CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 3281 - Programma Riolering en Water

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Programma Riolering en Water 2024-20282.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum raadsvergadering Inlichtingen bij Raadnummer

Griffie (griffie@nederbetuwe.nl) Z/22/090409/RAAD/23/03281

Raadsvoorstel Onderwerp

Programma Riolering en Water

Ingediend door

College van burgemeester en wethouders (portefeuillehouder Van Someren)

Samenvatting

De gemeente wil naar een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050. In het ‘Beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe (Lokale Adaptatie Strategie: LAS)’ is het toekomstbeeld Neder-Betuwe tot 2050 vastgelegd. Dit toekomstbeeld schetst een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050. Dit beleidskader is december 2022 door de raad vastgesteld. In het nieuwe Programma Riolering en Water (hierna afgekort als PRW) leggen wij vast hoe wij binnen onze gemeentelijke watertaken en de daaraan verbonden wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hier in de periode 2024-2028 invulling aan geven. Hoe wij dit bekostigen en wat dit betekent voor het tarief riool- en waterzorgheffing.

Voorgesteld besluit

1. Het Programma Riolering en Water 2024-2028 vast te stellen. 2. De heffingsgrondslag van de riool en waterzorgheffing voor 2024 ongewijzigd te laten. 3. In te stemmen met de uitwerking van een nieuw voorstel voor de heffingsgrondslag van de riool en waterzorgheffing die invulling geeft aan de bestuursopdracht voor tariefdifferentiatie. 4. In te stemmen om bij het nieuwe voorstel voor de heffingsgrondslag ook de wens voor het wijzigen van de doorbelasting van de compensabele BTW mee te nemen. 5. In te stemmen met een structurele uitbreiding van de formatie in de eigen organisatie; dekking van deze kosten zijn onderdeel van het PRW. 6. Het tarief riool- en waterzorgheffing in 2024 gelijk te houden aan het tarief van 2023.

Inleiding Het huidig Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is eind 2023 verlopen. Het opstellen en publiceren van een Gemeentelijk Rioleringsplan is sinds 1 januari 1994 verplicht. Deze verplichting vervalt vanaf 2024 met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ondanks dat de planverplichting vervalt moeten we wel vastleggen hoe wij invulling geven aan onze wettelijke zorgplichten en moeten we de riool en waterzorgheffing onderbouwen. Dat doen we in dit nieuwe PRW. Met dit nieuwe PRW sorteren we al grotendeels voor op de nieuwe plankaders vanuit de Omgevingswet. Dit PRW heeft een looptijd van vijf jaar, van 2024 tot en met 2028. In het PRW is vastgelegd hoe de gemeente Neder-Betuwe omgaat met de wettelijke zorgplicht voor afval-, hemel- en grondwater. In het plan zijn de beleidsmatige, strategische, operationele en financiële kaders voor de gemeentelijke watertaken voor de komende jaren beschreven. Beoogd effect 1. In 2050 een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe. 2. Vastleggen van de kaders op strategisch, operationeel en financieel niveau voor de drie wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater en de daarmee samenhangende benodigde middelen voor de planperiode van 2024 tot en met 2028. 3. Vastleggen van de gemeentelijke ambitie met betrekking tot de gemeentelijke watertaken.

Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl

4. Eenduidig vastleggen wat inwoners en bedrijven van de gemeente als invulling van de gemeentelijke watertaken mogen verwachten én andersom wat wij van de inwoners en bedrijven verwachten. 5. Een duidelijke en gezonde financiële positie bereiken, zonder grote schommelingen in de opbouw van de riool- en waterzorgheffing. Argumenten 1.1 Dit voorstel past binnen bestaand beleid. Hoe we in Neder-Betuwe invulling geven aan onze gemeentelijke watertaken is al jaren integraal verankerd in diverse beleidsstukken, waaronder het huidig GRP, Beleidskader Klimaatadaptatie NederBetuwe (LAS), het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) en de Omgevingsvisie. Ieder van deze stukken draagt op onderdelen bij aan het doel ‘Een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050’. Wij zien met dit nieuwe PRW geen aanleiding dit doel te veranderen. 1.2 In het PRW is de gemeentelijke invulling van de wettelijke zorgplichten vastgelegd In het PRW leggen we vast hoe we invulling geven aan de drie wettelijke zorgplichten, zoals deze zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Ww). Dit zijn:  De zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (Wm 10.33).

