Raadsvoorstel 3243 - Doelgroepenverordening en verhoging koopprijsgrens
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknr.: Z/22/090241/RAAD/23/03243
Raadsvergadering d.d.
:
Inlichtingen bij : Griffie
Agendapunt
:
Telefoonnr.
: 14 0488
Portefeuillehouder
:
E-mailadres
: griffie@nederbetuwe.nl
Wethouder van Wolfswinkel
Onderwerp: Doelgroepenverordening en verhoging koopprijsgrens
Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1. de ‘Verordening doelgroepen woningbouw Neder-Betuwe 2023’ vast te stellen.
Samenvatting voorstel: Het woningbouwprogramma voor Neder-Betuwe omvat verschillende woningtypen. Hieronder vallen onder andere sociale huur, middenhuur en sociale koopwoningen. Dit programma is vastgesteld in het kader van de Woondeal Rivierenland. Deze verordening is de juridische basis om in nieuwe bestemmingsplannen het aandeel van deze woningcategorieën, de daarvoor in aanmerking komende doelgroepen en de instandhoudingsperiode vast te leggen. In de doelgroepenverordening ligt tevens vast in welke mate de maximale prijs van sociale koopwoningen mag worden verhoogd vanwege de sterk stijgende bouwkosten. In de woonvisie van de gemeente (vastgesteld begin 2021) heeft u aangegeven dat dit op basis van de toenmalige wet- en regelgeving € 200.000 zou mogen zijn. Het huidige voorstel is een verhoging, afhankelijk van de woninggrootte, tot maximaal € 250.000.
Inleiding: De Woondeal Regio Rivierenland verplicht de deelnemende gemeenten om tot 2030 een aanzienlijk woningbouwprogramma te realiseren, met daarin vastgelegde percentages sociale huur, middenhuur- en betaalbare (waaronder sociale) koopwoningen. Bouwgrond in Neder-Betuwe is over het algemeen niet in het bezit van de gemeente. De doelgroepenverordening verschaft in deze situatie de juridische basis voor het laten doorwerken van de afspraken van de Woondeal in de woningbouwprogrammering. Met de doelgroepenverordening willen we ook de maximale huur- en koopprijsgrenzen, de beoogde doelgroep en de verplichte instandhoudingstermijn regelen. Voor de sociale huursector zijn deze zaken goed geregeld als het gaat om het woningbezit van woningcorporatie Thius, maar er zijn (op kleine schaal) ook particuliere ontwikkelaars die sociale huurwoningen realiseren. In de woonvisie van de gemeente Neder-Betuwe is bepaald dat de maximale kooprijs van sociale koopwoningen € 200.000 mag bedragen, het ten tijde van de vaststelling van de woonvisie geldende wettelijke maximum. Inmiddels mag deze koopprijs verhoogd worden omdat het in de praktijk niet meer mogelijk is om voor het oorspronkelijke bedrag te bouwen.
In de discussie binnen het college en met de raad is het punt gemaakt dat de gemeente de prijsgrens slechts beperkt wil verhogen en te koppelen aan de woninggrootte om deze woningen toegankelijk te houden voor de beoogde doelgroep.
Pagina 1 van 9
*ZA9AE57FE2A*
Beoogd effect: Met de doelgroepenverordening willen we juridisch waarborgen dat het aandeel sociale woningbouw, middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen zoals afgesproken in de Woondeal Regio Rivierenland ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Door het vastleggen van een instandhoudingstermijn voor deze woningbouwcategorieën zorgen we ervoor dat deze woningen voor langere tijd beschikbaar blijven voor de doelgroepen. Argumenten: 1.1 De doelgroepenverordening zorgt ervoor dat in nieuwe bestemmingsplannen de woningdifferentiatie is afgestemd op de afspraken die in de Woondeal Rivierenland zijn gemaakt. De doelgroepenverordening is de juridische basis voor het vastleggen van de woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en anterieure overeenkomsten. 1.2 De doelgroepenverordening zorgt ervoor dat de betreffende woningcategorieën beschikbaar komen en voor een redelijke termijn blijven voor de doelgroepen die vanwege hun inkomen zijn aangewezen op deze woningen. Voor woningen in de sociale huursector is dit wettelijk geregeld op basis van de maximale DAEB inkomensgrens (DAEB = Diensten van Algemeen en Economisch Belang conform de regels van de Europese Unie), terwijl daarnaast de toewijzingsregels gelden op basis van de betreffende ministeriële regeling. Voor de middeldure huur- en sociale koopwoningen is uitgegaan van 1,5 keer de DAEB inkomensgrens.
