Raadsvoorstel 3732 - Kaderbrief 2027 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
Tekst van het document
Datum raadsvergadering Inlichtingen bij Raadnummer
29 januari 2026 Griffie (griffie@nederbetuwe.nl) Z/24/104910/RAAD/25/03732
Raadsvoorstel Onderwerp
Zienswijze Kaderbrief 2027 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
Ingediend door
College van burgemeester en wethouders (portefeuillehouder Kottelenberg)
Samenvatting
Op 12 november 2025 heeft de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) de Kaderbrief 2027 gestuurd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, met het verzoek hun zienswijzen vóór 1 februari 2026 kenbaar te maken. De zienswijzen worden door de VRGZ betrokken bij het opstellen van de conceptbegroting VRGZ 2027.
Voorgesteld besluit
U wordt voorgesteld: 1. De voorliggende zienswijze vast te stellen.
Inleiding Op 12 november 2025 heeft de VRGZ de Kaderbrief 2027 gestuurd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De VRGZ wil dat de gemeenten in het kader van de verlengd lokaal bestuur aan de voorkant wordt betrokken van het begrotingsproces. De gemeenteraden worden in die hoedanigheid in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze op de Kaderbrief 2027 kenbaar te maken. De Kaderbrief informeert op hoofdlijnen over inhoudelijke ontwikkelingen, financiële uitgangspunten en de risico’s voor de programmabegroting 2027. Beoogd effect Invulling geven aan de bij de wet opgelegde toezichthoudende rol van de gemeenteraad. Argumenten 1.1 De gemeenteraad wordt in staat gesteld een kaderstellende taak te vervullen. Door het versturen van de zienswijze wordt de raad in staat gesteld kaders te stellen en richting te geven aan de inhoud van de begroting 2027 van de VRGZ. 1.2 Wettelijke en beleidsmatige noodzaak. De voorgestelde maatregelen uit de Kadernota 2027 zijn noodzakelijk om te voldoen aan wettelijke taken en landelijke beleidsontwikkelingen, waaronder de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s, Versterking van regio-overstijgende samenwerking en Bescherming vitale infrastructuur (Vitaal verklaring).
Niet anticiperen op deze wijzigingen brengt het risico met zich mee dat gemeente en regio niet voldoen aan hun wettelijke verantwoordelijkheden, wat kan leiden tot bestuurlijke en juridische consequenties. 1.3 Continuïteit en digitale weerbaarheid De toenemende dreiging van cyberaanvallen maakt investeringen in digitale beveiliging onontkoombaar. Het opzetten van een Security Operations Center en het actualiseren van Microsoft-licenties zijn cruciaal om de continuïteit van crisisbeheersing en gemeentelijke processen te waarborgen. Een incident kan leiden tot ontwrichting van vitale functies, reputatieschade en hoge herstelkosten. Proactieve maatregelen zijn daarmee een bestuurlijke verantwoordelijkheid. 1.4 Financiële ontwikkelingen en kaders. De voorgestelde investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoedonderhoud (bijlage 3, Kaderbrief 2027) zijn van belang. Wel dienen deze te zijn ingebed in een transparante, meerjarige en financieel onderbouwd plan. Gezien de korting op BDuR-middelen, de extreme prijsstijgingen en de aanzienlijke extra kosten voor vastgoed, is het noodzakelijk dat VRGZ een doordachte en stevige strategie hanteert voor risicobeheersing, reservevorming en het voorkomen Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
van ad-hoc maatregelen. Gemeenten mogen niet worden geconfronteerd met disproportionele lasten. 1.5 Zorg voor personeel en organisatie. De structurele inzet van een casemanager nazorg/PTSS draagt bij aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers en vermindert mogelijk verzuimkosten. Dit is niet alleen een morele verplichting, maar ook een strategische keuze om de kwaliteit en continuïteit van de organisatie te borgen. Tegelijkertijd vragen wij om volledige transparantie over de structurele kosten die hiermee gemoeid zijn en de wijze waarop deze kosten over gemeenten worden verdeeld. Wij verwachten dat deze kosten uitsluitend betrekking hebben op wettelijke taken en dat aanvullende ambities alleen worden uitgevoerd als daar volledige financiële dekking voor is. Eventuele ontbrekende financiële dekking kunnen niet automatisch worden doorberekend aan gemeenten. 1.6 Versterking van weerbaarheid in financieel onzekere tijden. De financiële kaders voor de komende jaren staan onder druk door rijkskortingen en stijgende kosten. Tegelijkertijd neemt de complexiteit van risico’s toe: fysieke incidenten, digitale dreigingen en maatschappelijke ontwrichting vragen om een robuuste veiligheidsorganisatie.
