Raadsvoorstel 2958 - Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2023
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknr.: Z/21/078907/RAAD/21/02958
Raadsvergadering d.d.
:
Agendapunt
:
Portefeuillehouder
:
29 september 2022 Wethouder Van Wolfswinkel
Inlichtingen bij : Griffie Telefoonnr.
: 14 0488
E-mailadres
: griffie@nederbetuwe.nl
Onderwerp: Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2023
Voorgesteld besluit U wordt voorgesteld: 1. Vaststellen van de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2023. 2. De bevoegdheid om leden te benoemen en ontslaan van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit te delegeren aan het college en dit toe te voegen aan Bijlage 1 van het Delegatiebesluit 2015. 3. Intrekken van de Bouwverordening gemeente Neder-Betuwe 2012 per datum invoering Omgevingswet.
Samenvatting voorstel: Met de invoering van de Omgevingswet wijzigen de wettelijke grondslag en de taken van de Integrale welstandsen monumentencommissie van de gemeente Neder-Betuwe. In dit voorstel stellen we een nieuwe verordening voor om een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit te benoemen. Tevens stellen we voor om de benoeming van de leden van deze commissie te delegeren aan het college. Het secretariaat van deze commissie is belegd bij de Omgevingsdienst Rivierenland.
Inleiding: Met de Omgevingswet die op 1 januari 2023 (naar verwachting) in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet biedt een kader dat overheden op decentraal niveau meer afwegingsruimte geeft om de doelen voor de leefomgeving te bereiken. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. In eerste instantie gaan het huidige vastgestelde gemeentelijke beleid en regelgeving voor welstand, ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed één op één mee naar de Omgevingswet via de zogenaamde Bruidsschat. Wel is het adviesstelsel aangepast in de Omgevingswet. Hierdoor is het noodzakelijk om voor 1 januari 2023 een verordening op de werking van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vast te stellen en de leden daarvan te benoemen. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Om onze dienstverlening ongestoord te kunnen laten doorlopen is het nodig dat we tijdig een nieuwe gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit instellen.
Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. In dit voorstel treft u daarom een nieuwe verordening voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan.
Pagina 1 van 8
*ZA8F5434562*
Beoogd effect: Een ongestoorde dienstverlening van omgevingsvergunningen. Hiervoor moeten we opnieuw een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit instellen die voldoet aan de Omgevingswet. Vaststellen van een verordening waarin taken en bevoegdheden van deze commissie zijn geregeld. Argumenten: 1.1 Het bevoegd gezag moet aanvragen voor een omgevingsvergunning kunnen beoordelen volgens de eisen van de Omgevingswet. Goede omgevingskwaliteit is een van de drie maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet (naast gezondheid en veiligheid). Daarmee is omgevingskwaliteit altijd een van de af te wegen belangen bij de besluitvorming over ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarvoor moet een gemeentelijke adviescommissie worden aangewezen. De commissie moet in ieder geval (= wettelijk verplicht) adviseren over de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit. Alle gemeenten hebben bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege met daarin onder andere de oude bestemmingsplannen, de bruidsschat en de erfgoedverordening met betrekking tot de archeologische monumentenzorg. Dit betekent dat de huidige erfgoedverordening van rechtswege wordt overgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Naast de advisering over Rijksmonumenten leggen we meer adviestaken bij de commissie neer.
1.2 Voortzetting huidige manier van werken. Onze huidige commissie die adviseert over welstand is gebaseerd op onze Bouwverordening. De taken en bevoegdheden van de huidige commissie zijn nu nog geregeld in Hoofdstuk 9 en de bijlage van de Bouwverordening gemeente Neder-Betuwe 2012. Deze commissie heet volgens onze huidige bouwverordening officieel: ‘Integrale welstands- en monumentencommissie’. In de praktijk gebruiken we deze naam echter niet meer. We noemden de welstandscommissie nu ook al de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze naam hebben we daarom overgenomen in de nieuwe verordening. De huidige werkwijze wijzigen we niet. Deze wijziging is noodzakelijk vanwege de invoering van de nieuwe Omgevingswet. 1.3 De gemeenteraad is het bevoegde bestuursorgaan om deze commissie in te stellen. In de Omgevingswet is in artikel 17.9 bepaalt dat de gemeenteraad een commissie instelt die in ieder geval tot taak heeft om te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor rijksmonumenten. Deze bevoegdheid is letterlijk opgenomen in de Omgevingswet en gaat daarom voor het algemene stelsel van adviescommissies uit de Gemeentewet. Het is echter geen adviescommissie aan de gemeenteraad. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert aan het college van burgemeester en wethouders.
