Raadsvoorstel 3282 - Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
Datum raadsvergadering Inlichtingen bij Raadnummer
9 november 2023 Griffie (griffie@nederbetuwe.nl) Z/23/094343/RAAD/23/03282
Raadsvoorstel Onderwerp
Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027
Ingediend door
College van burgemeester en wethouders (portefeuillehouder Klein)
Samenvatting
De gemeenteraad heeft het zogeheten budgetrecht. Dit houdt in dat de raad bepaalt welke bedragen aan welke ambities worden uitgegeven en hoeveel inkomsten daarvoor (naar verwachting) beschikbaar zijn. Het belangrijkste instrument van de raad bij het uitoefenen van zijn budgetrecht is de begroting. Jaarlijks stelt de raad, op voorstel van het college, de begroting voor het volgende jaar vast. Het college legt in dit voorstel de raad de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 voor. De begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is voor het begrotingsjaar 2024 reëel en structureel sluitend. De meerjarenraming van deze begroting is op termijn ook reëel en structureel sluitend.
Voorgesteld besluit
1. 2. 3. 4.
De Begroting 2024 vast te stellen; In te stemmen met de Meerjarenraming 2025-2027; De in de begroting opgenomen investeringskredieten vast te stellen; In te stemmen met het vormen van een bestemmingsreserve toekomstige afschrijvingen investeringen en het vanuit de jaarschijf 2027 in deze reserve storten van een bedrag van € 10.000.000 ten laste van de algemene reserve;
Inleiding Conform artikel 190 van de Gemeentewet biedt het college de raad ieder jaar een ontwerp van de begroting aan, met een toelichting en een meerjarenraming voor de drie jaren die daarop volgen. Op grond van artikel 191 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om die begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de begroting gaat. Beoogd effect Een solide financiële doorvertaling van de voornemens en ambities voor de jaren 2024 tot en met 2027. Argumenten: 1.1 De begroting geeft inzicht in de beleidsvoornemens en beleidsuitvoering voor 2024 en de jaren daarna. De begroting geeft de beleidsvoornemens weer en de baten en lasten die daarmee gemoeid zijn. Met het vaststellen van de begroting geeft de raad aan welke doelen bereikt dienen te worden en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zijn en wat daarvoor gedaan gaat worden. De begroting bestaat uit drie delen: • het programmaplan, met de antwoorden op de vragen wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat mag kosten. Ook de wettelijk verplichte overzichten van algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting (vpb) en de raming voor onvoorzien zijn hierin opgenomen; • de paragrafen, die voor een aantal onderwerpen een dwarsdoorsnede geven van de programma’s;
Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
•
de financiële begroting, waarin het overzicht van baten en lasten is opgenomen, evenals een uiteenzetting van de financiële positie en het overzicht van de baten en lasten per taakveld.
Financieel is de begroting gebaseerd op de financiële positie van Kadernota 2024, aangevuld met de effecten van de Meicirculaire 2023 en de uitwerking van nieuw beleid en ontwikkelingen na vaststelling van de Kadernota 2024. De onderwerpen die in de Kadernota 2024 met een pro memorie raming waren opgenomen zijn voor een deel uitgewerkt en opgenomen in deze begroting. In deze begroting zijn de volgende posten voorzien van een raming: - Structurele borging van monitoring in het sociaal domein; - Middelen voor de voortzetting van de pilot senioren huisbezoeken; - Aanpak van hondenpoepoverlast; - Differentiatie van het OZB-tarief; - Baarhuisje Dalwegenseweg Opheusden. Voor de overige pm-posten uit de kadernota geldt dat deze op dit moment nog inhoudelijk en financieel worden uitgewerkt. Hiervoor leggen wij uw raad op een later moment een voorstel ter besluitvorming voor. Het gaat om de navolgende onderwerpen.
