Raadsvoorstel 3141 - Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknr.: Z/22/088724/RAAD/23/03141
Raadsvergadering d.d.
:
9 november 2023
Inlichtingen bij : Griffie
Agendapunt
:
7
Telefoonnr.
: 14 0488
E-mailadres
: griffie@nederbetuwe.nl
Voorstel van het presidium Onderwerp: Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023
Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1. de Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023 vast te stellen; 2. per 9 november 2023 als leden van de rekenkamer te benoemen: a. mevr. M.C. van de Plasse (voorzitter); b. mevr. G. de Witt-van Gastelen; c. dhr. C.J. Papjes.
Samenvatting voorstel: Door de Wet versterking decentrale rekenkamers moet onze rekenkamercommissie worden omgevormd tot een rekenkamer. De raad wordt voorgesteld hiertoe voorliggende verordening vast te stellen en de leden van de rekenkamer te benoemen.
Inleiding: Door de Wet versterking decentrale rekenkamers is de Verordening op de rekenkamercommissie 2020 niet meer actueel. Onze rekenkamercommissie dient te worden omgevormd tot een rekenkamer en aan te sluiten op de bepalingen in de nieuwe wet. Beoogd effect: Een actuele verordening voor de rekenkamer Argumenten: 1.1 De vigerende verordening moet worden aangepast Deze nieuwe wet is op 1 januari 2023 in werking getreden en kent een overgangstermijn van een jaar. Dit betekent dat alle gemeenten uiterlijk op 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer moeten hebben. Een rekenkamerfunctie of -commissie is niet meer mogelijk. 1.2 De nieuwe verordening sluit aan op de huidige werkwijze en behoeften van de raad De nieuwe verordening verandert zo weinig mogelijk ten opzichte van de huidige werkwijze. Het presidium is immers tevreden over de wijze waarop onze rekenkamercommissie opereert. De nieuwe verordening is beknopter dan de huidige. Enerzijds omdat er als gevolg van de wetswijziging de nodige zaken al wettelijk geregeld zijn en daarom niet meer lokaal te hoeven worden vastgelegd. Het gaat dan onder meer om een vaste benoemingstermijn van zes jaar (voor onze rekenkamercommissie gold een termijn Pagina 1 van 6
*ZA9707ED305*
van drie jaar) en de bevoegdheden van de rekenkamer (die uitgebreider zijn dan voorheen). Anderzijds omdat de rekenkamer geacht wordt zelf een reglement van orde voor zijn werkzaamheden vast te stellen, waarin een aantal praktische zaken geregeld kan worden. 2.1 De leden van de rekenkamer dienen (opnieuw) te worden benoemd De leden van de huidige rekenkamercommissie verliezen na intrekking van de vigerende verordening (dan wel als u zou besluiten deze niet in te trekken uiterlijk op 1 januari 2024) van rechtswege het lidmaatschap van de rekenkamerfunctie. De raad kan deze leden wel benoemen als lid van de rekenkamer, voor de wettelijke termijn van zes jaar. Mevr. M.C. van de Plasse, voorzitter van de huidige rekenkamercommissie, heeft aangegeven graag in aanmerking te willen komen voor herbenoeming. Dhr. I.L.J.C. Konings heeft aangegeven niet in de nieuwe rekenkamer plaats te nemen. Door vaststelling van voorliggende verordening is dhr. Konings van rechtswege ontslag verleend. Op 28 september jl. besloot u om dhr. R. Hubers op diens verzoek per 1 augustus jl. ontslag te verlenen. Om in de twee ontstane vacatures te voorzien is een procedure gevoerd (conform artikel 3 van voorliggende verordening). De uitkomst hiervan is dat u wordt voorgesteld mevr. G. de Witt-van Gastelen en dhr. C.J. Papjes als leden te benoemen.
Kanttekeningen: 1.1 Een rekenkamerfunctie kan ook in regionaal verband worden georganiseerd Gemeenten moeten vanaf 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer hebben, maar dat mag ook een gezamenlijke rekenkamer die voor meerdere gemeenten werkt zijn (in de vorm van een gemeenschappelijke regeling). In Rivierenland worden hiervoor initiatieven ontplooid. Omdat we tevreden zijn over de wijze waarop onze rekenkamerfunctie opereert en de ervaring die is opgebouwd, ligt deelname aan een gezamenlijke rekenkamer op dit moment niet voor de hand. Wij zullen de ontwikkelingen in buurgemeenten blijven volgen en wellicht dat het op termijn een optie is om aan te sluiten bij een regionale rekenkamer. 1.2 Het instellen van een rekenkamer kan gevolgen hebben voor lopende onderzoeken Het is niet toegestaan om in de verordening overgangsrecht op te nemen op grond waarvan een oude rekenkamercommissie nog werkzaamheden afrondt of op grond waarvan de nieuwe rekenkamer gehouden is een onderzoek af te ronden. De onafhankelijke rekenkamer kan evenwel zelf besluiten lopende onderzoeken (al dan niet) voort te zetten. Ook wat dat betreft is het prettig dat er continuïteit is in de samenstelling van de rekenkamer ten opzichte van de huidige bezetting. Financiën: De voorgestelde verordening vertoont ten opzichte van de huidige verordening geen afwijkingen op financieel gebied.
