Raadsvoorstel 3423 - Locatie uitgangspunten voor de huisvesting van asielzoekers
Tekst van het document
Datum raadsvergadering Inlichtingen bij Raadnummer
13 juni 2024 Griffie (griffie@nederbetuwe.nl) Z/24/100572/RAAD/24/03423
Raadsvoorstel Onderwerp
Locatie uitgangspunten voor de huisvesting van asielzoekers
Ingediend door
College van burgemeester en wethouders (portefeuillehouder Klein)
Samenvatting
Op 23 januari heeft de Eerste Kamer ingestemd met de “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen”, ook wel bekend als de Spreidingswet. De Spreidingswet is 31 januari 2024 in werking getreden en geeft gemeenten een expliciete wettelijke taak om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. De gemeente Neder-Betuwe moet aan minstens 145 asielzoekers opvang bieden. Op dit moment heeft de gemeente nog geen locaties op het oog hiervoor. Om kaders te geven aan de zoektocht naar locaties, wordt de raad middels dit raadvoorstel gevraagd uitgangspunten voor een opvanglocatie vast te stellen. Deze uitgangspunten behelzen onder andere een kleinschalige locatie met maximaal 150 plekken die tenminste 5 jaar beschikbaar is. Daarnaast wordt de samenwerking met buurtgemeenten gezocht om het dienstenaanbod voor asielzoekers zo efficiënt mogelijk te laten organiseren door het COA.
Voorgesteld besluit
U wordt voorgesteld om in te stemmen met de volgende locatie uitgangspunten voor de opvang van asielzoekers: 1. Een opvang op 1 locatie met maximaal 150 plekken. 2. Een locatie die tenminste 5 jaar beschikbaar is. 3. Een locatie die geen belemmering vormt voor woningbouw of uitbreiding van bedrijventerreinen. 4. Een locatie waarbij de veiligheid van zowel inwoners van de gemeente als de asielzoekers geborgd wordt. 5. Een locatie die aan de voorwaarden voldoet om het COA zoveel mogelijk werkzaamheden ten behoeve van de daadwerkelijke opvang, exploitatie, begeleiding en verzorging van voorzieningen op zich te laten nemen. 6. Een locatie die niet te dicht op bestaande woonwijken ligt en aan de andere kant niet te veraf van voorzieningen. 7. Een locatie waarbij het mogelijk is om samen te werken met één of meerdere buurgemeenten. 8. Er vindt transparante communicatie plaats richting inwoners en andere belanghebbenden over het proces om te komen tot een locatiekeuze.
Inleiding Op 23 januari heeft de Eerste Kamer ingestemd met de “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen”, ook wel bekend als de Spreidingswet. De Spreidingswet is 31 januari 2024 in werking getreden en geeft gemeenten een expliciete wettelijke taak om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. De gemeente Neder-Betuwe moet aan minstens 145 asielzoekers opvang bieden. Op dit moment heeft de gemeente nog geen locaties op het oog hiervoor. Om kaders te geven aan de zoektocht naar locaties, wordt uw raad gevraagd uitgangspunten voor een opvanglocatie vast te stellen. Wat vooraf ging Op 14 maart is uw raad tijdens een College Informatie Avond geïnformeerd over het voornemen van het college om asielzoekers op te vangen. Daarbij bent u op de hoogte gebracht van de werkwijze op hoofdlijnen om te komen tot een locatie keuze. Op 11 april is uw raad met elkaar in gesprek gegaan over mogelijke uitgangspunten voor een opvanglocatie.
Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
Bij het opstellen van de uitgangspunten in dit voorstel is zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitspraken die uw raad tijdens deze twee avonden heeft gedaan. Asielzoekerscentrum of kleinschalige opvang De benodigde omvang en inrichting van een locatie is afhankelijk van het aantal personen die er gehuisvest worden en de voorzieningen die worden aangeboden. Naast een slaapplek, douchevoorziening en kookruimte, maken asielzoekers gebruik van bijvoorbeeld lesruimten, recreatieruimten en ruimten waar (medische) zorg en begeleiding geboden wordt. Binnen een asielzoekerscentrum (azc) zijn al deze diensten en voorzieningen gecentreerd op één plek. Er is permanente begeleiding en beveiliging aanwezig op een azc. Om dit betaalbaar te houden hanteert het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een minimum van 300 slaapplekken op een azc. Met de komst van de Spreidingswet is ook kleinschalige opvang mogelijk. Het COA spreekt bij kleinschalige opvang over locaties tot circa 150 plekken. Het COA kent verschillende vormen van kleinschalige opvang: - Azc-dependance: de bewoners van een azc-dependance maken gebruik van de voorzieningen op de nabijgelegen hoofdlocatie. Deze hoofdlocatie ligt op maximaal 45 minuten reizen. - Zelfstandige locatie: bij zelfstandige locaties worden de bewoners begeleid door een mobiel begeleidingsteam.
