Rapport rekenkamercommissie 'Structureel in control?'
Tekst van het document
De raad pakte de zorgelijke ontwikkelingen op, maar zag geen aanleiding de begroting bij te stellen of direct een eerste wijziging te vragen. Resumerend is het beeld dat het college er tot en met de Kadernota 2020 nog ervan uitging dat het sociaal domein structureel in evenwicht was. Gaandeweg 2019 kreeg het college op basis van een eigen analyse zicht op de structurele tekorten, maar heeft de raad niet tijdig genoeg daarover gerapporteerd, opdat de raad bij de begroting 2020 hier de gevolgen van kon zien en vaststellen. De begroting was daarmee bij de vaststelling al achterhaald. De raad heeft wel duidelijke signalen gekregen en zorgen kunnen uiten (en deed dat ook) maar geen bijsturing kunnen geven. In vergelijking met andere gemeenten heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe daar later informatie over ontvangen. Het roept de vraag op in hoeverre het college tijdig deze tegenvallende ontwikkeling heeft onderkend en geanalyseerd op structurele doorwerking; dit ligt echter buiten de scope van dit rekenkameronderzoek.” Hiermee wordt aangegeven dat onder tijdig informeren wordt verstaan dat de raad de tijd moet hebben om de essentie van de informatie te kunnen doorgronden én op basis daarvan de kaders te kunnen bijstellen. Het gaat er dus om dat het college de raad in positie brengt om zijn rol en verantwoordelijkheid te kunnen invullen.
Hoewel het college inderdaad de raad vóór de vaststelling van de begroting met raadsinformatiebrieven heeft geïnformeerd, was dit voor de raad niet tijdig genoeg om de begroting bij te stellen. De bevinding is in de optiek van de rekenkamercommissie dus gebaseerd op de feiten, maar wel met deze nuancering.
pagina 25
Over het begrip ‘tijdig’ valt nog op te merken dat dit afhankelijk is van het doel en niet zozeer uit te drukken in een tijdseenheid. De afbakening van ‘tijdige’ informatievoorziening zou de uitkomst moeten zijn van een gesprek tussen college en raad, waarbij het college rekening houdt met de behoeften van de raad en de raad rekening houdt met de mogelijkheden van het college. Uit de gevoerde gesprekken in het kader van dit rekenkameronderzoek kan worden afgeleid dat college en raad hier op een goede wijze mee bezig zijn. Dit is ook terug te zien in de intentie van het college om de aanbeveling over het maken van duidelijke afspraken over de tijdigheid van P&Cdocumenten over te nemen. Bijvangst Het onderzoek kent een bijvangst, zaken die niet direct de onderzoeksvragen beantwoorden maar wel de moeite waard zijn om als suggesties en de raad en het college mee te geven: 1. De haalbaarheid van de investeringsbegroting is een aandachtspunt. In de afgelopen jaren is er elk jaar sprake van een verschil tussen begroting en rekening waardoor overheveling plaatsvindt. Bij de raad speelt vervolgens de vraag of de beleidsdoelen wel gerealiseerd kunnen worden. Onze suggestie is om meer realistisch te begroten.
Wanneer overheveling alsnog plaatsvindt, maak dan als college aan de raad duidelijk hoe beleidsdoelen alsnog gerealiseerd kunnen worden en houdt de raad hiervan tussentijds op de hoogte. 2. De raad, het college en de ambtelijke organisatie zijn positief over de Duisenberg-methode die binnen de P&C-cyclus wordt toegepast. College en raad kunnen overwegen om de Duisenberg-methode uit te breiden naar andere beleidsterreinen, bijvoorbeeld op domeinniveau binnen de gemeente. 3. De gemeente heeft een lijst van investeringen. Er zijn nog enkele aanvullingen mogelijk: vervanging of uitbreiding, dekkingsbron(nen), vrijgegeven investeringen direct na autorisatie begroting, investeringen waarvoor nog een afzonderlijk raadsvoorstel moet komen.
De rekenkamercommissie kijkt terug op een goedlopend onderzoek. Het heeft interessante informatie opgeleverd, waar de raad, college en ambtelijke organisatie mee verder kunnen. Wij bedanken de onderzoekers van Unravelling voor hun bijdrage aan dit onderzoek, evenals de ambtelijke medewerkers en de portefeuillehouder voor hun medewerking aan dit onderzoek.
pagina 26
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Gemeente
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
wethouder Financiën gemeentesecretaris manager bedrijfsvoering concerncontroller adviseur strategie coördinator financiën auditcomité (drie leden)
pagina 27
Bijlage 2. Begrippenlijst BBV:
Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) beschrijft de regels waaraan onder andere de begroting van een gemeente aan moet voldoen.
Belastingcapaciteit:
De belastingcapaciteit maakt duidelijk hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Door de manier waarop dit financiële kengetal wordt berekend is dit cijfer in het jaarverslag altijd hetzelfde als in de begroting.
Jaarstukken:
De jaarstukken bestaan ten minste uit: a.het jaarverslag; b.de jaarrekening.
Jaarverslag:
Het jaarverslag bestaat ten minste uit: a.de programmaverantwoording; b.de paragrafen.
Jaarrekening:
De jaarrekening bestaat uit: a.het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting; b.de balans en de toelichting; c.de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; d.een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld
Nettoschuldquote:
De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Solvabiliteit:
De solvabiliteitsratio geeft aan welk deel (percentage) van het totaal van wat de gemeente aan geldwaarde heeft (balanstotaal) wordt gevormd door het eigen vermogen.
Structurele exploitatieruimte:
Taakveld:
Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel (echt) in evenwicht is. Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Een taakveld is een wettelijk vastgelegde eenheid waarin de diverse programma’s uit de programmabegroting zijn verdeeld. De raad is vrij om de programma’s te kiezen en in te delen, maar de taakvelden zijn genummerd en vastomlijnd. Voorbeelden van deze taakvelden zijn 0.1 Bestuur, 0.2 Burgerzaken, 1.1 Crisisbeheersing en brandweer, 1.2 Openbare orde en veiligheid, 4.2 Onderwijshuisvesting, 5.4 Musea, et cetera.
pagina 28
Bijlage 3. Document Overzicht financiële positie
pagina 29