Bij de vaststelling van de kadernota heeft uw raad een motie aangenomen om vanaf 2024 een bijzondere opsporingsambtenaar aan te stellen specifiek voor onze jeugd. De financiële effecten die gemoeid zijn met de uitvoering van deze motie zijn verwerkt in deze begroting. 1.2 De begroting is op een aantal punten vernieuwd. Vorig jaar is in de begroting 2023 is een start gemaakt met het gebruik van zogeheten doelenbomen om op een overzichtelijke manier tot uitdrukking te brengen welke beleidsdoelstellingen worden nagestreefd, welke ambities daarbij horen en welke acties uitgevoerd gaan worden om die ambities waar te maken. In de voorliggende begroting is een verdere verbeterslag gemaakt. Wij hebben de omschrijving van doelen en activiteiten aangescherpt en er wordt een duidelijkere relatie gelegd tussen activiteiten en doelstellingen. Daarnaast is een nieuwe paragraaf Wet open overheid (paragraaf 9) opgenomen. Hiermee voldoen we aan artikel 3.5 van de Wet open overheid, waarin is bepaald dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht dienen te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijks verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan. Het doel van de Wet open overheid is een open overheid die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening op basis van een ordentelijke informatiehuishouding. Pagina 2 van 6
Z/23/094343/RAAD/23/03282
1.3. De voorgestelde formatie-uitbreiding in verband met het Programma Riolering en Water 2024-2028 is in deze begroting opgenomen. In zijn vergadering van 28 september 2023 heeft de gemeenteraad het Programma Riolering en Water 2024-2028 vastgesteld. Voorgesteld wordt de formatie hiervoor structureel uit te breiden. Deze formatieuitbreiding is opgenomen in de voorliggende begroting (paragraaf bedrijfsvoering) en wordt gedekt uit de budgetten van het PRW. 2.1 De begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is voor het begrotingsjaar 2024 reëel en structureel sluitend. De meerjarenraming van deze begroting is op termijn ook reëel en structureel sluitend. De begroting voldoet daarmee aan artikel 189 van de Gemeentewet. Om de begroting 2024 en de laatste jaarschijf van de meerjarenraming sluitend te kunnen presenteren, hebben wij uw raad in het kader van deze begroting geen ingrijpende dekkingsmaatregelen hoeven voor te stellen. Ter dekking van de jaarschijf 2027 wordt uw raad wel een aanvullende dekkingsmaatregel voorgesteld die wij hier graag nader uitlichten. Dit betreft het voorstel om de voorgenomen investeringen in het Integraal Huisvestingsprogramma (IHP) en de Rondweg Opheusden (deels) te dekken vanuit onze algemene reserve en hiertoe een bestemmingsreserve toekomstige afschrijvingen investeringen te vormen.
3.1 Het is een bevoegdheid van de raad om investeringsbudgetten beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van beleid in het komende begrotingsjaar. Op grond van artikel 191 van de Gemeentewet is de raad het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen in het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de begroting gaat. Bij het vaststellen van de begroting stelt de raad jaarlijks een investeringsbudget beschikbaar voor de in het begrotingsjaar uit te voeren beleidsinvesteringen. In de investeringsoverzichten bij de verschillende programma's treft u per programma een overzicht aan van de geplande beleidsinvesteringen in 2024. 4.1. Toekomstige afschrijvingslasten kunnen gedekt worden vanuit onze reservepositie Met de wijziging van het BBV in 2017 kunnen reserves niet meer rechtstreeks in mindering worden gebracht op investeringen. In plaats daarvan kunnen gemeenten een bestemmingsreserve voor kapitaallasten vormen en hier gedurende de looptijd van de investering jaarlijks een bedrag aan onttrekken ter dekking van de kapitaallasten. De onttrekkingen aan de reserve kapitaallasten gelden als structureel dekkingsmiddel in de exploitatie. Voorgesteld wordt om een bestemmingsreserve afschrijvingslasten toekomstige investeringen te vormen en hier in 2027 een bedrag van € 10 mln. In te storten, ten laste van de algemene reserve. Dit levert vanaf 2027 een dekking op van 300.000 per jaar.