Voor zorg, taallessen en andere voorzieningen wordt gebruikgemaakt van faciliteiten in de gemeente. Gemeenten kunnen dit in overleg met het COA inrichten. Voor locaties kleiner dan 50 biedt het COA geen ondersteuning. Binnen de totale landelijke opvangopgave is dit een te grote capaciteitsbelasting voor het COA. - Het is ook mogelijk een combinatie te maken. Bijvoorbeeld door het clusteren van meerdere kleinschalige locaties op minder dan 45 minuten reisafstand van elkaar, zodat de voorzieningen volgens de opgetelde grootte kunnen worden ingericht. Voorzieningen kunnen hierbij verspreid worden over de verschillende locaties. Bijvoorbeeld: Twee locaties met 150 plekken binnen 45 minuten van elkaar verdelen de voorzieningen die horen bij asielopvang over de twee locaties. Door het totaal van minimaal 300 plekken verzorgt het COA de exploitatie en begeleiding zoals ze ook bij een azc doen. Deze vorm van opvang heeft onze voorkeur, waarbij wij in samenwerking met het COA wel regie willen houden op de locatie. De omvang van de kleinschalige opvanglocatie (<100 of 100-150 bewoners) is verder bepalend voor de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen COA en de gemeente. Waarbij geldt dat hoe kleinschaliger de locaties zijn, hoe meer verantwoordelijkheden bij gemeenten komen te liggen.
Doordat kleinschalige opvang een nieuwe vorm van opvang is, zijn nog niet alle details rondom verantwoordelijkheden en financiën uitgewerkt. Een eerste onderscheid tussen de categorieën staat beschreven in het rapport van BMC, genaamd “Kleinschalige opvang asielzoekers. Kansen en mogelijkheden regio Rivierenland.” Dit rapport is bijgevoegd in de bijlage. Beoogd effect Het vaststellen van locatie uitgangspunten maakt het mogelijk locaties te selecteren die mogelijk geschikt zijn voor asielopvang. Argumenten 1.1 Met 150 plekken voldoet de gemeente aan haar taakstelling. De gemeente Neder-Betuwe moet volgens de taakstelling die de Spreidingswet haar geeft 145 asielplekken realiseren. Met 150 plekken voldoen we (ruim) aan onze taakstelling. 1.2 Kleinschalige opvang vergroot het draagvlak. Een opvangvoorziening van maximaal 150 plekken is een kleinschalige opvangvoorziening. Met dit uitgangspunt wordt de komst van een volledig asielzoekerscentrum (minimaal 300 plekken) uitgesloten. Over het algemeen draagt een kleinschalige opvangvoorziening bij aan het draagvlak onder inwoners. 1.3 Bij één centrale locatie van minimaal 150 asielplekken verzorgt het COA meer diensten. 150 plekken is het minimum aantal waarbij het COA vaste begeleiding en beveiliging op de locatie kan organiseren. Dit komt de stabiliteit en veiligheid op de locatie en daarbuiten ten goede.
Bij meerdere kleinere locaties is dit te kostbaar en worden deze diensten ambulant georganiseerd. Bij locaties kleiner dan 50 plekken ligt de begeleiding bij de gemeente en tot 100 plekken komt er een mobiel Pagina 2 van 6
Z/24/100572/RAAD/24/03423
begeleidingsteam langs op de locatie, maar is deze niet standaard aanwezig. In principe organiseert het COA geen beveiliging voor locaties met minder dan 100 plekken. Ook de verantwoordelijke partij voor de exploitatie van de locatie is afhankelijk van de grootte van de opvang. Voor locaties kleiner dan 50 plekken ligt de verantwoordelijkheid voor de exploitatie bij de gemeente. Voor grotere locaties tot 100 plekken is de exploitatie in overleg. Vanaf 100 plekken neemt het COA deze verantwoordelijkheid op zich. 1.4 Bij één centrale locatie kunnen ruimten voor diensten behorende bij asielopvang makkelijker inpandig worden ondergebracht. Zoals eerder benoemd moeten er naast slaapplekken, douche- en kookvoorzieningen ook ruimten gerealiseerd worden voor bijvoorbeeld taallessen, begeleidingsgesprekken en zorgverlening. Bij één centrale, wat ruimere locatie, kunnen deze ruimtes waarschijnlijk makkelijker inpandig gerealiseerd worden. Bij meerdere kleinere locaties, is dit naar verwachting moeilijker inpandig te realiseren. Dat zou betekenen dat er naast de opvanglocaties waar de mensen wonen en leven, nog andere locaties gezocht moeten worden voor de aan te bieden diensten of er een beroep moet worden gedaan op lokale voorzieningen of zorgverleners. 1.5 De opvang concentreren op één centrale locatie is het meest tijdsefficiënt.