De Kaderbrief 2027 van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid benadrukt dat het niet versterken van onze basis leidt tot grotere kwetsbaarheid en uiteindelijk tot hogere maatschappelijke en financiële schade. Voorkomen is aantoonbaar goedkoper dan herstellen. Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en een wendbare organisatie beperken toekomstige kosten en schade. Adequate informatievoorziening en vitale infrastructuur zijn randvoorwaarden voor veiligheid en vertrouwen. Het Rijk stelt extra middelen beschikbaar voor weerbaarheid, maar de verdeling is onzeker. Proactieve regionale inzet is noodzakelijk om deze kansen te verzilveren. Alleen met een toekomstbestendige Veiligheidsregio kunnen we adequaat reageren op crises en het vertrouwen van inwoners en partners waarborgen. Echter kan de gemeente Neder-Betuwe uitsluitend instemmen met structurele uitgaven indien rijksmiddelen daadwerkelijk worden toegekend en dit niet leidt tot extra financiële lasten voor gemeenten. Goed bestuur vereist dat deze randvoorwaarden vooraf ondubbelzinnig zijn vastgesteld en gecommuniceerd, en dat de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen uitsluitend worden ingezet voor het doel waarvoor zij zijn toegekend. 1.7 De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om een zienswijze vast te stellen.
De gemeenteraad kan in haar zienswijze aangeven wat zij van de kaderbrief vindt en deze reactie kan de VRGZ verwerken in haar plannen. De VRGZ benoemt in haar kaderbrief dat de gemeenteraden de mogelijkheid krijgen om een zienswijze in te dienen en in de Gemeenschappelijke Regeling staat beschreven dat de gemeenteraad deze bevoegdheid heeft. 1.8 Door het versturen van de zienswijzebrief kan het DB door met de procedure. De zienswijzebrief moet gericht zijn aan het AB van de VRGZ. Het DB geeft een reactie op de zienswijze. Dit wordt voorgelegd aan het AB die uiteindelijk de kaderbrief vaststelt, waarmee de procedure wordt afgerond. Kanttekeningen 1.1 Een zienswijzebrief biedt geen garantie dat het bestuur onze input opvolgt in de ontwerpbegroting 2026. Met een zienswijzebrief geven wij een reactie op de kaderbrief 2026. Het DB en het AB nemen deze input mee om te verwerken in de ontwerpbegroting 2026. Het is mogelijk dat de VRGZ door de huidige ontwikkelingen en activiteiten haar taken niet binnen de reguliere begroting kan opvangen. Een voorbeeld is het huidige onderzoek naar het vastgoed. Mogelijk leidt dit tot een hogere bijdrage in de ontwerpbegroting 2026. Deze bijdrage moet wel voldoen aan de kaders die het AB op 19 april 2018 heeft vastgesteld. Op dit moment is daar nog onvoldoende zicht op.