Communicatie: Kernboodschap is dat door de vaststelling van de voorgestelde verordening de regelgeving over onze rekenkamer aansluit op de nieuwe wetgeving en de bemensing rond is. Vervolgstappen: De griffie zal i.s.m. de ambtelijke organisatie zorgen voor een publicatie van de verordening. Het presidium, de griffier, E. van der Neut
Pagina 2 van 6
de voorzitter, A.J. Kottelenberg
Raadsbesluit
Zaaknr.: Z/22/088724/RAAD/22/03141
De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van het presidium, gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: 1. de navolgende Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023 vast te stellen; 2. per 9 november 2023 als leden van de rekenkamer te benoemen: a. mevr. M.C. van de Plasse (voorzitter); b. mevr. G. de Witt-van Gastelen; c. dhr. C.J. Papjes.
Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders; - rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; - voorzitter: voorzitter van de rekenkamer. Artikel 2. Rekenkamer 1. Er is een gemeentelijke rekenkamer 2. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter. Artikel 3. Benoeming en herbenoeming 1. Een besluit tot (her)benoeming wordt voorbereid door het presidium. 2. Als er geen sprake is van herbenoeming wordt een selectiecommissie gevormd, die het presidium adviseert. De selectiecommissie voert daartoe gesprekken met kandidaten. 3. De selectiecommissie bestaat uit drie personen: de plaatsvervangend voorzitter van de raad (of bij verhindering een lid van het presidium), een lid van de rekenkamer en de ambtelijk secretaris van de rekenkamer of de griffier. 4. De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd. 5. Als de voorzitter of een lid voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, meldt hij dit minimaal vier maanden voor het einde van diens termijn schriftelijk bij de griffier.
De andere leden van de rekenkamer worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen alvorens het presidium besluit om de raad (al dan niet) voor te stellen tot herbenoeming te besluiten.
Artikel 4. Ambtelijke ondersteuning 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris. 2. Het college wijst de ambtelijk secretaris aan, alsmede ook een of meer plaatsvervangers, op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer. 3. In afwijking van het voorgaande lid geschiedt de aanwijzing van de ambtelijk secretaris door de werkgeverscommissie indien het op een de griffie werkzame ambtenaar betreft. Artikel 5. Budget 1. De rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van zijn werkzaamheden. Opdrachtverstrekking geschiedt door de griffier of de ambtelijk secretaris als budgethouder. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: a. de vergoedingen van de leden; b. externe deskundigen, onderzoekers en marktpartijen die door de rekenkamer worden ingeschakeld; c. eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 3. De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel 6. Vergoeding 1. De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden ten behoeve van de rekenkamer alsmede een vergoeding voor reiskosten. De vergoeding komt ten laste van het budget van de rekenkamer. 2.
Deze vergoeding is gerelateerd aan het bedrag dat is opgenomen in het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers als vergoeding voor werkzaamheden (het bijwonen van een vergadering) voor commissieleden in de voor Neder-Betuwe van toepassing zijnde gemeenteklasse. 3. De voorzitter ontvangt per maand driemaal het bedrag dat is genoemd in voormeld besluit en de leden tweemaal het bedrag. 4. Uitbetaling hiervan geschiedt per kwartaal. Indien de voorzitter of een lid niet het volledige kwartaal onderdeel uitmaakt van de rekenkamer, vindt de vergoeding naar rato plaats. 5. De vergoeding van de reiskosten van de leden bedraagt 50% van het bedrag dat is opgenomen in het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers als onkostenvergoeding voor raadsleden in de voor Neder-Betuwe van toepassing zijnde gemeenteklasse. Artikel 7. Inwerkingtreding en slotbepalingen 1. De Verordening rekenkamercommissie Neder-Betuwe 2020 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op 9 november 2023. 3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer Neder-Betuwe 2023’.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 november 2023 de griffier, de voorzitter,
E. van der Neut
Pagina 4 van 6
A.J. Kottelenberg
Toelichting Algemeen Deze modelverordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2023, met een overgangstermijn van een jaar, dus uiterlijk 1 januari 2024 moet de raad een rekenkamer hebben ingesteld. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet. De rekenkamer moet een reglement van orde voor zijn werkzaamheden vaststellen (artikel 81i van de Gemeentewet). Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2. Rekenkamer In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet). Artikel 3. Benoeming en herbenoeming De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld.
Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door in twee verschillende bestuursperiodes wordt beslist. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p. 68. Artikel 4. Ambtelijke ondersteuning De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid).
Op grond van artikel 107e Gemeentewet besluit de raad tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de op de griffie werkzame ambtenaren. Deze bevoegdheid heeft de raad gemandateerd aan de werkgeverscommissie. Dit betekent dat het college niet bevoegd is tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten (artikel 81j tweede lid Gemeentewet), als dit gaat om ambtenaren die werkzaam zijn op de griffie. Die bevoegdheid geldt slechts voor andere ambtenaren. Het is dus aan de werkgeverscommissie, het college en de rekenkamer om nadere afspraken te maken over de ambtelijk secretaris. Blijft het bij de ondersteuning van een ambtenaar van de griffie, dan verandert er vrijwel niets ten opzichte van de situatie zoals die vóór vaststelling van deze verordening was. De werkgeverscommissie blijft immers die ambtenaar benoemen en kan ook aangeven dat deze werkzaamheden verricht voor de rekenkamer. Indien geen gebruik wordt gemaakt van medewerkers van de griffie kan de rekenkamer het college verzoeken een ambtenaar te benoemen. In beide gevallen moet de raad zorgen voor het budget van deze ambtenaren (artikel 81j eerste lid Gemeentewet).
Pagina 5 van 6
Artikel 5. Budget De raad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet). Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken, m.u.v. de salarislasten van de ambtelijk secretaris. Om praktische redenen wordt het budgetbeheer door de griffie verzorgd. Artikel 6. Vergoeding De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten (artikel 81k van de Gemeentewet).
Pagina 6 van 6