Naar verwachting zijn er in onze gemeente geen bestaande accommodaties beschikbaar voor asielopvang. Wij zullen dan moeten uitwijken naar nog te ontwikkelen locaties. Hiervoor geldt dat vergunningen moeten worden aangevraagd, RO-procedures doorlopen moeten worden, participatietrajecten moeten worden opgestart en nuts-aansluitingen moeten worden aangevraagd. Dit zijn tijdrovende trajecten, die nog meer tijd kosten wanneer wij dit voor meerdere locaties moeten regelen. De Spreidingswet stelt dat wij 1 juli 2025 de asielplekken beschikbaar moeten stellen. De schaarse, beschikbare tijd willen wij daarom zo efficiënt mogelijk besteden aan één locatie. 1.6 Beschikbare locaties en accommodaties zijn schaars. Naar verwachting zijn er niet veel locaties beschikbaar om asielopvang te realiseren. Met het realiseren voor opvang voor Oekraïense ontheemden is dit al gebleken. Omdat wij verwachten dat het vinden van één geschikte locatie al veel uitdaging biedt, willen wij de opvang beperken tot één locatie. 2.1 Alleen duurzame opvangplaatsen tellen mee in de opgave voor de Spreidingswet. Onder duurzame opvangplekken worden plekken verstaan die minimaal 5 jaar beschikbaar zijn. We gaan daarom op zoek naar een locatie die hier aan voldoet. 3.1 Wanneer uitbreiding van woningbouw of bedrijventerreinen belemmerd wordt, gaat dit ten koste van het draagvlak.
Woningzoekenden en ondernemers in de gemeente moeten zo min mogelijk last ondervinden van de te realiseren opvang. Dit gaat namelijk ten koste van het draagvlak voor de te realiseren opvang. 4.1 Opvanglocaties moeten veilig en leefbaar zijn. Opvanglocaties moeten veilig en leefbaar zijn, voor zowel bewoners, medewerkers en zeker ook voor mensen die in de buurt wonen. De locatie moet zodanig toegerust zijn, bijvoorbeeld met beveiliging, dat de veiligheid geborgd wordt. 5.1 Het COA beschikt over de benodigde kennis en expertise die de kwaliteit ten goede komen. Het COA beschikt over de benodigde kennis en expertise in alle fases van het asielproces, die de kwaliteit van de opvang ten goede komen. Van het realiseren van de locatie, het exploiteren ervan en het aanbieden van voorzieningen: het is een vak apart. Voor de inzet van het COA gelden een aantal vereisten aan een locatie. Zoals een minimum aantal plekken op een opvanglocatie en de afstand tot voorzieningen. Hier willen we aan voldoen, om de inzet van het COA op alle facetten van de opvang te borgen. 5.2 Beroep op personele capaciteit gemeente of lokale voorzieningen voorkomen. Wij willen voorkomen dat de druk op gemeentelijk personeel of op lokale voorzieningen (zoals de huisarts) toeneemt.
We willen daarom voldoen aan de voorwaarden van het COA, waarbij zij de verantwoordelijkheid heeft over vrijwel alle facetten van de opvang.