1.4 Wat zijn de taken van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit? In artikel 2 van de verordening zijn de taken van de commissie opgenomen. Er is dus een basistaak (voor rijksmonumenten) en de andere gevallen kunnen we zelf aangeven. De taken die we in ieder geval bij deze commissie willen beleggen hebben we opgenomen in de verordening. De adviezen die we in incidentele gevallen vragen hebben we niet opgenomen in de taken van de commissie. In dat laatste geval gaat het bijvoorbeeld om te kijken naar gemeentelijke beleidsstukken of bijzondere projecten. Voordat we een dergelijke opdracht verstrekken moet er eerst dekking zijn voor de kosten van de advisering. Daarom gaat hier een afzonderlijke opdracht aan vooraf.
Pagina 2 van 8
De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert bij aanvragen om: 1. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie ruimtelijke kwaliteit in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 1.5 De meeste verzoeken om advies gaan via Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). De ODR behandelt namens de gemeente de aanvragen op grond van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht. Het secretariaat van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is dan ook belegd bij de ODR. Zij zijn ook veelal degene die zien of het gaat om een aanvraag waarvoor de gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit een advies moet vragen. Ze leggen ook, op grond van de Neder-Betuwse legesverordening, daarvoor de vereiste leges op. De inning van de leges doet de gemeente zelf. Soms is de gemeente zelf opdrachtgever. In dat geval zijn de kosten van advisering voor de gemeente zelf. 2.1 We stellen voor om de bevoegdheid om de leden te benoemen te delegeren aan ons college. De Omgevingswet schrijft in artikel 17.7 voor dat de gemeenteraad de leden van een gemeentelijk adviesorgaan benoemt en ontslaat.
In de Handreiking Adviesstelsel voor omgevingskwaliteit van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is de mogelijkheid opgenomen om deze bevoegdheid te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. We hebben dit overgenomen, omdat de benoeming van de leden van deze adviescommissie niet politiek van aard is. Het zijn vooral vakinhoudelijke deskundigen. De commissie adviseert ook aan het college van burgemeester en wethouders. Vandaar dat wij voorstellen de benoeming van de leden neer te leggen bij het college van burgemeester en wethouders. 3.1 De laatste onderwerpen uit de Bouwverordening 2012 regelen we nu op een andere manier. Onze Bouwverordening Neder-Betuwe 2012 kan worden ingetrokken. Dit komt om dat het Rijk de afgelopen jaren steeds meer onderwerpen uit de model-bouwverordening van de VNG op een andere manier heeft geregeld. Dat gebeurt van rechtswege: zodra een hogere regeling een onderwerp gaat regelen dat wij in onze bouwverordening hebben opgenomen, gaat de hogere regeling voor. Onze huidige bouwverordening regelt nog twee onderwerpen: Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond en welstandsadvisering. Deze gaan nu ook op een andere manier geregeld worden: Oud artikel 2.1.5 Bouwverordening 2012 over bouwen op verontreinigde grond gaan na invoering van de Omgevingswet via de bruidsschat naar het omgevingsplan.