Voor de sociale huur- en middeldure huurwoningen geldt een redelijk lange instandhoudingstermijn (25 respectievelijk vijftien jaar). Voor de sociale koopwoningen daarentegen een relatief korte termijn (vijf jaar) om de koper niet te belemmeren om door te kunnen stromen. Om te voorkomen dat door uitbreiding van de woning een meer dan gemiddelde stijging van de verkoopprijs bij aanbieding door de eerste koper aan een volgende koper ontstaat, is voor de sociale koopwoningen als voorwaarde opgenomen dat het woonoppervlak deze woningen de eerste vijf jaar niet mag worden uitgebreid. 1.3 De doelgroepenverordening zorgt ervoor dat de prijs van sociale koopwoningen beperkt blijft tot € 250.000,en niet stijgt tot de NHG grens van € 325.000,Vanuit het Rijk mogen gemeenten de maximale prijs voor sociale koopwoningen oprekken naar € 325.000,-. Hiermee worden woningen voor starters onbetaalbaar. Door in de doelgroepenverordening een maximum van € 250.000,- op te nemen blijft de prijsstijging beperkt en blijven de woningen beschikbaar voor mensen met een lager inkomen. 1.4 De doelgroepenverordening borgt de kwaliteit van sociale koopwoningen door de prijs te koppelen aan een minimaal gebruiksoppervlak.
In de doelgroepenverordening wordt een stijging van de prijs van sociale koopwoningen naar respectievelijk € 225.000,- en € 250.000,- gekoppeld aan een minimaal gebruiksoppervlak van 50m² en 70m². Hierdoor staat een hogere prijs ook garant voor een grotere woning. Kanttekeningen: 1.1 De doelgroepenverordening is niet van toepassing op vigerende bestemmingsplannen en anterieure overeenkomsten die al van kracht zijn of in een zodanig vergevorderd stadium zijn dat aanpassing niet in de rede ligt. In de verordening is verder de mogelijkheid opgenomen dat het college vanwege zwaarwegende belangen toestemming geeft voor afwijking van de gestelde regels. 1.2 De Verordening is momenteel nog opgesteld conform het huidige (en dus ‘oude’) recht. Onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet is geen doelgroepenverordening meer vereist en vindt het Pagina 2 van 9
aanwijzen van doelgroepen waarvoor de woningen in stand worden gehouden plaats via het Omgevingsplan. Wel blijft de doelgroepenverordening na inwerkingtreding van de wet nog bestaan naast het ‘tijdelijke Omgevingsplan’, tot dat een ‘definitief’ Omgevingsplan door de raad is vastgesteld. De regels uit de doelgroepenverordening nemen we dan op in dit definitieve Omgevingsplan. 1.3 De doelgroepenverordening regelt de beschikbaarheid van de betreffende woningcategorieën voor de betreffende doelgroepen, maar niet de toewijzing van deze woningen. Als het gaat om sociale huur- (en eventueel middeldure huurwoningen) wordt dit geregeld in de huisvestingsverordening die later dit jaar aan het college en de raad wordt aangeboden. Tot het moment van vaststellen van de huisvestingsverordening blijft de toewijzing conform de huidige systematiek plaatsvinden. Financiën: Het invoeren van de doelgroepenverordening heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Communicatie: Voor het opstellen van de doelgroepenverordening heeft overleg plaatsgevonden met woningcorporatie Thius en de huurdersbelangenorganisatie. Vervolgens heeft de verordening vier weken voor inspraak ter inzage gelegen.