 De zorgplicht voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater (Ww 3.5).  De zorgplicht om in openbaar gemeentelijke gebied maatregelen te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 1.3 Door dit voorstel vast te stellen, kunnen we in de periode 2024-2028 invulling geven aan ons doel ‘een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050’. Na vaststelling van het PRW kunnen wij vanaf volgend jaar de eerste werkzaamheden in gang zetten die nodig zijn om onze buitenruimte klimaatbestendig en water robuust te maken. 2.1 In 2024 hanteren we voor de heffingsgrondslag riool- en waterzorgheffing dezelfde grondslag als in 2023. Op dit moment hanteren wij een vast heffingstarief riool- en waterzorgheffing voor de aansluitingen op het gemeentelijk riool. We maken daarbij nog geen onderscheid tussen de lozing van particulieren (woningen) en commerciële lozers (bedrijven). Bij het vaststellen van het huidig GRP heeft de raad als visie op de waterketen het college een bestuursopdracht meegegeven het principe de ‘vervuiler betaalt’ te willen hanteren.

Dit sluit ook aan bij één van de thema’s uit het coalitieakkoord, namelijk ‘Het bewustzijn bij de inwoners omtrent duurzaam leven versterken’. Overstappen naar een andere heffingsgrondslag is een complex traject en moeten we zorgvuldig doen. Daarom hebben we ervoor gekozen deze overgang nog niet mee te nemen tijdens het planproces van dit PRW in 2023 maar de definitieve besluitvorming over de inrichting in 2024 te doen. Dit betekent dat we in 2024 de heffingsgrondslag van de riool en waterzorgheffing voor 2024 ongewijzigd laten. 3.1 Vanaf 2024 hanteren we een heffingsgrondslag riool- en waterzorgheffing die bijdraagt aan het versterken van bewustzijn omtrent duurzaam leven bij de inwoners. Op dit moment zit er in de grondslag riool- en waterzorgheffing geen prikkel om duurzamer met lozing van water op onze rioolvoorzieningen om te gaan. De nieuwe modelverordeningen riool- en waterzorgheffing vanuit het VNG stellen ons in staat een grondslag te hanteren die juist wel die prikkel biedt. De overstap naar een andere grondslag is complex. Daarom hebben wij ervoor gekozen dit zorgvuldig uit te werken. Wel starten we parallel aan het planproces van dit PRW al met de voorbereidingen. Wel vragen we de gemeenteraad nu al in te stemmen met een overgang naar een ander heffingssysteem. In 2023 starten we met de uitwerking, 2024 leggen wij dit voor ter besluitvorming.

4.1 Wij stellen voor vanaf 2024 de doorbelasting van de compensabele BTW binnen de gesloten boekhouding van de rioolheffing te houden. Pagina 2 van 7

