rivierenland. Het regioarrangement is interactief en met betrokkenheid van de drie overheden tot stand gekomen. Alhoewel het regioarrangement voortbouwt op bestaand beleid kan het voor partners ook worden gezien als deels nieuw (onderling samenhangend) beleid. Het beleid van de ene overheid kan agenderend doorwerken op het beleid van andere overheden. Samenwerking in de totstandkoming en de bestuurlijke vastlegging ervan is essentieel om tot een gedragen regioarrangement te komen. Dat geldt ook voor de uitwerking en de uitvoering van de opgaven. We voorzien een langjarige samenwerking. Er wordt geen blauwdruk van de regio vastgesteld. Er is sprake van een iteratief en soms cyclisch proces en voor concrete uitwerkingsvraagstukken zoals gebiedsprogramma’s is meer tijd en nadere besluitvorming nodig. Als er hernieuwde inzichten of actualiteiten zijn kan het regioarrangement worden geactualiseerd. Het is een adaptieve agenda.
Wij vinden een zorgvuldig en gedragen proces belangrijk. De gemeenteraden zijn op hoofdlijnen geïnformeerd over het regioarrangement. De colleges hebben kunnen reageren op een eerste concept-versie. In voorliggend concept zijn de reacties van de acht colleges verwerkt. Deze verschilden in diepgang en stijl. In het Portefeuillehoudersoverleg Ruimte van Regio Fruitdelta Rivierenland is afgesproken dat het voorliggende concept regioarrangement ter kennisname aan de raden wordt voorgelegd. Daarnaast wordt de raden gevraagd in te stemmen met de agenderende opgaven die uitgewerkt gaan worden in de gebiedsprogramma’s. De gebiedsprogramma’s worden te zijner tijd aan de raden voorgelegd ter besluitvorming. In het aangepaste tijdschema is nu rekening gehouden met ruimte om eventueel het regioarrangement ook inhoudelijk en daarmee besluitvormend aan de raden voor te leggen. Waterschap Rivierenland is ambtelijk betrokken en heeft ook ambtelijk gereageerd op een eerste conceptversie. In voorliggend concept zijn deze reacties verwerkt. Het Waterschap wordt bestuurlijk geconsulteerd over het voorliggende concept. Op basis van de (concept) regioarrangementen biedt de provincie naar verwachting begin 2024 de Contouren van het Ruimtelijk Voorstel aan het Rijk aan. Het hele proces van de totstandkoming van het regioarrangement is opgehangen aan de onderlinge bereidheid tot samenwerking.
De ervaring die in de samenwerking met de regio Fruitdelta Rivierenland is gedaan is daarin positief. Wij willen waar mogelijk zoveel mogelijk als één overheid (samen)werken.
7.3
Hoe sturen we op voortgang en wat is daarvoor nodig?
Het regioarrangement is het gezamenlijk ruimtelijk perspectief van betrokken overheden op de opgaven in regio FruitDelta Rivierenland voor de komende 20 tot 30 jaar. De hieruit voortvloeiende opgaven in deelgebieden zullen door zorgvuldige gebiedsprocessen worden uitgewerkt, met de betrokken partijen in het gebied. Deze gebiedsprocessen kunnen resulteren in uitkomsten die afwijken van de oorspronkelijke ambities. Deze afwijkingen nemen we mee bij actualisaties van het regioarrangement. Het regioarrangement is voor het zomerreces in concept aan colleges voorgelegd met de vraag om te reageren. Eind augustus wordt het aangescherpte regioarrangement ter bespreking en instemming voorgelegd aan de colleges en minimaal ter informatie aan de gemeenteraden, maar mogelijk ook ter besluitvorming. In de planning is in september rekening gehouden met een (beeldvormende) regionale raadsavond. Daaropvolgend wordt in oktober/november de mogelijkheid opengehouden voor besluitvorming in individuele raden. Dit zal mede afhangen van de adviezen van de colleges Definitieve besluitvorming over het regioarrangement in GS is voorzien op 21 november 2023.
7.4
Samenwerking en overleg met betrokkenen in gebied
De regio FruitDelta Rivierenland heeft met de Gebiedsagenda ‘Krachten bundelen om integraal te werken aan de opgaven van de toekomst’ (2022) een goed fundament neergelegd voor de opgave waarvoor wij samen (provincie, regio, gemeenten en waterschap) voor staan. Daar is gezamenlijk op voortgebouwd. De beslis- en uitvoeringskracht van het regioarrangement en de doorwerking ervan in gebiedsprogramma’s komt primair van en uit de regio zelf. De provincie ziet daarbij voor zichzelf de regierol als uitgangspunt. Deze rollen werken we verder uit als dit van belang is om de gezamenlijke ambities te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als er sprake is van conflicterende belangen tussen partners. We willen dit regioarrangement afsluiten met het beeld dat gedurende de totstandkoming van voorliggend regioarrangement steeds duidelijker is geworden. De regio kent grote verschillen en nuances in haar gebieden en partners. Tegelijkertijd is er vertrouwen en ambitie om samen te werken aan de regio. Dat wat goed is voor de regio, is ook goed voor de gemeenten, provincie en het waterschap. Laten we dit gezamenlijk voortzetten in de gebiedsprogramma’s. FruitDelta Rivierenland groeit en bloeit!
49
Bijlagen 1.
Agenderende integrale opgaven kaart