Kernboodschap is dat we de doelgroepenverordening instellen om een voldoende aanbod aan betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en sociale koop) te realiseren en deze woningen ook als zodanig langere tijd in stand houden. We communiceren actief over de doelgroepenverordening met de projectregisseurs van de gemeente en met de ontwikkelende partijen die in Neder-Betuwe woningbouw realiseren. Vervolgstappen: De doelgroepenverordening wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. De doelgroepenverordening wordt eind 2024 geëvalueerd en – zo nodig in aangepaste vorm – ingebracht in het Omgevingsplan van de gemeente. Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester,
mr. G.S. Stam
Pagina 3 van 9
A.J. Kottelenberg
Raadsbesluit
Zaaknr.: Z/22/090241/RAAD/23/03243
Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Neder-Betuwe 2023 Besluit van de raad van de gemeente Neder-Betuwe tot vaststelling van de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Neder-Betuwe 2023. De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikelen 1.1.1 en 3.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening; gezien de afspraken die zijn gemaakt over de woningproductie in de gemeente Neder-Betuwe op basis van de “Woondeal Regio Rivierenland 2022-2030”; en gezien de prestatieafspraken 2022-2023 met woningstichting Thius en huurdersbelangenvereniging De Vooruitgang besluit vast te stellen de “Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Neder-Betuwe 2023” Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe; b. sociale huurwoning: huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d van het Besluit ruimtelijke ordening; c. geliberaliseerde woning voor middenhuur: huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder j van het Besluit ruimtelijke ordening, met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
Wanneer de Wet regulering middenhuur (van toepassing op woningen tot 187 punten volgens het Woningwaarderingsstelsel) van kracht is, gelden de bepalingen van deze wet; d. sociale koopwoning: koopwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder e van het Besluit ruimtelijke ordening jo. artikel 7ad, eerste en derde lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, waarbij een in deze verordening bepaalde maximale koopprijs van toepassing is; e. gebruiksoppervlak: de oppervlakte gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte omhullen conform NEN 2580.
Pagina 4 van 9
f. huishouden: één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, met de intentie om zelfstandig, bestendig, voor onbepaalde tijd, in gezinsverband of in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband te wonen; g. huishoudinkomen: (gezamenlijke) verzamelinkomen(s) als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden, of, wanneer geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 in het peiljaar; h. DAEB (Diensten van Algemeen Economisch Belang) inkomensgrens: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid van de Woningwet. i. huurprijs: de prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte; j. liberalisatiegrens: de maximale huurprijsgrens waaronder een woning nog tot de categorie sociale huurwoningen behoort (in 2023 € 808,06), zoals vastgelegd in de Wet huurtoeslag artikel 13.2 huurprijzen woonruimte. k. peiljaar: kalenderjaar voorafgaand aan de datum van de start van de bouw van de betreffende woning; Artikel 2. Maximale huurprijs sociale en middeldure huurwoningen 1. Sociale huurwoningen hebben een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens. Deze wordt jaarlijks vastgesteld conform de betreffende MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen. 2.
(Gereguleerde) middeldure huurwoningen hebben een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot ten hoogste € 1.000 per maand (prijspeil 2023). Dit bedrag wordt per 1 januari 2024 (wettelijk) verhoogd naar € 1.123 en vervolgens jaarlijks vastgesteld conform de betreffende MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen. Artikel 3. Koopprijsgrenzen en gebruiksoppervlak sociale koopwoningen 1. Een sociale koopwoning met een koopprijs vrij op naam (VON) van ten hoogste € 200.000 (prijspeil 2023) dient een gebruiksoppervlak van ten minste 30m2 te hebben. 2. De koopprijs vrij op naam voor een sociale koopwoning met een gebruiksoppervlak tot 50m2 bedraagt ten hoogste € 200.000, voor een woning met een gebruiksoppervlak van 50 tot 70m2 ten hoogste € 225.000 voor een woning met een gebruiksoppervlak vanaf 70m2 ten hoogste € 250.000. 3. De in het eerste lid bedoelde maximale koopprijzen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het percentage waarmee de liberalisatiegrens wordt aangepast, zoals opgenomen in de jaarlijkse MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen, en afgerond op een veelvoud van € 500. 4. In overeenkomsten met ontwikkelende partijen worden indexatie-afspraken gemaakt vanaf prijspeildatum tot aan het moment van start verkoop, een en ander in lijn met het bepaalde in dit artikel. 5.