Overigens is de exacte hoogte van de benodigde investeringen in het IHP en de Rondweg Opheusden op dit moment nog niet bekend. Onze huidige vermogenspositie en weerstandsvermogen laten bovenstaande werkwijze ruimschoots toe. Rekening houdend met de toekomstige onttrekking van dit bedrag uit de algemene reserve bedraagt de weerstandsratio 1,3 vanaf 2026. Dat kwalificeert daarmee als voldoende. 4.2. Het vormen van een bestemmingsreserve is een bevoegdheid van de raad De raad gaat over het vormen van reserves en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan. Kanttekeningen: 1.1 De septembercirculaire van het Gemeentefonds is niet verwerkt in deze begroting. In de financiële positie is de septembercirculaire van het Gemeentefonds nog niet verwerkt. Dat is gebruikelijk, deze verschijnt op een te laat moment om die te kunnen verwerken in het meerjarig perspectief. We analyseren de effecten van deze circulaire en verwerken die analyse in een raadsinformatiebrief. Daarmee heeft de raad bij de begrotingsbehandeling de beschikking over alle informatie die nodig is om een afgewogen besluit te nemen. 1.2 Er zijn ontwikkelingen die het structureel en reëel evenwicht in de meerjarenraming bedreigen
Pagina 3 van 6
Z/23/094343/RAAD/23/03282
Onze begroting en meerjarenraming is reëel en structureel in evenwicht. Het instant houden van dit aanwezige evenwicht speelt zich af tegen de achtergrond van de voortdurende onzekerheid over de wijze waarop gemeenten vanaf 2026 door het Rijk worden gefinancierd. De VNG heeft op haar ledenvergadering van 14 juni jl. aangekondigd een advies aan gemeenten te geven over dit onderwerp. Dit advies hebben de gemeenten inmiddels ontvangen. Het advies van de VNG is om voor de financiële positie de jaarschijven 2024 en 2025 sluitend te maken en vanaf 2026 een financieel tekort te laten zien in de meerjarenraming. Hiermee wil de VNG een signaal afgegeven richting het Rijk van "gemeenten redden het niet meer en er zal bezuinigd moeten worden". Het Rijk wil vanaf 2026 de normeringssystematiek "samen de trap op samen de trap af" vervangen door een systematiek met normen en compensatie conform Bruto Binnenlands Product (BBP). Van belang hierbij is de huidige bestendige gedragslijn bij het raming van de loon-en prijscompensatie in de meerjarenraming van de gemeente. Deze bedraagt conform bestendige gedragslijn en op basis van een advies van de provinciaal toezichthouder 1% per jaar over de periode 2025-2027. Dit is aanzienlijk lager dan de huidige meerjarige inflatieverwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) (ca. 3,5-5,5% per jaar).
In voorgaande jaren kon een dergelijk verschil in de begroting steeds opgevangen worden door de jaarlijkse stijging van de volumecomponent van de algemenen uitkering uit het gemeentefonds hiervoor (gedeeltelijk) aan te wenden. Neder-Betuwe is immers een sterke groeigemeente. Echter, in de meicirculaire 2023 heeft het Rijk voor het eerst (eenzijdig, zonder overleg of instemming vanuit de gemeenten/ en de VNG) aangegeven hoe zij de jaarlijkse compensatie voor volumestijgingen vanaf 2027 voor zich ziet. Het Rijk geeft aan hiervoor uit te willen gaan van een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) over de afgelopen 9 jaren. Hiervoor is landelijk € 150 mln. gereserveerd in 2027 en € 300 mln. in 2028. Deze bedragen zijn in de meicirculaire 2023 nog niet verwerkt en maken daarmee ook nog geen deel uit van de in onze meerjarenraming opgenomen uitkering uit het gemeentefonds. Hoewel er nog geen zekerheid is over bovenstaande systematiek vinden wij het verstandig u vroegtijdig over deze onzekerheid te informeren. Als bovenstaande systematiek daadwerkelijk werkelijkheid wordt dan is de vraag of de volumestijging van het gemeentefonds in de komende jaren toereikend is om het verschil tussen de werkelijke inflatie en de geraamde loon-prijsindex in de meerjarenraming op te kunnen vangen.