Pagina 3 van 6
Z/24/100572/RAAD/24/03423
6.1 Een balans is nodig. Om eventuele (geluids)overlast zo veel mogelijk te voorkomen, is gepaste afstand tot bestaande woningbouw wenselijk. Tegelijkertijd moeten asielzoekers zo zelfredzaam mogelijk zijn en toegang hebben tot bijvoorbeeld een supermarkt. Het COA hanteert als richtlijn een locatie op maximaal 30 minuten loopafstand van een supermarkt. 7.1 Samenwerken met buurgemeenten neemt werk uit handen. Indien onze gemeente geen volwaardige azc (minimaal 300 plekken) wil én ook niet zelf aan de lat wil staan voor bijvoorbeeld zorg, taallessen en andere dagbesteding, moet zij samenwerken met een buurgemeente. Door samen te werken kunnen de gemeenten de minimale omvang van 300 plekken behalen over meerdere locaties, waardoor het COA de verantwoording op zich neemt voor zowel realisatie en exploitatie van de locatie, zorg, begeleiding, taallessen, beveiliging en bijvoorbeeld dagbesteding. Om dit mogelijk te maken moeten de locaties binnen 45 minuten reisafstand van elkaar liggen. Over dit thema voeren wij verkennende gesprekken met buurgemeenten. 8.1 Transparante communicatie biedt helderheid en creëert draagvlak. Onze inwoners en andere belanghebbenden worden tijdig geïnformeerd over het proces van de gemeente om te komen tot een opvanglocatie voor asielzoekers.
Zij zijn in de gelegenheid gesteld om locaties aan te dragen en worden middels dialoogsessies actief betrokken bij het proces om tot een locatiekeuze te komen. Door inwoners goed te informeren worden zij niet overvallen door een voldongen feit – doorgaans één van de grootste oorzaken van eventuele weerstand. Transparante communicatie draagt bij aan het draagvlak onder alle belanghebbenden. Kanttekeningen 1.3 Continue begeleiding en beveiliging zijn volgens COA niet altijd nodig of eventueel zelf te organiseren. Het COA geeft aan dat zij meer zelfredzame asielzoekers plaatst in kleinere opvanglocaties waar een ambulant team van begeleiders of beveiligers aan verbonden zijn. Continue aanwezigheid van begeleiding en beveiligers zou daarom niet nodig zijn. Het is ook mogelijk dat gemeenten zelf deze diensten verzorgt, maar bij locaties kleiner dan 150 plekken zijn de beschikbare middelen niet toereikend voor een continue bezetting. 1.3 Meerdere kleinschalige locaties zou integratie en draagvlak ten goede komen. Wanneer de gemeente en lokale voorzieningen in plaats van het COA de begeleiding, zorgverlening en dagbesteding van asielzoekers regelen, kan dit de integratie van de bewoners ten goede komen. De afstand tot de lokale gemeenschap wordt daarmee namelijk kleiner.
Daarnaast zou er meer draagvlak kunnen zijn voor meerdere kleinschalige locaties, omdat dit beter passend kan zijn bij een dorp. 1.6 Het locatieonderzoek moet nog uitwijzen hoeveel geschikte locaties er zijn. Het locatieonderzoek voor asielopvang is uitgebreider dan dat voor opvang voor Oekraïense ontheemden. Mogelijk dat dit onderzoek meer geschikte locaties oplevert. Als dat zo is kan de voorkeur keuze voor één locatie nog worden heroverwogen. 2.1 Mogelijk vallen locaties hierdoor af. Op het oog geschikte locaties zullen afvallen wanneer zij niet minstens 5 jaar beschikbaar zijn en daarbij niet meetellen in de taakstelling die de Spreidingswet ons oplegt. 3.1 Woningbouwlocaties zijn in sommige gevallen niet uitgesloten. Wanneer realisatie van beoogde woningbouw op een bepaalde locatie naar verwachting nog minstens 5 jaar op zich laat wachten, kan deze locatie wel in aanmerking komen als locatie voor asielopvang. Opvang moet dan minstens 5 jaar mogelijk zijn. Wanneer overgegaan wordt op realisatie van de woningbouw beëindigt de opvang op deze locatie. 5.2 Als gemeente willen we wel regie blijven houden. Als gemeente willen we zoveel mogelijk ontzorgt worden door het COA. Tegelijkertijd willen we ook invloed kunnen uitoefenen op de opvang. Met het COA willen we hier samenwerkingsafspraken over maken.