Het gebruiksoppervlak van een sociale koopwoning mag gedurende een periode van 5 jaar na de eerste oplevering niet worden vergroot.
Pagina 5 van 9
Artikel 4. Doelgroep sociale huurwoning De doelgroep voor sociale huurwoningen bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal de DAEB-inkomensgrens (in 2023: € 44.035 voor een eenpersoonshuishouden en € 48.625 voor een meerpersoonshuishouden). Artikel 5. Doelgroep geliberaliseerde woning voor middenhuur De doelgroep voor geliberaliseerde woningen voor middenhuur bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal 1,5 keer de lage DAEB-inkomensgrens (in 2023: € 66.052). Artikel 6. Doelgroep sociale koopwoning De doelgroep voor sociale koopwoningen bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal 1,5 keer de lage DAEB-inkomensgrens (in 2023: € 66.052). Artikel 7. Differentiatie woningbouw 1. Woningbouwplannen van tenminste 50 woningen dienen minimaal 30% sociale huurwoningen, 10% geliberaliseerde woningen voor middenhuur en 10% sociale koopwoningen te omvatten. 2. Woningbouwplannen van 20 tot 50 woningen dienen minimaal 30% sociale huurwoningen en 10% geliberaliseerde woningen voor middenhuur of sociale koopwoningen te omvatten. 3. Woningbouwplannen van minder dan 20 woningen dienen in principe minimaal 30% sociale huurwoningen en 10% geliberaliseerde woningen voor middenhuur of sociale koopwoningen te omvatten.
Indien dit om praktische redenen niet mogelijk is, zal in samenspraak met de ontwikkelaar worden bezien of compensatie op een andere locatie van deze ontwikkelaar mogelijk is. Artikel 8 Instandhoudingstermijn 1. Sociale huurwoningen worden ten minste vijfentwintig jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 4 omschreven doelgroep. 2. Geliberaliseerde woningen voor middenhuur worden ten minste vijftien jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 5 omschreven doelgroep. 3. Sociale koopwoningen worden ten minste vijf jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 6 omschreven doelgroep als sociale koopwoning. Artikel 9. Aanbieden en toewijzing 1. Het aanbieden van een sociale huurwoning dient te geschieden conform de door de gemeenteraad van Neder-Betuwe vastgestelde huisvestingsverordening. 2. Het gestelde in dit artikel geldt niet voor andere partijen dan toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet, indien de gemeente instemt met een ontheffing. Artikel 10. Hardheidsclausule Het college kan afwijken van de bepalingen in deze verordening indien de belangen die zijn gediend met toepassing van deze verordening niet opwegen tegen de zwaarwegende belangen die afwijking van deze verordening in een specifiek geval wenselijk maken.