Het ‘Aanvullingsbesluit bodem’ regelt dit. Oud hoofdstuk 9 over de welstandscommissie en Bijlage ‘Reglement integrale welstands- en monumentencommissie’ is met dit raadsvoorstel vervangen door een nieuwe afzonderlijke Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Hiermee is tevens de oude welstandscommissie opgeheven. Alle andere artikelen uit de oude Bouwverordening zijn reeds vervallen. 3.2 Geen concrete datum voor intrekking, omdat de invoeringsdatum Omgevingswet nog steeds niet zeker is. De Bouwverordening kan worden ingetrokken, zodra de invoering van de Omgevingswet een feit is. Zoals dat er nu voor staat is dat op 1 januari 2023. Kanttekeningen: 1.1 De Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan de komende jaren nog wijzigen. De Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee. Wij hebben de concepttekst van de nieuwe verordening voorgelegd aan de Vereniging Het Gelders Genootschap die momenteel deze taak voor ons uitvoert. Ze kunnen zich vinden in deze tekst, maar geven het advies om óók de omgeving van een monument nu al in hun adviesaanvraag te betrekken. Dat hebben we (nog) niet gedaan. We doen dat op dit moment namelijk ook niet. Het is ons niet duidelijk waar die toetsing van de omgeving dan eindigt. En dat zou voor de aanvrager dan Pagina 3 van 8
rechtsonzekerheid met zich meebrengen. U heeft ons ook gevraagd om terughoudend om te gaan met nieuwe regels en procedures. Mocht het zo zijn dat we, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de praktijk tot nieuwe inzichten komen dan kunnen we een nieuw voorstel aan u voorleggen. Financiën: Via onze Legesverordening Neder-Betuwe 2021 worden in artikel 2.3.1.2 de kosten van de welstandstoets in rekening gebracht bij de aanvrager van de omgevingsvergunning. De ODR neemt in de beschikking van de omgevingsvergunning tevens het legesbedrag voor deze toets mee. De inning van de leges doet de gemeente zelf. Met de aanpassing van de Legesverordening aan de Omgevingswet nemen we ook dit punt mee. Communicatie: Kernboodschap is dat door de invoering van de Omgevingswet de grondslag wijzigt voor deze adviescommissie. Met de vaststelling van deze Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2023 is deze verordening weer actueel. Vervolgstappen: Na uw besluit maken we deze Verordening bekend. We heffen de oude commissie formeel op. Het college benoemt de leden van de nieuwe Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het delegatiebesluit toevoegen aan Bijlage 1 van het Delegatiebesluit 2015. Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, de secretaris, de burgemeester,
mr. G.S. Stam
Pagina 4 van 8
A.J. Kottelenberg
Raadsbesluit
Zaaknr.: Z/21/078907/RAAD/21/02958
De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in artikelen 108, 149 en 156 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; BESLUIT: de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2023 vast te stellen.
Verordening Commissie Ruimtelijke kwaliteit 2023 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie : gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Ruimtelijke Kwaliteit - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet : de Omgevingswet. Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; b.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces;
d. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ tot en met 3 ̊, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De leden worden benoemd door het college van burgemeester en wethouders op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg. Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar door het college van burgemeester en wethouders worden benoemd. 2.
Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn drie jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Vanuit de gemeenschappelijke regeling is deze taak bij de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) gelegd.
Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2 . In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.
Pagina 6 van 8
Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2 . De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3 . Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4 .
Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5 . De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2 . De commissie kan zich doen bijstaan door burgemeester en wethouders aangewezen andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3 . De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11.
Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2 . In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de belanghebbenden worden uitgenodigd; b. de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase en de beraadslagingen; e . de notulering en dossiervorming; f . de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; h. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3 . Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.
Pagina 7 van 8
Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding Het college van burgemeester en wethouders maken financiële afspraken met de leden van de commissie, dan wel met de partij met wie een dienstverleningsovereenkomst wordt gesloten. Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 juli verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2 . In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a . de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b . de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16.
Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Vervallen en intrekking oude regeling De regels met betrekking tot de commissie in hoofdstuk 9 van de Bouwverordening gemeente Neder-Betuwe 2012 vervallen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 september 2022. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van de griffier, de voorzitter,
E. van der Neut
Pagina 8 van 8
A.J. Kottelenberg