Hierin schuilt een belangrijke onzekerheid voor de meerjarenraming. Uitgaande van de huidige percentages voor de loon- en prijsontwikkeling uit de meicirculaire 2023 (CPB), onze reserveringen voor loon- en prijscompensatie en de voorgestelde systematiek van het Rijk (compensatie volumecomponent op basis van het Bruto Binnenlands Product (BBP), Komt een voorzichtige indicatie van de onzekerheid uit op een effect met een omvang van circa € 0,5 mln. oplopende naar € 1,5 mln. 4.1. Voor vervangingsinvesteringen in de toekomst is geen of minder dekking in de begroting aanwezig Conform de voorschriften van het BBV mag een jaarlijkse onttrekking aan een bestemmingsreserve ter dekking van kapitaallasten aangemerkt worden als structureel dekkingsmiddel. Dit laat onverlet dat de investering wordt bekostigd met incidentele middelen (reserves). Wanneer er in de toekomst noodzaak is om tot vervanging van de betreffende kapitaalgoederen over te gaan, zal hiervoor op dat moment opnieuw geheel of gedeeltelijke dekking gevonden moeten worden. Financiën: De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 laren op basis van structurele en incidentele lasten en baten een financiële positie zien waarin voor drie jaren sprake is van begrotingsoverschotten. Het jaar 2026 laat een tekort zien.
Het jaar 2024 sluit met een overschot van afgerond € 416.000, het jaar 2025 met een overschot van € 1.209.000, het jaar 2026 met een tekort van € 500.000 en het jaar 2027 met een overschot van € 110.000.
Pagina 4 van 6
Z/23/094343/RAAD/23/03282
Halen wij nu alle incidentele lasten en baten uit deze begroting en meerjarenraming - een vereiste vanuit de BBV - dan is voor de jaren 2024, 2025 en 2027 sprake van een sluitende financiële positie met structurele begrotingsoverschotten. Het jaar 2024 sluit met een structureel begrotingsoverschot van € 592.000, het jaar 2025 sluit met een structureel begrotingsoverschot van € 1.783.000 en het jaar 2027 sluit met een structureel begrotingsoverschot van € 110.000. Het jaar 2026 is niet sluitend en laat een structureel begrotingstekort zien van € 500.000 (zonder incidentele lasten en baten). De begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is voor het begrotingsjaar 2024 reëel en structureel sluitend. De meerjarenraming van deze begroting is op termijn ook reëel en structureel sluitend. De weerstandsratio geeft voor het jaar 2024 een stand van 2,3 aan wat gekwalificeerd wordt als "Uitstekend". De weerstandsratio daalt in de jaren daarna naar 1,3 in 2027 wat gekwalificeerd wordt als "voldoende". De daling van de weerstandsratio vanaf 2024 ten opzichte van 2023 komt door het vormen van een bestemmingsreserve van € 10 miljoen ten laste van de algemene reserve voor dekking van toekomstige afschrijvingslasten van toekomstige investeringen (Integraal onderwijsHuisvestingsPlan (IHP) en de Randweg Opheusden.
Onze huidige vermogenspositie en weerstandsvermogen laten bovenstaande werkwijze ruimschoots toe. Communicatie: Artikel 190 van de Gemeentewet schrijft voor dat de begroting en meerjarenraming voor een ieder ter inzage wordt gelegd, zodra die aan de raad zijn voorgelegd. Daarnaast schenken wij via de gebruikelijke media aandacht aan de inhoud van de begroting. Ook dit jaar is er een digitale versie van de begroting beschikbaar via het portaal op de gemeentelijke website. Vervolgstappen: Na vaststelling van de begroting sturen wij deze aan de provinciaal toezichthouder. Daarnaast passen we op basis van deze begroting de belastingverordeningen en de legesverordening voor komende jaar aan. Deze leggen wij u ter vaststelling voor in de raadsvergadering van december 2023.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}} Gerrit Stam secretaris
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg burgemeester
Bijlagen 1.
Pagina 5 van 6
Z/23/094343/RAAD/23/03282
Raadsbesluit De raad van de gemeente Neder-Betuwe gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; ; gelet op het bepaalde in artikel 190 en 191 van de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Neder-Betuwe;
B E S L U I T: 1. 2. 3. 4.
De Begroting 2024 vast te stellen; In te stemmen met de Meerjarenraming 2025-2027; De in de begroting opgenomen investeringskredieten vast te stellen; In te stemmen met het vormen van een bestemmingsreserve toekomstige afschrijvingen investeringen en het vanuit de jaarschijf 2027 in deze reserve storten van een bedrag van € 10.000.000 ten laste van de algemene reserve;
Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 9 november 2023 de griffier, de voorzitter, {{esl:signer3:Capture:size(150,40)}} /signer1/ Erwin van der Neut
Pagina 6 van 6
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg
Z/23/094343/RAAD/23/03282