In de praktijk kan dit betekenen dat wij sommige facetten van de opvang, bijvoorbeeld het locatiebeheer, toch in eigen hand willen of moeten nemen. Pagina 4 van 6
Z/24/100572/RAAD/24/03423
5.2 Het COA kampt met personeelstekort. Het COA kampt momenteel met een ondercapaciteit aan personeel en heeft in Rivierenland nog amper een personeelsbestand opgebouwd. Het is daarom niet ondenkbaar dat het COA alsnog een beroep doet op gemeente of lokale voorzieningen om de opvang draaiende te houden. 7.1 Mogelijk vallen locaties hierdoor af. Bij samenwerkende locaties hanteert het COA als voorwaarde dat de locaties op maximaal 45 minuten reistijd van elkaar liggen. De bewoners moeten namelijk op en neer reizen tussen de locaties voor de aangeboden diensten van het COA. Het gevolg van deze voorwaarde is dat mogelijk geschikte locaties afvallen, doordat zij niet aan deze voorwaarde voldoen. 8.1 Ondanks goede communicatie is weerstand niet uitgesloten. Ondanks een zorgvuldige communicatiestrategie is het niet uit te sluiten dat inwoners weerstand hebben tegen een asiellocatie. Financiën Het vaststellen van de locatie uitgangspunten heeft op zichzelf geen financiële consequenties. Bij het maken van een definitieve locatiekeuze komen we bij u terug en zullen de bijbehorende kosten zoveel als mogelijk uitgewerkt zijn. Waarbij we er vanuit gaan dat bij het volgen van de opgestelde uitgangspunten de kosten van de realisatie en exploitatie van de locatie bij het COA liggen.
De gemeente maakt in de voorbereidingsfase wel kosten voor projectmanagement, locatieonderzoek, communicatie uitingen en het participatietraject. Deze kosten zullen niet (geheel) vergoed worden door het Rijk. Vooralsnog denken wij die kosten te kunnen dekken uit middelen die wij ontvangen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Indien dit niet toereikend is, zullen wij dit melden in de tweede bestuursrapportage. Communicatie Vanaf mei 2024 is richting onze inwoners gecommuniceerd dat de gemeente op zoek is naar locaties voor asielopvang. Inwoners hebben de mogelijkheid om hierin mee te denken en locaties aan te dragen. Alle aangedragen locaties worden getoetst aan de gestelde uitgangspunten en de uitkomsten hiervan worden openbaar gemaakt. Over de resterende locaties waar verdiepend onderzoek naar gedaan wordt, wordt gecommuniceerd. Daarbij zullen ook dialoogsessies met inwoners georganiseerd worden. Vervolgstappen De vervolgstappen om te komen tot een locatiekeuze zijn als volgt: 1. Uitgangspunten voor locatie en opvang vaststellen – raad juni 2024 2. Inventarisatie mogelijke locaties (groslijst) – april-juni 2024 3. Groslijst toetsten aan de vastgestelde uitgangspunten – juni-juli 2024 4. Oplevering shortlist – raadsinformatiebrief juli 2024 5. Verdiepend onderzoek naar enkele locaties (shortlist) op geschiktheid, incl. dialoogsessies met inwoners – juli-oktober 2024 6.
Besluit over locatie asielopvang, opvanguitgangspunten en voorwaarden bestuursovereenkomst met COA – raad december 2024 7. Opstarten benodigde RO procedures en het geschikt maken van de locatie – december 2024 e.v. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
Nicolien de Geus Secretaris
Jan Kottelenberg Burgemeester
Bijlagen 1. Rapport “Kleinschalige opvang asielzoekers. Kansen en mogelijkheden regio Rivierenland” Pagina 5 van 6
Z/24/100572/RAAD/24/03423
Raadsbesluit De raad van de gemeente Neder-Betuwe gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen;
B E S L U I T: In te stemmen met de volgende locatie uitgangspunten voor de opvang van asielzoekers: 1. Een opvang op 1 locatie met maximaal 150 plekken. 2. Een locatie die tenminste 5 jaar beschikbaar is. 3. Een locatie die geen belemmering vormt voor woningbouw of uitbreiding van bedrijventerreinen. 4. Een locatie waarbij de veiligheid van zowel inwoners van de gemeente als de asielzoekers geborgd wordt. 5. Een locatie die aan de voorwaarden voldoet om het COA zoveel mogelijk werkzaamheden ten behoeve van de daadwerkelijke opvang, exploitatie, begeleiding en verzorging van voorzieningen op zich te laten nemen. 6. Een locatie die niet te dicht op bestaande woonwijken ligt en aan de andere kant niet te veraf van voorzieningen. 7. Een locatie waarbij het mogelijk is om samen te werken met één of meerdere buurgemeenten. 8. Er vindt transparante communicatie plaats richting inwoners en andere belanghebbenden over het proces om te komen tot een locatiekeuze.
Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 13 juni 2024 de griffier, de voorzitter, {{esl:signer3:Capture:size(150,40)}} /signer1/ Erwin van der Neut
Pagina 6 van 6
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg
Z/24/100572/RAAD/24/03423