Z/23/094797/RAAD/23/03281

Op dit moment wordt de compensabele BTW meegenomen in de tariefberekening riool- en waterzorgheffing. Omdat de investeringsbedragen jaarlijks kunnen fluctueren, fluctueert ook de compensabele BTW. De jaarlijkse uitkering vanuit het BTW compensatiefonds komt op dit moment ten bate van de algemene middelen. Door de fluctuatie van BTW fluctueert ook de jaarlijkse uitkering. De achterliggende jaren heeft dit een aantal maal in begrotingstekorten geresulteerd. Om dit te voorkomen stellen we voor de compensabele BTW binnen de gesloten boekhouding van de riool- en waterzorgheffing te houden. Dit biedt stabiliteit in de baten/lasten ontwikkeling van de algemene middelen. Keerzijde is dat de uitkering vanuit het BTW -compensatiefonds als baat vervalt binnen de algemene middelen. Dit tekort kunnen we opvangen door bepaalde activiteiten, die ook de gemeentelijke watertaken dienen, (deels) te bekostigen uit de riool- en waterzorgheffing. Dit wijzigingsvoorstel nemen we gelijktijdig mee in de overgang naar de nieuwe heffingsgrondslag. 5.1 De structurele formatie-uitbreiding vanaf 2024 van onze eigen organisatie is al gedekt met de budgetten van dit PRW. Op dit moment hebben wij voor onze reguliere jaarlijkse werkzaamheden (beleid, onderzoek, beheer) 1,11 fte formatie fysiek beschikbaar (waarvan 0,11 fte vacature).

Daarnaast maken wij gebruik van inhuur derden bij de reguliere beleids-, onderzoek en beheeractiviteiten. De kosten van deze capaciteit (eigen inzet + inhuur derden) is gedekt vanuit de begroting. De komende planperiode hebben wij gemiddeld voor deze reguliere werkzaamheden op jaarbasis 2,33 fte inzet nodig. Dit is een structurele inzet én deze inzet neemt de komende jaren door uitbreiding van het areaal stapsgewijs toe. Het heeft daarom onze voorkeur deze capaciteit structureel binnen de eigen organisatie te borgen zodat wij minder afhankelijk zijn van inhuur van derden. De dekking voor de uitbreiding van de eigen organisatie is geborgd binnen de budgetten van dit PRW. In de planperiode 2024-2028 voorzien we jaarlijks in een gemiddelde inzet van 2,4 fte voor projectvoorbereiding (ontwerp en advisering) en projectbegeleiding (directievoering en toezicht) van investeringswerken. Deze inzet is gedekt vanuit de VAT kosten (15%) van de investeringskredieten. Deze inzet huren we extern in. 6.1 Er is geen aanleiding om het tarief riool- en waterzorgheffing te wijzigen in 2024. De te dekken lasten in 2024 zijn nagenoeg gelijk aan de bruto inkomsten van 2023, namelijk ruim € 2,4 miljoen. Er is daarom geen aanleiding de tarieven te wijzigen en/of een prijsindexatie door te voeren. In het onderdeel ‘Financiën’ is deze overweging verder toegelicht.

Kanttekeningen 1.1 Bij het niet vaststellen van het PRW voldoen we niet aan de wettelijke verplichting en is de inning van riool en waterzorgheffing onrechtmatig. Iedere gemeente moet beschikken over een door de gemeenteraad vastgesteld GRP/PRW (Wet Milieubeheer artikel 4.22). Zonder vastgesteld PRW kan de gemeente geen riool en waterzorgheffing opleggen, is er geen dekking om het beheer en onderhoud voor de gemeentelijke watertaken uit te voeren en kan de gemeente de benodigde maatregelen en werkzaamheden niet uitvoeren. 1.2 Stedelijk waterbeheer en de toekomstige Omgevingswet. De Omgevingswet integreert veel wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals ook (onderdelen van) de Wetten milieubeheer en de Waterwet. Bijvoorbeeld: onze zorgplichten t.a.v. stedelijk (afval)water (artikelen 10.33, 3.5 en 3.6 in de Waterwet) zijn dan ondergebracht in artikel 2.16 in de Omgevingswet. Met het verder schrappen van een aantal specifieke bepalingen moet onnodige bureaucratie worden voorkomen en wordt er meer ruimte gecreëerd voor maatwerkoplossingen. 1.3 Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in 2024, vervalt het GRP als wettelijke planverplichting. Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) heeft een belangrijke rol gespeeld bij de planmatige uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Het GRP is onder de Wet milieubeheer een verplicht plan voor gemeenten.