Pagina 6 van 9
Artikel 11. Toezicht en handhaving Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. Artikel 12. Rapportageverplichting huurwoningen 1. De verhuurder dient op verzoek van het college een rapportage te overleggen waaruit blijkt dat ten aanzien van de verhuur is voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit deze verordening. 2. Het gestelde in dit artikel geldt niet voor toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening doelgroepen woningbouw Neder-Betuwe 2023. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van de griffier, de voorzitter,
E. van der Neut
Pagina 7 van 9
A.J. Kottelenberg
Toelichting Verordening doelgroepen woningbouw gemeente NederBetuwe 2023 Waarom de doelgroepenverordening? In het kader van de op 8 maart 2023 ondertekende Woondeal Regio Rivierenland hebben de deelnemende gemeenten (waaronder Rivierenland) zich verplicht tot 2030 een aanzienlijk woningbouwprogramma te realiseren, met daarin vastgelegde percentages sociale huur, middeldure huur- en betaalbare (waaronder sociale) koopwoningen. Bouwgrond in Neder-Betuwe is over het algemeen niet in het bezit van de gemeente. De doelgroepenverordening verschaft in deze situatie de juridische basis voor het laten doorwerken van de afspraken van de Woondeal in de woningbouwprogrammering De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage sociale huur en/of sociale koopwoningen gerealiseerd moet worden. Sinds 1 juli 2017 is het ook mogelijk om dit voor middeldure huur woningen te regelen. De doelstelling van de doelgroepenverordening is vierledig: Door een maximale prijsgrens te hanteren voor sociale huur-, middeldure huur- en sociale koopwoningen (artikelen 2 en 3) zorgen we ervoor dat de woonruimte daadwerkelijk betaalbaar is.
Het gebruiksoppervlak van sociale koopwoningen mag gedurende de eerste 5 jaar na oplevering niet worden vergroot om te voorkomen dat zij als gevolg van een groter gebruiksoppervlak sterk stijgen in de koopprijs. Door de daarbij behorende doelgroep te definiëren aan de hand van een maximale inkomensgrens (artikelen 4, 5 en 6), zorgen we ervoor dat betaalbare woonruimte daadwerkelijk terecht komt bij huishoudens die daar behoefte aan hebben. Door de differentiatie van de woningbouwplannen vast te leggen (artikel 7) waarborgen we dat de in het gemeentelijke beleid (woonvisie) en de Woondeal voor de regio Rivierenland vastgelegde ambities ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Voor kleine plannen (minder dan 20 woningen) gaat het om een inspanningsverplichting, omdat er dan soms belemmeringen zijn voor een goede exploitatie van met name de huurwoningen. Indien mogelijk vindt dan wel compensatie plaats op een andere locatie van de betreffende ontwikkelaar. Door het vastleggen van een instandhoudingstermijn voor de woningbouwcategorieën (artikel 8) zorgen we ervoor dat deze woningen voor langere tijd beschikbaar blijven voor de doelgroepen. De sociale en middeldure huurwoningen kennen een relatief lange instandhoudingstermijn. Als het gaat om de instandhouding van de categorie sociale koop is er geen lange instandhoudingstermijn vastgelegd.
De doelgroepenverordening heeft voor deze koopsegmenten ten doel om nieuwbouwwoningen van een bepaalde prijscategorie bij de eerste verkoop bij een huishouden uit de juiste doelgroep terecht te laten komen. Een belangrijk uitgangspunt dat hieraan ten grondslag ligt, is dat de betreffende woningen marktconform zijn, oftewel een koopprijs hebben die in een reële verhouding tot de marktwaarde staat. Door de woningen marktconform aan te bieden, zullen deze vervolgens de marktontwikkeling volgen en is er geen noodzaak om deze gedurende een lange termijn te reguleren. In het geval woningen markt contrair zouden worden aangeboden bij de eerste verkoop, zullen deze direct na levering een waardesprong maken en ontstaat de noodzaak tot regulering, door bijvoorbeeld een anti-speculatiebeding te hanteren of regels op te stellen voor de doorverkoop van de betreffende woningen. Het reguleren van (bestaande) koopwoningen staat echter op gespannen voet met het recht van eigendom en brengt veel praktische bezwaren met zich mee. De doelgroepenverordening regelt niet de toewijzing van woningen aan individuele huishoudens. De toewijzing van woonruimte vindt plaats op grond van het bepaalde in de huisvestingsverordening, die naar verwachting eind 2023 door de raad wordt vastgesteld. De doelgroepenverordening is van toepassing op alle nieuwbouwplannen in de gemeente Neder-Betuwe.