De gemeenteraad heeft bij de ontwerpbegroting 2026 ook de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. 1.2 Mogelijke ontvlechting VRGZ – GGD Gelderland-Zuid. Sinds 2013 werken VRGZ en GGD Gelderland-Zuid samen in de bedrijfsvoering via de fiscale constructie Kosten voor Gemene Rekening (KGR). Uit onderzoek van bureau SQALE blijkt dat deze constructie inmiddels financieel onevenwichtig en organisatorisch complex is. De Pagina 2 van 6
Z/24/104910/RAAD/25/03732
toenemende vraag vanuit de GGD heeft geleid tot een scheefgroei in kostenverdeling, terwijl verschillen in processen en strategische agenda’s zorgen voor governancevraagstukken en beperkte wendbaarheid. Ontvlechting wordt daarom als een reëel scenario beschouwd om beide organisaties toekomstbestendig te maken. De gemeente Neder-Betuwe erkent dat ontvlechting kan bijdragen aan transparantie en bestuurlijke duidelijkheid, maar benadrukt dat zorgvuldigheid essentieel is. Continuïteit van dienstverlening moet gewaarborgd blijven en kosten mogen niet op gemeenten worden afgewenteld. Wij vragen daarom om een heldere planning, inzicht in financiële consequenties en een duidelijke scheiding tussen wettelijke taken en ambities. De huidige besluitvormingsroute roept vragen op over legitimiteit: in december 2025 wordt in beide Algemeen Besturen een principebesluit gevraagd, terwijl gemeenteraden pas in januari 2026 worden geïnformeerd en zienswijzen pas in februari 2026 volgen. Dit betekent dat gemeenten nu onvoldoende inzicht hebben in scenario’s, wat leidt tot drie risico’s, namelijk hogere kosten door verlies van schaalvoordelen, vertraging en discontinuïteit door onvoldoende uitgewerkte plannen en mogelijke politieke spanning door het passeren van de raad.
Er is geadviseerd géén definitieve financiële besluiten te nemen voordat een uitvoeringsplan beschikbaar is met uitgewerkte varianten, impactanalyses en een heldere kostenverdeling. Dit moet leiden tot een transparant proces, continuïteit van dienstverlening en een financieel gezonde organisatie, zonder extra lasten voor gemeenten. 1.3 Methodiek indexering. In de Kaderbrief 2027, bijlage 1, is vastgelegd hoe de indexering dient te worden berekend. De gemeente Neder-Betuwe gaat er dan ook vanuit dat extreme prijsstijgingen binnen deze methodiek zijn verdisconteerd. Het nu voorgestelde aanvullende bedrag van € 235.000 valt buiten de afgesproken indexeringssystematiek en kan daarom, ons inziens, niet aan gemeenten worden doorbelast. Het is de verantwoordelijkheid van VRGZ om deze meerkosten binnen de eigen financiële kaders op te vangen, bijvoorbeeld door herprioritering. Dit is noodzakelijk om financiële discipline te waarborgen en te voorkomen dat gemeenten worden geconfronteerd met hoge onvoorziene lasten die niet passen binnen de gemaakte afspraken. 1.4
Onzekerheid Rijksmiddelen en financiële risico’s. De begroting van VRGZ bestaat uit twee programma’s: Crisis- en Rampenbestrijding (circa 15% gefinancierd via BDuR en 85% via gemeentelijke bijdragen) en Regionale Ambulancevoorziening (RAV), dat volledig door zorgverzekeraars wordt bekostigd. De korting van 10% op BDuR-middelen, zoals bevestigd in de Voorjaarsnota 2025, betekent voor VRGZ een structurele vermindering van € 1.032.000 per jaar vanaf 2026. Voor 2026 is deze korting incidenteel opgevangen via resultaat, maar voor 2027 en verder blijft onzeker of het Rijk deze korting terugdraait. Het Veiligheidsberaad zet in op volledige afschaffing van deze korting, maar uitkomst is nog onduidelijk. Tegelijkertijd stelt het Rijk extra middelen beschikbaar voor weerbaarheid en noodsteunpunten, oplopend tot € 37 miljoen vanaf 2030, en € 25 miljoen structureel voor versterking van veiligheidsregio’s. Uiterlijk 1 oktober 2026 zullen het ministerie van JenV, de VNG en het Veiligheidsberaad afspraken maken over de definitieve inzet en de verdeling van de financiële middelen voor 2027. Het is financieel risicovol om structurele uitgaven te baseren op incidentele middelen. Gemeenten kunnen hiermee uitsluitend instemmen indien rijksmiddelen daadwerkelijk zijn toegekend en dit niet leidt tot extra lasten.
Wij verzoeken de VRGZ deze randvoorwaarden vooraf ondubbelzinnig vast te stellen en te communiceren, en te borgen dat rijksmiddelen uitsluitend worden ingezet voor het doel waarvoor zij zijn toegekend, zodat rechtmatigheid en transparantie gewaarborgd blijven.