Met ingang van 2024 vervalt deze verplichting. Het GRP komt in de Omgevingswet nog terug als facultatief programma. Daarmee verdwijnt weliswaar de planverplichting uit de Wet Milieubeheer, maar gemeenten kunnen toch voor kiezen om de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen en dat is ook waar vrijwel alle gemeenten voor kiezen. Het programma is vormvrij (geen wettelijke voorschriften) en ook de naam is voor de gemeente vrij te Pagina 3 van 7

Z/23/094797/RAAD/23/03281

bepalen. Voor de onderbouwing van onze invulling van de gemeentelijke watertaken en de wijze waarop wij de kosten dekken via de riool- en waterzorgheffing kiezen wij ervoor een Programma Riolering en Water periodiek (5-jaarlijks) op te stellen én deze door de Raad vast te laten stellen. Financiën Om toe te werken naar een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050 gaan wij de komende jaren diverse activiteiten uitvoeren. Deze activiteiten zijn onder te verdelen in reguliere exploitatie (begroting), eenmalige investeringen binnen het bestaand areaal (kredieten) en aanleg van nieuw areaal. In dit nieuwe PRW zijn de (contouren van de) geraamde uitgaven van deze activiteiten over de periode 2024-2028 bepaald. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:  De geraamde bedragen zijn op prijspeil 2023 en corrigeren we in de toekomst met de dan geldende prijsindex;  Alle geraamde bedragen zijn exclusief BTW (deze maken we separaat inzichtelijk in het kostendekkingsplan);  De investeringen zijn inclusief toeslagen voor voorbereiding en toezicht (VAT-kosten uitgangspunt 15%), voor projecten die we niet zelf kunnen uitvoeren;  Bij de activatie van de investeringsuitgaven hanteren we een rekenrente van 1%. Onderstaand figuur toont de te dekken lasten in de komende planperiode (inclusief een doorkijk vijf jaar na de planperiode 2029-2033).

In de planperiode 2024-2028 bedragen de te dekken lasten gemiddeld circa € 2,5 miljoen per jaar. Na de planperiode stijgen de lasten langzaam door extra uitgaven voor groot onderhoud, vervanging en verbetering van het areaal. Dit komt door een ouder wordend areaal wat meer onderhoud behoeft. In de periode 2029-2033 bedragen de te dekken lasten volgens de huidige prognoses/inzichten jaarlijks gemiddeld circa € 2,7 miljoen. In 2024 staat de actualisatie van het MJIP gepland (MJIP 2025). Met de voorbereiding daarvan starten wij al in 2023. Riolering is een integraal onderdeel binnen het MJIP. Vooruitlopend op het MJIP 2025 nemen wij nu nog geen besluit over de nieuwe rioleringsprojecten binnen het MJIP 2025. Financiële consequenties voor bestaande integrale rioleringsprojecten De extra kapitaallasten voor de benodigde PRW kredieten voor de projecten Vogelbuurt 2, Dichterswijk, De Leede II en Nassaulaan zijn in bijgevoegde begrotingswijziging op voorhand wel opgenomen en Pagina 4 van 7

Z/23/094797/RAAD/23/03281

zodoende zullen deze ook verwerkt worden in de begroting 2024. Dit heeft geen effect op de financiële positie van de gemeente, aangezien het PRW een gesloten systeem is. Op een later moment dit jaar zullen aanvullende benodigde kredieten aangevraagd worden voor eerder genoemde projecten in samenhang met de componenten wegen en groen om zodoende een transparant totaalkrediet te laten zien per project. Het huidig niveau van de heffing (bruto inkomsten in 2023 ruim € 2,4 miljoen) is voldoende om ook in de komende planperiode de lasten te dekken. Vanaf 2027 neemt de dekkingsgraad geleidelijk af én wordt bij een ongewijzigd niveau van de totaalinkomsten riool- en waterzorgheffing ingeteerd op de voorziening. Met de huidige inzichten kan er dan vanaf 2034 sprake zijn van een negatieve voorziening. Een negatieve stand van de voorziening is wettelijk niet toegestaan! Maar die situatie doet zich over tien jaar voor en valt ruim buiten de doorkijk van het PRW en is dus onzeker. Met het oog op de toenemende lasten vanaf 2027 en het feit dat we op dit moment een kostendekkend tarief hanteren is het voorstel de tarieven riool- en waterzorgheffing 2023 én de daaraan gekoppelde totaalinkomsten riool- en waterzorgheffing als uitgangspunt voor de planperiode 2024-2028 te gebruiken. De heffingsgrondslag riool- en waterzorgheffing 2023 blijft voor 2024 op gelijk niveau.