De doelgroepenverordening zal daar waar nodig planologisch-juridisch geborgd worden in het betreffende bestemmingsplan dan wel de omgevingsvergunning en daarnaast worden vastgelegd in anterieure contracten. Een uitzondering hierop zijn die plannen waarvoor op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in al afgesloten anterieure contracten afspraken zijn gemaakt over de in de doelgroepenverordening Neder-Betuwe Pagina 8 van 9
opgenomen onderwerpen, of anterieure contracten waarvoor de onderhandelingen over de totstandkoming van deze contracten al in een zodanig vergevorderd stadium zijn dat het in strijd is met de goede trouw van de precontractuele fase om de doelgroepenverordening nog van toepassing te laten zijn.
Relatie doelgroepenverordening, bestemmingsplan en anterieure overeenkomst De doelgroepenverordening moet uiteraard worden vertaald in bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan regels bevatten met betrekking tot sociale huurwoningen, geliberaliseerde middeldure huurwoningen, sociale koopwoningen of particulier opdrachtgeverschap. Die regels kunnen alleen betrekking hebben op percentages woningcategorieën gerelateerd aan het plangebied. Deze woningbouwcategorieën zijn gedefinieerd in het ‘Besluit op de ruimtelijke ordening’ (Bro). De doelgroepenverordening werkt pas door als de koppeling is gemaakt met het bestemmingsplan. Hiervoor moet in het bestemmingsplan een gebied worden aangeduid (op de verbeelding) waarbij in de bestemmingsplanregels wordt bepaald welk percentage voor welke woningbouwcategorie geldt in het betreffende gebied. Op die manier wordt gewaarborgd dat een bepaald percentage van een woningbouwcategorie (bijvoorbeeld 30% sociaal) moet worden gebouwd. De verordening geldt aanvullend op het bestemmingsplan, namelijk om ook te waarborgen dat die woningcategorie een bepaalde periode blijft behouden voor de doelgroep. Vandaar ook de benaming. Op het moment dat het bestemmingplan onherroepelijk is geldt ook de verordening.
De verordening is alleen van kracht voor nieuw vast te stellen bestemmingsplannen en geldt niet met terugwerkende kracht voor al eerder vastgestelde bestemmingsplannen De Verordening wordt momenteel nog opgesteld conform het huidige (en dus ‘oude’) recht. Onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet is geen doelgroepenverordening meer vereist en zal het aanwijzen van doelgroepen waarvoor de woningen in stand worden gehouden plaatsvinden via het Omgevingsplan. Dit betekent een wijziging ten opzichte van het Besluit ruimtelijke ordening dat uitgaat van het omschrijven van doelgroepen in een gemeentelijke verordening. Vanaf inwerkingtreding kunnen in het Omgevingsplan eisen worden gesteld aan de woningbouw categorieën en kunnen regels uit de doelgroepenverordening worden opgenomen. De doelgroepenverordening is dan niet meer noodzakelijk. Wel blijft de doelgroepenverordening na inwerkingtreding van de wet nog bestaan naast het ‘tijdelijke Omgevingsplan’, tot dat een ‘definitief’ Omgevingsplan door de raad is vastgesteld. De regels uit de huidige doelgroepenverordening worden dan opgenomen in dit definitieve Omgevingsplan. Daarnaast moeten de regels van de doelgroepenverordening worden opgenomen in de ‘anterieure overeenkomst’ als de grond die niet in eigendom van de gemeente is. Een dergelijke overeenkomst wordt afgesloten voorafgaand aan een wijziging van het bestemmingsplan.
Inhoudelijk kan in een anterieure overeenkomst dezelfde soort afspraken worden gemaakt als in een gronduitgifteovereenkomst en erfpachtovereenkomst. Dit gebeurt als de gemeente en de grondeigenaar overeenstemming bereiken. De afspraken kunnen bijvoorbeeld gaan over het type woningen (segment, prijs, grootte) en de manier waarop de woningen worden bestemd en behouden als sociale huur, middeldure huur- of sociale koopwoningen.
Pagina 9 van 9