Pagina 3 van 6
Z/24/104910/RAAD/25/03732
1.5 Wettelijke versus optionele taken. De Kaderbrief 2027 bevat ambities die verder reiken dan de wettelijke taken op het gebied van crisisbeheersing en brandweerzorg. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om deze ambities zorgvuldig af te wegen tegen hun financiële en beleidsmatige ruimte. Wij vragen daarom om een expliciete en transparante scheiding tussen wettelijke verplichtingen en optionele ambities in de begroting en meerjarenraming. Dit stelt gemeenten in staat om weloverwogen keuzes te maken en voorkomt dat regionale ambities automatisch leiden tot structurele lastenverzwaring voor gemeenten. Daarnaast verzoeken wij VRGZ om bij nieuwe initiatieven duidelijk aan te geven welke taken voortkomen uit landelijke verplichtingen en welke aanvullend zijn, inclusief de financiële dekking. Alleen op die manier kunnen gemeenten hun rol als opdrachtgever en toezichthouder goed invullen en blijven investeringen in veiligheid proportioneel en beheersbaar. 1.6 Financiële risico’s en reserves. De huidige financiële ruimte van VRGZ is beperkt en staat onder druk door structurele kortingen en extra investeringen. Wij benadrukken dat nieuwe investeringen niet mogen leiden tot een te lage algemene reserve, omdat dit de financiële weerbaarheid van de organisatie ernstig ondermijnt.
De reserve moet voldoende zijn om onvoorziene risico’s, zoals extreme prijsstijgingen, vastgoedonderhoud en personele nazorg (PTSS), op te vangen. Gemeenten verwachten dat VRGZ een strikte norm hanteert voor minimale reservevorming en dat eventuele tekorten niet automatisch worden afgewenteld op gemeentelijke bijdragen. Transparantie over de inzet van reserves en een meerjarige strategie voor risicobeheersing zijn essentieel om vertrouwen en financiële stabiliteit te waarborgen. 1.7 Lokale belangen en maatwerk. De gemeente Neder-Betuwe benadrukt dat lokale voorzieningen, zoals bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid in het buitengebied, cruciaal zijn voor effectieve incidentbestrijding. Deze basisvoorzieningen vormen de kern van onze veiligheid en mogen niet onder druk komen door regionale prioritering of financiële beperkingen. Wij vragen VRGZ daarom expliciet inzicht te geven in hoe deze lokale belangen worden geborgd binnen de meerjarenbegroting en te waarborgen dat investeringen in regionale ambities (bijvoorbeeld allerhande pilots) niet ten koste gaan van de operationele basis op lokaal niveau. Daarnaast verzoeken wij om maatwerkafspraken, zodat gemeenten met specifieke risico’s of geografische kenmerken, zoals Neder-Betuwe met haar buitengebied, infrastructuur en waterstructuren, verzekerd zijn van adequate voorzieningen en snelle inzet van hulpdiensten.
Dit vraagt om transparantie in de planning en een duidelijke koppeling tussen regionale keuzes en lokale uitvoerbaarheid. Financiën Rechtmatigheidsverantwoording Bij gemeenschappelijke regelingen is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeente werkzaamheden verricht voor de gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente.
Pagina 4 van 6
Z/24/104910/RAAD/25/03732
In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben. Wat betekent dit nu voor de VRGZ als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord. 2. Dat er bij de verbonden partij interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar vastgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente. Communicatie Kernboodschap is dat wij instemmen met de voorliggende Kaderbrief 2026, maar wel een aantal opmerkingen hebben. Vervolgstappen De VRGZ ontvangt vóór 1 februari 2026 de zienswijze. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
Nicolien de Geus Secretaris
Jan Kottelenberg Burgemeester
Bijlagen 1. Kaderbrief 2026 VRGZ 2. Concept-zienswijze Kaderbrief 2026 VRGZ
Pagina 5 van 6
Z/24/104910/RAAD/25/03732
Raadsbesluit De raad van de gemeente Neder-Betuwe gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in de gemeenschappelijke releging Wet veiligheidsregio's:
B E S L U I T:
de voorliggende zienswijze vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 29 januari 2026 de griffier, de voorzitter, {{esl:signer3:Capture:size(150,40)}} /signer1/ Erwin van der Neut
Pagina 6 van 6
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg
Z/24/104910/RAAD/25/03732