Op basis van de uitgangsituatie van 2023 is het tarief voor de riool- en waterzorgheffing in 2024 € 240,50 per perceel. Wat de tarieven voor 2025 én verder worden is afhankelijk van de uitkomsten van de heroverweging doorbelasting compensabele BTW én tariefdifferentiatie. Uitgangspunt daarbij is dat totaalinkomsten riool- en waterzorgheffing voor 2023 ook voor de planperiode 2024-2028 voldoende zijn om de lasten te dekken. In deze tarieven is nog geen rekening gehouden met prijsindexatie. Indexering gebeurt jaarlijks op basis van de dan geldende CBS-indexatie. Communicatie In het PRW 2024-2028 zijn de beleidsmatige, strategische, operationele en financiële kaders voor de gemeentelijke watertaken beschreven. De gemeentelijke ambitie is gericht op het doel een klimaatbestendig en water robuust Neder-Betuwe in 2050. In september van dit jaar wordt het PRW ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Na vaststelling maken we het plan bekend op officiëlebekendmakingen.nl en in Hét Gemeentenieuws. Tegen het definitieve PRW bestaan echter geen wettelijke bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Vervolgstappen 1. Het vastgesteld PRW publiceren via bovengenoemde kanalen. 2. Starten met de overgang naar een andere heffingsgrondslag riool- en waterzorgheffing én de heroverweging van doorbelasting van de compensabele BTW in de riool- en waterzorgheffing. 3.

Wij starten in 2023 met de voorbereiding van het nieuwe MJIP 2025. Deze wordt in 2024 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}} Gerrit Stam secretaris

Pagina 5 van 7

{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg burgemeester

Z/23/094797/RAAD/23/03281

Bijlagen Naam bijlage Ontwerp PRW 2024-2028 Raadsvoorstel en -besluit Begrotingswijziging

Pagina 6 van 7

Zaaknummer Z/22/090409 Z/22/090409 Z/22/090409

Documentnummer RAAD/23/03281 RAAD/23/03281 RAAD/23/03281

Z/23/094797/RAAD/23/03281

Raadsbesluit De raad van de gemeente Neder-Betuwe gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in de Omgevingswet, die per 2024 in werking treedt. B E S L U I T: 1. Het Programma Riolering en Water 2024-2028 vast te stellen. 2. De heffingsgrondslag van de riool en waterzorgheffing voor 2024 ongewijzigd te laten. 3. In te stemmen met de uitwerking van een nieuw voorstel voor de heffingsgrondslag van de riool en waterzorgheffing die invulling geeft aan de bestuursopdracht voor tariefdifferentiatie. 4. In te stemmen om bij het nieuwe voorstel voor de heffingsgrondslag ook de wens voor het wijzigen van de doorbelasting van de compensabele BTW mee te nemen. 5. In te stemmen met een structurele uitbreiding van de formatie in de eigen organisatie; dekking van deze kosten zijn onderdeel van het PRW. 6. Het tarief riool- en waterzorgheffing in 2024 gelijk te houden aan het tarief van 2023. Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 28 september 2023 de griffier, de voorzitter, {{esl:signer3:Capture:size(150,40)}} /signer1/ Erwin van der Neut

Pagina 7 van 7

{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}} Jan Kottelenberg

Z/23/094797/RAAD/23/03281

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13070970/2